Als het gaat om staatssecretaris Visser (defensie)

Na en naast de geplaagde minister van Defensie (Ank Bijleveld, CDA) stond bij de verdediging van de begroting begin november staatssecretaris Barbara Visser van de VVD de Kamer te woord. De minister leek donderdag nog niet bijgekomen van haar Defensie-verdediging van afgelopen dinsdagavond, of van wat daar in de loop van woensdag nog was bijgekomen. Tegenover de hoeveelheid eh’s van mevrouw Bijleveld (waarover het hier eerder ging) staat de bijzonder lage score van dat stopwoordje uit de mond van mevrouw Visser. Deze spreekt daarentegen zó snel, dat ik niet alles wat zij gezegd heeft heb kunnen verstaan en ik weet bijna zeker dat de stenografen van de Kamer aan haar een zware klus hebben, want het zijn geregeld lange salvo’s die zij in haar Nederlands lanceert.

Bij het uitwerken van de spreekteksten van Barbara Visser ten behoeve van de Handelingen moeten herinneringen boven komen aan minister Schouten. De hoeveelheid ook’s van Carola haalt Barbara niet, maar ze komt een heel eind. De Schouten-score van aangeven ligt voor de staatssecretaris misschien ook net te hoog, op dit punt hoort ze wel bij de topgebruikers. Daar moeten snoeischaren van de Dienst Verslag en Redactie aan te pas komen om er wat leesbaar Nederlands van te maken.

Over ons, kijkers en luisteraars, wordt verder een massaal aantal malen een vorm van werkwoorden als meenemen en meegeven uitgestort – we horen dat er stappen moeten worden gezet, want we moeten dingen oppakken. Een deel van de motie van mevrouw Belhaj is ingevuld, aldus de bewindsvrouwe: ze bedoelt dat ze die niet helemaal kan uitvoeren.

Barbara Visser doet niet alleen denken aan Carola Schouten (CU), in haar van-gebruik vertoont ze verwantschap met Kees van der Staaij (SGP) over wie het hier ook eens ging. Vooral het werkwoord kijken is bij de VVD-staatssecretaris standaard verlengd tot kijken van (kijken van wat werkt, kijken van wat wordt nu eigenlijk…). Nu is woordverlenging een gebruikelijke hobby in politieke taal (zie de bijdrage waarin het ging over winstwaarschuwing). Waar een gewone Nederlander spreekt van voorwaarden en voorwaardelijk, heeft het Binnenhofs een voorkeur voor randvoorwaarden randvoorwaardelijk en ik veronderstel dat die woorden daar exact dezelfde betekenis hebben. Barbara Visser stort het allemaal in sneltreinvaart over ons uit, zoals gezegd, bij alle woordherhalingen vrijwel zonder eh.

Barbara Visser (still Debatgemist)

Toen ik met een pen in de aanslag naar het begin van de begrotingsverdediging luisterde, noteerde ik werktuigelijk als het gaat om – ook eentje die in het jargon van de premier niet zelden opduikt, bij hem in de vorm van waar het betreft. We waren nog geen tien minuten onderweg en we hadden al een stuk of 15 keren gehoord als het gaat om de inzet van deze mensen, als het gaat om die defensienota, als het gaat om de krijgsmacht, als gaat om aan de ene kant.

Als het gaat om de taal van Barbara Visser valt als het gaat om misschien nog het meeste op. Zou ze vroeger goed geweest zijn in opstel? Wellicht heeft de leraar haar daar wel eens gewezen op het verschijnsel van de herhaling van hetzelfde woord.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Wie maakt de taal? Van fouten en processen (2)

• Ach die lastige kwestie van het gevoelde meervoud bij een taalkundig enkelvoud! Soms horen we premier Rutte een zin gebruiken met het woord aantal erin en dan is het mogelijk om te hóren, hoe hij zich realiseert dat aantal met een enkelvoud gecombineerd behoort te worden. Althans, hij heeft schoolgegaan en leerde dat daar waarschijnlijk zo, of heeft op dit punt commentaar gekregen van taalgebruikers. Of dat een correcte regel is, laat ik graag in het midden: ik denk dat er omstandigheden zijn waarin aantal beter met een persoonsvorm in het enkelvoud gecombineerd kan worden, terwijl het soms ook beter bij een werkwoordelijk meervoud past.
Het volgende kan dit probleem misschien verduidelijken omdat het vergelijkbaar is. Een paar kan zowel ‘twee’ betekenen als ‘een klein aantal, minstens twee maar waarschijnlijk wat meer’. Naast de doos ligt een paar handschoenen heeft betrekking op een bijeenhorend stel, terwijl Naast de doos liggen een paar handschoenen ook correct is. Alleen betreft het in dit geval een zeker en niet al te groot aantal handschoenen: hier is een paar níet ‘een bijeen behorend stel’.
Daarom is een paar Wikipedianen pikt het niet een voorstelbare fout: een paar kan enkelvoud zijn maar dat is het in deze context zeker niet.

Kortom: een paar kan zowel met een enkelvoudig als een meervoudig werkwoord gecombineerd worden – het hangt van de betekenis af.
Kijk naar andere talen en observeer in dit opzicht soms subtiele verschillen met onze moedertaal. Als er een cricketteam is dat Essex heet (naar de gelijknamige county) dan geldt dit jaar: Essex are number 1. Meervoud! In het Duits wordt eine Reihe (grammaticaal enkelvoud) met een meervoudige persoonsvorm gecombineerd, zij het niet altijd. “Von IAI kommen zur Motek eine Reihe neuer Bauformen für die EC Elecylinder auf den Markt.” las ik in september j.l. in een technische tekst die ik zelden onder ogen krijg, het orgaan Handling – Automation, Handhabungstechnik und Logistik.

Het meervoudige werkwoord in een groep hangjongeren terroriseerden kunnen we ons nu goed voorstellen, stel alleen groep maar gelijk aan aantal. Maar aantal heeft iets onbestemds terwijl groep iets van een eenheid impliceert en daarom is een groep terroriseerde normaler (en ik denk correcter) Nederlands. (Hier kan Westelijk ABN op de achtergrond een bevorderende rol hebben gespeeld: de kwestie van -e en -en.)

Zo komen we op de uiting tal van stewards kregen het onder controle. Hier is het niet een kwestie van enkelvoud of meervoud (kreeg of kregen), maar juist het wel of niet éen geheel zijn. Neem een zin als tal van leden tekenden bezwaar aan dan is duidelijk dat tal van hier eerder een flink aantal leden individueel betreft dan een groep als collectief. Tal van houdt naar mijn mening niet alleen altijd een veelheid maar tegelijkertijd ook iets individueels in, iets stuk-voor-stuks. Een veelheid aan stewards bracht de orde terug, ze deden het met inzet van ieder (nemen we maar aan). Het gebruik van tal van lijkt hier te betekenen dat élk van deze ordehandhavers de zaak individueel opknapte, quod non: ze deden het samen.

• De grootste groep van bijzonder Nederlands in de gepubliceerde reeks van 34 illustraties wordt gevormd door een ratjetoe aan ABN-op-de-tenen. Welk ander etiket kunnen we plakken op al die verschillende uitingen als het uitzicht wordt bederft, zij is de maat genomen, het leidde geen twijfel, Johnson wordt de grootste kansen toegedicht, de knokploeg die de redactie naar gelieve kan inzetten, de organisatie die niet terugdeinsde voor leugens toen zij zelf de maat werd genomen, in de toekomst geborgen, enzovoort. Het uitzicht was bedorven, haar werd de maat genomen, het leed geen twijfel, Johnson werden kansen toegedicht, de knokploeg naar believen inzetten, toen haar zelf de maat werd genomen, in de toekomst verborgen (geborgd wellicht), en zo verder. Hier moet de auteur nog een jaartje extra oefenen op het gebied van het Nederlandse idioom, zou je denken. Moedertaal, allemaal mooi en aardig maar ook die eerste taal leer je niet in een paar weken. Simpeler zou het in de praktijk zijn als teksten in de media vóor plaatsing altijd ook even op de taal bekeken worden door een ervarener collega. Maar ja, haast en efficiency.

• Ten slotte twee aparte gevallen, de Nederlandse politica (als meervoud, in de betekenis ‘vrouwelijke politici’) en de oneven paden. In het laatste geval dringt een hypercorrect Nederlands vanuit de substandaardvariant binnen in het ABN. Als iemand effe zegt voor ‘even(tjes)’, kan deze persoon oneven simpeltjes maar daarmee nog niet naar behoren vertalen tot oneffen óf omgekeerd oneffen té correct omzetten naar oneven. En dat eerste: het ís ook lastig al die verschillende meervouden in het Latijn, geen wonder dat het gymnasium zes jaar neemt. Politicus – politici, politica – politicae. Politica zou een meervoud kunnen zijn maar dan van het onzijdige politicum.
Maar ho, hier gaan we weg van de moedertaal, het onderwerp van het congres aanstaande zaterdag.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Wie maakt de taal? Van fouten en processen (1)

Wie maakt de taal? Wij met elkaar (vooral als we iets op schrift stellen) en we heten in die rol bij woordenboekmakers ook wel “de spraak makende gemeente”. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat lexicografen daarbij een tikkeltje aan klassejustitie doen, want aan de ene taalgebruiker kennen ze wel eens meer gewicht toe dan aan een ander(e). In de afgelopen weken verschenen in dit blog ruim 30 voorbeeldjes van taal-die-vragen-op-kan-roepen onder dat algemene opschrift De spraak makende gemeente. Het betrof concrete gevallen in de praktijk waar ik lezend in journalistieke producten achter bleef haken. De collectie is dus allerminst objectief. Bovendien lees ik maar een klein deel van alle mogelijke bronnen en ik heb ook lang niet altijd het rode potlood in gedachten. Ten slotte: niet steeds was ik in de stemming om een schermafbeelding te maken van de gelezen tekst op gsm of tablet. Die 34 taalstukjes zijn dus wel héel toevallig bij elkaar gekomen.

Zijn het allemaal fouten? Ik denk dat vrijwel alle gemarkeerde uitingen voor dat oordeel in aanmerking komen, al zal vooral een jongere docent minder vaak iets onjuist vinden om de simpele reden dat het Nederlands verandert. Wie ouder is zal wijzigingen sneller observeren en er allicht ook zwaarder aan tillen. Taal is dus onder andere iets relatiefs.

Dat leek me een mooi onderwerp in de aanloop naar het congres dat Onze Taal op 5 oktober 2019 gaat houden, Moedertaal – de taal van je leven. Die taal leeft zelf ook. Lange tijd namen we poolshoogte van iets. Toen begon iemand (misschien wel meer dan één iemand) te spreken van polshoogte. Logisch, het klinkt bijna identiek en er valt te denken aan het nemen van de pols in de medische sector; de scheepvaart en het positiebepalen via de pool boven de horizon (aldus Van Dale) is iets van vroeger. Als er genoeg mensen polshoogte gaan zeggen en schrijven, dan wordt dat in de woordenboeken opgenomen en kan het de norm worden. Polshoogte staat inmiddels in Van Dale en wel met de toevoeging “niet-algemeen”. In een eerdere druk uit de vroege jaren negentig werd het nog veroordeeld als “verkeerdelijk”. Hoe meer polshoogte geaccepteerd wordt, des te logischer zou het dan zijn dat poolshoogte op weg is om fout gerekend worden.

• Achteraf bekeken geldt lang niet voor alle gepubliceerde fragmentjes dat de kans groot te achten is dat we hier een begin van taalverandering waarnemen. De grootste kans hebben die gevallen die invloed van het Engels verraden: een beslissing maken (en niet: nemen)*), de Notre-Dame-kathedraal (the Notre Dame Cathedral), een soort van gewaardeerd (sort of) en waarschijnlijk ook de nieuwe betekenis van sportiviteit als ‘lichamelijke oefening’ in plaats van een psychische houding, een attitude. Sportive is in de Oxford English Dictionary “engaging or inclined to participate in physical forms of recreation; active or interested in games, field sports, or athletic activities”, Van Dale omschrijft sportief als “van de geest der sport bezield; in de geest der sport”.

Het probleem die, een edelhert die lijken ook voorbeelden van een veranderend Nederlands. Het lidwoord wordt afnemend nauw genomen, we verwijzen binnen een tekst of een uiting meer en meer alsof we alleen maar de-woorden zouden kennen (zoals het Engels, dat hier dus op de achtergrond een sturende rol kan spelen). Is het bezig met een terugtocht uit het ABN?

• Uitspraak is de belangrijkste basis van ons schrift. Dat zien we bij gevallen als de donorvaarder, tot nader orde, na mate u hem langer gebruikt, 33 andere fondse, een staalkaart aan semitisme en ten gelde maken. Ik denk dat de middenmotor hier ook bij gerekend moet worden. Wie (zoals ik als kind) geneigd was om het woord motor als moter te noteren, die kan omgekeerd van middenmoter (middenmoot+er) hypercorrect een middenmotor maken.
Het weglaten van een slot-n of juist invoegen op een positie waar deze voorheen niet hoorde, dat is typisch een West-Nederlandse kwestie, zij het onderhand zeker niet tot die regio beperkt. Het wachten is op het moment dat een volgende spellingaanpassing de uitspraak dichter bij onze wijze van noteren zou brenge in het verlengde van klassenboek en grenzeloos.
De [r] is een interessante klank, vooral in dezelfde lettergreep na een klinker. Soms legt-ie de uitspraak dwingend op, denk alleen maar aan de klinker in zee vs. zeer, kook vs. koor, deuk vs. deur. Maar op andere momenten speelt diezelfde [r] nauwelijks of veel minder hoorbaar een rol. In hoorbaar zelf bijvoorbeeld wél in hoor– maar niet in –baar. Ook na een sjwa doet het er eigenlijk niet toe of we in dezelfde lettergreep nog een [r] zeggen. Wie John Bercow in het Engelse parlement “Order!!!” hoorde roepen, kan vrijwel nooit een [r] gehoord hebben, ook al staat-ie tweemaal geschreven. Het enige is dat de eerste van de twee r’en een spoor nalaat in de lengte van de [o].
Geen wonder dus dat we op basis van het gehoor donorvaarder gaan schrijven voor donorvader, tot nader orde voor tot nader order, na mate voor naarmate e.d. Donorvade en naarder had op grond van de hoorbare realisering even goed gekund.

Neppe websites laten zien (als we het even beperken tot de taal) dat bijvoeglijke naamwoorden op twee plaatsen in een zin voorkomen. Ze kunnen predicatief gebruikt worden (Van Dale geeft als voorbeeld “de man is groot”) maar ook attributief (Van Dale geeft nu als parallel voorbeeld “de grote man”). Toen ik neppe websites zag, realiseerde ik me dat ik zelf nep alleen predicatief zou gebruiken: “die website is nep”. Kennelijk is dat voor anderen niet of niet meer het geval. Taal verandert.

• Opvallende taal komt niet zelden tot stand in een minder attente sfeer van opschieten opschieten. Koppenmakers vooral staan onder druk om haastig haastig haastig een opvallende tekst te produceren die met het artikel eronder in relatie staat en de potentiële lezer zou moeten aantrekken. Soms leidt dat tot inhoudelijk onjuiste informatie (te snel gelezen), soms tot onjuist Nederlands zoals in het geval “Bolsenaro predikt voor geweld”. Hier zijn twee wijzen van zeggen gecontamineerd tot een stukje on-Nederlands op basis van de betekenis die prediken kan hebben, namelijk ‘pleiten voor’ (geweld prediken naast pleiten voor geweld). Hetzelfde geldt voor uit eigener beweging, waarin twee met elkaar versmolten zijn tot één: uit eigen beweging en eigener beweging. Sprekers in de Tweede Kamer doen dat geregeld als ze niet van papier lezen; maar de Dienst Verslag en Redactie probeert deze logische ontsporinkjes in de Handelingen te repareren.

*) to make a decision: “to decide; to come to a judgement, conclusion, or resolution” (OED)

Posted in Uncategorized | 2 Comments

De spraak makende gemeente (34) – Eigen sportiviteit wordt overschat

Tot begin oktober 2019 verschijnt er op deze plaats dagelijks een vraagtekentje uit de spraakmakende gemeente die Nederland ook is. De gevallen dateren van 2018 en 2019. Uitleg volgt aan het eind van de reeks want dit is nummer laatst: morgen en overmorgen.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

De spraak makende gemeente (33) – gestand kunnen gedaan

Tot begin oktober 2019 verschijnt er op deze plaats dagelijks een vraagtekentje uit de spraakmakende gemeente die Nederland ook is. De gevallen dateren van 2018 en 2019. Uitleg volgt aan het eind van de reeks.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De spraak makende gemeente (32) – naar gelieve inzetten

Tot begin oktober 2019 verschijnt er op deze plaats dagelijks een vraagtekentje uit de spraakmakende gemeente die Nederland ook is. De gevallen dateren van 2018 en 2019. Uitleg volgt aan het eind van de reeks.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De spraak makende gemeente (31) – predikt voor geweld

Tot begin oktober 2019 verschijnt er op deze plaats dagelijks een vraagtekentje uit de spraakmakende gemeente die Nederland ook is. De gevallen dateren van 2018 en 2019. Uitleg volgt aan het eind van de reeks.

Posted in Uncategorized | Leave a comment