De schuivende panelen van crux

Dat Van Dale het woord crux omschrijft als ‘onoplosbaar of moeilijk oplosbaar probleem’ is juist en het is simpel aan te tonen als we de Handelingen van de Tweede Kamer er even bij nemen. Laten we een flinke stap terug in de tijd zetten en naar vroege voorbeelden zoeken.

  • Op 18 maart 1859 heeft minister Van Bosse het woord. Het gaat over een probleem dat ook tegenwoordig nog speelt bij de Belastingdienst, wat valt er wel of niet onder een bepaalde cijns? De minister zegt: “Het is een groote crux voor de administratie om aan de billijke wenschen van belanghebbenden te voldoen en toch voor de belangen van de schatkist te waken”. Dat gebruik van crux leidde hij in met “Dit is een zeer moeijelijk punt”.
  • Op 1 en 2 april 1873 is het onderwerp “Nieuwe regterlijke inrigting” en het lid Godefroi (advocaat) merkt dan op, “dat er in onze wetgeving geen grootere crux te vinden is dan juist art. 38 der tegenwoordige wet op de regterlijke organisatie.”
  • 28 oktober 1885 zijn aanpassingen op het Wetboek van Strafrecht het onderwerp van de bijdrage van jhr.mr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland. Hij zegt: “Wij weten allen welk een ware crux die bedelarij is geweest, en hoeveel moeite het heeft gekost om de beide Kamers daaromtrent te doen overeenstemmen.”

De zware inhoud van crux als schier onoplosbaar probleem onderstrepen de heren met woorden als groot en waar of met een herhalende opmerking dat het een zeer moeilijke kwestie betreft. Zo was het.

  • Op 1 november was de regeringsverklaring van het kabinet Rutte-III. De premier sprak algemene woorden: “Het debat in dit huis en in de Eerste Kamer zal op momenten hard en fel zijn. Dat hoort ook zo te zijn, want hier bevechten we elkaar op ideeën. Dat is de crux van democratie.“
  • Anderhalve week later waren de Algemene Financiële Beschouwingen, waarbij staaatssecretaris Menno Snel zei over de omstreden intrekking van de dividendbelasting: “Alleen het idee is natuurlijk dat het buitenlandse bedrijf later hier komt en hier zorgt voor banen, werkgelegenheid en inkomstenbelasting. Dat is een beetje de crux van het beleid.”

Voor het gemak neem ik aan dat voor premier Rutte het debat in de Tweede of Eerste Kamer níet het onoplosbare probleem van de democratie is. Het is simpeler, te veronderstellen dat het woord crux een betekenisverandering heeft ondergaan, getuige dit gebruik door de premier en zijn staatssecretaris. Crux heeft aan zwaarte verloren en dat is geen wonder als ook het bijvoeglijk naamwoord cruciaal zo onvoorstelbaar vaak gebruikt wordt in het parlement dat het inmiddels verzacht is tot ‘van belang’.

Ik veronderstel dat de betekenisontwikkeling van het woord crux als volgt is:

‘(bijna) onoplosbaar probleem > probleem > essentie van het probleem > essentie/kern’

In de citaten van Rutte en Snel past ‘essentie’ als betekenis van crux – en bij hen niet alleen. Van Dale moet dit punt nog even actualiseren. Schuivende panelen, zou Menno Snel het graag noemen, net als enkele malen in het debat van afgelopen donderdag. Verschoven, ergens tussen Beelaerts van Blokland en Rutte.

G.J.Th. Beelaerts van Blokland (P&P)

 

 

M. Rutte (P&P)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen.
Publicaties bijvoorbeeld via http://bit.ly/2hyBtUy of (verder teruggaand) http://bit.ly/2htQceB

This entry was posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale). Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *