Zeker weten: vernieuwend Nederlands op bijwoordelijk terrein

Dezelfde woorden kunnen in dezelfde vaste volgorde voorkomen en toch inhoudelijk verschillen. Nemen we als voorbeeld de combinatie zeker weten, aanhalingen uit het kalenderjaar 2022 (ongecorrigeerde Handelingen):
• (Sophie Hermans, VVD) ik wil zeker weten dat het geld ook terechtkomt waar het terecht moet komen
• (Jan Paternotte, D66) zodat we ook zeker weten dat dat sanctiepakket klaarligt
• (Pieter Omtzigt, Omtzigt) Maar ik zou het graag zeker weten en ik zou ook graag willen weten hoe dat precies gebeurt
• (Maarten Hijink, SP) Wij moeten zeker weten (….) dat belangrijke onderzoeken niet tegen de wet in door bewindspersonen zijn gefrustreerd.

De sprekers willen zeker weten, ze moeten het zeker weten, ze zouden graag zeker weten, ze weten zeker. Vaak is zeker weten dus met een hulpwerkwoord gecombineerd, noodzakelijk is dat niet als het onderwerp van de persoonsvorm weten maar meervoudig is.
Maar in 2022 is er (tot dusver) ook één geval waarbij dat zeker weten gebruikt is op een andere manier, door Renske Leijten (SP): “Hoe ga je dan om met de enorme datadeling binnen de overheid, waarbij mogelijk — of zeker weten — schendingen van grondrechten aan de gang zijn?” Dit verder werkwoordloze zeker weten is hier hetzelfde als ‘zeker’, misschien zelfs ‘absoluut zeker, tegenspraak onmogelijk’.
Dat mag nu nog de enige maal van het kalenderjaar 2022 zijn, daar zal het dit jaar niet bij blijven. Dit is immers de oogst van deze constructie vorig jaar, 2021:

Zeker weten dat er in augustus met een noodvlag is gewapperd (Renske Leijten, SP
• Dan kunt u zeker weten een inhoudelijke reactie van ons verwachten. (Lilian Marijnissen, SP)
• dat er nu nog steeds tientallen tolken die voor ons hebben gewerkt, zeker weten in Afghanistan zitten (Kati Piri, PvdA)
• Als we ons zouden verschuilen achter het feit dat we demissionair zijn, hadden we zeker weten niet bijna 7 miljard vrij gemaakt voor klimaatmaatregelen (Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius, EZ)
• Ik hoor in de mooie woorden over oplossingen goede dingen — zeker weten — maar ik zou nog wel graag (Eva van Esch, PvdD)
Zeker weten dat er dan weer nieuwe slots open zijn gezet waarvoor je een afspraak kunt maken. (Minister De Jonge, VWS)

Marijnissen, Yeşilgöz, Piri

Het kalenderjaar 2021 lijkt de doorbraak van deze constructie: in 2020 zijn er drie gevallen vindbaar, in 2019 nul, in 2018 twee stuks, in de paar jaren daarvoor zie ik niets in de ongecorrigeerde Handelingen.

Het bijzondere van dit zeker weten is dat het een bijwoordelijke constructie is, eentje die onderstreept of zelfs buiten discussie plaatst wat de spreker beweert. Zeker weten doet in al zijn kaalheid denken aan volle bak, dikke mik kans.
Ik zou graag zeker weten: is het Nederlands (althans maar niet alleen het Nederlands van het Binnenhof) de laatste jaren druk doende om zich juist op dit terrein te vernieuwen? Ik herinner de lezer aan enkele stukjes in dit blog over het nuancerende best wel, soort van. Net aan hoort hier misschien ook bij (het is net aan buitenspel dus hetzelfde als ‘net’) en wellicht het ook vrij actueel gangbare kantje boord? Of over juist onderstrepende en actuelere één-woord bijwoorden als onwaarschijnlijk, spectaculair, waanzinnig, krankzinnig, bizar, idioot. Niet normaal!

P.S. Incidenteel horen we in plaats van zeker (of zeker weten) de variant zekers. Altijd gedacht dat het een kenmerk van de taal van regio-Den Haag was, simpelweg omdat ik het voor het eerst bewust registreerde uit de mond van een collega uit Den Haag. Als de uit het Noorden afkomstige maar niet Noordelijk klinkende minister Bruins het daar heeft overgenomen, kan het kloppen. Hij staat er het vaakst mee genotuleerd in de verslagen, verder ook bijvoorbeeld Alexander Pechtold (D66), Gidi Markuszower (PVV).
Grappig. Zeker weten als het boven beschreven bijwoord staat niet als trefwoord in Van Dale opgenomen, of je moet al kijken onder zekers:

el. Van Dale

Zekers te weten: is dat wellicht primair Brabants? Afgaande op wat er in de krantenbank NexisUni staat, is dat waarschijnlijk.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.