Ik ging in mijn boekje keken

N.a.v. Berthold van Maris n.a.v. Ronny Boogaart en Henk Wolf

Digitale NRC van 24.04.2024

Connie Palmen sprak in een interview van “ergens graag bij hadden willen horen” en dat bracht enkele auteurs in neerlandistiek.nl tot een bijdrage over dat hadden. Ronny Boogaert en Henk Wolf schreven er beiden afzonderlijk over op 17 maart j.l. Dat leidt vervolgens tot een bijdrage van Berthold van Maris in de NRC.

In m’n Biografie van het Gronings (Assen, 2016) waarover Van Maris in 2016 in toen nog NRC Handelsblad schreef, staat een piepklein nootje bij nummer 464 op bladzijde 638 in dat dikke boek.

Uit Siemon Reker, Biografie van het Gronings (….) Assen, 2016

Dat nootje verwijst naar iets wat ik in 1989 had geschreven onder dank aan mijn beide jeugdige zoons voor hun taalproductie. Wat ik schreef, staat hieronder uit de losse hand gefotografeerd. Met de discussie bemoei ik me niet, maar op de een of andere manier heb ik het gevoel dat dingen hier aan elkaar raken.

Korte toelichting: onze zoons (1981 en 1982) zijn de eerste jaren in het Gronings opgevoed. Dat kan bevorderd hebben dat in hun Nederlands een poosje een verleden tijd als vongen ‘vingen’ opdook. In dat boekje ging ik even keken.

Uit mijn Het Groninger werkwoordsysteem en ‘hoeven’ (…) Groningen, 1989:59

Aanvulling 25.04.2024:

Op neerlandistiek.nl staan inmiddels allerlei reacties nadat de redactie bovenstaand stuk (met mijn instemming) overnam. Nu het een aansprekend onderwerp blijkt, is het misschien nuttig alle uitingen op dit vlak die ik van m’n zoons noteerde bijeen te zetten. De tweetalige sfeer die eerder genoemd is, hoeft niet herhaald te worden. Merk wel op dat “verleden” ook voltooid verleden zoals heb vergeten kan impliceren. Ze dateren vrijwel alle van de tweede helft van de jaren ’80 van de vorige eeuw. De in China geproduceerde boekjes vormden een herkenbare en inmiddels extra dierbare plek daarvoor:

Ik heb niet gemerkt dat je me wakker maakte om een plas te gingen doen
Dat heb we vergeten mit te nomen
… als ze dat zouden stolen
… en dan zou bijna vielen, eh, bijna vallen.
Je begon al te zongen toen ik nog hier lag.
Ik zou toch een broodje kregen?
Had je vergeten de wekker mee te nomen?
Ik wou even doen dat jij ‘m kon vingen
Ik weet zeker dat we bij S. moesten zongen
Als we zolang op mochten blijven, zouden we nu makkelijk op de schommel konden.
Ik heb vergeten met mama af te sproken, dat zij …
… en die moesten de kinderen niet verloren
… dan durfde ze niks te stolen
Dan wou ik ook nog fietsten – fietsen (zelfcorrectie)
[Deetman-maatregelen:] Als nu na deze vakantie de juf ziek is, zouden de klassen dan weer bij elkaar in moesten?
Ik moest net trokken en ik trok … (t.w. ’n kaart van de stapel)
… zodat ze er niet door heen konden beten (bijten)
Ik heb jou laten begonnen
Peter ging vochten, vèchten (zelfcorrectie)
Als ik er langs fietste wilden jullie mij vongen
Toen meneer Aart schoenen ging stolen
meneer Aart wou schoenen stolen … toen heeft ‘ie ze gestolen
H. wou niet dat ik bij M. ging keken.
Ik zag een musje en die wou wegvlogen, vliegen … (zelfcorrectie)
Ik wou dat (….) de mijter ging stolen
Hoe zou jij het vonden als je naam overal opgeschreven stond?

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.