Bring it on!

In Wenen waren in elk geval in de zomer van 2016 ambtenaren van de gemeentereiniging actief onder het motto We kehr for Vienna. Die tekst droegen ze net zo zichtbaar op hun oranje werkkleding als er in dezelfde tijd niet minder duidelijk op vuilniswagens WE KEHR FOR YOU geschreven stond. Wenen is een internationale stad.

De teksten deden me denken aan de cursus die ik ooit als radiopresentator volgde op Santbergen in Hilversum. Een van de lessen  – ik denk van Kees Schoonenberg – in die lineaire tijd*) was: géen woordspelingen met andere talen voor de microfoon, want er zijn altijd luisteraars die die andere taal niet spreken. Leg zo’n grapje uit óf laat ‘m achterwege, althans voor de radio of televisie waar het programma verder gaat en de luisteraar/kijker geen tijd heeft om iets even op te zoeken. Gewoon dus een kwestie van sociaal fatsoen, iedereen een gelijk speelveld, zoals het tegenwoordig in Den Haag kan heten.

Die uitdrukking is daar onderhand een jaar of 20 gangbaar. Anne Lize van der Stoel (VVD) was blijkens de Handelingen op 28 augustus 1996 de eerste gebruikster in een debat in de Tweede Kamer over de invoering van een Europese richtlijn, een wet op Europese ondernemingsraden. Zij zei: “Wij willen in Europa een gelijk speelveld voor bedrijven, zodat zij aan dezelfde voorwaarden kunnen voldoen” – toen minister Melkert op haar reageerde, refereerde hij vele malen aan dat gelijke speelveld. De uitdrukking begon toen aan een succesvolle carrière bij politieke vergaderingen. Aan te nemen is dat mevrouw Van der Stoel de Amerikaans-Engelse uitdrukking level playing field  (‘a situation offering equality of opportunity or in which fairness to all parties is observed’ OED) leende en naar het Nederlands vertaalde. Die was rond 1990 nog nieuw en is pas na 2000 aan de OED toegevoegd.

Hoe gelijk is het speelveld voor de dragers van die tekst in Wenen, We kehr for you, respectievelijk voor de lezers daarvan? De knipoog naar het Engels is onmiskenbaar, we care for you ‘wij zorgen voor u’. Misschien moeten we voor het juiste verstaan ook nog wel luisteren naar de uitspraak, want in het Duits (van sommigen) kan care als “keer” klinken.

Daar komen we bij de eigenlijke inhoud van we kehr for you: kehren kan in het Duits ook de betekenis hebban van ‘schoonmaken, reinigen’. Neue Besen kehren gut!

Snapt de doorsnee-toerist in Wenen de dubbelheid van We kehr for Vienna? Of We kehr for you? Begrijpt de gemiddelde gemeentelijke Weense vuilnisman het?

We kehr for YOU (Wenen)

 

 

 

 

 

Als de Nederlandse minister-president, eerste minister in een ploeg die in het Regeer-akkoord het volkslied, de geschiedenis van het Nederland, de Centrale Overheid zo veel aandacht geeft en in een Parlement zijn beleid uitdraagt en verdedigt waar inmiddels de vaderlandse driekleur al is neergezet, – als die premier zomaar begint Bring it on! ‘kom maar op!’ te roepen in Nederlandstalige bijdragen op persconferenties, in vergaderingen of in interviews, denk ik bijna automatisch aan die teksten van de Weense vuilnisdienst en via die omweg aan Kees Schoonenberg.

Van de laatste is op internet overigens meer als goochelaar dan als radioman en lesgever te vinden.

*) Lineair is in dit geval het moment van uitzenden is gelijk aan het moment van luisteren/kijken.

Posted in PARLEVINKEN, Taal van Rutte | Leave a comment

ME DUNKT ME

De volgorde van de woorden in een zin doet er bepaald toe in een taal als het Nederlands. En omdat zowel dunkt me als me dunkt voorkomt, moet er wel betekenisverschil zijn. Dunkt is een persoonsvorm van dunken dat een variant zal zijn van denken en dat past bij wat me dunkt uitdrukt, er wordt een oordeel, een gedachte uitgesproken. Laten we preciezer kijken en daarvoor een indeling maken in vieren waarbij alle verschillende combinaties aan de orde komen.

  1. , dunkt me. aan het eind van de zin

Voorbeelden van dit geval te over:

  • Pieter Omtzigt (CDA) Dat is nogal risicovol, dunkt me. (30 september 2015)
  • Harry van Bommel (SP): Dat moet het kabinet toch met de SP-fractie eens zijn, dunkt me. (29 oktober 2009)
  • Geert Wilders (VVD) Dit was toch een heel behoorlijk antwoord, dunkt me. (16 december 2003)
  1. , dunkt me, in de loop van de zin

We beginnen met een aanhaling van een vroeger GPV-Kamerlid om in hem Gert Schutte te eren, de man die de frequentste gebruiker van dit dunkt me was:

  • Eimert van Middelkoop (GPV/CU) Door de in lid 2 van artikel 6c opgenomen mogelijkheid in beroep te gaan als het pensioenfonds om inhoudelijke redenen het advies niet opvolgt, waartoe zo’n fonds dunkt me het recht heeft, wordt in feite een vorm van indirecte medezeggenschap geïntroduceerd. (9 februari 2000)
  • Kees Vendrik (GroenLinks): Dat vraagt, dunkt me, om een vorm van politieke bezinning – demissionair of niet. (29 oktober 2002)
  • Jan Schinkelshoek (CDA): Het zijn waarschuwingen die dunkt me onverminderd actueel zijn. (28 november 2007)
  1. me dunkt in de loop van maar vooral vooraan in de zin
  • Esther Ouwehand (PvdD): En me dunkt dat we ervoor moeten zorgen dat dat gebeurt. (24 mei 2017)
  • Mark Rutte (MP): Me dunkt, we zijn op dit moment een van de snelst groeiende economieën van Europa. (21 februari 2017)
  • Diederik Samsom (PvdA): Nee, me dunkt, wij zijn degenen geweest die onder andere in dit parlement — maar er gaan nog wel meer parlementen over — hebben gezegd: op deze manier gaan wij het niet doen. (21 september 2016)

Voor we naar de vierde variant over gaan, kunnen we vaststellen dat deze drie eerste gevallen in feite onderling uitwisselbaar zijn. Telkens wordt er op een betrekkelijk neutrale manier een mening naar voren gebracht waar een persoonlijk elementje aan wordt toegevoegd (me).

  1. Me dunkt! als volledige zin

Het vierde geval dat te onderscheiden is, is Me dunkt! in de vorm van een volledige zin. Zie deze voorbeelden die uit de Handelingen zijn aangehaald en waaruit blijkt dat deze groep veel minder bescheiden van toon en inhoud is dan de andere drie.

  • Lodewijk Asscher (minister): Er zijn nog steeds mensen die desondanks geen baan kunnen vinden. Is het dan toch de moeite? Me dunkt. (4 december 2013)
  • Michel Rog (CDA) : Het kabinet vergoelijkt deze maatregel met de opmerking dat hiermee “pijnlijke procedures worden voorkomen”. Me dunkt. Maar het resultaat is wel, dat… (11 december 2013)
  • Sharon Dijksma (staatssecretaris): Ik heb ook tijdens het debat gezegd dat de financiering met het Natuurpact geregeld is. Me dunkt! Het gaat om een goed bedrag. (1 oktober 2013)
  • Agnes Wolbert (PvdA): Het gaat hier namelijk om mensen voor wie een medische indicatie is afgegeven; me dunkt! (28 september 2011)
  • Camiel Eurlings (minister): Ik heb twee derde van mijn zout weggegeven. Me dunkt! (3 februari 2010)

CAMIEL EURLINGS (Google)

 

 

 

 

 

De citaten zijn overgenomen uit de Handelingen – het is dus de Dienst Verslag en Redactie die ook de uitroeptekens heeft geplaatst,- en met instemming van de sprekers. Daaruit blijkt het nadrukkelijke karakter dat de woordvoerder eraan toekent. Maar dat blijkt ook uit de accentuering, want de volledige Me dunkt! is net als Daaróm! wat elders een ASA is genoemd, een woord waarvan het accent het zéer abrupte slot markeert. (zie Nou en of!) Daarmee wordt daarna als het ware een hele uiting weggelaten op bijvoorbeeld deze manier: Me dúnkt! = ‘Me dunkt dat ik er verder geen woorden aan hoef te spenderen om mijn mening te onderstrépen!!’

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

De schuivende panelen van crux

Dat Van Dale het woord crux omschrijft als ‘onoplosbaar of moeilijk oplosbaar probleem’ is juist en het is simpel aan te tonen als we de Handelingen van de Tweede Kamer er even bij nemen. Laten we een flinke stap terug in de tijd zetten en naar vroege voorbeelden zoeken.

  • Op 18 maart 1859 heeft minister Van Bosse het woord. Het gaat over een probleem dat ook tegenwoordig nog speelt bij de Belastingdienst, wat valt er wel of niet onder een bepaalde cijns? De minister zegt: “Het is een groote crux voor de administratie om aan de billijke wenschen van belanghebbenden te voldoen en toch voor de belangen van de schatkist te waken”. Dat gebruik van crux leidde hij in met “Dit is een zeer moeijelijk punt”.
  • Op 1 en 2 april 1873 is het onderwerp “Nieuwe regterlijke inrigting” en het lid Godefroi (advocaat) merkt dan op, “dat er in onze wetgeving geen grootere crux te vinden is dan juist art. 38 der tegenwoordige wet op de regterlijke organisatie.”
  • 28 oktober 1885 zijn aanpassingen op het Wetboek van Strafrecht het onderwerp van de bijdrage van jhr.mr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland. Hij zegt: “Wij weten allen welk een ware crux die bedelarij is geweest, en hoeveel moeite het heeft gekost om de beide Kamers daaromtrent te doen overeenstemmen.”

De zware inhoud van crux als schier onoplosbaar probleem onderstrepen de heren met woorden als groot en waar of met een herhalende opmerking dat het een zeer moeilijke kwestie betreft. Zo was het.

  • Op 1 november was de regeringsverklaring van het kabinet Rutte-III. De premier sprak algemene woorden: “Het debat in dit huis en in de Eerste Kamer zal op momenten hard en fel zijn. Dat hoort ook zo te zijn, want hier bevechten we elkaar op ideeën. Dat is de crux van democratie.“
  • Anderhalve week later waren de Algemene Financiële Beschouwingen, waarbij staaatssecretaris Menno Snel zei over de omstreden intrekking van de dividendbelasting: “Alleen het idee is natuurlijk dat het buitenlandse bedrijf later hier komt en hier zorgt voor banen, werkgelegenheid en inkomstenbelasting. Dat is een beetje de crux van het beleid.”

Voor het gemak neem ik aan dat voor premier Rutte het debat in de Tweede of Eerste Kamer níet het onoplosbare probleem van de democratie is. Het is simpeler, te veronderstellen dat het woord crux een betekenisverandering heeft ondergaan, getuige dit gebruik door de premier en zijn staatssecretaris. Crux heeft aan zwaarte verloren en dat is geen wonder als ook het bijvoeglijk naamwoord cruciaal zo onvoorstelbaar vaak gebruikt wordt in het parlement dat het inmiddels verzacht is tot ‘van belang’.

Ik veronderstel dat de betekenisontwikkeling van het woord crux als volgt is:

‘(bijna) onoplosbaar probleem > probleem > essentie van het probleem > essentie/kern’

In de citaten van Rutte en Snel past ‘essentie’ als betekenis van crux – en bij hen niet alleen. Van Dale moet dit punt nog even actualiseren. Schuivende panelen, zou Menno Snel het graag noemen, net als enkele malen in het debat van afgelopen donderdag. Verschoven, ergens tussen Beelaerts van Blokland en Rutte.

G.J.Th. Beelaerts van Blokland (P&P)

 

 

M. Rutte (P&P)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Verneukeratief schragen langs de Grondwet

IN HET NIEUWS is minister Wopke Hoekstra van Financiën, die gisteren zijn echte vuurdoop onderging in de Tweede Kamer bij de Algemene Financiële Beschouwingen. Een nieuwe bewindsman van buiten die Tweede Kamer zelf, dat is altijd nieuw: hoe is hij? Het is geen kwestie van “op de tong proeven en op de hand wegen” zoals de minister-president graag zegt, wél een nieuwsgierig kijken met het oog en luisteren met het oor naar zo’n première. Eerste indrukken.

Hoekstra is rustig, beheerst, standvastig, gevat. Als hij het woord krijgt voor de beantwoording van Renske Leijten (SP) die enkele malen het woord verneukeratief gebruikt heeft, zegt de minister dat hij zijn best zal doen om het woordgebruik van de Kamer over te nemen. De derde voorzitter van deze dag, Han ten Broeke (VVD) weet niet hoe snel hij moet zeggen dat de minister dat vooral níet moet doen. Later is hij verheugd als mevrouw Leijten van bedriegelijk spreekt. (Verneukeratief staat overigens zonder enig voorbehoud in Van Dale.)

‘s Ochtends ging er nogal wat tijd zitten in procedurele zaken maar in feite niet minder in het zwijgend heen-en-weer slaan van de ambtelijke brieven met antwoorden die de minister voor zich had en dat komt de snelheid in de beantwoording niet ten goede. Hoekstra heeft een microfoon en een luidspreker nodig: hij heeft een wat hesig, onhelder geluid. Natuurlijk zegt de minister eh, maar veel opvallender is zijn om instemming vragende, heel korte hè?

Ondanks zijn Friese voor- en achternaam, klinkt hij West-Nederlands. Luister naar zijn r die Amerikaans zou kunnen zijn en luister naar de manier waarop hij dat hij ergens over tevrejen was, zoals hij ook hoopte dat mevrouw Leijten over iets tevrejen zou kunnen zijn. En hij sprak van het brejere debat dat over iets gevoerd zou worden.

Opmerkelijk is de s die uit Hoekstra’s mond klinkt. Bij hem krijg je in de meeste gevallen niet slechts een s maar ook nog iets j-achtigs daarachter: zoietsj. Ik schreef daarover een keer een column in verband met de taal van hockey-commentator Tim Steens. Bij de laatste was de regel iets scherper te formuleren dan bij minister Hoekstra. Steens spreekt in feite steeds van “sjirkel” als hij cirkel bedoelt en net zo bij andere woorden als direct na een s een ie- of een ee-achtige klinker volgt. Daar is echt een sjerie voorbeelden bij Steens van te horen. Bij Hoekstra is de indruk eerder dat een s in elke klinker-omgeving in iets sj-achtigs resulteert.

Is dat erg? Hij zou er vroeger niet mee toegelaten zijn op de Kweekschool en als omroeper-nieuwslezer bij de radio was hij vast ook afgewezen: het eerste om geen slecht voorbeeld voor de leerlingen te zijn, het tweede omdat het opvalt, afleidt van de inhoud en sommige luisteraars misschien ook wel irriteert.

De minister overkwam minder dan staatssecretaris Menno Snel wat zo voor de hand ligt in vergaderingen: iets zeggen en intussen in gedachten en vervolgens hardop op weg naar iets anders dingen met elkaar mixen. Blending heet dat in de internationale taalkunde. Beseffen wij ons (beseffen wij + realiseren wij ons), zei Snel en we weten niet hoe dingen uithalen (hoe dingen werken + wat dingen uithalen). Of een ander soort ontsporing: “In de discussie die ik in een van mijn vorige banen met de Engelsen hadden (…).” Snel zei ook nog dat “u wordt opgeschept met…” in plaats van opgescheept. Toch was dat streven naar wat verhevener vergadertaal ook bij Hoekstra te merken toen hij zei wat ongetwijfeld anders in de Handelingen zal belanden: “Houdt u mij daar nog even ten goede.” Martin van Rooijen (50PLUS) had misschien wel net gezegd dat “we ons bij het feit zullen voegen”. Trouwens Elbert Dijkgraaf (SGP) mixte talig gezien mee toen hij vroeg om stukken naar de Kamer te doen toekomen (naar de Kamer te sturen + aan de Kamer te doen toekomen).

Minister Wopke Hoekstra 09.11.2017

 

 

 

 

 

 

Henk Nijboer (PvdA) wond zich op en kreeg de rode kleur op de wangen die hij ’s morgens aan het begin van het debat nog niet had. Hij vroeg als TK-lid om inlichtingen, had daarbij de Grondwet aan zijn zijde maar hij kreeg op geen stukken na wat hij vroeg. Hij wilde daar een afrondende principiële opmerking over maken en zei toen dat de bewindslieden hier “langs artikel 68 van de Grondwet….” – we hóorden en zágen hem rondkijkend denken. We zien in de Handelingen straks niet wat zijn eigen aanvul-oefening in de praktijk opleverde: “langs artikel 68 van de Grondwet…. schragen”. Hier werd gekozen voor een werkwoord dat enigszins in de buurt kwam van scheren langs en schuren aan. Benieuwd wat er in de Handelingen komt – ook de opwinding die er gisteren in en rond de Tweede Kamer heerste lezen we daarin niet echt terug.

Ik heb makkelijk schrijven, rustig achter de computer.

 

Aanvulling 10.11.2017: In de voorlopige Handelingen staat Nijboer inderdaad gecorrigeerd tot: “Ik vind dat de minister van Financiën en de premier langs artikel 68 van de Grondwet schuren.” Waarschijnlijk zijn ook (de) ontsporinkjes van de andere genoemden hersteld.

Mevrouw Leijtens verneukeratief staat er gewoon in, maar als ze zich later weer aan de microfoon meldt, gebeurt er iets wat mij als kijker ontging en dat door de Dienst Verslag en Redactie nu mooi is vastgelegd:

“Voorzitter Ten Broeke: Dan zie ik mevrouw Leijten. Gaat het opnieuw “beur’n”, mevrouw Leijten?

Mevrouw Leijten (SP):
Ik zal het woord “bedrieglijk” gebruiken, voorzitter. Ik denk dat u zich daar lekkerder bij voelt.”

Beur’n dialectisch uitgesproken op een punt waar de voorzitter het platte verneukeratief van Renske Leijten hoopt te voorkomen.

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

De echte Nederlanders

IN HET NIEUWS is Aukje de Vries: zij mocht gisterochtend bij WNL de keus voor het intrekking van de dividendbelasting voor de grote internationals verdedigen. De WNL-presentatrice had het in het vorige half-uur al enkele malen al over de gewone Nederlanders gehad en die term gebruikte ze ook in de aankondiging van verslaggeefster Elodie Verweij die op het Binnenhof Aukje de Vries naast zich had staan.

Aukje de Vries (VVD) bij WNL

 

 

 

 

 

Hoe is die maatregel door politici uit te legen, als de economen blijkens onderzoek van De Telegraaf dat niet kunnen? “Het gaat om banen”, zei mevrouw De Vries, “banen voor echte Nederlanders en dat is waar je in de politiek vooral naar moet kijken.” De gewone Nederlanders waren bij de financiële woordvoerster van de VVD echte Nederlanders geworden.

Die echte Nederlanders bestaan in de Tweede Kamer nog niet zo lang. In 2007 gebruikte staatssecretaris Van Bijsterveldt de aanduiding als allereerste, toen ze de aanneming van een PVV-motie ontraadde. Anders dan daaruit bleek, verdedigde zij tweede en derde generatie immigranten, want “zij zijn namelijk echte Nederlanders” aldus mevrouw Van Bijsterveldt. Echte Nederlanders was met name taal van de PVV, kijk alleen naar de reactie van andere partijen als zij de twee woorden in combinatie gebruiken.

In 2009 verdedigde het GL-Kamerlid Dibi bepaalde landgenoten tegenover opnieuw de PVV: “omdat die (bepaalde SR) mensen nooit als echte Nederlanders wil zien.” Mevrouw Azough van GroenLinks verdedigde twee jaar later de mogelijkheid om “echte Nederlander” te zijn ondanks meervoudige nationaliteit, eveneens een punt van de PVV.

In 2016 nam de aanduiding een echte vlucht in de Kamer – telkens betrof het in feite een keurmerk voor een deel van degenen met een Nederlands paspoort. Eric Smaling (SP) maakte er bij een debat over de aardbevingen in Groningen een karikatuur van, ook hij in de richting van de PVV: “De meeste Groningers zijn trouwens ooit uit Duitsland deze kant opgekomen, dus misschien kun je die met enige fantasie ook wel vluchtelingen noemen” en daarmee níet behorend bij de groep van echte Nederlanders.

Echte Nederlanders worden ook buiten de Tweede Kamer al minstens vanaf de vroege jaren ’90 van de vorige eeuw expliciet of impliciet gesteld tegenover mensen van elders (ook als zij hier al langer wonen), mensen met meer dan één paspoort en dergelijke. Dat kan bijvoorbeeld ook in de sportverslaggeving geregeld gelezen worden als het gaat over bijvoorbeeld Nederlandse toppers die ook een ander paspoort hebben, of Afrikaanse atleten die daarna/daarnaast Nederlander zijn geworden. In deze gevallen wordt telkens met aanhalingstekens gewerkt, die het zogenaamd-echte-karakter benaderukken.

Dat mevrouw De Vries het creëren van banen-voor-echte-Nederlanders als centraal regeringsbeleid bestempelt, is een nieuw gebruik van de aanduiding echte Nederlanders. Wat in deze combinatie gewoon heette is bij de VVD echt geworden en dat is een nieuwere vorm van Nederlands.

 

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

Zijlker, Van Houten en Sharon Dijksma

IN HET NIEUWS is Sharon Dijksma. Ze wandelde vanmiddag als tweede naar het spreekgestoelte om bij het Vragenuur een kwestie voor te leggen aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het ging over de akelige berichtgeving rond een “boete die je als oudere krijgt op het moment dat je misschien wel vaker dan drie keer valt.” Een van de punten was, of de minister misschien bereid was nader onderzoek in te laten stellen naar de verdere verspreiding van die handelwijze van zorginstellingen. Alomvattend was niet nodig, zei mevrouw Dijksma: “Dat kan ook een steekproef zijn; u hoeft niet meteen bij allemaal langs te gaan.”

Zó staat het in het voorlopige maar nog niet gecorrigeerde verslag van de Tweede Kamer van vanmiddag.

Laten we even teruggaan in de parlementaire geschiedenis. Drie momenten, achtereenvolgens in 1859, 1874 en 1928.

  • Jan Freerks Zijlker spreekt over het wetsontwerp van de Noorderspoorweg (26 juli 1859) en hij komt op voor de route door de regio: er kunnen “dorpen zijn die welligt een paar honderd gulden zouden bijpassen voor een kleinen omweg door of bijlangs de kom van het dorp.”
  • Samuel van Houten wil op 19 maart 1875 de minister op één punt tegenspreken over het onderwerp van de gemeenschappelijke, internationale bedijking van de Provincie Groningen. Anders dan de partij aan gene zijde van de grens “heeft de gemeente Groningen hare bedijking reeds voltooid. Nu heeft zij behalve den noorderdijk ook nog een opdijk bijlangs de Aa moeten maken. Ware het werk van Duitsche zijde spoediger voortgezet dan was die opdijk niet noodig geweest.”
  • Ten slotte 9 maart 1928. Dan heeft Albertus Zijlstra het over de aanpassing van de Leerplichtwet. Hij wil niet op alle facetten wijzen. “Als gezegd, wensch ik daarom thans niet in den breede al de argumenten tegen de vervroeging van den leerplicht nog bijlangs te gaan.”

Zijlker is geboren in Nieuw-Beerta, Van Houten in Groningen, Zijlstra in Zuidhorn: alle drie de sprekers die bijlangs gebruiken stammen dus uit de provincie Groningen. Andere gevallen van bijlangs heb ik in de Handelingen van de Tweede Kamer niet gevonden.

SHARON DIJKSMA (website TK)

 

 

 

 

 

Ook Sharon Dijksma is in Groningen geboren, maar zij zei vanmiddag “u hoeft niet meteen bij allemaal langs te gaan”. Zo veranderen de tijden: het Noordelijke Nederlands van Zijlker, Van Houten en Zijlstra is bij mevrouw Dijksma niet meer te horen.

Dat zal zo zijn – Sharon Dijksma klinkt niet erg regionaal – en toch: ze zei wel degelijk “u hoeft ze niet meteen allemaal bijlangs te gaan” maar bijlangs is door de verslaggevers gewijzigd in bij…langs.

Aanvulling 16.11.2017: Kamerlid Harry van der Molen (CDA) zei zojuist tegen minister Ollongren dat ze niet “iedereen bijlangs” hoefde te gaan. Ik verheug mij al op de Handelingen – weet bijna zeker wat daar zal staan. De heer Van der Molen is afkomstig uit Kootstertille – in de Fries-Groningse grensregio.

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

Nou en of

Leg bij de uitspraak van de instemmende woordgroep Nou en of! de meeste nadruk op het laatste woord, nou en óf! Dat is van belang, zo heb ik elders een keer uitgelegd.*)  Neem het verschil tussen dáárom en daaróm. In het eerste geval is het accent normaal en wordt er een redengevend verband gelegd tussen twee dingen (“Het was al laat en daarom werd de vergadering verdaagd”). Meestal is er sprake van een heel korte uiting als “Daaróm!” gezegd wordt: hier is het bijna een tussenwerpseltje waarmee er ingestemd wordt met het voorafgaande.

Het accent krijgt een vreemde, ja ongebruikelijke positie en dat houdt in dat de luisteraar het kan opvatten als uit uitnodiging om dat wat er gezegd is in stilte aan te vullen. Zo is daaróm bijvoorbeeld op te vatten als ‘dáárom zeg ik het immers’.  Vergelijk uitingen als Weet je wát? en Nou het zál! met de klemtoon op zo’n onverwachte positie. Of neem kinderen die Om tóch! als (geen) antwoord geven. Is dit een volledige opsomming? Verre ván!

Datzelfde verschijnsel zien we bij Nou en óf! Ik noem zoiets ASA, dat staat voor Abrupt-Slot-Accent. Normaal gesproken zou iemand met wat meer woorden ook kunnen zeggen “Nóu, en of ik die mening ben toegedaan, daar kun je op rekenen!”

Er is de laatste jaren één spreker m/v die het leeuwendeel van alle nou en ofs in de Tweede Kamer voor haar rekening heeft genomen, staatssecretaris Jetta Klijnsma.

Bijvoorbeeld in het debat met haar partijgenoot Ahmed Marcouch op 13 december 2016 als hij zegt: “We willen dus graag actie!

Staatssecretaris Klijnsma:

Nou en of, dat herken ik zeer.”

Eerder dat jaar op 2 juni trekt Paul Ulenbelt (SP) een amendement in, maar niet zomaar: “Ik doe dat wel alleen als de staatssecretaris de positieve houding die zij hier uitstraalt, meegeeft aan de SER.

Staatssecretaris Klijnsma:

Nou en of! Ik heb natuurlijk niet voor niets de SER in eerste aanleg gevraagd om ons ook over dit wetsvoorstel te adviseren.”

Zij loste in dat opzicht als veelgebruiker Kamerlid Boris van der Ham (D66) af. Die kreeg bijvoorbeeld op 7 april 2010 van de fungerend voorzitter de vraag voorgelegd om af te ronden. Hij sputtert wat tegen, zegt dat hij veel geïnterrumpeerd is. De voorzitter: “En u hebt uw tijd gunstig gebruikt.” Waarop Van der Ham: “Nou en of, voorzitter.”

Van Dale zorgt voor een zoek-probleempje, want wáar vinden we de uitroep nou en of! eigenlijk?

*) Zie Biografie van het Gronings : de taal van Groningen in 1001 stukken, 1200-2000. Assen 2016:1150-1152.

 

P.S. Sinds 1 november is mevrouw Klijnsma Commissaris van de Koning in de Provincie Drenthe.

Jetta Klijnsma beëdigd (deel website RTV Drenthe)

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment