Verordineren en verordonneren

Een jubileumpje: dit is aflevering 250 in dit blog.

Stellingen-stad Wittenberg 2013 (SR)

In een oudere vertaling van de Heidelberger Catechismus (de tekst die een halve eeuw is ontstaan na de Reformatie van 1517 – en die begon met de publicatie van de 95 theses door Luther in wat ik maar even noem de stellingen-stad Wittenberg) wordt een inmiddels niet meer gangbaar werkwoord verordineren gebruikt. Het betreft Zondag 31, meer in het bijzonder het antwoord op vraag 85: “Hoe wordt het hemelrijk toegesloten en ontsloten door den Christelijken ban?” Het antwoord heeft te maken met de kerkelijke tucht. Daarin wordt een belangrijke rol gespeeld door de mannen “die van de gemeente daartoe verordineerd zijn”. Van de gemeente = door de gemeente, zoals nog in het Duits. Het hele antwoord luidt:

“Alzo, als, volgens het bevel van Christus, degenen, die onder den Christelijken naam onchristelijke leer of leven voeren, nadat zij, ettelijke malen broederlijk vermaand zijnde, van hun dwalingen of hun schandelijk leven niet willen aflaten, der gemeente, of dengenen die van de gemeente daartoe verordineerd zijn, aangebracht worden; en, zo zij aan de vermaning zich niet storen, van henlieden door het verbieden der Sacramenten uit de Christelijke gemeente, en van God Zelven uit het Rijk van Christus gesloten worden; en wederom als lidmaten van Christus en Zijn gemeente aangenomen, zo wanneer zij waarachtige betering beloven en bewijzen.” *)

Verordineren is volgens Van Dale verouderd, de betekenis heeft hetzelfde begin te weten ‘verordenen’. De laatste die het in een Kamerdebat gebruikte was Dries van Agt, als minister van justitie in het abortusdebat van 5 november 1974. Hij probeerde zijn tekst hoorbaar juridisch te formuleren, het onderwerp was er politiek-beladen genoeg voor: “Voorts regardeert met name de vraag, in hoeverre ongeboren leven behoort te worden ontzien, zozeer de gehele gemeenschap, dat het oordeel daarover niet aan de medische tuchtrechter, ten minste niet helemaal, kan worden afgeschoven, tenzij de wetgever zulks zou verordineren.”

Eerder had Van Agt het werkwoord ook al ‘es gebruikt: “Sommigen in deze Kamer verlangen dat de Minister van Justitie hoog uit het zadel verordineert, dat een strafbepaling welke deel uitmaakt van een wet van recente datum die met een ruime meerderheid van het parlement is aanvaard en tot onderdeel van onze wetgeving is gemaakt, helemaal niet zal worden toegepast.” (28 oktober 1971)

Taal regardeert de hele gemeenschap. Verordineren is uit het juridische jargon én uit het gangbare Nederlands verdwenen – wie aan een samenloop van omstandigheden durft te denken, kan veronderstellen dat het woord verordonneren dat verordineren heeft verdrongen. Zie bijvoorbeeld de samenloop van neergang en opkomst van de beide werkwoorden volgens de NGramviewer van de KB sinds ongeveer 1945. (Ja ik weet, dat dit op zich onvoldoende is propter…)

Marcus Bakker van de CPN heeft volgens het Kamerverslag op 12 oktober 1971 nog uitgeroepen: “Zij zouden blijkbaar moeten verordineren straks alles in de berm te rijden?” Maar na het zomerreces zegt hij volgens diezelfde bron: “U zit maar te verordonneren en u wilt alles maar regelen.” (18 augustus 1972) Het is goed mogelijk, te veronderstellen dat Bakker ook in 1971 al verordonneren heeft gezegd maar dat het toen nog door de Stenografische Dienst is gecorrigeerd.

Verordonneren is momenteel de gewone vorm – vanaf 1995 komt het enkele tientallen malen in de Handelingen voor, verordineren niet meer. Verordonneren vind ik strenger klinken, misschien verklaart dat mede deze overwinning. Er zijn minstens twee wegen te bedenken waarlangs taalgebruikers tot deze verandering gekomen zijn – wellicht hebben beide wegen elkaar versterkt. Dit zijn ze:

1) Het klankwettige pad is naar het voorbeeld van macaroni. Dat is oorspronkelijk maccheroni in het Italiaans waaraan we het ontleend hebben. Omdat wij “makkeroni” zeiden en dat plat vonden klinken (zoiets als “labberatorium”) hebben we dat aangepast tot macaroni, – die eerste a klonk als het ware dóór. Verordineren zijn we geneigd uit te spreken als “verordenéren” en daar zou het de voorafgaande o kunnen zijn die door echoot in verordonneren.

2) De analoge route. Verordineren spraken we uit als “verordenéren” en we zochten een minder volksige variant. Omdat er van hogerhand ook aan pardonneren gedaan wordt, werd verordonneren gecrëeerd als uitkomst van de optelsom bestaande uit begin en eind van het tweetal verordineren + pardonneren.

*) Ik vond henlieden niet in Van Dale, wijlieden evenmin. Wel is ulieden opgenomen: “(verouderd) om nadrukkelijk het meervoud aan te duiden in gevallen dat ‘u’ alleen daarvoor niet voldoende geacht wordt”. O? (Hier: uitroep van verwondering van mij, SR.)

 

Posted in PARLEVINKEN, prot-chr, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Vegen van bovenaf

IN HET NIEUWS Tom-Jan Meeus die vandaag in NRC Handelsblad schrijft over de overheids-obesitas die eraan zit te komen met Rutte-III. De ruime uitbreiding van het aantal bewindslieden en departementen moet de naamgever een gruwel zijn. Laten we ‘es kijken wat Mark Rutte er als premier over gezegd heeft op zijn wekelijkse personferenties.

Bijeengeveegd vanaf november 2010:
• De hervorming van de rijksoverheid. Dus een kleine krachtige staat met minder departementen, met minder ambtenaren, minder regels. (…) Regel de randvoorwaarden goed, zoals veiligheid en gezondheidszorg en andere zaken, maar laat mensen ook vooral dan binnen die context hun eigen leven leven. Er iets buitengewoons van maken zonder dat je daar als overheid de hele dag zit mee te sturen. Vanuit die filosofie zeggen we dat we aantal dingen niet meer hoeven. Dat leidt inderdaad ook tot besparing, tot minder ambtenaren. 05.11.2010

• dat we de noodzakelijke hervormingen gaan doorvoeren in Nederland; dat we de overheid kleiner gaan maken (…) Enfin, een zeer ambitieuze agenda van dit kabinet, in de kern samen te vatten als ‘minder overheid, meer banen’. 01.04.2011

• Jullie weten dat we in het regeerakkoord streven naar een kleine, krachtige, dienstverlenende overheid en daarbij hoort ook dat we proberen zoveel mogelijk taken die niet bij die overheid thuishoren ofwel niet meer te doen dan wel over te plaatsen naar gemeenten en provincies en daarmee een kleinere centrale overheid over te houden. 21.04.2011

• Dan, in de ministerraad vandaag een belangrijk besluit genomen om ook echt zichtbaar invulling te geven denk ik, want veel tastbaarder kun je het ook niet maken, aan een kleine, krachtige en dienstverlenende overheid. Want wij gaan de komende jaren 40% van de kantoorruimte in Den Haag afstoten. (…) Dit is een kabinet met twintig bewindspersonen. We hebben nog nooit zo’n klein kabinet gehad in Nederland na de oorlog. In de jaren ’80 bestond het kabinet nog uit dertig leden. Maar je moet de trap niet alleen bovenaf beginnen met schoonvegen, wij gaan ook verder in de overheid door om ook echt te komen tot minder ambtenaren. En dat doen we door niet te zeggen hoeveel fte’s iemand mag hebben, want dan wordt het vervolgens weer omgezet in consultants. En u weet het: een consultant is iemand die pakt je horloge en vertelt je hoe laat het is. Dus dat moe-we niet hebben. Wat we wel moeten hebben, is dat we in de budgetten snijen en door in de budgetten te snijden, slagen we er nu ook echt zichtbaar in om die overheid kleiner te maken. Het mooie is ook dat de departementen dalijk allemaal in het hart van de Hofstad zitten, dus dat betekent dat een klein, krachtig en dienstverlenend bestuurscentrum de komende jaren in het centrum van Den Haag tot stand komt. 27.05.2011

• Dat dit kabinet gelooft in een kleinere overheid, dat een kleinere overheid ertoe leidt dat mensen meer vrijheid hebben, meer eigen initiatief zullen ontplooien, en je uiteindelijk een krachtiger samenleving hebt. 10.06.2011

• Een kleinere krachtige overheid die mensen niet onnodig in de weg zit, maar er wel is als je hem nodig hebt. 01.07.2011

• Terug naar een kleine, krachtige overheid. 08.07.2011

• Bouwen aan een kleine, krachtige overheid (…) de overheid kleiner maken (…) Dus een kleine overheid past bij Nederland. Wij zijn een spaarzaam land. Het zit in onze genen. (…) Daarvoor is het ook noodzakelijk om de overheid kleiner te maken. En we werken aan een kleine, krachtige en dienstverlenende overheid, een overheid die zich alleen richt op haar kerntaken, (…) Wij zijn ook zelf begonnen met die kleine overheid. Minder ministers, minder ambtenaren, minder overheidsgebouwen. 14.10.2011

• Terug naar de kern: een kleine krachtige overheid en geen grote uitdijende overheid. (…) proberen de overheid zo klein mogelijk te houden 11.11.2011

• en natuurlijk het creëren van een kleine krachtige dienstverlenende overheid (…) dat past ook in het streven van het kabinet naar een kleine, krachtige en dienstverlenende overheid 23.12.2011

• Een van de kernpunten van het regeer- en gedoogakkoord is dat wij streven naar een kleine, krachtige overheid. 20.04.2012

• En ik vind dus ook dat als Nederland bezig is om de overheid kleiner te maken, dat je dat ook mag vragen van Europa. (…) Dat past in het streven van dit kabinet om te komen tot een compacte en slagvaardige overheid (…) dan moet je ook de overheid bereid zijn te verkleinen. Dat moet ook, want die overheid is te groot, 08.06.2012

• Laat mensen uitleggen waarom de Kamer, terwijl we in heel Nederland aan het inkrimpen zijn, terwijl we vinden dat de overheid zich met minder dingen moet bemoeien, laat anderen dan aantonen waarom de Kamer deze omvang moet behouden of zou moeten uitbreiden. (…) We zijn bij de hele overheid bezig om de overheid kleiner te maken. (…) We zijn met een enorme operatie bezig om ervoor te zorgen dat die overheid kleiner wordt, krachtiger wordt, dat die zich bezig houdt met de essentiële zaken. Het kabinet is ingekrompen. Dat betekent zoveel minder ministers en staatssecretarissen. We zijn echt de trap van bovenaf begonnen met schoon vegen. Ik vind dat ook de Kamer daar bij hoort. (…) Maar ook omdat we daarnaast de overtuiging hebben dat een kleinere overheid, een kleinere krachtige overheid zich veel minder als die geluksmachine zal opstellen en veel meer echt de randvoorwaarden zal organiseren waardoor vrije mensen in staat zijn zelf invulling te geven aan hun leven. 13.06.2012

• door de overheid kleiner te maken, efficiënter, sterker 21.12.2012

• Wij achten het niet verstandig vanuit de Dreesiaanse gedachte van soberheid, dat waar we in heel Nederland bezig zijn om de overheid kleiner te maken, om dan het kabinet groter te maken. 18.01.2013

• Daarom moet je ervoor zorgen dat die overheid kleiner wordt. Één voorbeeld: in 2016 zijn inmiddels 40% van de Haagse bureaustoelen weg, zijn drie gebouwen dicht, dus ook de overheid snijdt in het eigen vlees. 01.03.2013

• maar ook heel erg bezig zijn om in het vlees van de overheid zelf te snijden (…) zorgen dat we de arrangementen van de overheid zelf in omvang terugbrengen (…) die grote overheid in omvang terug te brengen naar een kleine krachtige overheid 05.04.2013

• zoveel mogelijk te snijden in het vlees van de overheid 14.06.2013

• Past ook in de visie van het kabinet om een kleinere, krachtigere overheid (…) dat leidt namelijk tot een minder grote overheid. Daar zijn wij druk mee bezig geweest. (…) dat beschouwen we ook als een hervorming in zichzelf want dat leidt tot een kleinere overheid (…) En ook wat ik bedoel met een kleinere overheid 12.07.2013

• ik denk dat het goed is dat wij in Nederland waar we de hele overheid kleiner maken en begonnen zijn bij de top. Je moet de trap altijd van bovenaf schoon vegen, we hadden een aantal jaar geleden nog 30 bewindslieden, nu 20. En het grote voordeel daarvan is dat het je ook dwingt keuzes te maken juist om niet overspannen te worden moet je keuzes maken. Dat betekent dat bewindslieden misschien sommige hobbyprojecten laten liggen en heel gefocust moeten werken, dat lijkt mij in het belang van Nederland. (…) maar ik ben er absoluut van overtuigd dat we in Nederland een kleinere overheid moeten hebben 24.01.2014

lean and mean Europa. Klein en krachtig zoals wij dat ook met de Nederlandse overheid willen 04.04.2014

• Ik ben van een kleine overheid, zoals u weet, als liberaal 14.11.2014

• We willen een kleine overheid, dan moet je beginnen bij het kabinet. 30.10.2015

• ik ben natuurlijk een liberaal ik geloof in een kleine overheid 15.04.2016

Toegegeven, Rutte zong het liedje afnemend frequent. Desondanks is het een koerswending die opmerkelijk is.

Posted in In het nieuws | Leave a comment

Op de grens: geveltuintjes

Post uit Apeldoorn vandaag en het steekt direct eventjes nauw, let op! Een gevel heeft inhoudelijk hetzelfde specifieke kenmerk dat een huisdeur ook bezit. Een huisdeur is niet elke deur in een huis, het is een ander woord voor die ene specifieke voordeur. Een gevel was de voormuur of een hoog deel daarvan en pas bij uitbreiding konden we ook van zij– en achtergevels spreken. Dat de gevel eigenlijk de voorgevel was, kunnen we zien aan de geveltuin. Van Dale omschrijft dat als “tegen de huisgevel aangelegd tuintje”. Kijk in gedachten misschien omhoog bij een gevel, maar bij een geveltuintje naar omlaag, naar verwijderde stoeptegels! Zoals huisdeur de voordeur is, zo moeten we huisgevel opvatten als die buitenmuur die gelegen is langs de openbare weg.

Het geveltuintje lijkt me iets van de jaren ’90 van de vorige eeuw. Zo heeft De Pijp al rond 1990 een geveltuinenactiedag. De vroegste vindplaats in LexisNexis is NRC Handelsblad van 13.05.1995: “Als inwoner van Haarlem kreeg ik onlangs een folder toegestuurd met de vrolijke titel ‘Breng kleur voor je deur’. Daarin spoort wethouder Rineke Gieske-Mastenbroek mij aan in het kader van de Sociale Vernieuwing, jawel, meer aandacht te besteden aan mijn voortuin. Of, als ik die niet bezit, eens na te denken over een geveltuin. Ik moet meer stadstuinieren want, zo schrijft de wethouder, al die fleurigheid ‘nodigt immers eerder uit om buiten te zitten en met de buren een praatje te maken’. Dat is belangrijk omdat er dan ‘een aangename sfeer ontstaat waardoor criminaliteit en vandalisme zich minder snel voordoen’.”

Tot zover Haarlem, de volgende plaatsen waar in die mooie krantenbank sprake is van geveltuinen gaat het ook om steden. In 1996 betreft dat bijvoorbeeld Rotterdam-Spangen, Nijmegen (volgens de gemeente zijn geveltuinen een verademing in woonstraten waar weinig groen is) en Amsterdam, niet alleen De Pijp, ook bijvoorbeeld Baarsjes. Trouw schrijft op 9 november dat een Amsterdamse deelraad een prijs uitloofde voor de mooiste geveltuin.

De ontwikkeling gaat verder. Het Dagblad voor Zuidwest-Nederland bericht op 1 februari 2000: “LEPELSTRAAT – Bewoners van de Kerkstraat in Lepelstraat mogen zogenaamde geveltuintjes aanleggen voor hun woning. Dat heeft het college van Bergen op Zoom besloten na een verzoek van A. Timmermans.” De initiatiefnemer weet anderen ook voor zijn idee te porren omdat het er een stuk groener, gezelliger en minder triestig door wordt. Maar een woordvoerder van de gemeente zegt wel, “dat het aanleggen van een geveltuin aan bepaalde regels is gebonden. Mensen mogen niet zomaar wat stoeptegels verwijderen en van alles gaan planten. Maar in de Kerkstraat is het trottoir breed genoeg om de eerste twee tegels vanaf de gevel te kunnen missen.”

Niet lang na Lepelstraat vraagt de wijk Fort-Zeekant hetzelfde.

De Stadspartij in Zutphen wil geveltuintjes (2003) en na een aanvankelijk open beleid van de kant van de gemeente komen er in 2005 regels en slecht onderhoud betekent ofwel opknappen of de oude straat herstellen. Want de openbare weg blijft wel van de gemeente, zo zegt ook de gemeente Den Haag. Die waarschuwt al direct voor een goede omgang met kabels en leidingen, maar een jaar of tien later attendeert diezelfde lokale overheid ons op het volgende: “de grond onder uw geveltuin blijft eigendom van de gemeente. De gemeente moet altijd toegang hebben tot kabels en leidingen. Dat kan dus helaas ook betekenen dat uw planten en de omranding van de geveltuin verwijderd moeten worden voor werkzaamheden of herinrichting. Ontstane schade valt niet te verhalen.”

Overal komen geveltuintjes in deze jaren, blijkt uit de gedrukte media, als het maar een beetje stedelijke omgeving is. Franeker volgt (“Geveltuintjes maken het stadshart van Franeker aantrekkelijk. Daarom helpt de gemeente de bewoners die al zo’n tuintje hebben dit zo netjes mogelijk te maken.”), Huizum-Oost een wijk van Leeuwarden (“Bewoners kregen gisteravond in het ‘groene warenhuis’ van Intratuin, midden in de eigen buurt, handenvol tips aangereikt voor aanleg en onderhoud van een geveltuin. Afmeting: tot maximaal 30 centimeter uit de gevel.”), Den Bosch – ook een van de gemeenten die een geveltuinwedstrijd gaat organiseren.

Dat brengt wel direct de kwestie ter tafel wat een geveltuin exact is want hoe moet de Bossche jury anders verantwoord z’n werk doen? Het reglement: “Een geveltuin moet liggen aan de voorkant van een huis dat grenst aan het trottoir. Gemeentegrond dus. Vanaf de muur van het huis mag je, als je een vergunning hebt, anderhalve stoeptegel weghalen. En daar mag je dan planten inzetten. Dat is een geveltuin.”

Arnhem duikt op, Winschoten (“’Een gelichte stoeptegel met een stokroos of zonnebloem kan al een geveltuin worden genoemd”, zegt de wethouder). Zwolle publiceert in 2007  een brochure om de geveltuin te promoten, in de omschrijving van de gemeente “een smalle strook groen langs een gevel, muur of schutting, liefst natuurlijk met een paar planten en bloemenpracht.” Zwolle neemt buurgemeente Kampen op sleeptouw. In 2009 reageert een woordvoerder op de eerste aanleg daar en zegt dat er geen beleid is van gemeentewege: “Geen beleid betekent geen toetsing of iets wel of niet mag. Er wordt wel gewerkt aan spelregels op dit gebied.” Dat is al het volgende jaar het geval, inclusief het aanvragen van een vergunning. Dat is in 2013 niet meer nodig maar Kampen houdt de vinger wel aan de pols: “Wie straks in de binnenstad een mooi geveltuintje wil aanleggen, hoeft daarvoor geen vergunning meer aan te vragen. De gemeente Kampen gaat, op initiatief van de Wijkvereniging Binnenstad, de plaatselijke wetgeving zo aanpassen dat het naleven van een aantal spelregels voortaan voldoende is. De impact van een geveltuin zou te gering zijn om die poespas te moeten doorstaan. (…) De regels zijn vooral praktisch van aard. Zo moeten verwijderde stoeptegels goed bewaard worden en mag er vanwege de mogelijke aanwezigheid van kabels niet dieper dan dertig centimeter gegraven worden. Om diezelfde reden zijn bomen en diepwortelende planten niet toegestaan. Bij schade is de eigenaar van het tuintje aansprakelijk. Ook houdt de gemeente het recht de tuin op te ruimen in geval van overlast of verwaarlozing.”

Geveltuinen komen er alom en wedstrijden volgen alom, gemeentelijk en/of in samenwerking met de regionale krant. Leiden, Tilburg, Nijmegen bijvoorbeeld of Den Bosch of Deventer. De gemeente Hilversum bevordert Dress Your Adress in 2010. Weesp behandelt het jaar erna in de raad een geveltuinenbeleid, bang als ze zijn “voor ongewenste situaties en overlast”. Tiel doet een proef in 2010 en stelt in 2011 regels: Een geveltuin mag maximaal veertig centimeter diep zijn en er moet minimaal 90 centimeter trottoir overblijven. In Den Bosch is in 2015 het aantal officieel geregistreerde tuintjes opgeklommen tot bijna 250 stuks.

De overheersende indruk is, dat gemeenten hun inwoners stimuleren bij de aanleg van geveltuinen, concreet-praktische hulp bieden en spullen weggeven die daarbij gebruikt worden. De achtergrond is duidelijk, geveltuinen geven een stedelijk-stenen geheel een groener aanzien. Het vergroot de aantrekkelijkheid van de leefomgeving, zo lezen we in alle delen van het land: groen draagt bij aan een schoner en fraaier straatbeeld, het is “stadsnatuur voor de deur”, voorbijgangers worden vrolijk van een geveltuin. Maar behalve dat, is het ook gezond. Groen zuivert de lucht, vangt fijnstof op en is geluiddempend.

De geveltuin is een algemeen verbreid verschijnsel geworden, inclusief tips in allerlei media, lessen, workshops en cursussen. In 2013 kan Romke van der Kaa concluderen: “Van een stiekem gelichte tegel is het verschijnsel uitgegroeid tot geaccepteerd tuingenre” naast de traditionele die bekend staan als rots-, moes- en siertuin. Dat is privé, daar heeft de gemeente niets mee te maken.

Er zijn enkele minpuntjes aan de geveltuin, want er is langzamerhand toch ook sprake van vernieling, diefstal en dierenhinder: “Het ene moment heb je een prachtige geveltuin, het andere moment is er een hond langs geweest en is het niets meer.”

Bemoeit de Centrale Overheid zich met de lokale geveltuinen? Waarschijnlijk niet, de Handelingen maken geen gewag van dit strookje op de gemeentelijke grens van privaat en publiek. Maar dat kan veranderen en dat is misschien dichterbij dan we denken. Een verzekeringsmaatschappij attendeert zijn klanten dezer dagen op een andere functie: “Wist u dat een geveltuintje wateroverlast in uw eigen huis voorkomt? Een geveltuintje kunt u eenvoudig zelf maken. Haal een rij tegels langs de gevel van uw huis weg. Leuke plantjes of bloemen erin. Klaar! Het regenwater stroomt dan makkelijker in de bodem. En het staat ook nog eens gezellig! Vraag wel eerst bij uw gemeente of u een geveltuintje in uw straat mag maken.”

GEVELTUINTJES (rainproof.nl)

 

 

 

 

 

 

 

De geveltuin is stilletjes op weg, onderdeel te worden van het Nederlandse waterbeheer. Het wordt tijd voor aandacht voor dat aspect in Rutte-III of IV. Aandacht? Zeg maar een gezamenlijke focus voor de ministers van Klimaat, Binnenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie – van het hele kabinet.

Posted in In het nieuws | Leave a comment

Naarstig en naarstiglijk

 

Woonhuis Luther Wittenberg (fragment, SR)

Zondag 38 (vraag 103) van de Heidelberger Catechismus wil “dat ik, inzonderheid op den sabbat, dat is op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome”. In dezelfde bron worden de geloven opgeroepen in een aantal opzichten hun best te doen en daarbij wordt het werkwoord benaarstigen gebruikt (Zondag 44, vraag 115). Benaarstigen is geheel uit het parlementaire taalgebruik verdwenen, het kwam voor het laatst voor in 1904, volgens de Handelingen van de Tweede Kamer. Naarstig is etymologisch gezien mogelijk ernstig ‘serieus, je best doend’ waarbij het slot van een aangrenzend woord is vóorgevoegd. (Omgekeerd, het verlies van een beginklank aan een vrij vast voorkomend woord ervóor is ook niet onbekend, zo werd een narreslee (met belletjes) verkleind tot een ‘arreslee.)

Ook naarstiglijk – door het achtervoegsel zo zichtbaar een bijwoord – is een woord dat een eeuw geleden misschien nog een zeker onderdeel uitmaakte van het levende Nederlands, ook al kwam het niet veel voor. Vóor 1900 zien we in de Handelingen van de Tweede Kamer enkele malen de vaste combinatie naarstiglijk en getrouwelijk – duetten zoals die in juridische bepalingen zo geregeld figureren: zie bijvoorbeeld Concludent, Medezeggingschap –  daarna zet de neergang van naarstiglijk in. De Kamervoorzitter doet in 1914 een belofte aan zijn medeleden: “Ik behoef nauwelijks te zeggen, dat ik de wenken, aan den Voorzitter gegeven, naarstiglijk zal overwegen.”

Op 25 juni 1970 is het Kamerlid Huub Franssen (PvdA) de laatste die het gebruikt als hij zich in het kader van een verandering van het Reglement van orde afvraagt: “Hoe zit het eigenlijk met die openbaarheid, waar komen die woorden „gesloten deuren” vandaan? Ik heb daarom naarstiglijk gespeurd naar de herkomst ervan.”

Van naarstiglijk is in de praktijk alleen naarstig nog overgebleven. Dat woord valt overigens in de Kamer verrassend vaak, vanaf 1995 bijna 90 maal – afgaande op de uitkomst van de zoekopdracht van de Handelingen via de daar voor bedoelde website (overheid.nl). De laatste is DENK-spreker Azarakan in het Verantwoordingsdebat van 31 mei 2017: “Tot slot wil ik iets zeggen over de Belastingdienst. Er is al veel over gezegd. Terwijl Rutte, Buma en Pechtold al ruim twee maanden naarstig op zoek zijn naar een vierde klaverjaspartner, is de Belastingdienst het slachtoffer van de huidige politieke impasse.”

Op 26 januari dit jaar is CU-leider Segers (dan nog niet de vierde klaverjasser) naarstig op zoek naar zelfrelativerende opmerkingen. Farid Azarakan en Gert-Jan Segers combineren elk van beiden naarstig met zoeken. Deze vaste combinatie is gangbaar Nederlands, ook al was er vroeger zekere variatie mogelijk.*) Nemen we drie citaten van drie staatssecretarissen uit Rutte-II als voorbeeld:

  • Klaas Dijkhoff reageert op een van de Oosting-rapporten over de Teeven-deal: “Ik heb op geen enkel moment de gedachte gehad dat ik op informatie stuitte die iets onthulde en die de Kamer na naarstig vragen onthouden is geweest.” (16.12. 2015 )

Het onthouden van iets aan de Kamer in het citaat van Dijkhoff zou dat zijn, waar het parlement nu juist naarstig vragend naar op zoek was.

  • Jetta Klijnsma zegt aan de Kamer wat ze al schreef: “Ik heb de Kamer ook al geschreven dat ik dit naarstig blijf monitoren.” (19.02.2014)

Hier is naarstig monitoren te zien als een vorm van serieus zoeken, althans nauwgezet en actief oog hebben voor.

  • Sander Dekker moet op 06. 11.2013 iets uitleggen omtrent niet goed lopende examens: “Alle vmbo-leerlingen zitten naarstig te wachten op hun examenuitslag die ze morgen zullen krijgen.”

Opmerkelijk is dat naarstig nu vergezeld wordt van een werkwoord waar geen actie meer in uitgedrukt is, naarstig zitten wachten is wat de leerlingen doen. Tussen het moment dat in de Heidelberger Catechismus opgetekend werd naarstiglijk kome en de uitspraak “naarstig zitten te wachten” ligt dan ook bijna een half millennium. Naarstig is mogelijk bezig, z’n handelende element te verliezen; alleen het element-spanning blijft dan nog over.

Resteert – in aanmerking nemend het waarschijnlijke fractievoorzittersschap van Dijkhoff en het zekere CvdK-schap van Klijnsma in Drenthe – nog de onzekere toekomst van Sander Dekker. Waarop zit hij momenteel naarstig te wachten? Binnen anderhalve week weten we het als de formateur een beetje voortmaakt.

*) In 1917 zegt de liberaal Rudolf Patijn: “ik zal mij natuurlijk beijveren de rede van den Minister naarstiglijk na te lezen.” In 1924 vindt Egbertus Beumer (ARP) dat “de Regeering naarstiglijk zal kunnen voortgaan aan de bearbeiding van deze stof en weldra met een nieuw wetsontwerp zou kunnen komen.”

 

 

Posted in PARLEVINKEN, prot-chr | Leave a comment

Gehoorzaamheid: een iegelijk

De Heidelberger Catechismus is heel praktisch en systematisch opgedeeld in wat heet 52 Zondagen: wekelijks kon er zo een speciale kerkdienst gereserveerd worden om een bepaald deel onder de aandacht te brengen en de totaliteit vergde dus precies één jaar. Nu ja, elke Zondag bestond uit een of meer Vragen, voorzien van een langer of korter antwoord waaraan ter adstructie Bijbelcitaten toegevoegd zijn. Zondag 49 informeert in vraag 124: “Welke is de derde bede?” Het antwoord daarop is: “Uw wil geschiede gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde. Dat is: Geef dat wij en alle mensen onzen eigen wil verzaken en Uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn; opdat alzo een iegelijk zijn ambt en beroep zo gewilliglijk en getrouwelijk moge bedienen en uitvoeren, als de engelen in den hemel doen.”

In deze passage draait het dus om de volstrekte gehoorzaamheid (“zonder enig tegenspreken”), “opdat alzo een iegelijk zijn ambt en beroep zo gewilliglijk en getrouwelijk moge bedienen en uitvoeren, als de engelen in den hemel doen.” Afgezien van de bijzondere bijwoorden gewilliglijk en getrouwelijk wordt het onbepaalde voornaamwoord iegelijk gebruikt, met de betekenis ‘wie ook’. (Vergelijk het Duitse jeglicher dat in tegenstelling tot ons iegelijk niet “archaïsch” genoemd kan worden.)

LUTHER-standbeeld Dresden (SR)

Als we vroegere SGP-Kamerleden als Van Dis, Kerstens of Van Rossum in de Handelingen het woord iegelijk zien gebruiken, is dat geen wonder. Het is het eigenlijk ook niet als juristen het doen; in oudere wetsbepalingen kan oudere taal doorklinken zo horen we aan bijdragen van Laurens-Jan Brinkhorst (op 26 februari 1975) en Erik Jurgens (op 17 april 1975). Dat is ook wat het geval als staatssecretaris Henk Koning op 6 december 1988 uitlegt wie  er in het land de baas is: “Een iegelijk weet dat de Kamer uiteindelijk het laatste woord heeft, …”. Hij had zélf het laatste woord in de TK, voor wie op het gebruik van iegelijk let in die kring.

Minister Jan Pronk (geen wonder met zijn Scheveningse herkomstmilieu) citeerde in 1992 een keer de Statenvertaling, inclusief iegelijk maar dat betrof dus een aanhaling.

Veel verrassender zijn drie citaten van een-en-hetzelfde Kamerlid in een-en-hetzelfde jaar, 1980:

  • (…) wil ik toch graag gesignaleerd hebben dat dit soort onderlinge aankondigingen een iegelijk in deze Kamer aangaat (03.06.1980)
  • Een iegelijk die vóór de motie stemt of er wellicht achter heeft gestaan bij de indiening (…) (17.09.1980)
  • Is het niet zo dat een iegelijk die dit vertrouwelijke contract gelezen heeft volstrekt gerechtigd is om alles wat hij relevant vindt in dat contract hier in deze Kamer voor te lezen? (06.11.1980)

Hier is iemand aan het woord zónder een verleden in het protestantse milieu waarin de Heidelberger van belang was en hij was van beroep géen jurist: Marcus Bakker (CPN). Het oude, verdwenen maar juridisch klinkende woord iegelijk kon Bakker aangrijpen om zijn algemene, principiële woorden kracht bij te zetten. Wat scheelde Marcus Bakker toch in 1980?

 

 

Posted in PARLEVINKEN, prot-chr | Leave a comment

Regelluw, thuisnabij en landzijdige ontsluiting

Het regeer-akkoord is daar. Wie let op taal, kan met vertrouwen uitzien naar de debatten in het parlement! Het zal daar in de toekomst (blijkens datzelfde regeer-akkoord van VVD, CDA, D66 en CU) onder meer gaan over:

agro-nutriketen
basisgereedheid
Beroeps-Begeleidende-Leerweg-plaatsen
cascadebekostiging
challenge-regeling
deconstitutionalisering
detentiefasering
diplomasupplement
doorlooptijden
doorsneesystematiek
eendagstoets
fietsinfrastructuur
flexibiliseringsagenda
focuslanden
FoodValley
fusie-effectrapportage
gebouw-gebonden financiering
generatiepactregelingen
geslachtsincidentie
gevaarzetting
groepsescape/drempel
grondslagversmallend
handhavingsmoratorium
hechtingsproblematiek
hervestigingsquotum
intensieflandgebruik
internet-of-things-apparaten
inzetgereedheid
lage-inkomensvoordeel
landenallocatie
landzijdige ontsluiting
leefstijlinterventies
levensbegeleiders
macrobeheersingsinstrument
midden-huurwoningen
migratiecriminaliteit
mobiliteitsalliantie
natuurcompenserende maatregelen
non-refoulement
noodhulpcluster
onderwaterdrainage
onderwijszorgconsulenten
openbare-orde-criterium
ouderparticipatiecrèches
pre-competitieve fase
premiedifferentiatieperiode
regelluwe scholen
restembryo’s
restverdiencapaciteit
ruilvoet-mee- of tegenvallers
schokbestendigheid van de Defensie-materieelbegroting
schrapsessies
selectiviteitsbeleid
soortengrenzen
stripping-maatregel
tariefopstapje
thuisnabij onderwijs
trap-op-trap-af systematiek
verantwoordelijkheidsverdelingen
vervolgzorg
warmterecht
werkhervatter
winstdrainage
wraakporno
zelfverzonnen eiland
zusterautoriteiten

 

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | 5 Comments

Mitsgaders en mitsdien (ii)

 

LUTHER Wittenberg (SR)

Minister Cees Veerman van Landbouw zegt op enigszins officiële toon op 27 januari 2004: “Ik heb dat overigens al gezegd in het vorige wetgevingsoverleg. Mitsdien ben ik dus consistent in mijn opvattingen.” Met zijn gebruik van het woord mitsdien laat Veerman, van origine boer uit de Hoekse Waard, een aantal dingen zien.

– Kabinetsleden hebben nog wat eerder de neiging dan kamerleden om een zekere vergadertoon te bezigen en mitsdien is een woord dat daarbij past (Van Dale noemt het formeel en geeft ‘daardoor, daarom’ als betekenis; de woordsoort voegwoordelijk bijwoord kort ik af tot voegwoord).

– Vooral juristen en in het bijzonder van protestants-christelijken huize grijpen ernaar. Minister Donner is er een voorbeeld van. Hij trad af in verband met de Schiphol-brand en zei toen: “Een waardig debat, dat recht doet aan de ernst van deze vragen, is mitsdien slechts mogelijk door mijn vertrek. Dit is een van de weinige situaties waarin de ministeriële verantwoordelijkheid inhoudt dat men aftreedt.” (21 september 2006)

– Als woorden uit het gebruik verdwijnen, wordt het exacte besef van inhoud en gebruik wat minder (zie mitsgaders, zie gij). Uit het feit dat Veerman mitsdien met dus combineert in dezelfde korte zin is wat overtollig taalgebruik net als de combinatie van de termen consistentie plus opvattingen.

Als we nagaan, door wie mitsdien ‘daardoor, daarom’ gebruikt is vanaf 2000 in de Tweede Kamer, zien we een paar lijntjes die met het voorbeeld van Veerman in overeenstemming zijn. Minister Ab Klink gebruikte het voegwoord graag: hij hoort bij de protestants-christelijke groepering die mitsdien al via de Heidelberger Catechismus kan hebben leren kennen. (Klink is geboren in Stellendam). Daarin wordt de vraag gesteld of jonge kinderen al gedoopt moeten worden. Het antwoord op Zondag 27 Vraag 74 begint zó: “Ja het; want mitsdien zij alzowel als de volwassenen in het verbond Gods en in Zijn gemeente begrepen zijn (…).”

Een tweede constante in de taal binnen de Tweede Kamer is het gebruik van mitsdien in wat formelige setting, met name door de voorzitter – vrij vaak zelfs, tenminste in de periode van Frans Weisglas (2002 – 2006) maar niet enkel in zijn tijd:

  • De voorzitter: Mevrouw Roefs heeft meegedeeld dat zij de door haarzelf en mevrouw Vergeer ingediende motie (29687, nr. 9) heeft ingetrokken. Mitsdien maakt zij geen onderwerp van stemming meer uit. (25 november 2004) (zij is de motie, SR)
  • Ik constateer dat de Kamer thans over deze motie wil en kan stemmen. Mitsdien is thans aan de orde de stemming over (…).

Het was nog juist in het tijdperk van Van Miltenburg dat zich het volgende ontspon tussen staassecretaris Martijn van Dam en de voorzitster (3 december 2015) bij de behandeling van moties:

Van Dam –  Ik ben dan ook van plan om de Kamer voor 1 maart te informeren over mijn inzet, zodat we voldoende tijd hebben om dat debat met elkaar te voeren.

De voorzitter – Mitsdien oordeel Kamer?

Van Dam – Oordeel Kamer, voorzitter.

Sommige kamerleden (zoals Ronald de Roon van de PVV) gebruiken mitsdien graag in moties die ze indienen. Mitsdien is bezig, afscheid te nemen van het Nederlands en vindt eh thans nog zekere tijd onderdak in een formele hoek, zoals voor diverse woorden geldt. Het gebeurt enkele tientallen jaren later dan mitsgaders en daarom kunnen we dit voegwoord nog wel enkele malen de kop horen opsteken in de Tweede Kamer. Nog wel.

 

Posted in PARLEVINKEN, prot-chr | Leave a comment