Wirtschaften

Nederlands, het West-Nederlandse Nederlands is de eerste taal van Mark Rutte, dicht op de hielen gezeten door het Engels. Het lijdt geen twijfel dat Duits de derde in de rij is, maar wel op duidelijke afstand van de nummers één en twee. Die derde taal brengt ons bij het werkwoord wirtschaften dat bij de meer raadselachtige taal-elementen van Mark Rutte gerekend moet worden. Binnen Den Haag heeft het woord een zekere maar daarbuiten toch weinig navolging gekregen, tot dusver. Er is wel eens in een krant gemopperd dat de premier het gebruikt (Luuk Kortekaas in het AD van 21.01.2011, “Mark Rutte, spreek je moerstaal!”) maar in dat opzicht is het al jaren stil. Het on-Nederlandse werkwoord wirtschaften is typerend voor de Nederlandse MP Rutte en het wekt althans bij mij een komische althans niet helemaal serieus te nemen impressie. Tóch weer wat tongue-in-cheek, tóch weer de aandachtafleider misschien?

DURCHWINKEN in TAZ 19.09.2016 naar LexisNexis

DURCHWINKEN in TAZ 19.09.2016 naar LexisNexis

Duits is er inderdaad nu en dan uit Rutte’s mond te horen. Durchwinken werd in de loop van 2015 een andere topper, het door laten gaan van asielzoekers zonder nadere registratie (wave through). Maar meestal heeft het Duits van de minister-president een gewoner gewaad. Het Duits is minder idiomatisch dan z’n Engels en hij bedient zich er ogenschijnlijk van om extern de goede relatie met zijn collega Merkel te onderstrepen: “Mijn Duitse collega zou zeggen Schritt für Schritt” (MP-gesprek 05.02.2016), “wir sind uns einig” (PC 08.06.2012 en eveneens op PC 22.06.2012). Hij had het over Regierungsdelegation ‘regeringsdelegatie’ (PC 15.04.2016) – dat ligt zó pal naast het Nederlands, dat het gebruik van de vreemde taal een vreemde indruk wekt maar de attentie in elk geval even op iets anders richt. Eenmaal koos Rutte olijk voor een hálf-Duits woord in de vorm van persberichtwürdig (PC 31.05.2013): op de wekelijkse persconferentie kan er ook met de MP gesproken worden over zaken die nog niet rijp zijn voor een afgerond persbericht.

Wirtschaften is een apart geval, omdat het in het Duits in feite altijd gerelateerd aan de economie, de betekenis van Wirtschaft. Maar bij de Nederlandse premier staat wirtschaften voor iets algemeners. Lange spreektijden in de Tweede Kamer? Als het gebeurt en er wordt wat van gezegd, “dan is het aan de Kamer onderling om daar op te wirtschaften.” (PC 15.06.2012) Een ongewenste uitkomst van het referendum over Oekraïne? De premier: “Ik moet nu vooral met die uitslag wirtschaften” (MP-gesprek 08.04.2016). Het Reglement van Orde of de uitslag van een raadgevend referendum hebben bij voorbaat niet per se met economische zaken te maken en voor Duitse oren moet wirtschaften in dat verband vreemd klinken in het Nederlands. De betekenis lijkt dus iets te zijn als ‘het uitzoeken en daarna beslissingen nemen’. Maar zo staat dat nog niet in de Duitse woordenboeken. Wirtschaften in het Haagse Nederlands is acteren in de nieuwere betekenis ‘handelen’.

Heel lang dook het woord (zij het vrij incidenteel) op in de Tweede Kamer maar altijd in relatie met de economie. De oudste vindplaats in de niet-Duitse betekenis dateert van 19 maart 1987. Volgens de Handelingen zegt minister Louw de Graaf (CDA) dan: “In staatsrechtelijke zin gelden hier niet de bezwaren, die ik eerder heb genoemd; dat moet ik toegeven. Ik zal aan de hand van deze vragen nagaan, in hoeverre wij hiermee in de toekomst kunnen “wirtschaften” maar ik kan geen antwoord geven op de vraag, of wij in dit verband een wetswijziging zouden moeten voorstellen.” Het ging over de Vrije Beroepsbeoefenaren en hun inkomens, maar dat laatste speelde hier geen rol want het was een juridisch-technisch antwoord van De Graaf.

Louw de Graaf, naar Parlement & Politiek

Louw de Graaf, naar Parlement & Politiek

P.S. Rutte is de bekendste en waarschijnlijk geregeldste gebruiker van het werkwoord wirtschaften maar hij heeft het dus niet geïntroduceerd, hooguit gereanimeerd. Het woord duikt vanuit Vak K nu en dan op in bijdragen van allerlei partij- en (wisselende) coalititiegenoten in VAO’s en het lijkt denkbaar dat Rutte hierop van invloed is geweest en zijn rol als primus inter pares onderstreept: minister Blok en staatssecretaris Weekers, minister Verhagen, staatssecretaris Dijksma, minister Hillen. Maar het vaakst was het woord te horen in teksten van minister Timmermans, de polyglot. (Bijvoorbeeld: “Ik vermeld dat maar even, omdat het ook een realiteit is waar de EU mee te wirtschaften heeft, zoals dat heet.” VAO 17 september 2013)

Toevoeging 19.10.2016: Een kennis wijst me onder dank dezerzijds op het grote Duitse woordenboek van Grimm. Daarin staat als vijfde betekenis van wirtschaften “‘hantieren, schalten und walten, arbeiten’, besonders in zielloser, verworrener art.” Hij blijft het gebruik in het Nederlands van dat werkwoord in de genoemde (en neutralere) betekenis vreemd vinden.

Toevoeging 27.11.2016: Op de persconferentie na de ministerraad van 25 november 2016 vertelde de premier aan de journalisten dat Tagesordnung het Duitse woord voor ‘agenda’ is.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord).
Publicaties staan onder het kopje C.V.

This entry was posted in Taal van Rutte and tagged , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *