Goh! en jee! Verrassing en schrik: een tweedeling in de Tweede Kamer

Of het nu jip-en-janneketaal is, maar afgaande op een aantal steekproefjes, lijkt de VVD de grootste gebruiker van tussenwerpsels aan het Binnenhof, met D66 als goede tweede. Volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek is de historie van jip-en-janneketaal als volgt: “VVD-lid Bas Eenhoorn gebruikte de term in 2002 in de aanloop naar de verkiezingen en maakte die bij het grote publiek bekend, maar de term was eind jaren tachtig al eens gebruikt door Peter Zuydgeest, persvoorlichter bij de gemeente Voorburg.”
Het lastige van Peter Zuydgeest is zijn achterneef, naam- en vakgenoot Peter Zuijdgeest – maar wie van beiden nu precies de communicatie-adviseur was van Anouchka van Miltenburg? (Zij was Kamervoorzitter, maar houdt zich na haar vertrek buiten de publiciteit.) Bas Eenhoorn heeft een eigen website, waaruit af te leiden is dat hij VVD-voorzitter was toen hij de term jip-en-janneketaal lanceerde.

Hoe dan ook, jip-en-janneketaal wijst langs diverse lijnen naar de VVD én ik meen dat deze partij afgaande op de tussenwerpsels het meest spreektalig klinkt in de Tweede Kamer. Zie bijvoorbeeld de uitkomst van het voorkomen van uitroepen als joh! en jonges! *) Kijken we naar het aantal malen goh! in de ongecorrigeerde Handelingen van 2019, dan wordt het klassement aangevoerd door de VVD (17x), gevolgd door D66 (14x) en GroenLinks (11x). De ene woordvoerder is losser dan de andere. Premier Rutte draagt in zijn eentje belangrijk bij aan het goh-gebruik (en vergeet Klaas Dijkhoff in dit opzicht niet), zoals minister Van Engelshoven de score van D66 in opwaartse richting stuwt. Vroeger was Pechtold een belangrijk tussenwerpsel-gebruiker. Bram van Ojik is een GroenLinks-Kamerlid met veel uitroepend Nederlands.

Van Dale onthult geen geheim als het schrijft dat goh! een “vervorming van God” is. Nu ja, vervorming, het lijkt het begin van dat woord. God, Jezus en Christus zijn in enige vorm in allerlei interjecties terug te vinden. Het moet daar mee te maken hebben, dat we géen woordvoerder van de SGP in de Handelingen vinden die goh zou hebben gezegd en hetzelfde geldt voor de ChristenUnie.
Verbazingwekkender is dat er in 2019 wél CDA-woordvoerders in de Kamer geweest zijn die “goh” gezegd moeten hebben, Chris van Dam zelfs tweemaal. Naast hem betreft het René Peters, Jaco Geurts, Michel Rog en Martijn van Helvert. Het verbazendst is het voorkomen in deze opsomming van Jaco Geurts met zijn worteling in de Biblebelt.

Minder gebruikelijk maar desondanks goed mogelijk in het Binnenhofs, is de aanduiding “Jee”. In 2019 staat het 17x in de plenaire verslagen. Jee! is als uitroep een afslijting van de eigennaam Jezus, het is het begin zoals goh! van God. Soms klinkt het als “jees” of “tjees” maar dat zal in de Handelingen niet vindbaar zijn. Jee!-zeggen is kennelijk geen probleem, ook niet uit de mond van premier Rutte: hij draagt bij aan de winnende score van de VVD (6 stuks).
Het CDA heeft met minister Hugo de Jonge een woordvoerder die in 2019 zelfs tweemaal “jee” zei, Pieter Omtzigt eenmaal. Uiteraard komt Jee! niet in het vocabulaire van ChristenUnie en SGP voor, althans niet in het openbaar van de plenaire zaal.

Jee is vaak onderdeel van “o jee!” en drukt dan een vorm van schrik uit, al dan niet gespeelde schrik. Goh is een uiting van verrassing, maar ook hier kan de context (of de expressie van de spreker) duidelijk maken dat het theater is.

*) Tussenwerpsels keren hier nu en dan terug, kijk bijvoorbeeld in dit stuk (onder meer over jeetje) of dit (over gut, gut-gut).

Aanvulling 26.06.2020: Minister De Jonge (VWS) kreeg een vraag uit zijn verwante CDA-fractie omtrent de begrijpelijkheid van een bepaald zorgvoorschrift (gegeven het feit dat 70% van de Nederlanders maximaal mbo-niveau heeft, aldus Joba van den Berg): “Ik ga gewoon (de sr) boodschap overbrengen aan het RIVM en ze vragen of ze even een nijntjeversie zouden kunnen maken van een vrij doorwrocht handelingsadvies.” (Binnen dit betreffende coronadebat van 25 juni 2020 was de houding van minister De Jonge tegenover de hoogleraren in Nederland niet minder los. Op een vraag van Lodewijk Asscher (PvdA): “Wees er gerust op, wij zullen ook deze hoogleraren, en dan hebben we denk ik alle hoogleraren van Nederland gehad, erbij betrekken.” Asscher stond stil bij de zogeheten in-action review naar het corona-beleid en een brief daarover van vier hoogleraren. De Jonge: “Op eigenlijk alle terreinen maken we gebruik van een enorme bos adviseurs. Er is bijna geen hoogleraar meer in Nederland …” Let in dit verband op de hoeveelheidsaanduider bos, betrekking hebbende op personen, adviseurs.)

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.