Wat kabinet en coalitie omschrijven als ‘actie’

Het zijn bijzondere tijden: vlak voor Pasen gaat het kabinet-Schoof in de vorm van de Voorjaarsnota een eerste ei leggen, te weten een actualisatie van de begroting. Vooraf: de geïnteresseerde lezer verwijs ik naar het allereerste trefwoord in m’n Dat gezegd hebbend, Assen 2018. In deze blogbijdrage van zeven jaar later herhaal ik voor een deel wat ik daar onder Aan de slag schreef maar actualiseer het tegelijkertijd. Het gaat over een manier van zeggen die tijdens het kabinet-Schoof onderhand al tegen de 1000 maal in de Tweede Kamer is gebezigd.

Wie laten we zeggen niet al te lang na de Tweede Wereldoorlog een uitdrukking met aan de slag gebruikte, combineerde dat in veel gevallen met een werkwoord als komen. Dat paste bij de normale betekenis ‘deel uit gaan maken van het arbeidsproces’. (In plaats van komen of in combinatie met komen kwamen onder andere ook voor gaan, zullen, kunnen.) In 1950 kon dus volgens de Handelingen in de Tweede Kamer gezegd (althans genotuleerd) zijn: “Zij komen op het werk, maken dit af en pogen op een ander werk aan de slag te komen. Dan kan het werk zoeken twee dagen duren, maar ook twee weken of zelfs twee maanden.”
Of in april 1951: “Het gaat er om, dat men de getroffenen in de gelegenheid stelt in hetzelfde bedrijf of een aanverwante tak van bedrijf weer aan de slag te gaan.”
In dit opzicht is het verrassend en in elk geval dan nog niet zo gewoon als nu wanneer het Kamerlid Sieuwert Bruins Slot (ARP/CDA) in datzelfde jaar zegt: “De Regering gaat aan de slag. Zij hebbe onze zegen.” Hebbe!

Door de aanvoegende wijs “hebbe” is dat taal die we ouderwets maar anderzijds door het gebruik van “aan de slag” vooroplopend Nederlands kunnen noemen, Nederlands dat pas later zo gangbaar is geworden. Als Lilian Helder in maart 2025 met een brief afscheid neemt als Kamerlid, wenst zij haar collega’s het allerbeste en schrijft deze juriste: “Het gaat u allen goed.” Gaat, niet ga. Eddy van Hijum deed eerder als vertrekkend Kamerlid hetzelfde. Maar laten we ons niet af laten leiden.

Kijken we vroeg in het lopende kalenderjaar 2025 in de plenaire verslagen naar “aan de slag”, dan vallen een paar verschillen met toen op.

  • Tel en constateer dat de uitdrukking over de jaren heen duidelijk aan het toenemen is. In de eerste paar weken van 2025 valt aan de slag alleen al ruim 200 maal aan te strepen.*) “Aan de slag” is geliefd Nederlands bij het kabinet-Schoof en oogt daarom als een heel wat passender motto dan Hoop, lef en trots. Neem minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur): “De ministeriële commissie is hard aan de slag en komt op korte termijn met eerste voorstellen.”
    id. “We hebben echt wel middelen om daar voortvarend mee aan de slag te gaan.”
    id. “Op dit moment zijn we heel hard aan de slag om tot iets deelbaars te komen.”
    Ook Kamerleden van binnen of van buiten de coalitie zoals Jeanet Nijhof-Leeuw (PVV), als Eline Vedder (CDA), Pieter Grinwis (CU) en Caroline van der Plas (BBB) houden er afgaande op hun taalgebruik van. Ook voor Thom van Campen (VVD) geldt het: “Aan de slag; het heeft inmiddels lang genoeg geduurd.”
  • Vanuit de Kamer is “aan de slag” vooral een aansporing (kom op, vooruit nu!), horen we het van een kabinetslid dan klinkt het eerder als een verzekering (rustig maar, geef ons de tijd). De ministers Wiersma en Faber (Asiel en Migratie) hebben er een handje van, het verzekerende “aan de slag” ook nog een keer geruststellend te onderstrepen:
    “In het kader van de ministeriële commissie gaan we op dit moment hard aan de slag met vergunningverlening en natuurherstel, (…)” (Wiersma)
    “ik wil er zeker mee aan de slag.” (Faber)
    “Ik vind dat we hier redelijk voortvarend mee aan de slag zijn gegaan.” (Staatssecretaris Paul voor Primair en voortgezet onderwijs en emancipatie)
    Kamerleden van de coalitie willen opschieten:
    (Harm Holman, NSC): “We hebben grote doelstellingen voor emissies en boeren willen graag zo snel mogelijk aan de slag.”
    (Marieke Wijen-Nass, BBB): “Volgens mij wil dit kabinet daar ook keihard mee aan de slag.”
    (Arend Kisteman, VVD): “Met deze nationale koppen moet de minister echt aan de slag.”
    (Ingrid Michon-Derkzen, VVD): “Het kabinet moet nu echt aan de slag met het punt dat we hier ook al keer op keer hebben gemaakt: (…)”

Klopt de indruk dat er wat aandrang begint te ontstaan in de partijen die het kabinet steunen of neemt dat toe naarmate 11 april begint te naderen? Zo snel mogelijk, keihard, echt, echt als bepalingen bij aan de slag duiden daar op. Het wordt wel tijd, hoor.

Inmiddels lijkt aan de slag een nieuwe, gezamenlijke context aan te kunnen, namelijk aan de slag sámen met derden. Daaruit wordt duidelijk dat de Haagse inhoud van “aan de slag zijn/gaan met iets” in de nabije toekomst niet veel anders zal zijn dan ‘overleggen, praten’ – het gebruikelijke werk in de sfeer van een parlement:

  • De VVD zei: ga met bedrijven aan de slag. Dat is eigenlijk een opmerking die de heer Boutkan ook al maakte. Wij zijn echt met een aantal partijen in gesprek, zowel met individuele bedrijven als met belangenorganisaties. Ik heb ook gesproken met NRK, om een voorbeeld te noemen. (Staatssecretaris Jansen, Openbaar vervoer en milieu)
  • Ik ben druk met de uitvoeringsorganisaties aan de slag (Staatssecretaris Eddie van Marum, Herstel Groningen)
  • Ik ben wel met de veldpartijen aan de slag om afspraken te maken in een hoofdlijnenakkoord over de ouderenzorg. (Staatssecretaris Maeijer, Langdurige en maatschappelijke zorg)
  • (Martijn Buijsse, VVD): “Ik zou echt met nadruk willen oproepen om aan de slag te gaan met die bedrijven”.

Aan de slag stelt steeds minder voor.

*) In de beginmaanden van 2025 kwam in de Tweede Kamer ook geregeld de CAO Aan de slag langs, maar dan in verband met mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen (…). Hier is Aan de slag een bijzondere aanduiding waarin het deelnemen aan de arbeidsmarkt en de betekenis van de aansporing verenigd lijkt.

Aanvulling 10.04.2025: Uit mediaberichten blijkt dat kabinet en coalitie nog niet uit de vaststelling van de Voorjaarsnota zijn. We weten in elk geval dit: ze zijn volop aan de slag.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.