Toeval bracht mij dinsdag naar het gebouw van de Tweede Kamer. Ik maakte een afbeelding van het gebouw dat zo treffend uitdrukking geeft aan de titel van het programma waar het kabinet-Schoof mee bezig moet zijn, een Hoop, lef en trots.

Waarom ik daar was? In Nieuwspoort werd het Parlementair Jaarboek Geschiedenis 2024 gepresenteerd (waarin ik een stukje over de taal in de Tweede Kamer had geschreven).
Misschien stond er bij de uitnodiging vermeld dat ik níet langs de publieksingang moest zien binnen te komen, in elk geval werd ik net als anderen door vriendelijk baliepersoneel naar de personeelsingang doorgestuurd. Het was al wat later in de snel donkerende middag, tekst op de draaideuren van het gebouw was niet goed zichtbaar en ik ging via een deur naar buiten die stopte nét op het moment dat ik de laatste stap wilde zetten. Ik moet de ingangsdeur gekozen hebben.
Gelukkig hoort minister Veldkamp niet bij het personeel en evenmin zijn twee medewerkers, en dus kwamen deze drie gasten juist aangelopen in de richting van déze Kamer-ingang. Ze positioneerden zich zo dat ze achtereen (medewerker-minister-medewerker) naar binnen konden draaien, dat wil zeggen zodra ik bevrijd was. De ene medewerker maakte een weids gebaar en ik kon verder – de minister lachte diplomatiek-vriendelijk naar mij zoals dat een minister van BuZa betaamt.
Eerder die middag was de minister ook al in de Kamer geweest. Bij het Vragenuur (dat vandaag echt een Vragenuurtje was als gevolg van de beknopte beantwoording van de zijde van de kabinetsvertegenwoordigers) zei hij bijvoorbeeld dit in reactie op wat Derk Boswijk (CDA) hem had voorgelegd: “De heer Boswijk vroeg ook naar de schaduwvloot en het listen van meer schepen. Daar werken we dus hard aan. Hij had het ook over het naar beneden brengen van het olieprijsplafond. Dat wordt in G7-verband vastgesteld. Dat is opnieuw een onderwerp dat we graag verder met G7-landen bespreken.” En na een vervolgvraagje van Boswijk: “Ik kan de heer Boswijk toezeggen dat ik met de G7-leden ook hierover in contact zal gaan. Het feit dat ze niet altijd zijn opgelijnd en soms juist uit elkaar liggen qua positie, biedt soms ook een kans om juist nu dat gesprek goed aan te gaan en hun koers te beïnvloeden.”
Het listen van meer schepen. Bij Buitenlandse Zaken is het Engels altijd nabij.
Zou dat ook zo zijn bij dat opgelijnd? Zoek in het Engelse woordenboek onder alignment ‘het op één lijn brengen’ en ik ben er na deze beantwoording van minister Veldkamp ongezien zeker van dat ons oplijning daar een vertaling van is, als het geen pseudo-overzetting is.
Sinds de presentatie van dat Parlementaire Jaarboek 2024 zal ik bij het gebruik van het woord oplijnen altijd kunnen denken aan de praktische toepassing van dat woord bij de ingang (de door mij verkeerd gekozen uitgang) van de Tweede Kamer: een rijtje van drie dat graag naar binnen wil en iemand die dat ongewild even blokkeert en hoffelijk voorrang krijgt. Alignment in top shape.