Mensenrechtengestoeld en klimaatready

De Schoolmeester, Charivarius (een naam die verwijst naar een volksgericht en uitjoelen maar die in werkelijkheid dr. Gerard Nolst Trenité heette, hij leefde van 1870-1946) betrok een eeuw geleden nogal duidelijk positie tegen wat hij beschouwde als foutief taalgebruik. Geen wonder dat een van zijn publicaties – en succesvolle publicaties – de naam droeg van Is dat goed Nederlands?

 

 

 

 

 

 

Het getoonde boekje is van 1940, het jaar waarin niet alleen de eerste, maar ook deze tweede druk verscheen.

Voor de liefhebber staan daarin tal van tips bijeengebracht, zoals het tegenover elkaar plaatsen van wat fout is (bv. Ik kan het me begrijpen) en wat voor de Schoolmeester correct (Ik kan het me verklaren). In dit geval is het antwoord op de vraag naar het waarom van die verbetering: zich verklaren is juist, zich begrijpen niet.

Charivarius onderscheidt precies tussen terugkomen op een voorstel en terugkomen van een voornemen. Het eerste omschrijft hij als “opnieuw behandelen”, het tweede “opgeven”. Ook spreek- en schrijftaal probeert hij van elkaar te scheiden. Zo brengt hij maar onder de eerste variant (spreektaal), echter en doch onder de tweede variant, dus elk van die laatste beide is een woord voor de geschreven taal. Misschien en volstrekt niet (praten) staan in het boekje net zo tegenover wellicht en geenszins (schrijven).

Binnen de veelheid van Is dat goed Nederlands? bevat bladzijde 38 ook een uitval naar “het dogma kort is beter dan lang, dat in zijn algemeenheid onverdedigbaar is”. Charivarius schrijft dat naar aanleiding van de voorbeeldwoorden zonbeschenen, luchtgedroogd en gasgevuld. Hij pleit dus in 1940 voor door de zon beschenen, in de lucht gedroogd, met gas gevuld. Om vergelijkbare redenen wijst hij bijvoorbeeld noodgedwongen af, dat moet iets zijn als door de noodzakelijkheid gedwongen.

  • Enkele gevallen waar Nolst Trenité tegen zou hebben kunnen fulmineren, ontleend aan de ongecorrigeerde Handelingen van de Tweede Kamer in de periode eind maart tot eind december 2017. Zekere minister had het daaarbij over ODA-gelden en SDG’s. Aha! En die laatste zijn eigenlijk mensenrechtengestoeld, zo verklaarde ze.
  • Dezelfde bewindspersoon zei in reactie op vragen uit de Kamer: “Het nationaal klimaatfonds, waarnaar ook gevraagd wordt, zal natuurlijk nadrukkelijk bedoeld zijn voor activiteiten die klimaatrelevant én ontwikkelingsrelevant zijn.”
  • Een andere minister – er wordt in het Nederlandse parlement niet altijd direct-verstaanbaar Nederlands gesproken – verklaarde omtrent de proportionaliteit in zijn sector dat deze zéer innovatief was. Sterker, hij zei onomwonden: “De sector is zeer technologiegestuurd.”
  • Een staatssecretaris kwam te spreken over de Omgevingswet – iets waar de Schoolmeester geen pijlen op zou kunnen richten, zo simpel is daarvan de benaming, maar dat geldt voor de meeste aanduidingen van wetten. De staatssecretaris: “Dan de Omgevingswet. Tijdens de behandeling daarvan heeft D66 er altijd voor gepleit dat die wet echt klimaatproof moet zijn. Zitten daar voldoende instrumenten in om ook de steden te helpen bij hun eigen afwegingen om die stad klimaatneutraal of klimaatready te maken in hun ruimtelijkeordeningsbeleid?” Nauwelijks later had ze het over een expertisecentrum klimaatadaptatie.

Over klimaatready gesproken. In 2016 sprak een motie al van NOM-ready woningen, verklaarde een andere Kameruitspraak “een woning als nul-op-de-meter-ready te typeren”. Ook in 2016 en eerder ging het over vrouwelijke commissarissen die board-ready waren dus in feite benoembaar. Al in 2008 had mevrouw Wiegman (CU) het over nieuwe kolencentrales die ze CCS-ready noemde; in 2007 zei Pieter van Geel CDA “dat bij het realiseren van deze centrales toekomstige opslag van CO2-afvang mogelijk wordt gemaakt. Dat heet in technische termen capture-ready.” Het morfeem –ready moet dus wel via het klimaat-Engels het Nederlands binnen gekomen zijn.

Nolst Trenité (Annie de Meester)

 

 

 

 

 

De Schoolmeester was een eh expertisecentrum tekst-adaptatie in persoon. Voor hem bevatten de Handelingen veel tekst die als correctie-ready aangemerkt kan woorden.

 

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *