Eufemisme, eufemistisch en wat er op lijkt (i)

Het is een wat bittere toon die Hendrik Drucker in de Tweede Kamer aanslaat op 17 mei 1907: “En”, zeide de Minister, „soms komt die dagvaarding wel eens te laat ter kennis van den belanghebbende.” De Minister noemde dat euphemistisch „tardief”; dat klinkt niet zoo hard; „te laat” begrijpt men beter. Men kan dan later vernemen, dat men veroordeeld is vóórdat men een dagvaarding heeft ontvangen.”

In dit kader is het woord eufemistisch het signaal voor die bittere toon, een aanklacht tegen onrecht. Maar als Kamerleden tegenwoordig iets eufemistisch noemen, bedoelen ze meestal een understatement. Om het ingewikkelder (maar ook helderder) te maken kunnen we een understatement onderscheiden van een litotes. Misschien is het allemaal allemaal VWO-stof, maar volg de tekst gewoon, lezer, aan het eind van het serietje dat ik hier probeer te maken, staat een kleine samenvatting gepland.

Laten we kijken wat het beeld is van die momenten dat het woord eufemisme en eufemistisch in de Tweede Kamer klinkt. Ik voorspel alvast dat wat ik verderop “echte eufemismen” zal noemen, het interessantst vind vanuit politiek-taalkundig oogpunt.

Interessant is niet hetzelfde als komisch, want dat is het als een spreker als Klaas Dijkhoff ergens in 2017 zegt: “(…) dat er in dit onderdeel van het asielbeleid, namelijk de terugkeer, een hapering zit, om het maar eens eufemistisch te zeggen.” Hier is het vermakelijke tongue-in-cheek dat de VVD-woordvoerder een hapering noemt wat hij héel slecht geregeld vindt. Dat is ook de letterlijke betekenis van eufemisme, ‘mooi zeggen en daarmee verhullen’. Maar Dijkhoff zélf verhult hier helemaal niet, juist door de toevoeging “om het maar eens eufemistisch te zeggen” vestigt hij er de aandacht op: begrijp me niet verkeerd, luisteraar, ik zég wel hapering maar ik bedóel een veel ernstiger woord dat u zelf wel kunt invullen. Kortom, hier wordt door een spreker het omgekeerde van een hyperbool gebezigd, geen over- maar een ónderdrijving – een understatement.

Martin van Rooijen van 50PLUS zegt in hetzelfde kalenderjaar 2017 in de Plenaire Zaal: “(…) om meer te beleggen in Nederlandse bedrijven door barrières weg te nemen, zoals dat eufemistisch heet”. Dat is eenzelfde methode van een spreker om te wijzen op omfloerste taal – hoezo, barrières wegnemen door bijvoorbeeld 1.4 miljard euro aan dividendbelasting cadeau te doen of rulings te treffen met honderden bedrijven die dan fiscaal prettig behandeld worden?

Dijkhoff en Van Rooijen zijn niet de enigen. Sterker, eufemisme en eufemistisch zijn zéer geliefde etiketten die sprekers op stukjes in hun Tweede Kamerbijdragen plakken. Uit het afgelopen jaar nog een paar voorbeelden, telkens understatements die als eufemisme geafficheerd worden:

• ontstaat er een claim die niet onmiddellijk wordt terugbetaald, zeg ik heel eufemistisch. (Pieter Omtzigt, CDA)

• Dit is een onderwerp dat al heel lang speelt. Hoe zal ik het eufemistisch zeggen? Het is niet geheel uit te sluiten dat het deze kabinetsperiode niet lukt. (minister Zijlstra over het Midden-Oosten)

• Het is een spannende periode in de wereld. Dat is natuurlijk een eufemisme. (minister Kaag)

• (…) is hij bereid om over de onderlinge verhoudingen opnieuw met de Caribische delen van ons Koninkrijk en met ons als parlement in gesprek te gaan om te kijken of we tot een — laat ik het maar vriendelijk zeggen, met enig eufemisme*) — optimalisering kunnen komen? (Roelof Bisschop, SGP)

• dat de informatievoorziening over en weer — wie bel je als er een probleem is, weet de wethouder dat, zijn er soms andere aanbieders die iets kunnen? — nog wel verbeterd kan worden; zei hij eufemistisch. (staatssecretaris Van Rijn)

• We hebben gezien dat er in 28 van de slachthuizen waarin onverdoofd wordt geslacht, sprake is van tekortkomingen. Dat is een eufemistische term om te zeggen dat het niet goed gaat. (Esther Ouwehand, PvdD)

*) Let op: enig eufemisme zegt Roelof Bisschop. Woorden op –isme zijn in verschillende groepen in te delen, bijvoorbeeld op basis van hun telbaarheid: een germanisme, een anglicisme e.d. zijn alleen al daarom iets anders dan alcoholisme of amateurisme dat gewoonlijk niet van het lidwoord een voorzien kan worden en anders dan germanismen en anglicismen niet in het meervoud om te zetten. Een vleugje paternalisme lijkt me gangbaar Nederlands, enig eufemisme klinkt mij vreemd in de oren: een paternalisme is gek, een eufemisme is normaal ABN. Twee eufemismen is prima net als een handvol frisismen. Maar twee illusionismen, enkele triomfantalismen, een paar obscurantismen, nee toch? Daarom, we hebben twee soorten –ismen en eufemisme hoort bij de telbare soort.

EUFEMISME Van Dale

Wordt vervolgd: a.s. maandag

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in PARLEVINKEN. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.