Slecht Nederlands in de Tweede Kamer (ii): van schooltaalhumor op de vergadervloer

Ja, geklaagd over taal wordt er in ons parlement geregeld. Vanaf een jaar of 30 geleden wordt de uitdrukking slecht Nederlands ook komisch gebezigd. Zover is Bas van der Vlies (SGP) op 15 februari 1993 nog niet in een commissievergadering als hij zegt, zich niet aan de indruk te kunnen onttrekken – humor komt in de Tweede Kamer voor, geloof me, understatements ook – “dat de diverse invals-hoeken van waaruit de minister en de staatssecretaris spreken nog niet “afgerijpt” zijn. Ik weet dat dit een slecht Nederlands woord is, maar ik weet zo gauw geen beter.
De voorzitter : Tot volle wasdom gekomen.
De heer Van der Vlies (SGP): Geweldig, maar dat is langer en ik moet kort spreken.
De voorzitter: Daarom help ik u.”
Afbouwen, afrijpen, doordelegeren, dat soort samenstellingen vinden parlementariërs kennelijk snel niet door de beugel van de Nederlandse taal kunnen. Waarom eigenlijk niet? Laat in datzelfde jaar 1993 vindt Van der Vlies het door-exerceren van zichzelf ook niet passend: “Ik heb de indruk dat wij nog lang niet alle aspecten daarvan hebben doorgeëxerceerd, om het even in slecht Nederlands te zeggen.”

Maar inmiddels heeft half juni 1993 D66-woordvoerder Pieter ter Veer op dit terrein een nieuwtje gelanceerd. Het gaat over een onderwerp dat nog een poosje langer onderwerp van beraadslaging blijft in Den Haag, mest. Toen in 1993 ging het over de verhandelbaarheid van mestquota – nou, althans voor een deel. Ter Veer: “Laten wij het compromis in het midden zoeken; let’s compromise on the middle, om het in slecht Nederlands te zeggen.”
Ter Veer is voorzover ik het kan vinden in 1993 de eerste die “slecht Nederlands” als excuus-etiket plakt op iets wat van het Engels geleend is. Hij zal niet de laatste blijken te zijn, ook al komt de oorspronkelijk-letterlijke lezing nog steeds voor. Zo noemt Leen van Dijke (RPF, voorganger-partij van de ChristenUnie) wakkerheid slecht Nederlands in 1996, in 1997 vindt Van der Vlies terugcompenseren niet kunnen.
Ad Lansink (CDA) gebruikt “slecht Nederlands” in 1997 als veroordeling van overrulen, in 1998 grijpt Ter Veer andermaal naar zijn eigen grap als hij carports in slecht Nederlands ‘overkappingen’ noemt. In de jaren erna wordt deze talige humor weliswaar door diverse sprekers in ‘s Lands Vergaderzaal gedebiteerd zoals minister Plasterk als hij het heeft over een gap year, Jesse Klaver als excuus bij het gebruik van corebusiness, Peter Recourt: “In dat geval zijn alle problemen al gemediate, om het maar eens in slecht Nederlands te zeggen” en een reeks anderen.

Arie Slob (van Google-afbeeldingen)

Te midden van hen zijn er een paar sprekers die zéér op deze vorm van humor gesteld zijn, verreweg het meest waarschijnlijk Arie Slob (Christen Unie), zowel als parlementariër als in een rol in vak-K:
• Ik vond het echt powerplay, om het in slecht Nederlands te zeggen.
• Ik heb met de collega’s Van der Vlies en De Vries een amendement ingediend op stuk nr. 30 dat ik, in slecht Nederlands, een soort next-best-amendement noem.
• De Nederlandse regering heeft een aantal keren in slecht Nederlands gezegd: there is no agreement until there is an agreement.
• In de bespreking is ten aanzien van de boetes de term “naming-and-shaming“, in slecht Nederlands, een aantal keer langsgekomen.
• Ik vond het echter echt the limit, om in het slecht Nederlands te zeggen, dat hier wordt voorgesteld om toch nog even snel een grondwetswijziging te behandelen,….
• De heer Van Meenen had het in slecht Nederlands over een twilight zone of schemergebied.
• Ik heb de minister-president en de fractievoorzitters van de coalitiepartijen echter zo begrepen dat er wat hen betreft — ik zeg het maar even in mijn eigen woorden en in slecht Nederlands — geen no-goareas zijn.
• Men kan bijvoorbeeld de ondersteunende dienst voor de bedrijfsvoering ineenschuiven. Ik heb het dan over de shared service centers, zoals die altijd zo mooi in slecht Nederlands worden genoemd.
• Ik zeg u even in heel slecht Nederlands: no way!
• Het derde is dat hij bekijkt wat er in het kader van fast lanes, zoals wij dat in slecht Nederlands noemen, mogelijk is.
de lead — in slecht Nederlands — is hier bij de beroepsgroep zelf gelegd….

De eerste die slecht Nederlands combineert met een ander schooltaalwoord buiten het Engels is Thom de Graaff (D66, de partij die bovengemiddeld let op het Nederlands). Het gebeurt al in 1997 dat de stenograaf dit voor hem noteert: “Deze stelling is eigenlijk het belangrijkste ’’Leitmotiv’’ – ik weet dat het slecht Nederlands is, het is zelfs geen Nederlands – voor de collega’s Koekkoek en Van Middelkoop om vandaag hier een initiatiefvoorstel te verdedigen dat….” Koekkoek (CDA) en Van Middelkoop (ChristenUnie) hadden meer dan anderen oog voor de taal en derzelver positie in wet- en regelgeving.
Ook Arie Slob gebruikt deze humor jenseits der Grenze:
• Het was voor mij wel een zekere aha-erlebnis, zeg ik in slecht Nederlands, om hier aanwezig te zijn
• Daar wordt vrij rücksichtslos, om het in slecht Nederlands te zeggen, een streep door gezet.

Nog vrij actueel deed minister Koolmnees eenzelfde D-Mark in het zakje: “Maar uit het onderzoek van de WRR blijkt bijvoorbeeld ook dat diversiteit in diverse wijken ook leidt tot een unheimisch Gefühl, om het eens in slecht Nederlands te verwoorden.” Unheimisch vinden de Duitsers tegenwoordig slecht Duits, zij spreken van unheimlich – aber was soll’s ‘but whatever’?

Engels onder een excuusdoekje in het Nederlandse parlement is blijkens de verslagen verder ook nog key interlocutor, countervailing power, margin of appreciation, een coldturkeysituatie, de early adopters, een lock-in, we can fix this, we can solve this, de can-domentaliteit, second-guessen, een level playing field, een gamechanger in dit debat, best practice, shared service, een revolving fund, een zero-sum game, tracken en tracen, een offer you cannot refuse, “corona readiness team”.

Dit is wat in de Nederlandse Tweede Kamer de laatste jaren allemaal slecht Nederlands is genoemd.

Voordat iemand tegenwoordig met goed fatsoen deel kan nemen aan een debat in het Haagse hart van de Nederlandse democratie, dient hij of zij met goed gevolg een examen Engels op middelbaar niveau afgelegd te hebben.
En anders?
Shut up of moven!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Slecht Nederlands in de Tweede Kamer (i): van een voelpén en een kapot horloge

Jan Peters is Kamerlid voor de KVP geweest (dus een van de voorlopers van het CDA) in de periode van 1946-1962. Parlement.com bevat van hem in alle kortheid deze informatieve inlichtingen: “Schoolhoofd uit Midden-Limburg, die in de Tweede Kamer woordvoerder van de KVP voor onderwijs en omroepzaken was. Moedig verzetstrijder, na de bevrijding onderscheiden met de Militaire Willemsorde vanwege zijn optreden als commandant van de OD-groep in Roosteren. Hielp tijdens de bezetting geallieerde gevangenen en piloten ontsnappen en ontsnapte ternauwernood aan het vuurpeleton. Hoofdredacteur van De Nieuwe Limburger, bestuurslid van de KRO en contactpersoon van die omroep met de KVP. Verongelukte bij een auto-ongeluk. Bescheiden, artistiek-begaafd en beminnelijk Kamerlid.”

Zó schreef de Nieuwe Eindhovense Krant van 26.01.1962 (gevonden via Delpher.nl) over Peters’ overlijden:

Op één moment – volgens de Handelingen op 10 januari 1961 bij de behandeling van een deel van de OKW-begroting – demonstreert Peters een aantal van de gegevens van parlement.com als hij het volgende zegt: “Als gevangene ben ik in de oorlog eens in bijzonder pijnlijke en moeilijke omstandigheden geweest. Toen ik midden in de nacht vrijgelaten werd, kreeg ik mijn hebben en houden terug, behalve mijn vulpen. Die was weg. De commandant, die slecht Nederlands sprak, hoor ik nog zeggen: „Dat voelpén wordt kezocht”. Maar ik heb haar nooit teruggekregen. Nu is Minister Toxopeus in alle opzichten het tegendeel van die commandant.”
Jo Cals, Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen gooit er snedig een compliment tussendoor in de richting van zijn collega van Binnenlandse Zaken die al een poosje op zoek was naar de oplossing voor een technisch pensioenprobleem rond oudere kleuterleidsters. Cals over Toxopeus: “Hij spreekt voortreffelijk Nederlands.”
Peters reageert in de richting van zijn Limburgse partijgenoot: “Natuurlijk. En toch moet het mij van het hart, Mijnheer de Voorzitter, dat ik ook zijn mededeling, dat gezocht wordt, met een korrel zout neem.”

Dat moet een komisch moment geweest zijn voorzien van een paar zachte g’s. Subtiele humor in de Tweede Kamer, het bestaat.

Peters bedoelt hier letterlijk wat hij zegt, de kampcommandant in de Tweede Wereldoorlog sprak slecht Nederlands – is het een wonder voor een buitenlander?

Niet zelden legt een Kamerlid de vinger bij dezelfde wond, dat slechte Nederlands, maar dan niet van buitenlanders. Chel Mertens (D66) merkt in 1977 bij een Commissievergadering op dat een bepaalde brief uit Europa abominabel is vertaald. “Ik zal even een pijnlijk voorbeeldje voorlezen en de bewindslieden moeten dan maar zeggen wat ik daaruit moet lezen: ‘De gedeeltelijke zelffinanciering van de bevordering van de verspreiding waarbij elk cultureel beroep rechtstreeks belang heeft (cultureel fonds). Vooruit tot op zekere hoogte een aanvulling op de te geringe overheidssubsidies die uiteraard moeten worden gehandhaafd en waar mogelijk zelfs moeten worden verhoogd – en zij zorgt voor een grotere onafhankelijkheid van de cultuur.’”

Een aantal jaren later is het geregeld Bas van der Vlies (SGP) die zich kritisch uit over de kwaliteit van het Nederlands, zoals over het door hemzelf gebruikte woord afconcluderen in 1990. Eerder in dat jaar had Bert Middel (PvdA) het werkwoord doordelegeren veroordeeld, ook hij gebruikte het woord zelf.

Over slecht-Nederlands-met-een-knipoog gaat de volgende aflevering, maar nu we het over Bert Middel hebben even een persoonlijker tussennoot. Bert ken ik, hij komt uit de stad Groningen. Aan het begin van deze zomer werd hij 70 en hij is zojuist met pensioen gegaan na een lange, lange loopbaan. In interviews vertelde hij van promotieplannen. Zijn laatste betrekking was die van dijkgraaf. Het zal rond 1996 geweest zijn dat we samen live in een radioprogramma op zondagochtend door Middels geboortewijk liepen, vlakbij het toenmalige stadion van FC Groningen. Ik presenteerde dat programma (Station Noord geheten). Via een aantal live elementen maakte ik de luisteraar daarin duidelijk dat het inderdaad rechtstreeks uitgezonden werd. Zo vertelde ik iets over het actuele weer en las daarvoor de temperatuur af van het digitale horloge dat aan mijn jas hing via een touwtje. Toen een Noordelijke weerman me er een keer op wees dat ik altijd wat aan de hoge kant zat met mijn observaties, legde ik dat horloge voor het begin van de uitzending een poosje ter afkoeling op de grond.

Ingang Oosterparkstadion (foto NvhN 21.09.1983)

We begonnen in aansluiting op het nieuws van 9 uur en we stonden bij de ingang van het Oosterparkstadion, wachtend op de bus van FC Groningen die niet veel later zou vertrekken voor de uitwedstrijd naar Utrecht (die met iets als 1-2 gewonnen werd die middag). Was de destijdse trainer Hans Westerhof streng? Vlak voor negenen kwam er nog een zwart personenautootje op hoge snelheid aangereden, ik herkende in de chauffeur een buitenspeler van de FC. Hij nam met smalle maar piepende bandjes de bocht wat ruim op een zodanige manier, dat hij precies over mijn horloge reed. Aan flarden.
De temperatuur kon ik simpel achterwege laten in de uitzending en niet noemen, maar een presentator die iets in zakjes in de muziek wil zeggen of goed wil uitkomen exact voordat de reclame begint, die heeft zonder zo’n secuur horloge een klein probleem, hoe attent de technicus hem uit de studio ook via de koptelefoon vertelt hoeveel seconden er nog zijn… Radio Noord heeft me in de week erop probleemloos een nieuw horloge vergoed omdat het een logisch bedrijfsongevalletje was. Als het een voelpén was geweest hadden ze dat vast niet gedaan.

Aanvulling 26.09.2022: Premier Rutte vanavond bij Kockelman Op 1 “de vulgraad in slecht Nederlands”.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De lastige taak van de stenograaf bij de Aardgasverhoren (ii)

Judith Tielen (VVD) deed echt haar best om Sijbrand Nijhoff als getuige tot zijn recht te laten komen, ze stelde hem vriendelijk op zijn gemak, ook in het oogcontact. (Ze kan anders en strenger, merkte oud-CdK Max van den Berg in een latere verhoorweek.) Het leek er hoorbaar op dat Nijhoff gaandeweg voor de Commissie een thuisgevoel kreeg. Hoorbaar? Ja, want hij begon wat Westelijk Nederlands door zijn taal te gooien ook al zie je dat niet in het verslag terug: “Ik denk: ja, ik moet wel verder. Je moet dan je nuchtere boerenverstand gebruiken.” Je moet – maar Nijhoff zei je mot, zoals hij direct daarvoor niet zei ik moet maar wij motten. Ik denk om een paar redenen dat dit niet als Gronings is aan te merken, – bbijvoorbeeld op grond van zijn leeftijd. Bovendien ging Nijhoff verderop soms ook over op het spreken met een keel-R. Dat is een in Groningen zeldzame klank. On-Gronings zei hij ook enkele malen effe of effen waar hij ‘even’ bedoelde.

In de verhoortekst zien we niet terug dat Nijhoff de rol van verteller koos en daar dan een tegenwoordige tijd hanteerde, door de stenograaf van dienst gecorrigeerd tot een verleden tijd, wég presens historicum zegt de literair-historicus in mij:
• Op 8 september zat ik hier in de Kamer. (zat is veranderd uit zit)
• (Op een vraag van zestig jaar geleden:) “Ik ben benieuwd wat er van Groningen overblijft. Ze zei: niets, ben ik bang! Dat was eind zestiger jaren.” (Nijhoffs zegt is gewijzigd in zei)

Nijhoff wordt door alles wat er rond zijn boerderij door de bevingen gebeurt somberder, ziet het leven steeds minder zitten en laat dat aan Susan Top (steunpilaar van het Groninger Gasberaad) blijken. Hij zoekt hulp en ontdekt dat zijn vraag in die sfeer snel en goed bij de dominee en de dokter terecht komt. Hij zegt dan: “Later begreep ik dat Susan dat omhands had gehad.” De stenograaf vertaalde dit Gronings correct tot “Later begreep ik dat Susan daar de hand in had gehad.”
Eigenlijk is dat ook zo bij het citaat “Nederland weet niet waar Groningen ligt, maar wel als het op de centen aankomt.” Is dat bewust of toeval? Nijhoff sprak van de centenpuut ‘portemonnee’, maar zo staat het er niet.

Een van de talloos vele verschillen tussen Gronings en Nederlands is het gebruik van het woordje er. In het gesprek met de vroegere burgemeester Rodenboog van Loppersum bleek dat enkele malen:

• Maar dat waren er tientallen.
• Waarschijnlijk waren het twee bevingen achter elkaar.

In het eerste citaat is er door de Dienst Verslag en Redactie toegevoegd, in het tweede juist weggelaten en het resultaat is althans tweemaal een uiting die spoort met het ABN. Ook “nooit geen ruzie” is stilistisch aangepast tot “nooit ruzie” (correcter zou dan zijn “helemaal nooit ruzie”).

Dat aanpassen geldt nog wat hoorbaarder als Rodenboog begint over de gaswinning nota bene ná die essentiële beving van Huizinge, een kwestie die zonder twijfel ruim aandacht zal krijgen in het rapport van de commissie van Tom van der Lee: “In 2013 haalden we met die skyhigh hoge productie van 53 miljard kuub 13 miljard euro binnen.” Dat zei de vroegere burgemeester niet, wél: “In 2013 hielden we met die skyhigh hoge productie van 53 miljard kuub 13 miljard euro binnen.” Het was overigens vrijwel 54 miljard kuub.

Het mag in het Nederlands vreemd klinken, maar in het Gronings zijn ‘halen’ en ‘houden’ identiek of ze liggen vlak bijelkaar (hoalen en holden). Kennelijk hebben de twee werkwoorden taalhistorisch iets gemeenschappelijks: in het Gronings van niet zo lang geleden haalde je boodschappen of je hield vol – maar in beide gevallen sprak je althans in de verleden tijd met gebruikmaking van hetzelfde werkwoord, de precieze vorm is afhankelijk van het gebied waar je je thuistaal had geleerd. (Ik zou bijvoorbeeld hil zeggen voor zowel ‘haalde’ als ‘hield’. Onder Nederlandse invloed verandert dat in mijn leeftijdsgroep naar bijvoorbeeld hoalde en hiel.) Het Gronings dat in Rodenboogs Nederlands doorklonk is in het verhoorsverslag op dit punt niet terug te zien.

Dat is allemaal niet erg, maar tegelijkertijd is dat schriftelijke verslag nogal wat minder regionaal gekleurd dan het voor de Enquêtecommissie mondeling heeft geklonken. De stenograaf moet er op allerlei plekken mee hebben zitten worstelen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De lastige taak van de stenograaf bij de Aardgasverhoren (i)

De verslagen van de Parlementaire Enquête naar aardgaswinning in Groningen drukken mij waarschijnlijk meer dan gemiddeld met de neus op de feiten, dat wil zeggen op de feiten van het werk van de stenografen die de verslagen maken. Wat die mensen doen is het ondankbare combineren van én verslag uitbrengen én dat redigeren. Woordelijk aan de ene kant maar aan de andere kant wel leesbaar gemaakt. Laveren tussen Scylla en Charybdis! Juist bij die verhoren van veel slachtoffers van de aardbevingsellende valt me het dialectische in hun taal op. En soms is het niet zozeer het dialect, het Gronings, maar gewoon het onvoldoende beheersen van het Nederlands.
Zo speelt het lidwoord in een spreektaal als het Gronings een minder precieze rol dan in het Nederlands, al was het omdat daar op school op gelet is. In het Nederlands ja, maar op school krijg je in principe geen Gronings. Zo was het vroeger tenminste.

Als in het eerste verhoor Herman de Muinck aan het woord is, heeft hij het over “de mensen die toen van het turf moesten leven” – in het verslag is het gecorrigeerd in de. Bij de tweede, veel geëmotioneerdere getuige, Sijbrand Nijhoff, wordt “Dit was toen ze eind jaren zestig die winningsstation zouden gaan bouwen” juister gemaakt tot “Dit was toen ze eind jaren zestig dat winningsstation zouden gaan bouwen.” Net zo is het geval met “het kabinet”, “het hele gebouw”, “het winningsplafond”, “het tussenvonnis” – ik merk nu, dat Nijhoff vaak de gebruikte waar hij in het Nederlands het had moeten zeggen zoals in deze voorbeelden in het verslag staat.

Dat kan aan de andere kant ook onjuist in het verslag terecht komen: “In 2012 hebben mijn vrouw en ik gezegd: wij willen op de boerderij blijven, op de ouwe stee; daar willen we oud worden.” In het Gronings is hier sprake van t ol- of t olle stee, onzijdig, maar dat staat er niet in het verslag.

Op diverse plaatsen is Nijhoff simpelweg verkeerd verstaan door de stenograaf:
• Ja, dat bedoelde u.
Het Gronings zegt hier inderdaad “dat bedoeldu” en dat is als een verleden tijd op te vatten maar hij spreekt in de tegenwoordige (dat bedoelt u).
Vergelijk “Die boerderij stond er al voor 1594. Toen is zij door het klooster verkocht aan de provincie.” Dat klinkt als “toen izzij” en Nijhoff bedoelde zeker te spreken van een hij, ook al mag boerderij grammaticaal vrouwelijk zijn.

Die beving kwam niet onverwachts.
Nijhoff gebruikte tweemaal een meervoud: die bevingen kwamen (spreek uit als “die bevingng kwaamm”).

Dat zijn kleinigheden en het is in feite niet anders bij dingen die de verslaggever waarschijnlijk niet of niet correct verstond. Zoals bij de paardendie rechtop in de box stonden: “Al vóór de beving. Dat is zo komisch. Al een halfuur van tevoren begonnen de paarden daarmee” en Nijhoff vult aan: “stapelidioot te doen” maar dat laatste ontbreekt in het verslag.

“Het is een ramp. De een zegt dit, de ander zegt dat.” Aldus Nijhoff en zo is het vlak daarvoor in de tekst. Er staat wat het gevolg is van een aardbeving, immers dan “begint pas het gelazer. Daar is een beving nog niks bij, bij al dat gelazer. Het is een rampenplan.” In plaats van rampenplan hoor ik Nijhoff spreken van “een gelanterfant”. Dat is misschien niet helemaal logisch hier, ik neem aan dat hij er ‘eindeloos getraineer’ mee bedoelt.

In zijn strijd wil de paardenboer dingen vergoed krijgen. “Ik zeg: ik wil alleen datgene wat kapot is; ik hoef niet binnen …” Hier zegt hij niet binnen maar winnen, in de betekenis van ‘winst boeken’

Er is op heel veel slakjes zout te leggen bij dat verslag van het verhoor van Nijhoff, maar hij was voor de stenograaf een buitengewoon lastige spreker en ik zou de Dienst er dus niet hard om willen vallen.

Wat ik me afvraag: krijgen de verhoorde personen inzage in het voorlopige verslag, voordat dit ongecorrigeerd gepubliceerd wordt?

Nijhoff toont scheuren in de balken van zijn boerderijaan het eind van het verhoor
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Van een gotspe maar uuteindelijk neitjes Nederlands: het verhoor van Jan Emmo Hut

Wat was ook alweer een gotspe? In plaats van een omschrijving ‘onbeschaamde brutaliteit’ is me een praktisch voorbeeld, eigenlijk een anekdote, meer bijgebleven: iemand vermoordt zijn ouders als minderjarige en dient dan een aanvraag in bij het wezenfonds. Inderdaad, dat is meer dan van een onbeschaamde brutaliteit.
Toen het NAM over de schoenen liep zóveel schade als hun gaswinning in Groningen had veroorzaakt en het aantal meldingen in de duizenden liep, toen werd er een uitvoeringsorganisatie opgericht die dat moest coördineren, het PSB. PSB is een tijdelijke afkorting geweest voor Project Service Bureau. Inderdaad, dat is een minder wervende betiteling, nietszeggend eigenlijk. Een betere dan? Wat er in de markt gezet werd, heette niet PSB maar CVW. Centrum Veilig Wonen. Treffend voorbeeld van een gotspe: veilig wonen onder leiding van een organisatie die juist duizenden en duizenden huizen beschadigd en onveilig gemaakt had.

In de vierde verhoorweek van de PEGAS, de Parlementaire Enquête Aardgaswinning, kwam Jan Emmo Hut aan het woord. Hij was aannemer, werd Directeur Bouwkundig Versterken op het Centrum Veilig Wonen (2015-2018). Lijkt me een aardige man, straight in zijn beantwoording, een techneut noemde hij zichzelf meer dan eens en inderdaad, hij wist raad met allerlei afkortingen en batches tot aan woorden als uitkragingen. Man met een voorliefde voor eufemismen. Wisten ze waar ze het allereerst moesten beginnen? Nu ja, “er zat enige spanning in de prioriteit”. Ervaringsdeskundige geworden in “het organiseren van discontinuïteit”. Prachtig.
Kennelijk geregeld met contacten in de politiek-ambtelijke sfeer met gevolgen voor zijn taal, te horen aan het feit dat iets “best wel een heel belangrijke” was of “een hele logische”. Ging met mensen “in gesprek van hé hoe willen wij het hebben” of zei “van hé zou je niet”. Ik schreef allerlei dingen op en noteerde eenmaal passend het citaat “van oeh dat is wel heul veul”.
Zei vaak “in de volle breedte” of “in basis” en “even heel plat” of “heel plat geslagen” om iets niet te vergeten of tot z’n essentie terug te brengen waarschijnlijk.
Bijzonder was de frequentie van het gebruik van het woordgroepje op moment dat in de betekenis ‘als’:

• op moment dat de bedreiging afneemt

• op moment dat je besluit

• op moment dat dat begint te knijpen.

Meneer Hut moet wel een Groninger zijn, maar waar in de provincie heeft hij leren spreken? Via Google kwam ik alleen bij Schoolbank en zo in het uiterste puntje van Zuid/Oostelijk Groningen terecht, maar Huts taal léék niet op de taal van Terapel (ik heb de dialectatlas er op nageslagen). Huts Nederlands met z’n fele Friesige stemloze medeklinkers bijvoorbeeld aan het begin fan woorden lijkt op dat van Albert Rodenboog, voorheen burgemeester van Loppersum, opgegroeid in Leek, in het Gronings op ‘e Leek. Dat zei Hut ook een keer, “op ‘e duur” en eenmaal “tot op ‘e dag fan fandaag”. Dat hoorde ik pas bij de tweede beluistering. Veel sprekender was de vele malen dat hij “neitjes” zei (een logisch fonetische aanpassing van netjes, zo zeg je ook heel makkelijk “haindje” en “hoindje” als het een handje of een hondje betreft) en frappant in het ABN: uuteindelijk. Vele, véle malen zo uitgesproken – maar dat zal niet eenmaal in het stenogram vindbaar zijn, wed ik.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Drijven – gedreven en met dank aan het Engels

Hoe zat dat nog maar, een jaar geleden met die hoger wordende inflatie? Het is een tijdelijk verschijnsel, wacht u maar rustig af. De demissionaire minister van Financiën (Hoekstra) zei het mevrouw Lagarde van de ECB na in de Tweede Kamer op 7 oktober 2021: “omdat de hoge inflatie voornamelijk wordt gedreven door tijdelijke factoren, zoals hogere energie- en grondstofprijzen (….) en tijdelijke knelpunten in aanbodketens. We hebben namelijk vaker momenten gehad dat de gasprijs onverwacht opeens zeer hoog werd en vrij snel daarna weer in elkaar klapte. Dit werd gedreven door het weer, gedreven door de inflatie en gedreven door ontwikkelingen op de internationale markt.” Kom Kees, het is maar tijdelijk. Ga rustig slapen.

Gedreven, gedreven, gedreven, het gaat dan om dit stukje in Van Dale onder het ene van de twee werkwoorden drijven:

drijven (i) Van Dale

Dat oogt allemaal psychologisch, veel psychologischer dan wat de minister zei. Die sprak met een wel sterk door het Engels beïnvloed Nederlands, want de gasprijs wordt driven door het weer, door de inflatie en er waren nog meer factoren waardoor er driven werd. Driven = gedreven in het Nederlands dat Hoekstra sprak maar in dit voltooide deelwoord klinkt het Engels een soort van door – u begrijpt wat ik bedoel.

In de Parlementaire Enquête Aardgaswinning Groningen hoorde ik dat gedreven als achtervoegsel in het verhoor van Albert Rodenboog, vroeger burgemeester van Loppersum. (Ik hoorde een keer dat hij en ik familie van elkaar zijn, maar ik weet niet precies volgens welke lijn.) Wat concludeerde Albert (als hij toch familie is dan gebruik ik zijn voornaam) ná de recordwinning in het jaar ná de zwaarste beving van Huizinge van 2012: “Toen dacht ik: dan hebben ze willens en wetens die 53 eruit gehaald omdat het nog kon. Nou, tjongejongejonge. Toen dacht ik: o, dat was dus de waarheid, het mocht; geldgedreven.” Geldgedreven, begerig, een psychologisch –gedreven.

Hans Roest repte voor de speciale commissie van de Tweede Kamer van aardbevingen en sprak in dat verband van een compactiegedreven proces: –gedreven in een oorzakelijk verband, van het een komt het ander en daar is niets begerigs aan.

In een ander verhoor zei dr. Bernard Dost van het KNMI dat zijn onderzoeksafdeling calamiteitgedreven te werk gaat: gestuurd door waar de ramp zich voordoet. Ook dit calamiteitgedreven klinkt minder psychologisch, eerder feitelijk-praktisch.

Weer in een ander verhoor zei Gertjan Lankhorst over de vraag hoe de verkooporganisatie Gasterra werkte: “Aanbodgedreven betekende (….) dat er grondig gekeken werd wat de mogelijkheden waren van het produceren.” Daarin horen we een economische prikkel: Beuren? Dan pompen!

Voor wie erop let, –gedreven komt toenemend in het Nederlands voor – misschien wordt het tijd dat de redactie van Van Dale het opneemt?
Corona bleek een clustergedreven infectieziekte.
Den Haag houdt van missiegedreven onderzoek.
Er wordt rekening mee gehouden dat bepaald werk meer seizoensgedreven zal worden.
We moeten waardegedreven keuzes maken, kan Tom van der Lee zeggen over onze reactie op de oorlog in Oekraïne. Jazeker, dit –gedreven komt ook buiten de Aardgasenquête voor.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Geleiden en begeleiden in de Aardgas-enquête en begrijpelijk Nederlands: wiet jie wat doarvan?

De parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (technisch soms aangeduid als PEAG) is met de tweede verhoorweek bezig na de zomervakantie. We zien de commissie inmiddels vrij ervaren overkomen, al blijft de waarneming soms pijnlijk dat een vraag door een lid aan een getuige (of een toelichting) echt voorgelezen wordt en niet naturel overkomt. Gelukkig gebeurt dat niet meer zo vaak. Voorzitter Van der Lee kent zijn introductietekst uit het hoofd (“60 jaar gaswinning heeft Nederland veel gebracht, maar kent zeker voor gedupeerden schaduwkanten. De commissie onderzoekt…. (enz.)”) en ook de procedure van het onder ede plaatsen van een getuige gaat hem soepel af.

De opening van zo’n openbaar verhoor gaat als volgt, ik neem als voorbeeld het begin van de verhoren op 27 juni 2022: “Goedemorgen. Welkom hier bij de parlementaire enquête naar de aardgaswinning in Groningen. Vandaag is de eerste dag in de eerste week van in totaal zeven verhoorweken. Het zullen vast zeven intensieve en informatieve weken worden. Vandaag is als eerste aan de orde het verhoor met de heer Herman de Muinck. Ik verzoek de griffier om de heer De Muinck binnen te geleiden.
(De griffier geleidt de getuige naar zijn plaats in de Enquêtezaal.)”

Herman de Muinck (zegge “De Munk”)

De Muinck bleek al vroeg plaatjes geschoten te hebben van de effecten van de aardgaswinning: “Ik legde met dia’s heel veel vast in de omgeving en kwam bij boeren langs om het hele boerenleven vast te leggen. Dan gaf ik daar lezingen over voor de landbouworganisaties in de gemeente Slochteren. Ik hoorde dan wel van die boeren: “De Muinck, most es kieken”. Dan moest ik even mee: “Wiet jie wat doarvan?“” Bijzonder Drents dialect spraken de boeren in die tijd in Slochteren volgens de Dienst Verslag en Redactie! Luister naar wat Herman de Muinck tijdens het verhoor zegt (na ongeveer tien minuten vanaf het begin) en hoor: “Waiten joe doar wat van?” Dat klinkt dichter bij Slochteren, in tijd en ruimte. Als de bakkerszoon De Muinck over matten aan de fiets spreekt, dan bedoelt hij tassen (mat is etymologisch hetzelfde als mand).

Aan het eind van het verhoor stelde voorzitter Van der Lee getuige De Muinck gerust toen hij hem bedankte: “Dank u wel, meneer De Muinck. U heeft uitvoerig antwoord gegeven op al onze vragen, ook in begrijpelijk Nederlands. Daarmee is op dit moment het einde bereikt van het verhoor met u. Ik verzoek de griffier om u uit de zaal te begeleiden.”
Ook bijzonder: iemand die lezingen houdt, een leraar met een ALO-opleiding en een jarenlange onderwijservaring die begríjpelijk Nederlands spreekt. Een eerstegraads anno 2022.

Maar daar draait het niet om. Als Tom van der Lee formeel spreekt, zoals aan het begin en het eind van een zitting, dan heeft hij het over een getuige die door de griffier van de PEAG in de zaal of naar buiten wordt gebracht. Hij zegt soms geleiden, vaker hoor ik hem begeleiden zeggen. Is het naar binnen ge- en naar buiten begeleiden? Van der Lee articuleert op dit punt niet altijd duidelijk en het kan zowel geleiden zijn als begeleiden – ik hoor vooral de laatste variant, ik verwacht in deze entourage daarentegen eerder de eerste.

Geleiden is een interessant woord al was het om de taalhistorie. Ik denk dat het beginstukje ge– teruggaat op het Latijnse cum– dat als het ware een lintje verstrekt aan het basiswoord. Een paar werkwoorden, geleiden, gelukken, gevoelen, gewennen (zie De Haas en Trommelen, Morfologisch Handboek van het Nederlands, ‘s-Gravenhage 1993: 81 plus de verwijzing aldaar) hebben het plechtige betekenisaspect dat leiden, lukken, voelen en wennen niet hebben. Ik neem aan dat bij denken en gedenken een dergelijk verschil aanwezig is, ook formeler.

Als ik nog eens een keer in de Enquêtezaal kom daar aan de Lange Houtstraat in Den Haag, dan ga ik speciaal letten op de voorzitter en diens taal op de formele momenten.

P.S. Harm Edens (Dit was het nieuws) doet het ook, wellicht opzettelijk, aan het eind zeggen niet nadat maar bedoelen juist wél nadat. Tom van der Lee eindigt een verhoordag met het vooruitgrijpen naar de volgende dag en gebruikt dan een constructie met “niet nadat”. Dat Nederlands gaat terug op (om niet te zeggen: is een foutieve verkorting van) het formele “niet dan nadat”. De Dienst Verslag en Redactie weet dat en omzeilt des voorzitters fout door te notuleren: “Voordat ik de vergadering sluit (….)”. Wordt Van der Lee op zoiets niet gewezen of moeten we iets anders veronderstellen? Helaas rijden de treinen morgen (09.09.2022) niet en kan ik mijn reservering in Den Haag niet benutten om er naar te vragen.

Aanvulling 19.09.2022: Harm Edens zegt tegenwoordig net iets anders, allicht onder invloed van kritische opmerkingen van kijkers, namelijk “niet voordat” in plaats van het verwachte “niet dan nadat”. Talig pesten.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen