Kindertaal is in elk geval óók grotemensentaal en contaminaties zijn daarvan een voorbeeld. Samen-plakken van twee elementen is wat er gebeurt en wel op een incorrecte, althans nog niet geaccepteerde manier. Bij volwassen sprekers gaat het om iets als dit: Stapje bij beetje zeggen en dat moet een contaminatie zijn van stukje bij beetje en stapje voor stapje. Twee stukjes van twee vergelijkbare maar desondanks verschillende uitdrukkingen zijn hierbij samengenomen door een vroegere staatssecretaris die zich gewoonlijk even verzorgd uitdrukte, kleedde én kapte. (Zie de aanvulling onder dit stuk.) Hoe vaak overkomt politici dat niet in de Tweede Kamer? Zij hebben het geluk dat de stenografen nogal eens als redders optreden en de uitglijder rechtbreien in de Handelingen. Wie voorbeelden wil: zoek naar contaminatie in dit blog
Bij kinderen in laten we zeggen de sfeer van de basisschool gaat het veel minder vaak om uitdrukkingen, meer om het mixen van vergelijkbare woorden.
Zo kan een helikopter stijgen ‘omhoog gaan’ en dat heeft wel iets van bewegingen van sommige dieren, steigeren. Hóren kan een ouder het dan niet maar als een kind een vlieger of vliegtuig laat stijgeren dan moet dat welhaast stijgen+steigeren zijn.
Hoorbaarder is het als een kind informeert naar de voorstand in een sportwedstrijd en denkt dat een bepaald team wel weer vóór zal staan (voorsprong+stand zal dan het mengproduct veroorzaakt hebben).
Dat is ook zo bij een woord als verbrengen = vervoeren + wegbrengen. Door de accentuering verbréngen blijkt de hoofdklemtoon van vervóeren overgebracht op het veronderstelde wégbrengen.
Op een vergelijkbare wijze kan ontfrutselen gecreëerd zijn als optelsom van ontvreemden + ontfutselen.
In een zekere opwinding kan een kind een ander het nieuwe woord liegpeuk toevoegen, een samenvoeging van de stam van liegen en het restant van viespeuk. Op dat idee komen is door de uiterlijke gelijkenis van liegpeuk en viespeuk niet zo’n wonder.
Een bewijs van zich ontwikkelend Nederlands is het wanneer een kind (9) in de winter “de vorst mindert af” constateert: mindert + neemt af.
Wellicht merkte het dat het iets minder warm aangepakt werd (aangekleed + ingepakt).
Kind A stelt zijn ouders de vraag: Wie is rijker, een miljonair of een kapitalist? Het andere kind B (7) leert nog dagelijks, ook in talig opzicht en zegt: Wat is dat, een kapitalair? Nam hij het onder invloed van Monopoly bedachte nieuwe woord duizendair (naar analogie van miljonair) samen met het net (maar niet correct gehoorde) kapitalist? Luisteren naar taal van kinderen is mooi – maar soms ook bewerkelijk-onzeker.
Analogie is trouwens een niet te overschatten factor bij het vormen van nieuwe, zij het allicht ook wel incorrecte kindertaal.
Iedere lezer is uitgenodigd om passende kindertaalvoorbeelden toe te voegen.
Een tijd geleden schreef ik een snelsonnet over dit fenomeen, getiteld ‘Malapropismen’. Het gedicht staat in de Taalkalender van 2024. De meeste van de verhaspelingen kwamen uit de mond van mijn kinderen.
Rontonde, ijskimo, begaande grond
Lamptaarn, trots als een paus, kakafonie
Luidbundig, broterham, triologie
Versnelding, strookbreed en prins bernhardhond
Dit zijn verhaspelingen, allemaal
Ze klinken echter heel fundamentaal
Over dit onderwerp heb ik een keer een snelsonnet geschreven, getiteld ‘Malapropismen’. Het staat in de Taalkalender 2024. De meeste woorden erin kwamen uit de mond van mijn kinderen.
Malapropismen
Rontonde, ijskimo, begaande grond
Lamptaarn, trots als een paus, kakafonie
Luidbundig, broterham, triologie
Versnelding, strookbreed en prins Bernhardhond
Dit zijn verhaspelingen, allemaal
Ze klinken echter heel fundamentaal
(Inge Boulonois)
Ja, de rontonde, de triologie en de prins bernhardhond hadden wij ook!
Wat leuk, Irina! Kennelijk iets universeels 😉