Verhipt

“Dat verhipte Latijn!” schrijft Van Dale als voorbeeld bij het bijvoeglijk naamwoord dat hier een verwensing uitdrukt. Verhipt ligt dicht bij verhip ‘dat is waar ook’, uitroep van verbazing, schrik, ongeduld. Een tussenwerpsel, een bijwoordje van graad.

Concreet gebruik van verhipt opzoeken in kranten leidt tot twee verschillende feiten die Van Dale niet of nog niet heeft opgemerkt althans opgenomen. Het eerste is, dat die verwensende vorm kennelijk vooral Noordelijk is. Niet-algemeen zou Van Dale bij zoiets met een zeker voorbehoud kunnen schrijven. In het Dagblad van het Noorden zijn dus allerlei gevallen vindbaar, drie als voorbeeld:

  • “Christenunie-raadslid David de Jong stelt vast dat het al jarenlang ‘verhipt lastig’ is om in Groningen een betaalbaar huis met een tuin te vinden.” (20.09.2007)
  • “Het CDA Drenthe zat plots met een luxe probleem. Twee verhipt goede kandidaten.” (21.01.2009)
  • “De gravers naar historie zitten echter met een lelijke leemte: over de periode 1935 tot 1970 is er verhipt weinig informatie.’ (13.02.2009)

Ook in de Leeuwarder Courant zijn ze aan te treffen, maar minder in aantal en daar meer in dialectische teksten. In andere regionale bladen staan ze (neem ik op grond van een steekproef aan) niet of nauwelijks. Verhipt onderstreept dus het problematische karakter van het direct volgende woord – vooruit, dat komt in de buurt van een verwensing.

In vooral West-Nederlandse bronnen zien we verhipt veel uitbundiger gebruikt, maar dan als vorm van het werkwoord verhippen ‘hip worden’. Een kleine bloemlezing van voorbeelden uit het afgelopen jaar:

  • “Veel scheefwoners van vandaag hebben destijds een sociale woning gehuurd in slechte wijken zoals de Amsterdamse Jordaan of Pijp. Nu deze buurten verhipt zijn, willen velen in hun goedkope woning blijven zitten.” (Vrij Nederland 09.01.2016)
  • “Zeker na de aanleg van de Rijnhavenbrug ‘verhipt’ het Deliplein en omgeving zienderogen.” (AD/Rotterdams Dagblad 26.03.2016)
  • “’Het is daar helemaal verhipt. De Javastraat is één grote yuppenstraat, met biologische yoghurtwinkels en azijnzaken. De Marokkaanse en Turkse slagers zijn bijna allemaal weg. Het is geen volksbuurt meer met moeders die drie kilo tomaten kopen voor hun zeven kinderen.” (De Volkskrant 29.08.2016)
  • “Toen ik in Leiden aankwam, was er geen enkel terras. Nu struikel je erover. De musea zijn verhipt en het culturele aanbod is gestegen.” (Leidsch Dagblad 03.11.2016)
  • (over Kopenhagen) “We zitten in het kantoor van de dienst Stedenbouw in de wijk Islands Bryggen die in rap tempo vernieuwt en verhipt.” (De Groene Amsterdammer 26.10.2016)
  • “De motor verhipt, zegt Everink. “Daar lijkt zeker sprake van. De retromodellen zijn heel erg in. Steeds meer merken brengen zulke types. Het is cult, een speciale levenswijze. Je ziet die trend met name in grotere steden.”” (Het Parool, 20.11.2016)

Dat werkwoord verhippen staat wel in Van Dale, maar enkel in de betekenis die te maken heeft met het tussenwerpsel. Dat is hier evident niet aan de orde: er bestaat tegenwoordig een werkwoord dat afgeleid moet zijn van hip 4 dat het woordenboek zelf omschrijft als ‘overeenkomstig nieuwe mode­opvattingen’. Rijp voor opname, dat werkwoord en zijn vormen.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord).
Publicaties staan onder het kopje C.V.

This entry was posted in Rijp voor opname (Van Dale). Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *