De taal van Rutte: de regeringsverklaring

Na een dagje debatteren tussen de fractievoorzitters (woensdag 1 november) volgde afgelopen donderdag het debat met de aanvoerder van Rutte-III. Toen zaten althans de voorzitters van de coalitiepartijen grotendeels uit te rusten van hun verdedigende inspanningen. Wie woensdag keek en luisterde, zag van regeringszijde Dijkhoff, Buma, Pechtold en Segers opereren, hun rol werd donderdag overgenomen door Mark Rutte en dat klonk anders. Als ik de coalitie-leiders in de Tweede Kamer hoor, valt me aan hun taal nauwelijks iets op, aan de minister-president des te meer.

Goed, in dit blog is 100 keer een bijdrage over de taal van Rutte verschenen (zie de tag Taal van Rutte) en dat zorgt voor aanknopingspunten. Het opvallendst is het aspect van de vreemde-talen die de premier zo duidelijk laat horen. Voorop staat het Engels, het Duits volgt als tweede. Daarmee verraste hij ons donderdag. Misschien sprak hij knipogend naar het Duits van wat hier ook van zij (‘wie dem auch sei’) of rein hypothetisch, zoals hij explicieter bondskanselier Merkel en haar thuistaal noemde in andere gevallen:

+ het enkele feit van een dubbele nationaliteit speelt daarbij gar keine Rolle

+ wat de heer Wilders hier “plädoyeert”, zeggen de Duitsers dan in goed Frans

+  Nou zou ik met mijn Duitse collega zeggen: Schritt für Schritt.

Dit was uit Ruttes mond geen nieuws: zie de eerdere bijdrage over wirtschaften of duwen in de Ruttiaanse reeks. Ook pleidooiéren hadden we al ‘es van hem gehoord maar dan zonder de terechte verwijzing naar het Frans, hoe humoristisch tegelijkertijd. Ha, we horen incidenteel ook Frans langskomen, largesse: “Opvang in de regio hangt altijd samen met largesse ten aanzien van resettlement- of hervestigingsprogramma’s.”

Horen we van Segers of Pechtold Engels? Van Haersma Buma? Mij valt het bij Rutte des te meer op, hetzij in de oorspronkelijke vorm hetzij met de Nederlandse vlag eromheen gedrapeerd. De hier eerder behandelde sweeping statements kwamen in de richting van Emile Roemer terug: “Dat zijn allemaal weer van die sweeping conclusies. Dat is natuurlijk onzin, terwijl de heer Roemer goed begon.”

Ook Thierry Baudet (wiens naam niet lang geleden door Rutte nog opzettelijk verkeerd werd uitgesproken waarop de FvD-fractievoorzitter de naam van Rutte van een vreemd slot-accent voorzag) kreeg in het Engels een tik: “Het valt mij op dat de heer Baudet nu de limelights steelt van de heer Wilders.” Roemer en Baudet kregen vaker een tikje.

Nederland is internationaal connected – de PM niet minder. Hij sprak van impact assessments en noemde iets een kwestie van basics, taal die de regeringsgezinde fractievoorzitters niet zo gauw over hun lippen krijgen en Kees van der Staaij als reserve-coalitionair nog minder. Het is in de Handelingen niet te zien omdat het er aangepast wordt, maar Mark Rutte zegt in de praktijk altijd “in praktijk”, wat net even Engelser is. Als hij verklaart “wij willen dat niet in isolatie doen”, heeft dat bij Rutte een andere inhoud dan bij Pechtold. Bij de laatste betreft ’t het halen van de klimaatdoelen (“Dat kan windenergie zijn. Dat kan CCS zijn. Dat kan isolatie zijn”), bij Rutte is het niet het milieu maar de uitgestoken hand naar de maatschappij en de oppositie: “Wij willen dat niet in isolatie doen. Wij willen daarbij samenwerken met alle relevante partijen hier maar zeker ook in de samenleving”.

Let op de volgorde (maatschappij en oppositie), let op het Engelse in isolation. Maar let ook op wat Rutte juist daarvoor zei over die uitgestoken hand: “zoals ik gisteren ook heb gezegd en het ook resoneerde in het debat”. Dat resoneerde – op de Engelse manier. De OED geeft als mogelijke vertaling van to resonate ‘to respond in a sympathetic or corresponding manner; to react emotionally or positively’, zo’n toepasselijke verklaring bevat Van Dale onder resoneren nog niet.

Tegelijkertijd is Rutte de man die bekend is op de Haagse markt, asielzoekers in rond Hollands opdeelt in stakkers en rakkers of Top! zegt als de voorzitster meedeelt, te willen schorsen. Een excuus van hem komt sympathiek over (“Dus sinds afgelopen vrijdag ben ik in ieder geval gewaar dat ik hier heb zitten prutsen. Ik ga proberen dat in de toekomst tot een minimum te beperken.”)  en Rutte is net zo vlot en populair of wellicht popi als hij zegt: “Als je het in absolute bedragen gaat bekijken, ja, dan lust ik er nog wel eentje.” Of: “Ik wil even oppassen dat ik niet in een grote vlaai trap, maar ik denk dat de heer Klaver gelijk heeft.”

Diezelfde Klaver krijgt een tik rond een eikeltjespyjama en wordt met even groot gemak weggezet als de man van de aardbeienbakjesindex of degene die schaapachtig lacht. Zo moet Roemer het ontgelden (“De heer Roemer denkt nu: mijn naam wordt genoemd, waar gaat het over? Ik praat u dadelijk bij, meneer Roemer!”), Baudet in verband met de Brexit (“Feiten moeten benoemd worden, juist onder vrienden, waarmee ik niet de heer Baudet bedoel, maar het Verenigd Koninkrijk”) en ook Asscher. Bij de laatste volgt even snel een terugtrekkend excuus als bij Klaver wanneer die daar uitdrukkelijk om vraagt na een opmerking over vriendschap met bootjessmokkelaars. Ook het voorlezen van het privé-briefje van de Kamervoorzitster moest Rutte beantwoorden met een openlijke verontschuldiging aan haar. Gleed de premier in deze gevallen ondanks al zijn ervaring niet toch een beetje uit over een vlaaitje?

Rutte-III 02.11.2017

 

 

 

 

 

Als zoveel sprekers van het Nederlands sprak Rutte van verontachtzaamt, maar dat is door de Dienst Verslag en Redactie van de Tweede Kamer gecorrigeerd tot “Wat de heer Roemer hier veronachtzaamt”. Dit zeg ik met alle respect, is de nietszeggende aanvulling van de premier daarbij. Dat is net zo bekend van hem als dat hij dingen zó vaak cruciaal ja écht en zéer cruciaal betitelt, dat cruciaal z’n oorspronkelijke betekenis deels heeft verloren. (Vergelijk de vele malen dat is relevant genoemd wordt, ja zeer, heel of zelfs wezenlijk relevant.) Ook in het standaardrepertoire van de MP zit bevallen van: “Het PBL is bevallen van een rapportage over wat het kabinet precies doet om het klimaatdoel te halen.” Terwijl Jesse Klaver de tekst van het Planbureau voor de Leefomgeving anders honoreert, zegt Rutte: “Volgens mij is dat een prima verhaal.” Daar heeft het studentikomische gebruik van bevallen van toch een serieus ondertoontje met een stil zweempje van kritiek op het PBL.

Maar met het milieu heeft de premier dan ook minder dan te verwachten was bij een kabinet dat zoveel ambitie heeft op dit terrein dat het ’t groenste kabinet ooit zegt te zijn. Wat verklaart Rutte op dit gebied samenvattend: “Ik wil dat wij dit land schoon krijgen. Het is namelijk een kwestie van basics dat je niet alleen je overheidsbegroting op orde hebt, maar dat je ook de rotzooi niet doorschuift naar de volgende generatie.”

Dit wereldmilieuprobleem omschreven als het niet-doorschuiven van rotzooi en het schoon krijgen van het land. Inderdaad, ook ambitie heeft hier een betekenisverschraling ondergaan en deze mededeling krijgt weinig aandacht in vergelijking met de jarenlang gebrachte boodschap van het op orde brengen van het huishoudboekje van de staat of de noodzaak, de overheid compacter te maken (zie Vegen van bovenaf). Dat kan onder invloed van Eric-500-Wiebes*) en geholpen door D66 en CU natuurlijk veranderen.

“Ik heb heel goed geluisterd” zegt Rutte-III tegen zijn vroegere vice-premier uit Rutte-II en vrijwel hetzelfde tegen Jesse Klaver: “ik heb goed geluisterd”. Maar goed luisteren is precies wat het zegt, goed luisteren en niets anders. Tegelijkertijd zegt de minister-president immers tegen diezelfde Asscher: “Ik ga die brug nu niet over” wanneer deze vindt dat er ónder het sociaal minimum niets moet kunnen bestaan. Ook Klaver krijgt te horen: “Ik ga die brug nu niet over”.  A bridge too far.

Dat vrijwel alle ingediende moties aan het eind van het lange, onderhoudende en soms spannende debat door de premier ontraden werden was daarom niet echt een surprise.

Goed weekend!

*) De premier antwoordde op vragen van Jesse Klaver (GroenLinks): “Ik wil ook even de kans geven aan Eric Wiebes, ook met een IQ van 500, om zijn voeten daar onder het bureau te krijgen en zich er een beeld van te vormen. Hij heeft dit deel van de coalitieonderhandelingen wel vanuit VVD-perspectief gevolgd, maar minder intensief dan andere onderdelen. Dus geef hem even de kans om de voeten onder zijn bureau te krijgen. Ik versta de heer Klaver zo — zo ken ik hem ook — dat hij zegt: tempo. Daar houd ik ook van. Dus we gaan zeker niet enorm vertragen.” ‘Zeker niet enorm vertragen’ als omschrijving voor opschieten, tempo.

 

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in In het nieuws, PARLEVINKEN, Taal van Rutte. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *