Zo snel (als) mogelijk: subtiel taalverschil

Een van de gevolgen van corona is/was de frequentie en de duur waarmee de verantwoordelijk geworden minister met de Tweede Kamer debatteerde. We genoten van de steekspelletjes tussen de bewindsman en de voorzitster van de Kamer die vond dat Hugo de Jonge wel eens een korter beantwoordingspad kon bewandelen dan hij deed. Wie weet is dat ook vandaag het geval bij de bespreking van de notificatieapplicatie Covid-19.
Talig viel er bij de minister van VWS gaandeweg van alles op te merken, zij het niet altijd in de Handelingen opgenomen op de manier zoals hij het zei – en die kamerverslagen hóeven ook niet fonetisch genoteerd te worden. Liever niet zelfs. Zijn uitspraak van heel, veel en deel komt meer bij “hil”, “vil” en “deel” – zie het stukje over deze verhogingstendens in het Nederlands, niet alleen te horen bij Zeeuwen uit Bruinisse.
“Zunig” kan zo iemand gebruiken als door de reclame bekend geworden variant van ‘zuinig’ en “heul” (benadrukt) in plaats van ‘heel’ dat dus zonder speciaal accent klinkt als “hil”. Zie de bijdrage over substandaard-Nederlands in de Tweede Kamer (je mot dit en je mot dat).
De uitdrukking onder schot hebben noteerde ik allereerst uit de mond van De Jonge, die eerder in dit blog onder andere een keer optrad met zijn frequente bezigen van het begrip prachtig in de betekenis van ‘ontroerend’ in één en hetzelfde begrotingsdebat, zijn eerste.

Gaan we even weerom naar het coronadebat van 12 augustus 2020, waarin Lodewijk Asscher (PvdA) een motie indiende, mede namens Jesse Klaver (GroenLinks) en Lilian Marijnissen (SP). Dit was de kern daarvan:
“overwegende dat mensen in quarantaine ernstig in de knel kunnen komen, bijvoorbeeld met werk, inkomen, boodschappen en verblijf; overwegende dat daarom sociale, psychische en materiële ondersteuning nodig is;
verzoekt de regering de Kamer binnen een week te laten weten op welke wijze deze ondersteuning zal worden vormgegeven”.

Bij zijn reactie begon De Jonge als volgt: “Dan de motie-Asscher c.s. op stuk nr. 474 over het quarantainepakket. Ik heb aangegeven dat ik dat belangrijk vind, om de drempels weg te nemen. Er staat wel een hele strakke deadline in, namelijk binnen een week. Dat gaat me niet lukken. (…) Ik wil best het oordeel aan de Kamer laten, maar een week vind ik wel een hele strakke deadline.” (Het staat er zo niet, maar De Jonge zei hier tweemaal “heule”.)

Asscher reageert vervolgens met begrip en zegt: “Het gaat om “zo snel mogelijk”. (…) Vandaar dat wij die deadline op een week hadden gesteld.”

Uit debatgemist.tweedekamer.nl met ondertiteling (12.08.2020)


De minister concluderend: “Als ik de motie mag lezen als “zo snel als mogelijk”, dan denk ik dat we elkaar best kunnen vinden.”
Bij de stemming wordt de motie nét niet met algemene stemmen aangenomen.

Opvallend is het verschil tussen Asschers “zo snel mogelijk” en “zo snel als mogelijk” door De Jonge.
Dat is geen toevallig onderscheid: Asscher zegt normaliter “zo … mogelijk”, De Jonge meestal “zo … als mogelijk”.

Uit debatgemist.tweedekamer.nl

Ik zou niet weten welk regionaal of religieus of politiek verschil zich hierin zou kunnen manifesteren, in plaats daarvan liever even naar het Nederlands gekeken.

Zo snel mogelijk (maar ook zo goed mogelijk, zo veel mogelijk en noem maar op) is simpel te omschrijven met: ‘maximale snelheid, punt uit’. Dat is ook de inhoud van zo snel als mogelijk, maar er is een klein talig verschil. Aan zo snel mogelijk kan geen werkwoordsvorm toegevoegd worden, bij zo snel als mogelijk is die impliciet aanwezig óf uitgesproken. Zo snel als mogelijk is, blijkt of welke persoonsvorm ook hoort daar stilletjes bij. Juist dat al of niet gerealiseerde werkwoordelijke stukje*) bevat een stil voorbehoud door dat in zo snel mogelijk ontbreekt. Zo snel mogelijk klinkt resoluut, zo snel als mogelijk klinkt bij nadere observatie een ietsiepietsie geconditioneerd: ‘maximale snelheid, maar natuurlijk met het gebruikelijke voorbehoud want alleen stofzuigers worden met garantie geleverd weet u nog’. Misschien zijn vooral politici (en bewindslieden wellicht in de eerste plaats) zich daar wel van bewust en kiezen daarom ongewoon vaak voor deze langere variant die aparter is en bijvoorbeeld niet in Van Dale vermeld staat.

*) In een eerder debat dit jaar liet minister De Jonge blijkens het ongecorrigeerde verslag deze persoonsvorm ook horen: “We moeten juist aan de slag met een zinnig advies dat we hebben gekregen, en dat zo snel doen als mogelijk is, maar ook zo zorgvuldig als nodig is.”

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.