Delen in Coronatijd: minister De Jonge (VWS)

Het is een bekend grapje waarin een winkelier tegen een collega zijn eigen zoontje roemt omdat die op school al zo goed kan rekenen, nu ja optellen. Ach, zegt de ander, aftrekken dat doen anderen later dan wel.
Het brengt ons op de vraag, hoe het staat met délen in tijden van coronacrisis. (Over vermenigvuldigen in die periode van social distancing gaat een andere mop.) Eerst even terug in de tijd, ik bladerde in de Handelingen vanaf ongeveer 1950 op zoek naar het werkwoord delen, meer in het bijzonder “ik deel”. Afgezien van de Voorzitter die aan de Kamer allerlei zaken mede deelde, zien we hoe ik deel gecombineerd wordt met woorden als deze: bezwaren, gedachte, gevoelen, ideeën, inzicht, ongerustheid, oordeel, optimisme, opvatting, standpunt, uitgangspunt, vrees.

De volgorde in het debat is daarbij dat de spreker zich bij iemand (zoals een eerdere spreker, een bewindsman, een commissie) aansluit door te zeggen “ik deel” (het gevoelen, de opvatting, het uitgangspunt enz.) of juist niet. Soms komt daar een onderstreping bij zoals via het inmiddels bijna verdwenen ten volle. *)
De begrippen waarnaar verwezen wordt zijn dus telkens een wijze van zien of een gemoedstoestand – die laatste situatie wordt beredeneerd en het rationele aspect is kennelijk het essentiële punt bij het gebruik van dit werkwoord delen.

De eerste maal dat ik in de Handelingen iets aantrof dat voorzichtig begon af te wijken van het gangbare was in 1975, toen Hans de Boer (AR/CDA) als volgt geciteerd werd: “De Minister zegt dat hij, voor wat betreft de doorwerking van mijn betoog, met name moeite heeft met de consequenties daarvan voor het regeringsbeleid. Ik kan dat in grote lijnen volgen en ik deel dat.” Ik deel dat – in alle vaagheid.
In het midden jaren ‘70 van de 20ste eeuw vindt de ommekeer plaats naar de taal die we tegenwoordig zo vaak in de Haagse debatten kunnen horen. In die tijd moet het nog vreemd geklonken hebben, wanneer iemand zei (volgens de Handelingen) “ik deel de opmerking van” die en die.

Ik deel een gevoelen, een standpunt, bezwaren betekende voor de spreker: ‘precies, zó is het bij mij ook’ (of met een ontkenning juist het tegengestelde). Rond de tijd dat de huidige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geboren is (1977) gaat ik deel betekenen ‘ik ben het eens’. Laten we Hugo de Jonge aan het woord laten op basis van wat hij volgens het ongecorrigeerde verslag heeft gezegd bij het corona-debat van gisteren, 26.03.2020:
• De bedden. Een van de meest cruciale ankers in onze aanpak is zorgen dat de zorg het aankan, zorgen dat de zorg in de benen blijft en zorgen dat de beddencapaciteit op orde is. Dat is spannend, zei de heer Gommers gisteren in de hoorzitting. Ik deel dat met hem. Natuurlijk is het spannend.
Ik deel heel erg wat de heer Veldman hier zegt. We moeten gewoon doen wat werkt. Als een telefoontje beter werkt dan een wetboek, dan moeten we een telefoontje pakken.**)
Ik deel dus die achtergrond, maar voordat ik hier een Singaporees model afkondig, wil ik het wel in de volgorde doen dat we eerst alles op alles zetten om te gaan werken aan meer testcapaciteit in Nederland via eigen productie en dat we daarna kijken op welke manier we dat zo eerlijk mogelijk kunnen verdelen.
• Ik doe alles om ervoor te zorgen dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn, maar hier staat wel echt een resultaatverplichting in. Ik vind het ingewikkeld om daar ja tegen te zeggen, want ik vind dat ik eerlijk moet zijn. Wat ik niet kan garanderen ga ik ook niet garanderen. Om die reden zou ik deze motie willen ontraden, maar ik deel natuurlijk de noodzaak van alles doen om te zorgen dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn. (Dat betrof een motie-Wilders: De Jonge reageerde net als zijn voorganger een week geleden.)

De Jonge zegt in deze vier citaten dus achtereenvolgens ‘ik ben het met hem eens’, ‘ik ben het zeer met hem eens’, ‘ik ben het eens’ en ‘ik ben het eens’ maar telkens gebruikt de bewindsman ik deel (heel erg, natuurlijk).

Ik heb de neiging, dit gebruik van delen als een typisch vergaderwoord te betitelen en onderdruk de neiging te beweren dat het vooral vrouwen zijn die zich er van bedienen want naast Stientje van Veldhoven, Vera Bergkamp, Pia Dijkstra, Cora van Nieuwenhuizen, Carola Schouten en een reeks anderen (fem.) horen we het ook meer dan incidenteel van Roelof Bisschop, Wouter Koolmees of Pieter Heerma, afgaande op wat er in het kalenderjaar 2019 zoal in de plenaire zaal genoteerd is. We krijgen dan voorbeelden van 21ste eeuwse Nederlandse vergadertaal als deze:
• Dat begrijp ik zo goed, en ik deel die frustratie ook zo.
Ik deel eigenlijk alles wat hier staat.
Ik deel uw urgentie.
Ik deel dat dit zo snel mogelijk moet gebeuren.

Delen is zich aan het ontwikkelen – en Van Dale zou op dat punt nog iets eigentijdser kunnen zijn. Het laatste citaat in deze opsomming van vier was van Roelof Bisschop (SGP). Hij verdient het slotwoord in een tekst die licht-komisch begon.
“Voorzitter. Laat ik beginnen met te vertellen dat een collega die toen ik nog les gaf constateerde dat ik ziek was — vorig jaar speelde dat trouwens ook en was ik op 5 december ziek — tegen zijn andere collega’s zei: zie je wel, Bisschop werkt zwart. Dat is een heel beladen grapje geworden inmiddels, maar ik deel het maar even zodat ik mijn gemoed gelucht heb.”

*) Eenmaal vond ik de wijze van zeggen “ik deel in die mening” maar dat is na 1950 kennelijk niet meer gebruikelijk.
**) Dat moet een contaminatie zijn van de telefoon pakken + een telefoontje plegen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Variatie in familieberichten (9): Maria als doopnaam waar talloos vele roepnamen van afgeleid zijn

Inderdaad, het is een mirakel dat oude verhaal van Die waerachige ende Een seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen die meer dan seven iaren metten duvel woende ende verkeerde, maar een fraaie historie. Mariken woont bij haar oom buiten Nijmegen. Hij stuurt haar naar die stad om inkopen te doen en er op bezoek te gaan bij zijn zuster. Als Mariken daar een ellendige ontvangst krijgt en door tante “seer schandelijcken toe ghesproken” wordt, roept ze wanhopig om hulp: “God of die duvel, tes mi alleleens”. Wat kan het Mariken bommen? Als daarop de duivel zich meldt en als ze samen besluiten op te trekken, maakt die Duvel bezwaar tegen Marikens naam. Zij is daar juist op gesteld: “Want Maria daer ic naer hete, dats alle mijn troost”.


Geen probleem, zegt die Duvel: “Ick ben te vreden dat ghi hout deerste lettere
Van uwen name, vrou ongheblaemt fijn,
Dats de M; dus suldi Emmeken genaemt sijn.
In u lant sijn doch veel maechden ende vrouwen
Die Emmeken ghenaemt sijn.” (Hoe makkelijk is het om deze teksten en de volgende afbeelding te vinden via dbnl.nl)

Mariken en Emmeken illustreren dus al in de Middeleeuwen, hoezeer er van de voornaam Maria afgeleide roepnamen bestaan. Het lijstje van verderop is gebaseerd op familieberichten in een van de bestudeerde kranten die via mensenlinq.nl op te roepen zijn. Wat er overeenkomstig aan is, dat is het voorkomen van een doopnaam Maria en een andere roepnaam die daarop gebaseerd moet zijn, zelfs als dat verband voor ons misschien niet zo rechtstreeks is als bij Mariken (verkleinvorm) of Emmeken (de eerste letter verkleind). Het maakt onder meer duidelijk dat een roepnaam kan zijn gekozen door een gedeeltelijke identiteit met een doopnaam. Meta kan daar een voorbeeld van zijn, Machteld, Mirjam waar misschien zelfs enkel de initiaal van Maria benut is om op een andere roepnaam uit te komen en het verband met de officiële naam toch in stand te houden.

Uit BN De Stem

Wat nu volgt is maar een selectie, want namen als Riet, Ria en dergelijke kunnen bijvoorbeeld ook verbonden zijn met Henderika en dat leidt direct tot de algemene vraag: welke roepnaam hoort precies bij welke doopnaam? In het kader van verbasteringen uit de sfeer van de kindertaal zal dat nog een punt van aandacht zijn.

Maria > Maartje, Maike, Maaik, Maaike, Mayke; Mar, Margot, Mari, Maria, Marian, Mia, Mieke, Marianna, Marianne, Marie, Marijke, Marieke, Mariet, Mariët, Mariëtte, Marije, Marijke, Marika, Marike, Marieke, Marina, Marion, Marit, Marita, Marja, Marjan, Marjo, Marjolein, Marjolijn, Marjon, Marrie, Marry, Mary, Mattie, Matty, Maud, Maya; Meta; Mia, Mie, Miek, Mieke, Miem, Miep, Mies, Miet, Mya, Mirjam, Myriam, Marie, Marianne, Marianna, Marietje, May, Maaike, Maatje, Miek, Maatje, Machteld, Marga, Maja, Mariolijn, Marrigje, Martje; Ria e.d, Riek, Riet.

Er zullen aan deze collectie uit familieberichten allicht nog vele namen aan toe te voegen zijn, ook regionale. Een voorbeeld daarvan vinden we in Mai/Maij/May (bij uitstek in Limburg gevonden) of het meer algemeen Zuidelijke Marij. Ons mam, inderdaad: Brabant.

Uit Brabants Dagblad
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Enkele jaren verder: hoe het staat met het woord ommekomst

Van Dale

Nog altijd bevat Van Dale éen en niet meer dan éen omschrijving bij het woord ommekomst te weten ‘verstrijking, afloop’ met als voorbeeld “na ommekomst van de termijn”. Nog altijd? Nu ja, zo was ook de situatie eind 2016 toen ik in dit blog aandacht vroeg voor het gebruik van het woord in de Tweede Kamer en zo is het nu in de beginnende Corona-tijd van 2020 nog steeds..
In 2017 schreef ik er enkele aanvullinkjes bij, hoe is het nu?

Ommekomst is een woord dat in bepaalde kring in de Tweede Kamer graag gebruikt wordt. In 2018 tel ik 37 stuks, in 2019 43. Wat grof geschat scoort D66 het hoogst, gevolgd door GroenLinks, daarna VVD, CDA. Een enkele SP’er gebruikt het (Van Raak, Van Nispen, Leijten) en die laten daar misschien wel mee zien dat het juist meer ervaren parlementariërs zijn die zich ervan bedienen. Bij het CDA bijvoorbeeld zien we vooral Omtzigt en Van Toorenburg. Een PvdA’er zal zelden ommekomst bezigen, in 2018 en 2019 alleen mevrouw Ploumen, oud-minister.
De conclusie van het gebruik is zeer simpel: ommekomst wordt door leden van de Tweede Kamer in feite alleen gecombineerd met termen als brief, reactie, rapport, memo’s, bevindingen e.d. Kortom: voor hen is ommekomst een Plenaire-Zaalwoord dat in deze context niet anders kan betekenen dan ‘ontvangst’.

Ommekomst is een D66-woord

Ook kabinetsleden gebruiken het. Minister Ollogren bijvoorbeeld, minister Koolmees, minister Van Engelshoven – ommekomst is dan niet uitsluitend maar wel allereerst een D66-woord. Maar citaten van de twee laatst genoemden laten zien, hoe de betekenis bij hen meer in de buurt komt van de omschrijving in Van Dale: “Ik heb u beloofd daarover een brief te sturen na ommekomst van dat overleg” (Van Engelshoven), “en de Kamer na ommekomst van het onderzoek en de onderhandelingen daarover te informeren” (Koolmees). Bij hen sluit staatssecretaris Blokhuis zich aan (CU). Diverse malen gebruikte hij in de twee jaren ommekomst in de termijn-betekenis. Het ging telkens overigens niet om een termijn die verstreken was maar om het voltooid zijn van een onderzoek, evaluatie, quickscan.

Ommekomst is een juridische term en het is daarom verrassend dat een minister van Justitie en Veiligheid (Grapperhaus) volgens de Handelingen kan zeggen: “Na ommekomst van het advies van de Raad van State gaat het naar de Tweede Kamer” en “Ik zou de motie wel zo willen lezen dat ik na ommekomst van het inspectierapport daarover in gesprek ga met de korpschef”.


Minister Bruno Bruins (mr.drs.) is de voornaamste gebruiker van ommekomst in de originele betekenis. In 2018 en 2019 zijn deze voorbeelden vindbaar, door de Dienst Verslag en Redactie uit zijn mond in de Tweede Kamer opgetekend:
• Het lijkt mij verstandig om eerst die evaluatie na ommekomst van dit jaar te bestellen en hier ter tafel te voeren.
• En na ommekomst van deze eerste termijn ga ik mij verstaan met de specialist, als dat niet al is gebeurd door iemand in mij omgeving, opdat ik u daarover aan het begin van mijn tweede termijn kan informeren.
• Nou ja, het gesprek voeren over de ontwerp-AMvB aan de hand van en na ommekomst van de consultatie lijkt mij de goede werkwijze.
• … na ommekomst van de consultatie en met daarbij een opvatting vanuit de ministerraad…
• Dat kan soms na ommekomst van de gesprekken zijn die ik heb gevoerd met het ziekenhuis,…
• … misschien na ommekomst van de evaluatie.
• Die peildatum is gekozen omdat ik na ommekomst van enig jaar wil dat de NZa peilt…
• Na ommekomst van het jaar kan de NZa monitoren hoeveel van dat budget is opgehaald.
• Ik denk dat je moet meten na ommekomst van een jaar…

Bruno Bruins (Google-afbeeldingen)

Ommekomst is onderweg. Van Dale zal in eerste instantie – de vraag is nog even wanneer – de betekenis ‘ontvangst van document’ toevoegen en wellicht ‘voltooid (van onderzoek, evaluatie e.d.)’, maar daarmee kan de ontwikkeling niet voltooid zijn. Als Bart Snels (GroenLinks) spreekt van “na ommekomst van bijvoorbeeld de commissie-Donner” bedoelt hij onuitgesproken het rapport van die commissie.
Joost Sneller (D66) is wellicht zoekend op het pad van ommekomst, getuige dit citaat uit de ongecorrigeerde Handelingen: “dat we het dan de eerstvolgende keer per ommekomst goed gaan regelen”. Iets per ommekomst goed gaan regelen?

Snels, Sneller, témpo vraagt Ronald van Raak (SP) bij een Regeling van Werkzaamheden: “Dan stel ik voor om toch opnieuw te vragen of er een meerderheidsdebat kan komen en dan ben ik graag bereid om dat debat pas te voeren na ommekomst, onder een kleine voetnoot: “ommekomst” is natuurlijk niet maandenlang.”

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Variatie in familieberichten (8): Hewolt uit Hendrik Wolter, Gerwin uit Geert Willem e.d.

Bij vrouwelijke en bij mannelijke roepnamen die het resultaat zijn van samentrekking uit twee doopnamen is het doel blijkbaar vaak dat het resultaat van keuze op zichzelf weer een bestaande naam is. Liever gezegd: is of zo klinkt. Immers, Lejo < Leendert Johannes is op het gehoor exact gelijk aan Leo, de gewone variant (een kortere vorm van welke langere Leonard, Leonides of wat ook). Zo is Pieja < Pieterke Janna maar we zien een knipoog naar de vrouwennaam Pia, anders van vorm, identiek voor het gehoor. In de geschreven vorm is in deze twee voorbeelden herleidbaar.

Bij deze gevallen zou het niet zonder meer duidelijk zijn op basis waarvan de gekozen naam is ontstaan, het is de overlijdensadvertentie die de link legt tussen de doopnamen en de roepnaam (ik illustreer twee gevallen via vet):
Alfred < Albert Frederik
Ariën < Arie Hendrik
Arjan < Arend Johan

Gejo < Gerrit Johannes
Gerjan < Gerardus Johannes; Gerrit Jan
Harjo < Harm Johannes
Reco < Reinier Cornelis
Wilco < Wilhelmus Cornelis 
Wilfred < Willem Frederik

Gejo heeft een vrouwelijke pendant in Geja < Geeske Janke of Geessien Jantje, Lejo in Leja < Leentje Jantje.
Deze gecontraheerde namen zijn vooral het product van het samenvoegen van het begin van twee voornamen. Een bijzondere variant (waarbij de tweede naam er bekaaid af kwam en nauwelijks zichtbaar is) zien we in Mark < Marten Klaas.

Uit DvhN

Net als bij vrouwen het geval was in de vorige aflevering kan de volgorde van de gegeven doopnamen aangepast worden, getuige Derk Anne dat in omgekeerde volgorde min of meer leidde tot André, net als Johan Gerardus dat Gejo kon voortbrengen. We zien eraan dat het naar alle waarschijnlijkheid gaat om een bewuste naamkeuze, niet een ontsporing uit de kindertaal (waarover verderop meer).
Evenmin als bij namen van vrouwen is het bij mansnamen een verplichting om het begin van de tweede naam te benutten. De volgende twee, sterk vergelijkbare voorbeelden laten dat zien:

Jobert < Johan Egbert
Jobèrt < Johannes Bernardus

en vergelijk ook Con dat mogelijk een samenvoeging is van begin en eind van achtereenvolgens Cornelis en Anton.

Het resultaat van de samentrekking is niet altijd een echte of gangbare voornaam. In de familieberichten zijn ongewone roepnamen aangetroffen inclusief een gekozen fragmentje dat geen volledige lettergreep is:

Apus < Augustinus Phillipus
Hewolt < Hendrik Wolter
Hewilh
(sic) < Herman Wilhelm

Uit Tubantia

Erwin, Gerwin en Herwin zijn onderling rijmende roepnamen die hun slot stukje –win met lichte aanpassing telkens te danken hebben aan de doopnaam Willem, de voornaam aan Hendrik, Geert e.d.

Uit DvhN

In plaats van een duo als basis kan hier (waarover het ook ging in aflevering 6) ook een trio het vertrekpunt zijn: neem Thim de roepnaam die afgeleid is van het drietal doopnamen Thorwald Isedoor Marie.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Taalverandering in Coronatijd: dagdoden

Wat er zich in Italië aan het voltrekken is, vatte Teletekst op vrijdag 20 maart 2020 in feite samen in het woord dagdoden:

“Hoogste aantal dagdoden in Italië” was de korte weergave van het nieuws, op pagina 136 staat het zo:

In Italië zijn de afgelopen dag 627 
 mensen overleden aan de gevolgen van   
 het coronavirus.Niet eerder kwamen er  
 in een dag zoveel bij.Het dodental in  
 Italië staat nu op 4032,het hoogste    
 aantal van alle landen in de wereld.

Dagdoden is een plezierig woord voor een redacteur die een samenvattende regel moet maken binnen een wel zeer beperkt aantal tekens, wat de kracht én het nadeel is van Teletekst. Maar misschien is het ook een minder aangenaam woord, bezien vanuit de gebruiker van TT. Is er wellicht kritiek gekomen op dat gekozen woord dagdoden? Vanochtend (21.03.2020) was de tekst aangepast:

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Compliance, compliance, compliance, jongens!

Als Corona iets is, dan is het internationaal. Vanmiddag ging de hele persconferentie van de minister-president weer over het virus en: hoe logisch! Vrijwel op het moment dat Mark Rutte zijn persconferentie beëindigde (hij kwam goedgemutst over, ook al gebruikte hij minstens een keer of vijf het woord jongens, een tussenwerpsel waarmee hij ook vandaag een zekere ergernis leek uit te drukken), begon Andrew Cuomo in New York een dagelijkse persconferentie. Hij is gouverneur van de staat New York, maar in heel Amrika wordt naar diens gesprek met de media gekeken. Dat zal te maken hebben met zijn zakelijk-feitelijke en makkelijk volgbare benadering. Cuomo bestrijdt de coronacrisis, president Trump is primair met de financiële markten bezig, afgaande op de hoeveelheden tijd die elk van beide leiders aan onderwerpen spenderen, direct of indirect (zoals de president dat doet door dingen aan te kondigen die onzeker of minstens nóg niet waar zijn, denk aan Google dat een website zou bouwen binnen enkele dagen, medicijnen die feitelijk al klaar zouden liggen, door bij stijgende beurskoersen zijn eigen rol te claimen e.d.).
Cuomo heeft de statuur, zich zittend en relaxed tot het volk te richten en op te roepen tot compliance, het naleven van de regels die zijn uitgevaardigd.

Mark Rutte was vandaag ook op de Engelse toer. Compliance kwam ook in zijn beantwoording voor maar hij wist er nog juist een vertaling van te geven (“dus dat mensen er ook aan meewerken”). “Hou je aan de regels” komt allicht beter over in Nederland dan een woord als compliance dat nog maar zo kort – en dan ook nog in relatie tot de financiële wereld – in Van Dale staat (te weten 2017).
Het is een enorm karwei, de strijd tegen corona. Het motto volgens de Nederlandse premier: Preparing for the worst, hoping for the best.
Hij heeft vast meer Engels gesproken, maar enkele malen hoorden we de minister-president Nederlands in de vorm van vertaald Engels. Met de vuist naar de hemel blaffen zei hij, waarin barking at the moon te herkennen is. Een argument voeren met de samenleving – komt Engels over met argument in een betekenis die komt in de richting van ‘een felle discussie’.

Jongens, corona heeft ons gebracht in een massief zware situatie! Massief verhoogde voorheen letterlijk de zwaarte (een kwestie van soortelijk gewicht waarschijnlijk), sinds zwaar ook de figuurlijke betekenis ‘moeilijk’ bezit kan massief in deze context een bijwoord van graad zijn dat de moeilijkheidsgraad nog eens aanzet.

Over compliance gesproken, ik keek na Cuomo nog even naar CNN en zag Donald Trump zoals elke dag te dicht opeen met mensen uit zijn team. Toen minister Mike Pompeo aan de microfoon kwam, wist ik het: die gaat weer spreken van China-virus.

P.S. 21.03.2020 Toen ik deze bijdrage schreef, was ik juist gestopt met te kijken naar de persconferentie van Trump c.s. en wel op het moment dat Pompeo aan de beurt kwam. Die spreekt zó snel, dat ik pas bij terugluisteren hoorde dat hij direct in het begin al sprak van Chinese virus. Omdat hij dat ook eerder al had gedaan, was het niet moeilijk dit te voorspellen maar gehóord had ik het op het moment van schrijven dus niet.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

“Ongelofelijk geblunderd” en “ongelofelijk respect”: het vertrek van Bruno Bruins

Uit Debatgemist

Het Coronadebat gisteravond kreeg een beklemmende wending – we zagen Geert Wilders aan de interruptiemicrofoon van schrik zijn mond vertrekken – toen minister Bruins plotseling ineen zakte achter het spreekgestoelte. Vanmiddag bleek dat dat het laatste was wat we van de minister voor Medische Zorg en Sport in de vergaderzaal van de Tweede Kamer zouden zien, Bruno Bruins is vandaag afgetreden.

Uit Debatgemist

Wie van de woordvoerders en met welke woorden zij de snel vertrokken minister daarna in de vergaderzaal nog het beste wensten, ach ja, belangrijker is allicht met wat voor spervuur Bruno Bruins het voordien te stellen kreeg en wat er aan opmerkingen over hem uitgestort werd. Geert Wilders (PVV) was een belangrijke vertolker van kritiek, hij zei dat er “ongelofelijk geblunderd” was door minister Bruins.

Dat woord ongelofelijk kwam enkele malen voorbij in het debat – het was vandaag ook het woord dat vooraan stond in de verklaringen van premier Rutte en vice-premier De Jonge bij de persconferentie naar aanleiding van Bruins’ vertrek (en met de aankondiging van nieuwe corona-maatregelen).

Esther Ouwehand (PvdD) sprak in het debat van “nieuwe virussen die ongelofelijk gevaarlijk zijn” en die voortkomen uit onze omgang met dieren. Lodewijk Asscher had het over “heel belangrijke kwesties voor ongelofelijk veel mensen”. De premier memoreerde de onmogelijke keuzes (dat “het ongelooflijk moeilijk is om te bepalen of je op tijd je maatregelen neemt”) en zei over degenen die nu in de frontlinie staan: “We zijn ons er zeer van bewust hoe ongelofelijk belangrijk het is dat zij hun belangrijke werk kunnen doen.” Pieter Heerma (CDA) was eerder in zijn bijdrage begonnen met “waardering en ongelofelijk respect” voor hen uit te spreken.

Vanmiddag opende premier Rutte met respect aan Bruins te betuigen (hij wilde hem “ongelofelijk bedanken” hoe deze zich had ingezet) en Bruins’ opvolger De Jonge constateerde “dat het ongelofelijk verdrietig is, ongelofelijk balen”. 

Ongelofelijk ondergaat een verandering in het Nederlands en de citaten hierboven laten dat zien. Goed, het overeenkomstige is het onderstrepende karakter van het woord. Ongelofelijk plaatst als het ware een reeks uitroeptekens bij wat iemand beweert. Vroeger (hoe lang geleden, dat moet nog even uitgezocht worden) onderstreepten we met het woord iets waarbij een wijsvinger paste, hetzij beschuldigend, hetzij bewonderend. Toen wees de spreker via ongelofelijk zogezegd vooral van zich af. Als iemand ongelofelijk zijn best had gedaan, dan was dat nooit degene die zelf sprak.

Dat is veranderd: de premier bedankt ongelofelijk, Pieter Heerma betoonde ongelofelijk respect en verwezen beiden met een overtreffende trap naar iets wat betrekking had op de spreker zelf. Natuurlijk, de dank, het respect ging uit naar de man die nu moet zien bij te komen en op te krabbelen maar dat was afkomstig van Rutte en Heerma en dus ook de ongelofelijke omvang van dank en respect.

Ongelofelijk is aan een opmars bezig, veronderstel ik door de oogharen kijkend: in 2018 stond het 320x, in 2019 399 maal en nu al meer dan 100 keer opgeschreven in de Handelingen. Dat wijst op een devaluerende tendens van de inhoud.

Uit Debatgemist

P.S. Eerder was ongelofelijk te parafraseren als “kijk eens, wat een….: niet te gelóven!” Zoiets kon een spreker uiteraard niet van zichzelf zeggen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment