Tien stukjes met spelsuggesties

Een serietje met tien vragende suggesties over de spelling van het Nederlands.
Het zal draaien om de overeenstemming tussen de weergave van de normale uitspraak enerzijds en theoretische overwegingen anderzijds (de regels van gelijkvormigheid, etymologie). Klein – wat ik schrijf is serieus, maar het moet wel leuk blijven.

Dit is wat we gedurende veertien dagen (omgekeerd chronologisch) aan voorstellen deden.

Nummer 10: Welliswaar
Toen ik de hockey-verslaggever een keer “weeliswaar” hoorde zeggen, wist ik het: we schrijven die drie woordjes wel-is-waar als éen geheel maar niet iedereen is zich bewust van het gegeven dat het er historisch drie zijn. De reporter kan iets hardop zijn gaan zeggen wat hij tevoren had gelézen. Als we de verbindingsstreepjes terzijde willen schuiven wat als onpraktisch, resteert de notatie op grond van de uitspraak: “welliswaar”. Dat is een aparte eigenschap van onze spelling: een verdubbelde medeklinker zegt niets over zichzelf maar daarentegen over de voorafgaande klinker (spellen, dubbel, bakken). Dat te geloven, kostte me ooit moeite.

Ik eindig aarzelend: welliswaar of wel-is-waar maar geen weliswaar meer als we de gangbare uitspraak in de toekomst zeker willen stellen.

Dit is het lijstje met 10 gesuggereerde verbeteringen van de Nederlandse spelling voorzien van aanvullingen, soms door lezers van dit blog aangereikt:

Absorptie -> absorbtie (ja en waarom dan ook niet scribtie en woorden op -; in één moeite door: consumtie zonder p die we ook niet schrijven in hempt of hempd)
Balanceren –> balanseren
Bijdehante –> bijdehandte (ja en waarom dan ook niet Braband wegens Brabander)
Burgemeester –> burgermeester
Diffuse –> diffuze
Eh –> öh (ja en dan veranderen we tegelijkertijd het tussenwerpsel in hee)
Manoeuvreren –> manoevreren
‘s Nachts –> snachts
Verbintenis –> verbindtenis (en dan ook maar leiddraad)
Weliswaar –> welliswaar (of wel-is-waar)

• Nummer 9: Verbindtenis
We keren een beetje terug naar nummer 3, bijdehandte en stadten. Bij verbintenis stoort me de notatie op dezelfde grond: je denkt onontkoombaar aan verbinden en waarom dan niet verbindtenis waar we dat spoor zo makkelijk kunnen laten zien (net als bijdehandte en stadten)? Dat geeft ook steun aan de werkwoordelijke notatie houdt, wordt enz. Natuurlijk gaan we dan in één moeite door ook leiddraad schrijven.

Mitsdien: verbindtenis.

 

• Nummer 8: Smorgens
Toegegeven, op de lagere school had ik een moeizame relatie met ‘s nachts en ‘s morgens: ik begreep dat kommaatje niet (en de uitleg vond ik ongeloofwaardig). Bovendien, de spatie tussen de s en het betreffende woord was al net zo raar. Wat er niet hoorde, een apostrof en een opening binnen één woord!

Zullen we de taalhistorie vergeten en op het gehoor spellen, net zoals we bijvoorbeeld ook naar de uitspraak asjeblieft of alstublieft noteren en niet meer als het je of u belieft? Dat betekent hier dus snachts en smorgens. Dat we dinsdags en zondags schrijven klopt dan mooi met het gegeven dat ‘s dinsdags en ‘s zondags onnatuurlijk over komt.

Conclusie:

• Nummer 7: Manoevreren
Manne: luistere! Majoor Kees deelt mede dat we op manoeuvre gaan. Manoeuvre is hoorbaar Frans, dus logisch dat we die vreemde klinkerserie noteren. Zichtbaar geïmporteerd, prima!
Maar die on-Nederlandse tweede klinker in de uitspraak van het zelfstandig naamwoord manoeuvre is niet dezelfde als in het verwante werkwoord manoeuvreren – we zeggen in het ABN normaliter “manoevreren”.
Zullen we dat dan ook gaan schrijven?
Derhalve: manoevreren. In Vlaanderen desgewenst maneuvreren.

• Nummer 6: Öh
Als we luisteren en op basis van het gehoor spellen, is het teken e een vreemd geval met al z’n mogelijkheden. In het woord Enschede staan er drie en de middelste e (sjwa) kan dat alleen maar zijn omdat er direct een hoofdklemtoon aan vooraf gaat of op volgt.
Maar die sjwa wordt wel in het woord eh met een e aangeduid en dat is een zelfstandig woord van één lettergreep, zónder de aanwezigheid van een nabije hoofdklemtoon binnen hetzelfde woord.
Op het gehoor zou ik daarom liever öh spellen dan dat vreemd ogende eh. Ja, öh met precies dezelfde klinker als die Limburgse grondsoort löss.

Vandaar: öhTrouwens, wat is er de reden van om het tussenwerpsel hee als hé te schrijven? Hebben we het uit het Frans? Gewoon als hee past beter binnen onze regels, net als o jee.

• Nummer 5: Gek is dat, we schrijven nerveuze en luxueuze met een z, ook al gaan nerveus en luxueus op een s uit. De reden is simpel (ook al regelden we dat anders met een s/z op woordeinde dan in het geval van t/d): we schrijven wat we zeggen en daar is veel voor te eh zeggen.

Waarom passen we die regel niet toe bij diffuus/diffuse? Heb ik ooit iemand “diffuse” horen zeggen – in mijn kennissenkring gaat het over “diffuze”.

Ergo, een betere notatie lijkt me: diffuze.

• Nummer 4: Toen ik nog op het Bureau Groninger taal en cultuur van de RUG werkte – dat heeft na mijn vertrek een titulaire upgrading ondergaan in samenhang met een fusie – schreef ik op 12 mei 2015 een TIM over, een stukje over taal-in-maatschappij: de burgemeester.
Veel mensen blijken het woord verkeerd te schrijven en dat is een prima argument om burgemeester ook een facelift te geven en hem te vervangen door burgermeester. De foutspellers zullen denken aan burgers of aan de burgerlijke stand, beide inclusief tweemaal een r.
De herkomst mag met burch ‘stad’ te maken hebben – wie weet dat? En het zijn toch niet louter steden die een burgemeester bezitten? Daarom kies ik voor de burgermeester – ook nog eens gesteund door het Duitse Bürgermeister. Wilden we ook niet dezelfde zomer- of wintertijd als over de grens en dezelfde munt?

Zie de SZ van gisteren:

 

 

Kortom, waarom niet:

• Nummer 3: Het gevalletje van vandaag is er eentje uit een grotere reeks.
Ze kennen we statten ‘de stad ingaan om boodschappen te doen’ zonder dat we daar het woord stad nog volledig in zien. Bijdehand is de gangbare en logische manier van noteren (‘vlug van begrip’) maar waar blijft die slot-d in het bijvoeglijk naamwoord bijdehante?

Als we houdt, bindt, hoedt schrijven en breedte, rondte, wijdte of dat soort woorden met dt, waarom dan niet bijdehandte (en dan ook stadten)? Dat heeft een grotere mate van gelijkvormigheid dan bijdehante en statten en de uitspraak blijft in orde.

Dus: bijdehandte

• Dit was nummer 2 Balanseren 

Van Dale zegt echt ‘met kleine schommelingen zich in evenwicht houden’ en we hebben het dus inderdaad over balanceren. Die c laat zich verklaren vanuit de Franse herkomst, maar waarom schrijven we dan balans en niet ook balance? Het lijkt me van tweeën één: balance en balanceren óf balans en balanseren.
Ik kies voor het tweede. Uitspraak? Geen probleem. Herkomst? Ach, dat hadden we bij balans toch al opgegeven.

• Dit was maandag 29 oktober 2018 nummer 1: absorbtie in plaats van absorptie ‘opname van de energie van een fysisch systeem door een ander systeem’ (Van Dale)Ik zou absorbtie  prefereren, we zeggen immers “absorberen” en niet “absorperen”. En: de uitspraak van het geschreven woord absorbtie is gelijk aan absorptie.

Daarom: 

 

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in Rijp voor opname (Van Dale). Bookmark the permalink.

8 Responses to Tien stukjes met spelsuggesties

  1. Gaston D'Haese says:

    Ik ga voor ‘balanceren’! De uitleg voor ‘absorbtie’ vind ik wel plausibel.

  2. nelis says:

    Met het oog op de volksgezondheid lijkt me dit een gevaarlijk voorstel:
    Nu hoor je regelmatig over “regen en af en toe wad zon”
    Daar komt straks absorbdie bij, en dat klinkt heel verkouden.

    Dit voorbeeld maakt overigens mooi duidelijk dat er qua spelling geen ei van columbus is.

  3. RM Ulmann, ap. n.p. says:

    Ad- en absorptie zijn twee verschillende fysische verschijnselen. Adsorptie wil zeggen dat iets zich aan de -meestal- vloeistof hecht, terwijl er bij absorptie sprake is dat de onderhavige stof oplost in de vloeistof. Het eerste is meestal een oppervlakteverschijnsel, terwijl het tweede een veel intensiever proces is. Zo wordt CO2 geabsorbeerd door water. hoe lager de temperatuur van het water, des te groter is de absorptie. Ook onder druk wordt die absorptie groter. Vandaar dat mineraalwater de CO2-belletjes loslaat bij openen van de fles (minder luchtdruk) en laat het bier de CO2 los wanneer het glas warmer wordt.

  4. Wil Rikmanspoel says:

    Mag ik als elfde spelsuggestie de woorden ‘agressie’ (> ‘aggressief’, > ‘aggressiviteit’) voorstellen? De huidige officiële spelling ‘agressie’ lijkt eerder uit te gaan van het Latijnse ‘a(b)’ als voorvoegsel met tegenovergestelde betekenis dan van het naar de betekenis bedoelde ‘ad’.

  5. Frans says:

    In ‘breedte’, ‘rondte’ en dgl. hebben we te maken met het suffix -te, getuige ‘lengte’, ‘hoogte’. Maar in ‘bijdehand’ komt er het suffix -e bij. Als je daar nog een t bij zou invoegen, zou die volkomen uit het niets komen.

  6. Alexander says:

    Omgekeerd kan men dvan ‘Brabant’ dan beter ‘Braband’ maken, want dan is de afleiding ‘Brabander’ logischer te verklaren.

    De willekeurigheid van spelling (akkoord / accorderen) en taalgebruik laat zich niet gemakkelijk in altoos geldende regels vatten, vrees ik.

    Gelukkig hebben we niet de chaos van het Engels (maar helaas evenmin de regelmaat van het Fins of Italiaans).

    Wat ‘absorptie’ betreft, zitten we met een spellingserfenis van het Latijn; dat paste bij geprefixeerde voorzetsels (zoals ab(s)-, ob- en sub-) de stemhebbende medeklinker waarop dit suffix eindigt, deze in de meeste gevallen niet in de spelling aan [ab-sorberen / sub-stitueren], terwijl voor het suffix -tio daarentegen wél de oorspronkelijk stemhebbende eindmedeklinker van de werkwoordstam als zijn stemloze variant weergegeven werd, wat in het Nederlands paren zoals ‘reageren – reactie’ en ‘transcriberen – transcriptie’ opgeleverd heeft (en dus ook absorberen – absorptie).

    Indien absorbtie, dan ook transcribtie.

    Gelukkig hebben we niet de chaos van het Engels (maar evenmin de regelmaat van Fins of Italiaans).

  7. H. Slot says:

    ÖH en HEE
    Er wordt al meegedacht: Het Witte Boekje; spellinggids van het Nederlands (Onze Taal en Spectrum, ed. 2011) en Van Dale 2015 steken een hand uit.
    HWB:
    eh – ook: uh
    uh – ook: eh
    VD:
    eh – tussenw. euh
    uh – tussenw. euh
    euh – tussenw., var. eh, uh
    HWB:
    hé [uitroep, met ee-klank van beet] – ook: hee
    hee – ook: hé
    De geesten lijken te rijpen…

  8. H. Slot says:

    Burge(r)meester
    Opmerkelijk, als dit juist is: volgens Duitse etymologen heeft het Middelnederlands BURGER aan het Hoogduits ontleend (waarin dat van BURG komt). Dat dan het Nederlandse BURGEMEESTER het Duits met R niet volgt, maar rechtstreeks van BURCH afgeleid zou zijn…
    Hoewel, Philippa c.s. attesteert in het Nederlands (ook) BORGERMEYSTER in 1286, ook toen al!
    In enkele 16-eeuwse citaten in Woordenboek der Nederlandsche Taal kunnen we eveneens BORGERMEYSTER , -S en -EN vinden. Vanwaar?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.