Een excuus aan Agnes Mulder (CDA) en het gebruik van “schijt” in de Tweede Kamer

Dit stukje is een verlaat excuus aan Agnes Mulder, Kamerlid voor het CDA. Waarom?
Bij het begin beginnen en dat ligt in de afgelopen week, toen Femke Merel van Kooten-Arissen (momenteel onder eigen naam in de Tweede Kamer, afgekort als vKA) het in het debat rond Grapperhaus en diens vergeten van de 1,5 meter opnam voor mensen die wegens overtreding van de coronaregels voor de strafrechter komen en veroordeeld worden, anders dan de minister van Justitie en Veiligheid. Maar, zei mevrouw Van Kooten, het betreft “gewoon normale mensen die buiten in het park met hun familie een taartje zitten te eten. Dat zijn geen grote groepen mensen die coronafeesten houden en zogezegd “schijt hebben aan de regels en aso’s zijn”.”
De Dienst Verslag en Redactie maakte deze minder parlementaire uitspraak wat milder door aanhalingstekens te plaatsen, en inderdaad: spreekster maakte er een soort excuus bij.

Ruim een jaar geleden verscheen het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2019. In een kleine bijdrage daarin haalde ik Farid Azarkan (DENK) aan uit de Handelingen. Deze had in 2018 het gedrag van Thierry Baudet (FvD) in het parlement als volgt beschreven: “Hij komt vaak hier binnenvliegen. Hij begint te fladderen. Hij krijst. Hij schijt de boel onder. En dan kunnen wij het weer opruimen als hij weg is.” Zeemeeuwpolitiek noemde Azarkan dat. Dat de redactie van het Jaarboek 2019 Natuur, milieu, klimaat als thema had gekozen was werkelijk toeval, mij ging het om de taal in de Tweede Kamer.

Toen ik in de verslagen van de Tweede Kamer nazocht wie vóor vKA het woord schijt zoal hadden gebruikt, bleken daar in de afgelopen jaren van de huidige Kamerperiode weinig voorbeelden van vindbaar. Wel vond ik dat meeuw-beeld van Azarkan van 2018 terug, in juni dit jaar opnieuw door hem gebruikt en andermaal in de richting van de FvD-leider. Verder is het in deze jaren zéer stil rond het woord schijt, dat na een eerder aanloopje in 2006 en 2009 juist in de vorige Kamer-periode aan zo’n opmars leek te zijn begonnen.

Dat was misschien nog het minst ongewoon uit de mond van Esther Ouwehand, woordvoerder van de Partij voor de Dieren nietwaar. Verder klonk het vooral in bijdragen van SP’ers Leijten, Karabulut, Merkies, Smaling, Ulenbelt, Van Gerven. Tweemaal staat het genotuleerd voor iemand van het dan eveneens oppositionele CDA. In 2015 betrof dat het lid Peter Oskam en in 2013 Agnes Mulder.

Waarom haar excuus zou moeten worden aangeboden? Voorzover mij nu bekend – schrijf ik, voorzichtig geworden – was zij de eerste die dat beeld van een schijtende meeuw op een politicus toepaste. In het Vragenuur van 05.03.2013 viel ze Sjoerd Sjoerdsma (D66) bij in kritiek op de dan niet aanwezige minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking: “De afgelopen tijd hebben wij van mevrouw Ploumen meermaals via de media stukjes en beetjes horen langskomen, als een meeuw die langskomt, krijst en de boel onder schijt, terwijl zij haar visie niet deelt met de Kamer. De CDA-fractie heeft daar grote moeite mee.” Mevrouw Ploumen en haar collega’s in Rutte-II waren in de loop van november aangetreden, exact vijf maanden tevoren.

Agnes Mulder (CDA) die een vliegende meeuw imiteert in debatgemist 05.03.2013

Dat citaat van Agnes Mulder kende ik niet, toen die bijdrage aan het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2019 geschreven werd. Of Farid Azarkan of iemand anders uit de DENK-sfeer bij Agnes Mulder inspiratie heeft opgedaan, – in theorie mogelijk is het in elk geval.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Lilian M. en Saïda M.: het zins-einde spetterdespetterend in de pan

Dit is een impressionistisch stukje. Marc van Oostendorp (actief over een breedheid van fronten en universiteiten als geen ander in de sfeer van de Nederlandse taalkunde) attendeerde me zoveel jaren geleden ongeweten via een filmpje op het verschijnsel van vocal fry. Vocal is vocaal, de stem betreffend; fry in deze context is volgens de OED: “To cook (food) with fat in a shallow pan over the fire.” Shallow-fry is kort braden.

Wat gebeurt er bij vocaal kort braden? Het simpelst is, te verwijzen naar sprekers die het doen (v/m maar in de praktijk v), het bij hen te observeren en vanaf dat moment is het helder… Het is te vergelijken met de barstjes van craquelé: het begin van een zin klinkt normaal, maar tegen het eind gaat de toonhoogte wat omlaag en daar begint het braden, de hoorder krijgt een impressie alsof de stem een tikkeltje breekt. Geen nood, een tel later is alles weer normaal, dat wil zeggen totdat de stem aan het einde van een nieuwe zin weer naar beneden gaat en het gespetter opnieuw eventjes aangeeft dat hier een punt bereikt wordt. Trouwens, een woord dat met een glottisslag begint (in de spelling een klinker) is ongeacht de positie in de zin gevoelig voor vocal fry.

Voorbeeld? Ik legde het aan Marc van Oostendorp voor en vroeg hem of vocal fry een kenmerk was van Journaal-presentatrice Saïda Maggé.

Saïda Maggé (website NOS)

Hij schreef snel en to the point iets terug als: Ik denk dat je gelijk hebt, het is heel licht, maar waarschijnlijk vocal fry. Het is soms moeilijk vast te stellen omdat die vocal fry ook een automatisch effect kan zijn van iemand die net een beetje te laag spreekt voor zijn of haar stem. Maar het lijkt me, hoewel heel licht, vrij systematisch voor haar. Tot zover Marc van Oostendorp.

Kortom, lezer: zoek via internet naar actuele taal van deze – overigens plezierig overkomende – presentatrice van het NOS Journaal en let op het einde van haar zinnen.

In de Tweede Kamer is Lilian Marijnissen (SP) de opvallendste braadpan-spreekster. Zij doet het net iets minder systematisch dan Saïda Maggé (die leest teksten voor van de teleprompter en ziet het zinseinde aankomen) maar door haar frequente optreden in de plenaire zaal is Marijnissen opvallender dan de paar andere Kamerleden die in de buurt komend van de uitgang van een zin nog even naar de keuken rennen om een visje te keren. Zo zijn er, tot mijn grote verrassing Anne Kuik (CDA) en Stientje van der Graaf (ChristenUnie)*) – juist in deze christelijk-politieke sector verwacht je het niet zo snel als bijvoorbeeld bij andere stromingen. Maar systematisch heb ik er niet op gelet (en dat was ook lastig ten tijde van corona), wie weet zijn er meer. De stenografen van de Tweede Kamer zullen deze vraag zó kunnen beantwoorden, maar dat zal hun uit hoofde van het ambt wel verboden zijn.

Marijnissen, Kuik, Van der Graaf (website TK)

Wie zeker niet aan vocal fry doet is Pia Dijkstra (D66), een al weer wat verdere voorganger van Saïda Maggé bij het Journaal. Daar is een simpele reden voor: te oud. Vocal fry is een vrij nieuw verschijnsel. Lees wat Marc van Oostendorp als feitjes toevoegde aan zijn eerdere reactie: “Overigens is het in Engeland ook vrij nieuw, maar doet in Amerika volgens mij inmiddels iedereen van de kusten (iedereen die niet op Trump stemt) van onder de vijfenveertig het inmiddels, ook mannen.”

Dr. Maria Van Kerkhove van de WHO is een vocal fry-spreekster, maar ja dat is ondanks haar Vlaamse naam een Amerikaanse. Verrassender zijn twee actrices in Downton Abbey, een serie waarvan de inhoud voor WO II is afgelopen. Desondanks worden de rollen van vooral Edith Grantham (Laura Carmichael) en iets minder van Mary Crawley (Michelle Dockery) krakend vervuld op zinseinde. Enkele tientallen jaren te vroeg, veronderstel ik. Hun moeder is én speelt Amerikaanse, maar juist deze (Cora Grantham die in werkelijkheid Elizabeth McGovern heet) laat geen vocal fry horen en dat klopt misschien in dit eerste deel van de 20ste eeuw. Bij de BBC is verslaggeefster Anna Collinson een voorbeeld van weer wél. Liever nog een Nederlands voorbeeld? Prof. Mary Pieterse-Bloem bij Buitenhof op 24.05.2020.

Mary Pieterse-Bloem (beeld van Buitenhof-uitzending)

In Nederland lijkt het momenteel dus een jong en middelbaar feminien verschijnsel maar dat zal veranderen; de fry-spreeksters zullen ouder en ouder worden, mannen zullen opduiken in dit koor. Aannemelijk is bepaald niet, dat de drie spreeksters in de Tweede Kamer dat braad-gepraat geleerd hebben van hun moeder maar wie hebben ze dan wel geïmiteerd? En hoe bewust is dat geweest en waarom namen ze dat over? Merkten ze dat er anders, positiever gereageerd werd op die craquelé-spraak in vergelijking met te praten zoals vroeger?

Vragen te over. Ik vraag me ook af, of het voor de stembanden goed is – merken we allemaal later.

Wie sprekers (v/m) aan het Binnenhof of anderen wil aanvullen: welkom! En of het ook al in Vlaanderen is doorgedrongen, ik weet het niet.

*) Aanvulling 06.09.2020: Stieneke van der Graaf trad zojuist op als gast van Andries Knevel op NPO2. In dat gesprek viel van haar nauwelijks vocal fry te horen – ze sprak tegenover hem voorzichtiger (aarzelender en hoger!) dan ze in de Kamer gewoon is. Duidelijker deed ze dat eerder deze week op 3 september zonder dat zo systematisch te doen als de genoemde Journaal-presentatrice of de SP-leidster : zie en beluister desgewenst https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/burgerinitiatief-ik-ben-onbetaalbaar

Aanvulling 08.09.2020: De afgelopen dagen hoorde ik vocal fry via de BBC vain politiek verslaggeefster Helen Catt en Breakfast-presentatrice Louise Minchin. Ook bij University Challenge (07.09.2020) was het hoorbaar, dat wil zeggen uit de mond van enkele vrouwelijke deelnemers tijdens het voorstellen van zichzelf. Geen wonder dat het niet registreerbaar was bij het geven van antwoorden: de intonatie dan is veelal vragend en dus hoger van toon. En is minister Matt Hancock een van de weinige mannen die dit spraakkenmerk vertonen?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Grapperhaus: door het stof, een mandje en een koekje. Doei!

Wat resteert er van zo’n debat als deze week met minister Grapperhaus (Justititie en Veiligheid). Welke woorden, welke beelden blijven hangen? Een snik en een kuch was de kortste samenvatting in de nieuwsbrief De Haagse Stemming van NRC Handelsblad.

De Haagse Stemming 03.09.2020 NRC Handelsblad


Bijna vergat de minister IN ZIJN ELLEBOOG te kuchen – maar datzelfde viel gek genoeg niet meer op toen de premier aansluitend begon te spreken: die gebruikte daarvoor ZIJN HAND.

Op dat moment was de vakminister (die ik eigenlijk zelden hoorbaar als een jurist vind spreken en in het klassement der welsprekenden niet bij de top hoort) uitgeput neergestreken in een stoel in vak K, achter de premier. De automatische regie van Politiek24 liet zien hoe enthousiast hij met twee duimen de bode bedankte voor de neergezette cola (of was het icetea?) en niet wist hoe gauw hij met de koekjes moest beginnen die daar voor hem lagen of met het vocht: het beeld van een uitgehongerd dier, suikertekort.

Was het Grapperhaus’ kennelijke emotie aan het begin van zijn beantwoording, zijn nederige excuses (die aan het Binnenhof door het stof gaan heten, echt zo’n uitdrukking waarvan je denkt dat die in de gepolariseerde jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw voor het eerst is gebruikt en vervolgens blijven hangen) of juist zijn beroep op de BOA’s die met hem dóor wilden waardoor hij aan zou moeten kunnen blijven – wat beklijft?

De minister-president benadrukte hoezeer de bewindsman zich voor het land had ingespannen, dag en nacht! Ook een argument, kennelijk. En neem dag en nacht niet letterlijk – Grapperhaus zelf had in de drukke corona-tijd nog gelegenheid gehad voor vrijwilligerswerk:
“Dan toch maar heel persoonlijk. Ik heb de eerste vier maanden door de week bij mijn schoonmoeder eten langsgebracht op afstand, altijd op afstand. (…) Zes maanden of zo zijn we bij mijn schoonmoeder samen langsgegaan met een mandje en dan doei.”

Was het een periode van vier maanden, waren het zes maanden, zo wordt wat lager binnen J&V aan verdachten gevraagd: nou, hoelang? En de jurist zou kunnen informeren: welke schoonmoeder was het, u was op die momenten toch niet getrouwd? In Engeland kun je je voorstellen dat journalisten onderzoek deden naar de vraag of daarvoor de dienstauto benut was. Dat is altijd winnen: met de dienstauto is schandelijk, met een onbeveiligde privé-auto is gevaarlijk, maar beide is een doodzonde.

Nee, mij blijft het doei van Grapperhaus het meest bij.

Sinds Geert Wilders in 2010 bij de bespreking van het rapport van de commissie-Davids (de inval in Irak) premier Balkenende komisch en hard uitnodigde om ontslag te nemen (“De bewindslieden hoeven alleen maar tegen de majesteit te zeggen: Majesteit, het heeft geen zin meer, wij stoppen ermee, doei!”) komt dat woord vrij geregeld langs in de plenaire vergaderingen. De betekenis is telkens een afscheid van iets voor het oog, maar in werkelijkheid is het een definitief, hard afscheid – nooit weer, ja!

Soms wordt dat definitieve dichtsmijten van de deur uitgedrukt door dikke doei (een –): het tussenwerpsel is een zelfstandig naamwoord geworden.

Niet in de groet van Grapperhaus. De schoonmoeder aan wie hij (of hij en zijn partner, hoe zat het precies) boodschappen bracht in een mandje – wie dacht er niet aan Roodkapje toen hij het vertelde – dat beeld was hem tijdens de bruiloft nog zó dierbaar dat hij die omarmde en alle regels a-sociaal vergat: doei was hier een afscheidsgroet, snel en allicht haastig om toch maar afstand te bewaren. Zó deed de bewindsman in zijn schaarse vrije tijd zijn best!

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Zo snel (als) mogelijk: subtiel taalverschil

Een van de gevolgen van corona is/was de frequentie en de duur waarmee de verantwoordelijk geworden minister met de Tweede Kamer debatteerde. We genoten van de steekspelletjes tussen de bewindsman en de voorzitster van de Kamer die vond dat Hugo de Jonge wel eens een korter beantwoordingspad kon bewandelen dan hij deed. Wie weet is dat ook vandaag het geval bij de bespreking van de notificatieapplicatie Covid-19.
Talig viel er bij de minister van VWS gaandeweg van alles op te merken, zij het niet altijd in de Handelingen opgenomen op de manier zoals hij het zei – en die kamerverslagen hóeven ook niet fonetisch genoteerd te worden. Liever niet zelfs. Zijn uitspraak van heel, veel en deel komt meer bij “hil”, “vil” en “deel” – zie het stukje over deze verhogingstendens in het Nederlands, niet alleen te horen bij Zeeuwen uit Bruinisse.
“Zunig” kan zo iemand gebruiken als door de reclame bekend geworden variant van ‘zuinig’ en “heul” (benadrukt) in plaats van ‘heel’ dat dus zonder speciaal accent klinkt als “hil”. Zie de bijdrage over substandaard-Nederlands in de Tweede Kamer (je mot dit en je mot dat).
De uitdrukking onder schot hebben noteerde ik allereerst uit de mond van De Jonge, die eerder in dit blog onder andere een keer optrad met zijn frequente bezigen van het begrip prachtig in de betekenis van ‘ontroerend’ in één en hetzelfde begrotingsdebat, zijn eerste.

Gaan we even weerom naar het coronadebat van 12 augustus 2020, waarin Lodewijk Asscher (PvdA) een motie indiende, mede namens Jesse Klaver (GroenLinks) en Lilian Marijnissen (SP). Dit was de kern daarvan:
“overwegende dat mensen in quarantaine ernstig in de knel kunnen komen, bijvoorbeeld met werk, inkomen, boodschappen en verblijf; overwegende dat daarom sociale, psychische en materiële ondersteuning nodig is;
verzoekt de regering de Kamer binnen een week te laten weten op welke wijze deze ondersteuning zal worden vormgegeven”.

Bij zijn reactie begon De Jonge als volgt: “Dan de motie-Asscher c.s. op stuk nr. 474 over het quarantainepakket. Ik heb aangegeven dat ik dat belangrijk vind, om de drempels weg te nemen. Er staat wel een hele strakke deadline in, namelijk binnen een week. Dat gaat me niet lukken. (…) Ik wil best het oordeel aan de Kamer laten, maar een week vind ik wel een hele strakke deadline.” (Het staat er zo niet, maar De Jonge zei hier tweemaal “heule”.)

Asscher reageert vervolgens met begrip en zegt: “Het gaat om “zo snel mogelijk”. (…) Vandaar dat wij die deadline op een week hadden gesteld.”

Uit debatgemist.tweedekamer.nl met ondertiteling (12.08.2020)


De minister concluderend: “Als ik de motie mag lezen als “zo snel als mogelijk”, dan denk ik dat we elkaar best kunnen vinden.”
Bij de stemming wordt de motie nét niet met algemene stemmen aangenomen.

Opvallend is het verschil tussen Asschers “zo snel mogelijk” en “zo snel als mogelijk” door De Jonge.
Dat is geen toevallig onderscheid: Asscher zegt normaliter “zo … mogelijk”, De Jonge meestal “zo … als mogelijk”.

Uit debatgemist.tweedekamer.nl

Ik zou niet weten welk regionaal of religieus of politiek verschil zich hierin zou kunnen manifesteren, in plaats daarvan liever even naar het Nederlands gekeken.

Zo snel mogelijk (maar ook zo goed mogelijk, zo veel mogelijk en noem maar op) is simpel te omschrijven met: ‘maximale snelheid, punt uit’. Dat is ook de inhoud van zo snel als mogelijk, maar er is een klein talig verschil. Aan zo snel mogelijk kan geen werkwoordsvorm toegevoegd worden, bij zo snel als mogelijk is die impliciet aanwezig óf uitgesproken. Zo snel als mogelijk is, blijkt of welke persoonsvorm ook hoort daar stilletjes bij. Juist dat al of niet gerealiseerde werkwoordelijke stukje*) bevat een stil voorbehoud door dat in zo snel mogelijk ontbreekt. Zo snel mogelijk klinkt resoluut, zo snel als mogelijk klinkt bij nadere observatie een ietsiepietsie geconditioneerd: ‘maximale snelheid, maar natuurlijk met het gebruikelijke voorbehoud want alleen stofzuigers worden met garantie geleverd weet u nog’. Misschien zijn vooral politici (en bewindslieden wellicht in de eerste plaats) zich daar wel van bewust en kiezen daarom ongewoon vaak voor deze langere variant die aparter is en bijvoorbeeld niet in Van Dale vermeld staat.

*) In een eerder debat dit jaar liet minister De Jonge blijkens het ongecorrigeerde verslag deze persoonsvorm ook horen: “We moeten juist aan de slag met een zinnig advies dat we hebben gekregen, en dat zo snel doen als mogelijk is, maar ook zo zorgvuldig als nodig is.”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties c.a. (50). Weg photo, weg praestatie maar wel een graute bek

Voorpaginanieuws in juli en augustus 1955 in Het Parool is het buitenland, het buitenland en soms iets van dichterbij. Er is onrust in Marokko waar de sultan wordt weggestuurd en in Algerije; er is herhaaldelijk nieuws over het Argentinië van Peron en als de Grote Vier bijeenkomen in Genève is dat dagenlang de opening van de krant. De Vier, dat zijn dan de Sovjet Unie, Amerika, Engeland en Frankrijk. Vooral de situatie in het verdeelde Duitsland komt op de agenda.
Soekarno vraagt de aandacht voor de overdracht van de soevereiniteit van Nieuw Guinea aan Indonesië. In België is al langer een schoolstrijd gaande, uit Saarland – dat dan nog Frans gebied is – komt geregeld nieuws en blijkbaar is er een politiek schandaal rond Leonhard Schlüter in Nedersaksen (de deelstaat van Duitsland, West-Duitsland).

Maar op de valreep van augustus is er dan toch echt vaderlands nieuws: op 1 september voert Nederland een nieuwe spelling in, de Spellingwijziging van 1954.

Op de dag af 65 jaar geleden werd photo afgeschaft ten gunste van foto, praestatie wordt dan vervangen door prestatie. Er is nog wel een reeks zogeheten bastaardwoorden met een variabele spelling (vakantie of vacantie?) en die toestand van de voorkeur(s)spelling blijft stiekempjes een jaar of 40 bestaan tot daaraan een eind komt en het begrip nakeur(s)spelling begint te leven – en het klassenboek, de kerkenraad tegenover de groenteboer komen te staan. Pannenkoek en hoedendoos worden verplicht, Koninginnedag onderscheidt zich van koninginnensoep – maar dat zouden we ons allemaal pas in 1995 eigen gaan maken. Voor hoelang?

Zo zijn we via een zomervakantie in 1955 terug in het Nederland(s) van 2020.

Terugblikkend: interessante krant, Het Parool. De grappen die de redactie soms uithaalde, kregen in deze zomerse reeks geen plaats en dat is eigenlijk jammer. Zo deed de krant alsof Den Haag Sinterklaas serieus wilde beëindigen, zij het iets later dat jaar. HEFTIGE DEBATTEN OVER HET VOORSTEL TOT AFSCHAFFING VAN HET SINTERKLAASFEEST stond als kop boven het stuk van onze parlementaire redacteur (03.12.1955). Annie M.G. Schmidt reisde af naar Wolfhezen voor een verslag van een congres van 200 psychologen over dit hangijzer: zij spraken zich uiteindelijk uit tégen Sinterklaas. De verslaggeefster liet het laatste woord aan drs. L. Duimen (nomen est omen), die voorspelde dat Sints plaats bij afschaffing ingenomen zou worden door de Hunkewunk. Het begrip Hunkewunk kent Google niet – misschien na dit laatste stukje in deze Parool-reeks.

In de zomer kregen de Parool-lezers de kwestie van de Nederlandse hoofdstad voorgelegd, iets waar Den Haag zich besluitvormend mee had bemoeid door de rol van Amsterdam in dat opzicht te beëindigen:

Het Parool 20.08.1955

Enkele weken later (3 september) kwam de uitslag – er waren weinig inzendingen. Let in het stukje met de uitslag hieronder op (de kwaliteit van) de streektalen (ons knappe wichten) en sla de uithaal naar het wapen van ‘s-Gravenhage en het daarin afgebeelde dier niet over.

Haug op de paute en een graute bek: de ojefaar van de Hageneese

De vakantie is voorbij, we zijn weerom in Den Haag.

P.S. Wie op “F.J. Krips” googelt (of via delpher.nl in geschreven media zoekt) kan bij een drs. F.J. Krips in Eelde terechtkomen die een kleine 40 jaar geleden een prijs won in de filmquiz Voor een briefkaart op de eerste rang (KRO). Het zou uitgesloten moeten zijn dat dit dezelfde F.J. Krips is als de prijswinnaar in de wedstrijd van het Parool: deze heer Krips was ook actief in een beweging die zich verzette tegen het voegen van Eelde-Paterswolde bij de gemeente …. Groningen! Als het dezelfde F.J. Krips is, heeft hij ook deze prijs gewonnen want Eelde-Paterswolde is niet heringedeeld bij Groningen maar vormt inmiddels een onderdeel van de gemeente Tynaarlo.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties c.a. (49). Het huwelijk van Netty en Bertus Scheltinga

De kerk laat van zich horen op het vrijgezellenfeest in Limburg dat voortkwam uit de Ramp in Zeeland van 1953, in Zeeland zelf (meer in het bijzonder Scharendijke) moet het uit zijn met de door de natuur veroorzaakte protestantse oecumene. De overstroming van 1953 had Hervormd en Gereformeerd gedwongen samen te kerken, maar de Hervormden willen daar nu een punt achter zetten – er is onmin in de eigen gelederen over en vrede in eigen huis staat voorop.
Voorpaginanieuws levert Deventer op 30 juli. Dat is dezer dagen bijzonder, want het is vooral het buitenland dat daarop figureert, althans in de zomer. Maar het is Nederland met een buitenlands trekje: Netty en Bertus Scheltinga gingen naar Schotland om daar te trouwen, zonder dat iemand het wist. Bertus’ ouders weigerden toestemming en daarmee was het voor de twee 19-jarigen onmogelijk om een huwelijksvoltrekking in Nederland te regelen. Het geloof speelde ook hier een rol.

In het buitenland speelde zich in 1955 ook weer de Tour de France af: allerlei Nederlanders lieten van zich horen en Het Parool deed er graag verslag van. Na de Tour kwam er door toedoen van de krant zelfs een film die op allerlei plaatsen in het Westen vertoond werd. Hoogtijdagen waren het in 1955 voor Wim van Est, Wout Wagtmans, Daan de Groot.

In de loop van juli was hij nog in Amsterdam, de gevierde schrijver Thomas Mann in het gezelschap van vrouw en dochter Erika. Maar dat was zijn laatste openbare optreden want de Nobel-prijswinnaar (80) werd ziek en overleed op 13 augustus in Zürich.

Ander binnenlands nieuws met buitenlandse ondertoon: de Eerste Kamer vond dat er eerherstel moest komen voor Casper baron Van Breugel Douglas. Die was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog Nederlands ambassadeur in Moskou en had daar in die tijd een boekhouding gevoerd die niet de normen uit vredestijd kon doorstaan. Hij was er “eervol maar niet op eigen verzoek” voor ontslagen – hij zou moeten worden gerehabiliteerd, vonden de senatoren. Zij reageerden op een actie van de ex-ambassadeur bij de Eerste-Kamercommissie voor de verzoekschriften.

Het bericht van het overlijden van Koos Vorrink (PvdA) brengt Het Parool prominent op 19 juli, weliswaar geen buitenland maar een Amsterdammer geworden en in WO II werkzaam voor Het Parool. Eerste voorzitter van de PvdA, Kamerlid.

Een paar jaar geleden bracht de NOS het nieuws dat in 1947 geprobeerd was, Vorrink te vermoorden in het kader van een staatsgreep (door Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema en oud-premier Gerbrandy, ARP/CDA). Dat had te maken met de onafhanleijkhjeid van Nederlands-Indië, mogelijk wordend door het Akkoord van Linggadjati waar de PvdA mee had ingestemd (1946). “Raakte in januari 1949 zwaar gewond bij een vliegtuigongeluk in Denemarken, op een missie om bij de Noorse regering begrip te vragen voor het Nederlandse Indiëbeleid.” (www.parlement.com)

Het is een warme zomer, die van 1955. Zandvoort is zeer tevreden met minstens drie miljoen bezoekers – de middenstand daar spreekt van “goud”. Onweer verjaagt de hitte en brengt onheil in Limburg, bij Pernis.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Voor 65 jaar: zomer 1955 in advertenties c.a. (48). Nog geen maximumsnelheid maar wel ‘weghonden’

De advertenties in een krant als Het Parool zorgden dat de krant kon blijven bestaan, de abonnees vormden de andere poot waarop het geheel rustte en die hebben allicht in de eerste plaats aandacht gehad voor het redactionele gedeelte. In een serietje van drie stukjes afsluitend daarom even bladeren door de Parool-voorpagina’s van de twee zomermaanden van 1955. Hoe actueel konden die zijn! De vorige week trad een kleindochter van de evangelist Billy Graham op op de Republikeinse conventie van augustus 2020 om te pleiten voor kandidaat Trump, haar opa trok in 1955 een bijna vol Feyenoord-stadion in Rotterdam: 50.000 man van overal, “zelfs België”. Nederland als missie- of zendingsgebied.

Lelystad is dezer dagen via een dijk met het “oude land” verbonden en die weg wordt in gebruik genomen door het verkeer. Verkeer is in deze zomer een heet onderwerp. Er zijn momenteel jaarlijks meer dan 1500 dodelijke verkeersslachtoffers in Nederland te betreuren en daar moet de politiek een oplossing voor vinden. Het zijn vooral de zogeheten “weghonden” die het met de snelheid bijzonder ruim nemen en daarmee ongevallen veroorzaken. Weghonden is een Parool-woord in de jaren 1955-1956.
De snelheid? Ja, in 1955 is er in Nederland nog geen sprake van iets waar in Zweden gunstige ervaringen mee opgedaan worden in steden en dorpen: 50 kilometer per uur binnen de bebouwde kom als maximumsnelheid!*) In het weekend na dit nieuws worden alleen al 13 verkeersdoden geteld. Moet Nederland ook tot zoiets overgaan? De VVD zit niet in het kabinet, zou dat het gemakkelijker maken?

Het jaar 1955 is nog het tijdvak van Drees-III: PvdA en CDA, de partijen die dan nog door het leven gaan als KVP, ARP en CHU. De KVP komt in het nieuws door een pamflet-actie eind juli. Op de laatste zondag van die maand wordt bij de kerkdeuren van veel RK-kerken in tekst uitgelegd waarin de KVP-standpunten dé katholieke visie genoemd worden. Dat vindt de concurrerende KNP minder aangenaam, zoals bijvoorbeeld ook de PvdA kritiek uit. De sociaal-democraten moeten niet zeuren, reageert de KVP, van die kant is hun leider Carl Romme geregeld besmeurd. Coalitiegenoten!

Advertentie Limburgsch Dagblad 29.07.1955

Meneer pastoor liet van zich horen in verband met een Vrijgezellencongres gehouden in Grevenbicht, Limburg. Vrijgezellen en vrijgezellinnen? Mooi niet trouwen? Nee, dát was niet de bedoeling zei de geestelijke – zelf waarschijnlijk ongehuwd – dat mensen partnerloos gingen leven. Neen! Het was een vroege variant op wat later in het CDA het dogma van “het gezin als hoeksteen van de samenleving” zou gaan heten.

Meneer pastoor heeft vast niet geweten (of genegeerd) dat er in de maand juli een huwelijk gesloten was dat juist van het vorige Vrijgezellencongres een gevolg was, het eerste waarbij een van de twee partners uit Grevenbicht afkomstig was! Toegegeven, het werd niet in zijn kerk voltrokken, blijkens een bericht van de eigen correspondent van het Limburgsch Dagblad van enkele weken tevoren, 8 juli:

Bijzonder: de bruidegom is afkomstig uit Zeeland. Juist door de overstroming van 1953 daar werd het Carnaval in ’53 afgelast en zo ontstond het Vrijgezellenfeest op de grens van juli en augustus, zodat de 26 caféhouders wat verlaat een zekere compensatie kregen.

*) Maximumsnelheid wordt pas in oktober 2011 aan Van Dale toegevoegd; het begrip is in het midden van de jaren ’50 van de twintigste eeuw zeer gangbaar in de discussies rond verkeersveiligheid.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen