Namen noemen we… (ii): Lubbers

Toeval: afgelopen woensdag was de dag dat het overlijden bekend gemaakt werd van de vroegere minister-president Ruud Lubbers en het was de dag waarop enkele uren tevoren in dit blog aandacht gevraagd was voor de omgang met namen van politieke tegenstanders. Voor vandaag werd het eerste vervolg in een reeksje aangekondigd en het is daarom logisch, om te beginnen met aandacht te vragen voor Ruud Lubbers.

Het volgende is een fragment uit het verslag van de Tweede Kamer van 12 oktober 1983. Het kan niet anders dan in de afgelopen dagen geregeld genoemd zijn in terugblikken op de vroegere minister-president.

 

Aan de orde: de Rijksbegroting voor 1984.

De heer Van Dam (PvdA): Mag ik de minister-president eens wat vragen? Ik krijg over dat probleem van de echte minima nogal eens een paar brieven en ik wou eens een poging doen, dat wat dichter bij de mensen te brengen. Stel: u hebt een tuinman, Flipse heet hij. Die krijgt van u honderd gulden in de maand. Op een gegeven moment zegt u: ‘Flipse, het zijn moeilijke tijden, wij doen er een tientje af, maar je hebt het zo moeilijk, je krijgt een eenmalige uitkering.’ En Flipse zegt: ‘Dank u wel, mijnheer, dat is prachtig.’ Volgend jaar weer. U zegt: ‘Flipse, de tijden blijven moeilijk. Wij doen er weer een tientje af, maar eenmalige uitkering.’ Flipse komt thuis, geeft het loonzakje aan zijn vrouw en die zegt: ‘Flipse, je hebt een tientje minder volgens mij.’ ‘Nee’, zegt Flipse, ‘ik heb een eenmalige uitkering weer gehad.’ ‘Nee’, zegt zij, ‘je hebt een tientje minder. Volgens mij heb jij je laten belubberen.’ Flipse komt bij u terug en zegt: ‘Maar, mijnheer Lubbers, hoe kan dat nou?’ Hoe legt u hem dat dan uit? Minister Lubbers: Ik zou dat niet uitleggen. Ik zou dat niet hoeven te doen, want ik zou ook die man niet met dat verhaal naar huis gestuurd hebben. Het is namelijk uw verhaal, het is niet het mijne. Zo is het!

Ja, zo is het! Dat is toch de systematiek van de eenmalige uitkering of niet?

Minister Lubbers: Nee, nooit is die voorstelling gegeven. U suggereert nou, dat thuis de vrouw van die mijnheer zou moeten ontdekken, dat de goede man bedonderd is. Nou, ik vind het niet erg koosjer om de voorstelling te geven alsof iemand dat zo zou doen en alsof de overheid dat zo zou doen.

De heer Van Dam (PvdA): Juist, dat is niet koosjer. Op blz. 53 van de Miljoenennota staat het staatje over de inkomensverdeling. Er staat: sociale minima -3,5%. Vervolgens staat er: aan de echte minima zal een eenmalige uitkering worden verstrekt, welke ertoe leidt dat de inkomensachteruitgang voor deze categorie inkomenstrekkers met 3,5% wordt beperkt, ledere normale Nederlander die dit leest, ziet dat alle minima er 3,5% op achteruitgaan, behalve de echte minima. De werkelijkheid is echter dat de echte minima, als zij de eenmalige uitkering niet kregen, er 6,2% op achteruit zouden gaan. Deze groep gaat er nu 2,7% op achter achteruitgang van de andere minima vorig jaar. (sic, SR) Volgend jaar gaan de echte minima er 3,5% op achteruit. Alle echte minima worden, net als die tuinman, belubberd!

Minister Lubbers: Mijnheer de Voorzitter! Tegen deze woordspeling moet ik groot bezwaar maken. De fractievoorzitter van de partij van de heer Van Dam heeft een probleem onder ogen gebracht en er vragen over gesteld. Hij behoort dus tot die groep van Nederlanders die de intelligentie wordt toegemeten dit te zien. Het is uitgebreid besproken, iedere keer weer. Ik heb hier betoogd dat dit een reëel probleem is. Ik heb geen enkele indruk willen wekken dat dit geen reëel probleem is. De heer Van Dam probeert nu de suggestie te wekken dat de regering hier de zaak aan het bedonderen is. Ik acht dit volstrekt onaanvaardbaar. Als hij, hoe geestig hij het ook vindt, een woordspeling invoegt, acht ik dat, ook als oud-collega, onder de maat! (applaus ter rechterzijde).

Tot zover de Handelingen. In 1983 werd met de naam van Ruud Lubbers dus hetzelfde uitgehaald door Marcel van Dam als veel later door Thierry Baudet (FvD) met de familienaam van Eric Wiebes: zie de vorige aflevering. Wiebes liet het passeren, Lubbers verstrekte zelf de vertaling van het verzonnen werkwoord belubberen ‘bedonderen’ en was not amused. In een vervolgbijdrage zal het nogmaals over Lubbers gaan, meer in het bijzonder over het woord Lubberiaans, dat de afgelopen dagen geregeld is afgestoft. Maandag.

Afscheid van Ruud Lubbers (Anthos)

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in In het nieuws, PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.