Idioot, waanzinnig, krankzinnig en nog zoiets (vii)

Het is zinvol om terug te komen op beide uitdrukkingen uit de vorige aflevering die in hoofdzaak over te gek voor woorden ging. Deze manier van zeggen zou z’n oorsprong kunnen hebben in te gek om los te lopen. Er zijn enkele redenen voor die veronderstelling. In de eerste plaats is dat het moment van ontstaan. Nadat Ed van Thijn (PvdA) in 1979 de eerste geweest is die te gek voor woorden gebruikte, was het enkele jaren later zijn partijgenoot Thijs Wöltgens die het had over de ongelijke fiscale behandeling van de gasprijs voor enerzijds de kleingebruikers en Shell en Esso daartegenover en toen zei: “Dat is echt te gek om los te lopen. Het is ook te gek voor woorden.” Wöltgens (later onder meer burgemeester van Kerkrade) koppelde dus in 1986 beide manieren van zeggen. Logisch, ze beginnen beide met te gek.

Het tweede argument om de twee idiomatische uitdrukkingen met elkaar te verbinden is de loop van beider geschiedenis. Te gek voor woorden begint althans parlementair dus in 1979 en wordt na z’n herstart in 1986 daar een succesnummer. Te gek om los te lopen is daarentegen nauwelijks een handvol jaren later terug bij af: nadat er enkele tientallen jaren op gevarieerd was, is het ongeveer vanaf 1990 louter nog te gek om los te lopen en niet meer te dwaas –, te dol – of te zot om los te lopen. Bij te gek voor woorden is dan juist de bijzonder geslaagde toernee door de Kamertaal begonnen, inclusief de variatie op het thema te gek. (Zie de vorige aflevering.)

Momenteel is niets te zien van afwisseling in de uitdrukking te gek om los te lopen. In 1951 begon het met te dwaas om los te lopen, op de hielen gevolgd door te gek om los te lopen dat de normaalste manier van zeggen zou worden. Al in 1952 klonk te dol om los te lopen en later volgden ook nog de synoniemen zonderling (voor het eerst in 1962), mal (entree in 1969), onzinnig (1974), krankzinnig (1975) en ten slotte zot (in 1990).

Zoals dat bij succesvolle ondernemingen gaat, er is vraag en er ontstaat behoefte aan uitbreiding. Die gaat verder dan alleen maar woorden te gebruiken met dezelfde betekenis als dwaas of gek, want vanaf 1970 wordt de kring lichtjes ruimer getrokken met te bespottelijk om los te lopen. In de plaats van een uitroep in de vorm van een psychologisch-psychiatrisch begrip, komt er nu dus ook een veroordelende term. In 1979 klinkt voor het eerst te belachelijk om los te lopen, in 1982 te ridicuul –, in 1985 te verbijsterend –.

Het nieuwe pad van 1970 werd in datzelfde jaar ook al betreden met te vies om los te lopen, te laag om los te lopen en te erg om los te lopen. Maar die zwakkere morele veroordelingen in vergelijking met bespottelijk, verbijsterend, belachelijk en ridicuul doen het blijkbaar niet zo goed want ze vinden geen navolging. Misschien is het gedeelte “om los te lopen” een té dwingend keurslijf waarbij de taalgebruiker er een voorkeur voor heeft om letterlijk te denken aan iemand die het op basis van diens geestesgesteldheid onmogelijk gemaakt moet worden om zich in vrijheid te bewegen. De uitdrukking “té X om los te lopen” kwam aan zijn grenzen en kreeg een uitweg dankzij Thijs Wöltgens (1943-2008) die het hek opende. Die andere, maar zo vergelijkbare wijze van zeggen bood en biedt uiteraard alle gewenste ruimte voor variatie, want wát ter wereld kan er nu te X zijn voor woorden. De Tweede Kamer bewijst het bij wijze van spreken dagelijks.

THIJS WÖLTGENS

(Wordt vervolgd.)

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *