Ambitie

De beste wensen voor 2017, lezer!

Het voornemen bij het begin van dit blog was – zie het kopje Verkennend -, de mogelijkheid te onderzoeken om 100 stukjes te schrijven over de taal van de Nederlandse minister-president, Mark Rutte. We zijn royaal op weg. Als ik het goed uitreken, kunnen we dat mijlpaaltje op 23 januari bereiken wanneer het lukt om dagelijks iets aan dit blog toe te voegen. Dat zou mooi treffen, want op die datum mag ik een bijdrage leveren aan de eerste avond in een serie van drie over taal en taalgebruik in de politiek, georganiseerd door Studium Generale Groningen.

Er zijn weinig woorden die een ondernemende minister-president zo graag zal gebruiken als ambitie maar diezelfde gebruiksfrequentie voorspelt al bij voorbaat dat de betekenis aan inflatie onderhevig is. Op de eerste persconferentie (05.11.2010) was Mark Rutte daarover al zeer duidelijk: “Er zijn grote ambities om grote hervormingen door te voeren.” Ambitie was oorspronkelijk niet niks, Van Dale geeft ‘eerzucht’ als eerste betekenis. De andere liggen in hetzelfde straatje: ‘begeerte om te verwerven’ of de langere omschrijving “streven naar en lust tot goede of betere vervulling van een ambt, een taak, ijver, lust om te werken”. Wat moeten grote, laat staan enórme ambities dan wel niet zijn? Wat zegt het dat er niveaus van ambitie zijn?

Hoe geregelder ambitie gehoord wordt, des te sneller het in de richting komt van een veel gewoner woord doel of nóg bescheidener plan. Terwijl die laatste termen wat alledaags klinken, heeft ambitie iets extra’s, iets met pretenties waar iemand in de politiek mee voor de draad kan komen. Misschien komt dat wel door het bijvoeglijke naamwoord ambitieus. Het woordenboek omschrijft het als ‘eerzuchtig’, ‘ijverig’ en dat zijn zwaardere kenmerken dan wat er past bij het woord ambitie: daar is ambitieus wel van afgeleid, maar het basiswoord is inmiddels naar de inhoud dus behoorlijk afgezwakt. Op z’n persconferentie van 19 augustus 2016 legde Rutte uit dat het de ambitie van de Benelux is om te kijken of er samen “posities” kunnen worden afgestemd voor een informeel overleg in september in Bratislava. Poepoeposities afstemmen! Hier is ambitie tot iets van een wel zeer beperkte inhoud geworden.

Op de persconferentie van 13 april 2012 antwoordde de premier, in de tijd van wekenlange radiostilte met Catshuis-overleg tussen VVD, CDA en PVV, op de vraag “Hoe zou u de fase waar u in zit willen kenschetsen?”: “De fase is dat wij proberen een antwoord te formuleren op de CPB-cijfers die begin maart zijn verschenen en onze ambitie is om met een robuust antwoord op die cijfers te komen.” Een robuust antwoord op de cijfers: daar is ambitie gelijk aan ‘voornemen’. Het kabinet viel niet lang daarna.

Woorden-uit-de-directe-omgeving kunnen de vroegere inhoud van een woord beter vasthouden: dat toont ambitieus even goed ten opzichte van ambitie als doodleuk ‘langs z’n neus weg’ tegenover leuk dat niet meer ‘droogjes’ betekent zoals vroeger, maar zich ontwikkeld heeft tot ‘grappig’. Vergelijk het werkwoord communiceren dat een veel gewonere, ja afgesleten indruk wekt in vergelijking met het daar bij horende communiqué.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord).
Publicaties staan onder het kopje C.V.

This entry was posted in Taal van Rutte and tagged . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *