LOOPACTIE… sportjournalistieke taal (iv)

Het woord loopactie is niet te vinden in Van Dale en dat is jammer want het is een bijzondere aanduiding voor iets moois. Vrijwel alle veldspelers lopen bij voortduring, maar niet alles staat bekend als loopactie. Als mijn gevoel correct is, betreft het bij voetbal een fraaie beweging over het veld in de richting van het vijandelijke doel mét invloed op het spel zonder dat de speler (m/v) zelf in balbezit is: hij/zij kan de bal op een beslissend moment later in bezit krijgen, een gat trekken voor een ander o.i.d. Het is dus vooral een aanvallend begrip. Hier zijn enkele citaten uit de krantenpraktijk:

  • een vrije trap van Sherida Spitse, een goede loopactie en vervolgens de bal met de bovenkant van het hoofd naar de verre hoek sturen
  • Gisteren was het daar opeens: het hakballetje. Eerst de loopactie op het moment dat Sherida Spitse de corner nam.
  • Youri Brinkman krijgt na een loopactie voor rust nog een kans op de gelijkmaker, maar zijn schot raakt de buitenkant van de paal.
  • En vaak maak ik door een goede loopactie of een gewonnen kopduel toch nog een doelpunt.

Ook sporten als cricket en honkbal gebruiken het kennelijk. Maar in die gevallen is het simpel een kwestie van het afleggen van een route die – anders dan bij voetbal en dus minder mooi – de normale is, namelijk volgens een of meer rechte lijnen. Dat is bij cricket heen-en-weer, vierkant bij honkbal:

  • Al had hij de pech dat hij met 54 runs op zak run out ging door een te gretige loopactie van Raoul Wouters. (cricket)
  • De 6-0 was een feit na een geslaagde loopactie waarbij Ruendrick Piternella de thuisplaat stal. (honkbal)
SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie ging het eerder over Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

STOELTJE… sportjournalistieke taal (iii)

Wat vreemd eigenlijk, die gewoonte om van stoeltje te spreken als het om miljoenen euro’s gaat. Een stoeltje is volgens Van Dale een “plaats als coureur bij een van de teams in de formule 1”. Dat is wel erg bescheiden, zo’n klein woord en die business van zo’n omvang daar tegenover.
Maar het betreft niet alleen de Formule 1, het stoeltje past ook bij iets minder prijzige takken van de autosport. Het volgende citaat heeft betrekking op de LMP2-klasse:

  • Met de geest van Van Uitert zit het dus wel goed. Dat hij in het stoeltje zit van een van de favorieten voor de titel, helpt daar natuurlijk aan mee.

Ook bij roeien blijkt het stoeltje in het jargon te passen:

  • Na een teleurstellende derde plaats op het EK kreeg de roeier van Hemus via hoofdcoach Mark Emke weer een kans op een stoeltje in de Holland Acht.

Maar inderdaad, het begrip wordt het meest gebruikt bij de club van Max Verstappen en zijn kornuiten en daar is het een understatement van jewelste:

  • (…) vervolgens racete hij twee jaar lang voor kleinere team in de ’oude’ auto, om in 2003 na goede prestaties alsnog een stoeltje af te dwingen bij het topteam van Mercedes
  • De Brit wist in de eerste drie races slechts één puntje te scoren, waardoor eerder deze week al bekend werd dat hij zijn stoeltje bij Team Mugen ging verliezen.
  • Hoe lang houdt Pierre Gasly zijn stoeltje bij Red Bull Racing? Zijn positie wordt elke race nijpender.
  • Het huidige seizoen oogt daardoor steeds meer als een open sollicitatie voor een stoeltje bij een team dat hem wel die kampioensauto kan bieden: Mercedes.
SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie ging het eerder over Vrouwen en kinderen eerst, Een listige afdaling.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

EEN LISTIGE AFDALING… sportjournalistieke taal (ii)

Verrast en wat verbaasd hoorde ik op Radio Tour de France (ik noteerde als datum de 19e juli 2017) voor het eerst gesproken worden van een “listige afdaling”. Dat kon niet anders dan ‘gevaarlijk’ betekenen, maar het woord listig bracht deze taalgebruiker in verwarring. Listig omschrijft Van Dale terecht met een stille verwijzing naar menselijk handelen in alle drie betekenissen.
Dat geldt dus voor (1) “fijn vernuft gebruikend of wetend te gebruiken om een doel te bereiken, m.n. door misleiding”, (2) “blijk gevend van de bij listig (1) genoemde eigenschap” en (3) “bedrieglijk, sluw (1), doortrapt”.

Maar hoe kan dat woord listig passen bij afdalingen in de bergen, alsof zo’n parcours als gevolg van doortrapt ingrijpen door de mens tot stand zou zijn gekomen. En toch, uit die schaarse gevallen die gevonden zijn in kranten is er inderdaad sprake van “listige afdalingen”:

  • Pas in de listige afdaling moest hij een gaatje laten.
  • (…) de snelheid bleef te hoog, zei de Colombiaan over zijn crash in de listige afdaling van de Alto del Moncayo
  • Liefst drie cols van de buitencategorie zitten er in, waarvan de laatste de Mont du Chat de steilste is met een listige afdaling.
SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze net begonnen serie ging het eerder over Vrouwen en kinderen eerst.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

VROUWEN EN KINDEREN EERST… sportjournalistieke taal (i)

Vrouwen en kinderen eerst was een prachtige vondst van – ik neem aan – sportcommentator Herman Kuiphof (1919-2008), althans in de figuurlijke toepassing. De voetbalbetekenis is ‘voorzichtig dus defensief spelen om een stand te bewaren althans niet verder te verslechteren’. Het fraaie is de stille verwijzing naar een ramp of oorlogssituatie waarbij zwakke personen eerst in veiligheid gebracht worden om het zware, serieuze werk daarna aan de krachtigeren over te laten. Bijzonder: de uitdrukking heeft het tot een lemma in Wikipedia gebracht maar voorzover ik zie niet in Van Dale.

Omdat de zomer voor veel media in het teken staat van de sport, probeer ik op deze plek wat talige observaties op dat gebied te noteren. Taal uit de pen van mensen die we kunnen rekenen tot de sportjournalistiek. De meeste observaties zijn midden juli 2019 (vrij lukraak) verzameld met behulp van LexisNexis Academic. Soms is er meer vindbaar, soms minder, maar de meeste stukjes in dit blog zullen een korte omvang hebben. Tussendoortjes.
Voetbal zal de hoofdmoot vormen en het is daarom geen wonder dat we Louis van Gaal op allerlei plaatsen door de tekst heen zullen kunnen horen, zelfs zonder zijn naam te noemen.

Aanvullingen, commentaar: van harte welkom.

Morgen eerst maar een wielerterm, ter ere van de Tour.

SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het mooie middel van de letterlijke “mediatekst”: van snelheid en prutsen

Mediatekst – het is een term die niet erg gangbaar is (want ontbreekt in Van Dale), maar die precies weergeeft wat het ministerie van Algemene Zaken ermee bedoelt: een persconferentie letterlijk uitgeschreven, in de praktijk de wekelijkse ontmoeting van de minister-president met de parlementaire pers in Nieuwspoort. Het is een ideaal middel. Chris Cillizza van CNN bijvoorbeeld gebruikt het in zijn geregelde analyses van publieke optredens van de Amerikaanse president.

Twee dingen waren me niet eerder opgevallen dan afgelopen vrijdag: het tempo waarmee de mediatekst op internet gepubliceerd wordt en de mate van onverzorgdheid ervan.
Waren de teksten in mijn herinnering eerder een poosje onderweg, de gebruiker kreeg een versie via overheid.nl die acceptabel was. Dat wil zeggen, wat de Dienst Verslag en Redactie in het Parlement produceert is dan wel zelden een letterlijke tekst maar naar mijn indruk van minder fouten voorzien dan wat AZ leverde.
• Maar nu dus tempo: misschien was het al wel de dag zelve waarop vice-premier De Jonge de persconferentie gaf, dat we het konden nalezen.
• Maar nu dus slechte kwaliteit. Het is gepruts, er is in sommige gevallen zelfs gewoon een slag geslagen naar wat er namens het kabinet gezegd is. En hoezo op een stuk of tien plaatsen “onverstaanbaar, red.“? De articulatie van de eerste vice-premier is toch niet zo slecht.

Controle is simpel mogelijk door bijvoorbeeld via Youtube de persconferentie te beluisteren en daar de mediatekst naast te leggen. Ik beperk me als proeve tot het antwoord op de allereerste vraag – het gebruikelijke inleidend statement is goed weergegeven – en noteer dat antwoord in twee varianten. Eerst de betreffende mediatekst van de Rijksoverheid en daarna wat ik hoor. Opvallende afwijkingen heb ik van hoofdletters voorzien. De vraag van NOS-verslaggever Stemerding luidde, wat het kabinet gaat doen om de Urgenda-uitspraak te volgen.

Persconferentie 28 juni 2019 (still Youtube)

DE JONGE
Dat is een heel pakket aan maatregelen en die gaan vandaag naar de Kamer. Een heel pakket van maatregelen waarmee we ook de Urgenda-uitspraak volgen. En die maatregelen die moeten natuurlijk in samenhang worden gezien met de maatregelen die we ook nemen voor het klimaatakkoord omdat we daar kunnen versterken voor de Urgenda-uitspraak die helpen ook om het klimaatdoel te halen. Maatregelen in de energie, de Hemwegcentrale, geldt voor het een dan geldt het voor het ander. En zo hangen die maatregelen met elkaar samen en zo nemen we ook inderdaad die maatregelen die we samen (onverstaanbaar, red.).

DE JONGE
Dat is een heel pakket aan maatregelen. DE BRIEF GAAT vandaag naar de Kamer. Een heel pakket van maatregelen waarmee we ook de Urgenda-uitspraak volgen. En die maatregelen die moeten natuurlijk in samenhang worden gezien met de maatregelen die we ook nemen voor het klimaatakkoord omdat DIE MAATREGELEN ELKAAR kunnen versterken. MAATREGELEN IN DE LANDBOUW die helpen voor de Urgenda-uitspraak die helpen ook om het klimaatdoel te halen. Maatregelen in de energie, BIJVOORBEELD de Hemwegcentrale, die helpt voor het een en die helpt ook voor het ander. En zo hangen die maatregelen met elkaar samen en zo nemen we ook inderdaad die maatregelen IN GEZAMENLIJKHEID, HET IS EEN TOTAALPAKKET.

Een letterlijke weergave moet aan andere normen voldoen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Dan hadden de uitgaven gestegen… of waren: de persconferentie van de vice-premier

De vice-minister-president van Nederland werd op de wekelijkse persconferentie van 21 juni 2019 (als fungerend premier omdat Rutte verplichtingen elders had) veel over geld ondervraagd en over de ramp met de MH17. Het ging bijvoorbeeld over uitgaven in de zorg, over achterblijvende loonontwikkeling, over het pensioenakkoord. Verrassend! Ik had gedacht dat het uitsluitend over stikstof en depositie zou gaan. Hadden we donderdagavond niet nog in de Tweede Kamer gehoord dat het dichtbevolkte Nederland vooral gedefinieerd wordt door Cora van Nieuwenhuizen en Carola Schouten, dus door verkeer en veestapel?
Maar nee. Hugo de Jonge maakte opmerkingen als:
“Dan hebben wij vandaag in de ministerraad uiteraard Wouter Koolmees gefeliciteerd.”
“… waar een grote meerderheid van de achterbannen van de vakbonden inmiddels mee hebben ingestemd”

Met betrekking tot de MH17 zei vice-mp onder andere:
“Vervolgens zijn die diplomatieke acties getroffen (…)”
“We zijn gekomen tot het pakket aan maatregelen.”

Wat leren we uit die vier uitingen in de persconferentie op de langste dag van 2019? Het Nederlands kan voltooide tijden op twee manieren omschrijven. Met hebben en met zijn – het hangt van het bijbehorende werkwoord af. Kijk maar, de betreffende woorden zijn in die voorbeelden vet gemarkeerd:
“Dan hebben wij vandaag in de ministerraad uiteraard Wouter Koolmees gefeliciteerd.”
“… waar een grote meerderheid van de achterbannen van de vakbonden inmiddels mee hebben ingestemd
“Vervolgens zijn die diplomatieke acties getroffen (…)”
“We zijn gekomen tot het pakket aan maatregelen.”

In een ander verband zei De Jonge ter verklaring van het sluiten van hoofdlijnakkoorden in verschillende zorgsectoren: “Als we dat niet hadden gedaan dan hadden de uitgaven met 19 miljard gestegen.”

Hier is opmerkelijk Nederlands te horen. Wie tussen hebben en zijn moet kiezen bij het werkwoord stijgen, kan alleen maar zijn kiezen: de cijfers zijn gestegen, de cijfers hebben gestegen is geen Nederlands. Maar wat doet de vice-premier van Nederland, hij zegt: “dan hadden de uitgaven met 19 miljard gestegen”.

Ooit ging het met dank aan Thierry Baudet in dit blog over de irrealis. Een deel van de ABN-sprekers kan de regels van het hulpwerkwoord van tijd (dus de keus tussen hebben en zijn) over boord kieperen als ze iets onwerkelijks willen uitdrukken: als we dat niet gedaan hadden dan zouden de uitgaven gestegen zijn. In West-Nederland kun je in die niet-gerealiseerde gevallen in plaats van een vorm van zijn kiezen voor een verledentijdsvorm van hebben. Voor mij als niet-Westerling had dat niet mogelijk geweest.

Premier Rutte doet het soms, zijn eerste vice-premier dus ook. Rutte spreekt het Nederlands van Den Haag, De Jonge dat van Rotterdam, luttele kilometers verderop.
Nieuwsuur had het gisteren over de identiteit van Nederland en noemde als eerste de taal. Klopt! Aldus Frits Spits van De Taalstaat. Maar die identiteit ligt zó precies, dat we aan dit stukje Nederlands van iemand als Hugo de Jonge kunnen hóren uit welke regio de spreker afkomstig is. Nu ja, min of meer. De les is dus: identiteit betreft overeenkomst maar heeft niet minder te maken met minimaal onderscheid daarbinnen. Identiteit is niet hetzelfde als eenvormigheid en gelukkig maar.

Beeld uit Nieuwsuur

P.S. i De ANS schrijft in een opmerking bij het overzicht van de keuze tussen de hulpwerkwoorden hebben en zijn over het hier besproken geval: “Dit gebruik, dat vrijwel alleen in gesproken taal voorkomt, wordt door maar weinig taalgebruikers tot de standaardtaal gerekend.” Een regionale beperking zie ik daar niet.

P.S. ii In het Engels staat dit gebruik van de verleden tijd wel bekend als “the unreal past”, maar dan dus in het algemeen en niet die met de abnormale keuze voor het hulpwerkwoord.

Aanvulling op dezelfde dag 23.06.2019: Jan Roelfs tijdens zijn commentaar bij de voetbalwedstrijd Brazilië-Frankrijk (vrouwen WK): “anders had er veel ruimte geweest”. Roelfs komt volgens Wikipedia uit Amsterdam.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het soigneren van het gesticuleren en de Duitse afronding: Hugo de Jonge

De Rijksvoorlichtingsdienst meldt vanochtend: “Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander brengt op dinsdagochtend 2 juli een bezoek aan Taal Doet Meer. De vrijwilligersorganisatie is één van de winnaars van een Appeltje van Oranje, de prijs van het Oranje Fonds voor succesvolle sociale initiatieven. Taal Doet Meer zorgt met meer dan 1.000 vrijwilligers en een klein team van beroepskrachten ervoor dat Utrechters die Nederlands niet als moedertaal hebben, kunnen meedoen in de Utrechtse samenleving.”
Zó belangrijk is Nederlands in Nederland.

In de Tweede Kamer valt er veel Engels, toenemend.
Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) voegt in dat opzicht een eigen geluid toe aan het Haagse concert. Wie hem zo hoort en ziet praten in de plenaire zaal of in een bijeenkomst met de betreffende Kamercommissie, kan vooral een technocratisch sprekende bewindsman observeren die met veel aan de slag is of wil. Hij neemt de tijd, legt de techniek van aspecten van het vak uit en is de vriendelijkheid in persoon, óok in de richting van bepaalde leden van de oppositie.

We wéten dat de bewindsman opvallende schoenen draagt maar die zijn aan ons oog onttrokken, buiskijkers als wij zijn. We zién hoe Hugo de Jonge gesticulerend zijn woorden kracht bijzet. Als er één lid van Rutte-III is dat zijn handgebaren soigneert, dan de eerste vice-premier.

Maar we hóren ook iets en toen het me eenmaal was opgevallen en ik het nazocht, bleek De Jonge het zelfs geregeld te doen: hij levert een Duitse afronding van zijn bijdrage in een Kamerdebat.
Nemen we de 88e vergadering van donderdag 31 mei 2018. De minister had juist gewezen op een reeks landelijke kennisinstituten, onder andere NJi, Movisie, NJC, KJP, Trimbos en Kenniscentrum LVB, en vroeg zich af (heel logisch voor de insiders): hoe zorgen wij ervoor dat de beschikbare kennis zo goed als mogelijk beschikbaar is en succesvolle aanpakken ook worden ontsloten voor andere gemeenten?
Hij besloot daarna via: “Das war es.”

In juni van hetzelfde jaar, zelfde moment van het debat: “Daarnaast start er in januari een kennisontwikkelingsprogramma via ZonMw, dus daar gaan wij volop mee aan de slag.
Voorzitter, das war es.”

In oktober hetzelfde tafereel. Halverwege april 2019 nu met een klein extraatje, zie het ongecorrigeerde verslag: “Minister De Jonge: Das war es dann: aan het werk! Dank.” En op 12 juni j.l. dezelfde minister: “Voorzitter, das war es dann.
De voorzitter (Martin Bosma): Hartstikke mooi. De algemene beraadslaging wordt gesloten.”

Waarom sluit Hugo de Jonge zijn spreekbeurt in de Tweede Kamer af met “Das war es (dann)”? Naar Duitsland geweest voor een wandelvakantie? In Oostenrijk wezen skiën? Het is simpel Duits, een-op-een vertaald uit het Nederlandse ‘dat was het (dan)’. Een Duitse kennis aan wie ik het voorlegde, schreef: het doet mij wat lachwekkend aan.

Als de excellentie – te gast in de Kamer – graag op deze manier een Duitse afronding kiest, dan zou hij (aldus die kennis) minstens moeten beginnen met “Aus meiner Sicht”. En een conjunctief, opperde ik? Zeker, begreep ik.
Wie in een winkel in Duitsland z’n boodschappenlijstje heeft afgewerkt kan tegen de persoon achter de toonbank zeggen: “Das war es.” Maar een beetje beleefder is het te kiezen voor “Das wäre es.” En in de rol van bezoeker van de Kamer past het een minister niet om te zeggen “Das war es” – alsof híj het is die bepaalt dat ‘ie geen motie over het hoofd heeft gezien of dat er nu geen interruptie meer mag komen – daarover gaat de voorzitter m/v. Ieder pakke zijn eigen rol!

Daarom, gesteld dat de minister dit stukje leest en dat hetzelfde geldt voor de dienstdoende voorzitter – Martin Bosma staat daar vast wel voor open – dan krijgen we idealiter de volgende afsluiting van een Volksgezondheidsdebat:

Minister De Jonge: Voorzitter, das wäre es aus meiner Sicht!

De voorzitter: Das war’s! De beraadslaging wordt gesloten.

Let op Hugo de Jonge, hij gooit ongetwijfeld de hoogste ogen in de stille opvolgingsstrijd rond de positie van Buma. En dan in één moeite door ook maar de opvolger worden van de man die eveneens veel gesticuleert en Duits door zijn bijdragen mengt, Mark Rutte.

Posted in Uncategorized | Leave a comment