Bud Brocken was een voetballer die populair was in Groningen in die paar jaren dat hij er speelde van 1982-1985. De rechtsbuiten bewoog zich door zijn positie in de nabijheid van de fanatieke supporters langs de zijlijn. Zij moedigden hem aan door het scanderen van zijn voornaam: Budje, Budje, Budje!
Officieel luidde die Budde (nummer één van zijn katholieke doopnamenreeks Budde Jan Peter Maria), in de wandeling versoepeld tot Bud – ongetwijfeld liefkozend, ook voor zijn vele supporters in het Groninger Oosterparkstadion.
Het bijzondere was dat wat hem toegeroepen werd in Groningen óók een andere klank had en dus wat dubbel was.
Een bepaalde periode kende de stad Groningen een bijzondere school voor een aparte, zeer laag begaafde groep kinderen. Zij waren om verschillende redenen als zodanig herkenbaar in de binnenstad. Hun school stond aan een doodlopend straatje dat uitkwam op de Butjesstraat dat verder leidde naar de belangrijke Oude Boteringe- en Oude Ebbingestraat.
Ook al was er eerst dus een straat (waar dan ook naar vernoemd of naar wie) en toen pas de school, in de wandeling werd er in de stad Groningen gesproken van de Butjesschoule en de leerlingen heetten daarom Butjes.

Ik schreef over de geschiedenis van de school in het verlengde van de ontdekking dat Butje niet meer alleen in het centrum van de stad Groningen maar ook elders in het land een negatieve aanduiding voor jongere personen was geworden, een scheldwoord. Het is logisch te veronderstellen dat deze aanvulling op de Nederlandse woordenschat het gevolg was van een vorm van binnenlandse export, veroorzaakt door studenten die eerder in Groningen gestudeerd hadden.
Zo had de kreet Budje, Budje, Budje in het geval van Brocken een dubbele inhoud, Budje én met een knipoog butje.
Ik belde de voetballer in 1992 over deze situatie. Hij ging er niet onder gebukt. Lachend zei hij dat de Butjesstraat naar hém genoemd was, wist ik dat niet?
Vandaag is Bud Brocken overleden, 67 jaar oud.
(a)
Van Dale (boeked.) voert in 2022 butje ‘domoor’ etc.op, labelt het als studententaal, noemt Butjesstraat met Butjesschool naamgever en 1984 eerste woordenboekoptekeningsjaar. Pas 2022: zegt dat iets over het opnemingsproces in het algemene Nederlands?
(b)
In 2024 acht nl.wikipedia.org een andere oorsprong van het Groninger scheldwoord butje denkbaar: het Nederduits [28-02-2024]. Vergelijk de.wikipedia.org: “In Groningen steht butje heutzutage für eine dumme Person; das Wort ist möglicherweise aus Deutschland übernommen und hat sich über das Studentenmilieu weiter in die Niederlande verbreitet” [01-06-2024].
Dat zou het schimpwoord ouder kunnen dateren dan de Butjesschool; de auteurs tonen het niet aan. Evenmin staan zij stil bij de beperktheid van een plaatselijke term en betekenis en de uitspraak van de klinker. (Nederduitse spelling: Butjer, Buttjer, Buttje, Bottje, Buttscher, in Hamburg en Hannover ‘hork’, ‘ongemanierde persoon’.)
(c)
Toch laat de gedachte aan het Nederduits mij niet los bij de Zuidwest-Drentse persoonstypering bötte, butte ‘botterik’, ‘lomperd’, ‘onbehouwen mens’. Grootvaders generatie *1878 en die van vader *1909 gebruikten het, en Sassens Het Drents van Ruinen (1953) rekent het tot de overgeleverde woordenschat. Buiten dit taalgebied niet te vinden!
Verwant met Middelnederduits but ‘stomp’, ‘plomp’, ‘grof’? (Middelnederlands kende butachtig.) Heeft er een manspersoon Butte of een Pruus met een rugkorf (Butte, Bütte) in die regio gevent, die “naam gemaakt” heeft? Wie ziet er toch wat Stadsgronings in?
H. Slot
Moi Siemon,
Tegenwoordig wordt het woord Groningse als bijvoeglijk gebruikt of Gronings als zelfstandig naamwoord.
Een Groningse is voor mij nog altijd de vrouwspersoon en Groningse zou toch Groninger moeten zijn.
Omdat Groningen op een -N- eindigt is het toch Groninger met een -ER- dus.