Woorden in de Kamer (2020-2023) (13)

Een huis-tuin-en-keukenmotie, een PVV-principe en het Kabinet-Kaag I

Ook zeer gangbare en neutrale of misschien zelfs saaie begrippen in de politiek-bestuurlijke sfeer zoals motie of kabinet kunnen voorzien worden van een komische inhoud. Toen het lid Omtzigt (Omtzigt) vroeg in 2022 en al in de eerste termijn een motie in wilde dienen, voorzag voorzitter Bosma deze van het predicaat huis-tuin-en-keukenmotie. Hij gaf daarmee in elk geval ook aan dat het een normale tekst was waarmee de Kamer gevraagd werd zich over iets (het coronatoegangsbewijs) uit te spreken. Regels zijn regels, er moest een speciaal voorstel van gemaakt worden om te bezien of indiening in deze eerste termijn voor de meerderheid acceptabel was.
Dezelfde spreker (Martin Bosma) maar dan als PVV-woordvoerder betitelde een motie van een D66-collega als friemelmotie. Met woorden kunnen dingen en mensen weggezet worden.
Premier Rutte beheerst dit aspect van het vak ook, zelfs in de richting van zijn trouwste oppositie-partners van de SGP. Een uitspraak van Roelof Bisschop vond Rutte op het moment van indiening feitelijk niet aan de orde, getuige zijn reactie waaruit andermaal kennis van het Engels sprak: “Op zich zijn er inhoudelijk geen grote bezwaren, maar het wordt anders een beetje “motherhood and apple pie”, dus een moeder-en-appeltaart-motie.”

Wegzetten kan in de Kamer waarschijnlijk nog veel beter door aan het begrip kabinet een naam te verbinden van iemand die politiek actief is maar momenteel juist níet de rol heeft van minister-president. Als de genoemde persoon wel deel uitmaakt van het kabinet, komt dat over als een tik naar de zittende premier. Zo betitelde oppositieleider Geert Wilders (PVV) het kabinet-Rutte IV enkele malen als Kaag-I. Impressie: Rutte voert uit wat D66 bij de formatie heeft binnengehaald.

Caroline van der Plas (BBB) moet een oplettende luisteraar zijn als collega Wilders het woord voert: nu en dan grijpt zij naar wat talig opvallend is en wat het PVV-lid eerder te berde heeft gebracht. (Vergelijk het gebruik van klimaatpaus als aanduiding voor Frans Timmermans.) Ook Van der Plas sprak van het kabinet-Kaag I (“eindelijk toonde deze minister een keer ballen, door zich te ontworstelen aan het juk van het kabinet-Kaag I”). Taal is een gebruiksvoorwerp, zeker in de debatten van de Tweede Kamer. Geregeld hard en soms komisch tegelijkertijd. Met iets nieuws op de proppen komen is daarbij geen verplichting, imitatie is toegestaan.

Toen er – niet eens zo lang geleden, op 7 april 2021 – een nieuwe Kamervoorzitter gekozen moest worden, bepleitte de woordvoerder van de PVV, Gidi Markuszower, robuust georganiseerde tegenmacht: “Onze Kamer heeft een Voorzitter nodig die aan de kant van de volksvertegenwoordiging staat en niet op schoot zit bij de macht. Daarom is onze fractie ten principale van mening dat de Voorzitter bij grote voorkeur afkomstig is uit een oppositiepartij.” Het was niet de enige keer dat de beeldspraak van op schoot zitten bij in de vergaderzaal klonk. Eenmaal reageerde minister Kaag onaangenaam getroffen, toen Farid Azarkan (DENK) haar op schoot van minister-president Rutte positioneerde (en dat later diverse keren herhaalde). Wat zou de BBB-leidster zeggen als die beeldspraak straks op haar en de fractievoorzitter van de PVV werd overgebracht? Of mevrouw Yeşilgöz van de VVD?

Andere vraag. Hoe stond premier Rutte vóór de vorige Kamerverkiezingen tegenover wat toen nog het Lid Omtzigt heette en wat later pas de fractievoorzitter van NSC werd? Waarschuwde hij toen vroegtijdig voor een succesvolle terugkeer van Pieter Omtzigt als leider van een grote groep, gevolgd door een minister-presidentschap van vele kabinetten? Rutte in financieel verband: “Wij denken dat die terugbetalingstermijn eerder moet beginnen en dat die ook niet kan doorlopen tot het kabinet-Omtzigt XII.” Klonk hier stiekempjes en toch duidelijk hoorbaar een Paus-naam in door in de richting van een RK-politicus, alsof het ging om Benedictus, Clemens Gregorius, Innocentius of Johannes XII? Waarom liefst twaalf kabinetten-Omtzigt aangekondigd? Was Rutte zó bang voor deze concurrent?
Rutte waarschuwde bij het indienen van een formatie-motie ook stilletjes voor een kabinet waar wél de PVV maar níet zijn eigen VVD deel van zou uitmaken: “Ik kan de heer Wilders geruststellen: het kan nog steeds eindigen in een kabinet-Wilders I, want er staat niet in de motie dat er een kabinet-Rutte IV komt. Het kan er nog steeds in eindigen dat ik de heer Wilders uit zijn stoel stoot als leider van de oppositie. Dat kan nog steeds. Er staat niets in de motie over wie de nieuwe premier wordt.”

Wie de nieuwe premier wordt. Dat was een vraag van Mark Rutte (VVD) op woensdag 12 mei 2021. Nu er vandaag in de Tweede Kamer een formateur gekozen wordt, is Wie de nieuwe premier wordt op 22 mei 2024 opnieuw de kwestie die wellicht morgen al beslecht wordt. Wie weet.

We gaan een poosje zomersluiten.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.