De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag: luisteren (ii)

Het programma van de POK (Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag) schoof op, gisteren 18 november 2020, toen de eerste ondervraging langer nam dan gepland. Dat gebeurde tijdens het gesprek met de heer P.W.A. Veld, Directeur-generaal Belastingdienst 2010-2015. Daarmee kwam de heer G.H. Blankestijn (Directeur Toeslagen bij de Belastingdienst 2011-2018) later dan eerst gedacht was en dat gold bijgevolg ook voor diens opvolgster mevrouw A.C. Cleyndert.

Moet ik zeggen wie van de drie de grootste bekwaamheid aan de dag leek te leggen, zo voor het oor of met wie het plezierigst een kop koffie in een Brabants café zou kunnen worden doorgebracht? Dat is net zo irrelevant als een dag eerder te verzuchten bij het verhoor van mevrouw Palmen (zij was té korte tijd Vaktechnisch coördinator Toeslagen bij de Belastingdienst) dat je zou wensen dat een minister van Justitie en Veiligheid net zo correct juridisch uit het hoofd kon formuleren als zij – maar dat is een ander onderwerp.

A.C. Cleyndert

Mevrouw Cleyndert leek me de sympathiekste van de drie getuigen van deze woensdag, talig viel ze het meest op door haar frequenter wordende gebruik van tussenwerpseltjes. Natuurlijk, ook van haar viel niet aan de eh’s voorbij te horen, maar zij was in dat opzicht interessanter en minder vermoeiend dan de heer Boereboom uit aflevering i op de donderdagse POK-bijeenkomst.
Blijkbaar dienen dergelijke tussenwerpseltjes vooral om de gedachten van de spreker te ordenen: mevrouw Cleyndert las als opening een statement voor zónder die kleine woordjes waarmee haar onvoorbereide teksten zo doorspekt waren. De eh’s waren dus alleen een onderdeel van de tussenwerpseltjes, niet zelden als onderdeel van een groepje uit die woordsoort.
Eh bleek al dan niet in het gezelschap van meerdere eh’s los voor te kunnen komen, maar daarnaast vaak gevolgd te kunnen worden door een langer aangehouden ehm: eh, eh, ehmEhm is blijkbaar zwaarder van gewicht dan eh, beide zijn waarschijnlijk primair bedoeld voor de spreker (m/v maar v in dit geval) zelf. Dat is niet zo met :
…ik heb natuurlijk wel bij mijn aantreden…
…daar ik van schrok, , dat ik…
Is eh voor de spreker of de zender, dient juist meer een poging om de ontvanger van de boodschap erbij te betrekken.

Logisch is op basis van dit verschil, dat de directe combinatie van eh+hè niet voorkomt. Maar mevrouw Cleyndert combineerde eh wel degelijk met andere tussenwerpsels:
…dus eh, nou behoorlijk…
…dat is eh nou nog een aantal keer…
…als de zaak die eh, nou speelde…

Nou was het in frequentie tweede tussenwerpseltje, een alternatief voor eh en dus tot de spreekster zelf gericht maar minder neutraal. Via nou leek ze zich aan te moedigen om toch maar door te pakken en te zeggen waarheen ze op weg was: “nou ik zal maar zeggen”.

Naast eh nou kwam ook geregeld nou ja langs (“in die periode kende ik nou ja het woord (…) nog niet”) en ook de combinaties he nou ja en ehm nou ja. Later viel me weer op waar hier al eens in verband met het optreden van Kees van der Staaij (SGP) bij Jinek op is gewezen, het woordje van als direct vervolg op een woord dat iets van denken of voelen uitdrukt. (Dit van heeft in het tegenwoordige Nederlands de functie van een dubbele punt, zie het begin van de vorige aflevering in verband met het Grieks.)
Mevrouw Cleyndert deed dat ook – en zij is daarmee niet de enige, luister in de Kamer – en verlengde dat van nog een keer met weer een ander tussenwerpsel dan de al genoemde:
… de suggestie was van goh
…gealarmeerd waren van hé
…signaal kwam van nou
…nieuwe vragen kwamen van oké

Bij al dat letten op kleinigheden de afgelopen dagen vergat ik bijna te noteren dat Renske Leyten het in Aken hoorde donderen (in Keulen horen donderen + Aken en Keulen op één dag gebouwd), een andere situatie aan de hand zag (een andere situatie zag + zag dat er iets anders aan de hand was) en zei dat iets opgeschorst was (opgeschort + geschorst).

Ik besef mij, zou voorzitter Van Dam kunnen zeggen, dat je niet overal oor voor kunt hebben.

Aanvulling 25.11.2020: Dat citaat-inleidende woordje van kan vóor een tussenwerpseltje ook weggelaten worden. Roy van Aalst (lid van de PoK-commissie) kenmerkt zich door uitingen van het type: “Dacht u niet, goh…”. Die zijn op te vatten als “Dacht u niet van goh…”, juist omdat de heer Van Aalst dit van vaak gebruikt.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.