Bubbel: variatie (2)

Parallel aan wat we de nieuwe bubbel kunnen noemen – de stolp, voorheen zuil – is de vorige nog gewoon gangbaar, alleen moeten we nu luisteren naar woordvoerders uit een andere sector, die van financiën. Zij combineren hun bubbel niet met uw of onze eigen want een financiële bubbel is iets waar als het ware niemand in het bijzonder verantwoordelijk voor is. Van Dale omschrijft het als ‘situatie waarin bepaalde activa sterk overgewaardeerd zijn (bv. door monetaire verruiming) en het risico op een plotseling hevige waardevermindering bestaat’. In 2017 spraken kamerleden als Renske Leijten (SP) over financiële bubbels en Tony van Dijck over kredietbubbels. Henk Nijboer (PvdA), Farid Azarkan (DENK) en minister Dijsselbloem gebruikten bubbel en bubbelvorming eender in deze zin.

Bubbel in de betekenis van ‘je-eigen-wereld’ is doorgebroken in 2017, afgaande op wat we in de bijdragen van de Tweede-Kamerleden horen. In een jaar als 2008 ging het specifiek over de economische bubbel. Paul Tang (PvdA) zei toen op 22 oktober over de financiële reus uit Amerika Alan Greenspan: “Hij heeft te weinig gedaan om de bubbel in de huizenprijzen tegen te gaan.” In dezelfde periode ging het over de ICT-bubbel die onder meer een groei van de inkomens in de marktsector tot gevolg had. Daar is de zeepbel-betekenis van toepassing op bubbel.

Daaraan vooraf ging de betekenis van bubbel die we kunnen uitdrukken met hetzelfde woord maar dan net anders geschreven: bubbel=bobbel. Zo gebruikte VVD-woordvoerder en landbouwer Piet Blauw het op 16 juni 1993: “Wij hebben ons in 1984 laten overtuigen dat ten aanzien van het mestprobleem een nationaal beleid moet worden gevoerd. Wij denken dat die “bubbelgedachte” als zodanig – hier iets weg en daar iets bij om een goed evenwicht te krijgen – positief is, maar wij zien niet in waarom die bubbel per gemeente of per provincie wordt gehanteerd.”

Vergelijkbaar ‘gladstrijken’ is wat minister Ed Nijpels zei op 9 september 1987: “Het is een overschot. Dat kan ook niet anders. Wij hebben natuurlijk een wat ongelukkige situatie. Doordat het wetsvoorstel later in werking treedt, heeft de minister van Financiën een tekort. Dat hebben wij opgevangen door een bepaalde differentiatie van de tarieven. Dat is een soort bubbel. Dat betekent dat je een paar jaar wat extra geld krijgt en dat dit onmiddellijk naar de minister van Financiën gaat.” Staatssecretaris Hans Simons had het op 25 juni 1992 over “een “bubbel” van de nabetaling in de ziektekostensfeer. Premier Rutte zal vele jaren later liever het beeld van een waterbed gebruiken: “als je hier iets doet, dat dat daar een effect heeft”.

WATERBED

Toen Harm Beertema het over grachtengordelbubbel had (zie de vorige aflevering), koppelde hij twee begrippen-met-lading aan elkaar. In 1994 gebruikte Saskia Noorman het begrip grachtengordel als eerste, in verband met zwart geld: “Recentelijk, bij de veroordeling in het kader van de zaak “het Gouden Kalf”, heeft de rechtbank ook opmerkingen gemaakt over het feit dat de overheid in gebreke was gebleven en daardoor medeverantwoordelijk was voor het ontstaan van heel veel kantoortjes in Amsterdam en omgeving. Inderdaad, binnen de grachtengordel zijn het er op dit moment zo’n 106.” Het zal de PVV, de partij die grachtengordel momenteel het meest gebruikt, goed doen te weten dat de dochter van Joop den Uyl het als eerste in de Tweede Kamer liet vallen. De VVD is in de afgelopen jaren tweede in het klassement van grachtengordelgebruikers.*)

De betekenis van grachtengordel is in de afgelopen 15 jaar overigens uit het criminele naar de creatieve sfeer getrokken. Daarvan getuigt de omschrijving in Van Dale: ‘het establishment op kunst- en mediagebied dat in de Amsterdamse binnenstad woont of werkt’.

*) Als altijd – maar het is goed, het weer een keer op te merken – als ik goed gezocht heb en als OCR correct werkte.

 

P.S. Voor de vaste volgers: ik neem even een kort reces tot 23 april. SR

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Bubbel: variatie (1)

De redactie van een groot woordenboek – las ik een keer – krijgt ’s ochtends bij het openen van de computer op het werk automatisch de oogst aan nieuwe woorden voorgeschoteld die dat systeem ’s nachts heeft gevonden. Simpel, de machine laten grasduinen in de kranten en andere media met nieuwe berichten en de woorden daarin vergelijken met de lijst die al in het eigen woordenboek is opgenomen.

Dat moet voor de redactie iets aangenaam-ergerlijks hebben. Aangenaam, want het is natuurlijk pure luxe om nieuwe woorden geserveerd te krijgen zónder dat je er enige moeite voor hoeft te doen. De nieuwe oogst zal vooral bestaan uit eenvoudige samenstellingen die in een hype gemaakt worden – ze zullen een glimlach teweegbrengen bij de redactie. Het zijn de woorden die we eind december weer hebben kunnen zien figureren op lijstjes met woorden-van-het-jaar. Hun levensduur is grosso modo beperkt. Van Dale verzamelde ooit de nieuwe woorden uit het taaljaar 2000*) en als we in de index beginnen bij aapjeskijkentelevisie, aardbeiengif, achteruitkijkstuur, allomoeder, antifileplan, antipiekerpil, antischuifmaatregel of applauspartij, dan zit daar toch weinig herkenbaar of bestendig Nederlands bij. Eventjes leuk, maar hoe lang herinneren we ons nog een blindencondoom, de bonnenmonarchie, een bonnetjesvorser, boxdrainage, branddating of bucardo? Ze staan in die lijst van nieuwe, toen aandacht trekkende woorden. “Kroniek van het Nederlands” is dan toch een wat vreemde aanduiding.

Zo moeten er massa’s eendagsvliegen in de andere jaaroverzichten staan die niet verder kwamen dan wat hun naam uitdrukt, een zeer kort bestaan. Dat moet zo’n redactie bij alle automatismegemak toch ergeren. Het geldt vast niet minder voor andere taalveranderingen die zich níet laten vangen in een geautomatiseerd digitaal net. Bubbel is een voorbeeld daarvan, maar eerst de vraag: wat betekent het?

Voor het actuele taalgebruik is het misschien goed, terug te gaan naar 21 december 2016. Toen richtte Machiel de Graaf (PVV) zich tot een collega-partij: “Misschien dat D66 dan een iets andere koers gaat varen in plaats van alleen met de eigen leden te spreken en in die bubbel, met dat glaasje champagne en die dikke sigaar een elitair wereldbeeld na te streven. ” Is Harm van Riel postuum van partij veranderd?

In 2017 gebruikt De Graafs fractiegenoot Harm Beertema het woord in dezelfde betekenis twee keer. De ene keer (allicht eveneens gericht tegen D66): “Ik zou bijna willen zeggen: kom eens uit uw grachtengordelbubbel.” De andere maal richt hij zich tot Lammert van Raan (PvdD) die tien jaar jonger is dan hijzelf: “Ik geef u mee dat er meer in de wereld is dan uw bubbel.”

Dezelfde betekenis gebruikt ook Chris van Dam (CDA). Over een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau: “Daaruit blijkt dat wij steeds meer in onze eigen bubbel leven, in ons eigen hoekje van de samenleving, afgesloten van anderen.” En: “Als de tendens is dat wij ons steeds meer terugtrekken in onze eigen wereld, in onze eigen bubbel, is dat ook voor de bestrijding van discriminatie en racisme slecht nieuws.”

Het bezittelijk voornaamwoord in combinatie met bubbel wijst op die nieuwste, allicht door het Engels beïnvloede betekenis die Van Dale aanmerkt als figuurlijk en omschrijft als ‘leefwereld, levenssfeer waarin mensen die niet tot de eigen kring behoren, niet of nauwelijks kunnen doordringen’. Vroeger zou dat eerder een zuil genoemd zijn ‘elk van de groepen (geïntegreerde complexen van maatschappelijke organisaties of instellingen op levensbeschouwelijke grondslag) waarin het Nederlandse volk door verschillen in godsdienst en levensbeschouwing zichzelf verdeeld houdt’ of een stolp ‘leefwereld waarin mensen die niet tot de eigen kring behoren, niet of nauwelijks kunnen doordringen’. Zuil werd stolp werd bubbel – de verpakking veranderde, de inhoud minder.

Deze bubbel-betekenis dateert in de Tweede Kamer dus van eind 2016. Eigenlijk kondigde het zich al enkele jaren eerder aan, toen minister Timmermans zei: “Als je ziet dat wij in Nederland de salarissen in de overheidssector al een aantal jaren erg drukken, terwijl er in Brussel gestaakt wordt door ambtenaren van het Raadssecretariaat omdat zij 5% loonsverhoging willen, dan vraag ik mij ook af in welke bubbel deze mensen leven.” (26 juni 2013), maar hij was daarmee nog een eenling. Of misschien was Harry van Bommel (SP) de minister op 21 november 2012 al voorgegaan: “De Brusselse bubbel moet worden doorgeprikt en de daarin aanwezige mensen moeten weer eens in contact worden gebracht met de realiteit in de rest van de Europese Unie.”

Maandag even verder naar kijken.

*) Taal van het jaar nul. Kroniek van het Nederlands in 2000.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Behartenswaardig en behartigenswaardig

Een collega deed het ondankbare secretariële werk voor de redactie van een tijdschrift en schreef in een tekst ten behoeve van aspirant-auteurs het woord standariseren. Niet dat hoongelach zijn deel was, maar hij kreeg wel te horen dat hij daarmee mis was. Democratiseren, verbaliseren, moraliseren, vulgariseren, inventariseren, allemaal in orde maar *standariseren is fout. Hier gaat het immers om –iseren op basis van een standaard en dus standaard+iseren. We leren terloops: woorden sluiten zich wel eens aan bij andere woorden waar ze gelijkenis mee vertonen.

Behartigenswaardig staat vast al vanaf een van de eerste drukken in Van Dale, behartenswaardig pas sinds 1992. Toen voegde de redactie toe dat hier sprake was van een onjuiste spelling.

BEHARTENSWAARD Van Dale 1992

Zelf zou ik liever voor een andere aanduiding kiezen om aan te geven dat we in behartenswaardig een geval kunnen zien dat te vergelijken is met standaardiseren: ontstaan op grond van ogenschijnlijke overeenkomst met andere woorden, in dit geval beschermenswaardig, bewonderenswaardig, lezenswaardig.

Kennelijk bezit het Nederlands een suffix-achtige reeks –enswaardig: ‘waard met oog op dat wat het in het basiswoord vermelde werkwoord uitgedrukt staat’. Lezenswaardig is het waard om gelezen te worden. Betreurenswaardig is iets wat we zouden moeten betreuren. Behartigenswaardig klopt wél in dit geheel maar behartenswaardig niet – want er is geen werkwoord *beharten in tegenstelling tot behartigen. Al die vergelijkbare woorden die uitgaan op –enswaardig hebben het pad vrijgemaakt van behartigenswaardig naar behartenswaardig. Bovendien staat er in behartigenswaardig ook nog eens tweemaal het identieke –ig en dat kan storend werken.

In de vergaderingen in 2017 van de nieuwe Tweede Kamer wint (afgaande op de Handelingen maar daar kán correctie van de Dienst Verslag en Redactie een rol in spelen) behartigenswaardig het met 11 tegen 3 van behartenswaardig. Die laatste drie betreffen:

  • Marten van Rooijen (50PLUS en bepaald senior) zei: “De minister-president sprak over het personeelsbeleid van de overheid in het algemeen en maakte daar een aantal behartenswaardige opmerkingen over….”
  • Aukje de Vries (VVD): “DNB heeft daar ook een aantal behartenswaardige dingen over gezegd.”
  • Isabelle Diks (GroenLinks) staat als volgt geciteerd in de voorlopige Handelingen: “De minister geeft een aantal behartenswaardige voorbeelden van hoe zij in haar nieuwe nota met handelspolitiek wil omgaan.”

Behartenswaard(ig) komt al vóor 1900 in de Handelingen voor: “De geachte afgevaardigde heeft verder een zeer behartenswaardig woord gesproken over kolenstations (…)” (15 juni 1898). Ook al meer dan een eeuw oud is dit citaat: “Hetgeen de geachte afgevaardigde heeft betoogd, is in hooge mate behartenswaardig voor zoover het positieve wenken behelst omtrent (…)” (14 november 1912).

In geschreven media is behartenswaardig inmiddels echt wel vindbaar. Marjoleine de Vos (dichteres en NRC-redactrice) schreef ondanks haar onmiskenbare taalprecisie: “(…) daarin staat een hoop behartenswaardigs over vrijheid van meningsuiting” (NRC 11 december 2017) *)

Ook Jacques J. d’Ancona heeft een geschiedenis van nauwkeurige omgang met taal achter zich: ik leerde hem kennen toen ik in de vroege jaren ’70 nachttikker was op het Nieuwsblad van het Noorden en hij kunstjes schreef (‘recensie’, niet in Van Dale) en soms een week nachtdienst had als bureauredacteur. Jacques lette echt op, ook op taal. Ik leerde bijvoorbeeld van hem fusioneren en niet fuseren, de achternaam van een beroemde vierspanrijder is Tjeerd Velstra, niet Veldstra.

Jacques d’Ancona, DvhN 3 april 2017: “Behartenswaardig zal het niet worden tijdens de 78 minuten dat Jeroen Leenders zichzelf het woord verleent.” *)

*) Gevonden via LexisNexis.

 

In verband met Pasen verschijnt de volgende aflevering op 6 april a.s.

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Talen in de Tweede Kamer

Theo Hiddema (FvD) was een jaar geleden een van de vele nieuwkomers in de Tweede Kamer en het was dus niet onlogisch dat hij dit jaar ook een van de velen was die een maidenspeech hielden. Aparter was dat Hiddema daarbij zijn moedertaal te hulp riep en een deel van het Friese volkslied uitsprak. “Frysk bloed tsjoch op, wol no ris brûze en siede.”

Dat noemde Theo Upt Hiddema – één-aprilskind uit Holwerd (1944) – het “heel druistige begin” van dat Friese volkslied. Druistig ‘wild, onbesuisd, plomp’ is een woord dat Van Dale niet algemeen gangbaar noemt. Ik houd het voor Noord-Hollands en vanuit die regio via de sportjournalistiek in het Nederlands beland. Het werd op 6 april 2017 voor het eerst ook gebezigd in dat forum van de democratie dat de Nederlandse Tweede Kamer is of behoort te zijn. Hiddema voedde de juistheid van de stelling, dat maidenspeeches toenemend een persoonlijk karakter krijgen. (Zie daarover een eerdere Namen-aflevering.)

Het Fries speelt in de Tweede Kamer een bescheiden rol. Het Engels is langzamerhand juist overweldigend aanwezig daar aan Het Binnenhof, maar bij het doorbladeren van de bijdragen in 2017 was ik ook verrast door de hoeveelheid Duits. Doch! Bescheiden, op enorme afstand van het Engels en toch onmiskenbaar aanwezig.

Het kan zijn dat de huidige minister-president dat bevordert, ook dit jaar gebruikte hij zijn vaker aangehaalde Schritt für Schritt. Chefsache was te horen en die vreemde uitspraak dat elke consequentie zum Teufel leidt. Fingerspitzengefühl kwam langs en minister Asscher varraste toen hij zei: “Daarvoor geldt echt dat de rechtsstaat met zich meebrengt dat er meer nodig is dan alleen maar “er hat ein Gaunergesicht und das genügt” (…)”. Fleur Agema (PVV) had het over het “per 2013 en 2014 rücksichtslos sluiten van de verzorgingshuizen”.

Ook 50-PLUSlid Martin van Rooijen viel op, door zijn filibusteren (waarmee hij zovelen voor zich innam, niet in het minst een gevolg van het putten uit zijn politieke herinneringen) en binnen het kader van dit blog door zijn taalbewuste uitspraak die bleek in het “Hillen-debat”. Van Rooijen vroeg zich af of een bepaalde optie, te weten “de verhoging van het minimumgestanddoeningspercentage, een “Schlangewort”, niet reeds afdoende bescherming zou zijn”.

Martin van Rooijen 50PLUS

 

 

 

 

 

 

 

 

De taalbewustheid van Van Rooijen bleek uit het besef dat minimumgestanddoeningspercentage inderdaad een woord met bovengemiddelde lengte is en dat hij daarom een ‘slangenwoord’ doopte. Ik begrijp dat pythons tot zo’n 8 meter kunnen halen – maar dat feit was makkelijker op internet te achterhalen dan het bestaan van Schlangewort in het Duits, dat ik niet kende. Wat meer zegt, het grote woordenboek van die taal, Duden, deelt mee, het niet te kennen (en Schlangenwort evenmin).

Hoewel er in het kader van dat filibusteren van 21 op 22 november werkelijk alle gelegenheid voor was, heeft dat Schlangewort niemand van de aanwezige Kamerleden naar de interruptiemicrofoon gebracht met een vraag om nadere uitleg. Dat had Van Rooijen uiteraard graag nader toegelicht, want zo was de sfeer bepaald bij die bijzondere parlementaire bijeenkomst.

P.S. Dit is de oplossing van het puzzeltje van afgelopen vrijdag. In de ondertitels stond:
a) En is de grappenhuis uw goede jongen kan je oren

Lees: Minister Grapperhaus – Hugo de Jonge – Kajsa Ollongren

b) sales perry

Lees: Salisbury (door Rutte inderdaad uitgesproken alsof het Salesbury was)

c) bewuste

Lees: de Russen

Bonusopgave: er wordt ie kaolien en

Dat is voor de automatische ondertiteling hetzelfde als kan je horen en dus nogmaals vice-premier Kajsa Ollongren.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Staat hier volgende week kan je oren

Na de wekelijkse persconferentie van de minister-president duurt het niet lang, of Youtube heeft het geheel online gezet. Ook Politiek24 zendt het na die eerste rechtstreekse keer nog een aantal malen in het aansluitende weekend uit, al weet je nooit wanneer precies. Bij al die herhalingen op NPO of Youtube wordt er voor de geïnteresseerde een automatische ondertiteling aan toegevoegd. Dat is gewoon een kwestie van Teletekst 888 aanklikken of het hokje CC op Youtube.

UITZOEKEN EN FIJN VERTELLEN

Prachtige service.

Rampzalige service die net zo goed achterwege kan blijven. Laten we even kijken naar de bijeenkomst in Nieuwspoort van afgelopen vrijdag, 16 maart 2018. Premier Rutte zegt: “ik kom nu uitzoeken en fijn vertellen” – volgens die ondertiteling, maar in werkelijkheid is het “Ik kan u uit persoonlijke ervaring vertellen”. De campagnes zijn begonnen, zei Rutte, voor de gemeenteraadsverkiezingen maar ook voor het referendum over de WIV. De WIV, anderen zeggen de Sleepwet: “hij helpt om ons land krijgt te houden”. Aldus de ondertiteling. Wie niet kijkt maar luistert, die weet dat de premier “veilig” zei.

Hij sprak over communicatie op de internetkabels “en het gratis ook een nu en bevoegdheden” – jawel, “gratis ook een nu en bevoegdheden”! Hier zien we aantoonbaar een bijzonderheid van Mark Rutte: nuwe zeggen maar nieuwe bedoelen, want in werkelijkheid zei hij “vraagt dus ook om nieuwe bevoegdheden”. “Mensen lieve wil” staat in beeld, maar luister: “mensen van goede wil”.

Rutte spreekt soms snel en de ondertiteling verstaat dan bijvoorbeeld “nu is het soorten minister” terwijl gezegd is “Nu is het zo dat de minister”. Of “als goed wil een deur” in plaats van “als goedwillend burger” – het is te veel om op te noemen en het roept de vraag op: waarom staat die baarlijke nonsens in beeld en waarom blijft die daar staan? Is er niet iemand bij de grote firma’s die de ondertitels voor Teletekst of Youtube verzorgen, éventjes in staat om wat te corrigeren? Na vicchio gezond = nou, vind ik heel gezond!

Het is bijna weekend. Wie wil, die puzzelt wat op de volgende opdrachten. In de volgende drie stukjes tekst gaat het achtereenvolgens om a) de namen van drie ministers uit Rutte-III die bij elkaar gezet zijn, b) een plaats in Engeland en c) een Europees volk. Komende maandag volgt de oplossing.

a) En is de grappenhuis uw goede jongen kan je oren

b) sales perry

c) bewuste

De tweede is waarschijnlijk de makkelijkste, het werd zichtbaar verkeerd uitgesproken door de Dutch Prime Minister.

Nog een bonus-opgave? Ook een minister in ondertitelvorm: “er wordt ie kaolien en”.

Goed weekend!

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Namen noemen we… (ix): Uyliaans, Agtiaans, Kokkiaans

Het ging er hier vaker over, de naam van een politicus voorzien van een achtervoegsel, vooral –iaans. We kijken er als afsluiting van dit reeksje nog eenmaal in het bijzonder naar. Natuurlijk was er in dit blog al sprake van het Ruttiaans, inclusief een heel overzicht van concrete voorbeelden. En Femke Halsema werd royaal geciteerd in een aanval op de voorganger van Mark Rutte, Jan Peter Balkenende. Die kreeg van haar overigens het langere achtervoegsel –eriaans in aansluiting op Lubberiaans, maar Balkenendiaans komt ook diverse malen in de Handelingen voor. Ruttiaans heeft voor mij vooral betrekking op taalkanten van de huidige premier, maar –iaans of –eriaans hoeft daartoe helemaal niet beperkt te blijven. Freudiaans is evenmin een taalaanduiding als dat het geval is met de knoop die Gordiaans is.

Wordt er naast Rutte, Balkenende en Lubbers veel naar premiers verwezen via dit suffix? Nu ja veel, het gebéurt: Uyliaans, Agtiaans, Kokkiaans komen in het politieke taalgebruik voor, Calsiaans ook. Maar van Barend Biesheuvel vinden we zo’n afleiding meen ik evenmin als van Piet de Jong of van Vic Marijnen, laat staan van De Quay. Komen er naast Cals, Van Agt en Lubbers dan nog meer katholieke om niet te zeggen KVP-politici in dit stukje van het lexicon voor? Jazeker, Rommiaans, Schmelzeriaans bestaan als term en ik vermoed beiden eerder op basis van politieke handelingskenmerken dan talig. Enkele CDA’ers van andere bloedgroep zijn vernoemd via aanduidingen als Algrariaans, Biermaniaans, Brinkmanniaans, Heermariaans – niet alle nog even bekend. Donner heeft het nog verder geschopt: op hem gebaseerd is niet alleen het woord Donneriaans maar hij kreeg als enige ook een ontkenning in de vorm van het on-Donneriaans!

De VVD is buiten Rutte verder nog vertegenwoordigd in wat ik kon vinden via Bolkestein, Thorbecke, Wiegel en Zalm, en vooruit, er is ook het Wilderiaans. Verdonk heeft deze aanduiding op –iaans niet gekregen en Neelie evenmin, hoezeer daar allicht aanleiding voor was. Maar in haar geval ligt dat door geregelde naamswisseling misschien ook wat lastiger. Wat veel belangrijker is: vrouwen lijken in dit taalspel systematisch te ontbreken.

Hoe talig gemarkeerd sommige politici uit bijvoorbeeld de SGP ook zijn geweest – mannen dus -, er is kennelijk nooit de behoefte geweest om hun variant van de tale Kanaäns of hun houding aan te duiden met bijvoorbeeld het Dissiaans, het Vliesiaans, althans ik heb ze niet kunnen vinden. Ja, en bij de namen van ds. Abma en Kees van der Staaij heeft dat achtervoegsel het nóg lastiger doordat hun familienaam op een klinker uitgaat.

Ook vreemd, de SP lijkt gevrijwaard gebleven te zijn van dit soort etiketten, alsof Jan Marijnissen, Stan Poppe of Ronald van Raak zich niet voldoende luid en duidelijk hebben laten horen. Kees Vendrik (GroenLinks) overkwam het wél (Vendrikiaans) en ook hij liet zich duidelijk gelden in de Tweede Kamer. Nee, het verschil tussen de SP en de PvdA is hemelsbreed: een ministerschap én sociaal-democraat zijn is bij wijze van spreken een garantie om Duisenbergiaans, Peperiaans, Pronkiaans, Ritzensiaans (en Ritzeriaans) opgeplakt te krijgen. Noodzakelijk is een kabinetspost niet: Duivesteijniaans komt voor, maar hoe voor de hand liggend ook, Wallagiaans vind ik nergens terwijl de taal van Wallage bij nadere beschouwing geregeld opvalt. Al met al is het een grote opsomming voor een partij die na Drees zo kort deel uitmaakte van de regering, tenminste afgemeten naar de vroegere omvang. Pechtold en Rutte hebben de laatste jaren althans het Dreesiaans met terugwerkende kracht nog aan het PvdA-rijtje toegevoegd.

 

 

 

 

 

 

 

Wat al die namen in het bijzonder betekenen? Het is lastig te bepalen voor ons, niet-tijdgenoten en het is een heel gezoek bovendien. Het voordeel van zo’n overzichtje als hier is, dat dit ‘t misschien wat makkelijker maakt om dat preciezere inzicht te krijgen. De bedoelde inhoud van een familienaam op –iaans moet al bijna te bedenken zijn op basis van de relatie met de bedenker/afzender. Zó voorspelbaar is het Binnenhof waarschijnlijk wel.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Namen noemen we… (viii): buitenlandse invloed

Niet verbazingwekkend is de constatering dat er in buitenlandse talen andere regels gelden dan in het Nederlands. Hebben wij in het Nederlands een vrij strikt verbod op een familienaam als eerste lid van een compositie (Hillen-regeling is een voorbeeld van iets tegen onze regels, zie de vorige bijdrage), buitenlands aandoende voorbeelden zijn er in de Handelingen van de TK-2017 echt wel te vinden.

Volgens de fractievoorzitter van FvD zijn er ten opzichte van het onderwerp-Europa twee smaken. Baudet zei in de Tweede Kamer: je bent voor een Brexit of je steunt de Macron-Merkeltandem. Nederlandse waarden worden er misschien niet door bedreigd, maar een woord als Macron-Merkeltandem is structureel gezien ongebruikelijk in het ABN. Martin Bosma (PVV) sprak van de “Soros-/Merkelagenda van omvolking en islamisering” – idem dito, zei men in het Latijn.

Danai van Weerdenburg (PVV) sprak  in de Tweede Kamer in het kader van het internationale handelsverdrag TTIP. Ze verwees naar het Amerika onder de Obama-administratie. Dat is even on-Nederlands als andere samenstellingen die beginnen met een familienaam, want een Rutte-adminstratie kennen we nog niet.

Die composita – de enige van deze soort die ik in de Handelingen van 2017 kon vinden – zijn buitenlandse sporen in het Nederlands waar er zoveel van zijn – en wie zou zoiets willen verbieden. Sjoerd Sjoerdsma (D66) spreekt over het buitenland en stelt een dubbele vraag aan de minister: “Eén: zal hij alles op alles zetten om de sancties in stand te houden, zolang de Minsk-akkoorden niet volledig zijn uitgevoerd? En twee: wat vindt hij van de Magnitsky-acts, die nu in sommige landen, ook in Europese landen, worden ingesteld?” Aan Magnitsky-acts laat Sjoerdsma zien dat het Engels is, bij Minsk-akkoorden niet anders waren het bijvoorbeeld wel agreements geweest. Joël Voordewind (CU) zei: “Nederland zou verantwoordelijk zijn voor de dood van 8.000 Srebrenica-mannen”.

Nu is Magnitsky een persoonsnaam (Sergej Magnitsky was een Russische advocaat die onderzoek deed naar corruptie, zelf gearresteerd werd en in 2009 na bijna een jaar in zijn cel overleed), maar Minsk is als de hoofdstad van Wit-Rusland een geografische eigennaam net als Srebrenica. Kunnen die gemakkelijker als eerste deel van een Nederlandse samenstelling fungeren? Iets als Wageningen Universiteit mag het tegendeel suggereren, het tegendeel is het geval. Wageningen Universiteit is de een-op-eenvertaling van Wageningen University, vandaar dat het ook als twee woorden geschreven wordt – het blijft een vreemde eend, maar in het Nederlands zouden we zo’n compositum eerder als Wageningenuniversiteit noteren.

Minister Kaag (internationaal gelouterd en dat klinkt inmiddels wat in haar moedertaal door) zei: “De bekende Princeton-econoom Dani Rodrik was laatst in Nederland (…)”. Dat is nog geen gangbaar Nederlands, zoals dat ook niet het geval zou zijn wanneer iemand van een Rotterdam-econoom, een Utrecht-veearts of een Leiden-arabist zou spreken. Een VU-econoom is een ander en veel acceptabeler geval: kennelijk accepteren we zo’n samenstelling als deze begint met een universitaire naam wel, behalve als deze toevallig ook een plaatsnaam is. Princeton is een stad in New Jersey.

PRINCETON UNIVERSITY

Is het bij landennamen anders? Pieter Omtzigt had het over een Turkije-rapporteur, Alexander Pechtold sprak geregeld van de Turkije-afspraak die Malik Azmani (VVD) telkens Turkije-agreement noemde, Kees Verhoeven (D66) EU-Turkije-afspraken. Het is een logische veronderstelling dat landennamen in het Nederlands dezelfde behandeling krijgen als plaatsnamen. Maar als gevolg van onze internationale contacten en dus beïnvloeding beginnen we daar soepeler mee om te gaan in het Nederland-Parlement.

Voor wie een andere indruk mocht krijgen nog even benadrukken: het is uiteraard ieders vrijheid van (menings)uiting om de hier on-Nederlands genoemde woorden te gebruiken. Als dat genoeg gebeurt, is Nederlands geworden wat voorheen fout gerekend werd. Wat vandaag correct gevonden wordt, hoeft dat morgen niet meer te zijn.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment