Kindergeografie: het is een toestand in de wereld

Lastig en mooi voor een kind, die taal heeft zoveel mogelijkheden met juiste en minder correcte afslagen! Vooral complex is de variatie die er in de geografische aanduidingen heerst, want het meeste in deze sector moet je domweg leren. Dat geldt ook voor ouderen (althans mij) soms nóg. Nu ik in de verzamelde kindertaalaantekeningen voorbeelden van aanduidingen van bijvoeglijk naamwoord van landennaam plus vlag bekijk, zie ik een reeks observaties, zoals “… met Duitse vlaggen, met Zwitserlandse vlaggen” (van een 4-jarige) of: “Hij komt uit België, maar er staat een Frankrijkse vlag op.” (6 jaar) En broer van acht zei een keer: “… maar dan met ‘Danmark’ en Denemarkse vlag d’r op.” (8)
En in dezelfde groep figureert de vragende uiting “Waar was die Nigerse vlag ook alweer?” (8), – nu realiseer ik me dat ikzelf moet checken wat het adjectief van het land Niger is, niet dus van Nigeria. Aha, Nigerees! Dank, Google.

Landennamen willen weleens een uitgang hebben zoals Brazilië die heeft of Joegoslavië die had; ook voor een groep als Scandinavië geldt dat en het land&wereldddeel Australië. Maar dat afsluitende stukje -ië delen niet alle landen, getuige deze zelfcorrigerende uiting (8 jaar): “…. hoe laat begint Egyptië, eh Egypte, haha”. En inwonernamen? België hadden we, daar wonen de Belgiërs dan toch? (De achtergrond van de mop “Hoe krijg je twee Belgiërs bij elkaar?” (vraag van 7-jarige) heb ik niet genoteerd. Wie wil aanvullen, – ook hier welkom.) Op basis van het land Italië is de vraag van een 9-jarige logisch afgeleid: “Hoeveel Italiërs staan daar op het podium?” en idem dito van een 7-jarige: “De Italiërs kunnen toch goed voetballen?”

Andere poging, zelfde land: “Die Italischen zijn …” (7 jaar). Broer van 8 informeert: “Hoe zeg je dat eigenlijk bij Italië?” Inderdaad, lastig, lastig. Een auto uit Spanje blijkt geen Spanjer (“Is dat een Spanjer?”, 7), zoals het voor dezelfde bron een jaar eerder en vast al evenzeer tijdens een vakantie de moeite waard was om de volgende samenstelling te noteren, inclusief poging tot herstel: “Dus als je een Spanjerd –, eh, Spanjaard-auto ziet, …”

Mensen uit Kameroen werden een keertje Kameroenen genoemd, Fransen nu eens Frankrijkenaren, dan Frankrijkaars. Een Engelsman heette een Engelse, Spanjes werd gebezigd in de functie van ‘Spaans’. Commentaar op de uitslag een voetbalwedstrijd van de 7-jarige: “Niet omdat de Argentijnen zo goed speelden, maar eh, eh de Braziliaansen zo slecht.”

Afijn, er valt veel lerend te ontdekken in die kindertaalgeografie, groot en complex als deze is. Het is een toestand in de wereld, zou mr. G.B.J. Hiltermann hebben kunnen zeggen; hij was een geboren Argentijn.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

2 reacties op Kindergeografie: het is een toestand in de wereld

  1. rob alberts schreef:

    Leuk!
    Ik heb aan mijn kleindochter van 10 gevraagd of zij de fouten ziet.
    En of zij deze fouten kan verbeteren.

    Vrolijke groet,

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.