Het woord “pertinent” in de herkansing (i)

Val ik in herhaling? Misschien is het in dit geval meer een kwestie van amenderende correctie. Het begint eigenlijk met het bladeren in een curieus (te weten ‘nieuwsgierig makend’) boekje:

Daar staat op blz. 26 heel toevallig pal boven de Latijnse woorden voor ‘vasthoudend’ en ‘het betreft mij’ het werkwoord pertinere ‘zich uitstrekken’. In dit blog ging het eerder over ons woord pertinent, ook al is dat ruim 15 jaren geleden. Toen was Pieter Omtzigt nog gewoon fractielid van het CDA – tussen hem en pertinent bestond een innige band. Om het zicht (familienaamwoordspeling, sorry) op de veranderende inhoud volgt er hier net als in de volgende aflevering opnieuw attentie voor.

De herkansing is nodig omdat ik geïnspireerd door die Latijnse stamtijden (tenere – tenui – tentus) nog eens door de Handelingen van de Tweede Kamer keek en vond dat ik de historie van pertinent anders moest beschrijven.
Het intrigerende zit ‘m in de verschillende betekenissen-over-de-tijd van dat woord. Dat is ook te zien aan Van Dale, dat achtereenvolgens als betekenissen stipt, nauwkeurig > stellig, uitdrukkelijk > (juridisch) afdoend heeft opgenomen al denk ik dat op de volgorde van die betekenissen wat is aan te merken:

Op grond van het Latijn is eigenlijk vrij gemakkelijk van ‘zich uitstrekken’ te komen tot de juridische betekenis die ook wel als ‘relevant’ weergegeven staat. Iets strekt zich uit tot iets anders, is als het ware een rechtstreekse verbinding, zogezegd de kortste relatie to the point zonder overbodige of afleidende rimram.
Daarna ligt de betekenis ‘stipt’ en ‘nauwkeurig’ voor het oprapen. Nota bene: positief van strekking.

Kijk in vroege Handelingen van de vorige eeuw en constateer hoe in die tijd pertinent eigenlijk altijd verbonden wordt met een werkwoord dat iets met ‘zeggen’ uitdrukt (die heten verba dicendi durf ik in dit stukje te schrijven): het gaat in de Tweede Kamer om “juist een zeer pertinente verklaring” en “pertinente woorden”. Dat spoort dan inmiddels niet meer met wat Cornelis Kiliaan halverwege de 17de eeuw in zijn woordenboek schreef onder pertinent: Pertinens ad rem, appositus, decens, commodus. Hij voegde als bijwoord pertinentelick toe.
Louter positief van inhoud staat het hier in het Latijn beschreven net als het is in de taal van de juristen. Dat is passend bij de Latijnse voorouders die in het Nederlands kwamen via het Frans waar pertinent onveranderd ‘relevant’ betekent. In het Engels is dat net zo.

Maar wij hebben dus ook een ander gebruik van dat woord – volgende herkansing.

Over Siemon

Siemon Reker (1950, Uithuizen) was hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen tot aan zijn emeritaat in 2016. Eerder was hij onder meer streektaalfunctionaris van de Provincie Groningen en actief in de journalistiek (Nieuwsblad van het Noorden, Radio Noord). Publicaties staan onder het kopje C.V.
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.