Autochtoon en allochtoon

IN HET NIEUWS is begin november 2016 wat Nu.nl bijvoorbeeld zó omschrijft: “De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stoppen met het gebruik van de woorden ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’. De woorden zijn niet langer precies genoeg en te stigmatiserend voor specifieke bevolkingsgroepen, schrijft de WRR in een dinsdag gepubliceerd rapport waarover de Volkskrant schrijft.” En verderop in hetzelfde bericht: “Daarbij heeft ‘allochtoon’ een negatieve lading gekregen. De woorden, bedacht in 1989, hadden juist als doel om termen als buitenlander of etnische minderheid te vermijden. Allochtoon en autochtoon waren toen neutrale begrippen.”

NRC Handelsblad geeft op dezelfde eerste november vergelijkbare uitleg en andere historische achtergrond: “Het woord „allochtoon”, letterlijk „van een ander land”, was ooit bedoeld als neutraal. Socioloog Verwey-Jonker introduceerde de term in 1971 ter vervanging van het beladen „buitenlander” en „vreemdeling”. Maar nu heeft ook „allochtoon” zijn tijd gehad, schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in een deze dinsdag verschenen rapport.”

Dat allochtoon een aanvulling was op het bestaande autochtoon is zonder twijfel het geval. In de Tweede Kamer bijvoorbeeld kwam allochtoon voor het eerst in de Handelingen op 12 februari 1969. De Kamer spreekt dan over “Regelen nopens de hygiëne op en in kampeerplaatsen”. In het debat daarover citeert Hannie van Leeuwen (ARP later CDA) uit een Wagenings rapport waarin accommodaties in Gaasterland vergeleken worden met die in de Brabantse Kempen. Terloops staat er: “In de Kempen zijn de bedrijven door de ondernemers – de meerderheid is allochtoon – groter opgezet.” Dat is dus een citaat uit 1968 of eerder en het is daarom onwaarschijnlijk dat Hilda Verwey-Jonker het drie of meer jaren later nog kon introduceren. Zie ook wat de KB Ngramviewer laat zien voor allochtonen. De oudste (niet-gecontroleerde) vindplaats van deze variant is 1959.

ALLOCHTONEN-1959-1995-KB-Ngramviewer

ALLOCHTONEN-1959-1995-KB-Ngramviewer

Autochtoon is van oudere datum. Koenens handwoordenboek heeft het in elk geval al in de uitgave van 1904: Autochtonen “oorspronkelijke d.i. uit den grond zelven geboren bewoners van Griekenland; van elk ander land”. In de Tweede Kamer valt het woord aantoonbaar vóor 1900. Zie ook hier wat de KB Ngramviewer laat zien maar nu voor autochtonen. De oudste vindplaats van deze variant is 1862.

AUTOCHTONEN-1862-1995-KB-Ngramviewer

AUTOCHTONEN-1862-1995-KB-Ngramviewer

Er is voor hedendaagse ogen wel iets verrassends in de betekenis te zien. Een autochtoon mag ook volgens Van Dale “een oorspronkelijke bewoner van een land” zijn, we denken toch in de eerste plaats aan de situatie in Nederland. Allochtoon wordt nu immers vervangen door de langere aanduiding “inwoners met een migratieachtergrond” en autochtoon door de even onpraktische term “inwoners met een Nederlandse achtergrond”. Als ze niet zo op elkaar leken, zou het niet lang duren of een ambtenaar bedacht daarvoor de neutrale begrippen IMA en INA: die lijken geen scheldwoord te kúnnen worden omdat het twee druppels water zijn.

Nu de surprise. Als er in het Nederlandse parlement in de koloniale periode sprake was van autochtonen, dan hadden de Kamerleden Papoea’s, Javanen e.d. op het oog: weliswaar autochtoon maar zeker niet in Nederland. Er is in alle stilte iets veranderd in de loop van de 20ste eeuw.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in In het nieuws and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *