Dit is het vervolg van de bijdrage van gisteren.

Het Nieuwsblad van het Noorden (NvhN) schonk op 7 september 1973 in de rubriek Weekbladeren (weekblad + bladeren, een blending als komisch-informatieve titel van het overzicht van de landelijke weekbladen) allereerst aandacht aan een interview van Arend Jan Heerma van Voss. Die was naar Groningen gereisd om daar in de Van Mesdag-kliniek met een TBS’er te spreken. Later zou Heerma van Voss nog meer dan eens journalistiek samenwerken met Kees Tamboer. Die komt in dat weekbladoverzicht van het Nieuwsblad van het Noorden voor door een ander stuk uit diezelfde Haagse Post: “Kees Tamboer zocht Laurens Ten Cate op, de oude nieuw-linkser die na een auto-ongeluk uit de roulatie was maar nu weer terug is. Hij is het er nog steeds niet mee eens dat Den Uyl premier is geworden, hij meent (kryptisch kop van het artikel) dat „het geweten van een volk in de rechter achterzak der huisvaders zit”, en vindt dat het „nog barst van de slavernij” in onze moderne tijd. Inspraak? Ach wat. „De vakbeweging heeft tot nu toe aan het begrip inspraak nog geen enkele inhoud gegeven. In hun eigen club ook al helemaal niet”.”
Ziedaar, dezelfde uitdrukking waar het hier over gaat, die met die achterzak, de rechter achterzak als lokalisering van het geweten. De samensteller van het NvhN-overzicht kan het in Van Dale hebben proberen te vinden maar dat woordenboek meldt de uitdrukking niet. Wie weet maakte de redacteur zich van dat probleem af door de aanduiding “cryptisch”, een woord dat hij/zij vermoedelijk haastig heeft toegevoegd aan een te bewerken tekst van elders. Mocht de redactie van Van Dale het willen opnemen: deze kontzak werd lange tijd beschouwd en ook genoemd als de plaats voor de portefeuille. Het geld dus, in de tijd dat contant nog een belangrijkere rol speelde dan nu. De rechter achterzak, want de meerderheid van de mensen was rechtshandig.*) In een eerder citaat kwam niet voor niets de rinkelende kassa voor in combinatie met de achterzak.
Nu dan Jan Terlouw, de politicus die afgelopen vrijdag op hoge leeftijd overleed.
Niet lang na deze herhaalde publicatie van de aanduiding rechter achterzak in 1973 in de Haagse Post (nogmaals: dat was het weekblad met veel aandacht voor D’66 dat het dan moeilijk heeft) worden in oktober van dat jaar de Algemene Politieke en Financiële Beschouwingen (niet zelden afgekort tot APB) gehouden, enkele weken na Prinsjesdag. Jan Terlouw is op 1 september fractievoorzitter geworden als opvolger van Hans van Mierlo die in het verlengde van de verkiezingsnederlaag van D’66 in 1972 en de eindelijk voltooide formatie van het kabinet-Den Uyl was teruggetreden. Terlouws rede in de Tweede Kamer op 11 oktober 1973 is beheerst van toon en helder van inhoud. In zijn afrondende bijdrage in de tweede termijn zegt hij: “Mijnheer de Voorzitter! Ik kan een licht gevoel van teleurstelling over de manier waarop algemene beschouwingen vandaag de dag verlopen niet onderdrukken. Naar mijn opvatting behoort sprake te zijn van een beoordeling van het kabinetsbeleid in algemene zin tegen de achtergrond van algehele politieke ontwikkelingen in ons land en in de hele wereld. De werkelijkheid is dat wij elkaar met een stortvloed van woorden overvallen, waarbij dan zeer veel details – hoe belangrijk die op zich ook zijn – aan de orde komen. De werkelijkheid is ook dat de twee woordvoerders van de Regering 25 van onze 100 vragen middels een stortvloed van woorden beantwoorden en dat door dit alles de algemene aspecten van het beleid worden versluierd.” Zó richt de kleinste coalitiepartner zich tot het kabinet: vriendelijk maar kritisch.
Kritisch maar vriendelijk uit Terlouw zich over de oppositie, de VVD, blijkt uit de Handelingen: “De heer Wiegel speelt als leider van de grootste oppositiefractie een hoofdrol in dit debat. Dat is op zich zelf juist. Hij gaat om de vijf minuten naar de interruptiemicrofoon om mee te delen dat iemands portemonnaie in gevaar is.” Dat vat de D66-leider samen met een scherpe prik: “Mijn overwegende indruk van de V.V.D., zoals deze in 1973 onder leiding van de heer Wiegel is, is dat zij een overheersende belangstelling voor de rechter achterzak heeft. Het lijkt erop dat de V.V.D. een soort van accountantsdienst is geworden, die voortdurend de controle op het financiële beleid komt uitoefenen.”
Het lijkt bepaald aannemelijk dat Jan Terlouw op de uitdrukking met die rechter achterzak geattendeerd is via de genoemde journalistieke bronnen. Wiegel ging er niet op in, bleef nu ver van de interruptiemicrofoon: vond hij het net als de NvhN-redacteur ook cryptisch Nederlands misschien? Wilde hij het klein houden en aan de kleine D’66 voor zoiets geen aandacht schenken? In de Handelingen komt de rechter achterzak nadien niet meer voor. Ook de niet nader aangeduide achterzak (maar dan als plaats waar een politicus iets stiekem achter de hand heeft, een briefje, voorbereide maar nog niet geopenbaarde stukken, een motie) lijkt inmiddels voorzichtigjes bezig uit het Haagse idioom te verdwijnen.
Met geld heeft het zelden nog te maken. Eerder is het een manier van zeggen dat iets binnen is, “op zak” of “in de pocket”. De rechter achterzak is tegenwoordig binnen noch buiten het Haagse veel in de media te vinden met een knipoog naar het geld. Via LexisNexis vind ik in het AD in 1994 een zeldzame tekst waarin de auteur zich afvraagt waarom Nada van Nie op de voetballer Bryan Roy is gevallen: was dat om zijn mooie linkervoet of om zijn mooie rechter achterzak?

*) Diverse kranten schreven op 7 januari 1958 (kennis via delpher.nl) over een mislukte overval in Rotterdam: “Uit het feit, dat de rechter achterzak naar buiten gekeerd uit de pantalon van de aangevallene hing leidt men af, dat men Van B. heeft willen beroven.”
Aanvulling 20.05.2025: Toeval bestaat. Het bericht van Hans Wiegels overlijden (83) wordt zojuist door de NOS gemeld onder verwijzing naar De Telegraaf; daar heeft de familie het aan bekend gemaakt.