De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag: luisteren (ii)

Het programma van de POK (Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag) schoof op, gisteren 18 november 2020, toen de eerste ondervraging langer nam dan gepland. Dat gebeurde tijdens het gesprek met de heer P.W.A. Veld, Directeur-generaal Belastingdienst 2010-2015. Daarmee kwam de heer G.H. Blankestijn (Directeur Toeslagen bij de Belastingdienst 2011-2018) later dan eerst gedacht was en dat gold bijgevolg ook voor diens opvolgster mevrouw A.C. Cleyndert.

Moet ik zeggen wie van de drie de grootste bekwaamheid aan de dag leek te leggen, zo voor het oor of met wie het plezierigst een kop koffie in een Brabants café zou kunnen worden doorgebracht? Dat is net zo irrelevant als een dag eerder te verzuchten bij het verhoor van mevrouw Palmen (zij was té korte tijd Vaktechnisch coördinator Toeslagen bij de Belastingdienst) dat je zou wensen dat een minister van Justitie en Veiligheid net zo correct juridisch uit het hoofd kon formuleren als zij – maar dat is een ander onderwerp.

A.C. Cleyndert

Mevrouw Cleyndert leek me de sympathiekste van de drie getuigen van deze woensdag, talig viel ze het meest op door haar frequenter wordende gebruik van tussenwerpseltjes. Natuurlijk, ook van haar viel niet aan de eh’s voorbij te horen, maar zij was in dat opzicht interessanter en minder vermoeiend dan de heer Boereboom uit aflevering i op de donderdagse POK-bijeenkomst.
Blijkbaar dienen dergelijke tussenwerpseltjes vooral om de gedachten van de spreker te ordenen: mevrouw Cleyndert las als opening een statement voor zónder die kleine woordjes waarmee haar onvoorbereide teksten zo doorspekt waren. De eh’s waren dus alleen een onderdeel van de tussenwerpseltjes, niet zelden als onderdeel van een groepje uit die woordsoort.
Eh bleek al dan niet in het gezelschap van meerdere eh’s los voor te kunnen komen, maar daarnaast vaak gevolgd te kunnen worden door een langer aangehouden ehm: eh, eh, ehmEhm is blijkbaar zwaarder van gewicht dan eh, beide zijn waarschijnlijk primair bedoeld voor de spreker (m/v maar v in dit geval) zelf. Dat is niet zo met :
…ik heb natuurlijk wel bij mijn aantreden…
…daar ik van schrok, , dat ik…
Is eh voor de spreker of de zender, dient juist meer een poging om de ontvanger van de boodschap erbij te betrekken.

Logisch is op basis van dit verschil, dat de directe combinatie van eh+hè niet voorkomt. Maar mevrouw Cleyndert combineerde eh wel degelijk met andere tussenwerpsels:
…dus eh, nou behoorlijk…
…dat is eh nou nog een aantal keer…
…als de zaak die eh, nou speelde…

Nou was het in frequentie tweede tussenwerpseltje, een alternatief voor eh en dus tot de spreekster zelf gericht maar minder neutraal. Via nou leek ze zich aan te moedigen om toch maar door te pakken en te zeggen waarheen ze op weg was: “nou ik zal maar zeggen”.

Naast eh nou kwam ook geregeld nou ja langs (“in die periode kende ik nou ja het woord (…) nog niet”) en ook de combinaties he nou ja en ehm nou ja. Later viel me weer op waar hier al eens in verband met het optreden van Kees van der Staaij (SGP) bij Jinek op is gewezen, het woordje van als direct vervolg op een woord dat iets van denken of voelen uitdrukt. (Dit van heeft in het tegenwoordige Nederlands de functie van een dubbele punt, zie het begin van de vorige aflevering in verband met het Grieks.)
Mevrouw Cleyndert deed dat ook – en zij is daarmee niet de enige, luister in de Kamer – en verlengde dat van nog een keer met weer een ander tussenwerpsel dan de al genoemde:
… de suggestie was van goh
…gealarmeerd waren van hé
…signaal kwam van nou
…nieuwe vragen kwamen van oké

Bij al dat letten op kleinigheden de afgelopen dagen vergat ik bijna te noteren dat Renske Leyten het in Aken hoorde donderen (in Keulen horen donderen + Aken en Keulen op één dag gebouwd), een andere situatie aan de hand zag (een andere situatie zag + zag dat er iets anders aan de hand was) en zei dat iets opgeschorst was (opgeschort + geschorst).

Ik besef mij, zou voorzitter Van Dam kunnen zeggen, dat je niet overal oor voor kunt hebben.

Aanvulling 25.11.2020: Dat citaat-inleidende woordje van kan vóor een tussenwerpseltje ook weggelaten worden. Roy van Aalst (lid van de PoK-commissie) kenmerkt zich door uitingen van het type: “Dacht u niet, goh…”. Die zijn op te vatten als “Dacht u niet van goh…”, juist omdat de heer Van Aalst dit van vaak gebruikt.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag: luisteren (i)

Een van de mooiste dingen bij het vertalen uit een andere taal is het niet hoeven te vertalen van een woord om de simpele reden dat het raar zou klinken in het Nederlands als we dat betreffende woord wél in het Nederlands zouden overzetten. Een paar voorbeeldjes in de aanlooop naar een kleine beschouwing over Nederlands van veel dichterbij.
• Het Latijn zette als titel boven een tekst of boek een groepje woorden beginnend met De ‘over’. Hugo de Groot kon dus heel logisch schrijven over oorlogsrecht en daarboven De iure belli ac pacis zetten. In het Nederlands is dat gewoon iets als “Het recht van oorlog en vrede”, in elk geval zonder die inleidende onderwerpsaanduiding ‘over’. Niet vertalen, leerling, door de positie laten zien dat je wist wat de bedoeling was.
• In het klassieke Grieks kwam je het citerende “hotti” tegen. Normaal betekende dat woordje ‘dat, omdat’ maar als begin van de directe rede diende hotti als aanhalingsteken. Niet vertalen, alleen laten zien via de interpunctie. (Wij kennen dat verschijnsel toenemend in de constructie “hij zei van ….. ” = “hij zei:….”)
• In het Bijbels Hebreeuws wordt vaak aan het begin van een zin “wajehie” gezegd ‘en het gebeurde’. Wij hebben andere gewoontes als we aan het vertellen zijn, we kunnen wajehie weglaten en er gaat niets verloren van de inhoud.

Als de stenografen in de Kamer of bij andere vergaderingen álles zouden opschrijven wat sprekers zeggen en helemaal niets zouden weglaten (of lichtelijk redigeren) zou dat moeilijk leesbare althans een onplezierig ogende tekst opleveren. Daar kan discussie over bestaan, maar over één ding zullen we het eens zijn, het weglaten van het stopwoordje eh. Dat is hier trouwens ettelijke malen onderwerp van aandacht geweest (kijk desgewenst via het zoekblokje op deze pagina) en dat is in de eerste helft van deze aflevering nogmaals het geval maar nu naar aanleiding van een verhoor van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK).
Vandaag zien we er een voorbeeld van. De heer M.J. Boereboom (Directeur-generaal Werk bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2013-2017) bombardeert ons met eh’s, herhaling van delen van woorden – onnavolgbaar. Hoge ambtenaren in Nederland worden niet op dat punt vooraf gescreend, althans Marcelis Boerboom kwam nog prima uit zijn woorden toen hij bij aanvang voorzitter Van Dam aanvulde op zijn eigen loopbaan bij de overheid. (Wordt vervolgd.)

Marcelis Boereboom
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Niet dreutelen met Sint-Maarten!

Hoe komt een premier aan bepaalde woorden die hij op persconferenties, in speeches of in een parlementair debat bij wijze van verrassing gebruikt? Ik heb een paar jaar terug een interview met de premier aangevraagd om zoiets en andere taalvragen aan hem te kunnen voorleggen – vergeefs en ik begrijp dat. Dit stukje gaat over de surprise die Mark Rutte debiteerde in zijn corona-persconferentie van 3 november 2020, maar eerst even het kinderfeest van vandaag, 11 november is de dag. Wat de minister-president daarover zei op die persconferentie was het volgende: “(…) je hebt dadelijk Sint Maarten, je hebt begin december natuurlijk Sinterklaas. Hou er nou voorlopig maar even rekening mee, zeker bij Sint-Maarten, maar ik vrees ook nog wel bij Sinterklaas, dat je dat kan vieren, maar in kleine kring. Maximaal drie mensen thuis buiten het eigen gezin.”
Wat maakt dit duidelijk? Wat maakt dit duidelijk voor iemand die met een lampion heeft gelopen? Dat Mark Rutte dat feest niet kent en dus niet is opgegroeid in een regio waar 11 november iets voorstelde. Sint-Maarten in kleine kring, vooral thuís?

Sint Maarten (afb. RTV1)

Op de persconferentie van 3 november 2020 zei Rutte ook dit volgens het letterlijke verslag van de RVD: “En het is ook belangrijk dat mensen in Nederland wel ook zich iets kunnen ontspannen door naar een vakantielocatie te gaan. Maar daarvoor geldt wel: ga daar niet ‘dreutelen’. Ga dus niet op die vakantielocaties eindeloos kleine ritjes maken. (…) ‘dreutel’ niet. Dus ga niet eindeloos kleine uitstapjes maken.”
In beide gevallen koppelde de premier dreutelen aan kleine uitstapjes met de auto.
Het ANP citeerde hem letterlijk maar voegde betekenisvol aan de weergave een werkwoord én een voegwoord toe in het citaat: “Een negatief reisadvies voor binnenlandse vakanties was niet wenselijk, zegt Rutte. Volgens hem moeten mensen zich ook kunnen ontspannen, bijvoorbeeld in een hotel of buitenhuisje. “Maar ga dan niet lopen dreutelen en maak niet eindeloos kleine ritjes.””

Bij het coronadebat van 4 november leek de premier zich het normalere (zij het zeer zeldzame) gebruik van dreutelen te hebben eigen gemaakt: “Dus ga niet dreutelen op je vakantieadres, blijf in je huisje en als je een uitje plant, doe dat heel zorgvuldig. Ga erheen en weer terug en ga niet lopen dreutelen.” Lopen dreutelen – denk alleen al door het toegevoegde werkwoord niet aan de andere betekenissen in Van Dale:

Dreutelen lijkt in de betekenis van ‘talmen, aarzelen’ op een afstandje bijna een mix van treuzelen en drentelen. Onwaarschijnlijk, uit mijn eigen dialect ken ik drutjen dat een verkleinvorm is van de stam drut– of dreut– en kan –jen toegevoegd krijgen. Het heeft veronderstellenderwijs te maken met woorden als draad/draaien. Uit het Maandblad Groningen enkele citaten:
• Wolter dreutjet nog even, moar gaait toch achter Bakker aan in hoes.
• Hai drutjede eerst wat veur schoul hèn en weer.

Al vroeg in de 19e eeuw schreef Jan Sonius Swaagman in een Latijnse verhandeling over het Gronings: “Dreutelen • Cunctari, tarde, pigre incedere of aliquid percifere, instar hominis defatigati [niet opschieten, als van een uitgeput persoon]. (…)” De vertaling van het Latijn staat tussen teksthaken in de uitgave van mij (2002).
De schoolmeester Helmer Molema noteerde aan het eind van deze eeuw: “dreutelen = kleine schreden doen als van een dwerg. ’t Woord zal een frequent. vorm zijn van: dreten, drijten, met de grondbeteekenis van: drukken, persen.”
Wie zoekt in het Groninger woordenboek van Ter Laan zal onder andere dit vinden: “DREUDELBOKSEM, -GAT, -KOAR, DREUDELDER = zie dreudel 1 en 2. (iemand die niet opschiet, SR)
DREUDELN (Old.) = zijn behoefte doen.”

Wat moesten we aanvankelijk volgens Rutte níet doen: dreutelen in de vaste combinatie met kleine autotochtjes ondernemen. Later schoof dat in verduidelijkende combinatie met het werkwoord lopen naar ‘rondhangen’. Dat lijkt iets besmettelijker met het oog op het coronavirus dan met familie in de auto zitten.

Dat brengt ons terug bij de vraag: hoe kent Rutte dat woord dreutelen?

P.S. In Trouw van 18.02.19 wordt de SGP-voorman Kees van der Staaij als volgt geciteerd: “Maar, het kabinet moet ophouden met ‘dreutelen en drammen’, aldus van der Staaij.” Het dreutelen slaat onder andere op het uitblijven van strengere regels voor de prostitutie.
Enkele dagen later (21 februari) in De Telegraaf hetzelfde woord, dezelfde spreker maar andere kwestie: “Afgelopen weekend zei SGP-voorman Van der Staaij al dat het kabinet ’niet moet dreutelen’ op dit dossier.” Dat had betrekking op onvoldoende transparantie van de Haagse As-Soennah-moskee.
Het is me niet gelukt, opheldering te krijgen over de kennis van de heer Van der Staaij op dit punt. Het Binnenhof is moeilijk bereikbaar vanaf een afstandje.

Aanvulling 18.11.2020: Het Binnenhof is soms wel bereikbaar maar in drukke tijden iets trager dan gewoon. Van SGP-woordvoerder Menno de Bruijne (dank, Menno!) begrijp ik dat de heer Van der Staaij had gezocht naar een ander woord voor talmen en toen dreutelen vond.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Schouder en schouder: as such

Niet zo lang voordat hij het woord overshooten gebruikte in het zogeheten persmoment (of oploopje) van 27 oktober 2020, sprak premier Rutte over hoe wij door deze coronacrisus heen moesten: schouder en schouder. Rutte houdt van het Engels. In de mondelinge weergave staat het anders: “En dan zullen wij proberen op al die terreinen steeds weer schouder aan schouder met mensen te staan om maatregelen te nemen om die schade zoveel mogelijk te beperken.” Heb ik het verkeerd gehoord en heeft de RVD het bij het rechte eind, of hebben zij misschien een correctie gepleegd? Ik heb het goed gehoord, verzekert iemand me die betere oren heeft dan ik.
Ik nam aan dat Ruttes schouder-en-schouder (luister zelf via Youtube na 21’30″) indirect voortkwam uit het Engels, waar het overigens shoulder to shoulder is. Ik veronderstelde dat neck and neck hier de veroorzakende factor zou kunnen zijn, waar wij nek-aan-nek zeggen. Kortom:

schouder aan schouder + neck and neck = schouder en schouder

Soms trekken het Engels en het Nederlands niet samen op (neck and neck), soms wél (shoulder to shoulder). Een voorbeeld van een grote mate van gelijkheid daar is niets mis mee en nothing wrong with om een simpele reden: dat hebben wij aan het Engels ontleend.
Dezelfde mate van identiteit is er tussen als zodanig en as such; ik neem gemakshalve even aan dat we dat niet over het Engels hebben overgenomen en het Engels evenmin van het Nederlands. As = als, such = zulk, zodanig.

Daarom lijkt er bij voorbaat weinig reden om aan het Nederlands de combinatie as such toe te voegen. Toch is dat het geval en zelfs in toenemende mate. De introductie heeft in de Tweede Kamer plaats gehad – als we mogen afgaan op een automatische zoekopdracht – op 19 februari 1970 door Ed van Thijn (PvdA) in een debat over een wijziging van de Gemeentewet. Dat is om diverse redenen een atypisch geval, want wie het gebruik van as such in de loop der jaren nagaat moet concluderen dat het vooral van de kant van het kabinet gebruikt wordt en daarnaast dat de verspreiding binnen de Kamer grosso modo verschoof van rechts naar links.
Daar is Van Thijn dus een contra-indicatie van en in 1971 en nadien Marcus Bakker (CPN) ook. Hetzelfde geldt voor minister Pronk, regelmatig gebruiker vanaf 1975.

Vanaf 1980 is as such een tiental jaren onvindbaar in de Handelingen van de Tweede Kamer. Vanaf 1990 begint de tweede leg en vanaf dan geldt die geconstateerde regelmaat: as such komt eerder uit de mond van een bewindspersoon dan van een Kamerlid, bij de laatsten scoren VVD en CDA aanvankelijk hoog. Tineke Netelenbos (PvdA) is een atypische PvdA-bewindsvrouwe als we naar het genotuleerde gebruik van as such kijken. Ministers als Zalm en Opstelten (VVD) passen anderzijds perfect in het geschetste patroon met hun geregelde “as such”.

En tegenwoordig? In 2020 zei premier Rutte (VVD) bijvoorbeeld in de Tweede Kamer:
Het is niet zo dat die landen die maatregel as such nemen.
Het is geen verdragswijziging as such.
Nee, ik ben niet voor het overdragen van bevoegdheden as such.

Maar zijn vice-premier De Jonge (CDA) steekt hem daar naar de kroon:
Om die ivf-praktijk as such te kunnen verbeteren, zul je juist het doen van onderzoek mogelijk moeten maken, namelijk voor dag twee, drie en vier van de ontwikkeling van zo’n embryo.
De belangrijke kanttekening die bij het asymptomatisch testen as such te maken is, is dat als je dat (…).

Belangrijkste verschil: voor Rutte is as such een uitsmijtend element van een zin, bij De Jonge is het een tussendoortje. Bij beiden volgt het direct na een zelfstandig naamwoord. Vanavond zullen ze weer naast elkaar staan, maar met inachtneming van de anderhalve meter en dus niet shoulder and shoulder as such.

Oploopje 27.10.2020

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het virus en wij: wat we rond het Binnenhof horen (2)

Wat kunnen wij doen tegen het virus?
Een columnist – ik ben vergeten wie – citeerde een poosje terug de uitspraak van John F. Kennedy die bij zijn inauguratie een oproep deed (vraag niet wat uw land voor u kan doen – vraag wat ú kunt doen voor uw lánd) en stelde vast dat dit in de praktijk door Trump is omgedraaid: wat kan het land tijdens mijn presidentschap voor mij persoonlijk betekenen. De tekstschrijver van Kennedy en de onbekende columnist pasten de omdraaiïng toe, een aanpak die De Jonge Hugo ook graag hanteert: “En ja, ik hoor ook teveel mensen die zeggen: ik ben een beetje klaar met het virus. (…) Maar dat virus is niet klaar met ons!” (Premier Rutte leende dit citaat van zijn vice-premier en noemde diens naam daar bronvermeldend bij.)
De Jonge in een variant: “We zeggen heel vaak ‘het virus verspreidt zich’. Het virus verspreidt zich helemaal niet. Wij verspreiden dat virus, door ons niet te houden aan de regels. Dat is wat het is.” You know? Dezelfde vice-premier: “We doen ons best, maar het virus doet het beter”.

Het fraaiste voorbeeld van een perspectiefwisseling door domineeszoon De Jonge is overigens diens reactie op een opmerking van Rutte. Deze had gewezen op de kerk als plaats waar het besmettingsgevaar groot is, waarop de CDA-leider: “Verspreid Het Woord en niet het virus, dat is eigenlijk de lijn.” Fréek de Jonge had het kunnen bedenken.

Wat wij moeten….:

  1. ons aan de regels houden
  2. wendbaar blijven
  3. (over de Coronawet) daar eerst nog acht dagen over gaan vergaderen? Dat helpt niet. Dat helpt het virus wel, maar dat helpt de aanpak niet. Al vergaderend krijgen we het virus er niet onder.
  4. maar gewoon beter ons houden aan de basisregels zoals die gelden, zolang we niet kunnen afspreken met het virus dat dat af en toe een oogje dichtknijpt
  5. er alles aan doen dat je zo veel mogelijk zicht houdt op het virus
  6. het virus er weer onder krijgen

Want wat is precies de bedoeling, in een concreter beeld uitgedrukt: Het virus uitstampen waar het weer oppookt, daar waar het virus weer oppookt het uittrappen, het virus daar de grond instampen daar waar het de kop opsteekt, de kop in drukken, om het vuurtje snel weer uit te kunnen trappen. Actie!

Alleen samen krijgen we corona onder controle

En ja, van concrete beelden houden de bewindslieden en hun ghostwriters opdat wij het des te beter begrijpen:

  1. eerst maar eens even kijken of het virus echt met de rugzak op is vertrokken
  2. (…) of mensen het virus niet in de koffer mee terug hebben genomen
  3. (…) die wijkverpleegkundige was eerst bij de buurvrouw geweest, en daar weer de buurvrouw van enzovoort, dus misschien komt die wel met het virus onder de arm binnen

Beeldend worden wij toegesproken in metaforen die vooral doen denken aan de oorlog of soms de vriendelijke variant daarvan, een sportwedstrijd (Rutte: dat het virus meteen weer kans krijgt om te gaan pieken) zoals een marathon (De Jonge: Dan zitten we het virus immers zo dicht mogelijk op de hielen), voetbal (De Jonge: We gaan kort op de bal spelen), boksen (Rutte: we hebben het virus een behoorlijke klap gegeven) of judo (De Jonge: wij hebben samen het virus in de tang te houden, om te voorkomen dat het ons weer in de houdgreep neemt). Wij moeten sámen (De Jonge: Hoe het virus zich vanaf hier gedraagt, dat is aan ons; Rutte: Ik kan het virus niet in mijn eentje tegenhouden, dat moeten we met zijn allen doen) de patriotten zijn die het gevecht aan willen gaan met die rot-partizaan (De Jonge: Hebben we genoeg zicht op de manier waarop het virus zich gedraagt?), de ondergrondse (Rutte: Het risico is dat het virus onder de radar toch weer gaat oplieren). En waarom dit allemaal? “Omdat we op die manier met elkaar het virus kunnen verslaan” en de oorlog winnen.

Ja, het is oorlog:

  1. Het virus is al een aantal weken met een gevaarlijke opmars bezig.
  2. de vijand, het virus ligt te wachten om weer aan te vallen
  3. als het virus ergens ongenadig hard heeft toegeslagen, dan is het wel in de verpleeghuizen
  4. Steeds als we verslappen – en dat gebeurt echt te vaak – slaat het virus zijn slag.
  5. Wat we telkens willen is het virus zo hard raken (…)

Tegelijkertijd is het virus ook een wezen dat wat aan een spook doet denken getuige een werkwoord als rondwaren, of een veenbrand door te spreken van opflikkeren en opvlammen.

Beste mensen zou De Jonge kunnen zeggen, beste mensen, kijk uit voor de vijand! Kijk uit voor het virus dat juist in de bedompte kroegen als een idioot is gaan rondwaren, aldus premier Rutte. Bedompte kroegen! Als een idioot! Het is oorlog zolang medicijnen of een werkzaam vaccin ons de vrede niet brengen.

P.S. Ook deze aflevering baseert zich op wat er door rijksoverheid.nl verzameld is aan zogeheten mediateksten van persconferenties e.d. omtrent corona. Dat is aangevuld met verslagen van de Kamerdebatten over dit onderwerp sinds augustus j.l. De kamerdebatten worden altijd woordelijk geredigeerd, van die persconferenties krijgen we dus mediateksten, dat zijn letterlijke weergaven.

Bijzonder aan die collectie is de bizarre spelling van de werkwoordelijke vormen verspreid en verspreidt. Voorbeeld: … hoe het virus zich verspreid… Het betreft de inhoud van een onderdeel van de website rijksoverheid.nl, een afdeling waar de onderwijsdepartementen ook onder vallen. Liever een overtuigender serie dan een enkel voorbeeld?

Het virus verspreid zichzelf niet, mensen doen dat.
Hoe het uiteindelijk gaat met die snelheid waarmee dat virus zich verspreid door de samenleving.
Ruimte, daarmee bedoel ik dat het virus zich langzamer verspreid,
Maar nogmaals, ben je gewoon aan het kijken hoe snel verspreid het virus zich.
de snelheid waarmee dat virus zich verspreid.
Geeft dat dan in de tussentijd wel voldoende zicht op hoe het virus zich verspreid?
het in de gaten houden hou dat virus zich verspreid (voor hou lees hoe)
die beroemde R, dat is die snelheid waarmee het virus zich verspreid.
Het verspreid, het is een te besmettelijk virus. (…) Het virus verspreid zich namelijk gewoon.
Ik denk nou juist omdat we weten waar dat virus zich verspreid, omdat we weten
omdat we weten hoe snel het zich verspreid,
We zeggen heel vaak ‘het virus verspreid zich’.
Het virus verspreid zich helemaal niet.

Maar ook:
zij kunnen ook natuurlijk kijken of wellicht diensten over meerdere zalen verspreidt kan worden
Dus hoe ga je verspreidt werken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het virus en wij: wat we rond het Binnenhof horen (1)

• Wat doet het coronavirus eigenlijk? Als we af mogen gaan op wat we vernemen uit de mond van vooral premier Rutte en zijn vice-collega De Jonge kan een virus de kop opsteken, opleven, oplieren*), oplaaien, opvlammen, oppoken, opflikkeren. Maar verder? Verder weten we er bar, bar weinig van bleek bij herhaling en herhaling in de afgelopen maanden:

Ik vind dat wij — Hugo de Jonge en ik voorop, met Tamara van Ark en Ferd Grapperhaus en natuurlijk het hele kabinet — het land voorgaan in deze barre tocht met het virus. Daarbij is zo veel nog onbekend. Gelukkig is er meer bekend dan in maart en april, maar nog steeds is er heel veel onbekend.
Niet alles is bekend van dit virus, jongens
We weten nog heel veel niet van het virus.
We weten nog niet alles van het virus. En ik heb het eerder gezegd, we hebben 50% van de kennis waarmee we 100% van de besluiten moeten nemen.
We proberen al een tijdje met het virus in contact te komen, maar anders dan ziek worden is niet gelukt.
Zo lang kennen we het virus nog niet natuurlijk
Helaas, we weten niet alles van het virus. Het verrast ons ook soms.

Mark Rutte en Irma Sluis (oploopje=persmoment 27.10.2020)

• Weten we dan helemaal niets? Laten we niet overdrijven, onze kennis is inmiddels behoorlijk uitgebreid! Luister opnieuw naar de genoemde kabinetsleden of Binnenhof-collega’s van hen op openbare persmomenten (dat woord heeft niets met bevallingen te maken) en -conferenties of tijdens Kamerdebatten:

Het virus heeft geen emotie. Dat springt gewoon over op andere mensen als je je niet aan die anderhalve meter houdt, zo simpel is het.
een virus heeft geen paspoort
Het virus kent de wet niet.
het virus wacht niet op wetgevingsprocessen
Het virus kent niet alleen de Grondwet niet, het virus heeft niet alleen geen verstand van economie, maar het virus houdt zich ook niet aan grenzen.
Op plekken waar mensen luid zingen of luid schreeuwen, zoals in een stadion of luid zingen zoals in een kerk, dat zijn plekken waar het virus graag is.
Het virus kent geen mildheid en genade
het virus is wendbaar, (…) buitengewoon wendbaar (…) en verraderlijk
het virus houdt geen vakantie
het virus gaat niet op reces
We kunnen niet onderhandelen met het virus.
Het virus discrimineert niet – sorry, wel, het treft de kwetsbaren het hardst.
Het virus heeft een dikke streep gezet onder onze kwetsbaarheid
Dat virus heeft geen leuk bestaan, zo weten we, als we ons aan die algemene basisregels houden.
Het virus houdt geen rekening met de drukte op de Dam en zegt: ach het kon daar even niet, nou dan zal ik niet overspringen. Zo werkt het niet.
Dat virus denkt niet ‘we zijn er klaar mee, we gaan weer gezellig knuffelen en 1,5 meter niet in achtnemen’.

Irma Sluis en Hugo de Jonge (27.10.2020)

*) Sinds juni 2020 van een nieuwe, actuele betekenis voorzien in Van Dale: ‘oplaaien’.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte en de eerste persconferentie (2010)

Taart voor de minister-president, op de kop af tien jaar in die functie!

De allereerste persconferentie van Mark Rutte als jong premier in aansluiting op de kabinetszitting, was dat die op 5 november 2010? Die dag vond deze in elk geval voor het laatst plaats bij Algemene Zaken. De terugkeer naar Nieuwspoort vormde natuurlijk een bewuste breuk met een gewoonte die onder Balkenende was ingezet. Het had een extra voordeel, het “biedt ons ook de gelegenheid om na afloop nog even informeel na te praten”, zei de verse premier “en ik heb van de RVD begrepen dat ik ook een aantal van jullie daar een plezier mee doe”. Jullie. Mark Rutte kreeg een enthousiaste ontvangst van de parlementaire journalisten in 2010 en ik zou niet weten wanneer dat zou moeten zijn omgeslagen in het tegendeel.

Mocht er onder Balkenende al een indruk zijn gevestigd van trage besluitvorming, Rutte is vanaf het begin actief, dan wel draagt het beeld van ijver uit. Daarover gaat ook de eerste journalistieke vraag aan hem: legt hij grote haast aan de dag? “Er moet een hoop gebeuren. Het land staat er niet al te florissant voor” is het simpele antwoord dat overtuigend klinkt, zelfs als de 17 hervormingen die het kabinet Rutte-I zich heeft voorgenomen wel een wat gewichtige aanduiding zijn. Wat dan zoal? Nummer 1 in de uiteenzetting van Rutte is Ontwikkelingssamenwerking, niet alleen in omvang te verminderen maar ook veel meer te richten op het bedrijfsleven. Met instemming van het CDA minder dominee, meer koopman. De Centrale Overheid verkleinen: Rutte zal lang het beeld van het schoonvegen van de trap van boven af uitdragen en diverse malen aangeven hoeveel procent (40%!) van de Haagse kantoorruimte leeg zal komen te staan als gevolg van een kleinere overheid. Hoe ver zouden ze ermee zijn? Het invoeren van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs is iets waar Rutte allang voor strijdt zegt hij, strenger straffen is een belangrijk punt net als de grens zoveel mogelijk sluiten voor mensen die niet hier aan de slag komen. Zó klinkt Mark Rutte in 2010 aan de start van zijn eerste kabinet, een minderheidskabinet met het CDA dat de PVV gedoogt.

Bij zijn hervormingen handelt de premier koersvast langs de lijnen van het bestek dat vooral uit de woorden pad en agenda bestaat: niet alleen de kabinetsagenda maar ook hervormingsagenda, groeiagenda, marktagenda, een sociale agenda, de Europese agenda, politieke agenda, de digitale agenda en een tijd(s)pad, groeipad (heel véel groeipad!), een langjarig handhaafbaar pad, uitgavenpad, bezuinigingspad, saldopad, basispad, geitenpad (soms), tekortpad, afbouwpad en als surprise in deze opsomming de iPad “die mijn neef en zijn vrouw nu aanzetten”.

Mark Rutte 2010 (still Youtube.com: de kwaliteit is in de loop der jaren verbeterd SR)

Vertrouwd klinkt hij achteraf, wanneer hij de journalisten verzekert dat president Obama goed geprepareerd was voor het telefoongesprek met Rutte: neen, zo iemand belde tien jaar geleden niet ins Blaue hinein. Toen, denken we nu. Versteht sich doch! Duits zullen we nogal wat vaker van de heer minister-president te horen krijgen, op grote afstand natuurlijk van de eerste vreemde taal, het Engels. Over Afghanistan bijvoorbeeld: “Wij hebben echt gebokst, zoals de Amerikanen zeggen, punching above our weight, we hebben meer gedaan dan op grond van de omvang van Nederland zou kunnen verwachten als je het vergelijkt met andere landen. (…) Het hele theater daar van landen is nog steeds niet stabiel. Het is ook in ons belang, in our national interest, in ons nationaal belang, dat daar verdere stabiliteit komt.”

Ruttiaans: Engels en het gebruik van een woord als theater in deze regio ver weg, waar al zo lang en zo bloederig oorlog gevoerd wordt. Het hele theater daar is nog niet stabiel. Typisch Rutte is ook wat hij aan het eind van de aftrap zegt: “Dat waren een aantal zaken over de start van het kabinet, het aan de vork prikken van de grote hervormingen.” Binnenhofse taal spreekt Mark Rutte als weinig anderen (in Dat gezegd hebbend is daar een zeer royaal bewijs van geleverd,- interessant boek, lezer!), maar het aan de vork steken ‘regelen’ heeft hij net even met een knipoog komiekeriger gemaakt door het werkwoord in prikken om te zetten.*) Ineens is een landbouwbeeld daarmee verplaatst naar de etenstafel.

Rutte is vrolijk en in de verte wat studentikoos, maar zijn amicale luchtigheid wordt een tikkeltje minder wanneer hij iets zegt als “Luister jongens” bij vragen over persoonlijke belangen van politici (staatssecretaris Halbe Zijlstra heeft een aanmerkelijk belang in een bedrijf van de vrouw van Han ten Broeke, ook VVD maar kamerlid). Nog iets meer van irritatie klinkt er als een journaliste doorvraagt op subsidie die Landbouwstaatssecretaris Henk Bleker als het ware van zichzelf krijgt voor natuurgrond die hij bezit: “Ik ken niet al die casuïstiek mevrouw.” Mevrouw. Jongens.

Ignacy Jan Paderewski (ex Google.de)

Die allereerste conferentie wordt afgesloten door Julius Vischjager, journalist en gediplomeerd pianist. Zou de heer Rutte misschien samen met Paul Witteman een quatremainnetje in de Muziekkamer van de Tweede Kamer willen spelen, zelfs al is hij geen Paderewski? Rutte begint zijn antwoord als volgt: “U weet wat ze over Paderewski zeiden, hè? Dat was de beste pianist onder de presidenten en de beste president onder de pianisten. Hij was president van Polen zoals bekend.” Dat zullen de aanwezigen vaker van hem horen.
Begin 2017 – Vischjager is dan al even niet meer in Nieuwspoort geweest – vertelde de premier dat hij eerder die dag bij hem was aangeschoven voor een lunch. De vorige week wijdde de premier een kort In Memoriam aan Vischjager en nam met enkele woorden afscheid van de man die een aantal malen verantwoordelijk was voor een surprise, een coda bij de persconferentie.

*) Ik weet niet wat de herkomst is van aan de vork steken. Ook Ewoud Sanders kon me op dit punt niet bijlichten.

**************************************************

P.S. Dit is de tiende in een reeks afleveringen over de taal van minister-president Mark Rutte op zijn wekelijkse persconferenties na de vergadering van het kabinet. De andere negen zijn:

Mark Rutte en gladiolen, hufters, idioten

Mark Rutte: full to the brim

Mark Rutte en complimenten voor de journalistiek

Mark Rutte: recenseren en speculeren

Mark Rutte: afhouden via etiketten en plakken

Mark Rutte en zijn inkomen als politicus

Mark Rutte: hoe staat Nederland in de wereld

Mark Rutte: nooit, niet-helpen en als-dan

Mark Rutte, het vak en de jaren selecteren

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen