Kamertaal in 2018 in 8 blokjes (6)

Blokje 6 betreft onze minister-president Mark Rutte, laat ik hem in dit verband onze tetraglot noemen: hij uit zich in het openbaar viertalig. Natuurlijk is hij in de eerste plaats in het ABN te horen, de variant die we kennen als ABN met een vleugje Haags. Kijk voor voorbeelden in het boek Dat gezegd hebbend … Néderlands spreekt de premier van Nederland, maar hij is zó met z’n hoofd toezichthoudend minister van Buitenlandse Zaken, dat hij zichzelf hoorbaar geweld moet aandoen om te voorkomen dat hij Engels spreekt: op tv, in Nieuwspoort, in de Kamer. Ik noemde eerder in de lezing (maar hier niet opgenomen) de sovereign-debt-restructuring-mechanismeachtige oplossing, denk ook aan zijn uitspraak: “Dan was er natuurlijk de vraag hoe het zit met de Raad van State nu de regering naar aanleiding van de motie-Sneller toch bevallen is van een designatedsurvivorpolicy.” Of signaleer de nonchalante vreugde waarmee Rutte de Coördinatie-eenheid Contingency Planning and Preparedness naar voren haalt. Conundrum is bij Mark Rutte bijna een Nederlands woord, net als miscellaneous, unequivocally.

Tegelijkertijhijd (bekende Ruttiaanse accentuering) tegelijkertijhijd schakelt hij soms zomaar over naar het Haags. Zomaar of misschien juist bij de behandeling van zijn begroting waar immers ook het Koninklijk Huis onder valt. Hij zei in 2018: “Voorzitter. Dan krijgen we het vraagstuk van de openstelling van de — in plat Haags — “palèzûh”, die we hier de “paleizen” noemen.” Misschien hoor ik daar onterecht een verwijzing in naar Lucky TV.
Wat is hier plat, Plat-Haags: een diftong wordt een monoftong door het tweede deel van die tweeklank weg te laten. Zo legden Koot&Bie bepaalde leidingen naar Kijkduin en dat realiseerden ze als “èzere pèplèdinge naor Kèkdön”. Een interessante klankkwestie en dat plát noemen – ja, daar verzet zich een dialectoloog tegen.

Nederlands, Engels, Haags, in het pakket van Rutte bevindt zich nog een vierde taal, want de premier is Duits angehaucht. Duits is in de kabinetten-Rutte Chefsache. Hij en ik denk hij alleen is er de oorzaak van dat we in het Nederlands in 2018 zijn gaan spreken van een Spitzenkandidat. In de taal van collega’s in het kabinet is invloed van premier Rutte op dit punt nicht zu überhören maar dat gold bijvoorbeeld ook ten tijde van premier Lubbers dat de eerste man talig werd nagevolgd. Dat was niet zo bij minister-president Van Agt, die was eerder onnavolgbaar. Naar de bewindslieden nu in….

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Kamertaal in 2018 in 8 blokjes (5)

Blokje 5, een heel wat rustiger afdeling, die van de juristen en misschien meer traditionele ambtenaren in het algemeen. Ik versta daaronder de mensen die genieten van woorden die we in de Handelingen van 2018 kunnen vinden als niet-typegeclassificeerd, wezenlijke-economischeactiviteitseis en langetermijnevenwichtswaarden. Of nemen we de meerdaadsesamenloopregeling om een term uit de wereld van mijn kennis de oud-rechter te noemen, de man met wie ik m’n lezing opende maar hier digitaal verder alleen even in stilte groet.

In dezelfde wat juridische sector hoort een achtervoegsel dat zich stiekempjes aan het terugtrekken is uit het Nederlands, het bevindt zich in ambtshalve, beroepshalve, correctheidshalve, duidelijkheidshalve.
Dat is dus op z’n retour – we vinden in 2018 nog maar een handjevol voorbeelden in de Kamerverslagen, kortheidshalve nog het meest.


Posted in Uncategorized | Leave a comment

Kamertaal in 2018 in 8 blokjes (4)

Blokje 4 sluit hier wat bij aan, maar betreft specifiek het negatief worden van de inhoud van bepaalde woorden.
Ik geef een paar voorbeelden die niet zomaar voorbeelden zijn, want ze komen veel voor in de taal aan het Binnenhof: cultuur, verhaal (of verhalen) en politiek althans wanneer die woorden als rechterlid van een samenstelling gebruikt worden. In die positie krijgen ze een evident-negatieve inhoud, in 2018 streepte ik bijvoorbeeld de volgende cultuur-woorden aan: graaicultuur, wegkijk-, doofpot-, sorryzeg-, zwijg-, afrekencultuur. Typisch oppositietaal. Cultuur heeft een heel interessante geschiedenis: in de 19de en in de eerste helft van de 20ste eeuw was het in feite alleen gangbaar in de sfeer van land- en tuinbouw en visserij (koffiecultuur, mosselcultuur), daarna wordt het breder inzetbaar maar het is het lange tijd neutraal van inhoud (streekcultuur, orkestcultuur, jongerencultuur). Pas laat in de 20ste eeuw begint het negatieve te ontstaan en dat neemt de laatste jaren sterk toe. *)
Dat geldt eveneens voor –verhalen: hosannaverhalen, paniekverhalen, spook-, gruwel-, flauwekul- en indianenverhalen in de Handelingen van 2018 zijn toch allemaal afwijzend van inhoud.

Maar het toppunt lijkt me, hoe vaak het woord politiek negatief van strekking is in de taal van hen die nota bene politiek bedríjven. Wie de moeite neemt – en het is inderdaad wat bewerkelijk – om aan de hand van de Handelingen na te gaan wanneer een bepaald woord op -politiek voor het eerst vastgelegd is, die krijgt als beloning inzicht in de Binnenhofse taalontwikkeling.
De vroegste drie voorbeelden zijn handelspolitiek (in het jaar 1835), regeringspolitiek (1850) en kabinetspolitiek (1856 voor het eerst). We kunnen er een lange beschouwing aan wijden, maar slaan we simpelweg anderhalve eeuw over en kijken we naar woorden die na 2000 voor het eerst opgeschreven zijn dan zien we daar series gevallen als machopolitiek, geslotendeurenpolitiek, wildwestpolitiek, schoothondjespolitiek, loopgravenpolitiek, oogkleppolitiek, doorschuifpolitiek, oekazepolitiek, scorebordpolitiek, flauwekulpolitiek, megafoonpolitiek, middelvingerpolitiek, verhullingspolitiek, kretenpolitiek. Dat soort woorden zijn actuele ontwikkelingen in de taal van (ik zeg het nogmaals) politici zélf. Kretenpolitiek! Gauw naar….

*) Aanvulling 13.02.2019: In 2013 gebruikte Renske Leijten (SP) als eerste het woord wegmoffelcultuur. Eerder dit jaar, 29 januari 2019, vond Selçuk Öztürk (DENK) dat er bij Defensie een soort doofpotcultuur, een wegmoffelcultuur is. Hij was toen de tweede gebruiker van dat laatste woord.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Kamertaal in 2018 in 8 blokjes (3)

Blokje 3 betekenisveranderingen
Misschien weet u het niet, maar Van Dale registreert ’s nachts automatisch uit alle mógelijke bestanden, welke woorden ze nog niet in hun pakhuis hebben opgenomen. Dat is makkelijk: de redacteur komt ’s ochtends met een bakje koffie binnen, bekijkt de oogst en schrijft een leuk stukje over een nieuwe samenstelling, zonnekoorts, klimaatdrammer, groendrift – ik noem maar wat. Groendrift is een woord uit Telegraaf-artikelen tegen de Klimaatwet, wie weet geldt dat ook voor klimaatdrammer. Dat is dus makkelijk gevonden voor een woordenboekredactie die z’n techniek op orde heeft, maar veel moeilijker is het om de betekenis zich te zien veranderen. Dáar kunnen we ons nationale woordenboek echt betrappen op achterstallig onderhoud.
In de Tweede Kamer wordt bijvoorbeeld APK niet meer uitsluitend gebruikt voor het keuren van de auto, ze spreken er in 2018 ook van werk-apk, grondrechten-apk en mbo-apk. APK is dus breder inzetbaar aan het worden, ‘’es grondig kijken naar, in de revisie’.

Ik loop misschien een beetje vooruit op m’n eigen indeling maar laat ik minister Hugo de Jonge hier toch al citeren. Een vice-premier moet ik niet al te lang laten wachten. In november verdedigde hij z’n eerste eígen begroting in de Tweede Kamer en hij noemde zijn departement toen bij herhaling prachtig, bijvoorbeeld: “We zijn bijna een jaar met z’n drieën aan de slag op dat prachtige departement met die prachtige portefeuille.”
Hij hoorde – zei hij – uit de Kamer “prachtige voorbeelden van hoe koude techniek helpt om warme zorg te leveren.” En zo voort, of zoals men in het Parlement veel liever zegt: etcetera (etcetera).

We moeten ons echt even afvragen of minister De Jonge schoenen nog wel prachtig zou kunnen noemen of een baard. Prachtig was vroeger voorbehouden aan iets wat je zag met je ogen of esthetisch ervoer (in oudere Handelingen staat het woord gecombineerd met een uitgegeven boekwerk; de natuur; oude bomen; een foto), maar het wórdt dus ook ‘ontroerend, emotionerend’. Zoals in de taal van Hugo de Jonge.
Ik roep als getuige voor deze betekenisverbreding Connie Palmen in herinnering: zij deelde in maart 2010 in een advertentie mee, dat Hans van Mierlo was overleden: “mijn prachtige man”.


Posted in Uncategorized | Leave a comment

Kamertaal in 2018 in 8 blokjes (2)

Blokje 2 gaat over het langer en korter worden van woorden, in afwijking van wat tot dusver gebruikelijk was.
Nemen we een paar concrete voorbeelden van die nieuwe ontwikkeling die niet pas in 2018 is begonnen. Bij elk geval moet u bedenken dat de nieuwe vorm nog niet in Van Dale geregistreerd staat.
Bij het verkorten van bestaande woorden heb ik het over kasschuif en uitruk. U mag ook denken aan kabinetswissel. Echt een trend, die al eerder ingezet is getuige dat woord kasschuif, maar een geliefd spoor als we denken aan andere zoals bijstook, afvang, brandweeruitruk en weglek. Jesse Klaver merkte vorig jaar een keer op “dat die weglek naar buitenlandse belastingdiensten zo groot is”. Het gaat vooral om werkwoorden die teruggesnoeid worden tot hun stam, maar hierbij hoort ook bewoording, het nog niet algemeen gangbare enkelvoud van bewoordingen. Bewoordingen wás een plurale tantum, het is een gewoner woord geworden.

Nou kan iemand zeggen “kort is handiger, economischer”, maar ook komt verlenging van woorden voor en dat betreft vooral een intensivering van betekenis. Denk aan nieuwe meervouden van het begrip inzet zoals beleidsinzetten of van aanpak (zoals in wijkaanpakken, veiligheidsaanpakken) of minstens zo typerend Binnenhofs notaoverleggen, coalitie-overleggen, werkoverleggen, wetgevingsoverleggen. Die meervouden heeft Van Dale nog niet, evenmin als pluralia zoals verbeterslagen, inhaalslagen, bezuinigingsslagen, efficiencyslagen. Daar deden ze nog niet aan in – ik noem maar wat, meneer Van Agt – 1980.

Aanvulling 05.02.2019: Bij het debat vandaag over de klimaatplannen en het interview van Dijkhoff in De Telegraaf daarover, liet premier Rutte enkele malen het woord terugsluis vallen. Dat hoort uiteraard bij die kortstammen van hierboven.

Zie ook het stalletje boekwissel op Utrecht Centraal.


Posted in Uncategorized | Leave a comment

Kamertaal in 2018 in 8 blokjes (1)

Bij het Nijmeegse KDC (Katholiek Documentatie Centrum) stond Dat gezegd hebbend ... centraal op een bijeenkomst op 23 januari 2019. Oud-premier Van Agt was de hoofdgast, Johan van Merriënboer sprak er eveneens. Hans Krabbendam was de moderator.

Wat ik er te berde bracht was een inlegvelletje bij het boek dat eindigt op 31 december 2017 en had dus betrekking op de taal van de Tweede Kamer in 2018. Omdat Van Agt over acht dagen 88 jaar hoopt te worden, knip ik die bijdrage van mij in acht blokjes. Misschien heb ik improviserenderwijs gevarieerd ten opzichte van de tekst. Plaatjes volgen later.

Blokje 1 – Nieuwe woorden en voor/achtervoegsels.
In 2018 (het kalenderjaar 2018) bestaan de Handelingen uit een stuk of 9 miljoen woorden in totaal, zo’n 85.000 verschillende. Daarvan komen er zo’n 37.000 niet meer dan éénmaal voor – die zijn dus een hapax. (Het lidwoord de is de koploper in frequentie met bijna 600.000 voorkomens.)

Tussen dat alles bevinden zich elk jaar vanzelfsprekend nieuwe woorden die nog niet eerder in de Handelingen stonden, maar die laten zich níet zo gemakkelijk tellen of vaststellen. Soms hoor je het direct, als een afgevaardigde of een bewindsman iets bewust laat vallen, misschien met uitleg. Denk aan voorbeelden als de gehaktballennorm (Maarten Hijink), de meppenhoek (Fleur Agema), wc-eendonderzoek (Jasper van Dijk), spaghettidag (Bart Snels) of motiebacchanaal (Martin Bosma).
Dat betreft allemaal oppositiewoordvoerders – in Eppo Bruins van de ChristenUnie hebben we een sprekend voorbeeld van iemand uit de huidige coalitie die woorden creëert – of zijn medewerker. Eppo Bruins kent u van de meloen die doorgeslikt moest worden in verband met de kwestie van wat was het ook alweer. Hij bedacht vorig jaar een nieuwe aandoening of ziekte (“Waar ik een beetje bang voor ben is de excellenteritis van de VVD: alles en iedereen moet excellent worden.”), stelde naar vroegere voorbeelden een tantemonaregeling voor (in de richting van staatssecretaris Keijzer) en bedacht ook de hier wel toepasselijke Jozefeconomie (in gouden tijden, in vette jaren, moet je sparen voor magere) maar dat betreft wel de oudtestamentische Jozef.

Ik geef maar enkele voorbeelden – probeersels op dit vlak vanuit vak-K komen bij blokje 7.
Blokje 1 ronden we af met het noemen van één achter- en één voorvoegsel met toekomst.
Neem van het gymnasium het slot van het woord en plak dat aan de achterzijde van een naam voor een nieuwe opleiding. In 2018 kwam op die manier het teachnasium en het codasium voor het eerst in de Handelingen terecht. Googelen is nodig voor het achterhalen van de inhoud van doel en curriculum, maar klassieke talen horen er niet bij en daarom is -nasium of -asium hier een bedriegelijk suffix. Als deze ontwikkeling doorzet, is het gymnasium zélf straks terug bij af, een onderwijsvorm voor lichamelijke opvoeding; nu leer je er nog wat een hapax is. Ten slotte één succesvoller wordend vóorvoegsel met een desavouerende inhoud: plof-. We hebben nu naast de plofkip en plofkraken ook plofdaken, plofklassen en ploftickets.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Lijstjes aan het eind van het jaar

Vlak voor de sluiting van het Parlementaire jaar spreekt de voorzitter (m/v) een slotwoord uit. Dat was dit jaar erg kort, want de Kamerleden wachtte nog een toneelstukje in de oude vergaderzaal. Wat zou mevrouw Arib kwantificerend hebben kunnen zeggen, afgaande op de ongecorrigeerde Handelingen die in dit kalenderjaar verschenen zijn? Een aantal toppen van lijstjes: welk Kamerlid staat (sprekend of genoemd) het vaakst met naam in de Handelingen van het jaar 2018 vermeld? Welke fractie? Welke bewindspersoon? En welke geografische aanduiding scoort het meest?

Bij de Kamerleden moeten we niet denken aan de fractievoorzitters. Zij houden zich wat op de achtergrond, zoals ook de minister-president niet de meest genoemde persoon uit het kabinet is. Renske Leijten (SP) is nummer 1, op de voet gevolgd door Henk Nijboer (PvdA). Ik tel hen achtereenvolgens 2530 en 2529 keer. Met Thierry Baudet (FvD) en Martin van Rooijen (50PLUS) dalen we via de plaatsen 3 (2403) en 4 (2303) al wat in de frequentie en dat gaat verder via Lammert van Raan (PvdD), Sandra Beckerman (SP), Farid Azarkan (DENK), Suzanne Kröger (GroenLinks), Pieter Omtzigt (CDA). Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) is nummer 10 en ze onderstreept daarmee de hoge positie van haar fractiegenote Kröger die nog maar kort in de Kamer zit.

De SP is de meest genoemde of sprekende partij in 2018, afgaande op diezelfde Handelingen: 11221 x GroenLinks (10448) is tweede, direct gevolgd door de grootste fractie, VVD: 10431 x De plaatsen 4 en 5 zijn voor CDA en PVV. De PvdA volgt op bescheiden afstand maar er is daarna met 50PLUS op plaats 6 al een groot gat, respectievelijk 7127 x en 4935 x.

Welke bewindsman (m/v) is dé nummer 1 volgens dezelfde aanpak gekozen in diezelfde Handelingen? Eric Wiebes.

Ten slotte de geografische aanduidingen: naar welke landen, regio’s of plaatsen werd in 2018 het meest verwezen in de plenaire vergaderingen van de Tweede Kamer? Op grote afstand nummer 1 is Nederland (de naam Nederland en afleidingen daarbij gevoegd). Nummer 2 is voor het geheel dat bestaat uit Europa, Europees, Europese. Nummer 3 komt nog vóor Schiphol (nummer 4) en Amsterdam (nummer 5): Groningen. Zet de centrale verwarming wat lager en vraag u af, hoe zou dat toch komen.

Lange en erg lange woorden bevatten die Handelingen ook. Kom naar Nijmegen op 23 januari a.s., daar zal ik ze in mijn bijdrage noemen.

Dat gezegd hebbend … de beste wensen!

Posted in Uncategorized | 1 Comment