Kamertaal in 2018 in 8 blokjes (4)

Blokje 4 sluit hier wat bij aan, maar betreft specifiek het negatief worden van de inhoud van bepaalde woorden.
Ik geef een paar voorbeelden die niet zomaar voorbeelden zijn, want ze komen veel voor in de taal aan het Binnenhof: cultuur, verhaal (of verhalen) en politiek althans wanneer die woorden als rechterlid van een samenstelling gebruikt worden. In die positie krijgen ze een evident-negatieve inhoud, in 2018 streepte ik bijvoorbeeld de volgende cultuur-woorden aan: graaicultuur, wegkijk-, doofpot-, sorryzeg-, zwijg-, afrekencultuur. Typisch oppositietaal. Cultuur heeft een heel interessante geschiedenis: in de 19de en in de eerste helft van de 20ste eeuw was het in feite alleen gangbaar in de sfeer van land- en tuinbouw en visserij (koffiecultuur, mosselcultuur), daarna wordt het breder inzetbaar maar het is het lange tijd neutraal van inhoud (streekcultuur, orkestcultuur, jongerencultuur). Pas laat in de 20ste eeuw begint het negatieve te ontstaan en dat neemt de laatste jaren sterk toe. *)
Dat geldt eveneens voor –verhalen: hosannaverhalen, paniekverhalen, spook-, gruwel-, flauwekul- en indianenverhalen in de Handelingen van 2018 zijn toch allemaal afwijzend van inhoud.

Maar het toppunt lijkt me, hoe vaak het woord politiek negatief van strekking is in de taal van hen die nota bene politiek bedríjven. Wie de moeite neemt – en het is inderdaad wat bewerkelijk – om aan de hand van de Handelingen na te gaan wanneer een bepaald woord op -politiek voor het eerst vastgelegd is, die krijgt als beloning inzicht in de Binnenhofse taalontwikkeling.
De vroegste drie voorbeelden zijn handelspolitiek (in het jaar 1835), regeringspolitiek (1850) en kabinetspolitiek (1856 voor het eerst). We kunnen er een lange beschouwing aan wijden, maar slaan we simpelweg anderhalve eeuw over en kijken we naar woorden die na 2000 voor het eerst opgeschreven zijn dan zien we daar series gevallen als machopolitiek, geslotendeurenpolitiek, wildwestpolitiek, schoothondjespolitiek, loopgravenpolitiek, oogkleppolitiek, doorschuifpolitiek, oekazepolitiek, scorebordpolitiek, flauwekulpolitiek, megafoonpolitiek, middelvingerpolitiek, verhullingspolitiek, kretenpolitiek. Dat soort woorden zijn actuele ontwikkelingen in de taal van (ik zeg het nogmaals) politici zélf. Kretenpolitiek! Gauw naar….

*) Aanvulling 13.02.2019: In 2013 gebruikte Renske Leijten (SP) als eerste het woord wegmoffelcultuur. Eerder dit jaar, 29 januari 2019, vond Selçuk Öztürk (DENK) dat er bij Defensie een soort doofpotcultuur, een wegmoffelcultuur is. Hij was toen de tweede gebruiker van dat laatste woord.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.