Huilie-huilie

Heerlijk die woorden die zichzelf herhalen. Namnam klinkt het in het Deens, lekka-lekka in een ander deel van de wereld – het is de sfeer van poepoe. Huiliehuilie dook 29 maart 2017 ineens weer op in de Tweede Kamer, op een dag die toch al bijzonder was. Na de herverkiezing van de vorige voorzitter was er een debat over de ouderenzorg met sprekers met een nieuwe portefeuille (Henk Nijboer PvdA), met nieuwe leden (Lilian Marijnissen SP) en met veterinnen*) als Fleur Agema (PVV) en Mona Keijzer (CDA) – zij allen tegenover Martin van Rijn, de staatssecretaris met wie de degens zo vaak en zo fel gekruist waren.

Nu lag het anders. De toonzetting van de CDA-woordvoerster was anders (wordt zij de opvolgster van Edith Schippers in het nieuwe kabinet?), haar collega van de SP ging haar eerste debat in met bijna een felheid die haar PVV-collega onveranderd aan de dag legde. Zij leek een heel voorzichtig en vooral impliciet lesje te krijgen van de staatssecretaris, die de Kamer suggereerde om een uitspraak te doen als men geld wilde vrijmaken voor dit onderwerp. Hij was demissionair, de Tweede Kamer niet! Van Rijn herinnerde niet aan Wouter Bos die in zo’n situatie ooit een nieuwe meerderheid benutte voor een motie over de illegaliteit en daarmee het toenmalige kabinet en minister Verdonk in een zeer lastig parket bracht.

Fleur Agema was eerder ook al hoorbaar aanwezig bij het debat over de verkiezing van de nieuwe voorzitter. Ze beklaagde de onmogelijkheid van Martin Bosma om in die rol gekozen te worden, ondanks zijn “fenomenale” sollicitatie een jaar geleden. Dat bracht mevrouw Keijzer naar de interruptie-microfoon: “Mevrouw Agema doet hier eigenlijk een beetje huiliehuilie, om maar eens iemand te citeren die zij goed kent.”

Simmen is hetzelfde als huiliehuilie doen, het eerste woord dateert Van Dale op 1872, het tweede is in 2016 voorlopig toegevoegd. Het is in het Nederlandse parlement geïntroduceerd door de fractievoorzitter van mevrouw Agema. Dat gebeurde bij de regeringsverklaring van Rutte-I op 26 oktober 2010, door de PVV gedoogd. Wilders haalde toen uit naar een deel van de oppositie met een vol-op-het-orgeltekst die naar aan te nemen is, invloeden van Martin Bosma vertoont: “De Haagse regentenkliek en de linkse grachtengordelelite staan een beetje “huiliehuilie te doen” op de gang. Dat zie je ook vandaag. En je moet ze daar horen piepen! Meisje Halsema met haar natte oogjes, haar kroeldoek**) verbeten in haar mond, smijt met poppen. GroenLinks en haar voorganger, de CPN, zitten welgeteld al 101 jaar in de oppositie en zij zullen daar als het aan ons ligt nooit meer uitkomen. De heer Pechtold staat met een pruillipje wat bij de interruptiemicrofoon en denkt terug aan een jaar geleden – zo lang is dat nog niet geleden – toen zijn vriendjes van de pers hem eigenlijk al gekroond hadden tot nieuwe minister-president van Nederland. Het kan raar lopen, Alexander! Sint Job, als ik hem zo even mag noemen, [oppositieleider Job Cohen, PvdA, SR] verdiept zich nog eens extra in het Reglement van Orde zodat hij volgende keer in de Kamer wel weet hoe hij een debat moet aanvragen. Waar zij ook allemaal zijn, op één plaats zijn zij niet en dat is de zaal waar de minister vergaderen, de Trêveszaal. Zij staan daarbuiten en wat miljoenen Nederlanders betreft, blijven zij daar ook nog heel lang buiten staan. Al die handelaren in zure druiven en gare rapen mogen vandaag pruttelen tot zij een ons wegen, ons adagium is: waar “links” verliest, daar wint Nederland.”

Bosma (een van de ondervoorzitters) roept andere leden wel eens tot de orde met een verwijzing naar de regels van Dit Huis. Dat ervoer Jeroen Recourt (PvdA) toen hem, nog maar kort lid in 2012, door Bosma verweten werd, het nieuwe lid Pieter Litjens – door de Kamervoorzitster abusievelijk aangesproken met Lintjes – niet gelukgewenst te hebben met diens maidenspeech. Dat gebeurde bij het debat over twee jaarverslagen van de Nationale Ombudsman, 10 oktober 2012, toen Ronald van Raak (SP) de VVD verweet “huilie, huilie te doen”. Recourt eindigde zijn bijdrage met verwonderd te constateren dat huiliehuilie doen een nieuwe uitdrukking geworden was, nu ook hoorbaar bij de SP.

Bosma: “Het is een goede gewoonte dat de spreker die volgt op het Kamerlid dat een maidenspeech hield, daar iets aardigs over zegt. Ook deze traditie is echter niet veilig bij de Partij van de Arbeid, stel ik vast.” Aansluitend stelde hij ook vast dat zijn nieuwe VVD-collega door diens partijvoorzitter aangeduid was als “een dramjurk, die ook nog eens een kort lontje heeft”. Op dat moment in 2012 was de formatie van Rutte-II aan de gang en had de PVV niet meer de gedoogrol. Schuivende panelen.

Tussen 2010 en 2012 viel huilie-huilie nog bij één debat, de Algemene financiële beschouwingen van 5 oktober 2011. Daar constateerde Bruno Braakhuis (GroenLinks) in de richting van zijn PVV-collega Tony van Dijck dat “het electoraat van de PVV (…) aan het “huilie huilie” is geslagen”.

Gisteren was het dus een CDA-woordvoerder die in de richting van de PVV huilie-huilie doen gebruikte, en niet per ongeluk maar diverse malen. Mona Keijzer onderstreepte zichzelf afsluitend: “Echt, dit is dus — ik ben ermee begonnen en ik eindig ermee — huiliehuilie.” De verkiezingen zijn voorbij, kan het zijn dat partijen voor een andere toonzetting kiezen op weg naar een nieuwe positionering?

Heerlijk die woorden die zichzelf herhalen.

 

*) Bij dames-hockey in de veteranencompetitie heten de speelsters zo.

**) Van Dale noemt een kroeldoekje een ‘knuffeldoekje’, opgenomen in 2012.

Aanvulling 12.06.2017: In De Telegraaf van 17.11.1935 vraagt “Moeder Colijn” bij een cartoon van Louis Raemaekers aan de twee (zeer) protestantse predikanten-kamerleden Kersten en Lingbeek die als kinderen uit hun slaap gewekt zijn omdat ze een groot zwart rooms spook gezien hebben: “Moeten jullie dan zoo erg huile-puile?” Zie Colijn in de caricatuur (…), Baarn z.j. blz. 105.

Aanvulling 20.10.2017: De vroege voorspelling van een ministerschap voor Mona Keijzer (30 maart in dit blog) zat er nauwelijks naast. Vanochtend was te lezen in de Haagse Stemming (NRC Handelsblad) dat ze Economische Zaken gaat doen.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in In het nieuws, PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *