De dagboekaantekeningen van Jhr. Van Nispen (4)

Buurt, Piet en Norbert

De dagboekaantekeningen van Van Nispen beslaan de periode van 1946 tot 1972. Dat hij zo in het centrum van het vaderlandse bestuur zat, wordt waarschijnlijk nergens zo duidelijk in beeld gebracht als via de postume foto tegenover pagina 289. Bij de uitvaartdienst van Antonius/Toon/Buurt van Nispen zitten op de voorste rij oud-minister-presidenten (van rechts naar links Marijnen, De Jong, De Quay en Biesheuvel), onderbroken door Van Nispens latere arts Stuyt, die de eerste milieuminister was ten tijde van het kabinet-Biesheuvel. Naast hen is nog veel bijzonderder de aanwezigheid van prins Claus. Leden van het Koninklijk Huis plaatsen of ondertekenen in de regel geen rouwadvertenties en op uitvaarten komen ze al even weinig, is m’n indruk. Claus kwam op 2 augustus 1972 naar die kerkelijke plechtigheid voor Van Nispen – ze waren samen geregeld op jacht geweest en hadden na afloop dan in het gezelschap van beide echtgenotes gedineerd (op Drakensteyn). Met hun zeer goede onderlinge verstandhouding verenigden Claus en de secretaris-generaal van Algemene Zaken blijkbaar zonder veel gewetensproblemen hun bovengemiddelde aandacht voor zoiets als de regeling van het inkomen van en de belastingvrijdom voor de Kroon, een kwestie waar Van Nispen invloedrijk adviseur bij was. Premier De Jong waarschuwde Van Nispen daar een keertje voor (blz. 427): pas maar op; ze pakken je in.

Van Nispen heette dan wel officieel Antonius, maar dat werd aanvankelijk Toon en weer later was vooral Buurt zijn roepnaam. In de inleiding van het dagboek schrijven Alexander van Kessel en Carla van Baalen dat die laatste naam een kinder-verbastering was van de Gelderse betiteling bruurke ‘broertje’. Zo gaat dat binnen families wel eens. Heette Margriet om die reden niet Piet op Soestdijk?

In de tijd dat Van Nispens ambtelijke loopbaan zich op z’n top bevond, speelden er diverse kwesties rond het koningshuis, niet alleen die financiële. De geloofsovergang van Prinses Irene naar het katholicisme had vanzelfsprekend Van Nispens warme belangstelling – in zijn aantekeningen lezen we van een particulier secretaris van de Koningin dat deze antipapist was – en dat gold ook voor haar verloving en huwelijk met Karel Hugo (of hoe ook genoemd). Van Nispens entree per 1 januari 1946 op Algemene Zaken had alles met zijn religie te maken, want premier Schermerhorn was overtuigd “van de wenselijkheid om ook een representant van het katholieke volksdeel op te nemen in zijn staf.” (blz. 9-10)

Ook Beatrix’ verloving, haar trouwen en de plek waar het huwelijk zou plaatsvinden, was iets waar de SG van Algemene Zaken mee te maken had.
Hoe goed hij later ook met Claus op kon schieten, Van Nispen schrijft in het begin over de kandidaat (blz. 307) dat hij het vreemd vindt dat iemand als Claus nog vrijgezel is: “Wat mij niet zint is dat hij 39 jaar is en ongehuwd.” Zelf was Van Nispen nauwelijks ouder en hoofd van een gezin met op dat moment misschien vier of vijf kinderen. Trouwens, liefhebbers van details over interne verhoudingen binnen de koninklijke familie (Bernhard en Juliana, Beatrix en Pieter van Vollenhoven) komen incidenteel aan hun trekken in de notities van Van Nispen. Dat geldt uiteraard meer en van meer belang voor zijn observaties met betrekking tot de premiers die hij diende (Drees was in dat opzicht een fantastische minister-president). Ook over ministers laat hij geregeld iets vallen. Norbert Schmelzer geeft zijn kind tijdens de formatiepoging van De Quay in 1963 aan op de kleuterschool en meldt dan alvast als beroep “toekomstig minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid”. Minister Veldkamp (KVP) van Sociale Zaken is er een ander voorbeeld van – we lezen dat de minister van Binnenlandse Zaken (waar dan nog de politie onder valt) een bepaald huis in Rijswijk in de gaten houdt; van Veldkamp deden verhalen de ronde over een buitenechtelijke relatie en collega Beernink (CHU) was daarvan kennelijk op de hoogte.

In haar Kersttoespraak van 1957 sprak de Koningin bijkans als een predikante. Ze eindigde: “(God) zal de mensheid steeds, even duidelijk, of duidelijker dan nu, het heil doen zien als die werkelijkheid, die alle gebeurtelijkheden overleeft, en aan het leven zijn zin geeft en dat ten slotte voor ondergang redt. Daarbij verblijden Gods heerscharen tot in de hoogste Hemelen zich over iedere ware geboorte.” (Geciteerd via delpher.nl naar het Algemeen Handelsblad d.d. 27.12.1957) Gebeurtelijkheden is dan Nederlands in z’n nadagen – ook Van Nispen gebruikt het een enkele maal zoals op p. 217, 6 mei 1964. Gebeurtelijkheden oogt als een mengproduct van gebeurtenissen en gebeurlijkheden.
Overswitchen lijkt in dezelfde jaren een contaminatie van overgaan en switchen (p.74). Evenmin Nederlands dat zich lang heeft gehandhaafd. Wordt vervolgd.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.