Op de grens: geveltuintjes

Post uit Apeldoorn vandaag en het steekt direct eventjes nauw, let op! Een gevel heeft inhoudelijk hetzelfde specifieke kenmerk dat een huisdeur ook bezit. Een huisdeur is niet elke deur in een huis, het is een ander woord voor die ene specifieke voordeur. Een gevel was de voormuur of een hoog deel daarvan en pas bij uitbreiding konden we ook van zij– en achtergevels spreken. Dat de gevel eigenlijk de voorgevel was, kunnen we zien aan de geveltuin. Van Dale omschrijft dat als “tegen de huisgevel aangelegd tuintje”. Kijk in gedachten misschien omhoog bij een gevel, maar bij een geveltuintje naar omlaag, naar verwijderde stoeptegels! Zoals huisdeur de voordeur is, zo moeten we huisgevel opvatten als die buitenmuur die gelegen is langs de openbare weg.

Het geveltuintje lijkt me iets van de jaren ’90 van de vorige eeuw. Zo heeft De Pijp al rond 1990 een geveltuinenactiedag. De vroegste vindplaats in LexisNexis is NRC Handelsblad van 13.05.1995: “Als inwoner van Haarlem kreeg ik onlangs een folder toegestuurd met de vrolijke titel ‘Breng kleur voor je deur’. Daarin spoort wethouder Rineke Gieske-Mastenbroek mij aan in het kader van de Sociale Vernieuwing, jawel, meer aandacht te besteden aan mijn voortuin. Of, als ik die niet bezit, eens na te denken over een geveltuin. Ik moet meer stadstuinieren want, zo schrijft de wethouder, al die fleurigheid ‘nodigt immers eerder uit om buiten te zitten en met de buren een praatje te maken’. Dat is belangrijk omdat er dan ‘een aangename sfeer ontstaat waardoor criminaliteit en vandalisme zich minder snel voordoen’.”

Tot zover Haarlem, de volgende plaatsen waar in die mooie krantenbank sprake is van geveltuinen gaat het ook om steden. In 1996 betreft dat bijvoorbeeld Rotterdam-Spangen, Nijmegen (volgens de gemeente zijn geveltuinen een verademing in woonstraten waar weinig groen is) en Amsterdam, niet alleen De Pijp, ook bijvoorbeeld Baarsjes. Trouw schrijft op 9 november dat een Amsterdamse deelraad een prijs uitloofde voor de mooiste geveltuin.

De ontwikkeling gaat verder. Het Dagblad voor Zuidwest-Nederland bericht op 1 februari 2000: “LEPELSTRAAT – Bewoners van de Kerkstraat in Lepelstraat mogen zogenaamde geveltuintjes aanleggen voor hun woning. Dat heeft het college van Bergen op Zoom besloten na een verzoek van A. Timmermans.” De initiatiefnemer weet anderen ook voor zijn idee te porren omdat het er een stuk groener, gezelliger en minder triestig door wordt. Maar een woordvoerder van de gemeente zegt wel, “dat het aanleggen van een geveltuin aan bepaalde regels is gebonden. Mensen mogen niet zomaar wat stoeptegels verwijderen en van alles gaan planten. Maar in de Kerkstraat is het trottoir breed genoeg om de eerste twee tegels vanaf de gevel te kunnen missen.”

Niet lang na Lepelstraat vraagt de wijk Fort-Zeekant hetzelfde.

De Stadspartij in Zutphen wil geveltuintjes (2003) en na een aanvankelijk open beleid van de kant van de gemeente komen er in 2005 regels en slecht onderhoud betekent ofwel opknappen of de oude straat herstellen. Want de openbare weg blijft wel van de gemeente, zo zegt ook de gemeente Den Haag. Die waarschuwt al direct voor een goede omgang met kabels en leidingen, maar een jaar of tien later attendeert diezelfde lokale overheid ons op het volgende: “de grond onder uw geveltuin blijft eigendom van de gemeente. De gemeente moet altijd toegang hebben tot kabels en leidingen. Dat kan dus helaas ook betekenen dat uw planten en de omranding van de geveltuin verwijderd moeten worden voor werkzaamheden of herinrichting. Ontstane schade valt niet te verhalen.”

Overal komen geveltuintjes in deze jaren, blijkt uit de gedrukte media, als het maar een beetje stedelijke omgeving is. Franeker volgt (“Geveltuintjes maken het stadshart van Franeker aantrekkelijk. Daarom helpt de gemeente de bewoners die al zo’n tuintje hebben dit zo netjes mogelijk te maken.”), Huizum-Oost een wijk van Leeuwarden (“Bewoners kregen gisteravond in het ‘groene warenhuis’ van Intratuin, midden in de eigen buurt, handenvol tips aangereikt voor aanleg en onderhoud van een geveltuin. Afmeting: tot maximaal 30 centimeter uit de gevel.”), Den Bosch – ook een van de gemeenten die een geveltuinwedstrijd gaat organiseren.

Dat brengt wel direct de kwestie ter tafel wat een geveltuin exact is want hoe moet de Bossche jury anders verantwoord z’n werk doen? Het reglement: “Een geveltuin moet liggen aan de voorkant van een huis dat grenst aan het trottoir. Gemeentegrond dus. Vanaf de muur van het huis mag je, als je een vergunning hebt, anderhalve stoeptegel weghalen. En daar mag je dan planten inzetten. Dat is een geveltuin.”

Arnhem duikt op, Winschoten (“’Een gelichte stoeptegel met een stokroos of zonnebloem kan al een geveltuin worden genoemd”, zegt de wethouder). Zwolle publiceert in 2007  een brochure om de geveltuin te promoten, in de omschrijving van de gemeente “een smalle strook groen langs een gevel, muur of schutting, liefst natuurlijk met een paar planten en bloemenpracht.” Zwolle neemt buurgemeente Kampen op sleeptouw. In 2009 reageert een woordvoerder op de eerste aanleg daar en zegt dat er geen beleid is van gemeentewege: “Geen beleid betekent geen toetsing of iets wel of niet mag. Er wordt wel gewerkt aan spelregels op dit gebied.” Dat is al het volgende jaar het geval, inclusief het aanvragen van een vergunning. Dat is in 2013 niet meer nodig maar Kampen houdt de vinger wel aan de pols: “Wie straks in de binnenstad een mooi geveltuintje wil aanleggen, hoeft daarvoor geen vergunning meer aan te vragen. De gemeente Kampen gaat, op initiatief van de Wijkvereniging Binnenstad, de plaatselijke wetgeving zo aanpassen dat het naleven van een aantal spelregels voortaan voldoende is. De impact van een geveltuin zou te gering zijn om die poespas te moeten doorstaan. (…) De regels zijn vooral praktisch van aard. Zo moeten verwijderde stoeptegels goed bewaard worden en mag er vanwege de mogelijke aanwezigheid van kabels niet dieper dan dertig centimeter gegraven worden. Om diezelfde reden zijn bomen en diepwortelende planten niet toegestaan. Bij schade is de eigenaar van het tuintje aansprakelijk. Ook houdt de gemeente het recht de tuin op te ruimen in geval van overlast of verwaarlozing.”

Geveltuinen komen er alom en wedstrijden volgen alom, gemeentelijk en/of in samenwerking met de regionale krant. Leiden, Tilburg, Nijmegen bijvoorbeeld of Den Bosch of Deventer. De gemeente Hilversum bevordert Dress Your Adress in 2010. Weesp behandelt het jaar erna in de raad een geveltuinenbeleid, bang als ze zijn “voor ongewenste situaties en overlast”. Tiel doet een proef in 2010 en stelt in 2011 regels: Een geveltuin mag maximaal veertig centimeter diep zijn en er moet minimaal 90 centimeter trottoir overblijven. In Den Bosch is in 2015 het aantal officieel geregistreerde tuintjes opgeklommen tot bijna 250 stuks.

De overheersende indruk is, dat gemeenten hun inwoners stimuleren bij de aanleg van geveltuinen, concreet-praktische hulp bieden en spullen weggeven die daarbij gebruikt worden. De achtergrond is duidelijk, geveltuinen geven een stedelijk-stenen geheel een groener aanzien. Het vergroot de aantrekkelijkheid van de leefomgeving, zo lezen we in alle delen van het land: groen draagt bij aan een schoner en fraaier straatbeeld, het is “stadsnatuur voor de deur”, voorbijgangers worden vrolijk van een geveltuin. Maar behalve dat, is het ook gezond. Groen zuivert de lucht, vangt fijnstof op en is geluiddempend.

De geveltuin is een algemeen verbreid verschijnsel geworden, inclusief tips in allerlei media, lessen, workshops en cursussen. In 2013 kan Romke van der Kaa concluderen: “Van een stiekem gelichte tegel is het verschijnsel uitgegroeid tot geaccepteerd tuingenre” naast de traditionele die bekend staan als rots-, moes- en siertuin. Dat is privé, daar heeft de gemeente niets mee te maken.

Er zijn enkele minpuntjes aan de geveltuin, want er is langzamerhand toch ook sprake van vernieling, diefstal en dierenhinder: “Het ene moment heb je een prachtige geveltuin, het andere moment is er een hond langs geweest en is het niets meer.”

Bemoeit de Centrale Overheid zich met de lokale geveltuinen? Waarschijnlijk niet, de Handelingen maken geen gewag van dit strookje op de gemeentelijke grens van privaat en publiek. Maar dat kan veranderen en dat is misschien dichterbij dan we denken. Een verzekeringsmaatschappij attendeert zijn klanten dezer dagen op een andere functie: “Wist u dat een geveltuintje wateroverlast in uw eigen huis voorkomt? Een geveltuintje kunt u eenvoudig zelf maken. Haal een rij tegels langs de gevel van uw huis weg. Leuke plantjes of bloemen erin. Klaar! Het regenwater stroomt dan makkelijker in de bodem. En het staat ook nog eens gezellig! Vraag wel eerst bij uw gemeente of u een geveltuintje in uw straat mag maken.”

Geveltuintje

 

 

 

 

 

 

 

 

De geveltuin is stilletjes op weg, onderdeel te worden van het Nederlandse waterbeheer. Het wordt tijd voor aandacht voor dat aspect in Rutte-III of IV. Aandacht? Zeg maar een gezamenlijke focus voor de ministers van Klimaat, Binnenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie – van het hele kabinet.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord).
Publicaties staan onder het kopje C.V.

This entry was posted in In het nieuws. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *