Onwijs

Regeringscommissiaris Van der Hoeven vraagt begrip van de Kamerleden bij de bespreking van het voorstel voor een nieuw militair tuchtrecht. In hoeverre zullen de hoger geplaatste militairen fatsoenlijk omgaan met de macht die zij krijgen in de nieuwe regels? “Zij zullen er niet licht over heenloopen, die hoogere superieuren; en men moet en mag vertrouwen, dat zij van dat belangrijk recht, het welk ze hier krijgen, geen onwijs, slecht of bedriegelijk gebruik zullen maken.” Hij zegt het in de Tweede Kamer in de zitting van 29 mei 1902 op een manier die nu niet meer zou kunnen. Misschien niet zozeer het pleidooi voor vertrouwen in personen in overheidsdienst, wél de taal.

In het bijzonder het woord onwijs heeft er laat in de 20ste eeuw een nieuw gebruik bij gekregen. We kunnen simpel bij Defensie blijven en kijken naar de begrotingsbehandeling van 17 november 2016. Oud-beroepsmilitair Raymond Knops (CDA) stelt in helder Nederlands en dito Engels een vraag, terugkijkend op de voorbije vier jaren waarin het CDA in de oppositie was, de VVD aan het roer. “Mijn vraag is eigenlijk: what went wrong? Wat ging er verkeerd? Wat is er de afgelopen vier jaar fout gegaan waardoor de fantastische visie van de minister, die ik eigenlijk helemaal onderschrijf, geen werkelijkheid is geworden?”

JEANINE HENNIS (via website VVD)

Minister Hennis lijkt midscheeps getroffen, want ze reageert in duidelijke bewoordingen: “Ik had gehoopt dat dit moment niet zou komen, omdat ik de heer Knops hoog heb zitten om wie hij is, om de politicus die hij is. Ik ben blij dat wij een visie delen. Laat ik dat vooropstellen. Maar ik begin mijn geduld een heel klein beetje te verliezen, want ik heb net uiteengezet wat ik min of meer heb aangetroffen, welke puinhoop ik de afgelopen vier jaar onder handen heb kunnen nemen en welke stappen ik heb gezet in een onwijs moeilijke situatie, namelijk de financiële crisis. Ik waardeer dat de heer Knops verschillende keren ruiterlijk zijn excuses heeft aangeboden voor de bezuinigingen onder Rutte I. We hebben daar allemaal — VVD, CDA — last van. Dat nooit weer. Tegelijkertijd is er dan toch steeds die venijnige kritiek dat ik te weinig geleverd zou hebben.”

Jeanine Hennis begint haar geduld een heel klein beetje te verliezen door de venijnige kritiek, want wat was het een puinhoop wat VVD-CDA haar had achtergelaten in 2012. Een puinhoop op z’n Fortuyns,- ze trof op het ministerie dus een onwijs moeilijke situatie aan. Onwijs als bijwoord van graad, dat is andere taal dan van voor een eeuw – Kees van der Staaij zullen we niet snel op het gebruik ervan betrappen, ook niet in verkiezingstijd.

Onwijs in deze sfeer (onwijs moeilijk) versterkt het volgende bijvoeglijke naamwoord of bijwoord, positief of negatief maar het is in de praktijk vermoedelijk vooral afwijzend. Op zichzelf had de betekenis van onwijs al een versterkingsoperatie ondergaan van ‘onverstandig’ naar ‘belachelijk’ – juist vanuit die sterk-negatieve inhoud kon het prima fungeren als onderstreping van wat er volgde. Vergelijk wat woorden als idioot en ook belachelijk zélf overkwam, zie Bizar.

Vroege gebruikers in de Tweede Kamer waren mánnen en dat verraste me, ik veronderstelde dat onwijs gaaf e.d. typisch feminien taalgebruik was. Peter Lankhorst (uit 1947, PPR, later GroenLinks) oordeelde op 25 november 1986: “De PPR-fractie vindt de bezuinigingen op onderwijs onwijs hoog” en de D66’er Pieter ter Veer (1944) zei op dezelfde manier in november 1994 over een bepaalde kostprijs in de sfeer van melkquota: “dat vind ik onwijs hoog”. Later (is de indruk) zijn het vooral vrouwelijke Kamerleden die zeggen dat het ergens iets onwijs kort tijd voor is (Agema), onwijs ingewikkeld (Dijksma), onwijs moedeloos (Agema), onwijs lang (Van Toorenburg)*) maar het verschil vrouw-man ligt minder duidelijk dan bij het gebruik van het wat genuanceerdere best wel.

Kees van der Staaij (SGP) verdedigde op 13 juni 2013 “het standpunt dat het onwijs is om tot wapenleveranties over te gaan”. Dat is een ander gebruik dan blijkt uit wat minister Edith Schippers aan het eind van dat jaar verklaarde, namelijk dat een vergunning “onwijs aangescherpt” was. Voor het eerste citaat is later een zekere ondertiteling nodig voor het goede begrip.

*) Het zijn waarschijnlijk niet toevallig deze vrouwelijke Kamerleden wier taal geregeld een gemarkeerde indruk wekt, zie Ballen, CircusHufters, Huilie-huilie en Stuiteren.

Aanvulling 04.09.2017: zie nu ook Onwijs ijs.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *