Toch nog een vervolg op het reeksje over W.F. Hermans: de derde etappe (iv)

De naam van Prof. Popma werd door Hermans in Onder professoren niet aangepast: hij was slechts een figurant en voldeed aan Hermans’ belangrijke aandachtspunt dat mensen in Groningen en Friesland familienamen op een -a dragen.
In dat opzicht oogt het boek serieus, al bakt de schrijver ze bont en bruin door de bloemist van het etiket Blomminga te voorzien en de bakker van de naam Smullema. Nomen est omen! Dat gaat nog meer op voor de chauffeur die Bromminga heet, hij bestond het om de Nobel-prijswinnaar niet verder dan een klein stukje mee te laten rijden naar de wijk die in de werkelijkheid Paddepoel heet, in Hermans’ wereld met een zwartere uitstraling Modderpoel geheten.

K. ter Laan verwijst in het Nieuw Groninger Woordenboek naar de briljante Groninger taalgeleerde Wobbe de Vries (vader van Hendrik) voor de verklaring van de naam Paddepoel: “De Vries onderstelt een mansnaam Pada. (‘t Ned. pad, het dier, is por; daar kan de naam dus niet van komen.)”

Schonk de waterliefhebber Jan Samuel Niehoff daar aandacht aan in zijn Leer mij ze kennen….? Onder die titel verschenen er van allerlei regio’s en grote plaatsen in Nederland succesvolle boekjes halverwege de jaren ‘60 van de vorige eeuw. Ergens heeft m’n exemplaar over de Groningers zich teruggetrokken in de boekenkast. Hermans had van het boek kennis genomen, althans hij verwijst er eenmaal stilzwijgend naar. Het is een van die vele herkenbare, reële elementjes uit de tweede helft van de jaren ‘60 die de lezer van Onder professoren tegen kan komen. Van Jaap Fischer en diens Ei tot het hongerende Biafra, het stukje Afrika dat sterk doet denken aan wat er nu gebeurt in een strook in het Midden-Oosten.
Het begint direct met het wakker worden van professor Dingelam op zaterdagochtend! Zaterdag, het is inmiddels de vrije zaterdag waarvan de invoering begon vanaf de vroege jaren ‘60 en dus is het weekend begonnen.
De witte slijter en een witte pomp waren destijds aanduidingen voor merkvrije adressen, goedkope drank en benzine betreffend. Ander wit was dat van de witte tornado uit de reclamewereld (was het Ajax uit te spreken op z’n Frans?).

Hermans keek waarschijnlijk met een zekere graagte naar reclames op tv – mogelijk was dat sinds begin 1967 – en vooral met ergernis over de taal als de gewone man/vrouw er aan het woord kwam. Op de voxpop hád WFH het niet.

De haiku is een geïmporteerde dichtvorm uit de jaren ‘60; rond 1970 was er discussie over God is dood, waardoor we in Onder professoren kunnen lezen dat de theologie (Godkunde) veranderd werd in Menskunde. In Groningen stond een bekende studentenpredikant ds. M.A. Krop die niet bang was om daar landelijk heldere uitspraken over te doen: dood is dood. Allerlei dingen en dingetjes die voorkomen in Onder professoren (1975) moeten in een ruime tien jaar daarvoor verzameld zijn en daarna door de auteur in kaart gebracht, zijn eigenlijke vak.

Laten we nog eenmaal kijken naar Onder professoren. Wordt vervolgd.

Correctie 10.08.2025: ik schreef regels hierboven “God is door”, nu gecorrigeerd tot “God is dood”.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Toch nog een vervolg op het reeksje over W.F. Hermans: de tweede etappe (iii)

Terwijl Roef Dingelam een absurd ogende familienaam kreeg van Hermans, is prof. K.J. Popma in al zijn kleinheid naar het leven getekend. Popma héette Popma. Misschien heeft de romanschrijver zelfs stencils benut die de hoogleraar Reformatorische wijsbegeerte met zijn lange baard aan de studenten verstrekte. Ik was enkele malen onder hen.
Tussen de veronderstelde maximale naamsverandering van Dingelam en de niet-aanpassing van Popma bevindt zich een reeks van collega’s die meer of minder herkenbaar zijn. Rob Tamsma verscheen als een niet-gepromoveerde Tamstra: een eerder Friese variant werd nauwelijks gemuteerd tot een algemenere Noordelijke familienaam. Dat gebeurde zó minimaal dat ik altijd even na moet denken wat schijn en wat ook al weer werkelijkheid is, vergelijk het minuscule onderscheid in het werkelijke Nieuwsblad van en het verzonnen voor het Noorden.

De econoom Jan Pen zou als goede bekende van Hermans in de gedaante van Tabe Pap in Onder professoren figureren: waarom? Is daar een zinnige verklaring voor te bedenken? Dat is de grote vraag voor wie op dit terrein detectiveje wil spelen. Heeft de geografische achtergrond van Hermans er niet voor gezorgd dat hij een kaart of anders wel een kaartsystéem had vol met werkelijke of aangepaste feitjes van namen en personen?
Opmerkelijk is in elk geval dat de schrijver niet-onbelangrijke bijrollen juist schonk aan universitaire collega’s die landelijke bekendheid genoten op basis van succesvolle media-activiteiten. In zoverre waren dat ook publicitaire collega’s van Hermans, Jan Pen als columnist op het terrein van de economie, Van Baaren door (desgewenst populair-wetenschappelijk) veelgelezen werk, Röling die voor de televisie college gaf. Op televisie!

Het Parool 24.07.1967

Het toppunt van landelijke aandacht is Loe de Jong. Heet hij Ballingh als verwijzing naar de Diaspora? Is in de persoon van Ballingh wellicht ook een andere eigentijdse historicus van de RUG verstopt?

Om een andere reden heeft prof. Piet Stroomer een zeer heldere naam, hij bestond namelijk niet. Hij wordt beschreven als hoogleraar in de fysica van de vloeibare fase, vloeibaar. Daarachter gaat Piet Pellenbarg schuil, destijds student en in Onder professoren vroegtijdig maar met scherpe blik tot hoogleraar gepromoveerd. Diens echtgenote Gonnie heette in werkelijkheid ook Gonny, zij werkte een poos op de administratie op het instituut waar Hermans in goede tijden wel eens kwam.
Deze informatie dank ik aan mailverkeer en een telefoongesprek met prof. Pellenbarg, die later de opvolger van Tamsma werd. Hermans – vertelde hij – moet de student Pellenbarg alleen al op praktische gronden gekend hebben. Bij diens kandidaatsexamen bleek deze (hoe ongebruikelijk) een cum te verdienen en het kostte moeite en tijd om de betreffende bul te voorschijn te halen. Hermans maakte deel uit van de kleine groep examinatoren en moest net als de anderen wachten.

Bij veel personages is geheel duister hoe een naam te verklaren is. De literatuurwetenschapper Zomerplaag is zonder twijfel een alter ego van de schrijver, maar hoe is hij versleuteld en waarom moest ‘ie van de woonplaats Paterswolde worden voorzien? Verwijst Zomerplaag pesterig naar de verschijningsperiode van Onder professoren, naar iemand uit de muzikale wereld of moeten we er een toespeling naar de landbouw in zien?

Op allerlei momenten wenst de lezer van deze sleutelroman dat er in een toegankelijk archief niet alleen die schrijversaantekeningen bewaard worden, maar dat daar ook geregistreerd staat aan welke vrienden of goede kennissen Hermans exemplaren mét opdrachten heeft verstrekt. Onder professoren is een nieuwsgierig makend boek.

Te vervolgen vanaf 4/8

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Toch nog een vervolg op het reeksje over W.F. Hermans: de eerste etappe (ii)

Waar het in diverse media eigenlijk vanaf de publicatie van Onder professoren over ging, was de vraag Wie is wie?

Nieuwsblad van het Noorden 11.10.1975 via delpher.nl

Het royaal-feitelijke Grote Hermans-boek (Amsterdam 2010, redactie Baartse en Polak) bevat een fraaie verzameling van alle mogelijkheden, bijeengebracht door Huib Ludriks (p. 256-265). Het begint met de onuitsprekelijke scheikundige formule waarvoor Roef Dingelam zo plotseling de Nobel-prijs kreeg toegekend. Er staat een smoeltje bij van iemand uit de rij van de Groningse rectoren met wie de lector Hermans te maken kreeg, prof. Snijders. Bijzonder detail: als maker/rechthebbende van het fotootje staat genoteerd Fotopersbureau D. van der Veer; Hermans had het kunnen verzinnen, het is D. van der Veen. Het bureau was voorzien van een grote etalageruit aan de Hereweg gevestigd, aan dezelfde oostelijke kant en vlak vóor de woning van prof. Van Baaren. Die is in Onder professoren in elk geval grotendeels geschetst als prof. Stavinga. Noordelijke familienaam op –a waar Hermans zoveel attentie voor had en gold er iemand als Noordelijker in het boek dan hij?
Dat aspect klopt zeker niet en dat heeft de schrijver vast geweten. Het karakteristieke hese stemgeluid van Theo van Baaren zie ik nergens genoemd en dat hij een deel van zijn schoolopleiding in Duitsland voltooide wordt ook verzwegen. Draagt Stavinga sporen van de Fries Fokke Sierksma? Eerst universitair collega en vriend van Hermans in Groningen, later hoogleraar in Leiden.

P.S. (d.d. 08.08.2025) Als bewijs dat ik Van Baaren kende….

Onder professoren mist helaas de naam en het personage van Lammert Leertouwer (1932-2024): mediapersoonlijkheid bij de regionale radio en discussieleider voor de landelijke televisie (IKOR), promoveerde bij Van Baaren en werd in Leiden vrijwel aansluitend de opvolger van Sierksma die in Groningen juist níet de leerstoel had gekregen die aan Theo van Baaren toeviel. Leertouwer werd later rector magnificus in Leiden.*) Rookte althans nog in zijn geboortestad pijp, zette zijn horloge bij het geven van college graag zodanig neer dat hij de tijd in de gaten kon houden zoals hij dat bij de radio geleerd had (en vertelde dat aan de studenten, pers. observatie SR).

Wat ik bij Frits Spits (zie de vorige aflevering) deels kon zeggen: ik kende prof. Röling van de TELEAC-colleges die hij op zondagmiddag rond 1968 had gegeven en her-kende hem op grond daarvan enkele jaren later op de Verlengde Hereweg zittend op zijn hoge fiets. Ik kan de plek aanwijzen waar ik hem een keer bij de (ongetwijfeld chique want weinig beklante) kapperszaak af zag stappen en binnengaan op weg naar huis in Groningen-Zuid. Ook Röling is op enkele punten zeker níet naar het leven getekend door Hermans. Zijn naam in de roman moet gebaseerd zijn op de kunsthandel Ongering in Groningen: dat paste een-op-een bij de artistieke familie Röling.

In de uitzending van De Taalstaat mocht ik twee fragmenten voorlezen die door Frits Spits voor me uitgezocht waren. Fraaie stukjes! In fragment II is H.J. Dijkhuis aan het woord, alter ego van de heer Kaeckebeke. Hermans noemt hem als het ware een mislukte tandarts (op deze beroepsgroep gaf hij vaker af), de president-curator was in werkelijkheid arts. De naam Kaeckebeke kan in combinatie met het hem toegeschreven beroep geïnspireerd zijn op het gelaat van de bestuurder Dijkhuis.

Onder bestuurderen (Kaeckebeke rechts) (Uit E.E.A. Henssen, Rijksuniversiteit Groningen (…) Groningen 1989)

Zoals dat gaat bij een live-programma als De Taalstaat, het is levendig; de voorbereiding verloopt langs algemene lijnen en althans met mij niet en détail. Dat is spannend, maar achteraf kun je denken: dat en dat wilde ik nog kwijt!
Dat lukte me met een wat gewilde suggestie als oplossing voor die cryptische familienaam van de hoofdpersoon, Dingelam. Ook al heeft hij bij alle fictie betrekking op de schrijver zelf, Dingelam is een volslagen vreemde eend in de bijt die bepaald meer rariteiten herbergt. Toen ik de naam van rechts naar links las en deze bleek te beginnen met het Latijnse male ‘slecht’ husselde ik alle letters en kwam op MALIGNED ‘belasterd’. Dat Engelse woord en dus die naam paste wel perfect bij Hermans zelf in zijn conflict over z’n functioneren aan de Rijksuniversiteit te Groningen en maakte een idiote familienaam ineens toepasselijk.

P.S. Ik beschouw het genoemde eerste stuk als de Proloog, daarna krijgt elke aflevering in onderkast romeins aangeduid getal dat op het oog één cijfer te hoog lijkt.

Wordt vervolgd.

*) De Leidse hoogleraar Willem Otterspeer schreef een prachtige tweedelige biografie over W.F. Hermans. Hem legde ik mailend de vraag voor, waar de door hem aangehaalde tekst van een zekere Ada van Holland vindbaar is (Doden schrijven zich uit, verschenen bij De Lichte Pers, Peize). Dat heeft nog geen effect opgeleverd. Is er iemand die kan helpen?

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Toch nog een vervolg op het reeksje over W.F. Hermans? Proloog (i)

Natuurlijk laten veel dingen zich in het leven niet voorspellen. Achteraf, ja dat is andere koek.
Nooit gedacht dat ik afgelopen zaterdag ineens een groot deel van de dag naar Hilversum zou treinen (en terug) om daar de uitzending van De Taalstaat bij te wonen – en nog wel in het programma dat de proloog was van de uitzending vanuit het Tourcafé in Beeld en Geluid. Dis donc!

Entrée Tourcafé buiten 26.07.2025 (Beeld en Geluid Hilversum, SR)

De aanleiding was de invitatie van Frits Spits om iets te zeggen over – en enkele fragmenten voor te lezen uit het boek waar het hier enkele malen over ging, Onder professoren. Door die aanleiding heb ik het boek nog eens gelezen en al was het alleen door toedoen van het fameuze taalprogramma is er reden genoeg om nog enkele malen te spreken over Hermans. Met hulp van Ewoud Sanders kon ik de tekst nu ook simpel digitaal doorvlooien: merci!

• Eind 2022 begon het hier met een vervolg op wat ik in de krant had gelezen en wat me toevallig ook nog eens bracht bij Peter de Bie, een oud-collega van de RONO die lang op zaterdagochtend (en voorafgaand aan De Taalstaat) een landelijk programma presenteerde. Het talige begin was een venijnig woord dat W.F. Hermans gekozen had als etiket voor een later veel bekendere politicus (Jan de Koning, gereformeerde glimpieper) dan toen deze Kamervragen stelde over de werkweek van die Groningse lector die ook schrijver was, Hermans. De vragen werden ingediend bij Jhr. Mauk De Brauw minister zonder portefeuille, belast met wetenschapsbeleid en wetenschappelijk onderwijs, in de korte periode van 6 juli 1971 tot 21 juli 1972 (zo is te ontlenen aan parlement.com). Daarop had het tweede stukje betrekking.

• Ook nog net vlak voor het afsluiten van 2022 begon ik wat te close-readen in Onder professoren. Vroeg in 2023 verscheen er een vervolg, Hermans in de rol van observeerder van eigentijdse taal – inmiddels dus een halve eeuw geleden. Toen ging het me vooral om het door hem gewraakte Nederlands van studenten, opstandige studenten. Die wilden in het kielzog van ontwikkelingen elders (Parijs ‘68 zogezegd) ook serieuzer genomen worden maar voor inspraak waren ze bij W.F. Hermans aan het verkeerde adres. Hij ergerde zich aan van alles van die nieuwe generatie, van modern, onverzorgd taalgebruik – net zo onverzorgd als hun haardracht en kleding. Dat viel nogal mee, te oordelen aan foto’s die op Hermans’ instituut toen genomen zijn.

Vriend van de Rijksuniversiteit Groningen is de schrijver moeilijk te noemen na de verschijning van Onder professoren. Het is zo, ik ben soms onaangaam getroffen door ‘s schrijvers neerbuigendheid over de dorpsuniversiteit waar hij lector was en een stedelijk salaris ontving, over de mensen uit de regio, hun namen, hun taal e.d. Hierover verschenen twee bijdragen in dit blog, dat in mei 2023 een laatste tekst over Unter Professoren leek te bevatten met attentie voor een mooie en verhelderende Duitse vertaling.

Via De Taalstaat gaat het toch weer enkele malen over de man van wie Frits Spits in een voorgesprek verrast opmerkte, dat er nog steeds géén straat naar hem genoemd was in Groningen.
Is dat vreemd voor een schrijver met zó’n naam die zo lang in Groningen woonde? En de lelijke elementen uit Onder professoren kónden toch geen betrekking hebben op Groningen zo had de schrijver zelf via de pen van collega Zomerplaag in een Nawoord toch laten blijken? Toen de roman verscheen woonde Hermans al met een uitkering in Parijs – die stad waar het studentenprotest begonnen was nota bene. Het copyright bevestigde dat: W.F. Hermans, Paris, France. Moest het Engels van die geografische namen de afstand extra inwrijven?

Hermans was een liefhebber van René Magritte en van het surrealisme. Kregen we aan het eind, als ondertekening zogezegd de verzekerende bewering dat deze roman géén sleutelroman is? Ceçi n’est pas un roman à clef dat is van dezelfde orde als dat Magritte onder schilderijen verklaarde dat hier geen pijp of appel afgebeeld stond: iedere kijker wist beter en hetzelfde moet gegolden voor de lezer van Onder professoren dat 50 jaar geleden verscheen en zoveel drukken lang met een vrijwel geheel zwarte voorzijde en RUG. À suivre: wordt vervolgd.

….Magritte….
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Bijna 21 juni – vrijwel de hele of heel de dag licht

AI geeft een helder antwoord als aan Google gevraagd wordt of er verschil is tussen heel de dag en de hele dag. Nee, die hebben een identieke betekenis:

Ook andere hulp-in-noodadressen bieden geen simpele extra informatie of nieuwe inzichten.

Denk niet, lezer, dat met dit stukje alles anders wordt, maar íets levert een rondje zoeken in de Handelingen van de Tweede Kamer wel op. Iets geografisch binnen-Nederlands. Ik beperk me tot de 11 maanden van de periode-Schoof en licht daar enkele feitjes uit, onder de logische aanname dat de Dienst Verslag en Redactie de woordvoerders correct heeft weergegeven. Achtergrond het vermoeden: heel de dag is vast niet identiek aan de hele dag.

We zoeken naar dergelijke combinaties:

de hele vs heel de / het hele vs heel het / die hele vs heel die / dat hele vs heel dat

Eerste conclusie: de combinatie met lidwoord of aanwijzend voornaamwoord voorop, levert véél meer treffers dan eerst het bijvoeglijke “heel”. Let op AI, want de hele dag is veel en veel gewoner dan heel de dag.

De hele X komt ruim 1200x voor tegenover heel de X 13 maal en dat spoort met 811x het hele Y naast bijna verwaarloosbaar 7x heel het Y.

Die hele is ook veel normaler als we afgaan op wat er in de Kamer gezegd wordt (145 x) dan die hele dat maar tweemaal vindbaar is.

Vergelijkbaar is het voorkomen van dat hele (130x) naast het ontbreken van heel dat.

Dat zou AI misschien toch hebben kunnen vermelden, dat verschil in frequentie met als resultaat een heel gewone gecontrasteerd met een veel minder gewone constructie.

Kunnen we het Nederlands van de Kamerleden koppelen aan de regio van hun herkomst? Als we Limburg, Noordbrabant en Zeeland ZUID noemen, dan komt heel de en heel het ook daar weliswaar niet veel voor, maar naar verhouding zeker wel.

Ook een royaal stuk in het midden van Nederland, een gebied vanwaar heel gevolgd door de, het of die nog weleens doorklinkt in de Tweede Kamer. Zet in gedachten stipjes op de kaart bij deze informatie, mede gebaseerd op gegevens uit parlement.com.

Heel die

en heel die brief niet heeft gelezen (Ouwehand, Katwijk)

wat ik met heel veel liefde doe en ook heel die tijd gedaan heb (Heutink, Oldenzaal)

Heel het

horen we de VVD namelijk door heel het land (El Abassi, Utrecht)

dat wij heel het OS-budget zouden willen wegbezuinigen (Kamminga, Zuidbroek nota bene)

een adequate en complete infrastructuur, in heel het land (Rooderkerk/Mohandis in motie met Rooderkerk als eerste ondertekenaar: Leiderdorp)

Ik heb in heel het rapport van de staatscommissie alleen maar gelezen over bandbreedtes (Ergin, Schiedam)

oog hebben voor de noden in heel het land (Keijzer, Volendam)

om de digitale dienstverlening in heel het Koninkrijk beter op elkaar af te stemmen (White, Paramaribo)

Heel de

heel de tijd (Ouwehand, Katwijk)

dat klopt voor heel de Kamer (Inge van Dijk, Helmond)

Heel de sector bereidt zich al tijden voor (Grinwis, (Ouddorp)

overwegende dat in heel de EU arbeidsinspecties (Kisteman, Ede)

dat heel de Kamer zei (Maatoug, Leiden)

de commercialisering en heel de schil eromheen (Beckerman, Veenendaal)

voor heel de fractie zal gelden (Claassen, Heerlen)

door heel de wereld (El Abassi, Utrecht)

wachten tot heel de wereld het doet (Boswijk, Woerden)

daar is het heel de dag nog niet over gegaan (Van Nispen, Breda)

stond bijna heel de Kamer vooraan (El Abassi, Utrecht)

iedereen die vanuit heel de wereld hiernaartoe wil komen (Aartsen,Breda)

Het gaat eigenlijk om bijna heel de wereld (​​Klever, Weesp)

Is hier van alles op af te dingen? Zeker – ook buiten de opmerkelijke sprekers White en Kamminga. Wie las er misschien een tekst van een ander voor of zei iets wat ingestudeerd was? Is de toekenning van de plaatsnaam juist en matcht deze terecht met de regio die aan de spreker v/m is toegekend?

Een beetje zoeken en we weten meer. Maar al met al ben ik geneigd, te concluderen: AI van Google komt in dit lukrake voorbeeldje onnodig mager over.

Trouwens, in Utrecht is er een studentenvereniging van Cultureel antropologen, Djembé. Die hebben iets op 12 juni en vieren dat op de 18de van deze maand, overmorgen. Wat precies? Wie lust heeft, die gaat op nader onderzoek uit, het is HEEL DE DAG feestdag:

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bij hoog en laag bezweren: door fusie samen sterker

Een vriend van me let beter op dan ik als hij luistert naar debatten in de Tweede Kamer. Voor Commissievergaderingen zal hetzelfde voor hem gelden: een oplettende luisteraar. Een lukraak voorbeeldje van attente oren? Marianne Thieme (PvdD) in 2011 in een debat ter voorbereiding op een Europese Top in dat jaar: “Maar we willen geen belasting betalen voor enorme noodfondsen, voor enorme Europese instituten waarvan u ons voortdurend bezweert dat ze ons zoveel voordeel opleveren, maar waarvan wij alleen maar merken dat wij moeten bezuinigen om ze in stand te houden.”
Wat zegt mevrouw Thieme daar van premier Rutte? Hij bezweert ons voortdurend dit en dat.

Wie Van Dale raadpleegt voor de precieze inhoud van het werkwoord bezweren – bezwoer – bezworen komt direct in aanraking met religieuze of pseudo-religieuze sferen, kortom de wereld van geloof en bijgeloof. Kort opgesomd: een eed afleggen, onder aanroeping van God iets betogen, door magie oproepen en langs die weg iets sussen, zoals angsten bezweren. Religie en wat daar aan kan doen denken. Misschien denkt iemand van de Partij voor de Dieren aan zoiets:

Slangenbezweerder (via Youtube, incantatore di serpenti)

Dat laatste (door magie oproepen en langs die weg iets sussen, zoals angsten bezweren) moet Marianne Thieme hier bedoeld hebben of op z’n minst gesuggereerd. En dan zoiets bezweren door telkens weer hetzelfde te zeggen?
In 2012 haalt Klaas Dijkhoff (VVD) een voorbeeld uit de gokwereld: “Hij gooit op de roulettetafel steeds alles op rood, hij leent bij ieder verlies opnieuw en bezweert dat het balletje best wel eens een keer goed valt.”
Hier is het lastig om iets anders te veronderstellen dan dat bezweren een ander woord is voor het bijna gelijkluidende beweren. Hetzelfde gebeurt in 2014 als Sharon Gesthuizen (SP) in de richting van de VVD zegt: “(….) een liberale minister van een partij die bij hoog en laag bezweert dat ze er is voor de ondernemers in ons land.” Bij hoog en laag beweren is gewoon Nederlands, bezweren toch niet?

Voor wie wil: beweren en zweren zijn opgeteld tot bezweren – een werkwoord waarin beide elementen doorklinken, door het ene werkwoord ‘iets met grote stelligheid zeggen’ en door het andere iets van plechtigheid, magie ontstaat de nieuwe betekenis ‘iets met grote stelligheid zeggen’.

Een fusie zogezegd, sámen sterker.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

ELKAAR DE TENT UITVECHTEN nu al bij Renze Op Zondag

Vooraf: deze bijdrage is geschreven op Tweede Pinksterdag 2025. Later die dag (gisteren, 09.06.2025) besloot Dilan Yeşilgöz (VVD) na intern beraad om de in de hieronder genoemde RTL-uitzending van 08.06.2025 al wat veronderstelde beslissing te hebben genomen en Wilders’ PVV voor een volgende regeerperiode als partner uit te sluiten.

Langere tijd stukjes schrijven over in feite hetzelfde onderwerp (zoals hier over taal en in het bijzonder de Haagse variant ervan) heeft een gevaarlijk voordeel in zich: het vaker hebben over hetzelfde facet is onplezierig maar je kunt soms wél ontwikkelingen betrappen.
In februari 2017 stond hier een kleine beschouwing over het gebruik en de betekenis van de combinatie best wel in de Tweede Kamer. Ik concludeerde dat het vooral vrouwen waren die dit in hun taalpakket hadden. Aanvullende toevoeging in november van dat jaar: inmiddels zeggen mannen en vrouwen het vergelijkbaar vaak. (De tekst gaat door onder dit fragmentje van toen.)


In november 2021 schreef ik er nogmaals over in Nomeis en in een aanvulling daarop in januari 2024 telde ik de duidelijk toenemende gebruiksfrequentie van best wel over de laatste jaren.

Wat best wel doet is uitdrukking geven aan een persoonlijk oordeel, iets als ‘ik geef toe’. Tegelijkertijd zwakt het iets sterks dat erop volgt best wel wat af….

Wie nu kijkt naar de Handelingen, ziet dat de groei er gedurende de Schoof-periode wat uit lijkt. Misschien is er bij nadere beschouwing voor het eerst zelfs sprake van een lichte teruggang.

V.l.n.r. Wouter de Winther, Tom van ’t Einde, Renze Klamer, Michiel Vos en Floor Bremer

Zondag was het dag 1 van Pinksteren 2025 en ik keek ‘s avonds naar een deel van Renze Op Zondag van RTL4. Daar werd de kijker nogmaals bevestigd in de geslachtsverdeling in het Nederlandse best-welgebruik, althans – het is nu ook zéér gangbaar onder mannen. Aan tafel zaten gedurende dit deel van het programma: presentator Renze (R), gasten Tom van ‘t Einde (T), Wouter de Winther (W), Michiel Vos en Floor Bremer (met uitzondering van die korte duur toen Tom zijn bloedende vinger moest laten verbinden).
Wie van hen zei er best wel?

  • best wel afhankelijk van de trein (T)
  • best wel grote impact (T)
  • best wel veel naar geluisterd (R)
  • best wel veel wappies bij zitten (W)

Van Michiel Vos hoorde ik het niet, maar ja, hij nam vóór de commerciële onderbreking weinig deel aan het gesprek en wat misschien van meer belang is, hij woont in de VS en dus zal zijn taal niet zo onder directe NL-invloed staan.
Floor Bremer zei evenmin best wel – zij compenseerde dat door iets anders geregeld te zeggen, echt wel.

Met Wouter en Floor aan tafel heb je politiek idioom in de uitzending. De politiek commentator van De Telegraaf was er de koning in. Hij had het over je eigen schaduw springen (‘neem een beslissing waar je niet onderuit kunt’), je gezag in de schaal gooien en je hoofd op het hakblok gooien. Klinkt in plaats van het gangbare werkwoord leggen in dat gooien wat Telegraaf-Nederlands door? Wouter strooide even vaak met het nuancerende woordje eigenlijk als dat Floor het insiders-bijwoord natuurlijk door haar uitingen vlocht.
Beiden spraken van “elkaar de tent uit vechten”. Eenmaal ging het daarbij concreet over een aarzelende Yeşilgöz in het Kamerdebat na de val van Schoof (toen Wilders zijn kabinetsleden had teruggefloten) en Timmermans’ aandrang aan zijn VVD-collega om een keus tegen de PVV te maken. (“Kom tot inkeer en maak aan de Kamer duidelijk dat u never nooit meer met Wilders in zee zult gaan.”)

Als dát al de tent uit vechten is, dan staat de kijker van Renze de komende maanden voor de verkiezingen van 29 oktober nog best wel iets te wachten.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen