Niet dreutelen met Sint-Maarten!

Hoe komt een premier aan bepaalde woorden die hij op persconferenties, in speeches of in een parlementair debat bij wijze van verrassing gebruikt? Ik heb een paar jaar terug een interview met de premier aangevraagd om zoiets en andere taalvragen aan hem te kunnen voorleggen – vergeefs en ik begrijp dat. Dit stukje gaat over de surprise die Mark Rutte debiteerde in zijn corona-persconferentie van 3 november 2020, maar eerst even het kinderfeest van vandaag, 11 november is de dag. Wat de minister-president daarover zei op die persconferentie was het volgende: “(…) je hebt dadelijk Sint Maarten, je hebt begin december natuurlijk Sinterklaas. Hou er nou voorlopig maar even rekening mee, zeker bij Sint-Maarten, maar ik vrees ook nog wel bij Sinterklaas, dat je dat kan vieren, maar in kleine kring. Maximaal drie mensen thuis buiten het eigen gezin.”
Wat maakt dit duidelijk? Wat maakt dit duidelijk voor iemand die met een lampion heeft gelopen? Dat Mark Rutte dat feest niet kent en dus niet is opgegroeid in een regio waar 11 november iets voorstelde. Sint-Maarten in kleine kring, vooral thuís?

Sint Maarten (afb. RTV1)

Op de persconferentie van 3 november 2020 zei Rutte ook dit volgens het letterlijke verslag van de RVD: “En het is ook belangrijk dat mensen in Nederland wel ook zich iets kunnen ontspannen door naar een vakantielocatie te gaan. Maar daarvoor geldt wel: ga daar niet ‘dreutelen’. Ga dus niet op die vakantielocaties eindeloos kleine ritjes maken. (…) ‘dreutel’ niet. Dus ga niet eindeloos kleine uitstapjes maken.”
In beide gevallen koppelde de premier dreutelen aan kleine uitstapjes met de auto.
Het ANP citeerde hem letterlijk maar voegde betekenisvol aan de weergave een werkwoord én een voegwoord toe in het citaat: “Een negatief reisadvies voor binnenlandse vakanties was niet wenselijk, zegt Rutte. Volgens hem moeten mensen zich ook kunnen ontspannen, bijvoorbeeld in een hotel of buitenhuisje. “Maar ga dan niet lopen dreutelen en maak niet eindeloos kleine ritjes.””

Bij het coronadebat van 4 november leek de premier zich het normalere (zij het zeer zeldzame) gebruik van dreutelen te hebben eigen gemaakt: “Dus ga niet dreutelen op je vakantieadres, blijf in je huisje en als je een uitje plant, doe dat heel zorgvuldig. Ga erheen en weer terug en ga niet lopen dreutelen.” Lopen dreutelen – denk alleen al door het toegevoegde werkwoord niet aan de andere betekenissen in Van Dale:

Dreutelen lijkt in de betekenis van ‘talmen, aarzelen’ op een afstandje bijna een mix van treuzelen en drentelen. Onwaarschijnlijk, uit mijn eigen dialect ken ik drutjen dat een verkleinvorm is van de stam drut– of dreut– en kan –jen toegevoegd krijgen. Het heeft veronderstellenderwijs te maken met woorden als draad/draaien. Uit het Maandblad Groningen enkele citaten:
• Wolter dreutjet nog even, moar gaait toch achter Bakker aan in hoes.
• Hai drutjede eerst wat veur schoul hèn en weer.

Al vroeg in de 19e eeuw schreef Jan Sonius Swaagman in een Latijnse verhandeling over het Gronings: “Dreutelen • Cunctari, tarde, pigre incedere of aliquid percifere, instar hominis defatigati [niet opschieten, als van een uitgeput persoon]. (…)” De vertaling van het Latijn staat tussen teksthaken in de uitgave van mij (2002).
De schoolmeester Helmer Molema noteerde aan het eind van deze eeuw: “dreutelen = kleine schreden doen als van een dwerg. ’t Woord zal een frequent. vorm zijn van: dreten, drijten, met de grondbeteekenis van: drukken, persen.”
Wie zoekt in het Groninger woordenboek van Ter Laan zal onder andere dit vinden: “DREUDELBOKSEM, -GAT, -KOAR, DREUDELDER = zie dreudel 1 en 2. (iemand die niet opschiet, SR)
DREUDELN (Old.) = zijn behoefte doen.”

Wat moesten we aanvankelijk volgens Rutte níet doen: dreutelen in de vaste combinatie met kleine autotochtjes ondernemen. Later schoof dat in verduidelijkende combinatie met het werkwoord lopen naar ‘rondhangen’. Dat lijkt iets besmettelijker met het oog op het coronavirus dan met familie in de auto zitten.

Dat brengt ons terug bij de vraag: hoe kent Rutte dat woord dreutelen?

P.S. In Trouw van 18.02.19 wordt de SGP-voorman Kees van der Staaij als volgt geciteerd: “Maar, het kabinet moet ophouden met ‘dreutelen en drammen’, aldus van der Staaij.” Het dreutelen slaat onder andere op het uitblijven van strengere regels voor de prostitutie.
Enkele dagen later (21 februari) in De Telegraaf hetzelfde woord, dezelfde spreker maar andere kwestie: “Afgelopen weekend zei SGP-voorman Van der Staaij al dat het kabinet ’niet moet dreutelen’ op dit dossier.” Dat had betrekking op onvoldoende transparantie van de Haagse As-Soennah-moskee.
Het is me niet gelukt, opheldering te krijgen over de kennis van de heer Van der Staaij op dit punt. Het Binnenhof is moeilijk bereikbaar vanaf een afstandje.

Aanvulling 18.11.2020: Het Binnenhof is soms wel bereikbaar maar in drukke tijden iets trager dan gewoon. Van SGP-woordvoerder Menno de Bruijne (dank, Menno!) begrijp ik dat de heer Van der Staaij had gezocht naar een ander woord voor talmen en toen dreutelen vond.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.