De taal van minister Schouten in het pulskor-debat (ii): met liefde en blauwe ogen

Het was een debat waar mevrouw Schouten – zij spreekt geregeld expressief met haar blik – zich zichtbaar niet plezierig voelde, althans niet tegenover elk van de deelnemers. Dat gold niet merkbaar haar ferventste tegenstander Frank Wassenberg (PvdD), wel bijvoorbeeld William Moorlag (PvdA): diens partijgenoten Van Dam en Dijksma waren Schoutens directe voorgangers op dit dossier en daar diende Moorlag zich wél bewust van te zijn. De minister: “Vanaf het moment ongeveer dat ik het dossier op mijn bord kreeg, moest ik van nul naar iets meer gaan, zeg maar.” Een beetje zelfreflectie had mevrouw Schouten dus graag van Moorlag gezien: “Ik constateer wel dat dat het ene lid van een fractie wat beter lukt dan het andere lid.” Over welke fractiecollega van Moorlag sprak de minister en wie controleerde hier wie? Politiek verrassend was de botsing met Arne Weverling, woordvoerder van de VVD, met wie de minister na afloop vast nog een visje is gaan eten om zaken recht te breien. Hij was op zeker moment flabbergasted en zij was er zelfs een beetje zat van, zo viel tussen de coalitiegenoten niet in alle collegialiteit te horen.

De minister vergat telkens de naam van Frank Futselaar zei ze (SP, maar grotendeels voorstander van de pulsvisserij) en had naar eigen zeggen ook geregeld problemen met het verstaan van wat Laura Bromet (GroenLinks) te berde bracht. “Mijn excuses dat ik u vaak niet goed begrijp, mevrouw Bromet. Dat zal ongetwijfeld meer aan mij liggen dan aan u.” Maar no hard feelings bij mevrouw Bromet, want die begon haar afsluitende bijdrage met deze algemene opmerking over het debat: “Allereerst moet het mij van het hart dat het mij bijzonder heeft gestoord dat mannelijke collega-Kamerleden spreken over “lief”, over “blauwe ogen” en over “ze kan niks” als het gaat over de minister en haar vervolgens dan ook consequent “mevrouw” noemen. Ik hoop dat het de laatste keer is geweest.”

Dat had betrekking op vooral Barry Madlener (PVV) en in zijn voetsporen enigszins Thierry Baudet (FvD). Madlener had gezegd: “De minister vervalt in lieve woorden, met “ik doe mijn best voor de vissers”, maar ze faalt. Nederland heeft gefaald. Ik vind de minister een heel lieve mevrouw, maar het gaat hier om keiharde business in Europa.” Madlener vond dat de minister-president het onderwerp moest overnemen. Dat raakte de minister: “Ik hoor de heer Madlener spreken over “lieve mevrouw” of “meisje”. Dat doet hij weleens vaker.*) Ik constateer dat hij als een stoere vent met zijn armen over elkaar vanaf de zijlijn alleen maar loopt te roepen en niets doet.” Wie controleerde wie?

Thierry Baudet vroeg concluderend: “De minister zegt dus dat we haar maar gewoon op haar blauwe ogen moeten geloven als zij zegt dat er keihard onderhandeld zou zijn voor de pulsvissers. Begrijp ik dat goed?”

• Ter verdediging van Baudet: de minister opende haar ogen meer dan eens en inderdaad, die oogden blauw. Maar daar gaat het minder om dan om het volgende. Iemand op de blauwe ogen geloven is sekse-neutraal Nederlands en die uitdrukking kan even goed met zijn als haar gecombineerd worden, lijkt me. Dat is aan de Kamertaal te demonstreren. Volgens de verslagen is vanaf 1995 52 maal de woordgroep “zijn blauwe ogen” gebruikt tegenover 11 maal “haar blauwe ogen”.

• Ter verdediging van Madlener: het was de minister zélf die haar eigen inzet voor de pulsvissers bepaald nadrukkelijk naar voren bracht en ze onderstreepte dat aldus tegenover de woordvoerder van de PVV: “Ik wil de heer Madlener er ook op wijzen dat we nog midden in een proces zitten om te kijken hoe we hier voor de vissers het beste gaan uithalen. Dat is wat ik aan het doen ben. Dat is wat mij drijft. En dat is waarom ik ook echt nog dag en nacht met dit dossier bezig ben. Dat doe ik met liefde, meneer Madlener, ook omdat ik vind dat de vissers daar recht op hebben.” Met liefde én de afgevaardigde werd rechtstreeks aangesproken, ingeleid met van een streng klinkend meneer. Daar corrigeerde fungerend voorzitter Buitenweg de minister vragenderwijs, nadat die nog juist een tegenstelling tegenover Madlener onder woorden had gebracht door zich als het ware masculien in zijn positie te verplaatsen: “Ik kan dan voor de bühne heel grote woorden spreken en heel stoer zeggen: die had dit moeten doen, die had dat moeten doen, deze had nog meer gesprekken moeten voeren, of dat het Chefsache geweest had moeten zijn.” 

Minister Schouten in pulskor-debat

*) Mevrouw Schouten moet verwezen hebben naar het debat van 19 december 2018 waar Madlener haar als “een heel braaf meisje in de Europese klas” had betiteld. Na een zekere tussenkomst van de voorzitter paste hij zich aan: “Nou ja, “jongetje”, oké. Ze toont zich het braafste jongetje van de klas, om het maar zo te zeggen als het spreekwoord luidt.”

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

1 Response to De taal van minister Schouten in het pulskor-debat (ii): met liefde en blauwe ogen

  1. H. Slot says:

    1. “aangeven”
    Een herinnering. In 2011 heb ik in een kopijklus bij herhaling een werkwoord weggeredigeerd: aangeven, dit commentaartje toevoegend:
    “Vanaf het aantreden van Balkenende in 2002 is er in politiek Den Haag vrijwel niets meer besproken, behandeld, betoogd, uiteengezet, geschilderd, uit de doeken gedaan, ontvouwd, opgedist, opgesomd, omschreven, verduidelijkt, verklaard, eraan herinnerd; evenmin opgemerkt, naar voren of in het midden gebracht, aangevoerd, geschetst, verteld, gezegd, meegedeeld of zelfs geantwoord;
    op niveau papegaaiend kan men alleen nog aangeven. Nooit te gauw aannemen, als er aangegeven wordt!”
    2011: het jaar waarin Rutte het roer overnam en mevrouw Schouten in de Kamer kwam. Voordien had zij haar fractie als medewerker ondersteund.
    Haar voorzitter had de hele periode-Balkenende in het parlement meegemaakt, en, let maar eens op: die kan als huidige onderwijsminister nog “aangeven” als de beste!

    2. Een zuidelijk expletief?
    “Hoe OF DAT wij iets aangeven”, “hoe OF DAT wij omgaan met”: een van beide extra voegwoorden, die minister S. graag gebruikt, DAT, klinkt in België niet ongewoon. Mevrouw Schouten is opgegroeid in het Land van Altena. Zien we hier gedeeltelijk een geval van Zuid-Nederlandse invloed?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.