Gewraakt: van kritiek op rechters en van uitingen naar een woord van niks

Verrassend, zo vaak als het woord gewraakt(e) in de media verschijnt. Bij rechtbanken gebeurt wraking van een rechter zeker niet dagelijks, het begrip duikt wel degelijk dag aan dag op maar dan buiten de direct-juridische sfeer.

Zo was er de gewraakte bevrijdings(dag)poster van een deel van Forum voor Democratie, er waren de gewraakte uitspraken van de Nashville-dominee over homofilie, er was het gewraakte project van de Super League waardoor fans van Manchester United het veld bestormden en Boris Johnson zei “laat duizenden lijken zich maar ophopen” (dat liever dan een nieuwe lockdown) – dat was een gewraakte uitspraak die de premier prompt ontkende.

Wraken en gewraakt is een wat officiëlerige term, er gaan jaren voorbij dat ik het woord gebruik. In de beschreven contexten is het telkens hetzelfde als ‘bekritiseerd’: er is kritiek op de poster (en de ontwerpers en verspreiders daarvan), op wat een dominee of een Prime Minister zegt, op een poenerig voetbalproject. Dat wat object van kritiek is, is nauw verbonden met de bedenker of spreker en zo is ook hier stilzwijgend een persoon object van wraking, net als in de rechtbank.

Dat ligt een beetje indirecter als er in Utrecht problemen zijn rond een voetbalveld: ‘s middags kan de vereniging EDO daarop spelen nadat er in de ochtend door de hondenvereniging gebruik van is gemaakt en dat vinden de sporters een onprettige, ja ongezonde gedachte – in de krant is er sprake van “het gewraakte voetbalveld”.

In Leiden gebeuren veel ongelukken op een bepaalde plek en het Buurtcomité Tuinstad-Staalwijk begint een meldpunt voor ongevallen op de fietsrotonde bij de Koninginnelaan en Herenstraat. Meldpunt, want volgens de wijkorganisatie is de rotonde nog steeds niet veilig ondanks een reeks aanpassingen. Foto-bijschrift: De gewraakte rotonde.

Hier lijken een voetbalveld en een rotonde gewraakt te zijn als object van bekritiseerd handelen (in beide gevallen is het minstens veronderstelde nalatigheid van de zijde van de lokale overheid). Een dader of een direct verantwoordelijke persoon is niet zo gemakkelijk aan te wijzen.

Wat staat er vandaag in NRC Handelsblad op de voorpagina:

website NRC Handelsblad (fragment)

In de loop van de laatste jaren is er enerzijds ontzettend weinig gebeurd (praat eens met gedupeerde Groningers) maar er zijn ook dingen wel degelijk veranderd: de gaswinning in het zogeheten Groningen-veld gaat stukje bij beetje naar nul en de NAM gaat niet meer over de reparatie van de schade of over het voorkómen van nieuwe. Mark Middel schrijft: “De NAM gaat niet over de versterkingsoperatie, maar moet wel de rekening betalen van alle schade die ontstaan is door gaswinning in het gewraakte gebied.”

Het gewraakte gebied.
Hier lijkt gewraakte op weg naar een betekenisverzachting, van ‘bekritiseerd’ naar ‘betreffend’.

RTV Noord bracht de scoop van de NRC vanochtend vanzelfsprekend groot en citeerde eruit. Dat gebeurde met en soms zonder aanhalingstekens, zoals dat gewraakte gebied.

In Groningen weten ze hoe versterkingsoperaties (niet of nauwelijks) werken – het woord gewraakte lijkt in het Nederlands momenteel onderwerp van het omgekeerde, een verzwakkingsoperatie.

P.S. Misschien is het goed, te verduidelijken dat dit gewraakte bij uitstek betrekking heeft (dus: hád) op woorden, meningen, bepalingen, interviews e.d.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Op een schoen en een slof – regeren is vooruitzien

Klopt dat lied van een 45 jaar geleden nog, nu Ajax dit weekend weer kampioen is geworden? Johnny Hoes (uit Rotterdam) schreef een tekst die zó begon:
Op ‘n slof en ‘n ouwe voetbalschoen
wordt Ajax kampioen
wordt Ajax kampioen,
Op ‘n slof en ‘n ouwe voetbalschoen
wordt Ajax kampioen.

In het laatste begrotingsoverzicht van vóor corona (zomer 2019) liepen de begrotingen van de Betaald Voetbal Organisaties in de eredivisie van 7 miljoen (RKC als laagste), Fortuna Sittard (7,2) en VVV (8) naar de top-drie Feyenoord, PSV en Ajax met respectievelijk 68, 78,5 en 110 miljoen euro.
Er is niets veranderd. Toen in 1966 begreep ik het Ajax-lied als ‘probleemloos wordt Ajax kampioen’ – andere clubs hebben geen schijn van kans. De tekst was helder, elke zondag was een festijn zelfs als de club uit de hoofdstad aantrad met schoeisel dat van geen kant deugde, als waren het een slof en oude kicksen. Waarom zie ik dat kicksen niet in Van Dale?

Wel vinden we daar een verwijzing naar het lied met de uitdrukking “op een slof en een oude voetbalschoen (naar de titel van een door Johnny Hoes (1917-2011) gezongen Ajax-supporterslied (1966)) met gebrekkige middelen”. Was Ajax zo goed of was Ajax zo arm?

In 1958 werd in de Eerste Kamer verwezen naar keramische fabrikanten uit de Tsjechische Sudentenlanden die na WO II terugkeerden naar Duitsland, “in de letterlijke zin van het woord op een schoen en een slof teruggekomen zonder een cent op zak”.
In hetzelfde jaar wordt aan de overzijde vastgesteld hoe groot de blamage is voor de Sovjets: Oost-Duitsers laten hun bezittingen achter en vluchten “om op een schoen en een slof in West-Berlijn aan te komen”. Twee jaar later is er in het parlement sprake van gerepatrieerden uit Indonesië die “hier komen op een schoen en een slof en alles hebben moeten achterlaten”.

Johnny Hoes veranderde het beeld van totale berooidheid en loutere armoe onder vooral politieke vluchtelingen naar een komische voorstelling – hij draaide blijkbaar de volgorde op een schoen en een slof om en paste de schoen aan tot een ouwe voetbalschoen.

Een slof is een ruime pantoffel die als het ware automatisch leidt tot een slepende, inactieve en gemakzuchtige gang (stel ik me voor). Tótdat iemand uit zijn slof schiet omdat hij/zij in actie komt! Tegen dat versloffen, dat laten versloffen, waarschuwt minister De Jonge (VWS) dezer dagen. Versoepelen mag niet versloffen worden!
Waarschijnlijk heb ik niet goed opgelet tijdens de laatste persconferentie van 20 april bij de aankondiging van de versoepelingen. Was daar toen al nadrukkelijk voor gewaarschuwd of hebben ze dat op VWS en Algemene Zaken een beetje slof behandeld omdat ze onvoldoende vooruitkeken? Op dat punt wat laks, nalatig – onvoldoende strak zou Rutte zeggen.

Hoe noemen ze zoiets aan het Binnenhof? Een Davy’tje, sinds zondag?

Afbeelding via Twitter AT5

“Davy Klaassen heeft de zooltjes voor in zijn voetbalschoenen weer terug. De middenvelder van Ajax gooide zondag tijdens het vieren van de 35ste landstitel zijn schoenen in de menigte die zich bij de Arena had verzameld.
Hij hoefde de schoenen niet terug, maar besefte dat hij de zooltjes nog nodig had. ‘Kan diegene die mijn schoenen heeft gevangen gisteren contact met mij opnemen? Mijn zooltjes zitten er nog in en die heb ik nog nodig zondag,’ schreef hij op Instagram. Gisteren liet hij weten dat ze terecht zijn.” (Het Parool 04.05.2021)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Notulen en de verkeerde uitspraak daarvan – een vroeg Nabericht

In de tijd dat drs. J. Posthumus via de VUT-regeling afscheid zou gaan nemen als medewerker van het Anglistisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen (1986) was het nog zo, dat Personeelszaken zo iemand naar de uitgang begeleidde: wilde de aanstaande pensionado zich misschien niet voorbereiden op de nieuwe levensfase via de een of andere cursus? Dat is geen gemakkelijke overgang! Als ik me goed herinner – ik schrijf dit uit het geheugen, wie meer over Jan Posthumus wil lezen: Arthur van Essen heeft een mooi Levensbericht van hem gemaakt – koos Jan voor een cursus-boekbinden.
Velen uit zijn nabije omgeving (ik reken me onder hen) heeft hij vervolgens aan zich verplicht door boeken en tijdschriften voor hen een nieuwe levensfase te bezorgen. Dat deed hij om letterlijk iets om handen te hebben en niet alleen intellectueel bezig te zijn. Toch combineerde hij het een met het ander. Ik kan me niet herinneren dat hij iets voor me heeft ingebonden waar hij niet ruim, belangstellend en kritisch kennis van heeft genomen.

Zo staat in mijn boekenkast het tweedelige Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal uit 1872, door J.H. van Dale. Dat is de eerste druk onder die naam en door het veel kleinere formaat op een heel andere plek en veel bescheidener in de kast gepositioneerd dan latere edities. Toen ik voor het eerdere stuk over de accentuering van het woord notulen een greep in de edities van Van Dale deed, pakte ik willekeurig die van 1972 en dat was al voldoende informatief als vertrekpunt.
Gisteravond nam ik die eerdere Van Dale ter hand (later als tweede druk aangemerkt, zoiets zou Jan Posthumus graag precies vermeld gezien hebben) en zag verrast wat daar stond: een omschrijving zonder uitspraaknotatie. Maar tussen teksthaken mooi wel ineens toegevoegd “[Om de verkeerde uitspraak notúlen verdient notels wel eenige aanbeveling.]” 1872! Het heeft er langer in gestaan, in de vierde druk van 1904 is het verdwenen.

Van Dale 1872

In het Nabericht uit oktober 1873 schrijft J. Manhave dat J.H. van Dale in het voorafgaande jaar is overleden. Aan de lijst van publicaties van de overledene is in het opnieuw ingebonden deel een gekopieerde bladzijde ingevoegd dat er kennelijk aan ontbrak: Jan Posthumus was precies, kritisch en attent. Die Van Dale heb ik aan hem te danken, dus inclusief een kopie van een pagina uit zijn eigen exemplaar.

Dr. Posthumus – hij promoveerde op zeer hoge leeftijd aan de VU in Amsterdam op een bundeling (!) van artikelen die hij na zijn pensionering had geschreven – was vooral geïnteresseerd in de fonetiek, van het Engels in de eerste plaats. Juist met hem had ik willen bespreken wat Manhave of Van Dale precies bedoeld kan hebben met die opmerking over notels. Binnenkort zal ik alle edities er eens op naslaan.

Dr. J. Posthumus (2006, SR)

Samen met Jan Posthumus en Arie de Ru heb ik een boek gemaakt naar aanleiding van een jubileum van dat andere bekende Nederlandse woordenboek van vaderlandse bodem, Honderd jaar Koenen (1997). Daarvoor en daarna hadden we zodanig (veel en plezierig) contact dat ik hem voor mijn pensioneringsbijeenkomst uitnodigde samen met een kleine kring anderen. Hij nam de invitatie aan maar zegde kort ervoor af wegens teruglopende gezondheid. Niet lang erna overleed hij in mei 2016.

P.S. Pas vandaag realiseer ik me dat ik hetzelfde woord notulen in het Nederlands accentueer als “nótulen” maar dat ik hetzelfde-woord-zelfde-betekenis in het Gronings uitspreek als “notúúln”. Ter herinnering aan de Fries Jan Posthúmus kijk ik in Zantema’s Handwoordenboek: “notúlen”!

Dat streepje op de naam Posthumus staat er niet zomaar. Als je hem belde, klonk zeer beheerst met een wat gerekte en zeker beklemtoonde eerste syllabe: “Póssthumus”. Lachend vertelde hij een keer voor een groep studenten te hebben gestaan in het Alfagebouw aan de Grote Kruisstraat in Groningen, toen de portier (laat ik hem meneer M. noemen) aanklopte, de deur open deed en met kennelijke haast riep: “Meneer Posthúmus, meneer Posthúmus!” Meneer M. was een stad-Groninger en de studenten moesten om zijn uitspraak van de naam van de docent erg lachen. 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het Notulendebat: was het nótulen of notúlen?

Het Notulendebat van 29.04.2021

Het debat van gisteren in de Tweede Kamer ging over dé notulen van de afgelopen tijd: die staatsgeheime verslaglegging door Rutte-III over de zaak rond de Kinderopvangtoeslagen die voor een deel zo veel jaren vroeger zijn vrijgegeven dan normaal.
Het accent in het woord notulen wisselt, zegt Van Dale. Dat viel te constateren – er was variatie, maar de overgrote meerderheid zei “notúlen” met het accent dus op de tweede lettergreep. Een klein aantal woordvoerders zei “nótulen” met de nadruk aan het begin.

Heel in het algemeen en met voorbijgaan aan allerlei contexten: het Nederlands houdt ervan om het accent op de voorlaatste lettergreep van zo’n woord te hebben. Daarom zijn er in de nabije taalhistorie voorbeelden te zien van een verschuiving in de richting van “notúlen” – inderdaad “nótulen” is eerder de gangbare realisering van voorheen.
Dat is gemakkelijk te constateren voor wie in het gelukkige bezit is van een rijtje verschillende drukken van bijvoorbeeld Van Dale.
Ik pak de tweedelige in roodachtige kleur uit de kast, die van 1976 geredigeerd onder verantwoordelijkheid van C. Kruyskamp. Daar blijkt de uitspraak “nótulen”. (Ik noteer het hoofdaccent op de manier van hierboven.)

Aan de volgende druk, de elfde van 1984, werkte Kruyskamp nog wel mee, maar Geerts en Heestermans waren toen de verantwoordelijke redacteuren. Daar staat: “nótulen”, maar met eraan toegevoegd: “dikwijls, verkeerd, uitgesproken als “notúlen””. Verkeerd.

Dezelfde hoofdredactie staat op het titelblad van druk 12 (1992). Nog steeds is het “nótulen” met de aanvulling: “minder juist: “notúlen””. Minder juist.

Als ik het goed zie, is de eerstvolgende wijziging die van de 15de editie onder redactie van Den Boon en Hendrickx: “de klemtoon wisselt” en dat verklaart waarom er nu geen keus meer voor de ene of de andere variant genoteerd staat. Kortom: “notúlen” is op gelijke hoogte gekomen (Augenhöhe zegt premier Rutte graag als hij de luisteraars even divertissement wil bieden) gekomen met “nótulen”.

Het kan even duren, maar ooit zal Van Dale noteren dat de uitspraak “notúlen” luidt – zó immers heeft de meerderheid aan sprekers van het Nederlands besloten. In het Notulendebat noteerde ik bij vooral Gert-Jan Segers (ChristenUnie) de accentuering “nótulen net als bij Liane den Haan (50PLUS) – bij Kees van der Staaij (SGP) noteerde ik beide varianten. De andere sprekers zeiden “notúlen”; óf ik was afwezig, in gedachten of fysiek. Bij Sigrid Kaag (D66) had ik een andere voorspelling gedaan, maar nee het was ook laat op de avond bij haar echt “notúlen”.

Wie “nótulen” vreemd vindt – ikzelf hoor met die uitspraak nu bij een minderheid – zou kunnen denken aan woorden als stimulus en cumulus. Zodra iemand bijvoorbeeld “stilus of “culus” zou zeggen, zou dat als wel zéér afwijkend geregistreerd worden. Wie weet ontstond er een storm van verontwaardiging over. Dat woord notulen ‘kleine aantekeningen’ heeft een vergelijkbare herkomst én structuur.

In feite is dit een stukje dat aansluit op een eerdere bijdrage over verschuivende klemtonen naar aanleiding van een ontsporing van Jaco Geurts – maar wat nu een ontsporing heet kan later het begin van een nieuwe meerderheid blijken te zijn geweest. In die eerdere bijdrage staan aanvullingen met praktijkvoorbeelden in de Tweede Kamer: clitoris, emeritus, euforie dus 3x met een verschoven klemtoon naar de voorlaatste lettergreep. Met dank achtereenvolgens aan Bente Becker, Geert Wilders en Corrie van Brenk.

P.S. 02.05.2021: Dit bericht is zojuist voorzien van een aanvulling wegens een gevonden verrassing in Van Dale 1872.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Naar eer en geweten (ii)

Luister in de Tweede Kamer en lees na wat er in de Handelingen staat, soms blijven talige ontsporinkjes uit de gesproken versie staan in de geschreven vorm, soms niet. Dat is hier vaker aan de orde. Wat ik niet naging maar wel noteerde in debatten zijn de volgende citaatjes, inclusief hun veronderstelde achtergrond als Nederlandstalig mengproduct:
de groeten ermee = de groeten + succes ermee
vanuit Rijkswege = vanuit de overheid + van Rijkswege
geen ijzer met handen smeden = je kunt geen ijzer met handen breken + je moet het ijzer smeden als het heet is
dat heb ik mij ter harte genomen = heb ik mij gerealiseerd + ø ter harte genomen
staan we onmiddellijk beschikbaar = staan we klaar + zijn we beschikbaar

(Voor wie wil lachen om gekromd Nederlands, lees de tekst over de olifant, de mug en het verdwenen kanon. Hebben we allemaal last van maar misschien extra in een officiële vergadersessie omgeven door camera’s.) In Buitenhof zat oud-minister Dijsselbloem gisteren, 25 april 2021. Hij sprak even helder als altijd en zei onder meer “dat we het lek boven tafel moeten krijgen”. Ik denk dat dit een contaminatie is van het lek boven water – + iets boven tafel krijgen. Dat wordt in de Tweede Kamer soms ook gezegd. In de nieuwere verslagen vanaf 1995 is Laetitia Griffith (VVD) de eerste van wie dat is vastgelegd in een spoeddebat in december 2009: “Het is dan ook volstrekt begrijpelijk en noodzakelijk dat de AIVD erop gebrand is om het lek boven tafel te krijgen.”

Spreek de vette stukjes net als in Cursief voor een zaal met publiek met een Surinaamse mond uit – zouden we dán aan het gelach horen wat er in strijd met de Nederlandse taalnormen door woordvoerders in de plenaire zaal gezegd is?

De minister-president staat in de schijnwerpers. In het debat van 1 april zei hij: “Ik betreur zeer dat ik vorige week, toen ik de NOS en RTL te woord stond, wel naar beste eer en geweten heb geantwoord, maar dat het achteraf onjuist bleek.”

Van Dale is kort over eer en geweten en laat in de betekenisomschrijving ‘volkomen oprecht’ zien waarom nadere onderstreping eigenlijk niet kan:

Van Dale

(Een aantal puntjes bóven deze uitdrukking staat in het woordenboek een citaat van iemand die meewerkte aan Cursief en die bevriend was met Herman van Run: «Veel mensen danken hun goed geweten aan hun slecht geheugen.» Godfried Bomans.)


Dit aangezette Nederlands bezigt Mark Rutte vaker, echt oprecht:
• Ik meen dat we naar beste eer en geweten geprobeerd hebben dat tempo er in te houden. (14 november 2019)
• Ik verwijt niemand iets en ik denk dat iedereen dit naar beste eer en geweten heeft gedaan. (27 november 2019)
• Maar ik hou hier staande, behalve de 23 junifout, dat in dat proces iedereen naar mijn overtuiging naar beste eer en geweten geprobeerd heeft uitwerking te geven aan de normale manier om dit soort dingen op te volgen. (27 november 2019)
• Ik spreek hier geen leugens. Ik spreek hier de waarheid als ik zeg dat ik op dat moment naar beste eer en geweten de pers te woord heb gestaan. (1 april 2021)
• Ik heb alleen naar beste eer en geweten antwoord gegeven op de vraag: heeft u het over Omtzigt gehad? (6 april 2021)

Mark Rutte screenshots 2014-2018

Vijf keer naar beste eer en geweten in een beperkte periode. Bij zulk consequent Nederlands uit de mond van de baas is het geen wonder dat anderen (staatssecretaris Visser, staatssecretaris Snel) datzelfde Nederlands gebruiken. Tegelijkertijd blijft het in mijn ogen een voorbeeld van gecontamineerd ABN, een optelsom van twee en wel op de volgende manier: naar eer en geweten + naar beste weten (en kunnen) = naar beste eer en geweten

Het is wel begrijpelijk, zelfs als de ijzeren combinatie eer en geweten juist door die vaste twee-eenheid zo’n maximaal sterke uitdrukking was. In een Binnenhofs streven om te onderstrepen en talig sterker-dan-sterk voor de dag te komen, zou iemand ook kunnen zeggen naar alle eer en geweten en ook dat komt voor. Hier is het mengproces in feite dezelfde optelling van twee verschillende uitdrukkingen van het Nederlands en dan dat opnieuw graag weer delen door 2: naar eer en geweten + in alle eer en deugd = naar alle eer en geweten.

Waarom zou de volgende observatie geen toeval zijn: de laatste jaren vinden we de ontsporinkjes van dit eer en geweten vooral bij woordvoerders van de VVD.

Neen luisteraars, het is niet alles koek en ei wat er blinkt in Den Haag. Terug naar de studio te Hilversum.

BAND Gamelan-muziek, snelle fade-out.

 

Aanvulling 30.04.2021: Bij het Notulendebat zei staatssecretaris Van Huffelen gisteravond: “We moeten goed kijken hoe we stapje bij beetje zo snel als wij kunnen met alle zorgvuldigheid blijven werken aan het herstel van wat deze ouders is aangedaan.” Stapje bij beetje moet een contaminatie zijn van stukje bij beetje en stapje voor stapje. De dienstdoende stenograaf heeft opgeschreven wat mevrouw Van Huffelen zei.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Naar eer en geweten (i)

Cursief was een heerlijk radioprogramma van de KRO, dat op vrijdag- en ook wel op zaterdagavond uitgezonden werd. Dankzij het Luisterboek “Cursief met Hoogtepunten uit het roemruchte KRO-radioprogramma 1967-1975” weet ik de periode. Aan het eind namen ze ook nog een blok in de Van Speykshow met Aad van den Heuvel voor hun rekening, televisie. Op de voorzijde van het luisterboek (een cd verpakt in een langwerpig stukje karton met informatieve tekst) een prachtige foto boven een ouderwets radiotoestel (merk Philetta en dus uit Eindhoven afkomstig) met vijf belangrijke stemmen, Luc Lutz, Frans Halsema, Gerard Cox, Simone Rooskens en Herman van Run.
Na de uitvaart van Toon Weijnen (oud-hoogleraar aan de Nijmeegse universiteit en gewaardeerd kopstuk in de Nederlandse dialectologie) kwam ik in 2008 met Herman van Run aan de praat. Hij was net als Weijnen in de Tweede Wereldoorlog gegijzeld geweest in Haaren. Als ik me goed herinner, vertelde Van Run dat hij nu de laatst levende van de gijzelaars was; ze zullen onderling contact gehouden hebben. Niet lang daarvoor moet hij op zondagochtend bijdragen geleverd hebben aan een radio-programma van een andere omroepvereniging, O.V.T. (VPRO). Hij stuurde me vanuit Overveen een paar cd’tjes met opnamen daarvan.

Op het Luisterboek komt Van Run als aankondigende omroepstem voor, neutraal maar de luisteraar kon zich al in de lach-houding zetten als hij of Netty Rosenfeld (of eenmaal Frits van Turenhout bij de aankondiging van sportverslaggever Dick van Rijn) aan het woord kwam. De omroeper deelde ons bijvoorbeeld mede dat wij thans konden luisteren naar een Uitzending van de Overheid. De aansluitende gamelanklanken brengen ons direct naar een Gebiedsdeel Overzee. De naam van de spreker (vooral gespeeld door Gerard Cox) was al komisch, diens voordracht ook. Zou nu niet meer kunnen, een Surinaams imiterende stem vol krom Nederlands zoals “het is niet alles koek en ei wat er blinkt”, “de verkeersdrukte neemt vel over been toe” of de oud-Surinaamse gezegswijs “wie op de wegen wacht wacht het langst”. Van der Plas schreef de krompraat, Henk Suèr ook.

Zou niet meer kunnen? Maar hoe zit het dan met het namaak-Vlaams dat uitgesproken wordt in die schitterende tekst van Michel van der Plas alias Polleke, de wielrenner die alles en iedereen naar huis reed zolang zijn drogbedrog niet ontdekt was? Het Vlaams is wel namaak maar klinkt tegelijkertijd authentiek. Dat is het grote verschil met de zogenaamd Friese teksten die in deze bloemlezing zijn opgenomen. Wat Luc Lutz van (opnieuw) Michel van der Plas’ bedenksels hoorbaar maakt lijkt in de verte misschien Fries maar is dat in het geheel niet – het is zelfs volkomen abracadabra bij tijd en wijle. (Kort bijvoorbeeld in de tekst over de ANWB Alarmcentrale. Skiet is kennelijk nog niet op Youtube geplaatst.) Hoe authentiek daartegenover is de sketch Deutscher mit Paschen waarbij Gregor Frenkel Frank 100% Duits spreekt en Netty Rosenfeld een fantastische Randstedeling neerzet met een in-de-verte-Duits van Nederlandse grond.


Kan dát nog, zulk Vlaams, zulk Fries uitzenden of zou hierin tegenwoordig veel strenger de hand worden gestoken? Die Uitzending van de Overheid is koloniale humor, taalverkrachting, pseudo-Nederlands uit de mond van een belangrijk figuur die zich vanuit de verte van de zwaarte van zijn taak bewust is en krom spreekt: wie niet van kindsbeen af primair is opgevoed met de overheerserstaal maakt gemakkelijk fouten.
Neen, dan is het met het huidige Nederlands van belangrijke figuren in Nederland zelf heel anders gesteld. Luister in de Tweede Kamer…. (wordt vervolgd)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een lijntje tussen Makarios III, Pim Fortuijn en Wopke Hoekstra

Ineens komt de middelbare school in gedachten terug. Jaren ‘60, wat zal het zijn, klas 4 of 5 van het gymnasium. Ik vond het een interessant moment waarop de leraar Grieks vertelde dat werkwoorden op -izoo (zeg “iedzo”) altijd iets met ‘doen’ of ‘maken’ betekenen. Als je die uitgang kent, ben je bij de vertaling al een eindweegs op gang. Kun je het basiswoord ook nog wat thuisbrengen, dan wordt dat een feestje van herkenning. Kom je bijvoorbeeld makarizoo tegen, dan moet je nog even denken aan de aartsbisschop-president van Cyprus van die tijd, Makarios ‘de gelukkige’ en je komt met een beetje mazzel op ‘gelukkig prijzen’ (een figuurlijk handelingswerkwoord).

Datzelfde –izoo keert via taalhistorische wegen vast terug in een werkwoord dat we via Pim Fortuijn hebben onthouden demoniseren. Mat Herben (Fortuijns woordvoerder en latere fractievoorzitter van de LPF) zei dat op 19 december 2002 bijvoorbeeld in de Tweede Kamer: “Iedereen zag hoe hij werd gedemoniseerd op internet en de media.”
Volgens Van Dale betekent dat werkwoord ‘als kwaad beschouwen, duivels voorstellen’; ik vermoed dat nader onderzoek zou kunnen uitwijzen dat het een woord is uit een relatief rechtse mond dat daarmee verontwaardiging over felle kritiek van betrekkelijk linkse zijde uitdrukt. Het betrof vóor Fortuijn bijvoorbeeld Bolkestein (VVD) en Janmaat (CD).

Onder –iseren vinden we in Van Dale: “achtervoegsel waarmee van uitheemse bijvoeglijke naamwoorden werkwoorden worden gevormd die betekenen: de door het grondwoord bedoelde of de daarmee geassocieerde eigenschap (doen) krijgen”. Bij de lijst met voorbeelden komen trouwens ook zelfstandig naamwoorden voor (zoals finlandiseren, protestantiseren), maar sensibiliseren nog niet.
Dat zal binnenkort veranderen na alle aandacht voor dat woord. RTLNieuws op de website van enkele dagen geleden: “In een van de ministerraden waar de toeslagenaffaire werd besproken, zou CDA-leider Hoekstra hebben gezegd dat de CDA-top Omtzigt zou hebben geprobeerd te ‘temperen’, meldde NRC Handelsblad eerder. Een bron meldt RTL Nieuws dat Hoekstra toen zei: “We hebben geprobeerd de heer Omtzigt te sensibiliseren (tot rede te brengen, red.), maar dat is niet gelukt.””

Door het eerdere bericht in de NRC weten we dat sensibiliseren ‘temperen’ betekent, in alledaagser Nederlands ‘kop houden’. Zo weet Pieter Omtzigt weer wat meer. In Een nieuw sociaal contract had hij in het interviewgedeelte gezegd: “de regering heeft van alles over mij in de ministerraad gezegd waarvan ik nog steeds niet mag weten wát precies, maar ze had het wel over mij en mijn collega’s als probleem” (p.63).

Makarios, Fortuijn, Hoekstra

Momenteel is het kabinet nog bijeen om onder meer te beslissen over de informatievraag van de Kamer met betrekking tot de (delen van de) kabinetsverslagen die hier betrekking op hebben. Op de redactie van Van Dale mogen ze wat mij betreft inmiddels beslissen over een betekenistoevoeging aan dat achtervoegsel –iseren: ‘de door het grondwoord bedoelde of de daarmee geassocieerde eigenschap (doen) krijgen – in politieke taal jegens personen of partijen vooral met zeer afwijzende strekking’.

 

Aanvulling 23.04.2021 (vanaf website NOS):

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen