Nogal een arrogante actie vs. Een nogal strak tijdpad

Nog eenmaal nogal. Wat is het verschil tussen deze twee woordgroepen:

Nogal een forse beschuldiging
Een nogal forse beschuldiging

Ik kan er langer naar kijken, voor mij zijn deze woordgroepen inhoudelijk identiek en beide acceptabel Nederlands. Verschil blijkt er wél te zijn als we proberen het woord forse weg te laten:

Nogal een forse beschuldiging
*Een nogal forse beschuldiging

De reeks nogal een beschuldiging is prima Nederlands en betekent in feite hetzelfde als het langere nogal een forse beschuldiging, maar voor de net even andere volgorde in de woordgroep *een nogal beschuldiging staat een sterretje om aan te geven dat dit geen normaal Nederlands is,- ongrammaticaal: hier is kennelijk een bijvoeglijk naamwoord verplicht, daarzonder hangt nogal in de lucht.

De algemenere vraag is dus: hoe zit dat met een nogal … in vergelijking met nogal een ….? We kijken naar citaten uit het lopende kalenderjaar in de Tweede Kamer op basis van de ongecorrigeerde Handelingen. Laten we ons in eerste aanleg beperken tot een voornaam gebruiker van het woord nogal, minister De Jonge (VWS).
De volgende drie citaten noemen we groep I:

• Gezag is dus een nogal onzekere factor, juist bij deze doelgroep (t.w. voogdijkinderen)
• We praten over een nogal grote zorgsector in Nederland, met meer dan 60.000 aanbieders.
• Er staat namelijk een nogal strak tijdpad in de motie, namelijk voor de zomer.

Deze bewindsman zegt dus geregeld “een nogal + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord”, kortweg aan te duiden als een nogal + A + N. Dat bevat letters die internationaal gangbare afkortingen zijn voor die twee betrokken woordsoorten, bijvoeglijk (Adjective) en zelfstandig naamwoord (Noun).

Van de andere volgorde “nogal een + A + N” vind ik in 2020 maar éen voorbeeld van Hugo de Jonge en daarom gaan we op dit punt aan deze minister voorbij. De algemene structuur is hier nogal een (+ A) + N: een bijvoeglijk naamwoord blijkt nu (zoals we aan forse zagen) inderdaad niet nodig, sterker nog, deze A is geregeld afwezig.
Dat zien we aan de citaten in groep II:

• (…) ik heb de afgelopen weken ervaren, (…) dat ze het nogal een dilemma vonden (Klaas Dijkhoff, VVD)
• Nou, dat is nogal een verantwoordelijkheid. (Kathalijne Buitenweg, GroenLinks)
• Ik vind het nogal een aanfluiting wat er nu gebeurt. (Martin Bosma, PVV)

We hebben dus twee groepen:

I een nogal + A + N
II nogal een (+ A) + N

Als er in de tweede groep geen Adjectief aanwezig is, kan daar vrijwel altijd iets uit onze woordvoorraad toegevoegd worden in de naar verhouding beperkte aandikkende sfeer. Termen als erg of fors, groot passen daar altijd prima, maar dat verandert opvallend genoeg niets aan de inhoud! De reden: de kale N in deze constructies had die gewichtige betekenis al van zichzelf.

In groep-I lijkt daarentegen bij wijze van spreken élk bijvoeglijk naamwoord mogelijk en dat woord wordt door nogal genuanceerd.

Het belangrijkste verschil tussen de twee groepen lijkt mij dat nogal in groep-I een schakering aanbrengt in het bijvoeglijk naamwoord (de beschuldiging is nogal fors), in groep-II zegt nogal iets van een zelfstandig naamwoord: in de sfeer van beschuldigingen-in-het-algemeen stelt deze beschuldiging wel iets voor.

Kortom: terwijl nogal bij groep-I iets afdoet aan het volgende bijvoeglijk naamwoord, voegt het in de tweede groep in feite iets toe aan de inhoud van het volgende zelfstandig naamwoord. Ja, het is me*) een dilemma, het gaat om verantwoordelijkheid, het is een aanfluiting – denk ook aan woorden als waagstuk, prestatie, besluit, opgave die in deze context vaak gebruikt worden. Conclusie bij groep II: door zo’n algemene, zware term vooraf te laten gaan door nogal geeft de spreker zichzelf impliciet toestemming om dat betrekkelijk gewichtige woord te gebruiken, hij nuanceert dat of relativeert zichzelf ervoor. (Vergelijk het subtiele verschil tussen ik ben nogal een autogek en ik ben een autogek: het laatste betekent dat ik zonder twijfel in de groep van autogekken thuishoor, door het gebruik van nogal pas ik weliswaar binnen die verzameling maar dan eerder aan de rand ervan. Let op het verplichte onbepaalde lidwoord een in dit verband, dat een generieke functie heeft.)

Staat zoiets in een grammatica van het Nederlands? In de e-ANS komt nogal tot dusver nauwelijks voor en Van Dale is op dit punt zuiniger dan ik voor mogelijk had gehouden.

En de “arrogante actie” uit de titel? Dat is een aanhaling van premier Rutte uit het coronadebat na zijn toespraak tot het Nederlandse volk. Volgens de Handelingen zei de minister-president dat hij zich niet zomaar tot ons richtte: “Het is namelijk nogal een arrogante actie om je zo op te dringen aan heel Nederland om 19.00 uur”. Dat is vooral door het woord arrogante een bijzondere (politieke!) manier van zeggen, juist op een vroeg hoogtepunt in de crisis. Afgelopen vrijdag bij de wekelijkse persconferentie na de ministerraad (01.05.2020) noemde de premier dat optreden even politiek “mijn tv-toespraakje van zes weken geleden”.

… nogal een arrogante actie…

*) Deze zogenaamde dativus ethicus komt/kwam typisch in de B-groep voor en draagt bij aan de expressiviteit daarvan. Vergelijk de aflevering Nogal wat: meer dan je zou denken.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.