Een niet (helemaal) gehouden lezing in de oude Tweede Kamer

• Introducerend

Eervolle invitatie: maandag 23 september 2019 spreken bij de viering van het 170-jarig bestaan van de DVR, in de wandeling de Stenografische Dienst van het Nederlandse parlement. Het pakte toevallig zo uit, dat ik het tweede deel van het voorbereide verhaal improviserend-inkortend voor het voetlicht moest brengen met het oog op de tijd: het eerdere programma was sterk uitgelopen.

Daarom op deze plaats de oorspronkelijk geschreven versie. De foto’s tussendoor (gemaakt door mij, SR) geven een indruk van enkele andere optredens na de opening door Kamervoorzitter Arib.

De opening van De Dag

Veranderend Nederlands, zich ontwikkelende DVR: vanaf de wal gekeken naar taal in de plenaire zaal 

Om te beginnen bedank ik de Dienst Verslag en Redactie graag voor de uitnodiging om hier te spreken. Met verschillende medewerkers daarvan heb ik in de afgelopen jaren plezierig contact gehad en dat ik hoop te blijven houden. Nee, ik noem geen namen – Gert, Susanne, Wouter, Roberto.

Twee aspecten neem ik me in deze bijdrage voor te belichten: allereerst het boek Dat gezegd hebbend…dat de taal in het parlement van 1950 tot 2017 als onderwerp heeft; daarna volgt een blik op het alleractueelste veranderende Nederlands dat in de plenaire zaal te berde is gebracht in de nieuwe Tweede Kamer, dus vanaf maart 2017. Als ik straks een paar dingen zeg over Willem Drees, weet u dat we bij de huidige sprekers in de plenaire zaal zijn gearriveerd. In datzelfde kader zal ik een stuk Handelingen van rond 1978 vergelijken met 2018. Wát een vrijheid heb ik voor dit optreden gekregen, realiseer ik me – ik zal die halverwege ook gebruiken voor een klein uitstapje om een Duitser onder de aandacht te brengen die in Nederland meer bekendheid zou moeten hebben.

Omdat de DVR jubileert, veroorloof ik me terloops een aantal opmerkingen over het werk van de stenografische dienst – in het volle besef van wat ik ben, stuurman aan de wal. Zo voel ik me sinds ik in 2016 in Groningen afscheid heb genomen in verband met pensionering.

• Een niet nagevolgd Duits voorbeeld

Eigenlijk had ik hier een jaar lang alle plenaire vergaderingen willen bijwonen zoals Roger Willemsen dat in 2013 in Berlijn had gedaan en waarover hij boeiend heeft bericht in Das Hohe Haus. Alleen had ik dan het voornemen me vrijwel louter te richten op de taal.

Ik herinner me uit dat boek van Willemsen komische voorvallen, zoals een anekdote rond het woord reziplikativ uit de mond van een spreker van de oppositie. De bondskanselier informeert naar de betekenis van dat woord en dan heeft de spreker beet, want hij zegt: “Reziplikativ heißt gar nichts; das spricht sich nur so schön.” En de clou is: zo is het met uw rede van daarnet ook, Frau Bundeskanzler.

Of de linkse oppositieleider die tegen de bondskanselier van de rechterzijde zegt: als ú in de Sahara zou regeren, dan kregen we een tekort aan zand! (Hilariteit!) Dezelfde grap hoorden we in diezelfde tijd maar dan op een VVD-bijeenkomst uit de mond van een Nederlandse premier in de richting van de partij die in de opiniepeilingen het dichtste bij kwam. 

Met dat jaar-plan bezig, bleken er zóveel praktische en financiële problemen te bestaan, dat ik besloot om de Haagse taal te volgen vanuit Bedum. Begon een blog over het Nederlands van premier Rutte en breidde dat niet lang daarna uit tot de taal van het parlement, voorop de Tweede Kamer. Maar eigenlijk dienden zich vrij snel dingetjes aan die voor een blog niet zo passend zijn maar geschikter voor een lemma in een woordenboek – dat leidde tot Dat gezegd hebbend, dat dus eind 2018 verscheen.

• Dat gezegd hebbend

Het is inderdaad een woordenboek maar laat de lezer de inleiding vooral niet overslaan. Daar staat mijn eigen talige verwondering onder woorden gebracht in de vorm van een stuk of 25 stellingen, die naar boven kwamen uit wat ik aselect om niet te zeggen kriskras in de Handelingen had aangestreept en nader uitgezocht. Zoals iedereen uit de inhoud van die 800 trefwoorden kan afleiden, bleken er woorden te verdwijnen en nieuwe te verschijnen. Wie belangstelling heeft voor woorden die zich bij de uitgang van de parlementaire taal bevinden, die luistere vooral naar oudere Kamerleden van de SGP – voor nieuwe kunt u beter terecht bij de flanken, zoals SP en PVV. In ChristenUnie en SGP horen we meer ingetogen Nederlands, aan de zijkanten eerder een luidruchtiger variant. Het hangt een beetje van de periode af of partijen als bijvoorbeeld het CDA, de PvdA en de VVD zich minder fors of juist lawaaiïger uiten.

Vanzelfsprekend valt in Dat gezegd hebbend… te zien, hoe het Engels in allerlei vormen hier in opmars is – ook in de titel Dat gezegd hebbend… That having said: het Nederlands van nu wordt een beetje ander Nederlands in vergelijking met enkele tientallen jaren daarvoor. Dat is ook te zien aan de ontwikkeling van betekenissen:  ommekomst is z’n wat juridische betekenis snel kwijt aan het raken; de inhoud van een ook al wat plechtig woord als alsdan wordt gewijzigd. Uitdrukkingen blijken na 2000 iets anders te gaan betekenen dan voorheen, denk aan je knopen tellen, een schot voor de boeg, beren op de weg.

Zoals er hoorbaar verschil is in de taal tussen bijvoorbeeld SP en SGP, zo kan iedereen simpel waarnemen dat bewindslieden de neiging hebben om wat plechtiger Nederlands te bezigen dan de gemiddelde parlementariër. Dat is net zo voor de hand liggend als het merkbare onderscheid tussen oppositietaal en coalitietaal – en toch, ik vond het zoekend in de Handelingen verrassend om het zo duidelijk te zien. Net zo kan de wat nauwkeuriger observator ontdekken dat de voorzittersstoel degene die daarop zit kennelijk inspireert om zich wat formeler, ook wel wat ouderwetser te uiten. Maar de huidige voorzitter spreekt juist wat informeler dan anderen in die rol getuige haar gebruik van jullie. Bij de Algemene en Politieke Beschouwingen konden we horen hoe er méer informeel wordt: bij de verwijzing naar mannelijke collega-kamerleden en -bewindslieden wordt de heer meer en meer weggelaten en fractieleiders spraken toenemend van Mark Rutte. Zo amicaal was het in het openbaar in de tijd van Balkenende, Kok of Lubbers toch niet.

En ja, de hoeveelheid uitroeptekens vond ik verrassend, létterlijk – maar ook figuurlijk de massa woorden die we hebben om nadruk te geven aan wat we als spreker beweren: wat kennen we allemachtig, buitengewoon, gruwelijk, onwijs veel bijwoorden van graad!  Ontstellend, schandalig, verbijsterend veel. En ook die taal staat allemaal netjes opgeschreven in de Handelingen. De combinatie dikke, vette + nog wat, typisch iets van de flanken.

Schreeuwerige woorden vielen op, maar daarnaast andere taal die ik eerder met bepaalde studentenverenigingen associeer zoals komisch-verlengde woorden die het dit jaar zelfs tot de Troonrede brachten zoals winstwaarschuwing. Kijk in Dat gezegd hebbend… wat er bijzonder is aan dat woord of aan andere gevallen zoals tak van sport of van z’n lang zal ze leven niet

• Politieke taal: George Orwell maar meer nog Victor Klemperer

Ik vind dat interessant ook al is het misschien niet voor iedereen altijd even leuk. Wáarschuwingen voor politieke taal kennen we maar al te goed, George Orwell, Politics and the English Language hoort tot de verplichte literatuur aan het Binnenhof. Naar Orwell en het Orwelliaans wordt in de Tweede Kamer geregeld verwezen (in 2018 bijvoorbeeld elf maal), naar zijn tijdgenoot Victor Klemperer nooit. Maar ja, dat was geen Engelsman maar een Duitser. Klemperer – ik ben door hem gefascineerd en ruim ook om die reden hier even tijd voor hem in maar voorop omdat het zo toepasselijk is, vandaar dit aangekondigde uitstapje over de oostgrens  – was de zoon van een liberale rabbijn; werd in 1920 hoogleraar Romaanse letterkunde in Dresden maar tijdens het Nazi-regime afgezet op grond van zijn DNA, 1935. Hij volgde níet de dringende adviezen van zijn familieleden uit de VS om ook over te komen – hij vreesde er geen baan te krijgen, kende geen Engels en vond zich te oud om dat te leren. 

Zoals alle joden overkwam, werd hij stukje bij beetje steeds meer van de wereld afgesneden – zoals het verbod om in een bibliotheek te komen en later zelfs in de leeszaal. Voor een alfa!

Toen richtte hij zich bij zijn gebruikelijke dagboeknotities (die hij al voor 1900 bijhield) met precisie op uitingen van het nazi-regime. Min of meer gecodeerd noemde hij dat LTILingua Tertii Imperii, ‘taal van het derde rijk’. Zijn arische vrouw voorzag hem van gegevens. Toen hij dankzij haar de oorlog had overleefd en met dank aan een vriendin die de dagboekaantekeningen met gevaar voor eigen leven had bewaard, was het eerste wat hij na 1945 deed, die LTI-aantekeningen bewerken tot een boek. 

Enkele maanden na de bevrijding noteert Klemperer in zijn dagboek dat hij geen wezenlijk verschil ziet tussen die taal van het Derde Rijk en de taal van wat daarna volgt tijdens het begin van de Russische overheersing van Oost-Duitsland. Dat is een akelige observatie.

Die vroege waarnemingen van Klemperer vind ik interessant, evenals de redactiegeschiedenis van zeker deze Tagebücher. Klemperers werk zou iedereen aan moeten zetten, te proberen zich als mondige burger te gedragen en ook kritisch te zijn op de uitingen van de overheid en van politici in het algemeen.

Victor Klemperer wijst tijdens de oorlog onder andere op het gebruik van gespierde taal – termen die ik eerder noemde en die bij veelvuldig gebruik aan werking verliezen. Wat eerder nog luid klonk en iets voorstelde loopt dan het gevaar een meaningless word te worden zoals Orwell schreef. Als u een voorbeeld wilt: cruciaal betekende voorheen ‘essentieel’, inmiddels lijkt het soms afgezwakt tot ‘nemen we mee’. 

Iedere tijd krijgt zijn eigen taal en ik denk dat voor het Binnenhof in die ontwikkeling een belangrijke rol is weggelegd. De stem van de politicus op dat Binnenhof klinkt op uit de Handelingen, met dank aan de stenograaf. Het is de stenograaf die op papier of digitaal vorm geeft aan die stem; we zouden dit jaar met een knipoog kunnen zeggen dat het de stenograaf is die die stem viert. De Handelingen zijn het gezamenlijke product van de sprekende politicus en de notulerende ambtenaar. 

Eindelijk: stenografen ‘es óp het toneel

• De wratten van Willem Drees en taal van nu

Die twee groepen komen samen in de persoon van Willem Drees die hier ooit als “ambtelijk stenograaf” in 1906 begon en niet eens veel later terugkeerde als politicus. Hij en z’n collega’s hadden tot taak met de sprekers mee te denken, zwijgend mee te vergaderen en de zogeheten wratten uit een redevoering te halen. Tegenwoordig zouden we het fotoshopping noemen. De tijden zijn veranderd en daarom is in de Handelingen een citaat tegenwoordig méer in overeenstemming met wat er geklonken heeft dan vroeger. Immers, de media hebben zo’n vlucht genomen dat er voor ons plaats is op de publieke tribune van het internet en we kunnen herhalingen bijwonen via Debat Gemist en het verslag méelezen. Hoe zou het huidige Nederlands Willem Drees als stenograaf in de oren geklonken hebben?

Laat ik een stukje eigentijdse taal prikken uit de Handelingen. Op 6 april 2017, de dag dat hij net als diverse sprekers zijn maidenspeech hield, op 6 april 2017 zei iemand van het CDA: “Ik weet niet precies hoe ik me daartoe verhoud, maar ik ga de komende tijd meemaken hoe ik me daartoe verhoud; dat is het dilemma dat ik zie.”

Hoe zou Willem Drees dat “gekalligrafeerd” hebben tot gewoner Nederlands?  In deze interruptie van Chris van Dam – want hij was het – klinkt althans voor mij door dat de spreker beseft dat zijn fractie feitelijk onmisbaar is voor de vorming van een kabinet (onderdeel van het motorblok). De verantwoordelijkheidsvakantie was voorbij, hoe zal Van Dam zich verhouden tot een bepaald onderwerp? In elk geval kiest hij zoals bijvoorbeeld premier Rutte dat eerder had gedaan, voor een anglicismezich verhouden tot moeten we via het Engelse to relate verstaan met behulp van bijvoorbeeld de OED, de Oxford English Dictionary: “to understand or have empathy for; to identify or feel a connection with”. Van Dam hield zich op de vlakte, het CDA kan z’n kaarten nog even tegen de borst houden – hij zou het in de komende tijd meemaken, wat zijn standpunt was.

In zich verhouden klinkt Engels door; ik ga in ik ga meemaken is net zo te verklaren. Drees had voor de toekomende tijd het werkwoord zullen tot zijn beschikking dat momenteel wordt vervangen door een constructie met gaan waarin ‘going to’ doorklinkt. (In rouwadvertenties stond vroeger soms “we zullen hem missen”, tegenwoordig toenemend “we gaan je missen”.)  Drees gebruikte meemaken vast ook anders. Dat moeten de mensen wel kunnen meemaken – we horen de Nederlandse Drees van 2019 het zeggen. 

Moeiteloos – wat een luxe – kunnen we uit de Handelingen andere gevallen prikken, bijvoorbeeld uit de eerste maanden van 2019. Laat ik me beperken.

• Wat zei Dilan Yeşilgöz (VVD) nog maar kort geleden: “Ik weet dat we nog steeds elke dag gaan meemaken dat er vreselijke incidenten plaatsvinden.”

• Of Madeleine van Toorenburg (CDA) toen er ergens kritiek op kwam, “(toen) schoot ik in eerste instantie echt volledig in de stress. Ik dacht: dit gaan we niet meemaken.” 

Meemaken krijgt een nieuwe betekenis en het wordt een werkwoord dat inhoudsloos aan het worden is en afhankelijk van de context in de buurt komt van ‘nee hè’ of ‘ja toch?’

Terug naar Chris van Dam. Ontdaan van wratten zei hij in feite: “ik weet het niet, ik zie wel”. Mogelijk heeft hij gesproken van het dilemma wat hij zag – maar dat vuiltje van veranderend Nederlands poetst de DVR nog altijd weg en waarlijk niet alleen bij Chris van Dam. Betrekkelijke voornaamwoorden in het Nederlands veranderen momenteel van een d-woord in een w-woord en Johan Cruijff was iemand wie daar een voorloper in was.

Iedere tijd z’n eigen taal. Ik kopieerde (toen dat nog moeiteloos kon) een groot stuk Handelingen rond 1978 en vergeleek dat op een aantal punten met een even omvangrijk stuk Handelingen van tegenwoordig. In de oude Handelingen vond ik bijvoorbeeld 6x implementatie, in 2018 scoort hetzelfde woord 350 maal. In het jaar 1978 komt meegeven zo’n 30 maal voor, 40 jaar later tel ik er 270 stuks. Als we het tegenwoordig hebben over klimaat bedoelen we meestal stilzwijgend ‘klimaatverándering’. Maar als het woord 40 jaar geleden in de Kamer viel, dan was de belangrijkste betekenis ‘sfeer’ zoals in cultureel klimaat, politiek klimaat, export-klimaat

Begin augustus ging het op het NOS-Journaal over een klimaatdijk, vele malen sterker dan vereist. Dat biedt zicht op een mogelijk nieuwe ontwikkeling van klimaat– in een robuuste, positieve betekenis. Afwachten. Luister naar de Tweede Kamer, lees de Handelingen en u gaat het meemaken!

Aan het gedrag van bepaalde samenstellingen is aan te tonen, hoe woorden aan pejoriserende betekenisverandering blootgesteld kunnen worden, ze krijgen een negatievere lading. Denk aan de grachtengordel-elite en de onderwijselite. Let ook op de bijbehorende bijvoeglijke naamwoorden en andere belendende percelen waarvan invloed uitgaat. In 2018 was er in de Handelingen sprake van de hooghartige, de welgestelde, de geldgraaiende, de schimmige elite, een zootje elite. Het begrip kwam vooral voor in de bijdragen van de PVV.

In 1978 viel het woord iets minder vaak, maar toch, als het viel dan had elite ook al een negatieve klank – alleen toen klonk het bij uitstek uit de linkse hoek, PPR en D66. Als negatief begrip lijkt elite verhuisd van links naar rechts.

Dag-impressie tijdens juridisch college

• Spectaculair: de tijd haalde deze speech in

Deze tekst is geschreven vóor Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen. Dat moet ik hier even vaststellen want in de volgende alinea noem ik premier Rutte niet, maar dit weekend las ik bij Tom-Jan Meeus in de NRC dat de PM onlangs enkele woorden heeft gebruikt die ik hier een grote toekomst voorspelde. De rol van het Engels schreef ik is groot, groter, grootst, ja spectacular. Als ik niet alleen simpeltjes terugblik maar toekomstige ontwikkelingen hier zou moeten voorspellen, dan zou ik daar natuurlijk het eerst aan denken. We zien het bij apocalyptisch, in opkomst, net als episch – beide met dank aan het Engels en niet omdat iemand achtereenvolgens aan de Openbaringen van Johannes denkt of een klassieke opleiding heeft gehad en epen als Ilias en Odysee heeft gelezen. Het Engels uit Engeland of Amerika zegt ons vóor wat wij hier vertaald na-zeggen. Het is dat biblical de Nederlanders nog te veel zou kwetsen anders zou bijbels bij ons de sterke Engelse opgang van biblical volgen als bijwoord van graad. In één uitzending van BBC News zag ik het in augustus tweemaal langskomen, de OED heeft het nog niet in deze betekenis gehaald.

Tegenover de afdeling zwaargewicht in de taal is er die van het lichtvlieggewicht, de andere kant van het spectrum dat bijvoorbeeld bestaat uit fluistertaal, understatements en eufemismen. Die worden evenmin zonder reden gebruikt en wat is het geweldig dat we ook die door het werk van de DVR kunnen vinden. Denk aan het samenvatten van de mondiale milieuproblematiek als “de rommel die we niet aan onze kinderen moeten nalaten” of het etiket “natte voeten” als weergave van de kwestie van de klimatologische veranderingen. Wildbeheereenheden zeggen maar ‘jagers’ bedoelen. Depositoruimte, ik bedoel ‘megastallen’. Twee voorbeelden uit Kamerbijdragen van Esther Ouwehand (PvdD). Verscherven – merkte Kirsten van den Hul (PvdA) op in het debat over het mortierongeluk in Mali – zo héet het, maar het ís ‘ontploffen’ en dat heeft een andere klank, helderder.

Gefluisterde woorden kunnen het voor de goede verstaander uit-schréeuwen. Klemperer waarschuwt in zijn aantekeningen voor het letterlijke roepen in de vorm van spreekkoren; wie is het niet met hem eens, voor wie denkt aan de ophitsende bijeenkomsten in de Nazi-tijd, maar ook aan de aanduiding Hamas plus rijmwoord in voetbalstadions of aan lock her up, send them back dat we kennen van volgers van een bevriend staatshoofd.

Spreekkoren brengen me bij het geroffel op de bankjes: staat dat opgenomen in het Reglement van Orde? Als het een teken is van brede instemming, bijvoorbeeld wanneer er iemand afscheid neemt van het parlement of als algemene instemming met de slotrede van de voorzitter, dan is het wat anders dan als onderstreping van politieke verschillen, het eigen gelijk lawaaiïg geplaatst tegenover het ongelijk van de ander. Prachtig dat de DVR dat “geroffel op de bankjes” noteert, ik meen vanaf 1988, maar het is meestal niet het geroffel op álle bankjes en het lijkt me lastig precies vast te leggen maar ook wel weer politiek informatief waar wel en waar niet. Kennelijk staat het Reglement van Orde het toe, hoe streng dat ook is tegenover ons, bezoekers op de publieke tribune. 

• Accentverschuiving in de tijd – nu nog het regionale accent

De DVR heeft in de nabije jaren het accent iets verschoven van Redactie naar Verslag, dat wil zeggen: zonder de leesbaarheid uit het oog te verliezen, volgt het de sprekers meer op de voet dan vroeger. Vanuit mijn optiek is dat iets om blij mee te zijn. 

Mooi vind ik het dat het spreektalige -ie voor ‘hij’ tegenwoordig in de Handelingen blijkt te worden genoteerd. Het meer en meer toelaten van tussenwerpsels tot de verslagen, ik ben er blij mee. Hallo! of joh! dat is betekenisvolle taal. En net zo fraai: accenttekentjes die de intonatie volgbaar maken met de ogen. Dat is ook later handig wanneer er gelachen is om iemand die een woord verkeerd accentueert en pagína zegt in plaats van página

Bepaalde dingen die als taal-fout bekend staan worden in de redactiefase gecorrigeerd, ik noemde het al. Dat is bijvoorbeeld ook het geval wanneer er iemand iets gezegd heeft dat veranderd wordt in heeft gezegden wordt veranderd. Marcus Bakker beweert samenvattend dat het parlement “bijeengebrachte verscheidenheid en tegenstrijdigheid” is – las ik in het boek over de rituelen in de Tweede Kamer van Carla Hoetink –, is er dan van zoiets als regionale talige verscheidenheid wel voldoende te zien in de Handelingen? Het is niet alleen híer de gewoonte geweest om een Algemeen Nederlands na te streven. The Guardian meldde op 31 maart dat “those lovely linguists at the Oxford English Dictionary have announced an abundance of new words all taken from regional dialects.” Regionaal Engels krijgt voorzichtig een positie in de OED: cor blimey!

Hoe zit het hier in dit Hoge Huis, wanneer er iemand uit Oost- of Noord-Nederland zegt dat iemand ergens wel of geen gelijk aan heeft: dat aan wordt omgezet in het algemener gangbare in. Net zo verbazend is in feite dat een Westelijke realisering als dalijk voor ‘dadelijk’ niet in de Handelingen komt zoals het uitgesproken is. Ook dat is regionale variatie waarvan het voorkomen de Handelingen zou sieren… als ik dat zeggen mag. Maar ik heb makkelijk praten vanaf de wal. Die keren dat ik bij een snuffelstage bij de DVR probeerde een stukje van vijf minuten uit te tikken, merkte ik voor hoe-veel keuzes je komt te staan zélfs in die kleine blokjes. Zij hebben “die Qual der Wahl”, of zoals het in mijn thuistaal heet “Dij de keur het, het de kwel.” Prefereert u het Frans: l’embarras du choix. Lots of choice, dát is de essentie van het werk van de stenografen. Nee, ik heb makkelijk praten hier!

Je bent spreker. Plotseling gebeurt er iets wat niet in je spreektekst staat, omdat de voorzitter niest want ze is verkouden en dan zeg je: “Gezondheid, voorzitter”. Maar nu ben je notulist, moet dat in de Handelingen? De stenograaf-van-dienst mag het, nee móet het beslissen. Wat moet hij met de fractieleider die zegt “dat moet u aan hun vragen”? De premier zeí verontachtzaamd, – het werd gecorrigeerd tot ver’onachtzaamd net als dat Buma’s hun hen werd in het  verslag. En toen mevrouw Yeşilgöz de voorzitster beterschap wenste, toen liet de DVR dat weg: terecht, speelde geen rol in het debat. Bij de APB vorige week zei Lodewijk Asscher lof-uitingen, volgens het verslag loftuitingen; Rob Jetten zei dat iets onder druk zou komen staan, de DVR corrigeerde het tot komen te staan; Jesse Klaver bezigde het woord vergoeilijken, in het ongecorrigeerde verslag stilletjes opgenomen als vergoelijken.

Carla Hoetink en Peter Bootsma over hun specialisme: Lijken

• Een suggestie voor een stand-up comedian de volgende keer

Kennelijk wordt bij de DVR niet bijgehouden hoe vaak een spreker bij hen bezwaar maakt tegen wat er hem of haar in de mond wordt gelegd in het ongecorrigeerde verslag. Ook van het omgekeerde bestaan er voorzover ik weet geen staatjes, namelijk die keren dat bewindslieden of kamerleden hun tevrédenheid uitspreken over hoe hun oraal-akoestische geschutter veel verzorgder in de notulen belandt dan het is uitgesproken.

Ja, ik ben gesteld geraakt op het schitterende werk van de Dienst Verslag en Redactie, juist omdat het op veel momenten moeilijk is om voldoende precies en ook weer niet té nauwgezet bij te houden wat er in dit theater of deze arena wordt gezegd. Het is soms cabaretesk zoals die keer dat Madlener iets voorlas vanaf zijn telefoon en dat zijn vrouw hem toen nét belde, en nóg eens. Barry zei toen voor ons, kijkers, iets als “sorry Veronique, even bezig”. De gevatte reactie van Frank Futselaar was een een-tweetje met de voorzitster:

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot de heer Futselaar namens de SP. Hij heeft niks bij zich, dus kan tussendoor niet worden gebeld.

De heer Futselaar (SP):

Voorzitter, ik heb mijn telefoon achtergelaten (….) om te voorkomen dat ik word gebeld door de vrouw van de heer Madlener. Hilariteit! schrijft het verslag: ik was er thuis hardop lachend getuige van. Nodigt u Frank Futselaar vooral op uw volgende jubileum als stand-up comedian! 

Een heel andere emotie was die keer dat het ene Kamerlid tegen het andere dreigend zei: “ik zal je najagen. Dan ben je van mij! Afgelopen, klaar! En nou in de hoek.” De stenografen bleken op dat moment letterlijk in de gevarenzone te kunnen zitten in zo’n bijna lege vergaderzaal. Ik althans vond het spannend, zelfs ver weg in het aardbevingsgebied voor de buis.

Ik kom tot een afronding en die kan kort zijn.

Wat is de plenaire zaal: theater of arena? Soms heeft het ene meer de overhand, dan weer het andere. We zouden de oplossing misschien kunnen zoeken in een blending van beide begrippen en het parlement een thearena noemen of een arenater. (Zo’n mengvorm is taalkundig hetzelfde als met Lodewijk Asscher spreken van Wopke Wiebes, u weet wel, die man van het investeringsfonds.) Maar theater of arena, in beide gevallen zijn het de stenografen die al zo lang in alle onopvallendheid hun werk voor de toekomstige geschiedenis verrichten: ze mogen niet lachen om Futselaar, moeten neutraal doen als het spannend wordt. De Kamer kan niet anders dan blij zijn met zo’n mooie dienst. Er zou geregelder openlijk naar hun werk gekeken kunnen worden om te waarderen en te honoreren wat zij in stille samenspraak met de parlementariërs en bewindslieden noteren. Ieder jaar een blik op dat werk is misschien wat veel, maar eens in de 170 zou anderzijds ook wel erg bescheiden zijn voor het historische werk van de DVR.

Dat gezegd hebbend: van harte gefeliciteerd en nog véle jaren.

Je neemt er wat van mee

About Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.