Die Utrechters, die Friezen, die Limburgers: een verbazend staatje

Wát een aandacht in de afgelopen dagen voor Groningen en de aardbevingen daar. En dat terwijl NRC Handelsblad het geheime rapport tussen overheid en mijnbouwfirma’s al enkele dagen lang na de scoop van het Dagblad van het Noorden links laat liggen. Dat rapport dat ook voor twee specialisten nieuw was in de hoorzitting gisteren in de Tweede Kamer.

In die hoorzitting hadden voorzitter Farid Arkazan en Thierry Baudet het enkele malen – toch een beetje genant – met elkaar aan de stok. Baudet was me een paar weken geleden opgevallen toen hij in de Tweede Kamer pleitte voor een simpele oplossing: “hup, we gaan het doen; over twee weken hebben we het geregeld en op 1 juli hebben al die Groningers uiterlijk het geld op hun rekening.”

Dat was een directe aanpak waar vanaf de tribune niet voor geapplaudisseerd werd en minister Wiebes reageerde er evenmin op. Toch gebeurde in de formulering van Baudet iets bijzonders, want hij sprak van die Groningers met aanwijzend voornaamwoord en al. Gebeurt dat vaak in ons belangrijkste Nationale Parlement, dat talig op afstand gaan ten opzichte van een deel van de inwoners van het land? Een rondje langs de velden op basis van de Handelingen vanaf het parlementaire jaar 1994-1995.

Let op: het gaat om die als aanwijzend voornaamwoord.

  • Die Utrechters: 0x
  • Die Brabanders: 0x
  • Die Drenten: 0x
  • Die Overijsselaars: 0x
  • Die Gelderlanders: 0x

 

  • Die Friezen: 1x door Harm Beertema (PVV) in verband met Dokkum en Zwarte Piet.

 

  • Die Zeeuwen: 2x, beide malen in verband met de ontpoldering (Hedwige). Eenmaal door Stientje van Veldhoven (D66) en eenmaal door Henk Bleker als staatssecretaris.

 

  • Die Hollanders: 3x. Maar in alle drie de gevallen betreft het de blik vanuit het buitenland (tweemaal Vlaanderen en eenmaal “de wereld”) en heeft het betrekking op wat wij eerder Nederlanders zouden noemen.
  • Die Limburgers: 3x, waarvan tweemaal door iemand die uit die provincie afkomstig is (Jos van Rey (dan nog VVD) en Dion Graus (PVV)) en eenmaal door een spreker met wortels van op geringe afstand, Henk Leenders (PvdA).

Kennelijk doet de werkelijke afstand tot Den Haag ertoe óf de gevoelde, maar in Limburg ligt het juist andersom! Misschien is het ook een kwestie van problematiek, want waar er sprake is van die Groningers ging het in de Tweede Kamer steeds over de problematiek van het aardgas, dat product dat destijds in de Troonrede omschreven werd als “de aardgasvondsten in het Noorden des lands”. Die “zullen voor de genoemde versterking van onze economische structuur een welkome bijdrage zijn” werd er in één adem aan toegevoegd door Koningin Juliana (1962).

  • Die Groningers:

Mw Klever (PVV), mw Schouten (CU), dhr Wassenberg (PvdD), minister Kamp, mw Mulder (CDA), mw Beckerman (2x), dhr Graus (PVV “die Limburgers en die Groningers”), mw Van Tongeren (GroenLinks, 2x), dhr Baudet (FvD). Op de een of andere manier is dat verrassend, samen 12 x, meer dan al die andere regionale ingezetenen bij elkaar. De vlag uit voor Groningen.

GRONINGER VLAG (Google-afbeeldingen)

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

Houderij: hollend naar Holland

Hier treffen elkaar werelden, in het Verantwoordingsdebat over 2016 in de Tweede Kamer van 31 mei 2017. De woordvoerder van de SGP, Elbert Dijkgraaf, interrumpeert Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren. In de wereld van de Schepping naar de voorstelling in de ouverture van het Oude Testament – het milieu van de Staatkundig Gereformeerde Partij – worden bij wijze van voltooiïng eerst de vogels en de vissen gecreëerd, daarna de landdieren en ten slotte de mens. Toch is de gedachtenwisseling tussen de twee volksvertegenwoordigers veel minder harmonieus dan op basis van Genesis 1 gedacht zou kunnen worden.

Uit de Handelingen der Volksvertegenwoordigers:

“Dijkgraaf: (…) ik wil de inhoud van de bijdrage van de heer Van Raan toch serieus nemen en hem de volgende vraag stellen. Als je ergens in Europa een varkensschuur openzet, zullen alle varkens naar Nederland hollen. Is dat volgens hem niet waar?

Van Raan: Dat is niet waar. Die varkens zullen niet naar Holland hollen, nee.

Dijkgraaf: Misschien is mijn vraagstelling niet duidelijk geweest. De Nederlandse houderij van varkens, kippen, koeien, en alle sectoren van de Nederlandse landbouw behoren gewoon tot de top van de wereld als het gaat om natuur en milieu, maar ook als het gaat om dierenwelzijn. Is dat volgens de heer Van Raan niet zo?

Van Raan: Ik dank de heer Dijkgraaf voor zijn vraag. Nee, dat is niet waar. Bovendien is het eigenlijk een valse tegenstelling. Het gaat er niet om hoe goed het gaat, maar het gaat erom dat we het terugbrengen. De ecologische voetafdruk van deze giga-industrie is zodanig dat dit niet vol te houden is.” Tot zover deze lezing uit de Handelingen.

 

DIJKGRAAF (website TK)

VAN RAAN (website TK)

Mensen kunnen met hun voeten stemmen – het was in 2015 het grootste politieke probleem en het echo van wat ter rechterzijde als een stroom of tsunami werd voorgesteld klonk een poosje door – en naar dat voorbeeld laat Dijkgraaf varkens theoretisch met hun poten kiezen. Ze komen naar Nederland, denkt hij, immers “alle sectoren van de Nederlandse landbouw behoren gewoon tot de top van de wereld als het gaat om natuur en milieu, maar ook als het gaat om dierenwelzijn”. Zo werd er bij de SGP in 2017 gedacht en zonder twijfel ook in het CDA en de ChristenUnie. Misschien denkt Landbouwminister Carola Schouten (CU) na een reeksje affaires genuanceerder over de sector – stiekem misschien wel meer in de lijn van de PvdD die bij monde van Van Raan sprak van een “ecologische voetafdruk van deze giga-industrie”. Dat klinkt naar Nederlands waar een Engelse footprint in te horen is. Het is de 8ste betekenis uit de Oxford English Dictionary: “The impact of human activity on the environment, esp. with regard to pollution, loss of biodiversity, or consumption of natural resources; an instance of this; the magnitude of this.”

Niet helemaal nieuw in dat debatje is het gebruik van het woord houderij. Dat vindt de precieze gebruiker van Van Dale nog niet in dat woordenboek (het kan tegenwoordig elke dag veranderen), maar wel de vorm –houderij. Het streepje geeft aan dat het trefwoord alléen wordt waargenomen als het vastgehecht is aan een ander woord. Dit is wat het woordenboek ongeveer over het gebruik zegt:

  1. abstract in samenstellende afleidingen die betekenen: het houden en fokken van het in het eerste lid genoemde: bijenhouderij, eendenhouderij (…)
  2. concreet in samenstellende afleidingen die betekenen: bedrijf waar het in het eerste lid genoemde wordt gehouden en gefokt: schapenhouderij, veehouderij.

In de Tweede Kamer kwamen enkele malen moties voor waarin er sprake was van veetransport en -houderij. Omdat dergelijke kameruitspraken worden voorgelezen, is het denkbaar dat via motietaal de stap bevorderd is van –houderij naar houderij en dat langs die weg een zelfstandig woord is geworden wat voordien alleen een afhankelijk bestaan kende als rechter deel van de samenstellende afleiding die Van Dale tweemaal noemde.

“Woordwording van affixen” noemde de Nijmeegse taalkundige L.C. Michels dat een halve eeuw geleden, een deel van een woord begint voor zichzelf. Misschien is zijn omschrijving wél van toepassing voor tig dat ontstaan kan zijn uit –tig en dus uit twintig, dertig, veertig of voor schap (zoals in Landbouwschap, Productschap) en net niet voor zoiets als dat stukje –houderij, het is desondanks een vergelijkbaar procédé. Van een samenstellende naar een gewone afleiding.

Prof. Michels (r) wenst Anton van Duinkerken geluk (KDC)

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Ongebruikelijker grammaticaal regelverlies

Neem deze kop in een internet-uitgave van NRC Handelsblad: “Veiligere kernenergie kan, maar komt het er ook?” Laten we een vraagteken zetten achter het woord veiligere: is driemaal dezelfde neutrale klinker niet wat veel? We zeggen iets als “veiluggurruh” en een trio stomme e’s vindt het Nederlands echt veel. Hetzelfde maar dan met een ander woordgebruik: drie opeenvolgende sjwa’s, daar zijn we niet zo op gesteld.

NRC Handelsblad 07.01.2018

 

 

 

 

 

Wat zegt de Taaldviesdienst van Onze Taal? Ze spreken erover in combinatie met een comparatief: “als er in zo’n verbogen vergrotende trap drie of meer onbeklemtoonde lettergrepen op elkaar volgen (zoals in ongebruikelijkere), mag de buigings-e ook vervallen: een ongebruikelijker procedure.

Sommige mensen vinden de vormen zonder buigings-e mooier, maar anderen vinden dat het weglaten van de e de woordgroep een (te) formeel karakter geeft. Daarom geven zij de voorkeur aan de vormen mét e. Het is dus vooral een kwestie van smaak, zoals de Algemene Nederlandse Spraakkunst ook aangeeft.”

De Taaladviesdienst beschouwt dus ook gevallen als betrouwbaarder(e) vanuit hetzelfde perspectief als veiliger(e) en gelijk hebben ze. Veiligere en betrouwbaardere horen op één lijn, we kunnen dus zowel van veiligere als veiliger kenenergie spreken, ook van betrouwbaardere en betrouwbaarder energie.

Ik vind de korte variant (veiliger, betrouwbaarder) lekkerder bekken, – misschien vind ik het wel plezierig zélfs al weet ik dat de regels daarmee wat moeilijker leerbaar worden. Denk aan het probleem om aan niet-Nederlandstaligen uit te moeten leggen wat wij op gevoel mooier of minder fraai vinden. (In de Engelse fonetiek heet dit verkorten van twee of meer zwakke klinkers achtereen Compression. Een woord als disastrous gaat in feite terug op zeg maar “disasteres”: disaster + ous.)

Komen die langere varianten in de Handelingen van 2017 (maart/december) voor? Jazeker, deze streepte ik aan:

aantrekkelijkere, afrekenbaardere, belangrijkere, betrouwbaardere, duidelijkere, eenvoudigere, eerlijkere, ernstigere, evenwichtigere, filosofischere, flexibelere, fortuinlijkere, gevaarlijkere, grootschaligere, gunstigere, heftigere, helderdere, kansrijkere, kleinschaligere, kleurrijkere, kwetsbaardere, laagdrempeligere, landschappelijkere, langdurigere, makkelijkere, milieuvriendelijkere, moeilijkere, onveiligere, overzichtelijkere, praktischere, prettigere, rampzaligere, rechtvaardigere, ronkendere, rustigere, schadelijkere, stelligere, stevigere, veiligere, vervelendere, vervuilendere, voorzichtigere, vrolijkere, zuinigere, zuiverdere.

Telkens wordt zo’n woord dus gevolgd door een zelfstandig naamwoord (belangrijkere partijen, een belangrijkere rol e.d.). Zien we de kortere vorm belangrijker ook optreden in diezelfde positie? Ja, viermaal:

  • Zouden we niet moeten proberen om weer tot een houderij te komen waarin dierenwelzijn een belangrijker plaats krijgt? (staatssecretaris Van Dam)
  • dus dat je het het onttrekken aan het toezicht een belangrijker punt vindt dan het feit dat dat dingetje kapot is (staatssecretaris Dijkhoff)
  • Ik verwacht dat het een veel belangrijker onderwerp zal worden, ook op de cao-tafels. (staatssecretaris Van Rijn)
  • Geleidelijk nam, onder de druk van oorlogen tussen rivaliserende steden, de organisatie van de polis een steeds belangrijker plaats in. (Van Rooijen 50PLUS)

Maar op enkele van die plaatsen kán belangrijkere niet opereren omdat het zelfstandig naamwoord onzijdig is (het punt, het onderwerp) en dus vinden we maar tweemaal belangrijker waar belangrijkere ook had gekund. De kortere vorm vinden hedendaagse politici dus veel en veel onwenselijker varianten dan de langere… *) Het Nederlands is bezig, een grammaticale regel te verliezen. Of liever een uitzondering op de regels.

*) Tenzij de Dienst Verslag en Redactie op dit punt systematisch ingrijpt en sprekers (bijna) steeds naar eigen normen laat spreken: dat heb ik niet nagegaan.

In de leesbare beurt-column over de VVD op de website Parlement en Politiek door Bert van den Baak, schreef hij een paar dagen geleden in de aanlooptekst: “De VVD is tijdens haar 70-jarige bestaan een steeds dominanter rol gaan spelen in de Nederlandse politiek.” (26.01.2018) Een steeds dominanter rol lijkt bijna een reactie van verzet tegen die té lange vormen als in veiligere kernenergie.

Een dominanter rol lijkt me overigens een hypercorrecte variant van een dominantere rol.

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Mensenrechtengestoeld en klimaatready

De Schoolmeester, Charivarius (een naam die verwijst naar een volksgericht en uitjoelen maar die in werkelijkheid dr. Gerard Nolst Trenité heette, hij leefde van 1870-1946) betrok een eeuw geleden nogal duidelijk positie tegen wat hij beschouwde als foutief taalgebruik. Geen wonder dat een van zijn publicaties – en succesvolle publicaties – de naam droeg van Is dat goed Nederlands?

 

 

 

 

 

 

Het getoonde boekje is van 1940, het jaar waarin niet alleen de eerste, maar ook deze tweede druk verscheen.

Voor de liefhebber staan daarin tal van tips bijeengebracht, zoals het tegenover elkaar plaatsen van wat fout is (bv. Ik kan het me begrijpen) en wat voor de Schoolmeester correct (Ik kan het me verklaren). In dit geval is het antwoord op de vraag naar het waarom van die verbetering: zich verklaren is juist, zich begrijpen niet.

Charivarius onderscheidt precies tussen terugkomen op een voorstel en terugkomen van een voornemen. Het eerste omschrijft hij als “opnieuw behandelen”, het tweede “opgeven”. Ook spreek- en schrijftaal probeert hij van elkaar te scheiden. Zo brengt hij maar onder de eerste variant (spreektaal), echter en doch onder de tweede variant, dus elk van die laatste beide is een woord voor de geschreven taal. Misschien en volstrekt niet (praten) staan in het boekje net zo tegenover wellicht en geenszins (schrijven).

Binnen de veelheid van Is dat goed Nederlands? bevat bladzijde 38 ook een uitval naar “het dogma kort is beter dan lang, dat in zijn algemeenheid onverdedigbaar is”. Charivarius schrijft dat naar aanleiding van de voorbeeldwoorden zonbeschenen, luchtgedroogd en gasgevuld. Hij pleit dus in 1940 voor door de zon beschenen, in de lucht gedroogd, met gas gevuld. Om vergelijkbare redenen wijst hij bijvoorbeeld noodgedwongen af, dat moet iets zijn als door de noodzakelijkheid gedwongen.

  • Enkele gevallen waar Nolst Trenité tegen zou hebben kunnen fulmineren, ontleend aan de ongecorrigeerde Handelingen van de Tweede Kamer in de periode eind maart tot eind december 2017. Zekere minister had het daaarbij over ODA-gelden en SDG’s. Aha! En die laatste zijn eigenlijk mensenrechtengestoeld, zo verklaarde ze.
  • Dezelfde bewindspersoon zei in reactie op vragen uit de Kamer: “Het nationaal klimaatfonds, waarnaar ook gevraagd wordt, zal natuurlijk nadrukkelijk bedoeld zijn voor activiteiten die klimaatrelevant én ontwikkelingsrelevant zijn.”
  • Een andere minister – er wordt in het Nederlandse parlement niet altijd direct-verstaanbaar Nederlands gesproken – verklaarde omtrent de proportionaliteit in zijn sector dat deze zéer innovatief was. Sterker, hij zei onomwonden: “De sector is zeer technologiegestuurd.”
  • Een staatssecretaris kwam te spreken over de Omgevingswet – iets waar de Schoolmeester geen pijlen op zou kunnen richten, zo simpel is daarvan de benaming, maar dat geldt voor de meeste aanduidingen van wetten. De staatssecretaris: “Dan de Omgevingswet. Tijdens de behandeling daarvan heeft D66 er altijd voor gepleit dat die wet echt klimaatproof moet zijn. Zitten daar voldoende instrumenten in om ook de steden te helpen bij hun eigen afwegingen om die stad klimaatneutraal of klimaatready te maken in hun ruimtelijkeordeningsbeleid?” Nauwelijks later had ze het over een expertisecentrum klimaatadaptatie.

Over klimaatready gesproken. In 2016 sprak een motie al van NOM-ready woningen, verklaarde een andere Kameruitspraak “een woning als nul-op-de-meter-ready te typeren”. Ook in 2016 en eerder ging het over vrouwelijke commissarissen die board-ready waren dus in feite benoembaar. Al in 2008 had mevrouw Wiegman (CU) het over nieuwe kolencentrales die ze CCS-ready noemde; in 2007 zei Pieter van Geel CDA “dat bij het realiseren van deze centrales toekomstige opslag van CO2-afvang mogelijk wordt gemaakt. Dat heet in technische termen capture-ready.” Het morfeem –ready moet dus wel via het klimaat-Engels het Nederlands binnen gekomen zijn.

Nolst Trenité (Annie de Meester)

 

 

 

 

 

De Schoolmeester was een eh expertisecentrum tekst-adaptatie in persoon. Voor hem bevatten de Handelingen veel tekst die als correctie-ready aangemerkt kan woorden.

 

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Boetseren van de werkelijkheid: gewoon accepteren

Voor de tweede maal zorgde journalistieke arbeid gisteren voor een debat in de Tweede Kamer. Nu was het de betrouwbaarheid van de politiek met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek op het WODC en het ministerie dat ik maar kort dat van Justitie noem. De journalist Bas Haan van Nieuwsuur haalde al eerder iets boven water en hij schreef er een boek over: De rekening voor Rutte. Minister Van der Steur trad er geëmotioneerd en omhelsd door de premier om af aan het eind van z’n verdediging in de Tweede Kamer. Het is goed mogelijk dat juist die emoties en niet zozeer de feiten het langste echo hebben voor iemand die het debat bijwoonde of het op de televisie zag. Het boek van Haan riep bij mij iets veel akeligers op: het schrikbarende gemak waarmee de waarheid aantoonbaar omgeboetseerd wordt.

De waarheid aanpassen aan dat wat op een bepaald moment gewenst is, dat is een van de kwaliteiten van premier Rutte en hij gebruikt daar vanzelfsprekend en met ogenschijnlijk gemak de taal voor. Laten we een kleine opsomming geven uit de zaak rond het schadeprotocol: dat moeten de Groningers doorlopen als zij aan hun huis iets gemerkt hebben van aardbevingseffecten die het gevolg zullen zijn van de gaswinning in die provincie.

Dat protocol is in maart 2017 buiten werking gesteld in afwachting van een nieuwe regeling. Als er na de dreun bij Zeerijp duizenden schademeldingen bij komen op de grote stapel waar niets mee gedaan wordt in afwachting van dat nieuwe protocol, dan is de logische vraag: how come? Een aantal uitspraken op een rijtje – ze zijn gemakkelijk controleerbaar voor wie de exacte woorden zoekt:

  • De aftrap is op de wekelijkse persconferentie van de MP na de ministerraad van 12.01.2018. De premier deelt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk, want hij zegt in zijn korte inleiding: “Binnen enkele weken moet het protocol nu af zijn en dat vraagt betrokkenheid en voortvarendheid van alle partijen. Het is niet alleen een zaak van de Rijksoverheid, maar ook de regionale partijen. Gezamenlijk moeten we daar nu snel uit zijn.” De premier zegt letterlijk dat het snel moet: “binnen enkele weken moet het protocol nu af zijn”. Hij benadrukt diverse malen dat het niet alleen een zaak van Den Haag is, hij spreekt ook van “de spelers daar” in Groningen en heeft het over onderhandelingen “daar tussen de partijen in het gebied zelf en tussen de partijen daar en het kabinet”. Den Haag kan niet meer doen dan wat er gedaan is, want “anders moeten we het bestuur van Groningen naar ons toetrekken”. Voor de aanwezige vragenstellers is het beeld: het schadeprotocol komt er maar niet en dat is een gevolg van bestuurlijke onmacht, iedereen kijkt maar naar elkaar en intussen gebeurt er niets.
  • Dat leidt diezelfde dag nog tot een kwade reactie van de verantwoordelijk Gedeputeerde in Groningen (Eikenaar, SP) die via de provinciale zender de totale schuld in Den Haag legt: minister Henk Kamp blokkeerde de voortgang als gevolg van de demissionaire status van het kabinet. CdK René Paas zegt hetzelfde diezelfde dag in vriendelijker bewoordingen in Nieuwsuur.
  • Op 14.01.2018 krijgt de premier alle ruimte bij en van Paul Witteman in Het Buitenhof. Het boetekleed trekt hij ruiterlijk aan en de wending kan nauwelijks groter zijn: ze hebben gelijk in Groningen, het is geen gemeenschappelijke schuld, het lag aan Den Haag, dat wil zeggen aan de lange duur van de kabinetsformatie.
  • Maar daarmee krijgen met name de motorblokpartijen CDA en D66 de medeverantwoordelijkheid in de schoenen geschoven en daar passen Buma en Pechtold voor, zo blijkt uit reacties van hen op 15.01.2018.
  • Een week na de eerste persconferentie is er de tweede, vrijdag 19.01.2018. De premier is terug bij de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Z’n indruk is dat er nu, na het debat dat deze week in de Kamer geweest is, dat er “ook met maatschappelijke partijen in Groningen, heel goed wordt samengewerkt om snel tot een afwikkeling van de schade te komen. Iedereen wil dat zo snel mogelijk.”

Een week na het schuiven, verleggen en draaien op het punt van de verantwoordelijkheid voor de stilstand in Groningen rond de duizenden schadegevallen is de minister-president terug bij zeven dagen tevoren. De verantwoordelijkheid is weer een gezamenlijke kwestie, er wordt ook weer met maatschappelijke organisaties gesproken, ja in Groningen is het tempo nu zelfs niet meer zo van belang. In de woorden van de premier op z’n persconferentie van afgelopen vrijdag: “Gegeven waar die discussie nu staat, en dat ziet er echt een stuk beter uit dan vorige week vrijdag, ook die samenwerking, wil ik hier niet nu zeggen: dat moet binnen zoveel dagen. Maar merk ik bij iedereen de behoefte om het zo snel mogelijk te doen.”

Ten slotte. Bij Jinek blijkt Sybrand Buma op 22 januari – de avond van de tweede fakkeloptocht in Groningen – verrast door wat Rutte op 12 januari op zijn eerste persconferentie had gezegd. Spreekt hij Mark Rutte daar bijvoorbeeld in het coalitieoverleg op aan? Op zijn bevestigende antwoord vraagt Jinek: En, wat is dan zijn reactie? Buma zegt vervolgens wat Rutte vrolijk antwoordt: “Dankjewel!” en concludeert: “Dat accepteert hij gewoon.” De CDA-leider benadrukt dat het niet gaat om wie er wat op welk moment zegt.

Boek Bas Haan website Prometheus

Aanvulling 17.02.2018: Aan het eind van de week die begon met het verhaal van de Volkskrant over het datsja-verzinsel van Halbe Zijlstra is duidelijk, hoezeer aanvankelijk volgens hetzelfde boetseer-model in VVD-kring is geopereerd.

de Volkskrant 17.02.2018

 

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

Op de schop (vervolg)

Twee citaten van woordvoerders in de Tweede Kamer zullen illustreren dat sprekers soms kunnen denken aan op de schop nemen, terwijl zij daarentegen spreken van op de schopstoel. Op zich is dat voorstelbaar: waar de vorm op elkaar lijkt zoekt de inhoud toenadering. (Of onderscheidt u, lezer, precies tussen motivatie en motivering, tussen waters en waterenzoel en zwoel?)

– Huub Franssen (PvdA) wordt bij de behandeling van de Kaderwet bestuur in verandering op 15 december 1993 in de Handelingen als volgt geciteerd: “De Kaderwet is een wet met veel pretenties. Het rapport van de commissie-Montijn beoogde om voor de echt grootstedelijke gebieden een oplossing te bieden. Wij hebben niet de pretentie om het hele land op de schopstoel te nemen. Doe het simpel met de bestaande middelen als het kan. Haal geen nieuwe dingen overhoop als dat niet hoeft. Zorg voor krachtige en volwaardige gemeenten en voor een krachtig middenbestuur op afstand en vermijd onnodige hulpconstructies.” (Eerder dat jaar gebruikt minister Hirsch Ballin de schopstoel op een manier die een beetje twijfelachtig is.)

– Op 19 maart 1997 is de Gemeentelijke herindeling in de provincie Drenthe aan de orde. Koos van den Berg (SGP) zegt volgens het verslag: “Als wij zo tewerk gaan – “waarom zou je het niet doen” – kunnen wij inderdaad het hele land, ook de landelijke gebieden, op de schopstoel nemen en overal een ingrijpende herindeling op loslaten.”

In beide gevallen wordt de uitdrukking op de schop nemen bedoeld en niet die met de schopstoel. Daarop zat een slachtoffer en de stoel (naar Van Dale) ‘een strafwerktuig waaruit veroordeelden, met de handen op de rug gebonden, omhoog geslingerd werden’*) en dat kan moeilijk geassocieerd worden met iets als een gemeentelijke herindeling. Het martelwerktuig kan geen rol spelen in de voorstellingen van iemand die in de Tweede Kamer spreekt van de EU of een bestuur van een land op de schopstoel: daar is wellicht eerder aan een wip of wipstoel gedacht. Dat was in de Kamer het geval in bijdragen van Eimert van Middelkoop (GPV/CU, 3 december 1998 over Europa), Piet Jongeling (GPV/CU op 11 november 1975 over de positie van Zuid-Afrika in de VN) en de communist Jan Hoogcarspel (op 19 juli 1950 over het overleg met Indonesië over Nieuw-Guinea, terwijl het Indonesische bewind onvast in het zadel zit).

Normaal gesproken gaat het bij op de schopstoel zitten over mensen. In feite hangt het eenvoudigweg van de partij van de woordvoerder af, of het om beter of minder goed gesitueerden gaat. Minister Van Aardenne wil in 1985 geen directeur-generaal op de schopstoel benoemen, Jan te Veldhuis vreest bij de nieuwe procedures voor burgemeestersbenoemingen: “Een openbaar solliciterende wethouder of burgemeester van een andere gemeente komt in zijn eigen gemeenten op de schopstoel te zitten. Men kan politiek gezichtsverlies lijden als men niet benoemd wordt.” (13 september 2000) Van Aardenne en Te Veldhuis spraken beiden namens of behoorden tot de VVD. Dat gold ook voor Edzo Toxopeus, die het in 1960 als minister van Binnenlandse Zaken opnam voor provinciebestuurders op de schopstoel.

Tjeerd Krol (CHU) vreesde in 1951 voor de positie van particuliere vervoerders: de CHU stond dichter bij de VVD dan de ARP van Wil Albeda die iets meer links gericht was. Albeda schreef in 1980 als minister van Sociale Zaken over illegalen op de schopstoel. Via de AR komen we bij de CPN en later de PvdA (vooral Hans Spekman) gevolgd door de SP. Dat zijn de partijen die opkomen voor huurders, (al dan niet tijdelijke) arbeidskrachten, illegalen e.a. De allerlaatste die de uitdrukking tot dusver gebruikte was minister Asscher (PvdA) op 2 december 2015: “Wij hebben ook geïnvesteerd in mensen die op de schopstoel zaten, in oudere werknemers die er misschien uit moesten. Daar is naar gekeken en er is weer geïnvesteerd in hun ontwikkeling. Zij zijn soms begeleid van de ene naar de andere baan. Ik denk dat dit ongelooflijk belangrijk is.”

De vreemdste uitlating in dit geheel komt op naam van de agrariër en D66’er Pieter te Veer: hij sprak in 1997 van 45.000 varkensrechten die in Helmond op de schopstoel zaten en die verhandeld of vervoerd moesten worden.

 

*) Wikipedia geeft ook andere termen, waaronder wipgalg. Dat is de sector folterwerktuigen, iets voor de overburen van Het Binnenhof in Den Haag in het museum De Gevangenpoort aan Het Buitenhof).

GEVANGENPOORT

 

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Op de schop

“Mijnheer de Voorzitter! Ga ik bij de ruilverkavelingswerken uit van de normale, intussen en na 1 januari zeker te lage norm van f 2500, dan betekent die 11,5 mln., die ik zoëven overhield, een aantal van 4500 ha. meer, welke op de schop zouden kunnen worden genomen.” Het is 4 december 1963, de eerste maal dat het figuurlijke gebruik van iets op de schop nemen in de Handelingen van de Tweede Kamer vindbaar is. En zo figuurlijk was het nu ook weer niet wat KVP-woordvoerder Kolfschoten te berde bracht: de schop was wel een zeer logisch voorwerp in het kader van het onderwerp ruilverkavelingen.

Dat het letterlijke aanvankelijk duidelijk doorklonk in wat zich ontwikkelde tot een figuurlijk gebruik van op de schop nemen, was twee jaar later hoorbaar bij een debat over de gemeentelijke herindeling rond Leiden. Piet Elfferich (ARP/CDA, telg uit een bekende tuindersfamilie, weet Parlement en Politiek te melden) verwees naar de PvdA-woordvoerder toen hij zei: “Met een wat cultuur-technische term zou ik met de heer Scheps willen zeggen dat ik het gevoel heb dat althans dit deel van dat gebied nog weleens „op de schop” zal komen. (2 november 1965) Dat was de tweede maal dat de uitdrukking figuurlijk gebezigd werd in een plenaire vergadering van de Tweede Kamer maar ook weer in een nauwe relatie met grond. 1)

Klaas Beuker (RKPN, conservatief katholiek die zich juist tegen KVP’ers en andere r.k.-instellingen richtte) daarentegen gebruikt op de schop nemen op een andere figuurlijke manier (30 januari 1974) als hij zegt tegen de KVP-woordvoerster: “Collega’s vroegen mij gisteren: Wie neem je op de schop? Ik ben begonnen met te zeggen dat ik niemand op de schop neem, geen regering en geen partijen.” Beuker was inderdaad de woordvoerder van een behoudend-katholiek deel van de KVP. Een week later (5 februari 1974) somt hij onderwerpen uit het katholieke dagblad De Tijd op om te illustreren dat dit blad geen rechtse signatuur meer heeft: “Verder staat er een heel verhaal in van een ontspoorde theoloog die allerhande katholieke principes op de schop neemt”; – ook hier heeft op de schop nemen de betekenis van ‘het gemunt hebben op, aanschoppen tegen’ maar dat particuliere gebruik heeft zich niet doorgezet.

De nog juist letterlijke kant van op de schop nemen komt vaker aan de orde, de nieuwe, echt figuurlijke inhoud is pas op 25 april 1978 echt waarneembaar als Ineke Haas-Berger (PvdA) zegt in een onderwerp waar niet direct gedacht zal worden aan zaken als bijvoorbeeld leem of klei: “Nu het jeugdrecht toch op de schop genomen moet worden (…)”.

Kijken we naar het kalenderjaar 2017, de periode vanaf eind maart als de Tweede Kamer zijn beraadslagingen na de verkiezingen begint. De nieuwe Kamer bewijst het succes (inmiddels) van de uitdrukking op de schop nemen: 19 maal belandt het in de Handelingen in die periode van negen maanden minus het zomerreces. Henk Nijboer (PvdA) wil het gasgebouw op de schop, naar een initiatief van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid; nee zegt minister Kamp: ik wilde het op de schop nemen. Henk Krol (50PLUS) is tegen de kabinetsplannen om het pensioenstelsel op de schop te nemen en zo wordt de ene na de andere keer naar een figuurlijke schop gegrepen om te verklaren dat iemand iets al dan niet aan wil pakken. (Vergelijk de tekst over Aan snee.)

Kijk ik nu niet goed in Van Dale of staat op de schop nemen daarin niet opgenomen?

1) Kennis van de spreker is waarschijnlijk nodig om te weten, in hoeverre de heer Elfferich zich in dit verband een woordspel met de familienaam Scheps veroorloofde.

 

 

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | 1 Comment