Een blokje chocola

WIEBES (Google nieuws)

IN HET NIEUWS is staatssecretaris Wiebes vrij permanent – waarschijnlijk niet tot zijn vreugde. Vorige week eindeloos en vriendelijk blijvend in een commissievergadering, vandaag toch wat pinniger uit de hoek komend in de plenaire zaal. Hij opende zijn bijdrage (voorbereid in een aantal kleurige mapjes) met structurerende opmerkingen in de richting van de voorzitster, mevrouw Arib: “Voorzitter. Ik zal echt proberen, wat ook al geprobeerd is, om alle vragen te beantwoorden. Ik heb een aantal blokjes. Ik hou allereerst een korte inleiding, omdat er ook een aantal algemene vragen zijn gesteld over hoe het nu verder moet. In mijn tweede blokje ga ik in op de informatiebeveiliging, want dat kwam duidelijk als groot punt naar voren. Mijn derde blokje gaat over de aanbestedingen en mijn vierde blokje betreft de opbrengsten en de discussies daarover. Ik kom daarna op mijn vijfde blokje: de cultuur en de managementstijl. In mijn aantekeningen staan waarschijnlijk nog een aantal vragen die ik kennelijk niet indeelbaar heb geacht. Daar zal ik nog op terugkomen.”

Dat is de gangbare term voor sprekers in vak-K, zij bouwen hun betoog op rond blokjes – een woord waarvan deze parlementaire vergaderbetekenis Van Dale nog moet halen. De voorzitter moet het aantal interrupties per Kamerlid verdelen over de onderdelen van het betoog, vandaar dat het handig is als deze de structuur kent.

Hoe lang is dat gangbaar in de Tweede Kamer, die term blokjes? Als ik het goed heb gezien, was minister Pronk op 4 december 1973 de eerste: “Dat ga ik u nu ook toegeven. Dat is namelijk het volgende onderwerp van dit “blokje”.” De aanhalingstekens rond de term blokje staan zó in de Handelingen – ze markeren niet zelden het nieuwe, nog wat onwennige gebruik van een bepaald begrip. De volgende in de rij is minister-president Lubbers: “Bij dit blokje horen ook de opmerkingen die zijn gemaakt over het oerwoud van subsidies, controle op en omvang van subsidies enzovoort.” Dit citaat dateert van 8 oktober 1986, een jaar of 13 na de primeur van Pronk.

Maar eigenlijk meteen na Lubbers is het hek van de dam (voorbeeldwerking als gevolg van de premiersrol?), want minister Smit-Kroes zegt op 3 december van hetzelfde jaar: “Het derde blokje betreft het milieu” en twee weken later volgt minister Bukman hetzelfde voorbeeld.

Het lijkt een algemene regel in de Tweede Kamer. Er komt een nieuw woord, een nieuwe uitdrukking; die moet eerst een poos liggen, desnoods een aantal jaren en dan ineens bedient iedereen zich er van. Diezelfde minister Smit-Kroes introduceerde nog als staatssecretaris in het debat over de verhuizing van een deel van de PTT naar Groningen (6 maart 1980) de zegswijze daar kan ik geen chocola van maken. Het duurde vijf jaar voordat een ander hetzelfde zei in de plenaire vergadering.

Inmiddels is het zeer gangbare taal, luister naar Rik Grashoff (GroenLinks) in dat debat met staatssecretaris Wiebes vandaag. De bewindsman wil een onderzoek laten doen, door wie, dat is Grashoff niet duidelijk: “Vindt het onderzoek plaats onder de verantwoordelijkheid van de Auditdienst Rijk? Ik kan er nog geen chocola van maken.”

De staatssecretaris – hij heeft een eigen behendigheid, ook talig gezien – vond dat de slager zélf juist als eerste zijn eigen vlees moet keuren. Ook die uitdrukking is ooit een keer door iemand in de Kamer geïntroduceerd (minister Bakker van Verkeer en Waterstaat in 1968) – en daarna allicht een tijdje in de koeling gelegd voordat anderen het hem na begonnen te zeggen.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in In het nieuws, PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *