Mark Rutte en de eerste persconferentie (2010)

Taart voor de minister-president, op de kop af tien jaar in die functie!

De allereerste persconferentie van Mark Rutte als jong premier in aansluiting op de kabinetszitting, was dat die op 5 november 2010? Die dag vond deze in elk geval voor het laatst plaats bij Algemene Zaken. De terugkeer naar Nieuwspoort vormde natuurlijk een bewuste breuk met een gewoonte die onder Balkenende was ingezet. Het had een extra voordeel, het “biedt ons ook de gelegenheid om na afloop nog even informeel na te praten”, zei de verse premier “en ik heb van de RVD begrepen dat ik ook een aantal van jullie daar een plezier mee doe”. Jullie. Mark Rutte kreeg een enthousiaste ontvangst van de parlementaire journalisten in 2010 en ik zou niet weten wanneer dat zou moeten zijn omgeslagen in het tegendeel.

Mocht er onder Balkenende al een indruk zijn gevestigd van trage besluitvorming, Rutte is vanaf het begin actief, dan wel draagt het beeld van ijver uit. Daarover gaat ook de eerste journalistieke vraag aan hem: legt hij grote haast aan de dag? “Er moet een hoop gebeuren. Het land staat er niet al te florissant voor” is het simpele antwoord dat overtuigend klinkt, zelfs als de 17 hervormingen die het kabinet Rutte-I zich heeft voorgenomen wel een wat gewichtige aanduiding zijn. Wat dan zoal? Nummer 1 in de uiteenzetting van Rutte is Ontwikkelingssamenwerking, niet alleen in omvang te verminderen maar ook veel meer te richten op het bedrijfsleven. Met instemming van het CDA minder dominee, meer koopman. De Centrale Overheid verkleinen: Rutte zal lang het beeld van het schoonvegen van de trap van boven af uitdragen en diverse malen aangeven hoeveel procent (40%!) van de Haagse kantoorruimte leeg zal komen te staan als gevolg van een kleinere overheid. Hoe ver zouden ze ermee zijn? Het invoeren van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs is iets waar Rutte allang voor strijdt zegt hij, strenger straffen is een belangrijk punt net als de grens zoveel mogelijk sluiten voor mensen die niet hier aan de slag komen. Zó klinkt Mark Rutte in 2010 aan de start van zijn eerste kabinet, een minderheidskabinet met het CDA dat de PVV gedoogt.

Bij zijn hervormingen handelt de premier koersvast langs de lijnen van het bestek dat vooral uit de woorden pad en agenda bestaat: niet alleen de kabinetsagenda maar ook hervormingsagenda, groeiagenda, marktagenda, een sociale agenda, de Europese agenda, politieke agenda, de digitale agenda en een tijd(s)pad, groeipad (heel véel groeipad!), een langjarig handhaafbaar pad, uitgavenpad, bezuinigingspad, saldopad, basispad, geitenpad (soms), tekortpad, afbouwpad en als surprise in deze opsomming de iPad “die mijn neef en zijn vrouw nu aanzetten”.

Mark Rutte 2010 (still Youtube.com: de kwaliteit is in de loop der jaren verbeterd SR)

Vertrouwd klinkt hij achteraf, wanneer hij de journalisten verzekert dat president Obama goed geprepareerd was voor het telefoongesprek met Rutte: neen, zo iemand belde tien jaar geleden niet ins Blaue hinein. Toen, denken we nu. Versteht sich doch! Duits zullen we nogal wat vaker van de heer minister-president te horen krijgen, op grote afstand natuurlijk van de eerste vreemde taal, het Engels. Over Afghanistan bijvoorbeeld: “Wij hebben echt gebokst, zoals de Amerikanen zeggen, punching above our weight, we hebben meer gedaan dan op grond van de omvang van Nederland zou kunnen verwachten als je het vergelijkt met andere landen. (…) Het hele theater daar van landen is nog steeds niet stabiel. Het is ook in ons belang, in our national interest, in ons nationaal belang, dat daar verdere stabiliteit komt.”

Ruttiaans: Engels en het gebruik van een woord als theater in deze regio ver weg, waar al zo lang en zo bloederig oorlog gevoerd wordt. Het hele theater daar is nog niet stabiel. Typisch Rutte is ook wat hij aan het eind van de aftrap zegt: “Dat waren een aantal zaken over de start van het kabinet, het aan de vork prikken van de grote hervormingen.” Binnenhofse taal spreekt Mark Rutte als weinig anderen (in Dat gezegd hebbend is daar een zeer royaal bewijs van geleverd,- interessant boek, lezer!), maar het aan de vork steken ‘regelen’ heeft hij net even met een knipoog komiekeriger gemaakt door het werkwoord in prikken om te zetten.*) Ineens is een landbouwbeeld daarmee verplaatst naar de etenstafel.

Rutte is vrolijk en in de verte wat studentikoos, maar zijn amicale luchtigheid wordt een tikkeltje minder wanneer hij iets zegt als “Luister jongens” bij vragen over persoonlijke belangen van politici (staatssecretaris Halbe Zijlstra heeft een aanmerkelijk belang in een bedrijf van de vrouw van Han ten Broeke, ook VVD maar kamerlid). Nog iets meer van irritatie klinkt er als een journaliste doorvraagt op subsidie die Landbouwstaatssecretaris Henk Bleker als het ware van zichzelf krijgt voor natuurgrond die hij bezit: “Ik ken niet al die casuïstiek mevrouw.” Mevrouw. Jongens.

Ignacy Jan Paderewski (ex Google.de)

Die allereerste conferentie wordt afgesloten door Julius Vischjager, journalist en gediplomeerd pianist. Zou de heer Rutte misschien samen met Paul Witteman een quatremainnetje in de Muziekkamer van de Tweede Kamer willen spelen, zelfs al is hij geen Paderewski? Rutte begint zijn antwoord als volgt: “U weet wat ze over Paderewski zeiden, hè? Dat was de beste pianist onder de presidenten en de beste president onder de pianisten. Hij was president van Polen zoals bekend.” Dat zullen de aanwezigen vaker van hem horen.
Begin 2017 – Vischjager is dan al even niet meer in Nieuwspoort geweest – vertelde de premier dat hij eerder die dag bij hem was aangeschoven voor een lunch. De vorige week wijdde de premier een kort In Memoriam aan Vischjager en nam met enkele woorden afscheid van de man die een aantal malen verantwoordelijk was voor een surprise, een coda bij de persconferentie.

*) Ik weet niet wat de herkomst is van aan de vork steken. Ook Ewoud Sanders kon me op dit punt niet bijlichten.

**************************************************

P.S. Dit is de tiende in een reeks afleveringen over de taal van minister-president Mark Rutte op zijn wekelijkse persconferenties na de vergadering van het kabinet. De andere negen zijn:

Mark Rutte en gladiolen, hufters, idioten

Mark Rutte: full to the brim

Mark Rutte en complimenten voor de journalistiek

Mark Rutte: recenseren en speculeren

Mark Rutte: afhouden via etiketten en plakken

Mark Rutte en zijn inkomen als politicus

Mark Rutte: hoe staat Nederland in de wereld

Mark Rutte: nooit, niet-helpen en als-dan

Mark Rutte, het vak en de jaren selecteren

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte en gladiolen, hufters, idioten

Geen commentaar geven, niet recenseren, etiketten noch stickers willen plakken, alsdan-vragen laten zitten, vreemde talen spreken (vooral Engels) – is de premier in de afgelopen tien jaar dan nooit helder geweest?
Maar zeker! Als Sylvana Simons onder vuur ligt en Ron Fresen (NOS) Rutte om actie vraagt, schiet de minister-president uit zijn slof: “Denk je nou werkelijk Ron dat ik bij iedere gladiool in dit land, die totaal matteklap is, langs ga om aan die man of vrouw aandacht te gaan besteden? Ben je nou goed snik?”
Daar schrik ik van, zegt Wilma Borgman (NOS) later en dan legt de premier even glashelder uit: “Nou, dat ik ook van vlees en bloed ben en me af en toe verschrikkelijk erger en dat ging in dit geval over een aantal zeer zwaar racistische uitingen, en de vraag van moet je niet naar die mensen toe die die website hebben gestart, nou dan reageer ik even stevig op.” Even stevig.
Ook in coronatijd rept Rutte van gladiolen die zich niet aan de regels houden en dat die hard moeten worden aangepakt, ja!

Hij verwijst graag naar de van Diederik Samsom geleende term dikke-ik in een lezing voor het VVD-congres. Hij had het daarin onder andere over “mensen die zich op een uiterst onbeschofte manier gedragen in het ziekenhuis tegenover artsen en verpleegkundigen, de mensen die zich in het verkeer op een onbehoorlijke manier gedragen: de bumperklevers, de mensen die het halfvolle zakje friet op de straat gooien terwijl ze hun zoontje aan de andere hand hebben en denken dat ze daarmee het goede voorbeeld geven.” Die verhuftering moeten we met z’n allen tegengaan, aldus de minister-president dan wel de VVD-leider (“Ik heb een hekel aan die pettendiscussie, want ik ben overal Mark Rutte”.)

Hij is tegen idioten die geweld gebruiken in de sfeer van Oudejaarsavond – helpt een vuurwerkverbod daartegen? “Het helpt wel, maar ja er zullen altijd idioten zijn.” Idioot, achterlijk, dat zijn woorden die door de premier met een zekere regelmaat geplakt worden op veroordeeld gedrag. Hij bijt soms trouwens bijna zijn tong af, wars van de neiging to state the obvious want dat “nodigt ook weer mensen uit om nog meer achterlijke acties te doen”.

Terreurdreiging, ontruimingen – dáar horen we heldere taal van de premier: “Ik ben er van overtuigd, het beste antwoord wat je kunt geven aan die ploerten die dit gedaan hebben, die schoften in Parijs en andere plekken, is dat wij ons leven gewoon voortleven en wat ik vaker heb gezegd, wij zijn met meer. Wij kunnen ze aan.” Wat er op Oudejaarsavond in Keulen op de rand van 2015 naar 2016 gebeurde noemde hij “gewoon walgelijk, schofterig, vuil gedrag.” Afgekeurd handelen bij de jaarswisseling kan in Ruttes taal op de vrijdagse persconferentie ook komen in de richting van “deze klootzakken die dat doen” en hij veroordeelt in één adem “de directe omgeving (…), dat is familie, dat zijn vrienden, dat zijn ouders die accepteren dat dit gedrag wordt vertoond”.

Vallen Ruttes uithalen naar criminaliteit in de sfeer van witte-boorden, milieu, dierenwelzijn misschien minder op? Zijn er politici in Nederland, zijn er politici misschien ergens in de wereld die zó door de premier van heldere etiketten worden voorzien? Nee, gladiolen, achterlijke idioten, hufters, klootzakken dat zijn altijd naamlozen die sterk door hem veroordeeld gedrag vertoonden op de openbare ruimte zoals straat of sportveld en zó betiteld worden met een behoorlijke variatie aan termen. Als de premier medeleven toont bij een ramp – neem die met de MH17 – is zijn taalpalet minder breed; dan zijn het eigenlijk alleen de begrippen als vreselijk en verschrikkelijk die uitdrukking moeten geven aan de gevoelde emotie. Of hébben we daarvan in het Nederlands gewoon wat minder?

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Mark Rutte: full to the brim

Als ik premier Rutte op zijn wekelijkse persconferentie hoor, denk ik soms aan de regel die ik ooit op Santbergen (Hilversum) leerde op een cursus radio-presentatie. De kop boven dit stukje is in strijd met het dringende advies, ja het gebod om alleen maar Engels voor de microfoon te gebruiken als en voorzover er ter voorkoming van onduidelijkheid een vertaling bij gegeven werd. Een halve eeuw geleden waren er meer mensen in Nederland die geen Engels in hun pakket hadden dan tegenwoordig – tegelijkertijd lijkt het ook in 2020 een prima richtsnoer voor een politicus om het bij eentalig Nederlands te houden wanneer hij in gesprek is met Nederlandse journalisten. Bij Mark Rutte is dat een onmogelijke regel, zó vol is hij van de taal van Boris Johnson en Donald Trump. Full to the brim.

Eerlijk is eerlijk, de premier van Nederland debiteert regelmatig iets in het Engels én verstrekt daarvan dan direct een vertaling. In de tijd van Rutte-I zijn dit soort voorbeelden aan te strepen bij die Nieuwspoort-pc’s:

• (Afghanistan) Het is ook in ons belang, in our national interest, in ons nationaal belang, dat daar verdere stabiliteit komt.
• (…) ervoor te zorgen dat bij de deployment, het verder op stoom helpen van die hele missie,
• Dat is geen sustainable… excuus, geen langjarig handhaafbaar pad.
• (…) de Dutch approach die daar ook mede door – laten we eerlijk zijn- een partij als GroenLinks en anderen ingebracht is, dan is dat iets dat echt bij Nederland hoort
• Gisteren was er het debat over the State of the Union, de Staat van de Unie.
• dat is IMF-conditionaliteit, strikte adherence, het houden door Griekenland van de afspraken, etcetera, etcetera.
• een soort van foresight, een vermogen had om dingen te zien
• dus ik heb daar nu verder geen sweeping statements over of grote aankondigingen
• die maatschappelijke banden die in Nederland ontstaan die zijn hecht, die zijn rijk, wat de Britten noemen the fabric of society, de textuur van de samenleving
• Hoe zorg je ervoor dat Europa niet managing in decline, het proberen zo goed mogelijk de eurocrisis op te lossen zodat je ook weer groei krijgt

Het Nederlands van een eindweegs de 21ste eeuw in is vol van Engelse woorden die in die persconferenties langs komen zonder dat ze bijna nog als buitenlands opvallen. Neem impact, briefing, default, inzoomen, statement, boost, offline, fair share, update, overhead. Dat geldt misschien nog minder voor de uitdrukking stuk rood vlees, aan het eind van de dag of in isolatie ‘op zichzelf bezien’ – ondanks de uiterlijke vorm rechtstreeks geïmporteerd van over de Noordzee. Eender ligt het met idioom (agree to disagree, close reading). Het onderstreept dat we de Nederlandse premier niet moeten verwijten dat híj zo Engels spreekt want we doen het allemaal.

Engels-Nederlands: Johnson-Rutte (still Youtube.com)

Tegelijkertijd is het wel héel erg veel wat we aan Engels van Mark Rutte te horen krijgen. Ik beperk me even tot het eerste en kortste kabinet dat zijn naam droeg (door de premier aan het eind ook wel eens aangeduid als Rutte-Verhagen) en tref het soort voorbeelden aan van hieronder. Aan het eind kan de lezer nog zien hoe het Engels bij Rutte zelfs in diens Latijn kan doorwerken.

• dat wij die strikte afspraken hebben gemaakt met Duitsland over de force protection
• We hebben, zoals de Amerikanen zeiden, you punched above your weight.
• Dat is een totaal ander different ballgame.
• Hij is totaal in character.
Yes, I have seen it.
• generaal Craddock, de toenmalige Supreme Allied Commander
• veel minder standaard-NAVO is en veel meer een Dutch approach
• Maar enige electoral strategising sluit ik niet uit (…)
• de resolutie is heel precies gepoint naar dat onderwerp
• tegelijkertijd hoop ik van harte dat het niet too late is (…) en het is zeker niet too little
• het is niet zo dat de Verenigde Naties nu heeft ingezet op een regimechange
• Tenslotte is het goed dat deze week uiteindelijk ook het hele command- en controlsructuur van de NAVO van toepassing is in Libië
It goes without saying.
• Dat zijn dus zogenaamde two-pagers.
• Dus daar hebben we in feite een no regret-optie, in goed Nederlands.
• Dus als het IMF zou zeggen Griekenland is off track
• Maar er was natuurlijk bij Servië een extra show stopper.
• Dus wat het is het postconflict-scenario om het maar eens even in goed Nederlands te zeggen.
• het ripple-effect van een omvallend Griekenland
• in het kader van het six-pack van Van Rompuy
• dus er is een level playing field ook met die landen
• zorgen dat die huizenmarkt geen drain wordt op een economisch herstel
• als wij allemaal sweeping persconferenties gaan geven
• (…) daarover bericht in all fairness en evenwichtig etcetera
• Discussie van de moral en de moral hazard.
• Ik zag de analyse in uw krant vanmorgen, die ik niet geheel deel, maar altijd weer aanleiding geeft tot thought
• (…) is het toch mooi als iemand – een voice of reason – er is die zegt: het is onverstandig om die en die reden.
• (…) dat je heel goed moet kijken naar de governance van de EU
• Het zou heel goed kunnen zijn dat zij het spot on hadden,
• Dat is de tweestaten oplossing en geen unilaterale acties, de grenzen van ’67, de land swaps, de gerechtvaardigde veiligheidseisen, afijn, het hele pakket aan voorwaarden wat we altijd gesteld hebben waar het gaat om Israël.
• Ik ben blij met de uitkomst, so far.
• (…) 1900 miljard in het totaal, er is wel is gezegd too big to fill,
• Het lijkt me aan alle kanten een recipe for disaster.
• Die gesprekken zijn gewoon ongoing
• (…) en natuurlijk mediation at large
That’s all in the game.

1978 Habemus! (Youtube)

Ten slotte laten we premier Rutte nog even aan het woord op de vrijdag 21 april 2011. Minister Donner zou kort nadien naar Rome voor de bijwoning van een R.K-bijzonderheid. Dat greep Mark Rutte aan voor een grapje: “Ik zou bijna zeggen, met de gang van Piet-Hein Donner volgende week naar de zaligverklaring van Paus Johannes Paulus II, habemus papem, we hebben een bestuursakkoord.” We hébben het voor elkaar, een bestuursakkoord! Rutte deed alsof hij de protodecaan was van het College van Kardinalen dat bij monde van hem een nieuwe Paus bekendmaakte: Habemus papam ‘hebbes’! Maar Rutte zei papem – het Latijn van zijn gymnasiumtijd was verdrongen door een uitspraak die alleen verklaarbaar is uit Engelse verdringing. Maar dat schreef ik hier al eens eerder.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte en complimenten voor de journalistiek

Klein tafereeltje in de vrijdagse persconferentie na de ministerraad: Nieuwspoort, 9 oktober 2020. De vertegenwoordiger van Hart van Nederland wil een vraag stellen, maar er komt eerst een wedervraag van de premier: “Waar is uw vrouwelijke collega, mevrouw Nijs?”
Het antwoord: “Die heeft nog even vakantie.” Mark Rutte die alles bijhoudt: “Hmm, dat is dan vrij lang.”
Na de mededeling dat mevrouw Nijs binnenkort terug is, is de minister-president gerustgesteld: “Oké.”

Charlotte Nijs, Hart van Nederland (still van Youtube.com)

Mark Rutte gaat amicaal om met de journalisten, dat is zichtbaar op de camera en dat zal bij de koffie na afloop niet minder het geval zijn. Hij kan (om maar iets te noemen) tijdens de beantwoording van een vraag terloops een oordeel geven over de balans tussen privacy en terreurbestrijding: “Uw eigen krant, terecht, vraagt daar ook in de hoofdredactionele commentaren aandacht voor.” Hij complimenteert Ron Fresen (NOS) met diens verslaggeving over het Oekraïne-referendum of zegt tegen een NOS-collega van hem: “Ik wil jullie altijd helpen om de goede conclusie te trekken, omdat ik het van belang vind vanuit de politiek behulpzaam te zijn in de richting van de journalistiek.” En als Raoul du Pré van de Volkskrant een vraag aankondigt in aanvulling op een kwestie die een collega juist aan de orde heeft gesteld, flitst de premier er tussendoor: “Complimenten overigens met uw hoofdcommentaar vanmorgen.” Op de hoogte, charmant en complimenteus.

Paar voorbeelden van de nederig-collegiale omgang van uw dienaar de minister-president met de onafhankelijke journalistiek uit persconferenties in Nieuwspoort in de voorbije 10 jaar:
• Jongens, ja, het is een stevig vak de politiek en parlementair journalist zijn is niet veel minder stevig lijkt me.
• Haha, u bent een goed journalist, maar ik begin inmiddels ook wat ervaring te krijgen.
• Goeie vraag, u bent een goed journalist
• Ik weet dat uw krant, en ik ben altijd verbaasd hoe goed uw journalisten zijn ingevoerd en soms kloppen dingen niet altijd, daar berichtgeving over heeft gehad deze week.
• Mag ik u er staatsrechtelijk wel op wijzen, maar dat weet u dondersgoed natuurlijk want u bent een zeer voortreffelijk journalist, dat er een heel groot verschil is tussen mijn relatie met de leden van het kabinet en de afstand die ik heb te bewaren ten opzichte van de Tweede- en de Eerste Kamer. Medewetgevers en controleurs van de regering.
• U bent een goed journalist
• Kijk, nogmaals, u bent een goed journalist dus u probeert allerlei manieren toch mij tot uitspraken te verlokken, ook door stellingen voor te leggen waarvan u denkt; die gaan hem zo irriteren dat hij er toch iets over gaat zeggen. Maar ik ga dat niet doen omdat het – ik zou het ook doen trouwens als ik u was – misschien niet zo deskundig maar wel zo proberen te doen
• Er is een systematiek gekozen met een soort top tien waardoor dit soort hele ernstige delicten niet zichtbaar werden. Dat is natuurlijk verkeerd. Die moeten wel zichtbaar zijn. Dus complimenten voor de journalistiek die dat scherp heeft gekregen.

Het moet toeval zijn dat deze complimenten in de meeste gevallen uitgedeeld worden aan de vertregenwoordigers van De Telegraaf.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte: recenseren en speculeren

Als er door iemand ergens iets gezegd is wat tot een reactie zou kunnen leiden van het kabinet, informeert een journalist daarover op vrijdag in Nieuwspoort bij de premier, voorman van de coalitie. Dat is een vraag om reactie, basale activiteit van een journalist. Ook iets toekomstigs kan aan de minister-president worden voorgelegd. Maar deze tweede optie is als-dan en we weten, daarop kunnen we niet reageren zelfs al is de hele politiek een schaakspel waarin vooruit denken essentieel is. Alleen, toekomstige zetten moeten als waren het speelkaarten tegen de borst gehouden worden: zie verderop.


Niet-reageren óp uitspraken of personen doet Mark Rutte op allerlei manieren (kijk naar enkele actuele afleveringen in dit blog in het kader van het tweede lustrum van Ruttes premierschap), onder andere ook via een uitdrukking met niet willen recenseren.

Recenseren
De Finse minister heeft een aantal uitspraken gedaan waar u aan refereert. Die ga ik verder niet recenseren.

Nogmaals er zijn verschillende organisaties de laatste dagen genoemd. Ik ga die hier niet nu recenseren.

(Oordeel over wat een politiek leider van een oppositiepartij zei over de rechtsstaat?)
Ik ga niet mijn collega’s hier recenseren.

(Afscheid Ard van der Steur.) Ik ga niet het hele debat nu recenseren. Het is gegaan zoals het gegaan is en we hebben nu vooruit te kijken.

Ik wil hier niet de burgemeester of het bestuur van Venlo verder recenseren.

Ik ga dat debat niet op voorhand recenseren, laten we dat na afloop doen. (We weten vrij zeker wat de premier dan zal zeggen, SR.)

(Over de term meloen van de kant van de ChristenUnie over het regeerakkoord.) Ik ga niet elke zin die iemand uitspreekt recenseren.

Mogelijke gebeurtenissen in de nabije toekomst blijven bij Mark Rutte nog vele malen meer onbecommentarieerd via een constructie met daarin het werkwoord speculeren. Dat was vooral een term uit de financiële wereld (‘kopen, verkopen of wachten met kopen of verkopen in de verwachting winst te maken door stijging of daling van prijzen’ in de omschrijving van Van Dale). Het is dan in principe speculeren óp. In de Binnenhofse politieke taal is het niet zelden speculeren óver en dat staat inmiddels gelijk aan ‘mogelijkheden bespreken’. Dat wil Mark Rutte (meestal) niet, want ja – die kaarten tegen de borst. Een bescheiden non-speculatie-selectie uit de eerste jaren van Ruttes premierschap.

Speculeren
Ik ga niet speculeren dat het niet zou lukken.

Ik ga dus ook niet speculeren op dat het maar een kleine meerderheid zou zijn.

Ik ga absoluut niet speculeren op een situatie dat er geen Kamermeerderheid zou zijn.

Nogmaals ik ga daar niet over speculeren. Ik wacht gewoon eens even maandag die uitslag af, maar het ligt voor de hand dat die ergens ligt tussen 36 en 38. (uitslag verkiezing Eerste Kamer)

(Dat hele probleem rond Griekenland) dat is al zo complex rond Griekenland, dus ik kan daar niet over speculeren.

(Kan het Pensioenakkoord nog sneuvelen?) Ik ga daar ook niet op speculeren, want er is met zoveel mensen zo grondig over nagedacht en er ligt zo’n afgewogen visie nu op de toekomst van dat pensioenstelsel, …

(Komt er een verhoging van een Europees Noodfonds?) Nee, wat mij betreft is dat allemaal speculatief.

(Gaat Donner naar de Raad van State?) Dan gaan we speculeren over kandidaten en wat dat dan weer betekent voor de procedure en daar kan ik allemaal niks over zeggen.

(Hoe zou Nederland eruit hebben gezien als de heer Cohen premier was geweest?) Maar ik ga niet speculeren op hoe Nederland er uit had gezien als hij premier was geworden. Het zat er 80.000 stemmen maar, het was een heel klein verschil.

(Discussie bij CDA over de gedoogconstructie met PVV.) Het CDA-congres is strikt formeel gesproken een interne partijaangelegenheid. We kijken nu naar de stemmingen aanstaande dinsdag. De rest is speculatie.

(Splitsing euro ja of nee?) Dus onze strategie is erop gericht om de eurozone intact te houden en daar werken we hard aan en alle rest is dan speculatie.

En zo horen we onderhand al tien jaar vele, vele malen meer deze omschrijving voor ‘geen commentaar’ van de zijde van de minister-president op diens wekelijkse persconferenties.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte: afhouden via etiketten en plakken

Blader door 300 persconferenties van premier Rutte heen (2010-2020) en er blijken allerlei wijzen van zeggen terug te keren: zie eerdere bijdragen aan dit blog. Een van de varianten op “geen commentaar” is het benutten van het beeld van het plakken van etiketten en dat zien we een minister-president vanzelfsprekend niet doen. Wat u doet, meneer/mevrouw de journalist of collega-politicus of politicologen – plakt u gerust een eind weg.

Etiketten plakken

(Kunduz door de Kamer: een overwinning?) Dus dat is aan u wat voor etiket u erop wilt plakken. (…) Maar ik heb niet zoveel zin om dat soort etiketten erop te plakken. Die etiketten wijzen op mijn ego.

(Rusland en Oekraïne) Ik ga daar geen grote etiketten op plakken als terug naar dat jaar of die situatie, et cetera.

(PVV extreem-rechts?) Ik plak geen etiketten. Nee hoor, zeker niet. (…) Ik ben hier minister-president en geen politicoloog. Dat laat ik echt aan de politicologen. Dus ik plak daar geen etiket op.

(mensenrechten in Vietnam) Ik ga er nu geen etiketten op plakken, wij hebben opmerkingen en kanttekeningen bij de mensenrechtensituatie in vele delen van de wereld.

(Dreigt er een Organon-scenario bij Tata Steel?) Nou, dan krijgen we meteen weer zo’n enorm etiket erop.

(Wat is de geprefereerde variant van Brexit?) Alleen er worden zoveel tickets geplakt, zoveel etiketten op de verschillende vormen van hoe je een toekomstige relatie kunt vormgeven.

(Multiculturele samenleving: haten?) Want dat zijn natuurlijk allemaal etiketten, maar die multiculturele samenleving waar ik daar over sprak ging over de jaren ’80.

(Gouden Eeuw als term:) waarom moeten we nou in Nederland weer zo’n etiket er af halen en dan ‘oh we hebben al driehonderd jaar lang’, sinds wanneer is die Gouden Eeuw’. (…) ja daar zaten ook aspecten aan waarvan we nu zeggen ‘ai’, die mag je best benoemen. Benoem die. Maar waarom zou je dan het etiket er af halen.

(Is er woningnood of is het een crisis?) Ja, u weet, ik ben altijd iets voorzichtig met het plakken van de etiketten omdat ik ook vind dat we moeten voorkomen dat we in zo’n etiket gaan wonen (…)

(Oordeel over positieve discriminatie bij TU Eindhoven) (…) dan ga ik allemaal van die etiketten plakken en dan kom ik weer terug bij die TU Eindhoven.

Het zijn niet enkel etiketten die geplakt kunnen worden, stickers, labels, woordsoorten en dergelijke dienen op dezelfde manier als middel om te zeggen dat er géen antwoord van de MP komt.

Andere dingen niet plakken


(Was de internationale persconferentie over hulp aan Griekenland uw eerste grote fout als premier?) De fout is dat ik hier… Ik ga er nu even verder geen bijvoeglijk naamwoord op plakken.

(Hoe lang wachten op reactie op brief over over problemen op de Antillen.) Maar ik ga er geen dagen of weken aan plakken.

(Is Angela Merkel eurofiel?) Ik ga überhaupt geen stickers plakken op collega’s, maar Angela Merkel is mijn, is een belangrijke bondgenoot van Nederland.

(Sommige oppositiepartijen helpen Rutte-II) En dat ze vervolgens dan ook nog een stickertje plakken op het kabinet, dat laat ik verder aan hen en dan vertrouw ik op uw verstandige duiding om dat weer te corrigeren.

(Rutte is visieloos volgens Pechtold.) Het is onvermijdelijk als partijen in de oppositie zitten en niet in de coalitie, dat ze niet alleen al het goede werk van het kabinet zomaar van commentaar voorzien, maar uiteraard daar ook epitheta opplakken, dat is niet erg.

(Hoeveel nieuwe banen door maatregelen kabinet?) Ik kan daar nu geen getal op plakken.

(Gaan voldoende parrtijen in de Kamer Rutte steunen, 60%?) Ik kan daar geen percentage op plakken.

(Is Wilders discriminerend?) Nee ik ga daar helemaal geen stickers op plakken.

(Op welke termijn merkt Nederland concreet resultaat van handelsbesprekingen in Davos?) Daar kun je nooit een week of een maand op plakken.

(Dreigt er een Grexit?) Maar daar bepaalde termen op plakken, die hebben ook een betekenis en daar heb ik mij steeds van onthouden.

(Is een handelsoorlog tussen VS en Europa aanstaande, bondgenoten in de NAVO?) ik laat dat maar even aan de fijnproever of je dat al met de term erop wil plakken die u erop plakt

(Aanhoudende problemen voor overheid op ICT-gebied, wanneer verbetert dat?) Dat is niet gelukt dus we werken er hard aan. Ik ga er nu geen termijn op plakken.

(Is het kabinet door het Preventie-akkoord een betuttelkabinet?) Ja, goed, labels plakken in de politiek is gebruikelijk, dat heb ik ook wel eens gedaan in de oppositie. Maar dat is het niet. Het is een serieuze poging om waar het gaat om overgewicht, alcohol, roken, als samenleving grote stappen te zetten.

(Heeft Nederland een stikstofcrisis?) Ik ben niet zo van het labels plakken. We hebben een heel groot stikstofprobleem en dat moeten we oplossen, maar u kent me. (…) u kunt al die stukken lezen en dan kunt u daar uw eigen bijvoeglijk naamwoord opplakken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte en zijn inkomen als politicus

Sommige dingen komen geregeld terug in de wekelijkse persconferenties van de minister-president. In de serie over dat onderwerp (eerder kwamen hier aan de orde wat de premier in de eerste tien jaar in Nieuwspoort gezegd heeft over wat hij is maar vooral niet is, op welke manier hij vragen zoal weigert te beantwoorden en hoe goed Nederland op mondiale lijsten scoort) past ook een aspect dat met de persoon van de premier te maken heeft.

Ook uit het nieuwe boek van Petra de Koning wordt nogmaals duidelijk – en inderdaad niet voor het eerst – hoe atypisch Mark Rutte als VVD’er zou kunnen zijn, bezien vanuit wat er bekend is omtrent de appreciatie van de hoogte van zijn inkomen in de politiek. Rutte mag daar niet veel om geven, hij verzuimt niet vaak om aan zijn vrienden-journalisten mee te delen hoe hij denkt over dat inkomen dat hij van ons, belastingbetalers, geniet.

Opnieuw een selectie uit tien jaar persconferenties. Bedenk, dat het inkomen van politici allerminst een geheim is zegt de premier al in zijn eerste persconferentie: “Echt, het hele blauwe boek van bewindslieden staat op internet. Salarissen zijn bij iedereen bekend.”

• Nee, als je kijkt naar de sector en wat hij verdient, als je dat vergelijkt met andere banken, dan is dat in absolute termen heel veel geld. Het is ongeveer 3,5 keer wat ik verdien en ongeveer twee keer wat u verdient,

• Nou, ik verdien een waanzinnig salaris. En ik ben heel tevreden.

• Maar u vroeg mij wat er mis is met het salaris. Nou, met mijn salaris is niets mis. En ik verdien het meeste geloof ik van iedereen.

• ik krijg 7000 euro netto per maand ongeveer met alles erbij. Dat is heel veel geld. Dat vind ik ook heel veel geld,

• zorgen dat we de beste man of vrouw voor die baan krijgen tegen een behoorlijk salaris, ik vind het heel veel geld, het is drie keer wat ik krijg, of meer nog.

• Natuurlijk privé heb ik allerlei opvattingen en vind ik van alles maar ik krijg een vorstelijk salaris betaald om die af en toe een beetje voor me te houden

• zorgen over maken. Dan denk ik [over zichzelf, SR] : ja sorry, je verdient een waanzinnig salaris om problemen op te lossen, dus doe er iets aan.

ik krijg een goed salaris. Ik ben door de kiezer neergezet om premier te zijn van dit land.

• En we verdienen prima hè. Ik krijg het niet op, ik vind het allemaal prima. Maar dat komt gewoon, ik heb ook geen kinderen ofzo. Dus voor mij is het allemaal veel geld.

• Maar ik kan volgens mij dat enorme salaris krijgen om dan te proberen met mijn collega’s die zorgen om te zetten in actie

• Ik verdien ook zelf, mijn salaris staat geloof ik op de website, ik krijg 7000 euro netto per maand ongeveer met alles erbij. Dat is heel veel geld. Dat vind ik ook heel veel geld

• Volgens mij betaalt de overheid… Ik heb een prima salaris. Maar ook de mensen onder mij, die lager in de schalen zitten worden goed betaald.

Hier spreekt constant een tevreden mens. Iets anders is moeilijk anders te concluderen. Toch?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen