Aan de lat staan: van schuld naar financiële verplichting naar opdracht

Nog een keertje weerom naar het ingelaste coronadebat van 5 januari 2021. Minister De Jonge (VWS) bleek ook daar een liefhebber van de uitdrukking aan de lat staan. Hij gebruikte het diverse malen, onder andere in het antwoord op de herhaalde vraag, wat hij eerder had moeten of kunnen doen. In essentie kwam het neer op: “de GGD eerder vragen om zich voor te bereiden op grootschalige vaccinatie. Niet alleen voor de groep waarvoor men aan de lat stond, namelijk de groep van 18 tot 60 jaar, maar ook al voor het zorgpersoneel.”

Aan de lat staan komt in Nederlandse kranten op vanaf vroeg in de 21ste eeuw. In een stuk met aandacht voor het dialect van de Achterhoek in De Gelderlander van 25.06.2005 komt Jan Lensink uit Aalten aan het woord (hij is geboren in Haarlo bij Borculo, vader uit Aalten, moeder uit Woold) en verklaart enkele uitdrukkingen. “Ik bunne kats an de latten: ik zit helemaal aan de grond, ik kan nergens meer borgen, want er staat te veel schuld van mij aan de lat. Vroeger werd geborgd, ook in het cafe, en dat werd dan op een lat of aan een balk opgeschreven.”

Aan de lat staan betekende oorspronkelijk kennelijk – allicht in een horecagelegenheid – dat iemand iets had verteerd zonder te betalen en door het aan de lat te schrijven stond dat vast. Afgaande op het voorkomen in het Brabants Dagblad en de Provinciale Zeeuwse Courant verschuift de uitdrukking vooral in het Zuiden vanaf 2003. Dan gaat het niet meer om een openstaande rekening maar in politiek taalgebruik om een aangegane verplichting met een financieel aspect. Neem als voorbeeld wat er in het Brabants Dagblad van 24 september 2003 staat: “De Brabantse gemeenten staan volgens burgemeester G. Daandels van Deurne ‘aan de lat’ voor 40 miljoen euro op grond van landelijke afspraken die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) dit voorjaar met rijk en provincies over de reconstructie hebben gemaakt.” Let op de aanhalingstekens rond de uitdrukking die dan dus als nieuw, nog weinig gangbaar wordt aangemerkt.

Wie via LexisNexis aan de lat verder volgt, ziet vooral weer in Zuidelijke kranten, dat er niet meer noodzakelijkerwijs sprake hoeft te zijn van een financieel aspect. Neem deze drie voorbeelden als illustratie daarvan:
• Brabants Dagblad 04.05.2007: (lijsttrekker Onno) “Hoes staat dan ook aan de lat voor het bestuursproject ‘Schoon Brabant’, waarbij de VVD’er onder meer een ambitieus actieprogramma moet ontwikkelen om de ruimtevretende leefstijl van de Brabander, de zogeheten ecologische voetafdruk, milieuvriendelijker te maken.”
• Dagblad De Limburger 12.10.2007: “De minister (Eurlings SR) staat ‘vol aan de lat’, wil ‘alles uit de kast halen’ en ‘zijn ambtenaren – als het nodig is – desnoods tot januari elk weekend over laten werken’”.
• Brabants Dagblad 29.06.2011 (De nieuwe burgemeester, mevrouw Buijs) “Stap twee is dat ik de mensen ga leren kennen, om me een beeld te vormen. Dat gaat verder dan wat ik tot nu toe aan dossiers gelezen heb. Inhoudelijk staan de wethouders natuurlijk aan de lat.”

Hier gaat het telkens om een verplichting die een politicus op zich heeft genomen of moet nemen. Maar al snel kan het ook gaan om een taak of een opdracht buiten het Openbaar Bestuur. Neem de Provinciale Zeeuwse Courant van 19.10.2010 waar het draait om het zwemmen van afstanden in het bad van Hulst: “Kinderen tot tien jaar staan dagelijks voor 250 meter aan de lat. De andere liefhebbers moeten elke dag het dubbele aantal meters afleggen.”

De laatste jaren komt aan de lat staan enkele tientallen malen voor in de Handelingen van de Tweede Kamer – De Jonge scoort hoog! – en dus genoeg om te veronderstellen dat Van Dale dit ook in deze betekenis zal gaan opnemen. Dit woordenboek heeft wel een verwante, maar andere manier van zeggen uit de spoorwegwereld: “aan de lat staan als machinist op een stoomlocomotief dienstdoen”.

Ten slotte. In andere regio’s dan Zuid (Noord en Oost in de eerste plaats en vooral in de sport?) komt aan de lat hangen voor als variant voor ‘bekaf zijn’:
• geloof maar dat ze behoorlijk aan de lat zijn met de vierde wedstrijd in acht dagen (Dagblad van het Noorden 23.03.2009)
• ,Ik had de afgelopen vier jaar al niet bepaald een lege agenda, en de andere wethouders ook niet. Iedereen was behoorlijk aan de lat.’ (De Stentor/Apeldoornse Courant 17.03.2010)

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.