Te gek voor woorden – aan de tekentafel (2)

In de voorbije twaalf maanden, laten we zeggen het laatste jaar van Rutte-III, werd de uitdrukking te gek voor woorden 25 maal vastgelegd in de Handelingen van de Tweede Kamer. Dat is een derde van het geheel van “te … voor woorden”. Aan het begin van deze eeuw was het nog de overgrote meerderheid van deze manier van zeggen, nu wordt gek in meerderheid geparafraseerd zoals blijkt uit het overzichtje hieronder weergegeven: links allereerst de naam van het Kamerlid, lid van welke fractie (voorzover van toepassing) en soms met een aantal (wanneer de uitdrukking door dezelfde spreker in hetzelfde debat meer dan eens gebruikt is en door de stenograaf vastgelegd).

Agema PVV te zot voor woorden
Beckerman SP te gek voor woorden
Beckerman SP te triest voor woorden
Beckerman SP te schandalig voor woorden
Beertema PVV te schandalig voor woorden
Beertema PVV te verschrikkelijk voor woorden (2x)
Den Boer D66 te bizar voor woorden
Fritsma PVV te krankzinnig voor woorden (3x)
Graus PVV te gek voor woorden
Heerema VVD te treurig voor woorden
Heerema VVD te zot voor woorden
Hiddema FvD te gek voor woorden
Jetten D66 te bizar voor woorden
Kops PVV te bespottelijk voor woorden
Kops PVV te bizar voor woorden
Kops PVV te bizar voor woorden
Kops PVV te bizar voor woorden
Kops PVV te schandalig voor woorden
Kops PVV te schandalig voor woorden
Kops PVV te schandalig voor woorden (2x)
Kops PVV te schunnig voor woorden
Kops PVV te sneu voor woorden
Kops PVV te treurig voor woorden
Kuzu DENK te gek voor woorden
Lodders VVD te gek voor woorden
Madlener PVV te erg voor woorden
Madlener PVV te gek voor woorden
Marijnissen SP te gek voor woorden
Marijnissen SP te gek voor woorden (2x)
Markuszower PVV te misselijk voor woorden
Mulder CDA te gek voor woorden (2x)
Peters CDA te gek voor woorden
Van Aalst PVV te absurd voor woorden
Van Aalst PVV te gek voor woorden
Van Aalst PVV te zot voor woorden
Van Aalst PVV te gek voor woorden
Van Brenk 50PLUS te gek voor woorden
Van Brenk 50PLUS te gek voor woorden
Van der Linde VVD te laaghartig voor woorden
Van der Staaij SGP te triest voor woorden
Van Dijck PVV te schandalig voor woorden
Van Dijk PVV te belachelijk voor woorden
Van Dijk PVV te gek voor woorden
Van Esch PvdD te gek voor woorden
Van Gerven SP te gek voor woorden
Van Kooten-Arissen te gek voor woorden
Van Kuik CDA te gek voor woorden
Van Otterloo 50PLUS te gek voor woorden
Van Otterloo 50PLUS te triest voor woorden
Wassenberg PvdD te triest voor woorden
Westerveld GroenLinks te gek voor woorden (2x)
Weverling VVD te bizar voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gek voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden
Wilders PVV te gênant voor woorden (2x)
Wilders PVV te lachwekkend voor woorden
Wilders PVV te schokkend voor woorden
Wilders PVV te smerig voor woorden
Wilders PVV te verschrikkelijk voor woorden
Wilders PVV te walgelijk voor woorden (2x)
Wilders PVV te ziek voor woorden
Wilders PVV te ziek voor woorden

Er is moeilijk aan voorbij te zien, hoezeer er één fractie is die de uitdrukking “te … voor woorden” koestert. Daarvan is Geert Wilders onbetwist de koploper, Alexander Kops is goede tweede. (Martin Bosma ontbreekt in dit lijstje.) Wat een 40 jaar geleden aan de keukentafel van twee PvdA-afgevaardigden begonnen zal zijn, is inmiddels typerende PVV-spraak geworden.

Het frequentie-overzicht is in de vorm van een lijstje:
PVV 47
SP 8
VVD 5
CDA 5
50PLUS 4
GroenLinks 3
PvdD 3
FvD 1
SGP 1
D66 1
DENK 1

Grafisch weergegeven is de PVV-overmacht onmiskenbaar – de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie ontbreken in dit geheel: deze fracties bedienden zich van andere taal. Het kabinet sprak eenmaal via Staatssecretaris Blokhuis van “te … voor woorden”, te weten erg.

De volgende aflevering gaat over die woorden die het oorspronkelijke gek in te gek voor woorden momenteel blijken te kunnen vervangen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Te gek voor woorden – aan de keukentafel (1)

Een maandje via LexisNexis turen naar het gebruik van de uitdrukking “te gek voor woorden” en verwante wijzen van zeggen die daarop variëren, maakt vroeg in 2021 het succes van deze woordenreeks duidelijk. Hoe hebben we er ooit zonder gekund! Verreweg het vaakst lezen we te gek voor woorden, maar wat inhoudelijk maar een beetje lijkt op gek past daar evengoed: bizar, zot, idioot, absurd, ridicuul. Kijken we in Kamerverslagen uit de jaren kort na 2000, dan kunnen we op de plek van gek goeddeels identieke woorden aanstrepen als zot, bezopen, dol, absurd, belachelijk, bizar, ridicuul, onzinnig, idioot – maar te gek voor woorden was historisch de eerste en dat wint het zo in de jaren 2000-2010 nog steeds met overmacht als we op de gebruiksfrequentie letten.

Voor we onze blik richten op het afgelopen jaar kijken, terug naar het begin. In Dat gezegd hebbend… (Assen 2018) keek ik naar het Binnenhofse taalgebruik via debatten, persconferenties, gesprekken met de minister-president, maar vooral op basis van de Handelingen van de Tweede Kamer. De uitdrukking te … voor woorden staat in het boek behandeld op bladzijde 291-292. Van Ed van Thijn (PvdA) vond ik het vroegste gebruiksgeval, 13 juni 1979. Er was een motie over meer aandacht voor verkeersveiligheid met hem als eerste ondertekenaar kamerbreed aangenomen, maar drie maanden later bleek minister Tuijnman (van VWS) zich er een beetje van af te maken en de Kameruitspraak niet uit te voeren. Dat kritiseerde Van Thijn en – wat nu niet meer zou kunnen – de minister vroeg tussendoor een beetje verongelijkt: “Waarom spreekt u nu in deze toonzetting?” Dat gooide kolen op het vuur van Van Thijn die constateerde dat de bewindsman voor de organisatie van de verkeersveiligheid óok nog eens geen cent extra wilde reserveren en concludeerde toen: “Het is toch te gek voor woorden.”

Wat misschien geen toevalligheid is, maar de állereerste keer dat de uitdrukking de Handelingen haalde betrof niet die van de Tweede maar van de Eerste Kamer. Hedy d’Ancona sprak als PvdA-woordvoerder in de Senaat over het “gebrek aan coördinatie bij de huidige problematiek rond de Almere-spoorlijn”. Dat gebeurde op 12 juni 1979. Ze zei volgens de Handelingen: “Dat de Minister van Verkeer en Waterstaat nu ad hoc zijn collega van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening te hulp roept is te gek voor woorden.” Het gebeurde bij de behandeling van de begroting van het Departement van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Na haar uithaal naar minister Tuijnman van V&W zei ze “te hopen dat de Minister zich niet leent voor een dergelijk partijtje paniekvoetbal.” Dat laatste had betrekking op Jhr.Drs. P.A.C. Beelaerts van Blokland van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Een en dezelfde Verkeersminister werd dus aan beide zijden van het Binnenhof twee dagen achtereen met dezelfde, nu aan het Binnenhof geïntroduceerde bewoordingen onder vuur genomen door een PvdA-woordvoerder. Wat meer is: het betrof d’Ancona en Van Thijn die in die jaren een relatie hadden.*) Dat voedt de gedachte dat zij het aan de keukentafel over Tuijnman gehad hebben, voorafgaand aan de week waarin ze in de Kamers beiden moesten debatteren. Het onderstreept de vraag naar de oorsprong van te gek voor woorden: heeft een van hen de ander geïnspireerd? En ook: was er sprake van beïnvloeding vanuit het Engels?
De OED laat zien, hoe oud de algemenere wijze van zeggen “too —— for words” al is. De betekenis omschrijft OED als “to such an extent as to render a person speechless, or to defy description or expression in words; (later, in colloquial hyperbolical use) extremely ——, utterly ——.” We zien aan de OED hoe lang het Engels dit gebruik al kende:

Oxford English Dictionary: too… for words (zie links de jaartallen waaruit de citaten stammen) **)

Te gek voor woorden is ‘in woorden niet te vatten, taal te boven gaand’ – met geen pen te beschrijven zouden bepaalde politici graag zeggen. Dat is dus een wel zeer sterke mate van uitdrukking aan iets geven – arme Dany Tuijnman van de VVD. Maar ja, de PvdA zat een anderhalf jaar gefrustreerd in de oppositie tijdens Van Agt-Wiegel en Tuijnman was wellicht niet de sterkste minister uit dat kabinet.

Stills van youtube.com: Ed van Thijn en Hedy d’Ancona

Op de OED kunnen we terugkomen als we gekeken hebben naar te gek voor woorden en de parafrasering daarvan in de voorbije twaalf maanden in de Tweede Kamer. Wat zeggen de meer actuele Handelingen in ongecorrigeerde vorm?

*) Dat ontleen ik aan Willem van Bennekom, Ed van Thijn. Leven als een opdracht. Amsterdam 2018, blz. 21.

**) In Nederlandse kranten komt te gek voor woorden voor het eerst incidenteel voor in het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw, geregelder vanaf 1970.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Terminologie en daders, terminologie en slachtoffers: de rellers vergeleken met “de Groningers”

Het ging deze week in de Tweede Kamer over een wijziging van de Tijdelijke wet Groningen, meer in het bijzonder in relatie met de Versterking van gebouwen in die provincie. Achter de woorden gaat ongenoemd aardgaswinning schuil en daaruit voortkomende aardbevingen en dat leidt tot ellende voor de getroffenen.
Enkele weken eerder, op 27 januari 2021, debatteerde de Kamer over de rellen in Eindhoven, Amsterdam, Urk, noem maar op. Dat debat trok meer aandacht dan dat over de TwG. Van het eerste bleef vooral hangen hoe de volksvertegenwoordigers degenen betitelden die aan het rellen waren geslagen, want de etikettering kreeg royaal de aandacht. Ik heb even gekeken wat de deelnemers aan termen bezigden. Er is gestreefd naar volledigheid en dat is zichtbaar als een aanduiding meer dan eens viel:
Geert Wilders (PVV): het tuig, de criminelen, het tuig, het tuig, dat tuig, dat tuig, het tuig, die idioten, dat groepje tuig, de criminelen, het tuig, die relschoppers, het schorriemorrie, de criminelen, die plunderaars, het tuig, het tuig, rellende, plunderende straatterroristen, tuig, het tuig;
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD): tuig, die gasten, die gasten, het rellend tuig, het tuig;
Attje Kuiken (PvdA): reljeugd, tuig, deze jongens, coronahooligans, lui die ook met oud en nieuw op straat stonden, deze jongens, raddraaiers, deze jongens;
Chris van Dam (CDA): daders, jongeren, de gasten in de wijk;
Jesse Klaver (GroenLinks): tuig;
Kees van der Staaij (SGP): raddraaiers, relschoppers, oproerkraaiers, relschoppers:
Thierry Baudet (FVD): plunderaars, relschoppers;
Tunuhan Kuzu (DENK) (geen specifieke woorden);
Maarten Groothuizen (D66): relschoppers, opruiers;
Frank Wassenberg (PvdD): relschoppers, relschoppers, het tuig;
Michel van Nispen (SP): relschoppers, daders, relschoppers, criminelen, relschoppers, relschoppers, relschoppers, criminele ophitsers;
Stieneke van der Graaf (ChristenUnie): daders;
Corrie van Brenk (50PLUS): de gasten, die mensen die dat gedaan hebben.


Het bijzondere van die aanduidingen (hoe negatief is het woord gasten in het Nederlands geworden!) en hun frequentie (niet iedere partij had evenveel spreektijd) hoeft niet apart benadrukt te worden. Misschien is het beter te attenderen op de terminologie die gekozen is door twee deelnemers aan het debat, beiden jurist maar dat waren zij niet als enigen van de deelnemers. Stieneke van der Graaf (CU) en Chris van Dam (CDA) stelden zich opmerkelijk voorzichtig op met de aanduiding daders. Voorzichtig maar desondanks bijzonder, want gelden ook relschoppers niet als verdachte als zij voor de rechter verschijnen?
Dat is het tweede bijzondere. Het andere: hoe vaak is er in het verleden niet besloten om in de Kamer géén debat te houden en niet te spreken over iets wat nog onder de rechter was?


(Tussen twee haakjes even naar Oostenrijk. Gebeurtenissen in dat land dringt vaak met opmerkelijke traagheid tot ons door. Het gaat er al enkele weken over de gevaarlijke Tiroolse variant van het coronavirus maar pas als er grenzen gesloten dreigen te worden merken we daar hier iets van in het nieuws. In Wenen is deze week huiszoeking gedaan bij de minister van Financiën. De minister van Financiën! (Aanvulling 05.03.2021: Volgens de Süddeutsche Zeitung van vandaag mocht de minister zijn vrouw thuis vooraf opbellen; zij verliet het huis daarop met kind en kinderwagen plus een laptop – pas twee uur later kon de politie har opsporen.) Een voorganger van hem, Karl-Heinz Grasser, is enkele maanden geleden in hoogste instantie veroordeeld voor wat hij als minister allemaal bij elkaar had gegraaid. Kijk in een Duitse Wikipedia voor een lange lijst van affaires en schandalen. Er waren bakken bewijs, de minister had een acrobatisch gevlochten netwerk van juridische constructies in verre landen opgebouwd om een veroordeling lastig te maken, – desondanks, jarenlang stond bij ieder bericht over Grasser in de krant dat er sprake was van Unschuldsvermutung zolang hij niet was veroordeeld. Nu ging het bij ons in het rellen-debat van 27 januari over naamlozen, maar door de meeste woordvoerders werd dus weinig terughoudendheid betracht als we afgaan op de kwalificaties.)

Gestutte woning aan Boterdiep Bedum (12.02.2021) (SR)


Etiketten. Als er in de Tweede Kamer zo hard gesproken werd over vooral in het zwart geklede jongemannen die op rellen en stukmaken uit waren, met hoeveel compassie werden in dat minder opvallende debat over de Tijdelijke wet Groningen (TwG, 10.02.2021) de mensen aangeduid die volkomen buiten hun schuld en bevolkingsbreed dankzij NAM en Overheid in de ellende gestort zijn? Een impressie uit de voorbereide spreekteksten van de woordvoerders.
Sandra Beckerman (SP) sprak van Groningen-gedupeerden, gedupeerden en Groningers; bewoners, mensen; eenmaal drukte ze zich betrokken-helder uit via mensen die compleet vastlopen in de bureaucratie. Dat deed denken aan Henk Nijboer (PvdA) die het als laatste spreker had over mensen met langdurige, grote schades, en over de mensen die helemaal vastlopen in de ellende in Groningen.
Dan de coalitiewoordvoerders. Drie stuks prezen Rutte-III voor het naar nul gaan van de gaswinning, de VVD van Wiebes en Kamp zweeg op dit punt. Alle coalitiepartijen waren opmerkelijk tam door het gebruik van neutrale termen als bewoners, inwoners, eigenaren. Agnes Mulder (CDA) had een snel voorgelezen juridisch verhaal met een waslijst aan vragen voorbereid. Matthijs Sienot (D66) beleed zijn liefde voor de provincie waar zijn Damster grootouders hem aan de Derk Boeremastraat als logé ontvingen; hij prees even irrelevant de eierbal van Groningen – laat Rutte het niet horen! (Kijk in het boek van Petra de Koning over Mark Rutte.*))Het opmerkelijkste geluid kwam van Aukje de Vries (VVD) die het bij voortduring had over de Groningers de Groningers de Groningers. Is dat framing (Groningers is inmiddels identiek aan slachtoffers), politieke smetvrees of redactionele luiheid? Vanuit de oppositie gebruikten Alexander Kops (PVV) en Laura Bromet (GroenLinks, nieuwe woordvoerder die zich verbaasde over van alles in dit dossier, jeetjemina, wow) soms het nu bijna krachtig overkomende gedupeerden als aanduiding. In het geval van de PVV-spreker was er een maximaal terminologisch contrast met de bijdrage van Geert Wilders in het rellen-debat van 14 dagen eerder.
Gerrit Jan van Otterloo (50PLUS) deed mee, Carla Dik-Faber (ChristenUnie) ook – beiden betoonden zich voorzichtige schuivers in het damspel dat politiek heet. In elk geval weten we nu dat de eerste snel weg moest naar een ander debat en dat de laatste naar alle waarschijnlijkheid voor het laatst deelnam aan een plenair parlementair debat.
Is dat zo? Aan het eind werd vooral door de vele vragen van mevrouw Mulder besloten om op de terugkomdag die 24 februari is (dan is er een coronadebat in recestijd) ook nog even tijd in te ruimen voor het restant van de behandeling van TwG. Procedureel uitstel. De Groningers, de gedupeerden, de bewoners zijn op dat gebied ervaringsdeskundig, jeetjemina.

De Partij voor de Dieren deed niet mee aan het debat, Forum voor Democratie niet, de Staatkundig Gereformeerde Partij niet, DENK niet. Ze deden duiten in het zakje over de rellen in januari, de vastgelopen ellende in Groningen lieten ze onbesproken voor wat die is.

*) Of google naar Mark Rutte + eierbal:

Google-afbeeldingen
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Terdege”: een onderstreper die op twee manieren gebruikt wordt

Bij bepaalde woordjes zou je wensen dat een lexicon als Van Dale extra informatie geeft omtrent de sfeer waarin het betreffende woord voorkomt. Neem als voorbeeld terdege, een bijwoord waar de spreker iets subjectiefs mee uitdrukt en daarom bekend staand onder de aanduiding bijwoord van modaliteit.

Kijken we via de taalbank LexisNexis naar een royale honderd actuele gebruiksgevallen, dan is het duidelijk met welke werkwoorden we terdege in het Nederlands verbinden: beseffen, zich bewust zijn, zich realiseren, rekening houden met. Het tegenwoordige Nederlands bezigt terdege dus bij uitstek in een psychologische context, terdege benadrukt iets cognitiefs.

Bij die voorbeelden uit LexisNexis bevond zich maar één duidelijk tegenvoorbeeld in de vorm van “het zeil in de gang bij de familie Honijk is terdege gewreven en dus spiegelglad”. (Dagblad voor West-Friesland, woensdag 23 december 2020) “Terdege gewreven zeil in een gang”. Hier lijkt terdege te figureren in een positie die meer past bij het verwante degelijk ‘duchtig’: een bijwoord van graad, geen bijwoord van modaliteit.

Hoe gebruiken Kamerleden het woord terdege? We beperken ons tot de afgelopen 12 maanden, grofweg aan te duiden als 2020. De uitkomst spoort allereerst met de bevinding van het cognitief-psychologische aspect van bewustheid:
• Attje Kuiken (PvdA) zegt bijvoorbeeld “Ik hoop dat de minister zich daar terdege van bewust is.”
• Eppo Bruins (ChristenUnie) verwijst mede naar zichzelf als hij zegt: “(…) omdat wij ons sinds de schriftelijke vragen van de heren Paternotte en Bruins van 7 november jongstleden terdege realiseren dat (…).”
• Tunuhan Kuzu (DENK) spreekt in dezelfde sfeer: “Wij beseffen terdege dat zulke bijeenkomsten risico’s met zich meebrengen (…).”

Verrassend is hoe vaak van de plusminus 20 maal dat terdege in de Handelingen van het laatste jaar voorkomt dat dit bewustzijns-facet níet aanwezig is en dat is bij twee deelnemers aan het plenaire debat het geval én meer dan eens:
• Joba van den Berg (CDA): “Wij denken dat je daarmee terdege deze instellingen een stap verder kunt brengen.”
• idem: “Dus wij denken terdege dat deze wet gaat helpen om daar goede stappen in te zetten.”
• idem: “Volgens mij hebben wij terdege wel bepaalde informatie gekregen.”

(Alleen in het tweede voorbeeld lijkt terdege gecombineerd met denken (cognitie!) maar gevoelsmatig onderstreept het volgende, dat de wet goede stappen zal bevorderen.)

Andere regelmatige gebruiker maar met dezelfde afwijkende betekenis:
• Dion Graus (PVV): “We hebben het mede gedaan omdat het tuchtrecht wel terdege ook geldt voor de NVWA-dierenartsen.”
• idem: “Er is terdege wel een categorie bijgekomen, namelijk categorie 8.”
• idem: “Dat is dus terdege wel gebeurd, (…).”

Joba van den Berg en Dion Graus

In de taal van mevrouw Van den Berg en de heer Graus zien we dat terdege ‘degelijk’ betekent – een onderstreper van de gedane bewering, die door het geregeld toegevoegde wel ook te vertalen is als ‘echt wel, wel degelijk’. Bij het psychologisch gebruikte terdege wordt wel nooit toegevoegd.

P.S. Natuurlijk zijn Kamerleden ook gewone mensen die normaal Nederlands spreken. Zich realiseren en beseffen kan door hen dus gemengd worden tot zich beseffen. Dat leidt dan ook tot taalgebruik als “ik besef me terdege”. Zó zei Aukje de Vries (VVD) het gisteren in het Aardbevingsdebat (10.02.2021), maar de dienstdoende stenograaf corrigeerde haar stilzwijgend: “Ik besef terdege dat deze wet slechts papier is.”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zorgen en problemen: “zo’n” gevolgd door een zelfstandig naamwoord in het meervoud

De e-ANS is er simpel over en informeert ons tegelijkertijd zeldzaam precies omtrent een regionale uitzondering. Ik vat in mijn eigen woorden samen wat ik in paragraaf 5.6.6. lees: zo’n kan niet met een meervoudig woord gecombineerd worden met uitzondering van een groot zuidoostelijk deel van Nederland.
Zo’n dingen zeggen ze hier niet: níet in het overgrote deel van Nederland, mogelijk is het wél in het Zuidoosten. Ik neem aan dat dit ruwweg het Oostelijke deel van Noord-Brabant betreft en Limburg. We hebben het dus over zo’n + zelfstandig naamwoord meervoud, al dan niet nog voorzien van een bijvoeglijk naamwoord – zo’n + telwoord is een ander verhaal. In het ene geval betekent zo’n ‘dergelijke, zulke’, met een telwoord gecombineerd betekent zo’n ‘ongeveer, een stuk of’.

e-ANS 5.6.6.

Joop van der Horst zegt het bijna net zo in zijn monumentale Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis: “Merk op dat zo’n in de standaardtaal gecombineerd wordt met een enkelvoud, maar thans regionaal (o.a. in Zuid-Oost Nederland en delen van Vlaams België) ook met een meervoud (…).” (Leuven 2008:1667)
In Van der Horsts voorbeelden prijkt één ABN-geval uit NRC Handelsblad met zo’n zware sancties.

Ik neem aan dat die woordgroep zo’n zware sancties als ongrammaticaal gezien wordt door menigeen die zich als ABN-spreker ziet. Inderdaad, je verwacht het niet in de NRC, maar wél bijvoorbeeld in de Gazet van Antwerpen waarin het in de kop verscheen op 12.11.2020: “Ongeziene straf voor Dylan Groenewegen roept vooral vragen op: krijgen we straks vaker zo’n zware sancties?”
In de Handelingen van de Tweede Kamer heb ik geen voorbeeld van “zo’n zware sancties” kunnen vinden. Maar er is in die bron wel één geval vindbaar van zo’n+meervoud dat kennelijk heel goed door de beugel van heel Nederland kan, zo’n zorgen. In de afgelopen twaalf maanden valt bijvoorbeeld dit te noteren:

• als iedereen zich zo’n zorgen maakt (Lodewijk Asscher)
• dat veel van mijn collega’s zich zo’n zorgen maken (Henk Krol, die geregeld scoort met zo’n zorgen)
• als je je zo’n zorgen maakt om je toekomst (Kirsten van den Hul)
• waar maak je je nou zo’n zorgen over (premier Rutte)
• Dat baart ons nou zo’n zorgen. (Eva van Esch)
• Maakt hij zich daar ook zo’n zorgen over? (Wybren van Haga)
• Omdat we ons allemaal zo’n zorgen maken (…) (Lilianne Ploumen)

Mevrouw Ploumen en de heer Krol zijn de enigen van het rijtje die we tot de regionale uitzonderingsregio “Zuid-Oost” rekenen, de rest niet. Kennelijk kan zo’n in ABN gecombineerd worden met een meervoud, áls dat maar het woord zorgen betreft.
Heel soms is er in de Kamerverslagen ook een ander geval vindbaar, in de afgelopen periode deze:
• Amhaouch in 2017 zo’n actieplannen (maar Mustafa Amhaouch is Limburger, Venlo)
• Thieme in hetzelfde jaar: zo’n ondernemingen (Marianne Thieme komt uit Ede)
• De Jonge in 2019: zo’n instellingen (minister De Jonge noemt zich graag Zeeuw, Zuid-West dus)

Gaan we verder in de tijd terug, dan betreft het deze gevallen:
• Mariko Peters in 2011 (buitenlandse herkomst): zo’n problemen
• Gerrit Jan Wolffensperger in 1990 (Amsterdam): zo’n heropeningen
• Dré de Wolf in 1961 (Breda): zo’n bezwaren

Ik laat enkele voorbeelden weg omdat ze als geheel wat minder gangbaar ogen, maar de algemene conclusie is duidelijk: in het hedendaagse Nederlands kan zo’n kennelijk wel degelijk met een meervoud gebruikt worden in directe combinatie met zorgen (maken) en soms ook andere, vooral vergelijkbare woorden als problemen en bezwaren.

Dit stukje signaleert – ik wou dat ik wist waarom die uitzondering op de regel in het Nederlands bestaat.

Er is aarzeling onder taalgebruikers op dit punt. Dat is te illustreren aan de tekst van de economen Arnoud Boot en Lans Bovenberg, op maandag 22 februari 2016 in NRC.NEXT verschenen onder de kop Nu kan het: pijnloos hervormen. Dit is het, aangehaald uit LexisNexis:

zo’n problemen

Maar het citaat “Het mooie is dat de lage rente die elders in pensioenland zo’n problemen oplevert (denk aan dekkingsgraden die onder druk staan)” uit dit stuk staat momenteel in het digitale geheugen van de NRC op een iets andere manier: “Het mooie is dat de lage rente die elders in pensioenland zo’n probleem oplevert (denk aan dekkingsgraden die onder druk staan)”.

zo’n probleem

Waarschijnlijk heeft de dienstdoende redacteur zo’n problemen als incorrect ABN opgevat en verbeterd in zo’n probleem.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Serieus”: verschuivend van bijvoeglijk naar bijwoordelijk en de betekenis is ook intrigerend

Van Google.nl 07.02.2021

In het Algemeen Dagblad van gisteren het verhaal van Tasien gelezen? De eerste zin is direct de korte samenvatting: “Een volstrekt unieke prestatie – dat heeft Tasien Joeman (22) geleverd door in vier jaar tijd vijf diploma’s te halen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Studeren op dit niveau is soms eenzaam, maar stoppen was nooit een optie.”” Zijn vader kwam uit Suriname en werd hier agent. Tasiens moeder gaf hem als basisschoolkind extra oefeningen in spelling. “Ze zei daarbij: als je niet serieus wordt, eindig je als vuilnisman. Dat was voor mij een schrikbeeld.”

In het dreigend-voorspellende als je niet serieus wordt heeft serieus dezelfde betekenis als wanneer van een leerling(e) gezegd wordt dat deze pienter en serieus is: ‘ijverig, z’n best doend’. Hoe simpel misschien ook, die betekenis zie ik niet direct in Van Dale.

Het gaat nog verder: het grote woordenboek beschouwt serieus ‘ernstig; oprecht, gemeend’ als een bijvoeglijk naamwoord. Dat klopt met de meeste voorbeelden die er als illustratie bij opgenomen staan, maar kijk eens in actuele Handelingen van de Tweede Kamer en zie dan serieus in overgrote meerderheid gecombineerd worden met iets werkwoordelijks (serieus nemen, onderzoeken, overwegen, kijken naar, overwegen, ingaan op iets). Kortom: tegenwoordig wordt het woord serieus aan het Binnenhof in de eerste plaats gebruikt om een handelingswerkwoord te onderstrepen en het is dus een bijwoord.

Dat is niet altijd zo geweest. Kijk in de Handelingen van een halve eeuw geleden en ik durf de voorspelling aan dat de verhouding bijwoord/bijvoeglijk naamwoord dan anders ligt dan in 2020. Ook de betekenis is lang niet altijd met ‘oprecht’ of ‘ernstig’ te omschrijven en evenmin met dat ‘ijverig’ in het voorbeeld van Tasien Joeman: een serieus aantal, een serieus probleem, serieuze maatregelen, serieus geld, serieus belasting betalen dat bevat toch vooral betekeniselementen als ‘veel’, ‘ingrijpend’, ‘lastig’.

Vroeg in de jaren ‘50 van de vorige eeuw kon men in het parlement hier nog spreken van een serieus debat, serieuze discussie, serieuze beraadslaging door serieuze partijen; van serieuze bladen, een serieuze pers. Het ging over serieuze emigranten en serieus te goeder trouw.
Rond het gebruik van dat woord serieus is kennelijk in een aantal opzichten iets veranderd waar nader onderzoek naar uit zou moeten gaan.

Tasien kan dat vast in een minuut of vijf uitzoeken. Serieus! ‘Echt, geen grap: werkelijk.’

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Accenten gekwalificeerd (6): hoe regionaal de Tweede Kamer klinkt

De oude Kamer is bijna weg, hoe dialectisch spraken de leden? Uit de losse pols een paar impressies. Oestelijke klinkers hoor jeer niet veel en nog minder “hoo-a” of “voo-a” als mensen uit Midden-Nederland tegen de Duitse grens hoor en voor zeggen. Roy van Aalst (PVV)doet het nog het meest, op enige afstand gevolgd door Tom van der Lee (GroenLinks) en Edgar Mulder (PVV).
Inslikng van klankng, wie doet dat nog? Hebben ze onderhand volledig afgeleerd, terwijl het in de tijd van boer Koekoek en de liberaal Van Riel niet normaal maar nog veel gewoner was.

Still (Evert Harmsen en) Boer Koekoek en omslag biografie Harm van Riel


Natuurlijk, met Pieter Heerma sien we Amsterdam fertegenwoordigd, maar so fergelijkbaar Fries registreer ik toch niet. Goed, Aukje de Fries (VVD) klinkt naar die pervinsje. Agnes Mulder (CDA) laat wel eens een stukje Drents vallen, klinkers van Erik Ziengs (VVD) leiden soms naar dezelfde pervinsie. Ook Roelof Bisschop (SGP) herleiden we qua vocalen naar grofweg dit gebied: SGP’ers vallen vooral op door hun gesticuleren, maar dat wordt uiteraard evenmin door de Handelingen opgeschreven als regionaal afwijkende klinkers of medeklinkers.
De Groningers in de PvdA zijn enerzijds zelden en dan per ongeluk (Henk Nijboer) of juist geregeld op zeer bewust dialect uit de eigen herkomstregio te betrappen, William Moorlag: Moorlag is tot nader order de meest dialectische van het hele stel. Hij maakte landelijk het woord kwaalmtoet bekend. *) En ook nog franterig. **)
Zeeuwen, vroeger zo aanwezig aan het Binnenhof, waren ze van 2017-2020 hoorbaar in de plenaire zaal? Ik heb er geen actieve herinnering aan, aan Brabanders met een zachte g des te meer. Net als de door hun g opvallende Limburgers hoor je die ook moeilik zeggen in plaats van moeiluk. De klinkers van Geert Wilders (Limburg) verkleuren vrij geregeld áls je er op let (bijvoorbeeld verklören voor verkleuren) maar dat merk ik minder aan Lilianne Ploumen (PvdA), hoe sterk Zuidelijk ze verder over komt.***) Verder treden Lilian Helder en Dion Graus (beiden PVV) hoorbaar voor Limburg in het veld. Maar sterker nog en vooral van tohoon is het Limburgs te registreren bij Martijn van Helvert (CDA), die ik in het voor-coronatijdperk in gedachten een lichte lunch zie verorberen met meneer Pastoor op Binnenhofs werkbezoek. Trouwens, Wilders zegt “dengdu”, “ladu” en “wedu” als hij denkt u, laat u en weet u bedoelt – dat is ook regionaal Nederlands maar niet uitsluitend Venloos. Brabants zal toch ook dat nuwe zijn van Rob Jetten.

Voor de rest zou ik moeten kijken in het overzicht van Kamerleden – en dan via die weg achterhalen welk regionaal grote-steden-westelijk-Nederlands er met name uit de PVV-fractie klinkt. Overweldigend veel is dat daar in elk geval, Fleur Agema horen we er soms ontzettond Amsterdams bovenuit. Bij D66 is het merendeels Algemener Beschaafd maar zie naast Antje Diertens (die haar klinkers wat Gronings rekt) dan wel even voorbij aan Maarten Groothuizen. Die zou net als René Peters (CDA) probleemloos bij de SP kunnen aanschuiven: de SP heeft buiten Renske Leijten overwegend een Brabants klinkende fractie.

Zijn er verder veel regionale uitschieters, zo door de oorharen luisterend? Beetje chic klinkt door in de taal van Joba van den Berg (CDA). Je verwacht het ook en misschien eerder bij de VVD. “En ja” daar we hebben Hayke Veldman in blauw pak, maar “En ja” is boven-regionaal in opmars en is dus zeker niet alleen bij Veldman te horen. Van die grootste fractie hebben veel leden in de afgelopen jaren voor mij in het algemeen zó weinig hoorbaar smoel gekregen, dat ik er zonder hulpmiddelen in de vorm van de ledenlijst en debatgemist.nl maar een paar kan bedenken. En bij volksvertegenwoordigers die niet in Nederland zijn opgegroeid is het helemaal lastig om iets van regionale duiding te geven natuurlijk.

*) Een kwaalmtoet (ook kwaalmlaamp) is een lamp die sterk walmt vandaar de figuurlijke betekenis ‘geen groot licht’.

**) Franterig is ‘nijdasserig’.

***) Aanvulling 05.02.2021: In het Coronadebat van gisteren zei Lilianne Ploumen volgens het ongecorrigeerde verslag (én mijn aantekeningen) “Omdat we ons allemaal zo’n zorgen maken”, dus zo’n + meervoudsvorm. Van Dale merkt dat aan als BE, dus Vlaams Nederlands in de betekenis ‘zulke’.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen