Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (21). Zelfwerkend wasmiddel Persil wast alles

Persil maakt op een andere manier reclame dan Sunil, Radion of OMO, maar het is dan ook geen Nederlands-Engels product van Unilever in 1955. Persil is Duits. In die taal is het niet “pèrsil” wat er gezegd wordt zoals door ons, maar “pèrzíel” met de nadruk op de tweede lettergreep. Het Duits heeft er zelfs een woord in laten we zeggen Von Dale aan te danken.*) Maar eerst die Nederlandse reclame, een voordeelaanbieding tegen inlevering van de bon dus we moeten opschieten:

Wat nu? Alleen geldig in de Randstad en in Gelderland? In 1955 was Nederland nog regionaler dan nu, maar als we ons zonder uitgeknipt stukje krant buiten dat aangegeven gebied melden, zal Uw winkelier U wel helpen, indien zijn voorraad groot genoeg is.

Het is een grote advertentie maar Persil is in de benadering veel directer en soberder dan de drie genoemde concurrenten, mevrouw wordt niet aangesproken en we krijgen geen quasi-wetenschappelijke uitleg. In ruil daarvoor ontvangen we een voordelige offerte, inclusief ATA dat in het Duits Scheuerpulver heet ‘schuurpoeder’. ATA werd gefabriceerd door de firma Henkel die ook Persil op de markt bracht. In oude keukens waren drie bakjes vindbaar, naar hun opschrift bestemd voor zand-zeep-soda: ATA bestond oorspronkelijk uit een mengsel van zand en soda.

Het afgebeelde object is te koop via smeerling-antiek.nl

Persil was in 1955 dus niet van Unilever, maar de geschiedenis van wasmiddelen blijkt complex. Zelfs al worden er soms identieke merknamen in allerlei omringende landen gebruikt, van enige Europese harmonisatie in dat opzicht blijkt geen sprake.

*) Persilschein is een Duits woord voor een vrijbrief voor iets. De oorsprong schijnt inderdaad met het wasmiddel te maken te hebben: recruten leverden hun burgerkleren in na opkomst en dat werd ongefrankeerd naar huis gestuurd in een meegebrachte doos. Dat was in de praktijk zodanig vaak een Persil-pak dat Persilschein langs deze weg als woord in de soldatentaal opdook en later ook daarbuiten. Na WO II werd het ook de aanduiding voor een verklaring omtrent het gedrag. Victor Klemperer (zie de serie over hem in dit blog die hier begon) kreeg vanaf 1945 diverse mensen aan de deur die zo’n papier van hem vroegen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (20). Omo als schoonste was van uw leven

Zou Unilever ooit op dezelfde dag zulke advertenties plaatsen in dezelfde krant waarin er voor Sunil, Radion of Omo geworven wordt? Sunil en Radion zagen we in de vorige afleveringen als groot aangeprezen Unilever-producten en dat geldt niet minder voor OMO. Inderdaad, afgezien van de namen lijken de reclames op elkaar, qua afbeelding en tekstueel:

Het modernste aller wasmiddelen wast totáál schoon, OMO-schoon.

Inderdaad: U weet er alles van mevrouw! Andere middelen wassen enkel wit of enkel schoon, doch OMO doet bèide! “Het modernste aller wasmiddelen wast totáál schoon, OMO-schoon.” Nederlands van gisteren en een foefje, een merknaam smokkelen in de taal: OMO-schoon als overtreffende trap van schoon. Dat is te danken aan de dubbele waskracht van het vuil uitzuigende OMO-sop: ZieZie… wacht even, zien we daar dezelfde dame demonsteren die gisteren nog Nieuwe Radion aanprees? Zou kunnen, zelfde firma in Vlaardingen!

OMO-schoon heeft Van Dale niet gehaald, Sunil niet, Radion evenmin – een ander wasmiddel wél. Morgen op deze plaats.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (19). Radion wast nog witter

Mevrouw mag er weer voor gaan zitten, want het is niet alleen Sunil dat attentie vraagt via grote advertenties. De concurrentie zit niet stil. Zo heeft Radion een nieuwe variant op de markt gebracht die nóg witter wast – in teil, ketel of wasmachine!

…in teil, ketel of wasmachine….

Neem twee stukken wasgoed, mevrouw en neem de proef op de som – maar we zien het antwoord al aan de grauwe sloop links met de zurige mevrouw met toegeknepen lippen tegenover het hagelwit en de blijde lach rechts. Nieuwe Radion heeft weer gewonnen!

Hoe? Simpel, de zonnewerking want Radion is de naaste collega van de zon, het ontwikkelt ozon en dat doet in drogend wasgoed zijn intens-zuiverende werk. Wat? Het trekt elk vlekje er radicaal uit! Van Sunil wordt met geen woord gerept, terwijl dat vergelijkbaar aangeprezen en door dezelfde firma in Vlaardingen gemaakt wordt…., Sunlight zoals het naar de zeep heette of meer officieel Unilever.

Aanvulling 30.07.2020: Oscar Ydenaar voegde de kralen van Radion toe via Twitter, Harry Perton reageerde:

Overigens, Radion beperkte zich niet tot kralen. Via boekwinkeltjes.nl is dit de beschikbare oogst door “Radion” bij de titel in te tikken:

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (18). Sunil zonder weken, bleken en blauwen

Wasmiddelen zijn zo’n jaar of tien na de Tweede Wereldoorlog aandachttrekkers in reclameland. Omo, Radion, Persil, ze vechten allemaal om de gunsten van de huisvrouw en zetten grote advertenties daarvoor in. Een grote speler is ook Sunil (van Sunlight, Unilever).

Mevrouw wordt bij de hand genomen, we kijken samen met haar door de microscoop hoe Sunil de was het witst krijgt (kalkzeep is onmogelijk en vuilresten blijven niet achter) en hoe dit wasmiddel minder werk oplevert. Immers, weken hoeft niet, geen scherpe, schadelijke bleekmiddelen gebruiken en blauwen is ook verleden tijd – kijk maar in het pak zo adviseert de buitenzijde: SUNIL is al blauw. Eh, à propos blauwen was vroeger een methode om de was extra wit te krijgen, anders dan Van Dale ons wil doen geloven (“mbt. kalk, linnengoed blauw verven, blauw maken”).

Die kleur, minder rompslomp, de was niet meer hoeven wringen – ik begrijp nu waarom er bij ons thuis Sunil gekocht werd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (17). De bromfiets die de test doorstaat

In de ene advertentie is Batavus zeer bescheiden over de eigen bromfiets die Bilonet heet. Goed, er staat zelfverzekerd bij dat dit de bromfiets is die ’t ‘m levert! Maar de nieuwsgierige Paroollezers moeten nog een veertien dagen wachten, voor ze begrijpen hóe het type G-50 een grote non-stop-test glansrijk heeft doorstaan. Dat claimt de advertentie.

Even noteren: in 1955 heeft Nederland volksrijwielhandels!

Tegenover deze bescheiden annonce is die over dezelfde Bilonet van enkele weken later een grote lofzang:

Wanneer de Heer H. de Wijs uit Bunnik bij Utrecht precies begon, dat zien we, maar we tasten in het duister omtrent het einde van zijn zomerse rit. Maar zijn Batavus Bilonet heeft ’t ‘m inderdaad geflikt, 10.000 kilometer als een bezetene door Europa crossen zonder enig technisch probleem: de Eiffel, Frankrijk, Zwitserland, Italië in alsof het niets is. En verder maar, Rome, Napels, terug naar Venetië, via de Dolomieten naar Oostenrijk. Denkt u eens in, over de Großglockner Hochalpenstraße in de richting van Joegoslavië (met onzegbaar slechte wegen en waar ze benzine uit een emmer verkopen). Dan weerom naar Oostenrijk, overdwars naar Zwitserland, Frankrijk, Het Kanaal over naar Londen en ten slotte echt weerom, via Oostende naar Bunnik.

Als een razende heeft de Heer De Wijs zich door Europa bewogen – zegt de advertentie. Maar google op H. de Wijs (Hugo is de voornaam) en ontdek dat het maar een deeltje is van wat deze brommerfanaat allemaal heeft ondernomen. Batavus heeft ’t ‘m geflikt.

Vertrek voor USA reis vanaf Oud Amelisweerd Bunnik januari 1957 (hugodewijs.nl): bepakt en bezakt
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (16). Verdwenen kwalificaties voor PTT en slagerij

Tijd wederom voor een enkele wervingsreclame om aan personeel te komen – juist in de zomer en na de examens was de markt misschien extra groot. Maar slagerij Oudeboom aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam zoekt in dit geval kennelijk niet een schoolverlater:

Verleden tijd, dat tegenwoordig deelwoord dat zo typerend was voor sollicitatie-advertenties: kunnende! En wat moest hij goed kunnen, winkelen en etaleren. Waren uitstallen hoort er vast nog altijd bij in het slagersbedrijf, maar winkelen zal hier een betekenis hebben die Van Dale momenteel niet heeft – aannemende dat de aan te trekken slager in de winkel achter de toonbank moest staan en verkopen.

Andere tijd 1955, dat gold ook voor het staatsbedrijf der PTT:

Goed kunnende fietsen was een vereiste voor wie telegrambesteller wilde worden, een loffelijk ontslag van de Lagere School kunnen óverleggen ook! En ach ja, in Amsterdam woonachtig zijn. Dat laatste allicht vooral omdat zoiets impliceerde dat de sollicitant er de weg kende. Altijd makkelijk wanneer er een telegram besteld ‘bezorgd’ moest worden.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties (15). De toffees van Verkade

In de tijd van deze toffee-reclame van Verkade had ik nog een buitengewoon gecompliceerde verhouding met deze lekkernij, althans vanuit de taal bezien. Om mij te ontlasten voeg ik snel toe, dat ik de kleuterschool nog niet met goed gevolg had afgesloten.

Een mevrouw tegen wie ik tante zei, laten we haar tante G. noemen, had het over “tóffie” met het accent op de eerste lettergreep net als bij een verkleinwoord als bakkie e.a. Het duurde nog een aantal jaren, voor ik begreep dat dat de Engelse uitspraak van “toffée” was – dat woord had en heeft de klemtoon voor mij op de tweede lettergreep. Er zijn meerdere smaken, denk bij toffees niet alleen aan caramel. (Verkade zegt het zelf: vanille, pepermunt, advocaat, drop, nougat, mocca, zwartwit en fruit.)

Slager W. woonde vlak bij ons in de buurt en daar moest ik soms al in de kleuterschoolleeftijd boodschappen halen voor mijn moeder: we woonden in een dorp. Ik moest ook weleens naar slager Van der L. en de andere slager W., bij wie je een stukje boterham- of leverworst kreeg bij het afscheid. Die eerste slager W. groette als je klaar was met het woord dat je aansluitend in concreto kreeg: “Toffee!” Het duurde nog een poos, voor ik begreep dat het iets anders wat hij zei: “Tabee!” Talig bezien is de wereld van vroeger één groot paradijs.

Oma heeft haar kleindochter met toffees verwend – schrijft deze nu een brief (tong uit de mond) om haar daarvoor te bedanken? Ze heeft kennelijk een cornet vol gekregen. Die hoorn des overvloeds is het rode doosje dat ze zo leuk vindt.

Broertjelief gaat zélf tot actie over om de lekkernij te veroveren en vraagt aan moeder om ze voor hem mee te nemen: hij kent zelfs de merknaam! Er waren ook chocoladetoffees en die kunnen we nu moeilijk over het hoofd zien want ze staan nu vooraan, tikkeltje duurder.

Van Dale geeft twee verschillende accenten bij toffee maar de Engelse uitspraak staat er niet bij. Juist aan dat Engels en/of de nadruk op de eerste lettergreep hebben we allicht het meervoud toffees te danken, anders was het vast die andere smaak geworden (toffeeën). We zeggen toch ook trofeeën en niet *trofees?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen