Aan snee

Het eerste gebruik van de uitdrukking aan snee komen zal stammen uit de wereld van de turf, “gedolven of gebaggerd veen, in stukken verdeeld en gedroogd om vuur van te stoken” (Van Dale). Als er veengrond in cultuur gebracht werd, heette dat aan snee komen of brengen. Het betrof het snijden in de grond waaruit de turf gewonnen werd. Het was dus iets inchoatiefs, het drukte vooral een begin van een handeling uit. De route naar een figuurlijker toepassing zien we als een Brabantse krant schrijft: “Eerder al komt de A58 aan snee. De verbreding tussen Eindhoven en Tilburg en tussen St. Annabosch en Galder zou al in 2020 kunnen beginnen.” Hier is in elk geval sprake van grond en daar wordt door menselijk ingrijpen iets aan veranderd, aangepast aan de wensen van de menselijke soort – allemaal zoals in de tijd van de turfwinning.

AAN SNEE Eindhovens Dagblad 19.02.2016

AAN SNEE Eindhovens Dagblad 19.02.2016

Maar het lijkt een stapje verder als we lezen: Tapijtcentrum aan snee. Dat is een kop boven een artikel dat begint met: “Na jarenlange leegstand en verloedering lijkt er nu weer schot te komen in de nieuwbouwplannen voor het voormalige Tapijtcentrum.” (Via LexisNexis.) En een nog iets verdere afstand tot de oorsprong illustreert de gemeente Delfzijl. De wethouder spreekt van een versterkingsoperatie bij schoolgebouwen in het aardbevingsgebied – hij heeft het daarbij over onderkomens “die later nog aan snee komen”. Van een cultuurterm is aan snee komen een uitdrukking die vervolgens naar de planologie en vandaar naar de politiek is verhuisd (vergelijk de ontwikkeling bij Oogharen).

Het kan nog minder praktisch-concreet, luister naar minister-president Rutte op z’n persconferentie van 12.02.2016 :

  • de thema’s van de Europese Raad van volgende week zullen aan snee komen
  • omdat Henk Kamp natuurlijk ook wel een paar hele lastige dossiers aan snee heeft gehad in de Tweede Kamer

Aan snee komen betekent inmiddels dus ‘op de agenda van een vergadering geplaatst, aan de orde komen’.

Het werkwoord snijden krijgt inmiddels eveneens een specifieker gebruik in de mond van de premier. In het debat over Oosting-II zei Rutte: “Niet in de zin van besluitvormend, wel in de zin van geïnformeerd; dat klopt. Als je het zo precies wilt snijden, heeft de heer Segers gelijk.” Vergelijk voor iets soortgelijks de reactie van de premier op de bijdrage van PvdA-woordvoerder Recourt in hetzelfde debat: “Dat is een continuüm. Je kunt geen harde knip maken en zeggen: nu gaat het te ver.” In beide gevallen ging het om de grens waarover het vroegere Kamerlid Van der Steur al dan niet was gegaan in zijn hulp bij de beantwoording van vragen door zijn geestverwante minister aan de Tweede Kamer. In beide gevallen (het precieze snijden en de harde knip) is het een opmerkelijk proza waarop de aandacht van de luisteraar wat gericht moet zijn… en dus eventjes afgeleid van de inhoud.

Aan snee is zeker niet door Rutte geïntroduceerd. Het werd bijvoorbeeld al door de destijdse Kamervoorzitter gebruikt voor het maken van een agenda-opmerking in 1995: “Als de brief vanavond komt, wordt het wat lastig om morgen om 10.15 uur die zaak meteen aan snee te brengen.”

Het Kamerlid Bóertien (ARP/CDA, de latere minister en CdK in Zeeland)1) was de eerste die deze figuurlijke lezing citeerde tijdens een debat op 19 september 1968 over de invoering van Boek I van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Hij deed dat door een tekst uit het Groninger Advocatencabaret aan te halen uit 1957 (“Men komt niet op glee met het nieuwe B.W., En steeds nieuwe kwesties die komen aan snee”), een rijm dat wellicht geschreven is door Seth Gaaikema.

Royaalste gebruiker van aan snee was in het nabije verleden het vroegere SGP-kamerlid Van der Vlies.

1) Boertien stelde kennelijk prijs op de juiste uitspraak van zijn familienaam met het hoofdaccent op de eerste lettergreep, boertien betekent ‘boer-tje’. Ik weet dat door een bezoek in de jaren ’90 aan bij wat toen nog de Radionieuwsdienst heette in Hilversum. Daar was een systeemkaartenbak met aantekeningen omtrent de correcte realisering van namen voor de microfoon. Boertien stond erin opgenomen.  Als bron voor dit uitspraakvoorschrift stond iets genoteerd als: “De Commissaris heeft zelf gebeld.”

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in Taal van Rutte and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *