EEN SPELER HALEN… sportjournalistieke taal (xxiii)

Typisch een ander voorbeeld van iemand uit de sportjournalistiek die opschrijft wat een manager zegt en dan diens taal gebruikt, denk aan Renderen en Vaste waarde:

  • Door externe financiering kunnen we in de winter maximaal een speler halen
  • Het target daar is een nieuwe middenvelder halen in het slot van de transfermarkt.
  • Door de blessure van Norbert Alblas stond een vervanger halen hoog op mijn lijstje.
  • Moet Feyenoord bij verkoop een vervanger halen, dan zal het in de categorie waarin de club moet zoeken geen betere vinden.
  • We wilden juist geen aanvaller halen die Venema zou remmen in zijn ontwikkeling.
  • … kunnen de Amsterdammers doorpakken en een nieuwe aanvaller halen.
  • Mocht Zoet vertrekken, dan zal PSV een vervanger halen, wellicht in het buitenland.
  • (kop) Trainer Koopman mag centrale verdediger halen.

Niet toevallig veel voetbal in deze voorbeelden, dat is de sport van het grote geld én met een transfercircus. Kan het nog net, een speler halen? Hier? In sommige andere landen niet meer omdat het transferwindow gesloten is? Het is dus andermaal taal uit de boekhoud-economische sfeer, halen ‘aantrekken’. We halen een speler alsof het een object is, koopwaar, aan een rouwtje. Van de markt. Er dobbert ergens een schip vol bereidwilligen bij de haven rond en daar pikken we er eentje uit. Halen, alsof de speler zelf niet akkoord moet gaan met gehaald wórden en alsof er niet een heel circus aan figuren omheen draait die mee onderhandelen.
Akelig woord, net als het terughalen van een speler die elders gestald is. Gestald!

Naast halen is er ook de uitdrukking in huis halen. Dat lijkt een beetje overtollig of is een contaminatie van in huis hebben en halen. Let op deze citaten:

  • Met Chidera hebben we een speler in huis gehaald waarvoor de mensen naar het stadion komen
  • Fortuna Sittard heeft Álex Carbonell Vallés in huis gehaald.
  • omdat hij met de robuuste Canadese spits weer het type targetman in huis heeft waarmee Essevee zijn succesjaren kende
  • Beernem heeft expertise in huis met ex-crossers Bertje Vermeire, Sven Vanthourenhout, Eric De Bruyne en de nog actieve Kenneth Van Compernolle
  • De Koninklijke Roei en Nautische Sport heeft heel wat jong talent in huis.
  • Met ook topsprinter Dylan Groenewegen in huis, wedt de ploeg immers op twee paarden.
  • (FC Utrecht-trainer Van den Brom) Ik kijk eerst wat we in huis hebben en ga daar vol mee aan de bak.
  • Václav heeft snelheid, is creatief en heeft als geen ander een actie in huis. Zo’n voetballer wil je er uiteraard graag bij hebben, hij voegt echt wat toe

Het is leuk als het over een speler gaat en wat hij/zij kan: Václav heeft als geen ander een actie in huis. Soms krijgt het een wat gewrongen karakter, wanneer een journalist in huis in andere context probeert te gebruiken:

  • (tennis) Maar die laatste klap. Die had Roger Federer gisteren niet in huis.
  • (roeien) Ze kwam slecht uit de startblokken, maar had een sterke achtervolging in huis.
SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie waren eerder onderwerp van aandacht: Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje. Loopactie. De bal terugleggen. Als de brandweer. Het bos in. Renderen. Pielen. Pingelen. Vaste waarde. Uit je stekker. Een positie invullen. Hoog staan in het veld. In het mes lopen. Veel mensen achter de bal. Rijp voor de slacht(bank). Rijp voor de sloop. Na de thee. De tanden stuk bijten. Volle bak. Binnenkant paal.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

BINNENKANT PAAL… sportjournalistieke taal (xxii)

Net als bij volle bak kan bij binnenkant paal de neiging opkomen om het als één woord te schrijven, zo beknopt en samenhorend zijn die woorden. Binnenkant paal ja zelfs de binnenkant paal is een economische verkorting van bijvoorbeeld “van/aan/via de binnenkant van de paal”. *) Buitenkantje rechts is vergelijkbaar: een pass met de buitenkant van de rechtervoet. De fijne touch waarmee de bal gespeeld wordt blijkt uit het verkleinwoord.

  • Een bal op de lat of binnenkant paal kan het verschil tussen grote ontlading en diepe teleurstelling opleveren.
  • Zijn inzet kwam via binnenkant paal terug het speelveld in.
  • zijn actie met zijn linkerbeen was perfect en die bal ging binnenkant paal in de goal
  • Jurriaan van de Berg werkte de bal in twee pogingen in het doel, via de binnenkant paal (1-2).

Door het gebruik van het lidwoord (zoals in via de binnenkant paal) of een voorzetsel (met buitenkant links) worden dat bijna zelfstandig naamwoorden.

En inderdaad het genoemde buitenkantje rechts (en vast ook links) komt voor en let op het bijna liefkozende verkleinwoord dat hier mogelijk is en niet (toch?) bij *binnenkantje paal:

  • Zijn buitenkantje rechts met die sprong in de lucht was prachtig het is een van de mooiste dingen die Cruijff ooit heeft gedaan.
  • Ook Smeets schoot nog met buitenkantje rechts op doel, zijn inzet zeilde naast het doel.
  • Wanneer men bij Ulysses praat over buitenkantje rechts, bedoelt men Niek Beck, de enige doelpuntenmaker in de wedstrijd tegen De Rakt.

Een ander voorbeeld van uitgesproken figuurlijk gebruik van de oorspronkelijke aanduiding, in dit geval binnenkant paal, las ik in Spits van 19 juli 2012 en dat had betrekking op Jacco Verhaeren: “Sinds de Spelen van 2000 staat de zwemcoach garant voor succes bij het grootste sportevenement. Hij schiet elke keer binnenkant paal met zijn pupillen. Dat is heel uitzonderlijk , aldus Marc Lammers, die de hockeysters in 2008 in Peking naar de olympische titel leidde. Hij is een absolute kampioenenmaker.”

*) In mijn streektaal kan ik zeggen aander kaant spoor (aan de overzijde van het spoor), aander kaant daip (aan de overzijde van het kanaal): dat is vergelijkbaar met binnenkant paal maar anderkant spoor of anderkant diep kan in een Nederlands opstel op minder begrip rekenen bij correctie.

SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie waren eerder onderwerp van aandacht: Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje. Loopactie. De bal terugleggen. Als de brandweer. Het bos in. Renderen. Pielen. Pingelen. Vaste waarde. Uit je stekker. Een positie invullen. Hoog staan in het veld. In het mes lopen. Veel mensen achter de bal. Rijp voor de slacht(bank). Rijp voor de sloop. Na de thee. De tanden stuk bijten. Volle bak.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

VOLLE BAK… sportjournalistieke taal (xxi)

Over inspanning gesproken (zoals in de vorige aflevering met zich de tanden stuk bijten, – het snot voor de ogen rijden e.d.), een bijzondere en bijna telegram-achtige manier van zeggen is volle bak.

  • Toch won ze gisteren ook zonder harde omstandigheden met gemak de proloog. ,,Ik ben gewoon volle bak gegaan, ik was kapot aan het einde’’, zegt ze achteraf in Hotel de Jonge.
  • Maar eenmaal onderweg gaat vrijwel iedereen volle bak. (soort hindernisbaan)
  • Gevolg daarvan is wel dat we meteen volle bak gaan om naar de competitiestart toe te werken. (voetbal w.s.)
  • Het laatste rondje heb ik volle bak gesprint en gelukkig kon er niemand meer overheen komen.’ (atletiek)
  • maakten dat de inwoner van Harlingen in de wintertraining volle bak doorging en ook dit seizoen van de partij is (fierljeppen)
  • Ik merkte dat het iets zwaarder ging in de finale. Maar ik vind dat je twee keer volle bak moet kunnen racen. (zwemmen)

Volle bak moet welhaast een concrete oorsprong hebben maar zong zich vooral in sportief verband daarvan los. Het vraagt dus bijna een vaste combinatie met een constructie met een handelingswerkwoord: volle bak toewerken naar, sprinten, racen of gaan en dan het actieve werkwoord. Misschien is het ook van de ene sport (bijvoorbeeld zeilen) naar andere sporten overgegaan – wie het weet mag het zeggen.

Er is nóg een heel geliefde, beknopte manier van zeggen in de sportjournalistiek die ik niet in de grote Nederlandse grammatica vond (e-ANS): volgende aflevering.

SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie waren eerder onderwerp van aandacht: Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje. Loopactie. De bal terugleggen. Als de brandweer. Het bos in. Renderen. Pielen. Pingelen. Vaste waarde. Uit je stekker. Een positie invullen. Hoog staan in het veld. In het mes lopen. Veel mensen achter de bal. Rijp voor de slacht(bank). Rijp voor de sloop. Na de thee. De tanden stuk bijten.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

DE TANDEN STUK BIJTEN… sportjournalistieke taal (xx)

In de Nederlandse sportverslagen zou het wel eens vooral een winterse manier van zeggen kunnen zijn: schaatser A zet een tijd neer en latere rijders m/v lukt het niet om die te verbeteren. Zij bijten dan hun tanden daar zogezegd op stuk. Of de tanden met een bezittelijk lidwoord.

In Vlaanderen ligt het misschien dubbel anders (met alle nuances die bij zulke observaties horen). Het lijken daar in ieder geval in deze zomerse periode vooral wielrenners te zijn voor wie de uitdrukking opgaat én het is daar meer dan in de noordelijke Nederlanden mogelijk dat renners zich de tanden stuk bijten. Dat intrigerende zich doet wat denken aan zich over de kop werken, zich het snot voor de ogen rijden. Zich lijkt in deze context te duiden op een inspanning die iemand zich getroost maar die zonder resultaat blijft.

Kijk naar deze citaten die LexisNexis opleverde voor de afgelopen maanden en zie dat het ook wel eens andere sporten zijn en dat het niet altijd nodig is om een snellere tijd te scoren:

  • Renner na renner beet zich de tanden stuk maar de klassementsrenners, met voorop Geraint Thomas, moesten hun tijdrit nog afwerken.
  • [atletiek] (…) nu staat dat officieuze wereldrecord op 2 uur, 1 minuut en 39 seconden, in Berlijn 2018, en atleten bijten zich jarenlang de tanden stuk op de magische grens van 2 uur
  • In de sprint die volgde, beten de Duitsers Jannik Steimle (Team Vorarlberg Santic) en Jonas Koch (CCC Team) de tanden stuk op Devriendt.
  • [golf] Ooit was het omgekeerd, want vroeger beten de Amerikanen meestal hun tanden stuk op de Britse links, die niet alleen heel atypisch waren maar vaak ook geteisterd door hevige wind.
  • [voetbal] Mexico, met Standard-doelman Guillermo Ochoa tussen de palen, beet lang zijn tanden stuk op het stugge Haïti.
  • De Kempenaar deed net geen veertig seconden beter dan Evenepoel, ook Yves Lampaert beet zich de tanden stuk op de tijd van Van Aert.
SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie waren eerder onderwerp van aandacht: Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje. Loopactie. De bal terugleggen. Als de brandweer. Het bos in. Renderen. Pielen. Pingelen. Vaste waarde. Uit je stekker. Een positie invullen. Hoog staan in het veld. In het mes lopen. Veel mensen achter de bal. Rijp voor de slacht(bank). Rijp voor de sloop. Na de thee.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

NA DE THEE… sportjournalistieke taal (xix)

  • Nys kreeg nog een grote kans op een treffer, maar schoot de bal rakelings naast. Na de thee kwam hij niet meer terug op het veld.
  • Na de thee wordt VVV door een compleet nieuw Wolfsburg (elf wissels) bij vlagen weggetikt.
  • Het ondenkbare gebeurde. Het massaal op de wedstrijd afgekomen publiek zag dat BSVV na de thee de 3-1 achterstand omboog in een sensationele 4-3 zege, mede dankzij een verwoestende uithaal van de mee opgekomen Viani en een bekeken schot in de verre hoek van Cheyenne.
  • De vurige speech van Van Dalen had effect, na de thee stond er een heel ander Volkel op het veld.
  • (handbal) Na de thee versnelde Beilen het tempo opnieuw en nu lukte het wel om afstand te nemen.

Waarachtig, de uitdrukking bestaat nog – en vooral bij wat lager beoordeelde, minder professionele sporten (en in meer regionale media). Na de thee, een cliché uit de oude sportjournalistiek die nog wist wat de elftallen halverwege de wedstrijd in de kleedkamers geserveerd kregen. Thee, want de senioren voetbalden in principe ergens in de middag, theetijd.

Heel wat vriendelijker dan rijp voor sloop of slacht (laat staan in het mes lopen), maar inderdaad: een cliché en eentje die gedateerd is bovendien.

SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie waren eerder onderwerp van aandacht: Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje. Loopactie. De bal terugleggen. Als de brandweer. Het bos in. Renderen. Pielen. Pingelen. Vaste waarde. Uit je stekker. Een positie invullen. Hoog staan in het veld. In het mes lopen. Veel mensen achter de bal. Rijp voor de slacht(bank). Rijp voor de sloop.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

RIJP VOOR DE SLOOP… sportjournalistieke taal (xviii)

  • Op een gegeven moment was RKDES rijp voor de sloop. Bij 3-1 en 4-2 hadden we zeker drie keer kunnen toeslaan, maar ik miste zelfs voor open doel.
  • Na het doelpunt van Stefan Plat leek de thuisploeg rijp voor de sloop, maar de onderbreking bracht redding voor SJC.
  • Lelystad leek in de verlenging rijp voor de sloop, maar sloeg via Jethro de Graav en Dylano van den Anker alsnog hard toe: 2-4.
  • FC Castricum leek nadat het 0-2 geworden rijp voor de sloop, maar mede geholpen door het feit dat de bezoekers iets te vroeg gas terug namen, richtte het elftal van trainer Jeroen Kroes zich weer op en beloonde zichzelf met een punt.
  • Tegen tien man viel de gelijkmaker. Ajax was rijp voor de sloop. Met een mannetje meer op het veld breng je dan Ihattaren in natuurlijk, ook al is-ie pas 17 jaar.
  • Na een vroege rode kaart voor Jan-Maarten van Dijk en de daaruitvolgende rake vrije trap van Sven Breukhoven leek Geinoord rijp voor de sloop.

Met andere woorden, rijp voor de sloop is in feite hetzelfde als rijp voor de slacht, onderwerp van de vorige aflevering. De tegenstander is gevloerd en nu…. Het enige verschil is dat het eerste betrekking heeft op iets doods zoals een gebouw, slachten gebeurt door slagers of slachters (wat niet hetzelfde is) met dieren als lijdend voorwerp.*) Ook bij de uitdrukking met de sloop lijkt een grote nederlaag nabij, maar….

Verrassend is het voorkomen van de uitdrukking in een verslag van Ajax (en PSV, waar Ihattaren speelt). Het is de uitzondering die de hoog/laag-regel bevestigt die inhoudt dat hogere journalistiek zich niet bedient van dit soort toch wat platte manieren van zeggen.

*) Soms wordt een spijkerharde verdediger die over de grens van het toelaatbare gaat door commentatoren een slachter genoemd. Vooral voetbal rond de Middellandse Zee, wellicht ook Zuid-Amerika. Het overkwam bijvoorbeeld Manuel Iturra van Rayo Vallecano op Ziggo Sport d.d. 03.03.2019.

SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie waren eerder onderwerp van aandacht: Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje. Loopactie. De bal terugleggen. Als de brandweer. Het bos in. Renderen. Pielen. Pingelen. Vaste waarde. Uit je stekker. Een positie invullen. Hoog staan in het veld. In het mes lopen. Veel mensen achter de bal. Rijp voor de slacht(bank).

Posted in Uncategorized | Leave a comment

RIJP VOOR DE SLACHT… sportjournalistieke taal (xvii)

Is er verschil tussen hoog en laag in sportjournalistieke sferen? Ik bedoel, schrijft iemand anders voor pak ‘m beet de Volkskrant dan voor de regionale krant of een streekblad? De vraag stellen is ‘m beantwoorden. Kijk naar deze praktijkvoorbeelden en let op de ploegen die erin figureren, die vinden we niet in de Eredivisie:

  • Ösgur Akkas kopte de gelijkmaker binnen en Westerwolde leek rijp voor de slacht.
  • OVC was rijp voor de slacht, maar door een onweersbui werd het duel twintig minuten stilgelegd.
  • In het vervolg leek Arnhemse Boys rijp voor de slacht. Angeren oogde frisser.
  • In de openingsfase is Elsweide rijp voor de slacht. Paasberg-spits Angelo van Maanen maakt in no time twee goals.
  • De ploeg uit Overijssel was rijp voor de slacht, maar uiteindelijk ging het toch nog mis voor de ploeg uit Ten Boer.
  • De Meern was na de rode kaart op slag van rust voor Serkan Yasar rijp voor de slacht, maar hoofdklasser VC Vlissingen kwam gisteren tegen de hekkensluiter niet verder dan een 2-2-gelijkspel.
  • Achilles leek in de fase daarna rijp voor de slacht – zo werd een inzet van Fidom ternauwernood van de doellijn gehaald – maar de gasten rechtten de rug.
  • Nadat Trappers gisteravond een snel opgelopen 2-0 achterstand had omgebogen in een 2-3 voorsprong, leek de thuisploeg even rijp voor de slacht.

Westerwolde, Arnhemse Boys, Ten Boer, rijp voor de slacht is vooral vindbaar in sportjournalistieke verslagen van het amateurvoetbal. Alsof het om dieren gaat bij de verliezers en alsof de andere partij uit slagers bestaat.

Er blijkt een verlengde variant te bestaan van rijp voor de slacht:

  • In het eerste kwartier van de tweede helft leek de thuisploeg rijp voor de slachtbank, na de tweede goal van Kaars en een doelpunt van Kay Tejan.
  • Schaesberg was rijp voor de slachtbank, want nog geen drie minuten later maakte Smets, na een fout van doelman Carlo Collombon, ook de 3-0.

De slachtbank mag nabij lijken, niet zelden blijkt het een literaire figuur om de lezer op het verkeerde been te zetten – wat léek te gaan gebeuren, bleef achterwege.

SPORTJOURNALISTIEK (Van Dale)

In deze serie waren eerder onderwerp van aandacht: Vrouwen en kinderen eerst. Een listige afdaling. Stoeltje. Loopactie. De bal terugleggen. Als de brandweer. Het bos in. Renderen. Pielen. Pingelen. Vaste waarde. Uit je stekker. Een positie invullen. Hoog staan in het veld. In het mes lopen. Veel mensen achter de bal.

Posted in Uncategorized | Leave a comment