Zeer, bepaald en dergelijke onderstrepende bijwoorden (i)

Met de verhuizing van Wopke Hoekstra (CDA) van de Eerste Kamer naar het kabinet-Rutte III moet de frequentie van het gebruik van het bijwoord zeer telbaar zijn toegenomen in de Tweede Kamer. In het eerste debat in de nieuwe samenstelling van eind maart 2021, het ging over de formatie, streepte ik een paar van die zeer-gevallen aan in de bijdragen van Hoekstra:

Hoekstra bij Radio 1-debat maart 2021

Dit bijwoordje zeer is typisch een vergaderwoord, in elk geval iets wat je op de basisschool nog niet zegt en op de middelbare school hooguit in een opstel gebruikt. Als ik het vaak door iemand gezegd hoor worden tijdens een debat, denk ik dat de spreker het heeft opgepikt in zijn studententijd; denk bij zeer aan Minerva. Zeer verstrekt aan de spreker een zeker gewicht althans hoogte en van die positie is hij zich bepaald (zou Luns zeggen of anders bepaaldelijk) bewust – nieuwe kamerleden, Caroline van der Plas en Sylvana Simons, zullen zich van het woord vast meer gaan bedienen na hun entree in ‘s lands Vergadertaal. Als dat niet zo is: chapeau!

Maar niet alleen Hoekstra heeft een plek in de eredivisie van zeer-sprekers, doe de minister-president geen onrecht door hem in dit opzicht te vergeten. Ook van hem streepte ik wat van die zeer-gevallen aan in dat eerste formatiedebat:

Uit hetzelfde debat via Radio 1 een still van Mark Rutte:

Wat is er vreemd aan dit onderstrepende zeer uit de mond van de leiders van dit wolkje van twee rechtse partijen? Ik bladerde terug naar de Handelingen van 26 september 1950 en noteerde vanaf het begin van die vergaderdag een poosje álle keren dat zeer genoteerd stond om een impressie te krijgen:

Je hoeft maar een beetje aan zinsontleding gedaan te hebben om het verschil tussen 1950 en 2021 te kunnen zien. Daarover in de volgende aflevering.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De VVD-leider positief bedraad dansend in de ring, de Kamer als politiek assistent: toch, Eelco?

Op de tribune van de Tweede Kamer mochten gisteren – het was woensdag – weer bezoekers plaatsnemen, op ruime onderlinge afstand. De publieksspeler die Mark Rutte is zwaaide vóor het Verantwoordingsdebat enthousiast, dan naar deze, dan naar die kortgebroekte padvinder daarboven. Het was weer ouwejongeskrentenbrood met de premier. Moties tegen hem met uitzondering van de veilige thuishaven VVD kamerbreed aanvaard? Dat moet dan lang geleden geweest zijn, tijdens de Kleine IJstijd of zo.
Dat gezegd hebbend zei de premier welgemutst en scoorde bijna een serie van 10 trefwoorden die in dat parlementaire woordenboek staan of hadden moeten staan: hebben we onder schot, bevallen van een tekst, kond doen, arrangementen, hoe de uitgaven hier geland zijn, monitoren, adresseren en zich bekreunen over.

De premier had “de eer” om vragen te beantwoorden, minister Hoekstra zou de kernvragen beantwoorden (Comptabiliteitswet!) en dan: “De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal praten over de rijksbrede bedrijfsvoering en Defensie/Vastgoed. Dat even over de rolverdeling.” Die heeft Raymond Knops geregistreerd, práten.
Tikjes deelde de premier niet zo veel uit, wel eenmaal een schop en verder was hij olijk, in warme harmonie met de leider van het CDA en we hoorden lijntjes naar de ChristenUnie “en andere partijen hier die zich meer confessioneel oriënteren” gelegd worden, altijd handig ten tijde van een “formatie waarvan ik hoop dat mijn partij daar een bijdrage aan mag leveren”. Komisch, zonder de VVD is er geen normaal kabinet mogelijk. Dat lijntje naar de confessionelen (met wie SGP en CU bedoeld moeten zijn) bestond uit een reactie op verwijzingen naar de filosoof Kant die eerder door anderen was aangehaald en Mark redeneerde makkelijk van Emmanuel Kant naar paus Leo naar Maarten Luther. Grappig, Emmanuel. Grappig ook, hoe de premier van “mijn partij” zich zo uitsprak voor overheidsuitgaven op het terrein van cultuur: Halbe is ook al eeuwen geschiedenis.
De premier sprak van zichzelf “als liberaal” en vele malen van “mijn partij”, het Verantwoordingsdebat was politiek gekleurd en vond plaats op een dansvloer waarbij door de premier waarneembaar gekeken werd wie wie voor het bal zou kunnen uitnodigen. Daarbij volgt de VVD-fractie de leiding. Eelco Heinen had in zijn nerveus-sympathieke maidenspeech gesproken van een goede controle op de overheid. Maar toen zijn partijgenoot Rutte hem complimenteerde met die bijdrage liet hij niet na op te merken hoe de minister-president uitzag “naar de samenwerking.” De Kamer als politiek assistent van het kabinet, “toch, Eelco?” Nieuwe cultuur of oude wijn?

Rutte was de oude, zichtbaar goedgemutst en naast zijn blijde lach is dat aan zijn taal het best te merken ook al blijft hij altijd politiek opereren. De massieve kritiek van de Rekenkamer brengt hij in essentie terug tot een kwestie van een postzegel (dat idee moet vooraf bedacht zijn, het werd een reeks van keren dankbaar uitgevent). Als D66 te kritisch is, geeft Rutte die partij een draai om de oren door het onderscheid te reduceren tot een stijlverschil. (“Het zal aan mijn karakter liggen dat ik probeer om dat dan weer positief neer te zetten door te zeggen dat we het gaan aanpakken, terwijl u misschien langer wilt horen dat ik zeg: ik vind het heel ernstig. (…) Dat is dan dus meer een stijlverschil dan een inhoudelijk verschil.”) Nee, Mark staat heel anders in de wedstrijd: “Sorry, misschien ben ik iets te positief bedraad om er heel lang in te blijven hangen dat dingen niet goed gingen.” En: “Mijn excuses als mijn body language niet is dat ik hier huilend op de grond lig.”

We hoorden weer een enkel Duits woord van de premier (wirtschaften, geeinigt) en meer naar het einde toenemend Engels: lessons learned, this is the easy part, magic formula, overall, body language en Financiën has its ways to know what is happening, fossil fuel en sustainable pad. Klinkt allemaal serieuzer dan gemottenbalde ziekenhuizen en het delen van reflectie waar ze aan het Binnenhof in het Nederlands ook van spreken.
De tegenwoordige tijd wordt daar gekenmerkt door terugkoken (de 5 miljard van VWS waar de Algemene Rekenkamer zo kritisch over was terugbrengen naar “de serieuze 590 miljoen”), afpellen, meelopen, doorzetten (wat Van Lienden aan Algemene Zaken aanbood werd direct doorgezet naar VWS), uitboren (vraag mij verder niks, ga het uitboren in een WGO, inkopiëren (de Eerste Kamer tegelijkertijd op de hoogte stellen), inzoomen, inregelen, optuigen en dat soort samengestelde werkwoorden. Binnenhofs anno 2021.
Je moet wel insider zijn om zo’n debat te kunnen volgen, wie het artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet niet uit het hoofd kent, die heeft hier inhoudelijk niets te zoeken. Naast een drieletter-afkorting als sommige partijnamen en VWS is het handig te weten wat pbm betekent, WGO, de vvt-sector, ARK, IRF, Awf/BIK, het Vpb-tarief en TVL. Het merendeel wordt niet uitgelegd – en waarom zouden ze ook tijdens zo’n bokswedstrijd.

De VVD-leider danste positief bedraad in de ring, het CDA (Hoekstra zonder nadere toevoeging) aan de zijde van de VVD (Van Ark noemde Rutte ook zonder nadere toevoeging) en hij verdedigde zich vrolijk, deelde een enkel plaagstootje uit, negeerde de PVV maar reserveerde één uppercut tot op het allerlaatst. Pepijn van Houwelingen (Forum) vroeg ten einde raad over die enorme kritiek van de Rekenkamer op het kabinet: “Maar als u ziet hoe gruwelijk het is misgegaan, vindt u het dan, als CEO van het kabinet als het ware, niet belangrijk genoeg om daar een chefsache van te maken?”
De premier: “U maakt opnieuw een presidentieel stelsel van Nederland. Dat moet u niet doen, dan maakt u mij te machtig. U gaat de functie nooit leveren, dus doe dat nou niet. Onverstandig, niet doen!”
Met de schop U gaat de functie nooit leveren onder zijn achterste ging Van Houwelingen met gebogen hoofd als een haas terug naar zijn bankje achteraan in de klas. Mark nam vergenoegd zijn zitplaats in vak-K in. Een vrouwelijke bode bracht hem een nieuw glas water en een verse chocola. Of was het toch koude koffie met melk?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Gemankeerd: van een mislukt persoon naar iets met een gebrek (ii)

Na het voorafje over Schratt en Frans Jozef nu naar de aanleiding van deze twee stukjes, het boek waarin een reeks interessante parallellen tussen het Habsburg van vroeger en het Europa van nu beschreven wordt. De schrijfster heeft eerst in Brussel gewoond, later in Wenen: ze is nog steeds een van de weinigen die in de Nederlandse media over de hedendaagse politieke gebeurtenissen in Oostenrijk schrijven. Daar is veel aan de hand: een rechter uit het Constitutionele Hof is enkele dagen geleden opgestapt (hij was nog niet lang geleden minister van Justitie, en schreef als hoge rechter over vertrouwelijke zaken appjes met een topambtenaar op het ministerie, deze betoonde zich append racistisch). Er is in dit blog vaker op gebeurtenissen in Wenen gewezen die niet direct passen in het beeld van een moderne Westerse staat in de EU zoals een inval door Justitie thuis bij de minister van Financiën die daarover getipt wordt en wiens vrouw nog even een laptop weg kan smokkelen in een kinderwagen. Lees bijvoorbeeld de Süddeutsche Zeitung om daar van op de hoogte te blijven met behulp van de pen van bijvoorbeeld Cathrin Kahlweit of Alexandra Föderl-Schmid, vroeger Weense collega’s van Caroline de Gruyter.

De stijl van Caroline de Gruyter wordt vooral gekenmerkt door veel korte zinnen in Beter wordt het niet – Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie. Ik schrijf zomaar een paar regels over, p. 136: “In 1945 gingen de Clary’s op de vlucht voor de communisten. Ze namen niets mee. Met veel geluk en dankzij de hulp van een aantal Tsjechische medewerkers belandden ze uiteindelijk in Duitsland, waar ze een paar jaar bij familie logeerden. Ten slotte streken ze neer in het enige huis dat ze nog bezaten. In Venetië. Ze hadden geen sou. Mensen ‘leenden’ hun stookhout voor de winter.”

Voorzijde besproken boek

Over de taal. Op p. 233 wordt Europa “een gemankeerde federatie” genoemd. Over het woord gemankeerde struikel ik in stilte, gissend naar de precieze betekenis ervan. Via Delpher kies ik voor het zoeken van dat begrip in boeken. Vroeg in de 20ste eeuw zie ik een gemankeerde afspraak, een gemankeerde avond, een gemankeerde echtgenoot, een gemankeerde artieste, “matrone”, een gemankeerde zoon.

Veel maar zeker niet alles daarvan past bij wat het Franse woordenboek ons geeft onder manqué, vast het woord waarop gemankeerd teruggaat. Van Dale Frans bevat un garçon manqué – het ís een meisje maar het had een jongen moeten zijn. Een vie manquée is ‘verknoeid leven’. Mislukt is hier de overeenkomstige betekenis of ‘niet doorgegaan’. Maar een positief gebruik in het Frans (noemde me een kennis) in het geval van un cuisinier manqué: dat is geen mislukte kok, nee aan iemand is een kok verlóren gegaan (hij werd iets anders maar had een prima kok kunnen zijn geweest want hij kon heerlijk koken).

In de Grote Van Dale staat gemankeerd omschreven voor iemand die zijn carrière is misgelopen (met als voorbeeld een gemankeerde dominee).

Als we in de Handelingen van de Tweede Kamer kijken, vinden we de volgende zinnen in het kalenderjaar 2020, ook weer lukraak gekozen:

• De heren Wiersma en Paternotte vroegen beiden naar de gemankeerde kennismakings-periodes voor nieuwe studenten.
• Dan moet hij de Eerste Kamer er toch van overtuigen dat zijn gemankeerde wet aangenomen moet worden.
• De processen tegen Geert Wilders vormen het grootste naoorlogse schandaal in onze geschonden en gemankeerde democratie.
• Het gevaar is nu toch dat we nog een hele lange tijd in een gemankeerde anderhalvemeter-samenleving moeten opereren (…)
• Mocht een uiterst kleine meerderheid dan toch uiteindelijk dit gemankeerde, verouderde en oneerlijke verdrag met Canada goedkeuren (…)

Wat het eerst opvalt is dat het in het Frans en in vroeger Nederlands kennelijk vaak direct of indirect over personen ging en nu niet meer. Die personen waren vooral iets niet geworden wat ze zelf of anderen juist hadden gehoopt of nagestreefd: ze waren in een bepaald opzicht mislukt.
Bij het tegenwoordige gebruik in het Nederlands moeten we in de eerste plaats denken aan iets waar wat aan ontbreekt, een mankement en dat is een logische gedachte. Maar ons mankeren is wel hetzelfde werkwoord als het Franse manquer, in die taal is het dus iets veel sterkers dan een vlekje.
Sprekers van het Nederlands die misschien onbewust iets van een betekenisverschuiving registreren, voelen zich allicht onzeker wanneer gemankeerd gebruikt wordt – en kunnen dan in hun aarzeling daarover struikelen. Wat bedoelde Caroline de Gruyter bijvoorbeeld precies met Europa als gemankeerde federatie?

Gemankeerd belandt trouwens pas vrij laat in de Grote Van Dale: 1984. In de Nederlandse versies van de “Grote Van Dales” van de vreemde talen Engels, Duits en Frans staat het niet als lemma opgenomen, evenmin als in Van Dale NN (Hedendaags Nederlands). Een manco, lijkt me.

Afsluitend nog even weerom naar Franz Joseph en die Freundin, mevrouw Schratt. Een jaar na het overlijden van haar man in 1909 zouden de keizer en zij dus een Geheimehe aangegaan zijn, een matrimonium conscientiae. Naar verluidt gesloten in de kleine Andreaskapel in het aartsbischoppelijk paleis bij de Stephansdom in Wenen. Dat gebeurde weliswaar ten overstaan van het hoogste lokale kerkelijke gezag maar verder zonder de gebruikelijke formaliteiten. Zou dat een voorbeeld van een gemankeerd huwelijk kunnen zijn geweest? Het blijft struikelen dat woord.

Andreaskapelle Wenen (afb. Wien Geschichte Wiki)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Gemankeerd: van een mislukt persoon naar iets met een gebrek (i)

Boeken, gesprekken met mensen en persoonlijke ervaringen vormen de ingrediënten van het succesvolle boek Beter wordt het niet waarmee Caroline de Gruyter ons langs Habsburgers voert en daarmee ook langs elementen van het verenigde Europa. Ze begint met het uitpakken van verhuisdozen in het chique deel van Wenen dat Hietzing is aan of althans met uitzicht op een Katharina Schratt Platz. Katharina Schratt was voor Caroline de Gruyter een onbekende naam. Ze vertelt hoe ze later over deze actrice hoorde, die een verhouding had met keizer Frans Jozef. Makkelijk, Katharina had een woning vlak bij een ingang van de paleistuin zodat ze bijna ongezien binnen kon glippen op weg naar de keizer. Haar woning is misschien wat lastig te vinden? Let dan vooral op haar initialen bijna bij de grond, wie weet welke symboliek in die afbeelding verwerkt is:

Initialen KS in maanvormige vensters van Schratts woning (foto SR 2016)

Kwam de vriendin bij de keizer? Het was eerder andersom (meen ik). Frans Jozef stond om half 4 op, maakte zich klaar, at een hapje om vervolgens aan het werk te gaan. Aanvankelijk was de situatie als volgt: Katharina had na een optreden in het Burgtheater nog nauwelijks een nacht gehad of ze moest al een vorstelijk ontbijt laten regelen voor de man die bij háar op bezoek kwam – met als doel om van haar roddels te horen, sappige verhalen in het dialect van Wenen en misschien wel om andere redenen, wie zal het zeggen.

Dat park heet nog niet zó lang naar mevrouw Kiss von Ittebe zoals ze officieel heette: met Nikolaus Kiss was Schratt gehuwd. Dat wil zeggen, de relatie begon stormachtig (op hun huwelijksreis in 1879 in Nederland klopten er schuldeisers van meneer aan bij de hotelkamer) en eindigde al vrij snel nadat zoon Anton geboren was. Maar gescheiden werd er niet en zo droeg de ster-actrice bij aan het delgen van de schulden van wat officieel haar echtgenoot bleef tot aan diens dood in 1909. In de praktijk had ze relaties met allerlei mannen die als gemeenschappelijke kenmerk hadden dat ze financieel daadkrachtig waren en als haar “gönner” wilden opereren.
Uiteindelijk was de voorlaatste Habsburgse keizer Frans Jozef I de belangrijkste en ook de langdurigste relatie van Kathi Schratt. Volgens Georg Markus (Katharina Schratt. Die zweite Frai des Kaisers) ging hij met haar een gewetenshuwelijk aan toen zij weduwe was, Elisabeth was al jaren tevoren vermoord. Frans Jozef bedacht Katharina zéér, met sieraden en geldelijk. Indirect deed hij dat onder meer door Nikolaus Kiss blijvend te verzekeren van een overheidsbetrekking op steeds veilige afstand in het buitenland.

Wie over de keizer leest, verneemt telkens (bijvoorbeeld van zijn langjarige kamerdienaar Ketterl) hoe sober hij was – maar dan wordt voorbijgezien aan de werkelijk enorme uitgaven die gedaan werden voor het relatieleven buiten dat met Sisi, Elisabeth. Zo was daar onder meer een verhouding met Anna Nahowski, met wie Frans Jozef het door iemand van het hof uit liet maken toen de relatie met die andere, wat hij noemde “theuerste Freundin” vorm begon te krijgen: Anna moest beloven te zwijgen en kreeg veel geld wegens bij haar verwekte nakroost.
De keizer was praktisch ingesteld én had de middelen. Zo maakte hij het Anna mogelijk vlakbij de paleistuin van Schönbrunn op loopafstand te wonen, wat hij met Kathi herhaalde – sterker, deze vestigde zich in Hietzing pal bij dat eerdere juist afgedankte liefdesnest daar.

Talloze brieven schreef Frans Jozef haar, Brigitte Hamann gaf er een selectie van uit onder de titel Fast jede Nacht träume ich von Ihnen. De keizer blijkt (zeker in de beginjaren aangemoedigd door Elisabeth) gek op de actrice – en Oostenrijk discussieert nog altijd over de vraag in hoeverre het meer dan platonisch was. Haar epistolaire antwoorden liet Katharina mede door twee vertrouwelingen opstellen die vaardiger met de pen waren dan zij.

Hoe kwamen we op Schratt? Door dat boek van Caroline de Gruyter over het huidige Europa vergeleken met het vroegere Habsburg. Daarover nader in de volgende aflevering en in het bijzonder over het woord gemankeerd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Aan het hart liggen en aan het hart gaan: hoe betekenissen kunnen versmelten

Wat was ook alweer het hart van de democratie? Het Binnenhof? We zijn warm. Wie er op googelt vindt allereerst de naam van een documentaire die daar gemaakt is door Kees Boonman en Charlotte Nijs. Beetje verder zoeken in de tijd en we vinden het als slogan van de Stafdienst Communicatie van de Tweede Kamer: ‘De Tweede Kamer is van iedereen, de Tweede Kamer is voor iedereen. In de Tweede Kamer klopt het hart van de democratie.’ De Eerste vast ook wel een beetje?
Ook medici zullen vinden dat hart en kamers alles met elkaar te maken hebben (Van Dale: kamers zijn ‘de twee holten in het onderste gedeelte van het hart’).

Het is dus niet zo gezocht om een keer te kijken naar het gebruik van die uitdrukkingen met aan het hart in de Tweede Kamer. Er zijn er meerdere, ik richt me op de volgende twee waar de omschrijving van Van Dale aan toegevoegd is:
het gaat mij aan het hart – ‘het doet mij pijn, het verdriet mij’
het ligt mij na aan het hart – ‘het is voor mij van groot belang, het is mij dierbaar’

Een enkel voorbeeld uit vroegere Handelingen om er even in te komen, want het is een beetje een kwestie-in-verandering, zo zal snel blijken.
In de jaren ‘50 van de vorige eeuw betreurde het Friese Kamerlid Jacob Algera in 1951 dat de provinciale nummers op de auto’s zullen verdwijnen. Hij zei: het gaat mij zeer aan het hart. Weg zichtbare herkomst van wat er op de weg reed.

Verkeersminister Spitzen prees in dezelfde tijd een Kamerlid op het punt van “de eisen van de verkeersveiligheid, die de geachte afgevaardigde te recht zo na aan het hart ligt”. De verkeersveiligheid lag de geachte afgevaardigde na aan het hart.

Van een kwarteeuw later dateren twee citaten van achtereenvolgens Minne Dijkstra (D66) en “boer” Koekoek, opgetekend in dezelfde arena.
Dijkstra over ondersteuning van het Fries door de overheid: “Ik ben niet alleen belanghebbende in die zin, dat ik zelf friestalig ben, maar nog meer, omdat mijn kinderen friestalig worden opgevoed en dus hun toekomst ook in dit opzicht mij aan het hart gaat.”
Koekoek (BP): “Ik kan mij voorstellen, dat men in bepaalde gevallen in het belang van andere zwaarwegende zaken wel moet kiezen tégen het behoud van een stuk onvervangbare natuur. Dit zou mij aan het hart gaan maar — als ik meende dat het redelijk was – zou ik zeker aan zo’n beslissing meewerken.”

Bij de laatste twee zien we een verschillende betekenis bij het gebruik van hetzelfde idioom aan het hart gaan – voor Koekoek is dat in overeenstemming met Van Dale ‘het zou mij pijn doen’ als een stuk onvervangbare natuur geofferd moest worden. Maar bij Minne Dijkstra ligt dat anders. Als hij zegt dat de toekomst van zijn kinderen hem aan het hart gaat, moet dat betekenen dat het iets van gewicht voor hem is. Aan pijn of verdriet kúnnen we in deze context niet denken. (Ik heb in de jaren ‘70 meer dan eens met Dijkstra gesproken. Het ging helaas niet over deze talige kwestie, Dijkstra kwam wél op voor het Fries. Hij was Commissaris Regionale Zaken van de NOS, ik was toen in vaste dienst bij een regionale omroep.)

Nieuwsblad van het Noorden 17.04.1979

Het was geen frisisme van Minne Dijkstra – hij stond ooit op de nominatie om Commissaris der Koningin van Friesland te worden maar legde het af tegen Hans Wiegel (VVD) – zijn uiting is een voorbeeld van taalverandering in het Nederlands. Ook in de tegenwoordige tijd is dat zichtbaar. Nemen we de volgende voorbeelden uit het kalenderjaar 2020, zelfde golflengte, het Binnenhof:
• Ronald van Raak (SP): De lokale democratie gaat mij aan het hart, dus alle voorstellen wil ik echt heel serieus nemen, dus dit voorstel ook.
• Carla Dik-Faber (ChristenUnie): Ik merk dat de zorg voor onze leefomgeving, Gods schepping, zoals wij zeggen, ons gemeenschappelijk huis, steeds meer mensen aan het hart gaat.
• Rob Jetten (D66): En er zit ongeveer 200 miljoen in voor omscholing van werknemers — een onderwerp dat de heer Asscher en mij beiden erg aan het hart gaat — dat vanuit Onderwijs naar programma’s van SZW is overgeheveld.

Wat in Dijkstra’s parlementaire periode nog een uitzondering was, is nu vrijwel de regel: aan het hart gaan hoeft niet meer ‘pijn doen’ te betekenen, het kan óok inhoudelijk aansluiting zoeken bij na aan het hart liggen. Zo is het zonneklaar dat Ronald van Raak zeer betrokken was bij de lokale democratie – let op het getuigenis van Stieneke van der Graaf hieronder.

Aan het hart gaan was het ene verschil, de andere uitdrukking was ook een bijwoordje langer: na (of nauw) aan het hart liggen. Het is daarna bijna een logisch gevolg van wat we hierboven zagen, dat er ook in de Handelingen van het kalenderjaar 2020 deze gevallen zijn aan te strepen:
• Stieneke van der Graaf (ChristenUnie): Hieruit spreekt de onvermoeibare en jarenlange inzet van onze collega Van Raak voor onze democratie, die hem erg na aan het hart gaat.
• Aukje de Vries (VVD): Ik heb geen concreet plan voor ogen, maar ik vind dat we wel een open blik moeten houden als er nog investeringen naar voren gehaald kunnen worden. Defensie was een voorbeeld. U begrijpt dat dit de VVD na aan het hart gaat.
• William Moorlag (PvdA): Het Nederlandse landschap en de natuur gaan mij na aan het hart.

In alle drie de citaten (een optelsom: na aan het hart liggen + aan het hart gaan = na aan het hart gaan) moeten we aannemen dat er sprake is van grote betrokkenheid en niet van pijn.

Ik zou Van Dale willen suggereren, de informatie een beetje aan te passen onder het trefwoord hart.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Gewraakt: van kritiek op rechters en van uitingen naar een woord van niks

Verrassend, zo vaak als het woord gewraakt(e) in de media verschijnt. Bij rechtbanken gebeurt wraking van een rechter zeker niet dagelijks, het begrip duikt wel degelijk dag aan dag op maar dan buiten de direct-juridische sfeer.

Zo was er de gewraakte bevrijdings(dag)poster van een deel van Forum voor Democratie, er waren de gewraakte uitspraken van de Nashville-dominee over homofilie, er was het gewraakte project van de Super League waardoor fans van Manchester United het veld bestormden en Boris Johnson zei “laat duizenden lijken zich maar ophopen” (dat liever dan een nieuwe lockdown) – dat was een gewraakte uitspraak die de premier prompt ontkende.

Wraken en gewraakt is een wat officiëlerige term, er gaan jaren voorbij dat ik het woord gebruik. In de beschreven contexten is het telkens hetzelfde als ‘bekritiseerd’: er is kritiek op de poster (en de ontwerpers en verspreiders daarvan), op wat een dominee of een Prime Minister zegt, op een poenerig voetbalproject. Dat wat object van kritiek is, is nauw verbonden met de bedenker of spreker en zo is ook hier stilzwijgend een persoon object van wraking, net als in de rechtbank.

Dat ligt een beetje indirecter als er in Utrecht problemen zijn rond een voetbalveld: ‘s middags kan de vereniging EDO daarop spelen nadat er in de ochtend door de hondenvereniging gebruik van is gemaakt en dat vinden de sporters een onprettige, ja ongezonde gedachte – in de krant is er sprake van “het gewraakte voetbalveld”.

In Leiden gebeuren veel ongelukken op een bepaalde plek en het Buurtcomité Tuinstad-Staalwijk begint een meldpunt voor ongevallen op de fietsrotonde bij de Koninginnelaan en Herenstraat. Meldpunt, want volgens de wijkorganisatie is de rotonde nog steeds niet veilig ondanks een reeks aanpassingen. Foto-bijschrift: De gewraakte rotonde.

Hier lijken een voetbalveld en een rotonde gewraakt te zijn als object van bekritiseerd handelen (in beide gevallen is het minstens veronderstelde nalatigheid van de zijde van de lokale overheid). Een dader of een direct verantwoordelijke persoon is niet zo gemakkelijk aan te wijzen.

Wat staat er vandaag in NRC Handelsblad op de voorpagina:

website NRC Handelsblad (fragment)

In de loop van de laatste jaren is er enerzijds ontzettend weinig gebeurd (praat eens met gedupeerde Groningers) maar er zijn ook dingen wel degelijk veranderd: de gaswinning in het zogeheten Groningen-veld gaat stukje bij beetje naar nul en de NAM gaat niet meer over de reparatie van de schade of over het voorkómen van nieuwe. Mark Middel schrijft: “De NAM gaat niet over de versterkingsoperatie, maar moet wel de rekening betalen van alle schade die ontstaan is door gaswinning in het gewraakte gebied.”

Het gewraakte gebied.
Hier lijkt gewraakte op weg naar een betekenisverzachting, van ‘bekritiseerd’ naar ‘betreffend’.

RTV Noord bracht de scoop van de NRC vanochtend vanzelfsprekend groot en citeerde eruit. Dat gebeurde met en soms zonder aanhalingstekens, zoals dat gewraakte gebied.

In Groningen weten ze hoe versterkingsoperaties (niet of nauwelijks) werken – het woord gewraakte lijkt in het Nederlands momenteel onderwerp van het omgekeerde, een verzwakkingsoperatie.

P.S. Misschien is het goed, te verduidelijken dat dit gewraakte bij uitstek betrekking heeft (dus: hád) op woorden, meningen, bepalingen, interviews e.d.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Op een schoen en een slof – regeren is vooruitzien

Klopt dat lied van een 45 jaar geleden nog, nu Ajax dit weekend weer kampioen is geworden? Johnny Hoes (uit Rotterdam) schreef een tekst die zó begon:
Op ‘n slof en ‘n ouwe voetbalschoen
wordt Ajax kampioen
wordt Ajax kampioen,
Op ‘n slof en ‘n ouwe voetbalschoen
wordt Ajax kampioen.

In het laatste begrotingsoverzicht van vóor corona (zomer 2019) liepen de begrotingen van de Betaald Voetbal Organisaties in de eredivisie van 7 miljoen (RKC als laagste), Fortuna Sittard (7,2) en VVV (8) naar de top-drie Feyenoord, PSV en Ajax met respectievelijk 68, 78,5 en 110 miljoen euro.
Er is niets veranderd. Toen in 1966 begreep ik het Ajax-lied als ‘probleemloos wordt Ajax kampioen’ – andere clubs hebben geen schijn van kans. De tekst was helder, elke zondag was een festijn zelfs als de club uit de hoofdstad aantrad met schoeisel dat van geen kant deugde, als waren het een slof en oude kicksen. Waarom zie ik dat kicksen niet in Van Dale?

Wel vinden we daar een verwijzing naar het lied met de uitdrukking “op een slof en een oude voetbalschoen (naar de titel van een door Johnny Hoes (1917-2011) gezongen Ajax-supporterslied (1966)) met gebrekkige middelen”. Was Ajax zo goed of was Ajax zo arm?

In 1958 werd in de Eerste Kamer verwezen naar keramische fabrikanten uit de Tsjechische Sudentenlanden die na WO II terugkeerden naar Duitsland, “in de letterlijke zin van het woord op een schoen en een slof teruggekomen zonder een cent op zak”.
In hetzelfde jaar wordt aan de overzijde vastgesteld hoe groot de blamage is voor de Sovjets: Oost-Duitsers laten hun bezittingen achter en vluchten “om op een schoen en een slof in West-Berlijn aan te komen”. Twee jaar later is er in het parlement sprake van gerepatrieerden uit Indonesië die “hier komen op een schoen en een slof en alles hebben moeten achterlaten”.

Johnny Hoes veranderde het beeld van totale berooidheid en loutere armoe onder vooral politieke vluchtelingen naar een komische voorstelling – hij draaide blijkbaar de volgorde op een schoen en een slof om en paste de schoen aan tot een ouwe voetbalschoen.

Een slof is een ruime pantoffel die als het ware automatisch leidt tot een slepende, inactieve en gemakzuchtige gang (stel ik me voor). Tótdat iemand uit zijn slof schiet omdat hij/zij in actie komt! Tegen dat versloffen, dat laten versloffen, waarschuwt minister De Jonge (VWS) dezer dagen. Versoepelen mag niet versloffen worden!
Waarschijnlijk heb ik niet goed opgelet tijdens de laatste persconferentie van 20 april bij de aankondiging van de versoepelingen. Was daar toen al nadrukkelijk voor gewaarschuwd of hebben ze dat op VWS en Algemene Zaken een beetje slof behandeld omdat ze onvoldoende vooruitkeken? Op dat punt wat laks, nalatig – onvoldoende strak zou Rutte zeggen.

Hoe noemen ze zoiets aan het Binnenhof? Een Davy’tje, sinds zondag?

Afbeelding via Twitter AT5

“Davy Klaassen heeft de zooltjes voor in zijn voetbalschoenen weer terug. De middenvelder van Ajax gooide zondag tijdens het vieren van de 35ste landstitel zijn schoenen in de menigte die zich bij de Arena had verzameld.
Hij hoefde de schoenen niet terug, maar besefte dat hij de zooltjes nog nodig had. ‘Kan diegene die mijn schoenen heeft gevangen gisteren contact met mij opnemen? Mijn zooltjes zitten er nog in en die heb ik nog nodig zondag,’ schreef hij op Instagram. Gisteren liet hij weten dat ze terecht zijn.” (Het Parool 04.05.2021)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen