De naam van Prof. Popma werd door Hermans in Onder professoren niet aangepast: hij was slechts een figurant en voldeed aan Hermans’ belangrijke aandachtspunt dat mensen in Groningen en Friesland familienamen op een -a dragen.
In dat opzicht oogt het boek serieus, al bakt de schrijver ze bont en bruin door de bloemist van het etiket Blomminga te voorzien en de bakker van de naam Smullema. Nomen est omen! Dat gaat nog meer op voor de chauffeur die Bromminga heet, hij bestond het om de Nobel-prijswinnaar niet verder dan een klein stukje mee te laten rijden naar de wijk die in de werkelijkheid Paddepoel heet, in Hermans’ wereld met een zwartere uitstraling Modderpoel geheten.
K. ter Laan verwijst in het Nieuw Groninger Woordenboek naar de briljante Groninger taalgeleerde Wobbe de Vries (vader van Hendrik) voor de verklaring van de naam Paddepoel: “De Vries onderstelt een mansnaam Pada. (‘t Ned. pad, het dier, is por; daar kan de naam dus niet van komen.)”

Schonk de waterliefhebber Jan Samuel Niehoff daar aandacht aan in zijn Leer mij ze kennen….? Onder die titel verschenen er van allerlei regio’s en grote plaatsen in Nederland succesvolle boekjes halverwege de jaren ‘60 van de vorige eeuw. Ergens heeft m’n exemplaar over de Groningers zich teruggetrokken in de boekenkast. Hermans had van het boek kennis genomen, althans hij verwijst er eenmaal stilzwijgend naar. Het is een van die vele herkenbare, reële elementjes uit de tweede helft van de jaren ‘60 die de lezer van Onder professoren tegen kan komen. Van Jaap Fischer en diens Ei tot het hongerende Biafra, het stukje Afrika dat sterk doet denken aan wat er nu gebeurt in een strook in het Midden-Oosten.
Het begint direct met het wakker worden van professor Dingelam op zaterdagochtend! Zaterdag, het is inmiddels de vrije zaterdag waarvan de invoering begon vanaf de vroege jaren ‘60 en dus is het weekend begonnen.
De witte slijter en een witte pomp waren destijds aanduidingen voor merkvrije adressen, goedkope drank en benzine betreffend. Ander wit was dat van de witte tornado uit de reclamewereld (was het Ajax uit te spreken op z’n Frans?).

Hermans keek waarschijnlijk met een zekere graagte naar reclames op tv – mogelijk was dat sinds begin 1967 – en vooral met ergernis over de taal als de gewone man/vrouw er aan het woord kwam. Op de voxpop hád WFH het niet.
De haiku is een geïmporteerde dichtvorm uit de jaren ‘60; rond 1970 was er discussie over God is dood, waardoor we in Onder professoren kunnen lezen dat de theologie (Godkunde) veranderd werd in Menskunde. In Groningen stond een bekende studentenpredikant ds. M.A. Krop die niet bang was om daar landelijk heldere uitspraken over te doen: dood is dood. Allerlei dingen en dingetjes die voorkomen in Onder professoren (1975) moeten in een ruime tien jaar daarvoor verzameld zijn en daarna door de auteur in kaart gebracht, zijn eigenlijke vak.
Laten we nog eenmaal kijken naar Onder professoren. Wordt vervolgd.
Correctie 10.08.2025: ik schreef regels hierboven “God is door”, nu gecorrigeerd tot “God is dood”.












