RTLNieuws en het voorzitten van de Tweede Kamer

Nu mevrouw Arib zo onder vuur is komen te liggen door een groot stuk op de website van RTL Nieuws is de aandacht ineens gericht op die hondenbaan die het is, een vergadering van beroepspolitici in goede banen leiden.

Vorige week ook met veel interesse gekeken naar het debat over de Spoedwet over de Avondklok in de Eerste Kamer? Jan Anthonie Bruijn heerste op een besliste manier, was gevat en gaf blijk van kennis van regels in het Reglement van Orde. Wat een genoegen!
Natuurlijk kent Khadija Arib het Reglement van Orde, maar voor m’n gevoel verwijst ze er nooit naar en hoeveel gezag krijgt iemand die het toepasselijke artikel X lid y zomaar uit het hoofd kan citeren. Het doet denken aan de oude Theo Joekes.

Wat me een groot probleem lijkt voor de voorzitter is kennis van Nederlands dat eigenlijk niet zou behoren te vallen in ‘s lands vergaderzaal. Waarom moet dat daar niet vallen? Simpel, kwestie van fatsoen. En o ja, Hoog College van Staat. Iedereen gaat over z’n eigen woorden? Iedere deelnemer aan het debat wordt wel beperkt in spreektijd en aantal interrupties, waarom dan niet in taalgebruik? En heb het Nederlands maar eens zo scherp in het vizier als de vroegere voorzitter Dolman! Daarvan een voorbeeldje van deze week, van de dag dat RTL Nieuws met scherp schoot op Arib.

Ter inleiding eerst de vorige week, het debat over een spoedwet nadat de Avondklok juridisch was gesneuveld en vervolgens in hoger beroep tijdelijk gehandhaafd bleef.
Kuzu (DENK) was aan het woord, hij verbaasde zich over het tempo waarmee dat ontwerp van wet aan de orde kon komen: “Dit getuigt ervan dat deze man, die dáár zit, zich opstelt als de dictator van de Lage Landen.” Dat sloeg op minister-president Rutte.

De ongecorrigeerde Handelingen vervolgen aldus:
De voorzitter:
Mag ik u even onderbreken?

De heer Kuzu (DENK):
Dat mag, voorzitter.

De voorzitter:
Ik vind het nogal wat als u iemand een dictator noemt.

De heer Kuzu (DENK):
Ik blijf wel bij die woorden, want het getuigt er wel van als je het parlement passeert en een maatregel doordrukt. Ik houd die woorden in stand. Ik ga over mijn eigen woorden.

De voorzitter:
Zeker, maar ik vind het vrij heftig om een minister-president ervan te beschuldigen een dictator te zijn. Die opmerking wil ik hier gemaakt hebben.

De heer Kuzu (DENK):
Ik neem daar kennis van, voorzitter. Dank u wel.

Even later kwam Chris van Dam (CDA) bij de interruptiemicrofoon en viel de voorzitter bij: “Het is echt not done om onze minister-president, democratisch gekozen, een dictator te noemen. Ik vind het echt voorbij wat fatsoenlijk is.” Kuzu’s reactie: “Ik ga over mijn eigen toon.”

Dat was de vorige week, 18 februari 2021. Nu naar gisteren, 24 februari. Tunahan Kuzu was opnieuw de DENK-woordvoerder. Hij sprak van versoepelingen in de lockdown als “fopspeentjes” om de Nederlanders zoet te houden en ging op dat punt verder: “Het absolute dieptepunt is natuurlijk die avondklok. Ondanks een uitspraak van de rechter, die de avondklok heeft gevloerd, en ondanks dat niemand het bewijs kan leveren dat die avondklok echt werkt, en ondanks dat Nederland gewoon helemaal klaar is met vanaf 21.00 uur opgesloten te zitten in je huis, blijft de avondklokautocraat Rutte de Nederlander nog eens drie weken lang pijnigen en pesten.”

In 2017 en 2018 is het woord autocraat niet gevallen in de huidige Tweede Kamer, in 2019 en 2020 wel. Toen had het betrekking op Hongarije, Polen en Turkije. Door Rutte avondklokautocraat te noemen, plaatste Kuzu hem op éen lijn met mensen als Orbán en Erdoğan. Misschien neemt niet ieder in de Kamer op dezelfde manier afstand van deze leiders, maar ook Kuzu heeft zonder twijfel geweten, hoe het bij de meesten van zijn ambtgenoten moet zijn overgekomen. Rutte als autocraat ‘heerser die alle staatsmacht in zich verenigt’ (Van Dale) – hoever wijkt dat af van iemand die dictator genoemd wordt?
Chris van Dam zweeg (maar was ook niet de CDA-woordvoerder) en ook mevrouw Arib trad niet op.

Onder het voorzitterschap van mevrouw Arib is de Tweede Kamer familiairder geworden. Zij ging voor in het gebruik van jullie in plaats van u, ze negeert het overtreden van het gebruik van het aanspreken in functie (de heer Rutte begint snel op te komen) de minister-president zelve verwijst in het debat bijna liever naar Hugo de Jonge dan naar de minister van VWS.
Misschien is er wel meer aan de hand in de sfeer van het voorzitten van de Kamer dan wat uit het artikel van RTL Nieuws naar voren komt.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Te gek voor woorden – op de leestafel (3)

Samengevat zien we deze woorden voorkomen in de Handelingen van de Tweede Kamer in de voorbije 12 maanden, inclusief hun frequenties wanneer dat meer is dan 1 – zie de vorige aflevering: belachelijk, bespottelijk, bizar (6x), erg (2x), gek (25x), gênant (4x), krankzinnig, laaghartig, lachwekkend, misselijk, schandalig (6x), schokkend, schunnig, smerig, sneu, treurig (2x), triest (4x), verschrikkelijk (2x), walgelijk, ziek (2x), zot (3x).
Op de positie van het oorspronkelijke gek in te gek voor woorden passen de meeste andere uit deze reeks door hun verwante betekenis. Ze zijn dus zeer negatief van inhoud maar dat wordt nog overtroffen door de echte werkelijkheid. Maar enkele voorbeelden laten zien dat de constructie “te gek voor woorden” als gevolg van frequentie-inflatie niet meer dat onvoorstelbaar zware uitdrukkingsmiddel is van weleer. Dat is trouwens geheel in overeenstemming met wat de OED beschreef (zie aflevering 1 van deze reeks van 3): “later, in colloquial hyperbolical use” – een duidelijk onderstrepen, misschien overdreven, maar meer niet meer.

Nu is het lastige dat er “jongerentaal” bij deze woorden zit, dat wil zeggen gebruikelijk Nederlands zoals sneu of ziek, maar dan waarschijnlijk in een nieuwere, negatieve betekenis. Zo zal te sneu voor woorden voor jongere generaties een andere lading hebben dan voor oudere, voorzover al acceptabel voor deze sprekers. Hetzelfde geldt voor triest, voor treurig is dat wellicht eveneens het geval.

In de eerste steekproef van die eerste aflevering in het bestand van de krantenbank LexisNexis kwamen ook “te logisch voor woorden” en “te intiem voor woorden” voor.
• In de Volkskrant van 06.02.2021 stond een artikel over het verschil tussen de oude postzegel en de nieuwe zegelcode, met onder meer dit onderscheid tussen beide: “Allereerst is het opschrijven van zo’n postzegelcode toch nog net wat omslachtiger dan het plakken van een zegel. Maar belangrijker: als je een postzegel op een brief plakt, dan weet je dat je hem gebruikt hebt. Dat klinkt te logisch voor woorden, maar bij postzegelcodes is dat dus een heel ander verhaal.” Dat klinkt te logisch voor woorden betekent ‘dat is ontzettend logisch, een open deur’.

• In Trouw van 23 januari 2021 werd Jessica Durlacher geïnterviewd naar aanleiding van haar nieuwe roman De stem. Ze vond dat ze daarvoor het werk van haar vader (de schrijver G.L. Durlacher) moest herlezen: “Ik heb zijn boeken vier of vijf keer gelezen. En ze waren prachtig al maakten ze me droevig, maar het blijft te intiem voor woorden, een boek van je ouders.” Te intiem voor woorden is zéér intiem.

Voor- en achterzijde boek Jessica Durlacher (vanaf website bol.com)

De interessante vraag voor de toekomst is, wat er met “te gek voor woorden” en vergelijkbare constructies gebeurt, nu zich een inhoudelijke tweesprong lijkt aan te dienen. Het overtreffende wegwerpgebaar dat er vanaf het begin mee annex was en dat al afzwakte naar de hyperbolische, negatieve betekenis, zou op het punt kunnen staan te verdwijnen: te logisch – en te intiem voor woorden missen dat afwijzende aspect helemaal. Als wij taalgebruikers dat pad toenemend opgaan, zou het logisch zijn als er in de toekomst door de volksvertegenwoordigers in de oppositionele partijen aan het Binnenhof zichtbaar minder naar gegrepen zal worden. De Kamer die we in maart zullen kiezen (nemen we maar even aan) zal er in de gebruikspraktijk over stemmen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Te gek voor woorden – aan de tekentafel (2)

In de voorbije twaalf maanden, laten we zeggen het laatste jaar van Rutte-III, werd de uitdrukking te gek voor woorden 25 maal vastgelegd in de Handelingen van de Tweede Kamer. Dat is een derde van het geheel van “te … voor woorden”. Aan het begin van deze eeuw was het nog de overgrote meerderheid van deze manier van zeggen, nu wordt gek in meerderheid geparafraseerd zoals blijkt uit het overzichtje hieronder weergegeven: links allereerst de naam van het Kamerlid, lid van welke fractie (voorzover van toepassing) en soms met een aantal (wanneer de uitdrukking door dezelfde spreker in hetzelfde debat meer dan eens gebruikt is en door de stenograaf vastgelegd).

Agema PVV te zot voor woorden
Beckerman SP te gek voor woorden
Beckerman SP te triest voor woorden
Beckerman SP te schandalig voor woorden
Beertema PVV te schandalig voor woorden
Beertema PVV te verschrikkelijk voor woorden (2x)
Den Boer D66 te bizar voor woorden
Fritsma PVV te krankzinnig voor woorden (3x)
Graus PVV te gek voor woorden
Heerema VVD te treurig voor woorden
Heerema VVD te zot voor woorden
Hiddema FvD te gek voor woorden
Jetten D66 te bizar voor woorden
Kops PVV te bespottelijk voor woorden
Kops PVV te bizar voor woorden
Kops PVV te bizar voor woorden
Kops PVV te bizar voor woorden
Kops PVV te schandalig voor woorden
Kops PVV te schandalig voor woorden
Kops PVV te schandalig voor woorden (2x)
Kops PVV te schunnig voor woorden
Kops PVV te sneu voor woorden
Kops PVV te treurig voor woorden
Kuzu DENK te gek voor woorden
Lodders VVD te gek voor woorden
Madlener PVV te erg voor woorden
Madlener PVV te gek voor woorden
Marijnissen SP te gek voor woorden
Marijnissen SP te gek voor woorden (2x)
Markuszower PVV te misselijk voor woorden
Mulder CDA te gek voor woorden (2x)
Peters CDA te gek voor woorden
Van Aalst PVV te absurd voor woorden
Van Aalst PVV te gek voor woorden
Van Aalst PVV te zot voor woorden
Van Aalst PVV te gek voor woorden
Van Brenk 50PLUS te gek voor woorden
Van Brenk 50PLUS te gek voor woorden
Van der Linde VVD te laaghartig voor woorden
Van der Staaij SGP te triest voor woorden
Van Dijck PVV te schandalig voor woorden
Van Dijk PVV te belachelijk voor woorden
Van Dijk PVV te gek voor woorden
Van Esch PvdD te gek voor woorden
Van Gerven SP te gek voor woorden
Van Kooten-Arissen te gek voor woorden
Van Kuik CDA te gek voor woorden
Van Otterloo 50PLUS te gek voor woorden
Van Otterloo 50PLUS te triest voor woorden
Wassenberg PvdD te triest voor woorden
Westerveld GroenLinks te gek voor woorden (2x)
Weverling VVD te bizar voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden (2x)
Wilders PVV te lachwekkend voor woorden
Wilders PVV te schokkend voor woorden
Wilders PVV te smerig voor woorden
Wilders PVV te verschrikkelijk voor woorden
Wilders PVV te walgelijk voor woorden (2x)
Wilders PVV te ziek voor woorden
Wilders PVV te ziek voor woorden

Er is moeilijk aan voorbij te zien, hoezeer er één fractie is die de uitdrukking “te … voor woorden” koestert. Daarvan is Geert Wilders onbetwist de koploper, Alexander Kops is goede tweede. (Martin Bosma ontbreekt in dit lijstje.) Wat een 40 jaar geleden aan de keukentafel van twee PvdA-afgevaardigden begonnen zal zijn, is inmiddels typerende PVV-spraak geworden.

Het frequentie-overzicht is in de vorm van een lijstje:
PVV 47
SP 8
VVD 5
CDA 5
50PLUS 4
GroenLinks 3
PvdD 3
FvD 1
SGP 1
D66 1
DENK 1

Grafisch weergegeven is de PVV-overmacht onmiskenbaar – de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie ontbreken in dit geheel: deze fracties bedienden zich van andere taal. Het kabinet sprak eenmaal via Staatssecretaris Blokhuis van “te … voor woorden”, te weten erg.

De volgende aflevering gaat over die woorden die het oorspronkelijke gek in te gek voor woorden momenteel blijken te kunnen vervangen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Te gek voor woorden – aan de keukentafel (1)

Een maandje via LexisNexis turen naar het gebruik van de uitdrukking “te gek voor woorden” en verwante wijzen van zeggen die daarop variëren, maakt vroeg in 2021 het succes van deze woordenreeks duidelijk. Hoe hebben we er ooit zonder gekund! Verreweg het vaakst lezen we te gek voor woorden, maar wat inhoudelijk maar een beetje lijkt op gek past daar evengoed: bizar, zot, idioot, absurd, ridicuul. Kijken we in Kamerverslagen uit de jaren kort na 2000, dan kunnen we op de plek van gek goeddeels identieke woorden aanstrepen als zot, bezopen, dol, absurd, belachelijk, bizar, ridicuul, onzinnig, idioot – maar te gek voor woorden was historisch de eerste en dat wint het zo in de jaren 2000-2010 nog steeds met overmacht als we op de gebruiksfrequentie letten.

Voor we onze blik richten op het afgelopen jaar kijken, terug naar het begin. In Dat gezegd hebbend… (Assen 2018) keek ik naar het Binnenhofse taalgebruik via debatten, persconferenties, gesprekken met de minister-president, maar vooral op basis van de Handelingen van de Tweede Kamer. De uitdrukking te … voor woorden staat in het boek behandeld op bladzijde 291-292. Van Ed van Thijn (PvdA) vond ik het vroegste gebruiksgeval, 13 juni 1979. Er was een motie over meer aandacht voor verkeersveiligheid met hem als eerste ondertekenaar kamerbreed aangenomen, maar drie maanden later bleek minister Tuijnman (van VWS) zich er een beetje van af te maken en de Kameruitspraak niet uit te voeren. Dat kritiseerde Van Thijn en – wat nu niet meer zou kunnen – de minister vroeg tussendoor een beetje verongelijkt: “Waarom spreekt u nu in deze toonzetting?” Dat gooide kolen op het vuur van Van Thijn die constateerde dat de bewindsman voor de organisatie van de verkeersveiligheid óok nog eens geen cent extra wilde reserveren en concludeerde toen: “Het is toch te gek voor woorden.”

Wat misschien geen toevalligheid is, maar de állereerste keer dat de uitdrukking de Handelingen haalde betrof niet die van de Tweede maar van de Eerste Kamer. Hedy d’Ancona sprak als PvdA-woordvoerder in de Senaat over het “gebrek aan coördinatie bij de huidige problematiek rond de Almere-spoorlijn”. Dat gebeurde op 12 juni 1979. Ze zei volgens de Handelingen: “Dat de Minister van Verkeer en Waterstaat nu ad hoc zijn collega van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening te hulp roept is te gek voor woorden.” Het gebeurde bij de behandeling van de begroting van het Departement van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Na haar uithaal naar minister Tuijnman van V&W zei ze “te hopen dat de Minister zich niet leent voor een dergelijk partijtje paniekvoetbal.” Dat laatste had betrekking op Jhr.Drs. P.A.C. Beelaerts van Blokland van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Een en dezelfde Verkeersminister werd dus aan beide zijden van het Binnenhof twee dagen achtereen met dezelfde, nu aan het Binnenhof geïntroduceerde bewoordingen onder vuur genomen door een PvdA-woordvoerder. Wat meer is: het betrof d’Ancona en Van Thijn die in die jaren een relatie hadden.*) Dat voedt de gedachte dat zij het aan de keukentafel over Tuijnman gehad hebben, voorafgaand aan de week waarin ze in de Kamers beiden moesten debatteren. Het onderstreept de vraag naar de oorsprong van te gek voor woorden: heeft een van hen de ander geïnspireerd? En ook: was er sprake van beïnvloeding vanuit het Engels?
De OED laat zien, hoe oud de algemenere wijze van zeggen “too —— for words” al is. De betekenis omschrijft OED als “to such an extent as to render a person speechless, or to defy description or expression in words; (later, in colloquial hyperbolical use) extremely ——, utterly ——.” We zien aan de OED hoe lang het Engels dit gebruik al kende:

Oxford English Dictionary: too… for words (zie links de jaartallen waaruit de citaten stammen) **)

Te gek voor woorden is ‘in woorden niet te vatten, taal te boven gaand’ – met geen pen te beschrijven zouden bepaalde politici graag zeggen. Dat is dus een wel zeer sterke mate van uitdrukking aan iets geven – arme Dany Tuijnman van de VVD. Maar ja, de PvdA zat een anderhalf jaar gefrustreerd in de oppositie tijdens Van Agt-Wiegel en Tuijnman was wellicht niet de sterkste minister uit dat kabinet.

Stills van youtube.com: Ed van Thijn en Hedy d’Ancona

Op de OED kunnen we terugkomen als we gekeken hebben naar te gek voor woorden en de parafrasering daarvan in de voorbije twaalf maanden in de Tweede Kamer. Wat zeggen de meer actuele Handelingen in ongecorrigeerde vorm?

*) Dat ontleen ik aan Willem van Bennekom, Ed van Thijn. Leven als een opdracht. Amsterdam 2018, blz. 21.

**) In Nederlandse kranten komt te gek voor woorden voor het eerst incidenteel voor in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw, geregelder vanaf 1970.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Terminologie en daders, terminologie en slachtoffers: de rellers vergeleken met “de Groningers”

Het ging deze week in de Tweede Kamer over een wijziging van de Tijdelijke wet Groningen, meer in het bijzonder in relatie met de Versterking van gebouwen in die provincie. Achter de woorden gaat ongenoemd aardgaswinning schuil en daaruit voortkomende aardbevingen en dat leidt tot ellende voor de getroffenen.
Enkele weken eerder, op 27 januari 2021, debatteerde de Kamer over de rellen in Eindhoven, Amsterdam, Urk, noem maar op. Dat debat trok meer aandacht dan dat over de TwG. Van het eerste bleef vooral hangen hoe de volksvertegenwoordigers degenen betitelden die aan het rellen waren geslagen, want de etikettering kreeg royaal de aandacht. Ik heb even gekeken wat de deelnemers aan termen bezigden. Er is gestreefd naar volledigheid en dat is zichtbaar als een aanduiding meer dan eens viel:
Geert Wilders (PVV): het tuig, de criminelen, het tuig, het tuig, dat tuig, dat tuig, het tuig, die idioten, dat groepje tuig, de criminelen, het tuig, die relschoppers, het schorriemorrie, de criminelen, die plunderaars, het tuig, het tuig, rellende, plunderende straatterroristen, tuig, het tuig;
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD): tuig, die gasten, die gasten, het rellend tuig, het tuig;
Attje Kuiken (PvdA): reljeugd, tuig, deze jongens, coronahooligans, lui die ook met oud en nieuw op straat stonden, deze jongens, raddraaiers, deze jongens;
Chris van Dam (CDA): daders, jongeren, de gasten in de wijk;
Jesse Klaver (GroenLinks): tuig;
Kees van der Staaij (SGP): raddraaiers, relschoppers, oproerkraaiers, relschoppers:
Thierry Baudet (FVD): plunderaars, relschoppers;
Tunuhan Kuzu (DENK) (geen specifieke woorden);
Maarten Groothuizen (D66): relschoppers, opruiers;
Frank Wassenberg (PvdD): relschoppers, relschoppers, het tuig;
Michel van Nispen (SP): relschoppers, daders, relschoppers, criminelen, relschoppers, relschoppers, relschoppers, criminele ophitsers;
Stieneke van der Graaf (ChristenUnie): daders;
Corrie van Brenk (50PLUS): de gasten, die mensen die dat gedaan hebben.


Het bijzondere van die aanduidingen (hoe negatief is het woord gasten in het Nederlands geworden!) en hun frequentie (niet iedere partij had evenveel spreektijd) hoeft niet apart benadrukt te worden. Misschien is het beter te attenderen op de terminologie die gekozen is door twee deelnemers aan het debat, beiden jurist maar dat waren zij niet als enigen van de deelnemers. Stieneke van der Graaf (CU) en Chris van Dam (CDA) stelden zich opmerkelijk voorzichtig op met de aanduiding daders. Voorzichtig maar desondanks bijzonder, want gelden ook relschoppers niet als verdachte als zij voor de rechter verschijnen?
Dat is het tweede bijzondere. Het andere: hoe vaak is er in het verleden niet besloten om in de Kamer géén debat te houden en niet te spreken over iets wat nog onder de rechter was?


(Tussen twee haakjes even naar Oostenrijk. Gebeurtenissen in dat land dringt vaak met opmerkelijke traagheid tot ons door. Het gaat er al enkele weken over de gevaarlijke Tiroolse variant van het coronavirus maar pas als er grenzen gesloten dreigen te worden merken we daar hier iets van in het nieuws. In Wenen is deze week huiszoeking gedaan bij de minister van Financiën. De minister van Financiën! Een voorganger van hem, Karl-Heinz Grasser, is enkele maanden geleden in hoogste instantie veroordeeld voor wat hij als minister allemaal bij elkaar had gegraaid. Kijk in een Duitse Wikipedia voor een lange lijst van affaires en schandalen. Er waren bakken bewijs, de minister had een acrobatisch gevlochten netwerk van juridische constructies in verre landen opgebouwd om een veroordeling lastig te maken, – desondanks, jarenlang stond bij ieder bericht over Grasser in de krant dat er sprake was van Unschuldsvermutung zolang hij niet was veroordeeld. Nu ging het bij ons in het rellen-debat van 27 januari over naamlozen, maar door de meeste woordvoerders werd dus weinig terughoudendheid betracht als we afgaan op de kwalificaties.)

Gestutte woning aan Boterdiep Bedum (12.02.2021) (SR)


Etiketten. Als er in de Tweede Kamer zo hard gesproken werd over vooral in het zwart geklede jongemannen die op rellen en stukmaken uit waren, met hoeveel compassie werden in dat minder opvallende debat over de Tijdelijke wet Groningen (TwG, 10.02.2021) de mensen aangeduid die volkomen buiten hun schuld en bevolkingsbreed dankzij NAM en Overheid in de ellende gestort zijn? Een impressie uit de voorbereide spreekteksten van de woordvoerders.
Sandra Beckerman (SP) sprak van Groningen-gedupeerden, gedupeerden en Groningers; bewoners, mensen; eenmaal drukte ze zich betrokken-helder uit via mensen die compleet vastlopen in de bureaucratie. Dat deed denken aan Henk Nijboer (PvdA) die het als laatste spreker had over mensen met langdurige, grote schades, en over de mensen die helemaal vastlopen in de ellende in Groningen.
Dan de coalitiewoordvoerders. Drie stuks prezen Rutte-III voor het naar nul gaan van de gaswinning, de VVD van Wiebes en Kamp zweeg op dit punt. Alle coalitiepartijen waren opmerkelijk tam door het gebruik van neutrale termen als bewoners, inwoners, eigenaren. Agnes Mulder (CDA) had een snel voorgelezen juridisch verhaal met een waslijst aan vragen voorbereid. Matthijs Sienot (D66) beleed zijn liefde voor de provincie waar zijn Damster grootouders hem aan de Derk Boeremastraat als logé ontvingen; hij prees even irrelevant de eierbal van Groningen – laat Rutte het niet horen! (Kijk in het boek van Petra de Koning over Mark Rutte.*))Het opmerkelijkste geluid kwam van Aukje de Vries (VVD) die het bij voortduring had over de Groningers de Groningers de Groningers. Is dat framing (Groningers is inmiddels identiek aan slachtoffers), politieke smetvrees of redactionele luiheid? Vanuit de oppositie gebruikten Alexander Kops (PVV) en Laura Bromet (GroenLinks, nieuwe woordvoerder die zich verbaasde over van alles in dit dossier, jeetjemina, wow) soms het nu bijna krachtig overkomende gedupeerden als aanduiding. In het geval van de PVV-spreker was er een maximaal terminologisch contrast met de bijdrage van Geert Wilders in het rellen-debat van 14 dagen eerder.
Gerrit Jan van Otterloo (50PLUS) deed mee, Carla Dik-Faber (ChristenUnie) ook – beiden betoonden zich voorzichtige schuivers in het damspel dat politiek heet. In elk geval weten we nu dat de eerste snel weg moest naar een ander debat en dat de laatste naar alle waarschijnlijkheid voor het laatst deelnam aan een plenair parlementair debat.
Is dat zo? Aan het eind werd vooral door de vele vragen van mevrouw Mulder besloten om op de terugkomdag die 24 februari is (dan is er een coronadebat in recestijd) ook nog even tijd in te ruimen voor het restant van de behandeling van TwG. Procedureel uitstel. De Groningers, de gedupeerden, de bewoners zijn op dat gebied ervaringsdeskundig, jeetjemina.

De Partij voor de Dieren deed niet mee aan het debat, Forum voor Democratie niet, de Staatkundig Gereformeerde Partij niet, DENK niet. Ze deden duiten in het zakje over de rellen in januari, de vastgelopen ellende in Groningen lieten ze onbesproken voor wat die is.

*) Of google naar Mark Rutte + eierbal:

Google-afbeeldingen
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Terdege”: een onderstreper die op twee manieren gebruikt wordt

Bij bepaalde woordjes zou je wensen dat een lexicon als Van Dale extra informatie geeft omtrent de sfeer waarin het betreffende woord voorkomt. Neem als voorbeeld terdege, een bijwoord waar de spreker iets subjectiefs mee uitdrukt en daarom bekend staand onder de aanduiding bijwoord van modaliteit.

Kijken we via de taalbank LexisNexis naar een royale honderd actuele gebruiksgevallen, dan is het duidelijk met welke werkwoorden we terdege in het Nederlands verbinden: beseffen, zich bewust zijn, zich realiseren, rekening houden met. Het tegenwoordige Nederlands bezigt terdege dus bij uitstek in een psychologische context, terdege benadrukt iets cognitiefs.

Bij die voorbeelden uit LexisNexis bevond zich maar één duidelijk tegenvoorbeeld in de vorm van “het zeil in de gang bij de familie Honijk is terdege gewreven en dus spiegelglad”. (Dagblad voor West-Friesland, woensdag 23 december 2020) “Terdege gewreven zeil in een gang”. Hier lijkt terdege te figureren in een positie die meer past bij het verwante degelijk ‘duchtig’: een bijwoord van graad, geen bijwoord van modaliteit.

Hoe gebruiken Kamerleden het woord terdege? We beperken ons tot de afgelopen 12 maanden, grofweg aan te duiden als 2020. De uitkomst spoort allereerst met de bevinding van het cognitief-psychologische aspect van bewustheid:
• Attje Kuiken (PvdA) zegt bijvoorbeeld “Ik hoop dat de minister zich daar terdege van bewust is.”
• Eppo Bruins (ChristenUnie) verwijst mede naar zichzelf als hij zegt: “(…) omdat wij ons sinds de schriftelijke vragen van de heren Paternotte en Bruins van 7 november jongstleden terdege realiseren dat (…).”
• Tunuhan Kuzu (DENK) spreekt in dezelfde sfeer: “Wij beseffen terdege dat zulke bijeenkomsten risico’s met zich meebrengen (…).”

Verrassend is hoe vaak van de plusminus 20 maal dat terdege in de Handelingen van het laatste jaar voorkomt dat dit bewustzijns-facet níet aanwezig is en dat is bij twee deelnemers aan het plenaire debat het geval én meer dan eens:
• Joba van den Berg (CDA): “Wij denken dat je daarmee terdege deze instellingen een stap verder kunt brengen.”
• idem: “Dus wij denken terdege dat deze wet gaat helpen om daar goede stappen in te zetten.”
• idem: “Volgens mij hebben wij terdege wel bepaalde informatie gekregen.”

(Alleen in het tweede voorbeeld lijkt terdege gecombineerd met denken (cognitie!) maar gevoelsmatig onderstreept het volgende, dat de wet goede stappen zal bevorderen.)

Andere regelmatige gebruiker maar met dezelfde afwijkende betekenis:
• Dion Graus (PVV): “We hebben het mede gedaan omdat het tuchtrecht wel terdege ook geldt voor de NVWA-dierenartsen.”
• idem: “Er is terdege wel een categorie bijgekomen, namelijk categorie 8.”
• idem: “Dat is dus terdege wel gebeurd, (…).”

Joba van den Berg en Dion Graus

In de taal van mevrouw Van den Berg en de heer Graus zien we dat terdege ‘degelijk’ betekent – een onderstreper van de gedane bewering, die door het geregeld toegevoegde wel ook te vertalen is als ‘echt wel, wel degelijk’. Bij het psychologisch gebruikte terdege wordt wel nooit toegevoegd.

P.S. Natuurlijk zijn Kamerleden ook gewone mensen die normaal Nederlands spreken. Zich realiseren en beseffen kan door hen dus gemengd worden tot zich beseffen. Dat leidt dan ook tot taalgebruik als “ik besef me terdege”. Zó zei Aukje de Vries (VVD) het gisteren in het Aardbevingsdebat (10.02.2021), maar de dienstdoende stenograaf corrigeerde haar stilzwijgend: “Ik besef terdege dat deze wet slechts papier is.”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zorgen en problemen: “zo’n” gevolgd door een zelfstandig naamwoord in het meervoud

De e-ANS is er simpel over en informeert ons tegelijkertijd zeldzaam precies omtrent een regionale uitzondering. Ik vat in mijn eigen woorden samen wat ik in paragraaf 5.6.6. lees: zo’n kan niet met een meervoudig woord gecombineerd worden met uitzondering van een groot zuidoostelijk deel van Nederland.
Zo’n dingen zeggen ze hier niet: níet in het overgrote deel van Nederland, mogelijk is het wél in het Zuidoosten. Ik neem aan dat dit ruwweg het Oostelijke deel van Noord-Brabant betreft en Limburg. We hebben het dus over zo’n + zelfstandig naamwoord meervoud, al dan niet nog voorzien van een bijvoeglijk naamwoord – zo’n + telwoord is een ander verhaal. In het ene geval betekent zo’n ‘dergelijke, zulke’, met een telwoord gecombineerd betekent zo’n ‘ongeveer, een stuk of’.

e-ANS 5.6.6.

Joop van der Horst zegt het bijna net zo in zijn monumentale Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis: “Merk op dat zo’n in de standaardtaal gecombineerd wordt met een enkelvoud, maar thans regionaal (o.a. in Zuid-Oost Nederland en delen van Vlaams België) ook met een meervoud (…).” (Leuven 2008:1667)
In Van der Horsts voorbeelden prijkt één ABN-geval uit NRC Handelsblad met zo’n zware sancties.

Ik neem aan dat die woordgroep zo’n zware sancties als ongrammaticaal gezien wordt door menigeen die zich als ABN-spreker ziet. Inderdaad, je verwacht het niet in de NRC, maar wél bijvoorbeeld in de Gazet van Antwerpen waarin het in de kop verscheen op 12.11.2020: “Ongeziene straf voor Dylan Groenewegen roept vooral vragen op: krijgen we straks vaker zo’n zware sancties?”
In de Handelingen van de Tweede Kamer heb ik geen voorbeeld van “zo’n zware sancties” kunnen vinden. Maar er is in die bron wel één geval vindbaar van zo’n+meervoud dat kennelijk heel goed door de beugel van heel Nederland kan, zo’n zorgen. In de afgelopen twaalf maanden valt bijvoorbeeld dit te noteren:

• als iedereen zich zo’n zorgen maakt (Lodewijk Asscher)
• dat veel van mijn collega’s zich zo’n zorgen maken (Henk Krol, die geregeld scoort met zo’n zorgen)
• als je je zo’n zorgen maakt om je toekomst (Kirsten van den Hul)
• waar maak je je nou zo’n zorgen over (premier Rutte)
• Dat baart ons nou zo’n zorgen. (Eva van Esch)
• Maakt hij zich daar ook zo’n zorgen over? (Wybren van Haga)
• Omdat we ons allemaal zo’n zorgen maken (…) (Lilianne Ploumen)

Mevrouw Ploumen en de heer Krol zijn de enigen van het rijtje die we tot de regionale uitzonderingsregio “Zuid-Oost” rekenen, de rest niet. Kennelijk kan zo’n in ABN gecombineerd worden met een meervoud, áls dat maar het woord zorgen betreft.
Heel soms is er in de Kamerverslagen ook een ander geval vindbaar, in de afgelopen periode deze:
• Amhaouch in 2017 zo’n actieplannen (maar Mustafa Amhaouch is Limburger, Venlo)
• Thieme in hetzelfde jaar: zo’n ondernemingen (Marianne Thieme komt uit Ede)
• De Jonge in 2019: zo’n instellingen (minister De Jonge noemt zich graag Zeeuw, Zuid-West dus)

Gaan we verder in de tijd terug, dan betreft het deze gevallen:
• Mariko Peters in 2011 (buitenlandse herkomst): zo’n problemen
• Gerrit Jan Wolffensperger in 1990 (Amsterdam): zo’n heropeningen
• Dré de Wolf in 1961 (Breda): zo’n bezwaren

Ik laat enkele voorbeelden weg omdat ze als geheel wat minder gangbaar ogen, maar de algemene conclusie is duidelijk: in het hedendaagse Nederlands kan zo’n kennelijk wel degelijk met een meervoud gebruikt worden in directe combinatie met zorgen (maken) en soms ook andere, vooral vergelijkbare woorden als problemen en bezwaren.

Dit stukje signaleert – ik wou dat ik wist waarom die uitzondering op de regel in het Nederlands bestaat.

Er is aarzeling onder taalgebruikers op dit punt. Dat is te illustreren aan de tekst van de economen Arnoud Boot en Lans Bovenberg, op maandag 22 februari 2016 in NRC.NEXT verschenen onder de kop Nu kan het: pijnloos hervormen. Dit is het, aangehaald uit LexisNexis:

zo’n problemen

Maar het citaat “Het mooie is dat de lage rente die elders in pensioenland zo’n problemen oplevert (denk aan dekkingsgraden die onder druk staan)” uit dit stuk staat momenteel in het digitale geheugen van de NRC op een iets andere manier: “Het mooie is dat de lage rente die elders in pensioenland zo’n probleem oplevert (denk aan dekkingsgraden die onder druk staan)”.

zo’n probleem

Waarschijnlijk heeft de dienstdoende redacteur zo’n problemen als incorrect ABN opgevat en verbeterd in zo’n probleem.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen