Redigeren op z’n Amerikaans: lakken

In het Engelse woordenboek uit Oxford, OED, staat to redact omschreven als “to put (writing, text, etc.) in an appropriate form for publication; to edit”.

Onze Van Dale omschrijft redigeren op twee manieren: “1) in behoorlijke vorm (wat betreft stijl, grammatica, structuur) op schrift onder woorden brengen, in elkaar zetten; 2) berichten en artikelen verzamelen resp. opstellen voor een persorgaan, de redactie voeren van …” De eerste betekenis is dus stilistisch van inhoud, betreft talige regels, het uiterlijk. Daar is de Engelse OED-betekenis mee in overeenstemming ook al klinkt het in die bron wat formeler: ‘in geëigende vorm voor publicatie gereedmaken’.

Maar Merriam Webster (USA) geeft een extra betekenis en die laat zien dat er onder redact ook wat anders verstaan en met een tekst gedaan kan worden: ‘to obscure or remove (text) from a document prior to publication or release’. Weglakken, censureren – of dat om goede redenen gedaan is, is niet relevant.

Hét actuele voorbeeld van zo’n redacted version is het verslag van Robert Mueller, officieel Report On The Investigation Into Russian Interference In The 2016 Presidential Election geheten.

Er is nogal wat in Mueller redacted op het Ministerie van Justitie in Washington – hoe vertalen we dat woord in het Nederlands?

Bas Blokker is correspondent van NRC Handelsblad in Amerika en hij koos voor de term die voor de hand ligt (12.05.2019): “Na de verschijning van de geredigeerde versie van het Mueller-rapport van 448 pagina’s dik, (…)”. Vroeger zou die aangepaste publieke versie van dat rapport anders betiteld zijn – het is logisch dat Blokker naar het werkwoord greep dat vlakbij het Amerikaanse woord ligt. Dat wás nog ongewoon, maar er is alle kans dat het Nederlands ook op dit punt het voorbeeld van overzee volgt. Van Dale zal dan aan redigeren een extra betekenis gaan toevoegen, wellicht met de opmerking dat het naar Amerikaans voorbeeld is en sinds 2019.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De dubbele betekenis van kindermenu en natuurramp

Was het niet Piet Grijs die een keer wees op de dubbelzinnige betekenis van kindermenu?
Het rechterdeel is in dit verband ‘voeding, de gerechten van een maaltijd’ (Van Dale) bijvoorbeeld in de vorm van een ‘uit verscheidene gangen samengestelde maaltijd’. Als dat nu in deze tijd van het jaar draait om asperges is er sprake van het aspergemenu, voorbeeld van een groentemenu.
Spreekt een bioloog over het berenmenu dan is het logisch, aan te nemen dat het gaat om dat wat een beer in normale omstandigheden eet of zou moeten eten. Wat specifiek geschikt is voor die dieren is dan bij alle verschil vergelijkbaar met iets als een seniorenmenu: gevarieerd, misschien licht verteerbaar en met niet al te grote porties voor deze groep.

Het woord -menu laat zich dus verbinden met een aanduiding van wat de inhoud is maar ook voor wie de gerechten bedoeld zijn.
Daar zit het dubbele in van het woord kindermenu. Dat is uiteraard specifiek gericht op consumptie door kinderen (als onderwerp), maar speelser en akeliger kan iemand ook denken aan de consumptie ván kinderen (als lijdend voorwerp).

Deze week kunnen Kamerleden verrast zijn door een nieuw gebruik van de term natuurramp. De betekenis in Van Dale is helder:

Van Dale

Het ging tot nu toe om een natuurlijke ramp die zich voltrekt buiten de menselijke schuld. Op 25 april bijvoorbeeld noemde premier Rutte de grote bosbranden in Portugal “een natuurramp” en eerder ging het bijvoorbeeld over het onheil dat er over Sint-Maarten kwam. Waar ging dat debat eergisteren ook alweer over, het woord is aan de minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Van Nieuwenhuizen die het volgende voorlas: “In de nacht van dinsdag 1 januari 2019 op woensdag 2 januari 2019 gebeurde er iets verschrikkelijks op de Waddenzee. Ik denk dat velen van ons dat nooit zullen vergeten. Toen verloor het containerschip MSC Zoe een ongelofelijk groot aantal containers op de Noordzee ten noorden van de Waddeneilanden. Dat bleken er uiteindelijk 342 te zijn. Dat is vandaag al meerdere keren vermeld. Die containers en hun inhoud hebben een ravage aangericht op en rondom de Waddeneilanden en op de Noordzee.”

MSC ZOE (Google-afbeeldingen)

De minister verzette zich er evenmin als haar collega Schouten (Landbouw en Visserij) tegen, toen Carla Dik-Faber (CU) sprak van een natuurramp. Het was uiteraard een ramp in de natuur maar toch niet buiten schuld van de mens. De gevolgen zullen nog jaren- en jarenlang onduidelijk zijn en van een andere orde dan de beschadigde netten van de vissersboten waarover minister Schouten sprak. Het was geen vergissing van mevrouw Dik. Zij koos bewust voor “natuurramp” bleek, toen ze haar eigen woordgebruik onderstreepte: “Met wat ik toch maar de natuurramp in het Waddengebied noem heeft Nederland wel een hele goede reden om dit internationaal op de agenda te zetten.”

Ik weet niet wat de politieke of juridische achtergrond is van die bewuste introductie van een nieuwe lezing van het woord natuurramp, maar het kan geen kwaad om er vanuit de talige kant op te attenderen, lijkt me. Ineke van Gent (oud-Kamerlid van GroenLinks en nu betrokken als burgemeester van Schiermonnikoog) was aanwezig bij het debat, ze bracht er via Twitter verslag van uit. Van het nieuwe woordgebruik van haar vroegere CU-collega repte ze daarin niet.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Pagina, regina, camera, horeca: het is wat met die accenten Jaco Geurts!

De Tweede Kamer kwam vandaag terug van het mei-reces en omdat het dinsdag was stond de Regeling hoog op de agenda. Deze Kamer is alweer een kleine twee jaar onderweg, dus die Regeling van Werkzaamheden is een routineklus geworden. Het is een voorspelbaar deel van de vergadering. Meestal trekken de coalitiepartijen één lijn met het al dan niet accepteren van een aanvraag van een debat, de oppositie is verdeelder. De SGP in de persoon van Roelof Bisschop wil altijd wel steun uitspreken voor een kabinetsbrief (wat niet hoeft maar dat zegt Arib niet vaak meer, ze leren het tóch niet) en gaat vaak met de kabinetspartijen mee. D66 doet wel eens voorzichtigjes een stapje op afstand van de coalitie als het om een groen onderwerp gaat.

De eerste Regeling kreeg een vrolijk moment met een opmerking van Jaco Geurts (CDA) die als onderdeel van een aangevraagd debat wel eiste dat hij de 1500 pagina’s die bij een rapport horen óók zou krijgen. Die pagina’s waren immers nu nog niet openbaar, zei hij. Dat het luidruchtig-hilarisch werd, is iets waar de Dienst Verslag en Redactie misschien een beetje mee zal zitten worstelen als ze het verslag samenstellen. Waarom werd er gelachen? Via de microfoon van de spreker werd er alleen impliciet op gereageerd en voorzitster Arib lachte mee en sprak in plaats van Geurts’ pagina’s van papieren. Daar draaide het dus om: Geurts legde het accent tweemaal op de niet-gangbare plaats, hij had het over “paGIna’s”. Van Dale geeft het accent aan met een streepje onder het meest te beklemtonen teken, vandaar dat PAgina ook te noteren is als pagina. Toen hij eenmaal door had waarom de Kamer bulderde, zocht Geurts zijn heil in een ander woord en sprak hij van “bladzijdes”….

Dat s-meervoud was hoogst ongebruikelijk (ik zie pas in de jaren ‘80 van de vorige eeuw twee gevallen in de Handelingen verschijnen) maar het gevolg voor de Nederlandse spelling is nu wel dat bladzijdenlang fout is en dat we bladzijdelang moeten schrijven (omdat bladzijden én bladzijdes beide lijken voor te komen).

De uitspraak van Geurts is inderdaad bijzonder in het Nederlands maar tegelijkertijd niet onlogisch. Als Geurts een woordje Latijn kent, zou hij zich op reGIna ‘koningin’ kunnen beroepen. Maar er is nog een ander en ik denk sterker argument. Als we woorden tot hun kern terugbrengen en de zogenaamde “stomme e’s” niet in de beschouwingen betrekken, dan kiest het Nederlands in veel gevallen voor de klinker van de voorlaatste lettergreep waarop het hoofdaccent valt. Dat gebeurt in vreemde woorden lang niet altijd, maar als ze zich aan ons aanpassen dan gaat het wél die kant op. Wim Kan liet de “CAmera” uitspreken als “caMEra” (gelach in de zaal), misschien heeft hij “HOreca ook wel eens uitgesproken als “hoREca”. In Barneveld – Geurts’ thuisomgeving – zouden sommige kerken “notaBElen” kunnen kennen. En de “narCIS” is voor velen van ons gewijzigd in een “NARcis” en dus met de nadruk op de voorlaatste lettergreep. De klemtoon wisselt, zegt Van Dale bij dit woord: inderdaad! Toen in de jaren ‘30 een kroonprinses geboren werd, moest er speciaal aan de onderdanen gemeld worden (hoorde ik een keer) dat zij “BEatrix” zou heten, uit vrees voor de uitspraak “BeAtrix”. Dat is de accentuering als in Geurts’ uitspraak van pagina.

Toegegeven, Geurts klonk lachwekkend bij de Regeling maar de talige systematiek heeft hij wat mij betreft aan zijn kant. Wacht maar af, kan hij denken. Het zal even duren, maar wie het lest lacht, lacht het best zoals ze vast ook op de Veluwe zeggen.

Jaco Geurts (website Tweede Kamer)

Laten we afwachten, om te beginnen op het ongecorrigeerde verslag van de stenografen.

Aanvulling 14.05.2019: De DVR heeft gekozen voor een verslag mét tweemaal een accentteken op pagína! In mijn herinnering was de bijdrage van mevrouw Arib iets anders dan het hier staat en zegt zij iets wat ik Geurts meende te horen zeggen. Dit is dat ongecorrigeerde verslag zoals het vanavond rond tien uur op het net verscheen (dank voor de service, DVR!):

De heer Geurts (CDA):
Ik ga het debat steunen, maar ik wil dat het hier pas behandeld wordt als de 1.500 pagína’s die bij het rapport horen en die niet openbaar zijn gemaakt, ook beschikbaar zijn. Anders gaan we ergens over praten, terwijl we niet weten waar we het over hebben, want die 1.500 pagína’s zijn nog niet bekend.

De voorzitter:
Ik ben benieuwd waar u het over gaat hebben als u die 1.500 … bladzijdes straks hebt.

(Hilariteit)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Een verrassing: het gebruik van het woord ‘diepgelovig’

Het woord diepgelovig heeft voor mij dezelfde sfeer als een bijvoeglijk naamwoord als onvervalst. Sommige mensen (vooral journalisten) vinden het nodig om te benadrukken dat iemand zich in een bepaalde taal uitdrukt, vooral als het gaat om een variant die niet die van de grote groep is. Hun verrassing blijkt dan door te schrijven over iemand “die met een onvervalst Rotterdams accent spreekt”, ze hebben het over het onvervalste dialect van Haagse Harry, onvervalst Berregs (de taal van Bergen op Zoom) en noem maar op. Betekent onvervalst gewoonlijk dat iets gegarandeerd authentiek is, hier fungeert het bijvoeglijk naamwoord niet anders dan als een uitroepteken. Immers, de meeste journalisten zijn evenmin als veel dialectologen in staat om van veel varianten te bepalen in hoeverre -, laat staan te garanderen dat deze authentiek zijn.
Ook talen van wat verderaf krijgen het etiket. Bijvoorbeeld “onvervalst Russisch”. Maar als de lezer verrast moet worden door wat er bijvoorbeeld plotseling op een camping ver weg in Frankrijk gebeurt, dan leest deze iets als “Mijn camera doet het niet!” klinkt het ineens paniekerig in onvervalst Nederlands in die Franse omgeving. Surprise!

Haagse Harry: …. onvervalst Haags …. (Google-afbeeldingen)

Ik citeerde met dank aan Delpher lukraak voorbeeldjes uit De Telegraaf van een kwarteeuw terug.

Wat betekent het wanneer er van iemand gezegd wordt, dat hij of zij een diepgelovig Christen is? Van Dale heeft het woord diepgelovig nog niet ontdekt in tegenstelling tot onvervalst (“echt, oorspronkelijk, – in onvervalst Gelders dialect”) en dat is een authentieke verrassing. Het grote WNT heeft het evenmin en daarom ook nu maar Delpher geraadpleegd. We krijgen hier al bladerend een paar verrassinkjes onder ogen:
diepgelovig komt pas voor vanaf de jaren ‘20 van de vorige eeuw
• het begin ligt in het Zuiden, daar is er sprake van diepgelovige katholieken; steekproefsgewijs: alleen mannen
• pas na de Tweede Wereldoorlog worden blijkens de kranten ook protestanten op deze manier geafficheerd en niet lang na hen aanhangers van de Islam

Hoe staat het met het gebruik van diepgelovig in de Handelingen van de Tweede Kamer?

Nog maar enkele jaren geleden, op 10 april 2013 haalde het voor het eerst de Kamerverslagen. De aanleiding was passend genoeg, want het gebeurde in het debat over het initiatiefwetsvoorstel “tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het laten vervallen van het verbod op godslastering”. Peter Oskam (CDA) vroeg zich af wat de initiatiefnemers eigenlijk beoogden en zei volgens het verslag: “Mensen die diepgelovig zijn, vinden dit heel vervelend. Wat is je winst, als dit bij anderen tot verdriet leidt?”
Oskam had het dus niet over gelovige mensen in het algemeen, hij specificeerde de groep tot de diepgelovigen. Wat zou het precieze verschil zijn tussen beide termen?

Nog niet zo lang geleden nam Nico Drost als invaller plaats in de kamerbankjes. Hij vervangt Stieneke van der Graaf, de ChristenUnie-afgevaardigde die wegens zwangerschapsverlof even uit de running is. Drost koos in zijn maidenspeech voor het onder de aandacht brengen van Erasmus en zei onder andere over deze Rotterdamse humanist: “Erasmus was een diepgelovig en zeer devoot christen.” Diepgelovig én zeer devoot.

Nico Drost (website ChristenUnie)

Niet veel later herdacht minister Hoekstra (Financiën) in dezelfde vergaderzaal Frans Andriessen, zijn overleden ambtsvoorganger van een 30 jaar terug. Hij zei over diens herkomst: “Franciscus Henricus Johannes Joseph Andriessen werd in de lente van 1929 geboren in Utrecht. (…) Hij groeide op in Utrecht in een diepgelovig katholiek gezin als vierde van tien kinderen.”

Dat was nog maar de vierde maal in totaal maar inmiddels al de tweede keer in de eerste maanden van het kalenderjaar 2019 dat diepgelovig in de Kamer viel. Verrassend.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Ageren, ageren tégen en acteren ‘handelen’

John Kerstens PvdA (website Tweede Kamer)

Het is wel een beetje bijzonder als John Kerstens (PvdA) de volgende kernvraag aan minister Bijleveld voorlegt: “Hoe moet Defensie op de steeds sneller veranderende wereld en de opstelling van belangrijke spelers erbij reageren of, liever gezegd, acteren?” Hij vroeg zich dat af op 22 januari dit jaar in het debat over de Visie op de toekomst van Defensie. Het aparte zit ‘m in de onderlinge oppositie van de werkwoorden re-ageren en acteren. Ageren en acteren zijn werkwoorden die een gemeenschappelijke herkomst bezitten in Romaanse talen als het Latijn. Wie in die laatste taal heeft les gehad, moest althans vroeger stamtijden leren en kon vervolgens z’n leven lang agere – egi – actus opdreunen.*) Agere – wie het hardop uitspreekt moet het laten rijmen op magere en lagere – het betekent ‘handelen, doen’, heeft dus een verledentijdsvorm egi en een voltooid deelwoord actus, dat we herkennen in actie. En ja ook in actéren, de rol van een acteur spelen, een acteur is iemand die handelt en doet… alsof.

Het basiswoord is dus ageren, een werkwoord met een juridische sfeer van ‘eisen, een rechtsvordering instellen’. Maar het heeft bij ons in de praktijk een negatieve inhoud gekregen door zijn geregelde combinatie met tégen. Tony van Dijck (PVV) zei nog niet zo lang geleden in de Tweede Kamer: “En ik vind dat deze staatssecretaris in hoger beroep had moeten gaan, of veel harder had moeten ageren tegen de Europese Unie om dit om zeep te helpen, want het is niet fiscaal gedreven.” Ageren tégen is typisch een woord uit de oppositie. Een meer neutraler ageren bestaat ook maar dan zónder tegen. Althans, dat is met de week onwaarschijnlijker op te vangen in de plenaire zaal van de Tweede Kamer.

Marianne Thieme PvdD (website Tweede Kamer)

Marianne Thieme (PvdD) is op dit moment (rond begin mei 2019) de laatste toen ze vorig jaar volgens de Handelingen zei: “Deze maand is de minister van Landbouw met haar visie gekomen en zelfs de boeren moeten concluderen — zo lezen we in het hoofdredactioneel commentaar — dat het gebrek aan visie hen tot wanhoop drijft, omdat ze niet weten wat het kader is waarbinnen ze kunnen ageren.” Ook van minister Koenders (Buitenlandse Zaken) viel het te horen, zoals in 2016: “Dat is ook voor ons middel om daar goed naar te kijken en zo nodig scherper te ageren.” En in 2015: “Soms wordt niet voldaan aan verzoeken vanuit Nigeria om op een bepaalde manier te ageren, al dan niet legitiem.”
Het jaar tevoren zei Stientje van Veldhoven (dan nog Kamerlid namens D66) net zo zeldzaam: “Daarmee zorgen we voor een integrale informatievoorziening aan de Kamer en zorgen we ervoor dat we problemen tijdig signaleren en ook kunnen ageren.”

Dat zijn zeldzame voorbeelden. Ageren ‘handelen (in een betrekkelijk neutrale sfeer)’ wordt onder invloed van ageren tégen verder en verder in frequentie teruggeduwd en vervangen door acteren. Neutraal ageren kon de Minister van Defensie bijvoorbeeld in het jaar 1952 in het Parlement gebruiken: “(…) gedwongen om orde en rust te herstellen, om mede daardoor ons militaire apparaat in de gelegenheid te stellen in volle vrijheid te ageren ter verdediging van ons land en onze onafhankelijkheid tegen de vijand”. Die paar keren dat het in die tijd in de plenaire zaal over acteren ging, hoorde er een theater en een podium bij. Dik een halve eeuw later spreekt minister Bijleveld niet meer van ageren maar van acteren en nog liever van acteren óp. Laten we haar uit een debat in begin 2019 citeren: “Het eerste is dat we de klachten boven tafel moeten krijgen. Dat is het eerste waar ik mij voor inzet. Dan zullen we zelf natuurlijk ook moeten acteren op de klachten die er zijn.” Acteren op is ‘in reactie handelend optreden’ – vroeger zou reageren eveneens goed gerekend zijn.

Ook door andere bewindslieden uit Rutte-III wordt er in de eerste maanden van 2019 geacteerd:
• Minister De Jonge: “Stel dat daar zorgelijke signalen uit naar voren komen, dan zullen we moeten kijken of daar nader op te acteren is.”
• Minister Ollongren: “Dat zie ik helemaal niet als uitholling van de rol van de gemeenteraad, zoals de heer Smeulders die vreest, want de gemeenteraad kan acteren, kan ingrijpen.”
• Inmiddels Staatssecretaris Van Veldhoven: “Zo kunnen we ook nog acteren op het moment voordat het besluit genomen wordt.”
• Staatssecretaris Knops: “Dat betekent dat mensen dat verwachten en dat we daarop moeten acteren.”
• Minister Schouten: “Ik ben dus ook heel benieuwd hoe de heer Geurts zelf gaat acteren in dat maatschappelijke debat (…)”.

In al die gevallen zijn de bewindslieden serieus. Geholpen door het Engels bedoelen zij bij acteren ‘handelen’ en niet ‘een toneelstukje opvoeren’. Het heeft lichtelijk iets gewichtigs. De OED omschrijft to act als ‘to do the duties of a particular office or position’. Zó ver is Van Dale nog niet maar op een zeker moment zal de redactie van dit woordenboek op deze praktijk reageren, handelen, in actie komen en z’n betekenissen op dit punt aanvullen. In Dat gezegd hebbend… (blz. 24-25) riep ik ze daar vorig jaar al een beetje toe op maar nu maar wat uitdrukkelijker.

*) Ik heb niet gecontroleerd of het nog zo is, maar het Latijn zal de afgelopen halve eeuw niet erg veranderd zijn.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Behoorlijk en redelijk (2)

Zo’n duidelijke ontwikkeling als behoorlijk heeft redelijk nog niet doorgemaakt, maar zoiets hoeft niet meer lang te duren. De primaire betekenis van redelijk is ‘dat wat in de rede ligt, fatsoenlijk’ zoals in de juridische aanduiding redelijke termijn. Die is niet kort, die is niet lang, het woord redelijk heeft hier een tussenpositie waarin met alle aspecten rekening wordt gehouden. Vergelijk in dezelfde sfeer de aanduiding een redelijk vermoeden van een strafbaar feit of geen enkel redelijk doel.

Zo is een redelijk inkomen voor redelijke prestaties iets wat als het ware een middenpositie impliceert: de beloning is niet bij voorbaat hoog, ook niet laag maar gemiddeld althans verdedigbaar. Voor dat wat er aan inspanning tegenover staat (de redelijke prestaties) geldt dit evenzeer.

In combinatie met een wat uitgesprokener bijvoeglijk naamwoord haalt redelijk iets van de inhoud af: een Kamerlid kan zich duidelijk uitdrukken, redelijk duidelijk is toch wat voorzichtiger geformuleerd. Zo is redelijk positief (vooruit een 6,5) een waardering die een tikkeltje lager uitvalt dan positief zonder meer (zeker een 7 of iets hoger). Maar wat is de inhoud van redelijk fors (een accijnsverhoging), redelijk arbitrair (zoals de keuze voor bepaalde plaatsen), redelijk alarmerend (de Kamer kreeg een zó betiteld schrijven)?  Hier is redelijk n.m.m. ‘tamelijk, nogal’. Redelijk laat kan op die manier zelfs bijna verwijtend overkomen. Redelijk betekent tegenwoordig (bijna) ‘totaal, ontzettend’ in het Binnenhofs.

Kijken we steekproevend naar het gebruik van redelijk in de Kamerperiode van maart tot begin oktober 2017, toevallig uitingen vanaf de linker- en de rechterflank:

  • Ik dacht dat u het zich misschien zou herinneren, want het was redelijk uniek. (Lilian Marijnissen, SP)
  • Tegelijkertijd stijgt ook de premie, want redelijk snel na het relatief goede nieuws dat deze niet gaat stijgen maar gelijk blijft, kwam uiteindelijk toch de aap uit de mouw, namelijk dat de premie omhoog zou moeten. (Lilian Marijnissen, SP)
  • Vervolgens zit je hier redelijk met de handen vrij in de oppositie, of ingesnoerd in de coalitie. (Renske Leijten, SP)
  • Dat vind ik redelijk droevig. (Machiel de Graaf, PVV)
  • Ik kan mij voorstellen dat de medezeggenschap van een school toch wel redelijk overvraagd wordt op het moment dat zij (…) (Peter Kwint, SP)

Wat is er nog ‘redelijk’ in de oude betekenis aan uniek of met de handen vrij in de oppositie? Ook droevig laat zich niet op de vroegere manier nuanceren evenmin als overvraagd: dat zijn op zichzelf even uitgesproken beweringen. Kennelijk is redelijk de laatste tijd bezig, dezelfde positie te krijgen als het woord tamelijk zich verwierf. Dat was aanvankelijk ook een nuancerend bijwoord, het kreeg daarna iets met een extra inhoud – wellicht iets pesterigs, uitroepends. Redelijk snel, zei Lilian Marijnissen – het was nauwelijks een dág nadat de bevriezing van het eigen risico was afgekondigd, dat de daarmee samenhangende verhoging van de ziektenkostenpremie bekend werd.

Hoezo een ontwikkeling van de laatste tijd? In de Tweede Kamer misschien, maar luisteren we naar uitingen van Mark Rutte als minister-president op zijn wekelijkse persconferenties:

01.04.2011 Rutte (nog maar kort premier, hij krijgt verwijten over 100 dagen en niets laten zien, iets wat hij juist zélf in de rol van oppositieleider het vroegere kabinet-Balkenende had nagedragen) in de verdediging: “Dat lijkt me redelijk absurd.”

20.05.2011 (Rutte over het getrapte gekozen systeem van de Eerste Kamer) “Ik heb het systeem niet bedacht hè, het is een redelijk bizar systeem dat we hebben.”

10.02.2012 (Rutte over de procedure rond artikel 100) “Die hele procedure is redelijk dichtgetimmerd.”

27.01.2017 (Rutte dus vijf jaar later bij het aftreden van minister Van der Steur die tussentijds Opstelten was opgevolgd) “Dat is ook redelijk onvermijdelijk bij dit departement Veiligheid en Justitie, waar hele ingewikkelde zaken spelen (…)”.

Vier keer wordt hier een on-overtrefbaar bijvoeglijk naamwoord (absurd, bizar, dichtgetimmerd, onvermijdelijk) voorzien van redelijk – dat kan dus niet meer nuancerend zijn en tóch voegt het iets toe aan de uiting. Kennelijk hebben redelijk, behoorlijk en tamelijk een zelfde evolutie doorgemaakt in het nabijere Nederlands, althans in de variant die er rond Het Binnenhof te horen viel. (Zie Beton.)

Premier Rutte 27.01.2017

P.S. Kijk voor het trefwoord Tamelijk in Dat gezegd hebbend… (bladzijde 290 en vergelijk daarmee op p. 217 Nogal of ga naar dit woord in dit blog). In 2019 is in de Tweede Kamer tot nu toe onder meer sprake geweest van tamelijk smakeloos, tamelijk vernietigend, tamelijk absurd, tamelijk schandalig, tamelijk bizar, tamelijk gedegen, tamelijk onuitvoerbaar. Tamelijk lijkt een zekere voorzichtigheid aan te kondigen maar wat er in deze gevallen direct op volgt is daarmee volkomen in tegenspraak, een talige verrassing.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Behoorlijk en redelijk (1)

Dit stukje vindt z’n oorsprong in wat het laatste debat was waarin het tussen de Kamer en minister Kamp (dus nog ten tijde van Rutte-II) draaide om de aardgasproblematiek. Het gaat om wat Sandra Beckerman in haar tweede termijn zei en bedoelde, toen zij het bijvoeglijk naamwoord behoorlijk gebruikte. Wat en hoe wordt duidelijk als we uit drie momenten in het parlementaire verleden monsters nemen uit de parlementaire Handelingen. Dat is in zekere zin passend, mevrouw Beckerman is archeologe.

• We zoeken naar overeenkomsten en verschillen in de parlementaire jaren 1816-1817, 1916-1917 en 2016-2017. De eerste overeenkomst is dat behoorlijk(e) in alle drie de periodes voorkomt, maar het allereerste verschil is hun frequentie. Die stijgt in de drie steekproeven van 4 naar ruim 70 naar een kleine 400 gebruiksgevallen. Ook als we aannemen dat de Tweede Kamer in de loop van deze periodes meer en langer vergaderde, respectievelijk dat er royaler verslag van wordt uitgebracht, dan nog is die toeneming een signaal: van 4 naar 70 naar 400!

• Het tweede in het oog springende punt is de betekenis. Voor beide eerste momenten geldt dat behoorlijk vooral – zoal niet uitsluitend – letterlijk genomen moest worden, ‘zoals het behoort, zoals het betamelijk is’. Toen het in 1816 ging over de vraag, hoe de Centrale Overheid aan meer belastinginkomsten kon komen “werd het noodzakelijk naar een behoorlijk middel van afkomst ten deze om te zien”. In 1916/1917 ging het ook bij uitstek om een behoorlijke vergoeding, bezoldiging of salariëring, een dito rechtspositie. Kortom, telkens ‘passend, fatsoenlijk, redelijk’ en dus niet zozeer overdreven maar wél iets wat de toets der kritiek kon doorstaan.

• Dat is in een eeuw tijd eh behoorlijk veranderd: ‘erg, zeer’. Daarmee is ook de plaats in de zin aangestipt. Was behoorlijk gedurende lange tijd vooral een bijvoeglijk naamwoord vóor een zelfstandig naamwoord (zoals in een behoorlijke rechtspositie), de nieuwe betekenis van onderstreping maakte het gebruik als bijwoord mogelijk. Frequent in gebruik is nu behoorlijk wat, behoorlijk veel en daarmee wordt de inhoud of de hoeveelheid geïntensiveerd.

Natuurlijk is de oude betekenis nog gangbaar – een Kamerlid kan spreken van een behoorlijke klachtenregeling of een behoorlijk voorstel. Maar de betekenis ‘verdedigbaar’ die in deze gevallen geldt, is niet van toepassing bij behoorlijk zuur, behoorlijk slecht, behoorlijk ver, behoorlijk welvarend, behoorlijk vrijblijvend of behoorlijk met een kluitje in het riet gestuurd (Rik Grashoff, GroenLinks). Hier doet het bijwoord aan onderstrepen van wat direct volgt en dat kan positief óf negatief zijn.

Sandra Beckerman (SP) zei op 5 oktober 2017 in dat laatste gasdebat met minister Kamp: “Ik hoorde een behoorlijke boel onzin voorbijkomen in de beantwoording van de minister (…)”. Dat sloeg waarschijnlijk op Kamps bewering dat de gaswinning in Groningen tijdens Rutte-II met de helft is gereduceerd. Dat is talig gezien een opmerkelijke manier van zeggen van mevrouw Beckerman, misschien alleen maar omdat boel al sterker is dan wat of veel. Of wellicht past behoorlijke niet in die context zoals tamelijk lange tijd ook ongebruikelijk was in combinatie met forsige taal. (Zie onder meer de aflevering onder de titel Beton.)

De minister was not amused, zie de ongecorrigeerde Handelingen. Kamp in reactie over die twijfel aan de halvering: “Mevrouw Beckerman zei dat ze een heleboel onzin had gehoord. Ik zal die woorden richting de Kamer niet in de mond nemen. (…) Degenen die dat zeggen, weten misschien dat het volstrekt bezijden de waarheid is en geven hier een verkeerde voorstelling van zaken. Óf ze zijn verkeerd geïnformeerd, en dat vind ik toch wel zorgelijk voor leden van het parlement.” Minder parlementair uitgedrukt: liegen ze of ze zijn dom – kiest u maar.

Mevrouw Beckerman kwam nog even aan de microfoon: “Laten we dit debat maar niet verder voeren, maar de onzin waar ik op doelde, was ook dat u beweerde dat gaswinning bij de kleine velden geen kans geeft op aardbevingen.” Kamp hield ook nu voet bij stuk: kleine velden kleine risico’s, grote bij grote velden zoals Slochteren.

De gevoeligheid van de minister is even begrijpelijk als die van iemand uit Groningen over deze materie, zoals Sandra Beckerman (zij raakte eerder in een Kamerbijdrage over hetzelfde onderwerp geëmotioneerd, zie afbeelding).

Sandra Beckerman

In januari 2015 had toenmalig VVD-woordvoerder René Leegte hoorbaar in de trein dingen gezegd waarvan een wetenschapper die ze hoorde, concludeerde dat er door de VVD aan pappen in de richting van Groningen gedaan moest worden. Hij twitterde erover en merkte in een interview op: “Wat hij (Leegte SR) zei is volksverlakkerij. Het is belangrijk te weten wat voor politiek spel de VVD speelt.” (DvhN 19.01.2015)*) Voor beide partijen – Beckerman én Kamp – was de zaak dus, ja behoorlijk beladen op 5 oktober.

*) Leegte legde z’n woordvoerderschap als gevolg hiervan neer, zijn Kamerlidmaatschap niet veel later maar dat op andere gronden.

P.S. In de beginmaanden van 2019 spraken Kamerleden onder meer over behoorlijk vernietigend, behoorlijke gebreken, er behoorlijk op achteruit gaan, behoorlijke verwondingen, behoorlijk besodemieterd, een behoorlijk strafblad, een behoorlijke knauw in de financiën, behoorlijk in de maling genomen. In niet eens zoveel ouder Nederlands zou men dat misschien wel eerder onbehoorlijk hebben genoemd en zeker ‘niet-behoorlijk’ hebben bedoeld.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment