Een vroege observeerder van politieke taal: Victor Klemperer (11)

DIE UNION als voorloper – brisant van hand tot hand

Kop UNION-uitgave: diapositief wegens microfilm

Uwe Nösner begint stukken uit Klemperers dagboeken te publiceren op 8 mei 1987. De eerste datum die hij selecteert is de 16e mei van het jaar 1936, Victor en Eva Klemperer vieren op die dag hun 30-jarige huwelijk. “Alltag einer Diktatur” is de titel die Nösner koos voor deze eerste serie die in de krant zal lopen tot het weekend van 18 en 19 juli 1987. Die reeks omvat 56 stukken. Het einde is een tekst die Klemperer op Tweede Kerstdag opschreef en daarna verschijnt nog als toegift (Epilog) hoe Klemperer op de laatste dag van een jaar weerom keek op de voorbije 12 maanden, in dit geval die van de jaren 1941-1944.

Heeft Nösner gedacht dat het daar bij zou blijven?
Dat is hoe dan ook niet het geval geweest, want in dezelfde krant begint hij op 5 oktober 1988 een nieuwe serie, misschien mede door toedoen van Klemperers tweede vrouw, dr. Hadwig Klemperer die hij voor haar stimulans bedankt. De rubriek heeft nu “Aus dem Tagebuch” als titel en deze betreft een periode die begint met 12 februari 1941. Op 23 februari 1989 vindt de afsluiting plaats. Ook nu eindigt Nösner met een toegiftje (een citaat uit een brief van Klemperer), maar als feitelijk slot kiest hij voor een korte weergave van 17 mei 1945. Dat is een kleine twee weken na de capitulatie van Duitsland, meer in het bijzonder het moment waarop de Klemperers het dorpse leven in vooral Unterbernbach (ten noordoosten van Augsburg) achter zich kunnen laten en allereerst via München de terugreis naar Dresden kunnen aanvaarden. “Anfang der Heimkehr”, schrijft Klemperer allicht opgelucht en hoopvol. Dat is het einde van de 113de aflevering en van Aus dem Tagebuch.

Alle dagboeken van Victor Klemperer, alles uit de periode van 1918 tot vlak voor zijn dood in februari 1960, zijn/is momenteel digitaal beschikbaar via een speciale website van uitgeverij DeGruyter.com – veel in het originele schrift van Klemperer (dat alleen een geoefend oog kan ontcijferen, lijkt me) en eveneens in typoscript. Dat alles is – net als de gedrukte uitgaven die Aufbau vanaf 1989 en vooral sinds 1995 heeft uitgebracht – voorzien van een rijke hoeveelheid noten en toelichtingen, allereerst van Walter Nowojski en daarna Christian Löser.

Wie wil zien wat die stukken van Uwe Nösner precies behelzen, die kan terecht bij SLUB – fysiek, niet digitaal. Toen ik ervoor naar Dresden ging en me er in oktober 2019 vervoegde, ontdekte ik dat Nösners werk niet allemaal simpeltjes klaar ligt, er moest even gezocht worden naar de microfilms waarop uitgaven van DIE UNION staan. De twee reeksen met uittreksels van Klemperers dagboeken moet de gebruiker zelf zien te achterhalen door de reeksen afbeeldingen door de machine te halen. Dat verraste me.

Om een stapje voorwaarts te zetten in de historie kijken we naar een algemeen antwoord op de vraag, hoe de teksten die Nösner selecteerde zich verhouden tot het grote werk van Nowojski. De eerste reeks bevat in de krant relatief meer grote stukken tekst dan de tweede serie. Nösner en Nowojski lijken daar bepaald op elkaar. In de tweede reeks heeft Nösner zich veel meer een inkortende redacteur betoond en daar lopen hij en Nowojski dus meer uiteen. Toch vinden we ook hier allerlei data waarop Nowojski niets maar Nösner wél uit Klemperers dagboeken citeert. (Dat geldt bijvoorbeeld voor 24 augustus, 1 september, 7 september en 5 oktober 1943 of in 1944 dagen als 31 januari, 1 februari, 20 februari, 24 maart, 9 april.)

Uwe Nösner stelt aan Hadwig Klemperer voor om Klemperers dagboeken in boekvorm uit te geven, hij heeft een uitgeverij in Dresden bereid gevonden. En: Hadwig Klemperer gaat daarmee akkoord.

Rosemarie Gläser verzorgde een boek over dr. Hadwig Klemperer (uitg. Goldenbogen)

Hoe was de ontvangst in DIE UNION? Ralf Geißler schrijft in Die Zeit van 22 september 2011 een bijdrage die daar onder meer betrekking op heeft. Hij vraagt het aan de (ook nu nog) vice-fractievoorzitter van de CDU in Berlijn, Arnold Vaatz uit Dresden. Die beschouwde de gepubliceerde teksten destijds als een sensatie; de stukken werden uitgeknipt en verzameld en gingen aan het eind van de jaren ’80 van de vorige eeuw van hand tot hand. Vaatz noemt de openbaarmaking in die DDR-tijd door Nösner brisant. 1) Hoe keek Walter Nowojski naar deze activiteiten van een van de auteurs uit zijn eigen tijdschrift (NDL) die hij nog wel met zijn eigen publicatie in een themanummer over het bombardement op Dresden op het spoor had gezet? Volgende aflevering.

1) Via medewerkers deed dr. Vaatz de belofte, de teksten voor me te kopiëren, als hij ze terug kon vinden. Dat bleek niet het geval, maar ik bedank hem voor zijn inspanningen tijdens het laatste kerstreces.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.