Thuis in Noord-Groningen (vervolg)

Met een dagelijks stukje over een telkens ander boek (of boekje) uit m’n boekenkast nam ik in het jaar voor het pensioen afscheid van Groningers met interesse voor hun taal. Het werd geplaatst in de serie Dagwoord (ook wel Dag woord en ook nog even Daag woord) van het Bureau Groninger Taal en Cultuur van de Rijksuniversiteit Groningen. Eind 2016 verschenen de stukjes gebundeld in druk.

Nummer 87 op blz. 116 heette Stiegen en ging over een gedicht van Jan Glas (Uithuizen 1958), dorpsgenoot van me. Ik refereerde daarin aan ons gezamenlijke dorp en de bijzondere uitspraak van de Leeuwstraat aldaar als “Louwstroat”. Die tweeklank is apart en typerend voor een heel klein stukje van Groningen, zelfs maar een deeltje van Noord-Groningen. Het is een van de zeldzame keren dat Ter Laan talig naar Uithuizen verwijst in zijn grote woordenboek, lauw ‘leeuw’. Klinkers steken nauw in een dialect als het Gronings, het is een kwestie van enkele vierkante kilometers zoals ook hier duidelijk zal worden. Dat blijkt uit de kaart die Klatter gemaakt heeft op basis van een aantal uitkomsten van zijn inspanningen – een nettere maar ook niet direct makkelijk raadpleegbare versie is gepubliceerd in Onze Taaltuin 1933-1934:74.

KAART KLATTER orig.

 

Klatter heeft bij zijn zoektocht ook variatie geprobeerd te vinden rond het werkwoord ‘huilen’. *)  Hij maakte ruim 30 Groningse zinnen die hij overigens in het Nederlands voorlegde; hij sprak met de informanten over datgene waarnaar hij op zoek was en schreef dan de verkregen vertaling op. In zijn basisvragen had hij ‘jij huilt’ als liepst genoteerd, maar zelf vult hij voor Delfzijl schraifst in. De vorm met liepen treft Klatter alleen aan op of over de rand van Noord-Groningen, het betreft tegen het Damsterdiep Ten Boer, Loppersum, Appingedam en in de omgeving van Delfzijl. Maar ook in Noordelijke richting, namelijk Spijk, Oudeschip, ’t Zandt.

Ook reren of bróllen komen voor, meestal als variant naast andere antwoorden:

Leens (reren naast schreeuwen)

Sauwerd (reren)

Adorp (reren, hoelen, schreeuwen)

Winsum (reren, liepen, schreeuwen)

Ten Post (reren en schreeuwen)

’t Zandt (liepen naast schreeuwen en bróllen)

Zijldijk (reren, bróllen, schreeuwen)

Oudeschip (liepen, oelen, bróllen)

Spijk (liepen, reren, oelen, schreeuwen)

Roodeschool (bróllen)

Leermens (hoelen, liepen, reren, bróllen)

Farmsum (liepen, schreeuwen)

Holwierde/Krewerd (liepen, bróllen)

Zuidwolde geeft hoelen.

Vooral aan de oostelijke kant van Noord-Groningen zien we dus een grote verscheidenheid bij de vraag naar ‘jij huilt’. Soms wordt vermeld dat reren niet algemeen is of liepen niet meer gebruikelijk. Merk op dat naast hoelen ook oelen voorkomt, allicht om een grotere expressie uit te drukken. In Spijk wordt opgemerkt dat arbeiders oelen zeggen.

De aanduiding die in Noord-Groningen verreweg het meest gangbaar is, althans die Klatter in 1931 het vaakst heeft geregistreerd is enige vorm van schreeuwen. Maar dat staat lang niet telkens voor “schreeuwen”, meestal is dat zelfs niet het geval als gevolg van een andere klinker. De stam schraif– is het minst typerend voor Noord getuige opgaven daarvan in de stad Groningen, Noorddijk, Garrelsweer, Thesinge, Ten Post, Delfzijl, Farmsum,  Zijldijk, Weiwerd, Wagenborgen. Zijldijk is de enige plaats die geografisch gezien iets minder een randgeval is in vergelijking met al deze andere schraif-plekken.

Stedum meldt schraiw– net als een van de varianten van Spijk en dat is als het ware een overgang naar schreeuw-, dat in een reeks van plaatsen geregistreerd is: Bedum, Onderdendam, Stitswerd, Baflo, Den Andel, Eenrum, Pieterburen, Warfhuizen, Houwerzijl, Hornhuizen. Plaatsen als Westeremden en Warffum geven een licht andere klinkerkleur met schrèw– – maar in Warffum is het kennelijk een gespreksonderwerp geweest want het è-teken is met extra inkt genoteerd. Juist bij deze informant is nader onderzoek te doen op basis van zijn vele, vele publicaties: het betreft de schrijver B.H. Broekema.

Zoutkamp en Schouwerzijl geven – ik ben er niet zeker van door onduidelijkheid over Klatters fonetische notatie – schroow-, een vorm die ook in Pieterburen gehoord is. Daarmee komen we bij de laatste vorm, door Klatter vooral als schrauw– genoteerd (Oldenzijl/Uithuizermeeden, Middelstum, Usquert) en eenmaal schrouw-, te weten in Uithuizen. Schrauw– en schrouw– zijn als identieke vormen te beschouwen.

Klatter is zonder twijfel onzeker geweest over deze laatste vormen: in enkele gevallen staat er boven het eerste deel van de tweeklank nog een ander klinkerteken (“è”) dat het woord als het ware meer naar ‘schreien’ en ‘schreeuwen’ brengt – etymologisch allicht correct maar niet naar de klank.

Ik ben dus afkomstig uit dat kleine schrouw-gebiedje en voel me in mijn thuistaal door Klatters opnamen bevestigd. Maar de variatie aan vormen voor ‘huilen’ kan ook mede te maken hebben met de inhoud van dat werkwoord. Schrouwen is voor mij een neutrale variant, bróllen is voor mijn gevoel veel luidruchtiger terwijl ik bij reren (dat ouderwetser overkomt) eerder aan lange uithalen denk. Daar heeft Klatter kennelijk niet naar gevraagd en dat is begrijpelijk al was het door de toeneming van de inspanning die hij dan zou moeten leveren. Bovendien was zijn onderzoek bij uitstek gericht op isoglossen en die worden primair met klankkwesties geassocieerd.

*) Ik probeer de Klatter-data omgespeld in lees- en gangbaarder Gronings op internet te publiceren. Als en zodra dat het geval is, wordt dat hier gemeld.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in Gronings. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.