Haar bezem pakken: Wilders die stil naar Oppenheimer verwijst

Z’n biezen pakken is een vrij gangbare uitdrukking in het Nederlands, ook in de Tweede Kamer. Dat gebruikte PVV-leider Geert Wilders bijvoorbeeld in het debat van 6 april (enkele dagen na de anti-Rutte-moties van 1 april) tweemaal tegenover zijn collega Kaag van D66:

• Ondanks dat u vorige week tegen hem zei: als ik die motie had gehad, had ik mijn biezen gepakt, was ik afgetreden, was ik uit de politiek gestapt of was ik in ieder geval geen lijsttrekker en leider van de VVD meer gebleven. Dat zei u de vorige keer.
• U heeft de heer Rutte, zoals ik al zei, politiek half opgehangen daarmee. U vond zelf ook dat hij zijn biezen zou moeten pakken.

Z’n biezen pakken betekent ‘zich uit de voeten maken, vluchten’ zegt Van Dale, ik zou eerder neutraler ‘vertrekken’ prefereren.

Vandaag gebruikte Geert Wilders een variant, lees het ongecorrigeerde verslag van de Regeling van werkzaamheden: “Dus ik vraag aan de minister, via u, een brief, waarin zij aangeeft dat zij hier is. Het kan niet zo zijn dat de leider van D66 bij het belangrijkste debat van het jaar, na wat er allemaal is gebeurd het afgelopen jaar, de bezem pakt en naar New York vertrekt. Dat is onacceptabel. Dus ze moet hier aanwezig zijn. Dat wil ik graag vandaag nog in een brief bevestigd zien.”

Of die brief er nog gekomen is? Het is nog geen middernacht.
Opmerkelijk is Wilders’ woordkeus. Hij gebruikte niet biezen maar bezem.

Dat is moeilijk anders te zien dan een vlijmscherp benutten van de kwestie-Oppenheimer, de cartoonist die zich deze week bij de Roermondse rechtbank verdedigde voor zijn vrijheid van expressie. Hij ontving doodsbedreigingen voor zijn werk. Bij de actueelste cartoons van Ruben Oppenheimer hoort Sigrid Kaag die als een heks op de Twin Towers in New York aanvliegt. Daarop verschenen wisselende reacties van lezers van NRC Handelsblad.

Fragment cartoon Ruben L. Oppenheimer (in NRC Handelsblad)

Toen Wilders na zijn vraag van het spreekgestoelte weg liep, was er vanuit de Kamer geen reactie te horen op de bezem pakken naar New York, maar aan een andere achtergrond van de variant bezem is moeilijk te denken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Wat leuk die confetti op de grond” – Herinneringen van Maarten Schakel

Hoe zou een politicus van enkele tientallen jaren geleden (hoe zou een AR-politicus van toen) een congres van het CDA als dat van afgelopen zaterdag hebben ervaren? Ik heb er niets van gezien, maar zijn er bijvoorbeeld bijbelteksten aangehaald? Het ergste moet iemand als Maarten Schakel de spreektijdbegrenzing gevonden hebben, dertig seconden!

Zelf noemt Schakel zijn eerdere tekst De laatste der mannenbroeders een politieke biografie, het tweede boek van zijn hand dat daar zo op lijkt is dan eerder een lokaal-bestuurlijke biografie. Herinneringen in 82 schetsen heet het. De tweede druk is van 1988, verschenen bij de Uitgeverij Sponsor Sport Publiciteit B.V. in Hoornaar. Dat roept inderdaad net zo’n plaatselijke sfeer op als alleen al de laatste vijf bladzijden: advertenties van Protex Hoornaar, KIK (Kompleet In Kantoorefficiency) in Gorinchem, Offsetdrukkerij Van der Perk in Nieuw-Lekkerland, Zelftankstation Noordeloos aan de Provinciale weg aldaar enzovoort. Snuffelen aan de commercie zou Schakel het kunnen noemen.

Noordeloos met het Schakelbrugje (SR)


In 82 schetsen (waarom dat getal?) notuleert oud-burgemeester Maarten Willem Schakel zijn niet-landelijk politieke herinneringen uit de 14 dikke dagboeken die hij jarenlang heeft bijgehouden.
Inderdaad notuleren, net als het gebeurde in De laatste der mannenbroeders. Wie wil weten wanneer hij ter verdediging van welke stelling hij tegen wie in het krijtperk trad in het NOS-programma Kort geding, die krijgt precieze informatie, inclusief de meningen vooraf en de verschuivingen die hij daarin wist aan te brengen. Wie dat programma presenteerde? Geen idee. In ruil daarvoor krijgen we op allerlei plaatsen details zoals de teksten die dominees als uitgangspunt kozen voor hun preek, data. Als het Wilhelmus gezongen wordt, dan horen we dat al met het inzetten van het orgel: God plus Nederland. Plus Oranje, ja dat zeker ook. Let bij de volgende stukjes citaat op het ontbreken van het lidwoord:
“Majesteit zou op de Buurt uitstappen” (173)
““wat leuk die confetti op de grond” waren de eerste woorden van Majesteit” (174)
“Namens Majesteit spelde de adjudant de generaal Pahud e Montanges (…)” (179)
Geen wonder dat Majesteit na pensionering de gelegenheid aangreep “om onder Haar volk te verkeren” (176). Inderdaad, Haar.

Door taal en spelling lijkt Juliana voor Schakel een positie te hebben die vergelijkbaar moet zijn geweest met die van de Paus voor zijn collega-KVP’ers in die tijd.

In veel opzichten hoort Herinneringen bij Mannenbroeders, ze zijn even dik en hun formaat is identiek. De zwaardere protestants-christelijke sfeer uit de Biblebelt is ook uit de taal te proeven, Schakel moet het plezierig gevonden hebben “ten departemente” te schrijven, “afgaande onder de mannen”, van iemand te zeggen dat zij “niet gedeeld heeft in de weelde van het huwelijk”, in een ander geval te spreken van het rust vinden “voor de holte van zijn voet” of dat er een kleine kudde was samengestroomd in een kerk. Hij heeft er van gehouden het contrast vast te leggen in het binnendragen in de gemeente van zijn vader (82 jaar tevoren gedoopt) en het uitbidden door de gemeente, vlak voor zijn overlijden. Taal let nauw, zou Schakel graag schrijven, maar hoe het nu zit met het onderscheid op p. 140 en 141? Links zien we spreken van “verenigingen van rechtsen huize”, op de rechterpagina gaat het over “inwoners, meest van liberale huize”. Precisie op het terrein van namen moet Schakel niet zo geïnteresseerd hebben: Mies Bouwman moet het doen zonder w, Hugo Brandt Corstius (Piet Grijs) krijgt een t te weinig. Overigens stond Schakel positiever tegenover de eerste dan tegenover de tweede persoon, “die het handwerk van het giftig-venijnig afmaken van hen, die anders denken dan hij denkt, tot een in Nederland ongeëvenaarde hoogte wist op te voeren.” (p. 166) Zo.

Verrassend vind ik het contrast tussen Schakels zondags aandoende manier van schrijven (en spreken) en zijn aandacht voor regionaal-Nederlandse varianten uit zijn wereld, de Alblasserwaard. In pakweg de eerste 50 bladzijden van Herinneringen vinden we ze “in betekenende mate”: houtstuik, een beslag, beutjes, ompunten, horden, pulp in maanden, heuen, klokeren. Soms citeert Schakel Alblasserwaardse uitspraken die voor een buitenstaander minder direct vatbaar zijn. Wat heeft de jubilerende bruid op p. 165 gebracht tot de uitspraak over Schakels vader (voor wie ze de zoon-burgemeester hield)? “Jonge, jonge, jij was me toch een mooie. Jij dorst nou letterlijk alles te besteken.” De man met ambtsketen begint maar gauw over iets anders nog voor hij ons dat besteken heeft kunnen uitleggen: “de serene nagedachtenis aan mijn vader laat ik door niemand – zelfs al is het de bruid zelve – in de gevarenzône brengen.” Collega-kamerleden lieten hun soep onaangeroerd achter in het leden-restaurant als Schakel het spreekgestoelte beklom, dát wilden ze horen. Daar kreeg hij meer dan een halve minuut.

Majesteit zou op de Buurt uitstappen (SR)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Ik denk dat ik politiek safely kan assumen dat….”

TK Plenair 08.09.2021

Lang geleden, 15 oktober 2014 – mevrouw Van Miltenburg was nog Kamervoorzitter daar aan het Binnenhof in een zaal zónder een zichtbare nationale driekleur – was premier Rutte in zijn element. Als het ware met de voeten op het bureau praten over Europa (niet van de dingetjes maar van de dingen zoals hij graag zei, ook toen) en polyglottaal woorden door de tekst strooien als waren het pepernoten uit de hand van iemand die we nu niet zullen noemen – maar het is net als bij de Europese Unie een onderwerp waar het denken van Rutte bleek te kunnen verschuiven.
Luister naar premier Rutte volgens de Handelingen van midden oktober, zeven jaar geleden:
• Ik ken de suggestie van de Kompetenzkatalog, maar ik herhaal dat wij dat al doen. Pratend over subsidiariteit en proportionaliteit bestaan er in alle landen termen waarmee dat wordt uitgewerkt. REFIT, cutting the red tape, de Engelse term en die van de Europese Commissie. Simplification, de Franse vertaling. Kompetenzkatalog is de Duitse invulling ervan. Zo zie je dat dit idee in alle landen resoneert. De Italiaanse term ben ik nu even niet machtig, maar de Italianen hebben er vast ook een mooie term voor. Het betreft allemaal goede ideeën. Daarom is het ook mogelijk gebleken om in de Europese Raad in juni, toen wij spraken over de prioriteiten voor de komende vijf jaar — voor de eerste keer die prioritering aan te geven, voorafgaand aan de voordracht voor de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie bij het Europees Parlement. Het is dus gelukt om dit kernpunt voor Nederland, het Europa van de dingen en niet van de dingetjes, centraal op de agenda te krijgen. De gedachte van de heer Segers vind ik zeer interessant, maar de Kompetenzkatalog zou ook een meer institutionele vertaling kunnen zijn. Ik vind het wel verstandig om het Schritt für Schritt, om bij het Duits te blijven, te doen, stap voor stap. We moeten eerst zorgen voor de politieke verankering. Daarna moeten wij bezien welke institutionele verankering daar het beste bij hoort. Daar zal de Commissie een belangrijke rol in spelen.

Toen noemde de premier zijn bron voor Schritt für Schritt niet, dat deed hij drie jaar later wel en een vertaling gaf hij ook, 2 november 2017:
• Nou zou ik met mijn Duitse collega zeggen: Schritt für Schritt. Zullen we het even stap voor stap doen?

Zoals we vaker kunnen observeren bij mensen die politiek langer met de premier optrekken, zij leren van hem en nemen taal van de premier over. Op 20 februari 2019 maakte minister Hoekstra van Financiën die stelling weer wat aannemelijker terwijl hij tegelijkertijd suggereerde deze kennis uit het Duits te hebben maar door het gebruik van Merkelliaans tevens een knipoog naar Ruttiaans:
• Ik begrijp heel goed de inspiratie van beide sprekers. Maar ik zou het, om het even klassiek Merkelliaans te zeggen, Schritt für Schritt willen doen.

Eerder in deze eerste week van het nieuwe parlementaire jaar haalde Mark Rutte (VVD) zijn bijna vertrokken collega opnieuw aan:
• Hier geldt het adagium van Angela Merkel: Schritt für Schritt; stap voor stap.

Schritt für Schritt, alweer voorzien van een vertaling! Stapje voor stapje. In die ontwikkeling zette premier Rutte afgelopen dinsdag en woensdag nieuwe schreden. In 2014 en later gaf hij ons een lesje vreemde, nu ja moderne schooltalen. Hoe zeggen medemensen iets in het Duits of veel liever nog in het Engels was tot nu toe de aanpak en hij zette die andere talen als het ware tussen aanhalingstekens. Maar nu begint de premier de vreemde talen te incorporeren! Kijk naar dit citaat in de Handelingen van 7 september 2021: “Al die zaken vragen een Handlungsfähige, zoals de Duitsers zeggen, een regering die in staat is tot een vruchtbare samenwerking te komen met deze Tweede Kamer.” Handlungsfähig, vertaal dat maar eens in het Nederlands! Rutte voorzag het bijvoeglijk naamwoord van een buigings-e zoals wij dat doen en incorporeerde dat Duitse woord dus echt in zijn Nederlands, heel anders dan in de gevallen uit dat lange citaat van 2014.

Gisteren ging de premier gevoelsmatig nog verder op diezelfde weg naar het buitenlands: “Er is geen motie aangenomen, maar ik denk dat ik politiek safely kan assumen dat er brede steun in de Kamer is om dat zo niet meer te doen. Dat vind ik een verstandige conclusie.”
Dat ik safely kan assumen is Engels idioom in een Nederlands colbertje gepropt.

Waar doet zulk taalgebruik aan denken? Aan een gevorderde student in een soos-discussie wellicht? Of is het afkomstig van een klassieke gymnasiast die opbiedt tegen zijn mede-reünisten in het te berde brengen van Latijnse of Griekse citaten? Wat maakt het uit, het gaat om de algemene lijn en dat is er eentje van het verlaten van de eigen taal. Step by step.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De Tweede Kamervergadering en wat wij ermee te maken hebben

Als Van Dale een woord of uitdrukking informeel noemt, is het onparlementair om dat of deze te gebruiken. Dat kan mettertijd veranderen: vanaf de flanken begint informeel Nederlands te klinken en daarna verbreidt het zich al dan niet over een groter deel van de Tweede Kamer. Neem nu eergisteren de uit het hoofd gedebiteerde bijdrage van Lilian Marijnissen (SP) bij het Formatiedebat:
• Er gebeurt momenteel helemaal geen zak om de wooncrisis aan te pakken.
• Er gebeurt op dit moment geen zak.
• … ook aan het aanpakken van die ongelijkheid gebeurt geen zak.

Van Dale rangschikt geen zak inderdaad onder niet-fatsoenlijke taal (want het is een verkorting van balzak). Van de kant van de flanken in de Tweede Kamer is het vooral te horen, tegenwoordig allereerst de SP.

Het “andere geluid” dat de SP voor de komende periode aan het eind van Marijnissens bijdrage aankondigde mocht rekenen op een zichtbaar enthousiaste reactie vanaf het voorste bankje van de VVD-fractie. Daar zat Mark Rutte zich er op te verheugen. “Hoe langer het debat duurde, hoe meer collega’s Rutte aan het lachen kreeg – óók Sylvana Simons van BIJ1 en Jesse Klaver van GroenLinks”, schreef de NRC gisteren in een terugblik. Maar wat riep Rutte (“Elke seconde, elke minuut, elke tien minuten en elk uur van mijn tijd (bezig met) het bevorderen van het tot stand brengen van een kabinet”) naar hen of naar Marijnissen? Dat konden we niet horen.

NRC 08.09.2021
Vooroverleg met de voorzitter: maximaal zes vragen en/of opmerkingen

Wat Geert Wilders (PVV) naar de voorzitster riep toen ze hem na het verbruik van het maximale aantal van drie interrupties+vervolgvraag niet opnieuw tot de microfoon toeliet, dat konden we niet horen. Dat werd pas kort daarna publiek toen Mark Rutte (even met voorrang) het woord kreeg en tegen de voorzitster zei: “De heer Wilders riep u voor dit deel van de Kamer duidelijk hoorbaar toe: corruptie.” Dankzij de interruptie van de VVD-fractieleider kwam het in de Handelingen. Wij konden het niet horen en ook de stenografen zitten er niet op hun vanouds vertrouwde plek op de neus bij. (Vergelijk een van de eerdere stukken hierover.)

Volgens het verslag van de NRC zei Rutte net voordat zijn wolkgenoot Wopke Hoekstra (CDA) naar het spreekgestoelte liep: “Dan nu een mooie toespraak over nieuw leiderschap.” Hoe heeft de NRC dat gehoord? Op de perstribune? Het staat niet in de ongecorrigeerde weergave van de vergadering.

Ik had gehoopt dat de stenografen in dat nieuwe, tijdelijke onderkomen van de Kamer aan B67 (dat toch een beetje DDR aandoet) weer namens ons allemaal en ten behoeve van de geschiedenis in de centrale driehoek van Presidium, Vak-K en interruptiemicrofoons gepositioneerd zouden zijn. Als dat het geval was geweest, zouden we vollediger deelgenoot zijn geweest van het Formatiedebat dan nu het geval was. Hoe meer grappen Rutte daar in de plenaire zaal maakt (nog eens: “Elke seconde, elke minuut, elke tien minuten en elk uur van mijn tijd (bezig met) het bevorderen van het tot stand brengen van een kabinet”), des te groter is het belang om zijn humor rechtstreeks te kunnen volgen en daarom moet die akelig lege driehoek daar in het centrum weer gewoon gevuld worden door onze verslagleggers.
Hebben geïnteresseerde burgers daar geen zak (zoals de SP graag zegt) mee te maken?
Geen bal? (in de woorden van Van Haga, Wilders)
Geen snars? (Renske Leijten)
Geen moer? (staatssecretaris Blokhuis)
Het zijn openbare vergaderingen en dus hebben we daar álle zak mee te maken, álle bal, álle snars, álle moer.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Een zomerserie over ‘taalsmeedsels’, bewust gecreëerde woorden: blending, portmanteau, samentrekking (17, slot)

Het is de dag na het weekend waarin ik van vaccinazipaspoort hoorde en van priktatuur, -we sluiten een serie af. Toen ik op “de krant” werkte – het Nieuwsblad van het Noorden, rond 1974 – hoorde ik dat de redactionele collega Guus Visscher het was geweest die het woord alcomobilist had gecreëerd: type A*b met een gedeelde o in alcohol en automobilist. Op de redactie, waar zeker veel taalgevoel bestond en ook gevoel voor taalregels waaraan men zich moest houden, was belangrijker dat dit iets was wat betrekkelijk makkelijk in een kop paste en direct duidelijk was ook. Later las ik dat er kritiek kwam op het gebruik van dat woord in de krant, dat wil zeggen totdat Van Dale het via opneming had afgezegend. Zou Visscher – taalsmeedsels heb je overal – inspiratie hebben opgedaan in Duitsland? Daar kennen ze de Alkolenker, een veel minder fraaie samentrekking van Alkohol + Lenker. Type ABb.

Bekende namen van bedrijven en producten zijn niet zelden taalsmeedsels, meer of minder doorzichtig. Dat Teleac iets met televisie is en academisch (een term die in de loop van de jaren ‘60 van de vorige eeuw ook extern democratiseerde, meer en meer gebruikt werd), ach dat is zichtbaar. Tango? Moet wel een spelletje zijn waarin tank and go gemixt zijn tot het curieuze type ABbCc, zoals bij Sandd minder geslaagd en even zeldzaam sort and deliver (type ABbC). Nee, dan is Deliveroo verrassender door het echo van de Engelse kangaroo aan het eind. Swatch is natuurlijk Swiss+watch, Motown motor+town.
Toch laat een bekende naam zich niet altijd direct kennen: hoe vaak het in media vermeld mag staan, ik was verrast bij de ontdekking dat de Febo terugging op (een banketbakkerij in) de Ferdinand Bolstraat. Hero is in 1914 ontstaan uit de beginletters van Henkell en Roth, de heldhaftige oprichters van de frisdrank en andere zoetigheden makende fabriek. Johan Schreur begon een veertig jaar geleden in Losser met salades te produceren. Johma noemde hij het, een samensmeedsel van zijn eigen voornaam en die van zijn vrouw, Maria. Stimorol is een samentrekking van de Deense woorden voor Stimulerend en Oraal, kauwgum sinds 1956.

Het verhaal van de Elstar (ze zijn er weer) vind ik fraaier. De ontwikkelaar van deze lekkere appel was Arie Schaap uit Elst. Eerst werd gekozen voor de naam Elstarie (een optelling van plaatsnaam en voornaam, type AaBb), maar dat werd verkort tot een vertegenwoordiger van het type AaB: Elstar. Nu moet je de geschiedenis maar net weten en lijkt het alsof het een topproduct is uit Elst – en dat is het wat mij betreft ook als het elders aan de boom groeit.

Elstar in Bedum (S.R.)

We hebben in de afgelopen zomerweken in deze serie geplukt uit de ongelofelijk rijke boomgaard die er is in de sfeer van dit soort bewust ontwikkelde namen en andere woorden. Groene, rijpe en rotte appels.Ter afsluiting deze opsomming van de tegengekomen types plus hun aflevering in de serie. Opsomming klinkt stelliger dan het is: het is een poging tot het greep krijgen op een beperkt en toch gevarieerd type woordvorming. Een praktisch voordeel bij onderstaande lijst is dat zicht ontstaat op zeldzamer en gewonere vormen van deze samentrekkingen.

• A*b bumor (4), Monaloog (7), Jessias (7), Beerschot (9), Cordinië (9), Limbabwe (9), politainment (10), Rehakles (10), mütend (10), slipper (10), elephone (11), chillaxen (12), muskathlon (13), Klomentum (15), Joementum (15), televangelicals (15), Jodias (16), alcomobilist (17)
• A*B Jongemens (9)
• A*Bb Grexit in het Engels (4), Farizegers (7), Gruworecht (9), Besserwessi (10), Mobfer (12), myth (15)
• A*Bb*c Jelskeline (7)
• A1*b belfie (6), felfie (6), Morderney (10), Keineken (10), Teuro (10), Bollywood e.a. (10), Drentenieren (10), Doosendaal (10), Muppets (15) “voordringer
• A1Bb Mopfer (12)
• A1Bc Loxbridge (9), Doxbridge (9) “voordringer
• A2B2 Juso (5), Tabu (5), Bühü (12), Hero (17) “Duits, sc. met open lettergrepen”
• A2B2C2 Haribo (5) “Duits sc. met open lettergrepen”
• Aa*b Selfini (6), shelfie (6), zwerfie (6), Robot (7), manterrupting (8), Rotfunk (10), wonkey (10), Ostalgie (11), Ollywood (11), Angster (12), Blindine (12)
• Aa*Bb Covidiots (1), Aquaway (4), Blaxit (4), Marx (Rutte) (7), Robot (Jetten) (7), manterrupting (8)
• AaB Elstar (17)
• Aab pingdemic (5), mansplaining (8), Meerethon (13), Hunterghazi (15), gerrymander (15), Jodias (16), Deliveroo (17)
• AaBb Elstarie (17)
• AB buma (3), Cineac (5), Mora (5), Wibra (5), Evenscherp (7), Monie (9), ALDI (10), Verdroffenheit (10), Stiko (10), Groko (10), Mexicali (15), Teleac (17), Febo (17), Hero (17), Johma (17)
• Ab Quantore (4), Zebra (5), stemfie (6), brelfie (6), Zwalk (9), Oxbridge (9), smexy (12), Doodle (12), Monne (12), Mugel (12), gool (12), geldmaat (14), Javanka (15), Calexico (15),
• AB, ABC en ABCD SP, VVD, PvdA (4) “letterreeks” (veelal A1B1 etc.)
• ABb Brexit in het Nederlands (2,4), Brexodus (4), Alkolenker (17), Motown (17), Swatch (17)
• A*Bba en A*Ba renuveren (14), Panoorama (14), belubberen (16), Judias (16 2e vervolg) “indringer
• ABbc Azubi (10)
• ABbC Sandd (17)
• ABbCc Tango (17)
• ABbCcD Orindek (4)
• ABC Covid (1), Wuhan (1), BUMA (3), PEN (4) soms “woord geworden letterreeks” (vgl. Amerikaanse gevallen als POTUS, SCOTUS, FLOTUS, MAGA, RINO 15)
• ABc Flutland (9)
• AbC Kreikerfeest (9)
• Abc Meerodebeek (9)
• ABCc Trexit (2, 4)
• ABCD WERV (9)
• ABCDe Pakistan (9)

P.S. En nu het proefschrift van Camiel Hamans waarover het even ging in aflevering 5 – dat vraagt even studie. Heb geduld, lezer.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hoe komt een eindverslag van een informateur tot stand?

Excuus! In een tweet schreef ik dat het na drie stukken (alle drie in één aflevering 16 in de serie over taalsmeedsels) welletjes was voor vandaag, maar toen had ik het Eindverslag van informateur Hamer nog niet gezien. Twee fragmentjes:

Ik zocht op nader en vroeg me af: gebruiken kabinetsinformateurs copy + paste? En is er geen ambtelijk secretariaat dat zulke foutjes even voorkomt? Op zowel p. 2 als op p. 7 staat “nader te vast te stellen combinatie”.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Een zomerserie over ‘taalsmeedsels’, bewust gecreëerde woorden: blending, portmanteau, samentrekking (16 tweede vervolg)

Serieus, voor dit vervolgstukje ben ik van plan geweest in Gemert rond te kijken. Het belangrijkste probleem is de afstand: vanuit Groningen ben je ruim 4 uur OV’end onderweg. Maar zelfs als je eenmaal in ‘s-Hertogenbosch of Eindhoven of Helmond bent met de trein, dan is er altijd nog het laatste stuk met de bus en dat maakt dat je ook in Brabant nog zeker een uur moet reizen. Gemert ligt als belangrijke plaats (15000 inwoners, een derde-divisieclub zondagvoetbal rijk) ook nu relatief geïsoleerd – de vraag zou kunnen zijn of dat een rol speelt in de geschiedenis van voorname Gemertenaren als Harrie Verkampen (zie aflevering 16 en het eerste vervolg daarop). Graag had ik willen zien hoe het plaatselijke Kasteel eruit ziet, de afwisseling van historische boerderijen en daar voor in de plaats gekomen moderne villa’s. Het Boerenbondmuseum en het borstbeeld van Harrie Verkampen daar.*) En Gimmert rúiken ook.

Wie de Brabantse kranten volgt in de afgelopen tientallen jaren (het Eindhovens Dagblad voorop, blader door wat LexisNexis te bieden heeft, nu onder de naam NexisUni) die ziet tot voor enkele jaren terug een stroom van kleinere berichten en grotere verhalen over de man van het radiospotje in 1998, het jaar na het uitbreken van de varkenspest die Verkampen ook bovenregionaal op de barricaden bracht. Actievoerder, strijdend tegen de mestregels en die actief boycottend terwijl hij wethouder was. Uit alle meer Oost-Brabantse teksten blijkt hoezeer voor Verkampen de regelgeving iets was wat acceptabel was, zolang je er geen last van had. Was dat het geval, dan was nogal eens iets geoorloofd om een gewenst doel toch te bereiken. Dat ging ver, er volgde uiteindelijk een zeer kritisch rapport van het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) waarin Verkampen centraal stond en hij werd door de Bossche rechtbank veroordeeld voor valsheid in geschrifte. Welke valsheid? In een brief verklaren als wethouder dat een bedrijf een gemeentelijke bouwvergunning had ontvangen terwijl dat niet het geval was. Maar ja, anders zou de firma Nesco een subsidie mislopen…. Taakstraf? Dan maar buxussen snoeien in een kloostertuin. BING en Justitie bezorgden hem in Gemert-Bakel alleen maar meer populariteit: op plek 50 als lijstduwer kreeg hij bij de gemeentelijke verkiezingen van 2014 méer stemmen dan Verkampens opvolger, lijsttrekster Inge van Dijk. [De laatste kwam in maart 2021 uit het niets via de vierde plek op de CDA-lijst de Tweede Kamer binnen. Ze zou zelfs derde geworden zijn achter Wopke Hoekstra en Pieter Omtzigt, maar het zittende Kamerlid Anne Kuik werd door Groningen “omhooggestemd”. Al voordat ze Brabants CDA-voorzitter werd kondigde ze in 2015 in het Eindhovens Dagblad aan: “We missen authentieke Brabanders in de landelijke politiek.”]

Verkampen werd ziek; hij nam enkele jaren geleden afscheid na ongeveer een halve eeuw onafgebroken lokale activiteit vooral in het bestuur als raadslid en wethouder. Onbetwiste onderkoning in de Oost-Brabantse wereld van de fokkers van varkens, nertsen en geiten. In juli verscheen met zijn medewerking Kumt goewd. Portret van Harrie Verkampen, markant plattelandsbestuurder. Het is van de hand van Casper Kalb en Janine Rechters: beiden hebben onder wethouder Verkampen gewerkt bij Ruimtelijke Ordening.

Verkrijgbaar via https://www.heemkundekringgemert.nl/


De varkenspest brak uit in de tijd dat Van Aartsen landbouwminister was (1997) en Verkampen zegt in het boek dat deze de zaak heeft “gecriminaliseerd”. In plaats van controles uitvoeren had er ingeënt moeten worden – Van Aartsen, zegt hij, “moest dat steeds toegeven. Maar hij verbloemde zijn eigen fouten door bewust halve waarheden en hele leugens naar buiten te brengen.”
Verkampen (p. 114): “Ik heb duidelijk gemaakt dat het een ‘Judias’ was, daar heb ik een spotje van laten maken op Omroep Brabant. Nou, toen was er paniek in de tent! Iedereen werd onder druk gezet. Iedereen kreeg op z’n donder. Dat was een grens over. Toen was ik op een gegeven moment te fanatiek. Er waren zoveel mensen écht boos, mensen konden witheet worden als ze Van Aartsen zagen. Van Aartsen was houterig en eigenwijs, ik ben nie hèndeg op mensen boos maar op hem wel. Dat is ook nooit meer goed gekomen.”

Als ik het woord boerenslim weer eens hoor of lees, dan kan het nauwelijks anders of ik zal aan Harrie Verkampen denken. In Kumt goewd wordt bericht (171-172) hoe hij eens uithaalde naar een collega-raadslid en deze “een onderkruiper” noemde, “nog erger dan een NSB’er in oorlogstijd”. Daarop aangevallen reageerde Verkampen: “Maar ik heb nooit gezegd dat hij een NSB’er is.” De auteurs beamen dat dit strikt genomen inderdaad niet zo was.

Ik kan niet nalaten erop te wijzen dat er in het boek ineens de blending Judias gebruikt wordt (zie opnieuw aflevering 16), voorheen is er in de media telkens sprake van Jodias. Verbazend.

*) Op p. 248 van het verderop aangehaalde Kumt goewd, Portret van Harrie Verkampen staat een afbeelding van zijn afscheid uit de politiek, in dat Boerenbondmuseum. Achter hem zien we (meen ik, het staat er niet bij) het oud-Kamerlid Ger Koopmans (CDA) met andere bezoekers op de receptie in gesprek. Koopmans moet dan nog Gedeputeerde geweest zijn in Limburg.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen