De lastige taak van de stenograaf bij de Aardgasverhoren (ii)

Judith Tielen (VVD) deed echt haar best om Sijbrand Nijhoff als getuige tot zijn recht te laten komen, ze stelde hem vriendelijk op zijn gemak, ook in het oogcontact. (Ze kan anders en strenger, merkte oud-CdK Max van den Berg in een latere verhoorweek.) Het leek er hoorbaar op dat Nijhoff gaandeweg voor de Commissie een thuisgevoel kreeg. Hoorbaar? Ja, want hij begon wat Westelijk Nederlands door zijn taal te gooien ook al zie je dat niet in het verslag terug: “Ik denk: ja, ik moet wel verder. Je moet dan je nuchtere boerenverstand gebruiken.” Je moet – maar Nijhoff zei je mot, zoals hij direct daarvoor niet zei ik moet maar wij motten. Ik denk om een paar redenen dat dit niet als Gronings is aan te merken, – bbijvoorbeeld op grond van zijn leeftijd. Bovendien ging Nijhoff verderop soms ook over op het spreken met een keel-R. Dat is een in Groningen zeldzame klank. On-Gronings zei hij ook enkele malen effe of effen waar hij ‘even’ bedoelde.

In de verhoortekst zien we niet terug dat Nijhoff de rol van verteller koos en daar dan een tegenwoordige tijd hanteerde, door de stenograaf van dienst gecorrigeerd tot een verleden tijd, wég presens historicum zegt de literair-historicus in mij:
• Op 8 september zat ik hier in de Kamer. (zat is veranderd uit zit)
• (Op een vraag van zestig jaar geleden:) “Ik ben benieuwd wat er van Groningen overblijft. Ze zei: niets, ben ik bang! Dat was eind zestiger jaren.” (Nijhoffs zegt is gewijzigd in zei)

Nijhoff wordt door alles wat er rond zijn boerderij door de bevingen gebeurt somberder, ziet het leven steeds minder zitten en laat dat aan Susan Top (steunpilaar van het Groninger Gasberaad) blijken. Hij zoekt hulp en ontdekt dat zijn vraag in die sfeer snel en goed bij de dominee en de dokter terecht komt. Hij zegt dan: “Later begreep ik dat Susan dat omhands had gehad.” De stenograaf vertaalde dit Gronings correct tot “Later begreep ik dat Susan daar de hand in had gehad.”
Eigenlijk is dat ook zo bij het citaat “Nederland weet niet waar Groningen ligt, maar wel als het op de centen aankomt.” Is dat bewust of toeval? Nijhoff sprak van de centenpuut ‘portemonnee’, maar zo staat het er niet.

Een van de talloos vele verschillen tussen Gronings en Nederlands is het gebruik van het woordje er. In het gesprek met de vroegere burgemeester Rodenboog van Loppersum bleek dat enkele malen:

• Maar dat waren er tientallen.
• Waarschijnlijk waren het twee bevingen achter elkaar.

In het eerste citaat is er door de Dienst Verslag en Redactie toegevoegd, in het tweede juist weggelaten en het resultaat is althans tweemaal een uiting die spoort met het ABN. Ook “nooit geen ruzie” is stilistisch aangepast tot “nooit ruzie” (correcter zou dan zijn “helemaal nooit ruzie”).

Dat aanpassen geldt nog wat hoorbaarder als Rodenboog begint over de gaswinning nota bene ná die essentiële beving van Huizinge, een kwestie die zonder twijfel ruim aandacht zal krijgen in het rapport van de commissie van Tom van der Lee: “In 2013 haalden we met die skyhigh hoge productie van 53 miljard kuub 13 miljard euro binnen.” Dat zei de vroegere burgemeester niet, wél: “In 2013 hielden we met die skyhigh hoge productie van 53 miljard kuub 13 miljard euro binnen.” Het was overigens vrijwel 54 miljard kuub.

Het mag in het Nederlands vreemd klinken, maar in het Gronings zijn ‘halen’ en ‘houden’ identiek of ze liggen vlak bijelkaar (hoalen en holden). Kennelijk hebben de twee werkwoorden taalhistorisch iets gemeenschappelijks: in het Gronings van niet zo lang geleden haalde je boodschappen of je hield vol – maar in beide gevallen sprak je althans in de verleden tijd met gebruikmaking van hetzelfde werkwoord, de precieze vorm is afhankelijk van het gebied waar je je thuistaal had geleerd. (Ik zou bijvoorbeeld hil zeggen voor zowel ‘haalde’ als ‘hield’. Onder Nederlandse invloed verandert dat in mijn leeftijdsgroep naar bijvoorbeeld hoalde en hiel.) Het Gronings dat in Rodenboogs Nederlands doorklonk is in het verhoorsverslag op dit punt niet terug te zien.

Dat is allemaal niet erg, maar tegelijkertijd is dat schriftelijke verslag nogal wat minder regionaal gekleurd dan het voor de Enquêtecommissie mondeling heeft geklonken. De stenograaf moet er op allerlei plekken mee hebben zitten worstelen.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.