Hebben te

Mark Rutte haalt nu en dan z’n lespraktijk aan, zijn donderdagse activiteiten als docent op een VMBO-school in de Schilderswijk in Den Haag, ook wel in de Tweede Kamer. Op allerlei andere momenten (op vrijdag) wekt hij de indruk ook aan de journalisten in Nieuwspoort iets bij te willen brengen, bijvoorbeeld het nu al een keer of tien naar voren gebrachte: “Politiek is in de kern het maken van keuzes in schaarste.” Herhaling doet het geleerde beklijven! Vandaag aandacht voor één bepaalde constructie waarin dat docerende opvallend is, buiten al die momenten dat de premier iets in een moderne schooltaal zegt en dat aansluitend vertaalt of bijvoorbeeld uitlegt hoe hij voor Macedonië een andere aanduiding heeft in de contacten met z’n Griekse ambtgenoot (namelijk FYROM, de Former Yugoslav Republic of Macedonia).

De bedoelde docerende constructie van de premier blijkt uit deze voorbeelden afkomstig van drie persconferenties:

  • … dus ruim daarvoor een brief sturen naar de Kamer met de positie van het kabinet die hebben wij te bepalen omdat Duitsland heeft aangegeven mogelijk eerder te vetrekken (Kunduz, 15.02.2013)
  • binnen die context hebben wij te werken (kabinetsvorming na verkiezingen, 16.05.2014)
  • En dan hebben wij het hele spectrum te wegen, dat moeten we heel zorgvuldig doen (de strijd tegen IS, 29.01.2016)

Hebben te + onbepaalde wijs X is niet simpel gelijk te stellen aan ‘X moeten’ want het is formeler, sterker, er is geen ontkomen aan – een Duits filosoof zou het een categorische imperatief hebben kunnen noemen. Het klinkt wat juridisch als iemand zegt “dat hebben wij te wegen” en in zoverre oogt Rutte hier formeel. Maar tegelijkertijd is hebben te gelijk aan het Engelse to have to en dat maakt het juist voor hem misschien gemakkelijker om zich van deze constructie te bedienen. (Vergelijk Ware.)

Trouwens, als de minister-president zijn wekelijkse gesprek op de publieke omroep voert, kan hij hetzelfde stellige hebben te ook gebruiken in totaal andere taalsfeer maar even categorisch: “(…) dat je met je poten hebt af te blijven van vrouwen” gericht op de gebeurtenissen bij de jaarwisseling in Keulen. (MP-gesprek met Pim van Galen op 08.01.2016) Opeens voltrekt zich daar een stilistische botsing tussen enerzijds formeel hebben te en anderzijds informeel poten. Twee registers pal naast elkaar.

KANT (1724-1804)

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in Taal van Rutte and tagged , , , . Bookmark the permalink.

9 Responses to Hebben te

  1. Patrick says:

    Ik denk dat sommige politici, en anderen die vaak in de belangstelling staan, gebruik maken van vreemde uitdrukkingen, woorden en zegswijzen die aandacht trekken. De nederlandse taal bevat echter genoeg om deze in verstaanbare taal naar de “gewone” mensen over te brengen. Waarom verdorie een vernederlandsing van “to have to”?
    Zo wekt men de indruk “ik slim, jullie dom”. Of is het de bedoeling misschien dat geen aandacht wordt gegeven wegens “te moeilijk”?

  2. Frederic says:

    Vlamingen worden nog altijd met de oren geslagen over de gallicismen die zij gebruiken, maar dat het met de verengelsing van het taalgebruik in het noorden zo erg gesteld is, vind ik ook niks om trots op te zijn. En wij hebben dan nog een excuus: Vlaanderen werd tegen wil en dank aan een verregaande verfransing onderwerpen. Misschien het Nederlands aan jullie universiteiten helemaal verbieden, zou ik zo zeggen, dan cannen we temorgen Nederengels te leren hebben om jullie überhaupt nog te cannen onderstaan … 😄

  3. H. Slot says:

    Niet elke minder gebruikelijke uitdrukking van de premier hoeft een anglicisme te zijn. Zo lees ik Reker ook niet bij hebben te + infinitief. Maar net zo min zou ik deze constructie formeel noemen.
    In mijn Drents – jaren ’50 – zijn wij opgevoed met zinnen als “een kiend hef te heuren” (‘een kind moet luisteren’) en “ie hebt te doon wat oen olden zegt”; allesbehalve anglicistisch of formeel.
    Voor het Nederlandse stijlregister heeft dat weinig te betekenen natuurlijk, maar we kunnen wel aan deze kant van de Noordzee blijven.
    In Matteus 11 en Lucas 7 staat in totaal driemaal: “Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?” NBV 2004. De NBG-vertaling (1951, gereed 1939) van dezelfde teksten luidt: “Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten?” Uit het Engels? Formeel? Hooguit een beetje gedragen in hedendaagse Nederlandse oren boven de grote rivieren.
    In Van Dale 1984 en alle achtereenvolgende drukken vinden we zinnetjes als “hij heeft hier niet te bevelen” (zie onder: te) zonder enig stijllabel; en “regel waarnaar de kloosterlingen hebben te leven” (onder: kloosterregel) als beschrijvende taal van het woordenboek.
    Algemene Nederlandse spraakkunst behandelt hebben te + infinitief met o.a. deze zinnen “Ik heb mijn werk nu eenmaal op tijd in te leveren”, “Je hebt hier geen rommel te maken” en “Of ze het lekker vinden of niet, ze hebben het maar te eten”.
    Geen sprake van Engelse ontlening, en evenmin van formele stijl.

  4. H. Slot says:

    Bewijs?? Waaruit valt aan te tonen, dat hebben te + onbepaalde wijs = ‘moeten’, ‘behoren te’ e.d. een geval van verengelsing van het Nederlands is?
    Bij zoveel stelligheid zou ik maar het Woordenboek der Nederlandsche Taal erop naslaan – germanisme? – en Geschiedenis van de Nederlandse Syntaxis van J.M. van der Horst (Leuven 2008). Hieronder enkele aanhalingen zonder te veel detailgegevens.

    WNT
    Hebben vergezeld van een infinitief met te tot aanduiding van iets dat door het subject kan of moet, behoort of behoeft gedaan (te) worden.

    a) (…) de oorspronkelijke constructie, met een object in den 4den nv. dat eigenlijk het voorwerp van HEBBEN is en waarbij de infinitief met TE als bepaling van doel staat, maar dat men gaandeweg heeft opgevat als afhankelijk van den infinitief met TE. (…) Dat gaat echter niet meer, of althans minder goed, bij:
    zij heeft eene oude moeder op te passen; hij heeft een goeden naam op te houden (…). Daarin drukken HEBBEN op TE passen, op TE houden (…) alreeds geen andere begrippen meer uit dan ‘moeten oppassen’ enz.
    Haer die ‘k eeuwich heb te minnen, HOOFT; Prins Maurits had het oorlogh te lande (…) te beleiden, HOOFT; Vraagt u wat gij van u zelven te denken hebt, BEETS (1848).

    b) De 4de nv. kan ook achterwege blijven; hebben te — beteekent dan (overeenkomstig de jongere opvatting onder a) vermeld): verplicht, genoodzaakt, gedrongen, genoopt zijn (of zich gevoelen) tot die handeling —, die handeling moeten (óók in den zin van: behooren of behoeven te) verrichten, welke door den infinitief wordt genoemd.
    Keuren, Voor welcke ‘t vollick heeft te buyghen met ghedult, HOOFT; Hy hadde sich … van de coorde te wachten, HUYGENS in HOOFT; Voorts had hy hem tot zyn zwager … te volgen, BRANDT (1696); ‘k Heb niet vervaard te weezen, PSALMBERIJMING (1773) 27, 1; Den streek vergetende waarnaar gy hebt te stieren, BILDERDIJK; Hebt gij … God te danken, dat hij …, BEETS (1848).

    VAN DER HORST [Met lange infinitief bedoelt hij te + onbepaalde wijs]
    (P. 433, Middelnederlands 1200-1350)
    (…) constructie met HEBBEN is die waarin het verbonden is met (…) een lange infinitief, met als betekenis iets van “moeten”. (…) in de periode van het vroege Middelnederlands zien we geregeld de constructie (…) die ook in het huidige Nederlands bestaat:
    … een richtre, die hit Cirinus, die in din tide dat lant van Sirien hadde te berichtene; … hine hadde te claghene over reynaerde; Ic hebbe middach ende noene ende prieme te segghene van den daghe

    (P. 660, Middelnederlands 1350-1500)
    (…) constructie met HEBBEN is die waarin het verbonden is met een lange infinitief, met als betekenis iets van “moeten”:
    enen wijngaert, daer ghi altoes wel selt in hebben te wercken; sommyghe hebben een quaet fel peert te beriden; … sy leven die anderen hebben te dienen; dat wenich minscen hebben hen te betruwen van hennen wyven

    (P. 1183, Nederlands 17e eeuw)
    (…) constructie met HEBBEN is die waarin het verbonden is met een lange infinitief, met als betekenis iets van “moeten”. Deze kwam ook al in de 16e eeuw voor.
    …daer men wel met honderd ogen als een Poëtische Argus heeft toe te sien (1628)

    Zo gaat Van der Horst door. Omwille van de ruimte laat ik zijn parallelle bespreking van de volgende eeuwen achterwege. En daarom ook het Vroegmiddelnederlands Woordenboek, pp. 1874, 1875.

    Hebben te + onbepaalde wijs = ‘moeten’, ‘behoren te’ e.d.
    Een geval van “verengelsing“ van het Nederlands? En dat al in de middeleeuwen? Wie houdt dat staande?

    • Patrick says:

      Meneer Slots, het gaat er voor mij niet zozeer om het een verengelsing te noemen. Het kan even goed een vernederlandsing zijn in het gebruik van het Engelse “have to”. Who cares?
      Waar het om gaat is dat er in de nederlandse taal genoeg verstaanbare alternatieven zijn om hetzelfde te zeggen. “Hebben te” lijkt zo oud en ongebruikt. Wij gaan toch ook niet meer het taalgebruik hanteren van ” hebban olla vogalas…”?
      Occasioneel (sic) is het misschien eens tof om oude of vreemde woorden en begrippen te gebruiken, maar niet als men het grote publiek wenst te bereiken. Het tegengestelde is echter ook te vermijden. Sms- en twittertaal zijn zeker niet mooi.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *