Vuur

 

Gezellig, Mark Rutte en Jeanine Hennis (VVD) bij WNL samen met een aantal dames die deze zendgemachtigde altijd inzet bij de warme ochtendgroet op tv, Goedemorgen Nederland. Rutte leest keurig van de autocue, staat onberispelijk recht, speelt presentator en lijsttrekker tegelijk maar wisselt even gemakkelijk naar de premiersrol waarvoor hij straks twee dagen naar Brussel moet. Het is vooral gezellig, ook al begrijpt Rutte dat hij het moeilijk zal krijgen in de studio, want zo is het spel. Leuk! Absoluut! Jazeker, vuur aan de schenen!

Dat laatste is zo’n uitdrukking die Rutte er heel makkelijk uitflapt, Khadija Arib zou het de avond tevoren bij Pauw en Jinek wel uit haar hoofd gelaten hebben om het te zeggen: want hoe luidt die rare uitdrukking eigenlijk precies in het Nederlands? De praktische toepassing is duidelijk. Bij wijze van foltering wordt een lichaamsdeel (schenen) aan hitte blootgesteld, nou dan willen ze wel praten.

Maar het is verdwijnend idioom. Het is in geen tientallen jaren in de Tweede Kamer gevallen. Laten we ‘es zoeken, wie de laatste is geweest die het in de politieke arena heeft gebruikt…. en in welke vorm. Het is minister Ien Dales (PvdA) die in 1990 met de Tweede Kamer spreekt over het overrulen van de Gemeente en dus over het schorsen en/of vernietigen van besluiten door de Gemeenteraad. Ze zegt in dat verband tegen Gert Schutte (GPV/CU): “Kijk, u moet niet proberen om mij uitspraken te ontlokken door mij met termijnen enigszins het vuur na aan de schenen te leggen.”

Dát was dus de uitdrukking: na aan de schenen, dichtbij.

Maar acht jaar vóor het als laatste in het Nederlands van mevrouw Dales viel, kwam het voor in een bijdrage van Loek Hermans (VVD): “Ik heb gezien dat de Staatssecretaris van Financiën een stille waakhond is geworden die zo nu en dan eens toehapt als het vuur hem te na aan de schenen wordt gelegd.” Na aan de schenen is tot daar aan toe, iemand gaat piepen als het na komt. Vóor Hermans het zei, was het een uitdrukking die eigenlijk geregeld in de Kamer viel, maar ná hem was het dus bijna afgelopen.

Wie het bijna als allereerste in’s Lands Vergaderzaal liet vallen was die intrigerende afgevaardigde Jan Duijs uit Zaandam, iemand van wie men kan zeggen dat hij sprak én van zich liet spreken. In 1921 staat de wijziging van de Ouderdomswet op de agenda, een onderwerp waar iemand van de SDAP (zeg PvdA) graag iets over te berde wil brengen. Hij heeft het gevoel dat wel eens met slinksigheden geprobeerd is om hem maar kort aan het woord te laten. Hij vergelijkt dat met een handigheidje van de liberale minister Treub: “In elk geval, als het een quaestie is van behoorlijk debatteeren op volksvergaderingen, dan wil ik wel zeggen, dat wij nog nooit de truc hebben moeten te baat nemen, waartoe de heer Treub zijn toevlucht neemt, als hij in het Concertgebouw spreekt, die, wanneer hem het vuur te na aan de schenen gelegd wordt, het groote orgel laat spelen en het Wilhelmus laat inzetten en op die manier een geweldig spektakel laat maken, zoodat van een behoorlijke gedachtenwisseling niets terecht kan komen.” Het Wilhelmus als reddingsboei!

Te na aan de schenen werd in de loop van de 20ste eeuw in de praktijk ingekort tot na aan de schenen – maar als de minister-president in alle vroegte bij WNL optreedt spreekt hij in telegramstijl van aan de schenen.

P.S. 16.03.2017. Ook Wilders (PVV) sprak van het vuur aan de schenen leggen in een reactie op de verkiezingsuitslag.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in In het nieuws, PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.