Rommelen in de marge en het probleem van de ondertreffende trap

Het is een genoegen om verschillende drukken van een belangrijk woordenboek in de kast te hebben staan. Voor wie ze bezit, is makkelijk na te gaan dat Kruyskamp de tiende editie van Van Dale van 1976 dan wel “zeer vermeerderd” mag hebben, maar gerommel of rommelen in de marge staat er niet in. Maar in de elfde uitgave (van 1984, die van Guido Geerts en Hans Heestermans) staat nu een wat lang uitgevallen voorbeeldzin: “ja, maar al die dingen waar jullie voor opkomen, dat is toch maar gepruts (ook gerommel) in de marge!” De betekenis-omschrijving daarvan is niet veel korter: ‘dat stelt toch eigenlijk niets voor, dat raakt de kern toch niet’.
De huidige elektronische editie ziet er op dit punt zó uit (lees vooral onder a):

Elektronische Van Dale (onder marge)

De eerste – elektronisch opgespoorde – vindplaats in de sfeer van in de marge in de Handelingen van de Tweede Kamer is een citaat van defensiewoordvoerder Bram Stemerdink (PvdA) op 21 december 1970, een halve eeuw geleden: “Geknutsel in de marge zoals de afgelopen jaren is gebeurd, is niet meer voldoende.” Die manier van zeggen is niet op slag nagevolgd Nederlands aan het Binnenhof. Vindplaats nummer twee dateert van bijna vier jaar later. Bij de Algemene Beschouwingen van 8 oktober 1974 staat Bas de Gaay Fortman (PPR/GroenLinks) geciteerd met de uitspraak “dat de oppositie het wel moet hebben van rommelen in de marge”.

Maar dan, vanaf het midden van de jaren ‘70 van de vorige eeuw, hoort rommelen e.a. in de marge ook echt bij de taal van het Binnenhof. Er is buiten de vergaderwereld niet zo simpel een sfeer te bedenken waarin “rommelen in de marge” concreet en op een neutrale manier zou worden toegepast. Iemand die op de rand van winter en voorjaar z’n tuin voorzichtigjes wat begint op te ruimen, zal dat werk niet tegen de buurman afdoen met een “ach, het is gerommel in de marge”. Maar in het Binnenhofs is het een succes en het is vooral taal voor oppositiepartijen. De laatste drie gebruikers in de voorbije twaalf maanden waren Geert Wilders (PVV), Thierry Baudet (FvD) en Esther Ouwehand (PvdD).

Dat is vreemd en opvallend. Vooral tégenstanders bedienen zich graag van sterke, sterkere, ja allersterkste taal maar daarvoor leent zich dat rommelen in de marge niet…. want dat betekende juist ‘stelt niks voor’. Overtreffende trappen kent het Binnenhofs zeer wel, ondertreffende trappen zijn een lastiger chapiter. Het belangrijkste alternatief is dan het variëren op het thema rommelen. Had Maarten Schakel (ARP/CDA) dat werkwoord niet goed verstaan of maakte hij er opzettelijk morrelen van? Datzelfde deed ook Bram van der Lek (PSP/GroenLinks), maar morrelen heeft het in de praktijk tegen rommelen afgelegd.

Marcus Bakker (CPN/GroenLinks) deed op 7 december 1978 een andere maar inspannend overkomende poging: “Wie bereid is, dat grondpatroon te accepteren, heeft dan ook niet veel meer mogelijkheden dan wat gemorrel, wat gekift en het elkaar wat vliegen afvangen in de marge.” Joop den Uyl (PvdA, zie de afbeelding van Van Dale hierboven) deed enkele maanden later een niet nagevolgde poging toen hij sprak van geschraap in de marge. Dat geldt ook voor het gerommel en gefrommel in de marge van dezelfde spreker in 1979.
Remi Poppe (SP) wekt jaren later (1996) nog de indruk naar een sterkere manier van zeggen op zoek te zijn: “Ik kan de inzet van de heer Van Gelder niet anders duiden dan als opportunistisch geritsel in de marge.”

Tientallen parlementariërs hebben hun best gedaan om treffender Nederlands te construeren maar het blijft op dit punt bij sleutelen, knoeien, gepriegel, prutsen, frommelen, frutselen, frummelen, gefröbel, gepoets, geneuzel in de marge. Als zelfs Geert Wilders na een kwart-eeuw in de politiek gewoon blijft spreken van gerommel in de marge (“De zogenaamde vrijheden die Rutte ons land teruggeeft, is gerommel in de marge.” 24 februari 2021), dan weten we: het Nederlands bezit geen ondertreffende trap waarop we kunnen afdalen.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.