Singuliere openbaringen over rookworsten: de persconferentie van de minister-president

Goeie vraag van premier Rutte aan zichzelf op zijn wekelijkse persconferentie (05.06.2020): “Arbitrair, arbitrairiteit…, hoe spreek je dat eigenlijk uit?” Hij smeet zichzelf een reddingboei toe in de vorm van “Iets arbitrairs!” Het betrof de versoepeling uit de lockdown waarbij er soms binnen sectoren een grens getrokken blijkt, die iets van willekeur in zich lijkt te hebben. Iets arbitrairs.
Wat is eigenlijk het zelfstandig naamwoord van arbitrair als je niet het woord arbiter zoekt maar iets abstracters? Arbitrariteit. Raar subregeltje van het Nederlands, dat onderscheid tussen de duo’s arbitrair-arbitrariteit, militair-militarisme, populair-populariteit.
Hebben we vaker (superieur-superioriteit, nerveus-nervositeit, crimineel-criminaliteit).*) In de geest van de persconferentie: daar is geen wetgeving aan te pas gekomen, dit ontstond in het Nederlands en de door Rutte zo bewonderde auteur Voskuil zou de premier daar bij leven vast een uiteenzettinkje van kunnen geven. Misschien zou deze neerlandicus tegelijkertijd aan de Nederlandse minister-president hebben kunnen vragen waarom hij het had over epiphanies in het kader van Zwarte Piet.

Frappante taal voor een bekennende protestant als Rutte, want het is een kerkelijk woord uit de r.k.-sfeer. Epifanie aldus Van Dale: “openbaring van de Heer, m.n. bij de aanbidding van de Wijzen uit het Oosten, de doop in de Jordaan en de bruiloft van Kana”. Het is ook het Griekse woord voor Driekoningen. Maar de premier zei het op z’n Engels, al heeft Van Dale ook de ABN-variant epifanie “verhelderend inzicht, ogenblik van geestelijke verlichting”. Meervoud epifanieën.
Mark Rutte is opgeschoven in zijn oordelen omtrent Zwarte Piet, andere inzichten, let’s call them epiphanies.1)

Het was een bijzondere persconferentie. We hoeven niet alles te pinpointen, maar het Engels was dus hoorbaar aanwezig. Eternally optimistic noemde Rutte zich. Hij refereerde aan zijn voor-politieke loopbaan bij een firma naar aanleiding van een vraag over wat de staat van plan is met de HEMA. Rookworsten, Mark Rutte begon er direct over toen hij de Hema nog nauwelijks kon ruiken. Maar zijn eigen vroegere firma verzuimde hij heel nauwkeurig te noemen. Nee, dat zou iets particuliers zijn, een eh… particulariteit.

Het was een singuliere persconferentie, deze van 5 juni 2020. Een singulariteit, inderdaad!

Fragment foto D. de Wit

*) Jaap van Dissel sprak op technische briefings een poos terug bij herhaling van traiceren waar hij traceren bedoelde. Zou met hetzelfde te maken kunnen hebben.

1) Aanvulling na Gesprek met de minister-president vandaag, 05.06.2020: Rutte zei hier dat het Engels voor iets als ‘voortschrijdend inzicht’ het woord epiphany heeft. One day teaches another, they say.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Jongens! en joh! Amicale taal in de Tweede Kamer

Jongens! als tussenwerpsel is alleen maar indirect te vinden in Van Dale, namelijk onder het andere tussenwerpsel jonge ‘uitroep van verbazing, bewondering of om nadruk te geven’. Allerlei vormvarianten geeft het woordenboek naast jonge, uiteindelijk ook “in ’t meervoud jongens! of jonges!” Dat laatste zou ik een mooi onderscheid vinden, de uitroep schrijven als jonges, het meervoud van jongen als jongens. Lastig is het alleen dan nog, wanneer er “Jongens en meisjes!” geroepen zou worden. De uitroep jonges! richt zich ook tot eventueel aanwezige leden van het vrouwelijke geslacht.

Nemen we voor het gemak aan dat het tussenwerpsel jongens vrij laat in de jaren ‘50 van de vorige eeuw in de Tweede Kamer begon op te komen en daar in de jaren ‘60 vanaf de linkerzijde een zekere vlucht begon te nemen. Tot een jaar geleden was zoiets met een zeker gemak vindbaar in deze wat oudere parlementaire stukken, daar moet nu veel meer moeite voor gedaan worden. Er moeten nu veel vaker pdf’s gedownload worden, vroeger had je een totaaloverzicht van stukjes met de citaten.*)

Als we een grote stap zetten naar 2019, dan komt de interjectie jongens in dat kalenderjaar meer dan 100x voor in de ongecorrigeerde Handelingen. In afwijking van Van Dale zou ik als omschrijving eerder kiezen ‘waarschuwend; verzekerend; soms zelfs bestraffend’. “Jongens, wees hier ongelooflijk scherp op”, houdt Peter Kwint (SP, niet de oudste van het stel) zijn medeleden bijvoorbeeld voor. Eerder verzekerend is dit citaat van premier Rutte: “jongens, dit kunnen we met z‘n allen op een fatsoenlijke manier.”

Wat is het enkelvoud van het tussenwerpsel jongens!? Dat is een eenvoudige vraag met een simpel antwoord: joh! Kijk in Van Dale: “verkorting van ‘jong(en)’, bij het roepen, aanspreken en als waarschuwende uitroep (ook door en voor meisjes gebruikt)”. De frequentie in de Handelingen is minder groot, maar tot in mei 2020 is het meer dan twintig maal in de verslagen van dit Hoge Huis genoteerd en dat is voor zo‘n amicaal klinkend woord een bijzondere constatering, mede omdat er dit kalenderjaar beduidend minder vergaderd is.

Zo simpel als de strekking van jongens zich laat begrijpen, zo lastig is het gesteld met joh. Er kan een aansporing of een suggestie in klinken (joh, zou je niet weer eens…), een waarschuwing (joh, je loopt nu een risico), begrip vragend (joh, als je zo snel moet werken), troostend (joh, kom even), excuus aanbiedend (joh, ik haal al die ambtsgenoten door elkaar), geruststellend (joh, het gaat allemaal goed).

André Bosman: kampioen joh-zegger

De premier en de vice-premier – toch al veel in de Tweede Kamer wegens corona – gebruiken het tussenwerpsel beiden geregeld, zelfs bovengemiddeld. En zoals het nu eenmaal is met deze woordsoort: de VVD gebruikt ze het meest. In een normaler parlementair kalenderjaar als 2019 krijgt André Bosman (VVD) de kans zich met een score van 13 stuks te onderscheiden als kampioen joh-zegger. Het lastige is bij deze Zeeuw alleen dat het zich niet zo simpel in een woord laat vangen wat de betekenis van dat joh bij hem is, bijvoorbeeld:
• Je kan misschien heel lastig luisteren en denken: joh, ik maak er toch een verhaal van.
• Sterker nog, er is vanuit de NAVO ook naar Nederland gekeken met een verzoek: joh, zou je dat kunnen leveren?
• (…) het rondetafelgesprek, waarbij vier juristen aanwezig waren die zeiden “joh, we weten het niet”
• Daarom zeg ik als VVD’er ook: joh, als het niet werkt, dan stoppen we ermee.

*) Ik hoop dat iemand me corrigeert als ik dit niet goed zie.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Wat het zwaarste is…: “een zo goed amendement” tegenover “zo’n goed amendement”

Duidelijk politiek, dat antwoord van Ockje Tellegen (VVD) op 23 januari dit jaar in de Tweede Kamer gericht tot Maarten Hijink (SP): “Ik zou u willen vragen gewoon op te houden met te beargumenteren waarom u zo een goed amendement heeft geschreven, want dat heeft u. Ik ben het er ook volledig mee eens. Ik kan het alleen niet steunen.” Een beperkte kweek van embryo’s ten behoeve van ivf moet mogelijk zijn, zegt de SP – helemaal mee eens, zegt de VVD maar de ChristenUnie is daar tegen. Er zijn afspraken over gemaakt bij de kabinetsformatie, we zijn gebonden. Sorry, zo werkt het in coalities. Politiek.

Zou het kloppen, zoals het in het ongecorrigeerde verslag van 11 maart 2020 staat? Ja, althans ook in de definitieve versie van de Handelingen vinden we “zo een goed amendement”. Er kunnen sprekers van het Nederlands zijn die eerder “zo’n goed amendement” zouden zeggen, of zelfs wat vreemd kijken bij “zo een goed amendement”. Komt die constructie zo een goed argument meer voor?
Ja, maar anders dan in het citaat van mevrouw Tellegen betekent zo in eigenlijk alle gevallen ‘op die manier, dusdoende’: “Als die partijen elkaar weten te vinden in deze handreiking en er zo een gebalanceerd pakket ontstaat, dan (…)” aldus staatssecretaris Van Ark in 2019. Of denk aan een uitspraak als deze van minister Ollongren: “Over een zo aangepaste motie geef ik graag het oordeel aan de Kamer.” Als die motie op die manier aangepast is, dan enz. Daar bezwijkt bijna onder alle nadruk die het woordje krijgt maar het staat nu vrij los van wat er volgt.

Alleen de combinatie van twee manieren van zeggen dan waarbij zo niet ‘op die manier, dusdoende’ betekent maar iets zegt van wat er volgt. Is er verschil tussen een zo goed amendement en zo’n goed amendement?
Ik heb gezocht in de ongecorrigeerde verslagen uit de twee kalenderjaren 2018 en 2019, maar niet alles wat tevoorschijn kwam is zonder meer door de ballotage gekomen. Omdat we scheidbare woorden als zoals, zodat, zoveel hebben en ook een combinatie-uitdrukking als zo … mogelijk(e), zijn die gevallen uitgefilterd.

Dan resteren dit soort gevallen van de bijzonderste constructie van de twee, …een zo (+ bijvoeglijk naamwoord)…. uit 2018 en 2019. Nemen we drie voorbeelden uit elk van beide kalenderjaren:
In een zo bloedige oorlog waar bovendien allianties kunnen veranderen,… (minister Blok)
… komen tot een zo belangrijke vernieuwing van ons pensioenstelsel. (minister Koolmees)
… om bij een zo duidelijke situatie met een alliantie ervoor te zorgen… (Kees Verhoeven D66)
… door dit ene zinnetje uit een zo grote memorie van toelichting te halen… (minister Slob)
… periodiek onderhoud op een zo gevoelig proces. (Chris van Dam CDA)
… juist als het gaat om een zo kwetsbare doelgroep. (staatssecretaris Blokhuis)

Het is een hele opgave om de kwestie na te zoeken in de hele taalkundige literatuur en alle Nederlandse grammatica’s, – in de samenvattende ANS vond ik de oplossing niet. Het bleek verrassend simpel, toen de gevallen eenmaal geselecteerd waren.
Ik stel me even voor dat ik nieuwslezer ben en de rijtjes min of meer neutraal moet voorlezen zónder persoonlijke inbreng maar wel zo natúurlijk mogelijk. Vooral met behulp van de accentuering (subjectief!) komt het onderscheid dan aan het licht:

In mijn eigen, veronderstelde realisering ligt bij het A-rijtje het zwaarste accent op het bijvoeglijke naamwoord, in de B-groep juist iets meer naar achteren op het zelfstandig naamwoord. Voorstelbaar is dat, gegeven het juist ongrammaticale karakter van de woordgroep *een zo oorlog/vernieuwing/proces net als *zo’n bloedige/belangrijke/gevoelig.

Dat correspondeert met het betekenisverschil.
In A is de oorlog, de vernieuwing, het proces als het ware al het gespreksonderwerp, het gáat achtereenvolgens om het bloedige karakter ervan, om het belang van de vernieuwing, het sensitieve aspect van het proces.
In B wordt weliswaar ook gesproken van bloedig, belangrijk en gevoelig, maar dat wordt hier eerder in éen moeite meegenomen – nu ligt de focus op het bijbehorende zelfstandig naamwoord.

Hetzelfde geldt voor goed en amendement waar deze bijdrage mee begon. In het ene geval gaat het primair om goed, in het andere om amendement.

Kortom: een zo goed amendement is niet helemaal hetzelfde als zo’n goed amendement.

Ockje Tellegen prees de inhoud van Maarten Hijinks voorstel dus uitdrukkelijk: uiteraard was het een amendement, maar het was góed! Door de gekozen woordvolgorde deed ze dat misschien wel uitdrukkelijker dan hij (of de ChristenUnie) het heeft waargenomen.

Ockje Tellegen en Maarten Hijink

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Variatie in familieberichten (22): oma, rijk bedeeld als geen ander (ii)

Van veraf en dichtbij, dat is het motto van deze tweede aflevering over betitelingen van/voor grootmoeder. Uit een Vlaamse inzending is iets van ver weg aan te halen: “nanay (Nisya): directe aanspreking, ‘nanay’ betekent ‘mama’ in het Bisaya/Cebuano. In de Filipijnen wordt de grootmoeder soms met ‘mama’ aangesproken vaak gevolgd door de voornaam, of een bijnaam. Mijn Filipijnse grootmoeder heette ‘Dionisiya’, maar dat werd door de 4-jarige ik verbasterd tot ‘Nisya’.”
Een andere opbrengst van de enquête is de herinnering aan het sociaal interessante feit dat de taal structuur geeft aan de familiale werkelijkheid: “Dadi = oma van vaderskant, Nani = oma van moederskant in het Hindoestaans”.

In het Nederlandse taalgebied krijgen oma’s net als opa’s vaak een geografische aanduiding ter onderscheiding van hetzelfde familielid aan de andere kant. Beppe Drachten en Beppe Burdaard staan daarmee op dezelfde wijze tegenover elkaar als oma Ruinen en oma Coevorden of Oma Den Bosch en Oma Maastricht. Wie de tweede aflevering over extra namen voor opa gezien heeft zal hier evenmin over verbaasd zijn als over het gebruik van een familienaam (of gedeelte daarvan) of van oma+voornaam. Andere kenmerken die deelnemers aan de afvraging noemden betreffen oma molen (ze heeft een molen in haar tuin), oma kippen (die hield ze vroeger) en: “Een buurmeisje had een Oma Auto: deze oma had wel een auto en de andere niet.”

Het volgende overzichtje stamt uit NRC familieberichten van een reeks jaren. Waar mogelijk is iets verklarends toegevoegd, zoals de toevallig beschikbare FN = familienaam: Ammalotje (oma Charlotte), Granny Holland, Knutseloma, Koekjesoma, Omabel (oma Isabelle), Omac (oma Mac < Machteld), Omajem, Omala (oma Hella), Omalijn (oma Marjolijn), Omaloe (w.s. < Lucy), o-mam-An (Antoinette/Nettie), omaNoor (< Nora), Omargo (Oma Margo), Omaria (oma Maria), Omarie (oma Marie), Omarij (oma Marijke), Omarijke (sc. Oma Marijke), Omatien (kindertaal < Christine), Omatuus (kindertaal < Gertruida), Oomiek (oma Marieke), oma Almelo, oma Amma, oma An (< Anna), oma Antoi, oma Beer, oma Beer (< Birgit?), oma Bella, oma Belle, oma Biervliet, oma Bluf, oma Bunnik, oma Cato (in Mankato USA), oma Ciao, oma Cookie, oma Darling, oma Dop, oma Ella (sc. Elly), oma Els, oma Fiets, oma Grar, oma Greetje, oma Haas, oma Huis op de wielen, oma Iesje (Louise), oma IJs, oma Inge, oma Janne (sc. Marianne), oma Jettie, oma Jik (kindertaal < Jitske), oma Jops (kindertaal < Johanna), oma Joy, oma kaakje, oma Kasteel, oma Kippen, oma Kippies, oma Klok, oma koekoek, oma Kroepoek, oma Ku, oma Lautje (Laura), oma Leentje (< voornaam Leens), oma Lien, oma Lies (< Elizabeth), oma Lily, oma Lo, oma Lon (< Lonny), oma Londen, oma Loukie, Oma Ma, oma Maatje, oma Mims (kindertaal < Liesbeth), oma Nesje, oma Nunch, Oma Oma, oma Oorbel, oma Pepi < Petronella), oma Pepper, oma Piano, oma Pieke, oma Pipo, oma Poes, oma Pop, oma Poppie, oma Riet, oma Schattebolletje, oma Schildpad, oma Sinka, oma Snoepie, Oma Strand, oma Suka, oma Sunny, oma Syp (Sypkens FN), oma Theetje, oma Tine, oma Tinka, oma Tjiktjak, oma Tol (Tolhuisen FN), oma Tonna, oma Trein, oma Truuske, oma Uil, oma Uut (kindertaal < Geertruida), oma Visjes, oma Vlaai (Geleen), oma Vliegtuig, oma Voorschoten, Oma Wassenaar, oma Wiep, oma Woef, oma Zaag, oma Zee (sc. Noordwijk aaan Zee), oma Zeeland, oma Zwembad, oma-Dada, oma-La (Carla), omi Beer, omi Cok (kindertaal < Cornelia), Omiek (oma Mieke), Omilie (oma Liesbeth), omY (oma Yvonne), petite Mamine (oma Wilhelmina).

Ze vallen in de volte niet zo op, maar er zijn veel oma’s Poes (meervoud van oma Poes) en niet minder oma’s Piano (meervoud van oma Piano)! Daarvan is telkens maar eentje opgenomen, zoals ook lang niet alle geografische grootmoeders terug te vinden zijn in het overzicht. Het gebruik van hoofdletters moet onderstrepen hoe de betreffende woorden als namen fungeren.

Oma Trein óf opoetrein (still Youtube)

Sommige aanduidingen voor ‘oma’ komen in de volgende aflevering terug.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van meewarig en serieus: gut, gut!

Het lijkt redelijk, te veronderstellen dat de “rode jonkheer” Marinus van der Goes van Naters de eerste was die in de Tweede Kamer het tussenwerpseltje gut gebruikte. 1) Parlement.com geeft een paar interessante kwalificaties van deze vroegere PvdA-fractievoorzitter: kleurrijk, wat geaffecteerd sprekend, rebels, vooruitziend. “Pleitbezorger van Europese integratie, zorg voor het milieu, natuurbehoud en ontwikkelingssamenwerking. Was actief in het EGKS-parlement en het Europees Parlement.” Dat juist hij als eerste het tussenwerpseltje gut kan hebben gebezigd, onderstreept wellicht eerder Van der Goes’ rebelse dan geaffecteerd sprekende aard.
“Gut, dat is jammer”, citeert hij als het ware zijn collega’s na verwerping van een aantal grondwetsvoorstellen in 1953. In de toenmalige Kamer waren 17 tegenstemmen al voldoende om dat tegen te houden.

Gut zal in 1953 anders geklonken hebben dan nu, niet zo gewoon. Zeven jaar later is Jaap Burger pas de tweede van wie gut genoteerd staat in de Handelingen van de Tweede Kamer. Hij is eveneens van de PvdA en parallel aan het rebelse van Van der Goes is de informatie van parlement.com dat Burger de Kamer in 1962 verliet “na kritiek op zijn ongepolijste stijl.” Ongepolijst maar helder uitte hij zich inderdaad bij de kwestie van de Lauwerszee, twee jaar eerder. Hij stelde binnenskamerse konkelarij aan de orde, 16 februari 1960. De vier coalitiepartijen hadden volgens hem vooraf afgesproken dat een motie van Burger niet in stemming zou komen. “Dat is de binnenskamerse konkelarij, waarmee wij op het ogenblik hebben te maken! Dat is waar ik schande over roep! Ontken het maar eens, als het niet waar is! Zo is het gebeurd!”
KVP-leider Carl Romme schreef een wekelijkse rubriek in de Volkskrant en de aflevering na de Algemene Beschouwingen vat Burger als volgt samen: “gut, nou moet je eens zien, dat is nou de oppositie; wat hebben ze nu te zeggen; niets anders dan die kwestie van de Lauwerszee!”

Was Romme daardoor geraakt? Minder dan twee maanden later (5 april 1960) wordt er gedebatteerd over rassendiscriminatie in Zuid-Afrika en Burger (hij heeft een motie ingediend die spreekt van een flagrante miskenning van mensenrechten daar) wil weten hoe Nederland zich in de VN zal opstellen. Romme parafraseert Burger wat pesterig inclusief diens tussenwerpseltje van zeven weken eerder: “gut, wat zal er nu morgen in de Verenigde Naties gebeuren; het hangt nog helemaal in de lucht.”

Romme, Burger, De Goes van Naters

Daarna duurt het zes jaar voordat gut opnieuw in de Handelingen komt: wederom uit de mond van Jhr. Van der Goes. Zes jaar! Andere tijden! Gut is in de loop van de 21ste eeuw veel gewoner geworden, althans in de bijdragen van een deel van de Kamer maar ook van het kabinet. Een relatief ongekende frequentie heeft gut sinds 2014 gekregen met de komst van Eric Wiebes (VVD), eerst als staatssecretaris en daarna als minister. Grootgutter Wiebes.

Gut is een ‘uiting van verwondering of meewarigheid’ zoals Van Dale zegt. Het is dus geen zware verwensing of iets dergelijks, maar het is wel een klinkervariant van het woord God. Dat is er de reden van dat het tussenwerpseltje in of uit principe niet te horen zal zijn van sprekers namens de SGP of de ChristenUnie. En het CDA? Romme gebruikte het, maar hij was van de KVP, r.k. In die bloedgroep moet het eerst gezocht worden naar CDA-sprekers als zij dit gut in hun repertoire hebben. Maar daarbuiten? In zoverre is het verrassend dat Sybrand Buma (uit een Friese CHU-familie) in 2014 zó van zich liet horen: “Je kunt wel nog een keer de discussie aangaan en zeggen “gut, gut, moet je dat wel doen met al die vlaggen”, maar ze staan er de volgende week weer. Het past hier niet.” Gut, gut!
Het gebeurde in een debat over de aanpak van Nederlandse jihadstrijders. Als de context het al niet duidelijk maakte dan is het déze taal uit de mond van een niet-katholieke CDA’er. Buma moet bij het onderwerp bepaald getroffen geweest zijn.

Wiebes en Buma

1) Dat wil bijvoorbeeld zeggen: als de digitale zoekfunctie goed werkte en de Handelingen in dit talige opzicht een getrouwe weergave vormen van wat er zich in de plenaire zaal afspeelde. Dit laatste is een belangrijk voorbehoud dat ik maar eens uitdrukkelijker formuleer. Onderzoek als dit moet tentatief blijven zonder een uitzonderlijk bewerkelijke vergelijking van de digitale teksten met de audio-opnamen, voorzover beschikbaar.

P.S. Ik hou (kennelijk) van dit onderwerp, want schreef er eerder over in dit blog.

Correctie voorlaatste zin 1e alinea: dank zij Oscar Ydenaar! (31.05.2020)

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ieder z’n eigen variant: het is Pinksteren

Hoe was het ook alweer – zou er bij een quiz gevraagd kunnen worden: wat houdt Pinksteren in?

Wie Grieks gehad heeft, begint met een rangtelwoord te noemen (50ste). Wie een christelijke opvoeding gehad heeft, prefereert allicht een verwijzing naar het Nieuwe Testament, Handelingen 2. De gebeurtenis betrof iets wonderlijks waarbij gewone mensen opeens polyglotten werden. In plaats van een vertaling te kiezen, blikken we in het origineel:

Uit Nestlé-Aland

Midden in het vergrootglas moet ook degene die minder geverseerd is in het Koinè-Grieks het woord lalein herkennen ‘spreken’. Taal en gevarieerde taal is een belangrijk kenmerk van Pinksteren.

In dit blog zijn we een eind gevorderd met talige elementen in zogeheten familieberichten die ook bekend staan als rouwadvertenties. Maandag komt het volgende stuk in dat feuilleton. De reeks bevindt zich in een onderafdeling met oog voor de benamingen van naaste verwanten. Er zullen waarschijnlijk in totaal drie stukjes verschijnen met familiale aanduidingen voor ‘oma’, dezelfde behandeling als opa eerder al kreeg. Al zijn we met haar nog niet klaar, Pinksteren is een mooie gelegenheid om talige gevarieerdheid onder de loep te nemen maar het betreft niet die variatie van de Handelingen van de Apostelen tussen talen van volkeren. Hier gaat het om wat er zoal mogelijk is aan deze familie-termen in kleine kring.

Er blijken relaties tussen woorden die verwijzen naar vader en grootvader, zoals die er ook zijn tussen moeder en grootmoeder. Maar omgekeerd staan pa en ma met elkaar in verband, net als opa en oma. Daar geeft onderstaand tabelletje met vondsten in advertenties (vooral NRC Handelsblad maar ook in die welke vindbaar zijn via mensenlinq.nl) en gegevens van inzenders van de hier gehouden enquête in al zijn onvolledigheid (!) en gerichtheid op Nederland een beetje blijk van.

• Leesaanwijzing 1: Kijk vooral horizontaal en daarbij van links naar rechts.

• Leesaanwijzing 2: Er zijn twee tekens gebruikt die een toelichting verdienen. Het sterretje wijst op het ontbreken van een element, omdat die plek in het geheel als het ware al bezet is door een heel ander woord. Een vraagteken impliceert gefronste wenkbrauwen bij de samensteller toen deze naar zijn variantenverzameling keek.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Variatie in familieberichten (21): oma, rijk bedeeld als geen ander (i)

In heel Europa was er niemand zijn zoals hij, naar het lied van Annie M.G. Schmidt (en Harry Banninks muziek droeg daar bepaald aan bij). Maar naast opa staat oma bepaald haar mannetje als we afgaan op de hoeveelheid aanduidingen voor dit lid van de familie. Dat is niet tot de tegenwoordige tijd of tot Nederland beperkt. Thera Coppens verwijst in Sophie in Weimar (…) (Amsterdam, 2011) diverse malen naar grootouders in de context van Goethe en citeert dan de aanduidingen Apapa en Amama: dat is in de eerste helft van de 19de eeuw. Sociaal hoger laat dergelijke aanduidingen misschien eerder blijken of bewaart deze allicht meer. Het kan verklaren waarom de meeste van de in de vorige aflevering genoemde opa-aanduidingen afkomstig waren uit familieberichten van de NRC en niet naarvoren kwamen in de enquête naar dit onderwerp (binnen het kader van dit blog).

Apapa en Amama leren ons andermaal, dat de man voorop gaat in deze aanduidingen én dat ze een hecht duo vormen waarvan de vormen zeer vaak op elkaar lijken als een echtpaar dat lang samenwoont. Niet altijd is dat het geval: pake en beppe (Fries) hebben in dat opzicht onvoldoende van elkaar. Bij de vooral Vlaamse varianten bompa en bomma*) is dat dus wel het geval en pépé en mémé. Ook meet is (Oost-)Vlaams, voor ‘oma’, haar partner peet ‘opa’ past bij haar. De uit West-Vlaanderen gemelde metje is een variant van meter: naast metje komt peter als ‘opa’ voor, niet *petje – en hoe begrijpelijk. Soms duiken hier Vlaams genoemde vormen op in Nederland, vooral in het Zuiden maar niet per se daar alleen. Opvallend woord in Vlaanderen: moe en moeke voor ‘oma’, in Nederland regionaal alleen de aanduiding voor ‘moeder’. Dat geldt ook voor mam, uit Herk de Stad ingestuurd met als betekenis niet het in Nederland verwachte ‘moeder’ maar ‘oma’.

Eerder deze maand, op 22 mei, schreef Hans Werkman in het Nederlands Dagblad een stuk over “het winkelboek van mijn opa Geert Werkman uit het Groninger dorp Garrelsweer” waarin deze de verkopen in de schoenenwinkel bijhoudt. Dat wil zeggen: de verkopen én wanneer deze voldaan werden en dat laatste kon geruime tijd later het geval zijn. Het boek stokt ten tijde van de Spaanse griep, opa wordt ook ziek. Werkman vraagt zich dan af: “Kon mijn opoe de zaak niet runnen?” Opoe is voor de schrijver de gewone variant.
Dat geldt volgens de inzenders van de enquête in een groot deel van Nederland, zoals naast Groningen blijkt uit inzendingen uit Friesland, Drenthe, Overijssel, noordelijk Gelderland ook Westelijk-Nederlands (Den Haag, Rotterdam, Amersfoort), Zeeland en Noord-Brabant. Iemand schreef toelichtend: “Een vriend van mij roept tegen iedereen die hiervoor in aanmerking komt: Opoe (dus ook tegen mijn moeder, die dat dan maar matig vond, maar accepteerde).” Die dat maar matig vond: opoe heeft tegenwoordig en eerder voor jongeren dan voor ouderen een negatieve klank zoals uit de betekenis ‘ouderwets’ blijkt in samenstellingen als opoe-fiets. Andere betekenis in Van Dale voor opoe is ‘ongunstig: zeur’.

Opoefiets (Google afbeeldingen)

Opoe is (veronderstel ik) via de kindermond vervormd uit grootmoe(der) zoals opa uit grootva(der). Grootmoe, grootmoeder, grootmoeke komen weliswaar niet veel voor maar zijn uit allerlei regio’s ingestuurd, veelal in het Nederlands, soms in dialectische vorm zoals gruuëtmoeder – maar niet zelden is het niet de aanspreektitel maar de betiteling van het familielid (de moeder van de moeder of de vader). Grootmoeder kan ook minder gemakkelijk de betekenis ‘oude vrouw’ dragen zoals opoe.

Grootje (waarnaast ook de versimpelde, kindertalige vorm Ootje en Otie) is een verkorte vorm met verkleiningsachtervoegsel. Van Dale noemt het informeel, de inzenders niet. Iemand uit Amsterdam schrijft zelfs: “Mijn moeder had een hekel aan het woord Oma, dus liet zich Grootje noemen.” Het kan gevoelig liggen. Een andere inzending uit de hoofdstad: “mijn ervaring is dat het niet “netjes” gevonden wordt om grootouders opa en oma te noemen. Deftige mensen verzinnen voor grootouders andere termen, vaker dan voor ouders.” Daarmee zijn we terug bij het begin, bij Goethe en NRC Handelsblad. Klaar zijn we allerminst.

*) Zij heeft varianten in bobonne, bonneke, bonny en bommie: verkleinwoorden horen bijna als vanzelfsprekend bij grootouders.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen