Naar hoofdstad Doesjanbe: het Nederlandse lidwoord

In het verslag over het aangevallen Nederlandse fietsduo (“Aangevallen Nederlands stel fietste van Bangkok naar Teheran”, NRC Handelsblad 31 juli 2018) stond een opvallende zin: “Vanuit daar gingen ze naar hoofdstad Doesjanbe”. Het stuk is in Tadzjikistan geschreven door Mark Lievisse Adriaanse, die assistentie kreeg van Eva Cukier en Steven Musch. Wellicht gebeurde dat laatste op de Amsterdamse redactie, misschien wel inderhaast. Dat zou het spreektaalkarakter kunnen verklaren (“Vanuit daar gingen ze naar”) en dan mogelijk ook “naar hoofdstad Doesjanbe”.

Is het normaal Nederlands om naar hoofdstad Doesjanbe, hoofdstad Parijs of hoofdstad Parijs te gaan? Mijn taalgevoel schrijft daar het bepaalde lidwoord voor, maar ik geef graag toe dat dit een omvangrijke en complexe materie is waar in een blogstukje niet het laatste woord over gezegd wordt. Tientallen malen staat in de editie van één krant een naam, soms zonder maar meestal mét een bepaling voor of na die aanduiding. Dezelfde tekst over het tragische fietsduo bevat bijvoorbeeld het onveilige Afghanistan, het Tadzjiekse Pamirgebergte, de Centraal-Aziatische republiek Tadzjikistan, het zuidelijke district Dangara, een zwarte Daewoo Leganza, de Kirgizische reisleider Kudaibergen Mamadiev. In een stuk over de bereidheid van president Trump om ergens bij een collega aan te schuiven en vervolgens voor tv-camera’s te verschijnen (het gaat deze keer over Iran) heeft de auteur het achtereenvolgens over de Amerikaanse president Donald Trump, de Iraanse president Hassan Rohani, de Italiaanse premier Giuseppe Conte, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Russische president Vladimir Poetin.
Kortom, veel namen in de krant, soms gevarieerd, soms eentoniger van bepalingen voorzien.

Laten we twee regelmatigheden afleiden uit deze ene NRC van 31 juli 2018.
Nemen we als neutrale vorm de aanduiding de president. Zodra er een nabepaling volgt in de vorm van de familienaam of voor- en achternaam verdwijnt het voorgeplaatste de: president Trump, president Vladmir Poetin.
Datzelfde de kan weer verschijnen als er ook aan de voorzijde een bepaling staat zoals de Amerikaanse president Trump.

Even neutraal als de president is de aanduiding voor het land dat Afghanistan heet of plaatsen als Fnideq of Marrakesh die in dezelfde krant voorkomen. Hier zien we in plaats van een lidwoord de de afwezigheid van een lidwoord, of het lidwoord ø zoals taalkundigen het liever aanduiden.Dus ø Afghanistan e.d. Zodra er in het geval van ø een voorbepaling komt (althans zo is het met allerlei geografische aanduidingen zoals landen en steden) dan wordt het ingevoegd: het onveilige Afghanistan, het Marokkaanse Fnideq, het zuidelijke Marrakesh.

Dat is een grappige tegenstelling tussen het gedrag van de en ø. Komt er een bepaling na de kern van de, dan wordt dat lidwoord voor zijn diensten bedankt en verschijnt er een onzichtbaar ø – wordt de positie tussen ø en zelfstandig naamwoord ingenomen omdat er nog een voorbepaling verlangd wordt, dan keert het verdwenen lidwoord de terug óf er wordt de hulp ingeroepen van een het dat hier in feite een opmerkelijke plek inneemt.

Als deze hoofdregels een beetje kloppen, dan is meteen duidelijk waarom ik struikelde over naar ø hoofdstad Doesjanbe: daar zou naar de hoofdstad Doesjanbe hebben moeten staan.*)

Ik vrees dat deze twee regels – keerzijdes van eenzelfde verschijnsel – het topje van een ijsberg vormen. Daarom wijs ik maar snel op een klein puntje in een stuk van Marc Leijendekker vanuit Siena, een plek die me dierbaar is. Hij schrijft over Ivan Zaytsev (die heel wat over zich heen krijgt omdat hij zijn dochtertje een inentingsprogramma wil laten volgen terwijl daartegen luid protest is in Italië): “Hij is als topvolleyballer en speler van het Italiaanse nationale elftal wel wat gewend.” Waarschijnlijk is Leijendekker niet erg in sport geïnteresseerd. Elftal is typerend vooral voor een veldsport als voetbal, bij volleybal doen ze het met minder. Elftal is op weg om ‘team’ te gaan betekenen ongeacht het aantal.

*) Zó stond/staat het op de website. In de gedrukte editie is de aanduiding hoofdstad verdwenen en daarmee ook de context waarin een lidwoord verlangd wordt.

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in In het nieuws. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.