De derde omschrijving van het begrip fraseologie in Van Dale is niet veel in praktisch gebruik: “verzameling van gezegden, uitdrukkingen en idiomatische wendingen”. Sterker, het hele begrip mag een paar verschillende betekenissen hebben, het is weinig gangbaar. En áls het in bijvoorbeeld een krantentekst voorkomt, maakt een bijgevoegd adjectief vaak duidelijk dat de andere inhoud bedoeld moet zijn ‘het gebruik van holle frasen’. Dat is bij uitstek het geval in een politieke context.
In de titels van succesvolle boeken van auteurs als F.A. Stoett (Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden) en K. ter Laan (Nederlandse spreekwoorden, spreuken en zegswijzen) wordt een worsteling zichtbaar: allerlei figuurlijk Nederlands laat zich niet simpel onder één etiketje vangen dat voor een breed publiek aan kopers herkenbaar is. Ook idioom is niet wervend genoeg, onbekend, onbemind.
Stoett schreef z’n eerste voorwoord in 1901, de tekst van de vierde druk van 1923-1925 is via DBNL gewoon heerlijk vindbaar. Moet ik op de DBNL-site beter zoeken naar Ter Laans boek dat met Stoett vergelijkbaar is? Het is meer een als woordenboek opgezette uitgave van Van Goor (1950) en sindsdien vele malen heruitgegeven. Ook Ter Laans beroemdste boek, het Nieuw Groninger woordenboek staat niet bij de DBNL-opsomming van zijn werk zo te zien. Dat geldt voor meer titels van hem – Ter Laan publiceerde veel.

Ondanks de titel en de aanprijzing door Van Goor staat niet in deze Ter Laan wat een zegswijze is. Het trefwoord spreuk ontbreekt eveneens. Een spreekwoord noemt hij een waar woord omdat deze veelal volkswijsheid bevatten. “Vandaar ook, in dezelfde zin: (…) Dat is spreekwoordelijk geworden.”

Van Dale is precies en heeft dus een wat ruimere omschrijving nodig voor de definiëring van de term spreekwoord “uitspraak met een algemene levenswijsheid of morele implicatie, waarvan de vorm vrijwel onveranderlijk is”.
In één adem gaat ook Van Dale bijkans over op het zonder twijfel van spreekwoord afgeleide bijvoeglijke naamwoord spreekwoordelijk, “algemeen bekend, telkens weer als voorbeeld genoemd”.
Wordt vervolgd in de praktijk.