
In dienst van negen premiers. De dagboeken van jhr. mr. A.J.M. van Nispen tot Pannerden 1946-1972 is een uitgave van Boom – Amsterdam 2024. De bezorgers zijn Alexander van Kessel en Carla van Baalen en ik ben ze dankbaar voor deze editie: je hoeft niet per se met een politieke bril te kijken naar de tijd waarin Van Nispen zijn aantekeningen maakte of geïnteresseerd te zijn in menselijke trekjes van destijdse toppolitici, ook talig is er naar mijn mening wel wat over te zeggen.
Laat ik dat om te beginnen in dit aanloopstukje miniem illustreren aan de hand van wat in dit blog de bijdrage is waarop het vaakst een aanvulling is verschenen. Dat betreft “Pagina, regina, camera, horeca: het is wat met die accenten Jaco Geurts!” van 14 mei 2019.
Dagboekauteur Van Nispen – die als hoge ambtenaar op Algemene Zaken geruime tijd de notulering van de ministerraad verzorgde – beschrijft uitvoerig op p. 201 hoe het woord alinea verkeerd werd gerealiseerd.
Het betreft ten tijde van het kabinet-Marijnen een dialoogje tussen woningbouwminister Bogaers en mevrouw Schouwenaar-Franssen, minister van Maatschappelijk Werk. Mevrouw Schouwenaar was lerares klassieke talen geweest en dat verleden verloochende ze niet toen Bogaers sprak van alinéa:
Mevrouw Schouwenaar: alínea.
Bogaers: ik zeg alinéa.
Mevr. Schouwenaar: dat hoor ik Pieter, maar het is alínea.
Bogaers even later: alínéa.
Mevr Schouwenaar: het gaat al beter Pieter. ‘t Is alínea.
De classica-minister vond het belangrijk genoeg om haar collega te corrigeren en de secretaris had er voldoende oor voor om het in zijn dagboek vast te leggen.
Hád dat blogstukje over woordaccenten veel aanvullingen gekregen? Dit hieronder was nog alleen maar het begin – ik noteer de klinker die het hoofdaccent kreeg vet:

Wordt vervolgd.