Het gegeven peerd: De Tawl (6)

Drs. E.I. Kipping (dubbelrol voor Koot) in gesprek met Kees van Kooten (links) en Wim de Bie (rechts)

Een van de zeer komische en tegelijkertijd flitsende sketches van Koot en Bie is die waarin er gesproken wordt over dat en wat. Over wat? Via Youtube is dat dat/wat-gesprek simpel vindbaar. Wat? Nou ja over dat als betrekkelijk voornaamwoord. Luister naar debatten in de Tweede Kamer, let op het woordgebruik van (noem eens iemand) de vroegere premier Rutte en er valt iets op: in de Kamer gebruikte hij de correcte vorm (dat als betrekkelijk voornaamwoord als het relatie heeft met een onzijdig woord). Vergelijk dat niet met hoe Rutte sprak in zijn wekelijkse interview als minister-president, want daar – ik heb het niet geteld maar het móet zo zijn geweest – zei de premier dingen als:

al het geld wat er dit jaar beschikbaar is •
het hele pakket wat we gedaan hebben •
Dus hier zal je vooral het hele pallet aan instrumenten wat je hebt moeten inzetten. •
dit is het reisadvies wat aangepast is •
het is een land wat zeer verdeeld is •
het vreselijke leed wat mensen ervaren •
het debatje wat ik toen met Thomas Erdbrink had •
Dat is een probleem wat is ontstaan •
Dat is een probleem wat we niet in een paar weken oplossen. •
Dit is gewoon tuig van de richel wat zich daar… •
het laatste wat we moeten doen is de luitjes daar •
de Koning hield vorig jaar een verhaal wat die kant op ging •
zou het gaan om kabinetsbeleid wat raakt aan wetgeving •

Wat is er aan de hand? De RVD maakte letterlijke weergaves van dat wat Rutte zei, de Dienst Verslag en Redactie corrigeert daarentegen wat tot dat bij de verslaglegging van Kamerdebatten. Mondeling Nederlands is onderweg om van het betrekkelijk voornaamwoord dat wat te maken. Dat is ook wel enigszins begrijpelijk want op een aantal terreinen lopen wat en dat toch al een tikkeltje door elkaar. Wim Klooster (Grammatica van het hedendaags Nederlands p. 350) noteert Het boek wat, het enige dat als paragraaf-hoofdje bij de passage die hier over handelt.: “(….) steeds vaker komen we constructies tegen” als die hij hiermee uitdrukte, “ook zelfs in schriftelijk taalgebruik. Wat kan weliswaar ook als betrekkelijk voornaamwoord worden gebruikt, maar alleen na een van de onbepaalde voornaamwoorden iets, alles en niets, na het enige, het eerste, het + zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord in de overtreffende trap (het beste, het laatste enz.) en na dat (gene) en hetgene.” Probeer dat te reproduceren, spreker van het Nederlands….
Geen wonder dat Klooster even verderop wijst op “een soort ‘spiegelbeeld’ of tegenhanger van wat we steeds vaker horen en lezen aan gebruik van wat in plaats van dat, want is er ook een ontwikkeling gaande van wat naar dat (….).” Van deze hypercorrecties geeft hij voorbeelden als iets dat, het enige dat enz. “Dit laatste is al zo gewoon geworden dat bijna niemand het meer als fout ervaart”, aldus Klooster. Drs. Kipping suggereerde overigens als algemene regel, dat dat terugslaat op iets bepaalds, wat op iets onbepaalds. Wie dat onderscheid beheerst, die heeft het eenvoudiger bij een taaltoets.

Terug naar De Tawl van Philip Dröge. Wat zien we daar in dit opzicht? Een bijzonderheidje krijgen we getrakteerd op bladzijde 201 als iemand in het bezit is van “een cv dat klinkt als een oud-Hollandse klok”. Een cv dat: Dröge kan beseft hebben dat de c en de v als duo een hoofd hebben in het begrip curriculum, en omdat dit in het Latijn onzijdig is, moet hier dat gebruikt worden. Op p. 14 zien we geheel in lijn met wat Klooster voor-schreef “ontdekte hij iets wat misschien wel veel mooier en lucratiever was”. Maar. Alles dat riekt naar Duits is verdacht (blz. 121). Is tegen het eind van De Tawl de taalverandering voortgeschreden of nog onzeker – op p. 177 wordt iets wat gebruikt, op p. 213 het enige wat, maar we lezen op p. 220 dat ze iets willen vieren dat niet is gebeurd. Een pagina verderop is er sprake van Nederlanders die nooit iets hebben opgeschreven dat duidt op…. Ziehier het spiegelbeeld van Wim Klooster. (Trouwens, hoe zit het met het gebruikte dat als aanwijzend voornaamwoord op p. 199: “Onder dat oppervlakte ligt nog een pijnlijkere vraag verborgen (…).”?) Wordt vervolgd.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.