Propaganda

Het is vreemd. Een woord als aanvankelijk is neutraal, gewoon, maar dat waar het mee samenhangt en waar het van afgeleid zal zijn, dat is formeel en deftig, namelijk het werkwoord aanvangen ‘beginnen’. Beginnen mist zo’n bijwoord bij zich zoals aanvangen wél heeft en dat maakt dat de woordenschat daar als het ware wat vreemd uiteenvalt met dat verschil tussen aanvangen op bijzondere dagen en het alledaagse aanvankelijk.

Het is vergelijkbaar met de situatie rond pogen en proberen. Ze betekenen hetzelfde, maar het normale Nederlands (ook nu geldt: althans in Nederland, in Vlaanderen kan dat anders liggen) maakt onderscheid op dezelfde manier als bij aanvangen en beginnen. Pogen klinkt bij ons gedragen, proberen is de minst uitgesproken manier. Maar nemen we het zelfstandig naamwoord poging dat met pogen te maken heeft, en opeens valt die zwaarte van het werkwoord weg. Een hoogspringer of kogelstoter heeft zo- en zoveel pogingen – niks verhevens. Proberen heeft alleen maar het gezelschap van probeersel en dat bezit een kleinere, vrijblijvender inhoud in vergelijking met poging. Vreemd.

Harry van Bommel (SP) mocht in maart bij het afscheid van de oude Kamer als langstzittende lid het woord voeren. Geen wonder dat hij in die sfeer ook wat plechtig was in zijn dankwoord gericht tot Kahdija Arib: “Ook spreek ik veel dank uit voor haar uitstekende werk als voorzitter, dat zij tussentijds in deze Kamerperiode mocht aanvangen.” Opmerkelijk is het gebruik wel, want aanvangen is zéker geen typisch SP-woord. Het was de laatste maal in de oude samenstelling dat aanvangen in de Kamer gebruikt werd, in de nieuwe heeft het nog niet geklonken (tegenover beginnen al 65 maal vóor het reces rond 1 mei).

En pogen? Sven Koopmans (VVD) is een ervaren diplomaat en jurist, zegt de website Parlement en Politiek – hij is daarentegen pas Kamerlid en wilde misschien een wat keurig geformuleerde vraag stellen aan minister Plasterk: “Is de minister het met mij eens dat, als wij Europese mensenrechten en jurisprudentie op deze manier een-op-een zouden pogen te adopteren, wij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dan eigenlijk ook vragen om een-op-een onze Grondwet te gaan interpreteren?” Dat was niet helemaal volgens de mores, maar, reageerde Koopmans toen hem dat duidelijk werd, “Ik ben hier ook net een paar weken.” (12 april 2017) Dat was de eerste en tot nu toe enige keer dat pogen in de nieuwe Tweede Kamer gebruikt werd. Een ongelukje als het ware,  tegenover 96 maal het gewone proberen in dezelfde periode.

Van Dale is het met ons eens: pogen noemt het “formeel”, bij aanvangen staat onder een van de betekenissen dat het “literair” van toon is; dergelijke voorbehouden ontbreken bij de afgeleide vormen aanvankelijk en poging.

Er is reden om ook een soort tweedeling in betekenis aan te brengen tussen propaganda en propageren. Het werkwoord staat in de praktijk*) vaak gelijk aan ‘bepleiten’, het is inhoudelijk een vrij neutraal woord dat gekoesterd wordt door iemand als minister Koenders. Niet lang geleden zei hij: “Dus ik ga hier nu niet ineens propageren dat de Europese Unie morgen die rol zal hebben (…)”. Maar bij propaganda is de sfeer anders, minder neutraal, getuige alleen al een paar voorbeelden uit debatten in de Tweede Kamer in de afgelopen weken – en let op de sfeerbepalende woorden in de directe nabijheid:

  • Er is sprake van veel propaganda, nepnieuws en leugens. (Raymond Knops, CDA over Syrië, gericht op Poetin)
  • (…) dat veel Turkse Nederlanders hun wereldbeeld laten bepalen door de conservatieve Turkse media, de propagandamachine van Erdogan (Kees Verhoeven, D66)
  • (…) Na een campagne die zowel in Nederland als in Turkije bol stond van de polarisatie, eenzijdige propaganda (Kirsten van den Hul, PvdA)

Propaganda c.a. is vrijwel altijd dat wat de tegenpartij doet en het is daarmee veroordeeld.**) Daar formuleert Van Dale de betekenis naar mijn mening té neutraal: “activiteit, m.n. van een organisatie, om aanhangers te winnen voor zekere principes (van propaganda spreekt men vooral wanneer in het gepropageerde een ideëel element aanwezig is of verondersteld wordt, anders spreekt men van reclame)”.

*)De uitdrukking in de praktijk wordt onder invloed van het Engels meer en meer in praktijk. Mark Rutte zegt dit laatste, maar in geschreven teksten wordt dat vaak aangepast naar in de praktijk.

**) Geregeld treedt het in het parlement op in direct gezelschap van agiteren. Dat legt een directe lijn naar het agitprop van de USSR waarmee agitatie+propaganda is uitgedrukt.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord).
Publicaties staan onder het kopje C.V.

This entry was posted in PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *