Wat de SP-woordvoerder letterlijk zei en hoe de voorzitter erop reageerde

Renske Leijten sprak op 16 september 2021 namens de SP in een debat dat voorgezeten werd door Paul van Meenen (D66). Mevrouw Leijten zegt: “Wat mij opvalt, is dat de VVD het vóór de zomer eigenlijk helemaal geen reet interesseerde dat er allerlei subsidiestromen naar Tata gingen en dat die in welke zakken dan ook verdwenen.”

Silvio Erkens (VVD) reageert erop (“Ik vind dit wel heel zwart neergezet door mevrouw Leijten”) en plaatst daar volgens het ongecorrigeerde verslag zó zijn partijstandpunt tegenover: “Nogmaals, wat ik zeg is dat wij die staalindustrie willen behouden. Voor ons staan een aantal punten centraal: de werkgelegenheid behouden, de gezondheidssituatie voor de omwonenden verbeteren en de CO2-uitstoot reduceren.”

Zó staan SP en VVD tegenover elkaar – en Erkens reageerde niet op de taal van Leijten, terwijl het toch niet veel eerder gebeurd is (wás het eerder gebeurd?) dat de ene partij in de Plenaire Zaal van de vaderlandse volksvertegenwoordiging de andere ervan beschuldigde, zich ergens geen reet voor te interesseren.
Laten we dat informeel Nederlands noemen.

Een aantal maanden verder. Leijtens partijgenoot Maarten Hijink was woordvoerder in een debat over zorgverzekeringen. Het is woensdag 6 april 2022. Voorzitter was nu Martin Bosma (PVV) die meeluisterde en die het volgende gehoord moet hebben:
“In de praktijk blijkt dat de vier grote verzekeraars 90% van de zorgmarkt domineren. Mensen die denken over te stappen van de HEMA naar Anderzorg, of van Zilveren Kruis naar FBTO — ik noem maar wat voorbeelden — stappen eigenlijk over binnen hetzelfde concern. Het maakt eigenlijk allemaal geen reet uit wat je precies doet binnen dit hele stelsel.”

Anders dan Van Meenen in september reageerde voorzitter Bosma wél op de taal van degene die sprak namens de SP en hij deed dat soepeltjes en soeverein. Hoe verliep dit deel van het debat volgens de Handelingen na die laatste zin van Hijink “Het maakt eigenlijk allemaal geen reet uit wat je precies doet binnen dit hele stelsel.”

De voorzitter:
Wat maakt het niet uit?

De heer Hijink (SP):
Wat zei ik?

De voorzitter:
U bedoelde te zeggen: het maakt niks uit.

De heer Hijink (SP):
Het maakt bijzonder weinig uit. Zei ik echt een heel slecht woord? Het maakt bijzonder weinig uit of je nu door de hond of door de kat gebeten wordt. Dat is natuurlijk hoe heel veel mensen dit voelen.

Wás Renske Leijten de eerste in de Tweede Kamer die “geen reet” zei?
Neen. Op 22 oktober 2008 ging Dion Graus – over de hond en de kat gesproken – haar voor. Hij vroeg zich af: “Hoe kan het dan dat de CDA-fractie vorige week een motie niet heeft gesteund, waarin ik vraag om Kamerbreed aangenomen moties uit te voeren? Wat de heer Ten Hoopen nu zegt, is leuk voor de bühne, maar ondertussen doet de CDA-fractie hier geen reet aan.”
Dion Graus was in 2008 al kamerlid voor de PVV, net als Martin Bosma, die zich als voorzitter 14 jaar later subtiel tegen dit taalgebruik zou verzetten.

Chronologische gebruikers van het onderwerp van deze aflevering vlnr: Graus, Leijten, Hijink
Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Luisteren naar Annemarie en Vera: wanneer zij zeggen te zeggen

Toevallig gekeken naar iets van de verhoren in de eerste week van de Parlementaire Enquête naar de Aardgaswinning in Groningen? (Toen de vondsten destijds werden gedaan lokaliseerde Den Haag deze niet in Groningen maar in “het Noorden des lands”.) Wat een contrast tussen George Verberg en Annemarie Jorritsma! Een van de verschillen betrof de taal. Bij mevrouw Jorritsma – geoefender in parlementair spreken – begon me verderop in haar getuigenis op te vallen dat ze vrij geregeld greep naar “de eerlijkheid gebiedt”:
de eerlijkheid gebiedt dat de Duitsers….
• en de eerlijkheid gebiedt: ik heb gelijk gekregen

Deze manier van zeggen is in het Nederlands meestal iets langer, namelijk “de eerlijkheid gebiedt te zeggen“. Het leek me frappant dat een getuige-onder-ede dit zó formuleert want deze heeft zich zojuist uitdrukkelijk verplicht, de waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. De éde gebiedt, zogezegd.

Annemarie Jorritsma aan het begin van het verhoor (still)

Toen ik dat hoorde, keek ik nog eens naar het begin van mevrouw Jorritsma’s verhoor en daar zei ze opmerkelijk vaak dit:
eerlijk gezegd weet Hans Wijers daar veel meer van dan ik
• dat zien wij eerlijk gezegd vandaag de dag ook heel goed
• ik denk ook eerlijk gezegd dat we dan op de vingers getikt zouden zijn

en nog veel meer zei mevrouw Jorritsma eerlijk gezegd.
Eerlijk gezegd gebruikte spreekster vooral op die momenten dat ze subtiel over de schreef ging: ze had aan het begin benadrukt dat ze uitsluitend wilde getuigen over de tijd van haar ministerschap maar daar week ze zelf even geregeld als subtiel van af zoals bij dat geciteerde “ik heb gelijk gekregen” en “vandaag de dag”.

De voorzitster van de Tweede Kamer zegt ook heel geregeld dat ze iets zegt.
Het lange debat over het stikstofbeleid sloot voorzitter Vera Bergkamp af met een tekst waarin ze zich onder anderen richtte tot de boeren op de publieke tribune: “Het was mooi en fijn dat u hierbij aanwezig kon zijn, ondanks alles, zeg ik maar.”
Vergelijkbare taal gebruikte ze eerder in dat debat om Pieter Omtzigt (groep Omtzigt) even te stoppen op een moment dat hij een vraag wilde stellen aan de arme Landbouwminister Staghouwer (die niet zelden hypercorrect gemaakt wordt tot Staghouder): “De minister is net weer even op gang gekomen, zeg ik maar.”

Meer voorbeeldjes uit de nabije verleden tijd?
• Ik kijk even naar de heer Strolenberg. Een toezegging is een toezegging, zeg ik maar.
• Het CDA was tegen, zeg ik maar even. Daarmee is deze motie verworpen. Dat komt niet door het CDA. Er was geen correlatie. Die zat wel in onze hoofden, maar niet in de uitslag.
• Ik wil de minister van Justitie en Veiligheid bedanken dat ze bij ons aanwezig is. Eigenlijk zou de andere minister erbij zijn. Dat zeg ik maar even eerlijk. Maar die was het vergeten.

Als Vera Bergkamp als voorzitster iets maar even zegt te zeggen, dan is het niet zelden zo dat ze iets beweert waarvan ze weet dat ze dat in haar positie misschien eigenlijk niet behoort te doen. Laten we het de menselijke aanpak noemen waarmee ze aan die positie invulling probeert te geven. Over de schreef eerlijk gezegd.

Vera Bergkamp heropent het debat over sikstof-onrust (still)
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ton Planken: Den Haag Vandaag (1980) en de taal van nu (vervolg)

Tom Jan Meeus schreef op zaterdag 25 juni in de NRC iets over de stikstofcrisis wat Ton Planken nimmer zó uit zijn typmachine zou hebben laten komen: “Dit drama heeft mensen nodig die hun keuzes uitleggen, niet voor een heksenjacht of politiek gewin, maar als verklaring voor boeren, als markering van een nieuw begin. Om mythes te ontkrachten en een gezicht aan een ongemakkelijk verleden te geven.” Waarom schreef Planken zoiets niet? Het antwoord volgt aan het eind van deze bijdrage.

Hoe anders is de rol van het Engels in 1980 in vergelijking met het Binnenhofs van nu, het is bijna afwézig in dat boek van Ton Planken – Mark Rutte moet zich daar zeer over verbazen als hij het zou doorbladeren. We zien een paar termen die dan waarschijnlijk tot het modernere journalistieke taalgebruik horen, zoals op blz. 155 “de covering – het bezien – van het besluitvormingsproces”.
Op p. 21 kwamen we lieden tegen “die aan de handles trekken” en dat klinkt momenteel toch ook enigszins gedateerd: interessant dus.
Dat geldt niet minder voor het woord event, en enkele keren non-event. In de tijd van Ton Planken is het een de-woord, in Van Dale staat het momenteel alleen als het-woord vermeld. Het lijkt daarom waarschijnlijk dat we een woord uit het Engels hebben geïmporteerd inclusief de betekenis maar na een poosje mooi wél het lidwoord aan onszelf aanpasten. Dat zou in dit geval kunnen onder invloed van het dubbelop vergelijkbare het evenement.

Op blz. 189 heeft Planken het over stroopseries – ik neem aan een niet verder in het Nederlands succesvol geworden grapje voor soapseries.

Nederlands van een kwart-eeuw terug is wellicht ook taal als het volgende: de besliskoker (p.27), het vrijzwemmen door een politiek leider (31), iets gunstiger opschilderen (33), het buitenomgaan (41), iets door de keel wringen (50). Is achter de feiten aan huppelen (op blz. 53) in onze tijd gewijzigd in hobbelen dat wat minder vrolijk-speels en misschien zelfs wat oncharmanter klinkt?
Die taal van Planken herinner ik me niet uit Den Haag Vandaag op tv, maar moord-en-brandverslaggeverij (56) en enkele malen het gebruik van verfluttering (= verslonzing, het staat in Van Dale) (60) hoort meer bij het Planken-gevoel, net als neuzelarij (127) en gemonkel (151).

Maar helemaal horen we Ton Planken, vooral als hij iets kritisch-spottend afrondt:
Wat u zegt. (129)
Ja, je zuster. (161)
Inpakken en wegwezen dus. (202)

Dat laatste was een uitsmijter van Farce Majeure, het komisch-kritische programma dat in 1980 nog via de NCRV te zien was. Zou de titel van dat programma ooit uitgelegd zijn? Het klinkt rechtenstudentikoos en daarmee wat elitair.

Ton Planken: van achterzijde boek 1980

Andere tijd, andere taal, zeker als we op details letten. Ton Planken schrijft geregeld over keuzen, nooit gebruikt hij keuzes. (Zie een stukje daarover in dit blog.) Fasen, typen, zijden, nooit een s-meervoud zoals nu, zie dat citaat van Tom Jan Meeus met meer spreektalig keuzes en mythes.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ton Planken: Den Haag Vandaag (1980) en de taal van nu (2022)

Van Ton Planken was ik een fan. Hij presenteerde het parlementaire programma Den Haag Vandaag. Hij kwam serieus over (in mijn herinnering heb ik hem nooit zien lachen), was kritisch en helder van inhoud. Ron Fresen was vele jaren later een heel andere persoon, trouwens ook met een andere rol, andere tijden. Zouden ze elkaar ooit ontmoet hebben?

Het boek van Ton Planken uit 1980, Den Haag Vandaag De televisie en de zekerheid van een scheef beeld, was een duidelijk succes. Mijn exemplaar is van de derde druk. Het is inderdaad kritisch van inhoud en het meest raakte mij bij herlezing de ongelofelijke laksheid en zelfs tegenwerking van de kant van de NOS. In de beschreven periode had ik via de regionale omroep met Hilversum van doen, was daardoor een poos bij de NOS in vaste dienst. Het vechten voor wat je als de goede zaak zag en de bierkaai daar tegenover vinden.

Deel van voorzijde boek Ton Planken, overdwars aafgebeeld.

Het boek van Planken heeft een heel andere toon dan dat van Ron Fresen waar het hier eerder over ging. Ron vertelt, Ton schrijft. Het eerste is serieus maar betrekkelijk losjes van presentatie, dat van Planken ademt eerder de sfeer van een scriptie. Misschien heeft het met het tijdsverschil te maken (2022 tegenover 1980) dat Planken heel geregeld het schrijftaalwoord echter gebruikt dat bij Fresen frappant genoeg weliswaar enkele malen te lezen is, maar in vergelijking met dat eerdere boek toch nauwelijks.
Wat ook aan het wat stijvige taalgebruik van Planken bijdraagt (althans zó komt het nu over maar dat kan destijds een wat andere impressie gewekt hebben), dat zijn geregeld voorkomende stoplapjes als deze:
• wat…. betreft
• op het vlak van / op het punt van / op dat vlak
• als het gaat om

Vooral de eerste wijze van zeggen – in het latere Binnenhofs inmiddels gevarieerd tot “waar het betreft” – komt veel voor, vooral in de beschouwelijker passages. Op de laatste drie bladzijden van het boek zien we naast “als het gaat om” (op p. 230) deze voorbeelden:
•…. prioriteitenstelling te ontwikkelen wat de programma’s betreft
• Van toelatingseisen wat betreft opleiding tot….
• …. wat beide sectoren betreft…
• Juist ook wat informatie via televisie betreft.

Er is voldoende over taal in dat boek van Ton Planken te schrijven om het er nogmaals over te hebben.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Fantastisch: wat het is en wat het niet zo lang geleden was

Nog even een duikje nemen in de Handelingen van de Tweede Kamer, en wel die van zeer nabij, namelijk het huidige kalenderjaar? (Zie de vorige bijdrage over met droge ogen beweren.) Als we het woord fantastisch en fantastische opzoeken, komen we tot een kleine 100 stuks, zelfs al zitten we nog enkele weken vóor het zomerreces. Fantastisch wordt veel gebruikt, van oppositie….

• (….) in tijden van zo’n fantastische economische groei (Lilian Marijnissen, SP)
• Is het dan niet goed dat het minimumloon omhooggaat? Fantastisch, echt waar. (Jesse Klaver, GroenLinks)
• Ten eerste is het natuurlijk fantastisch dat daar een designated minister op komt. (Sylvana Simons, Bij1)

…. tot coalitie en kabinet:

• Het zou een fantastisch mooi signaal zijn als de minister-president ook zelf aan de slag gaat met dat herstelplan voor de cultuur (Jan Paternotte, D66)
• Het zou fantastisch zijn als het kan. Maar ja. (minister Kuipers, VWS)
• Dat is dat fantastische open stelsel dat we in Nederland kennen. (minister Weerwind, Rechtsbescherming)

Het is niet te ontkennen dat fantastisch(e) een uiterst positieve connotatie heeft – fantastisch mooi komt voor, maar fantastisch lelijk is bijvoorbeeld een ondenkbare combinatie. Van Dale bevestigt die impressie. Als we even negeren wat er staat in verband met de oorspronkelijke basis voor fantastisch (‘voortgebracht door de fantasie’) zijn de omschrijvingen “buitengewoon goed, geschikt, prachtig = super-de-luxe”. De verstrekte concrete voorbeelden sluiten hier bij aan, net als bij wat we in de taal van de Plenaire Zaal zagen:

een fantastische kerel, vent, vrouw

fantastisch!
dat is prachtig! heerlijk!

Door het lezen van Ron Fresens impressies als duider van het Achtuurjournaal, pakte ik het boek van Rons verre voorganger uit de kast: Ton Planken, Den Haag Vandaag Televisie en de zekerheid van een scheef beeld, Amsterdam 1980.


Dat is een boek om het hier nog eens over te hebben, maar laat ik me bij deze gelegenheid beperken tot de gevallen van het gebruik fantastisch die ik hierin aanstreepte:

• de fantastische stromen informatie (blz. 21)
• een fantastische investering in mensen (blz. 25)
• een fantastische verwringing van het informatie-ideaal (blz. 27)
• Op fantastische wijze wordt ook duidelijk hoezeer de besluitvorming over moderne, ingewikkelde kwesties zich heeft verwijderd van de wensen van gewone Nederlanders. (blz. 55)
• de politiek, die zo’n fantastische greep op het omroepbestel heeft (blz. 124)
• het fantastisch ingewikkelde spel met zijn economische, juridische en politieke verwikkelingen (blz. 139)
• De stroom informatie (…) is namelijk van een fantastische omvang. (blz. 147)
• In dat ambtelijk apparaat (….) gebeurt fantastisch veel dat het scherm had dienen te halen (blz. 156)
• de fantastische beperkingen die de huidige tv voor de programmamaker meebrengt (blz. 162)

Ik heb hopelijk geen geval gemist, maar ook al zou dat zo zijn, dan nog moet het iedere lezer in 2022 opvallen, hoe het Nederlands-van-nu op dit ene puntje verschilt van dat van 1980. Dan immers betekent fantastisch ‘enorm’ en bovendien is dat eerder negatief van lading dan positief.

Als Ton Planken verder naar het einde op blz.194 een onderzoeksresultaat van een NOS-dienst “ronduit fantastisch” noemt, mag de lezer dus eerder kritische dan positieve opmerkingen verwachten.

Wie alle drukken van Van Dale in de kast heeft staan, zou moeten kunnen nagaan of die verschuiving onder het lemma fantastisch van negatief naar positief daaruit blijkt en of de betekenis ‘enorm’ er op een zeker moment tussen 1980 en 2022 uit is verwijderd óf daar nooit in heeft gestaan.

Los daarvan, naar dat boek van Planken moeten we dus nog eens kijken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Net geen liegen: “met droge ogen beweren”

Als ik het goed geteld heb, is de uitdrukking met “droge ogen” in dit kalenderjaar tussen de tien en 15 maal in de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer gevallen. We gaan af op de Handelingen en die kunnen we serieus nemen. Het exacte aantal is wat lastig te bepalen omdat de voorzitter net dán een enkele keer tussenbeide komt om erop te attenderen dat er niet met elkaar maar via haar gedebatteerd wordt.
Als voorbeeld van droge ogen deze kwaaie reactie van Jesse Klaver (GroenLinks) tegenover premier Rutte tijdens het debat over de regeringsverklaring van Rutte-IV op 19 januari: “Dit is toch een potje blufpoker, ongelooflijk! Dat je met droge ogen hier, nota bene tegen mij, durft te zeggen dat het hier niet over vermogensongelijkheid is gegaan. Ik was het zelf die als eerste Piketty in Nederland, hier in het Nederlandse parlement uitnodigde …” Ja dat weet ik allemaal wel, zei de premier snel tussendoor, – wat ook niet de bedoeling is maar soms toch mag met zwijgende instemming van de voorzitter.

Jesse Klaver (van website tweedekamer.nl): potje blufpoker

Hier en daar iets ingekort gaat het verder om citaten als deze, allemaal uit de eerste helft van het kalenderjaar 2022:
• Het is onvoorstelbaar dat de minister-president aan het begin van het debat met droge ogen beweert dat de oppositie van alles wil (….) Vervolgens dragen wij ideeën aan die nota bene uit uw verkiezingsprogramma komen, meneer Rutte.
• hoe kun je nou met droge ogen zeggen “we willen de samenleving opengooien”, door ‘m voor een substantieel deel van de bevolking dicht te houden?
• Om vervolgens een maand later met droge ogen het nieuws te verkondigen dat de reguliere zorg moest worden afgeschaald.
• Ik snap niet dat de heer Jansen hier met droge ogen staat te beweren dat dit met klimaatbeleid te maken zou hebben.
U houdt hier dus met droge ogen vol dat u niet heeft gesproken over de mondkapjesdeal. Wij weten dat het anders zit.

Volgens Van Dale bestaat er een uitdrukking “dat is met geen droge ogen aan te zien”, omschreven als ‘zonder te huilen, zonder geëmotioneerd te zijn’. Dat geloof ik graag maar dat gaat om kijken en ook nog zonder droge ogen. Ontbreekt in het grote woordenboek de vergelijkbare uitdrukking met droge ogen (die zich daaruit allicht heeft ontwikkeld) in combinatie met beweren, zeggen, volhouden? Daar is de betekenis duidelijk anders.
In de hier bedoelde gevallen is er geen sprake van een emotie maar van iets wat we kunnen uitdrukken met een andere Nederlandse manier van zeggen, namelijk zonder blikken of blozen ‘zonder tekenen van verwarring, verlegenheid of schaamte’. Ongegeneerd! Losgezongen van de werkelijkheid! Met droge ogen beweren en die hele groep van de zogeheten verba dicendi (de werkwoorden die iets in de sfeer van zeggen en beweren tot uitdrukking brengen) komt net als Klavers blufpoker in de buurt van ‘willens en wetens liegen’ maar is daar nog nét een parlementair overkomende variant van. Bruikbaar met zwijgende toestemming van de voorzitter maar op het randje, zou ik denken.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Analogisch Nederlands: een aantal maal, een aantal maand en een aantal nummer.

Een aantal keer, een aantal jaar en nog sterker een aantal uur is Nederlands van anderen waarover ik struikel. Toch wordt het al tientallen jaren gebruikt, ook in een krant als de NRC. (Zie eerder dit blog toen het over dit onderwerp ging.) Dat kan heel goed te maken hebben met dat gewone maar ook weer verrassende enkelvoudige gebruik in “drie keer“, “vier jaar” en “vijf uur“.
Zou dan de nieuwe gevoelde regelmaat zijn dat we op de plaats van dat telwoord een aantal in het Nederlands kunnen combineren met een enkelvoud, althans in die gevallen dat het betreffende woord eindigt op een -r en als het frequentie of tijd uitdrukt?

Dat is kennelijk te beperkt weergegeven, want ook een woord als maal kan op deze wijze enkelvoudig blijven ondanks de combinatie met het direct voorafgaande “een aantal”. Al in 1990 registreert Nexis Uni in NRC Handelsblad: “Een aantal maal vertolkte hij zeer succesrijk Beckett-rollen.” Enkele duizenden andere gebruiksgevallen van “een aantal maal” zijn sindsdien in die bron vindbaar.

Maal lijkt op keer (zelfde betekenis en hun slotklanken zijn een tweeling), geen wonder wellicht dat taal op deze manier verandert. Veel minder frequent is iets in de krantenbank te vinden voor “een aantal maand“. Dit staat vooral het Vlaamse Nederlands toe maar hier en daar is het ook elders in ons taalgebied te vinden:

• “In de verkiezingspropaganda hadden jullie de mond vol over echte inspraak en nauwelijks een aantal maand later willen jullie de adviesraden al terug politiseren”, aldus de schepen tot besluit. De Krant van West-Vlaanderen, 1 maart 2019

• (…) ik maak portretten en sinds een aantal maand doe ik ook journalistieke fotografie.
Huis aan Huis, 18 maart 2015

• Als over een aantal maand of drie de steigers weer weg zijn,… Dagblad Tubantia/Twentsche Courant, 2 maart 2007 (Hier is allicht sprake van een contaminatie-slip, S.R.)

Dat is vrij opvallend, want hoe vaak komen we in geschreven media noem eens wat, “een aantal muur“, “een aantal dag” of “een aantal boer” tegen? Nimmer.
En toch – te veronderstellen is dat er de laatste jaren op dit punt wel degelijk iets breders aan het veranderen is in het Nederlands.
Nemen we het woord nummer:

• Binnenkort wil Longplayers graag een aantal nummer op vinyl uitbrengen. Haagsche Courant, 30 juli 2003

• Via een auditie in november zijn deze jonge muzikanten geselecteerd en mochten ze zondagmiddag hun muzikale en vocale kunnen bij een aantal nummer presenteren.
De Stentor/Sallands Dagblad, 13 januari 2004

• Het was de regionale omroep die Korvemaker stimuleerde een aantal nummer vast te leggen op cd. Dagblad van het Noorden, 12 juni 2004

Van het meervoudige “een aantal nummer” zijn nog enkele tientallen andere vindplaatsen via LexisNexis op te sporen. Dat is te veel om te kunnen denken aan iets als een tikfout.

Dit zijn niet meer dan een paar steekproefjes. Ze duiden erop dat het Nederlands op dit kleine punt minder vast gegrondvest is dan we nog niet zo lang geleden misschien hebben gedacht.
Het gebeurt niet zo snel misschien (“Dat kan een aantal week duren.”, Dagblad van het Noorden, 16 augustus 2013), maar er ís iets analogisch aan het verschuiven.

NRC juni 2022

 

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen