Variatie in familieberichten (19): opa, buiten oma niemand zoals hij (ii)

Variatie is dus een opvallend kenmerk bij de verwijzing naar iemand als opa,- oma zal niet minder rijk bedeeld blijken in latere afleveringen. Uit de reacties op de vragenlijst wordt informatie duidelijk die niet in familieberichten staat, zoals de reden om iemand bijvoorbeeld opa zolder te noemen (“naar de plek waar het het leukste spelen was bij deze opa”) of lummel-opa (“die leert zijn kleinkinderen graag vieze woorden”).

Bij de volgende voorbeelden uit gegevens van rouwadvertenties in NRC Handelsblad van de afgelopen jaren is vaak te vermoeden waarom een bepaald woord aan opa is toegevoegd. Op enkele plaatsen is informatie verstrekt die af te leiden viel uit de betreffende advertentie, maar soms blijft het een raadsel. Hieronder volgt een royale selectie, inclusief een enkele geografische aanduiding, soms een voornaam – al dan niet uit de kindermond voortgekomen – en ook enkele afko’s of zelfs aanduidingen bestaande uit louter letters. FN betekent ‘familienaam’ die in de betreffende advertentie vermeld is. Geniet!

Uit Ja zuster, nee zuster (Youtube)


Opa Abbi (FN Abbink), Opa Ameland, opa Biem (w.s. Wim (kindertaal)), opa Bilthoven, opa Bloem (FN Bloembergen), opa Bo, Boeken-opa (in half Fries eenmaal aangetroffen als Voorlees-Pake), opa Boem Boem, opa Bol, opa Bolletje, bolus-opa (in Zeeland), opa Boot, opa bos, opa Bou (sc. Boudewijn), opa-bril, opa brombeer, opa Chef, opa Daddy, opa de grappige, opa Den, opa Di, opa die op alle vragen antwoord wist, opa Doedoe, opa Dop, opa drop, opa E (Eduard), opa Ees, opa en opi, opa Eric, opa Fant (sc. Frans (kindertaal), opa fietser, opa France, opa Freekie, opa Friesland, opa Geert, opa Haag (Den Haag), opa hout, opa Husch, opa ijs, opa Joop, opa Kip, opa Klaas, opa Klok, opa Koekoek, pa krokodil, opa kussens, opa lala (t.w. muzikale -), opa Lau (Laurens), opa Leloe (Leo), opa Leo, opa London, opa Lothje, opa Lub (FN Lubbers), opa Makkie (Max), Opa motor, Opa Nederland, opa Neus, opa Nijn, opa Nora, opa Ollie (w.s. Willem (kindertaal)), opa op het Plein, opa Otous (FN Toussaint), opa Pauw, opa Pijp, opa Pits (Frits (kindertaal)), opa poes op het dak (grootvader was hoogleraar Zoötechniek i.h.b. van de grote huisdieren), opa Pula, opa Q (FN Quarles van Ufford), opa Rien, opa Rob, opa Saar (naar de naam van de poes), opa Schaap, opa Schaar (FN Schaardenburg), opa Sjon, opa Snor, opa Steeg, opa T (FN Terwindt), opa Theo, opa Tiel, opa Tikkie (FN Tiktak), opa Tiktak (naar een klok), opa Timmie(FN Timmermans), opa tjoeptjoep, opa Toetoet, opa Trein, opa Tuin, opa Uil, opa Ullie, opa van de zee (scheepsbouwer als beroep), opa Velden, opa Vriend, opa W.P.(Willem Pluygers), opa Wiel [Wiel < Wilhelmus (Limburg)], opa Willo (Willem), opa Woef, opa Zee, opa Zilver (FN Aardewerk).

Vormen van samentrekkingen van (deel van) opa+voornaam komen nu en dan ook voor:

Olex (opa Lex), Opatijn (opa Martijn), OPaul (Opa Paul), OpaDa (Daan), Opa-Ka (Karel), Opamau (Maurits), Opix (opa Felix), Pachi (opa Christiaan), Pajan (opa Jan), Papiet (opa Piet), Wimpa (opa Wim). Voorts moeten we grapjas– en grapjes-opa niet vergeten noch de speel– en de spelletjes-opa.

En we zijn er nog niet, ook al bevat de volgende aflevering minder familaire data. Het gaat dan over systematisch ontstane aanduidingen voor grootvader.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Waarom schrijver dezes niet boos is maar teleurgesteld….

Nog éen maal? In het coronadebat van 20 mei interrumpeert Lodewijk Asscher (PvdA) de minister-president en verwijst terug naar het vorige debat, toen de premier had gesproken van semantiek in denigrerende zin. Volgens de Handelingen zei hij: “Het is een beetje semantiek, want de vraag, ook met die 1,5 meter afstand, wordt natuurlijk al gauw: wanneer is het nog een groep en wanneer zijn het verschillende tweetallen? Ik denk dat dit in de praktijk dus niet veel uitmaakt.” Dat komt neer op: semantiek = wat maakt het uit?

Daarom nog énmaal.

• Een kind dat Latijn leert – een 12-jarige is toch nog een kind – komt al snel in aanraking met een constructie die AcI heet. Het is een combinatie van een lijdend voorwerp met een onbepaalde wijs die je het beste op een bijzondere manier in het Nederlands kunt vertalen. Die AcI herken je natuurlijk aan zo’n lijdend voorwerp met een onbepaalde wijs in z’n nabijheid, maar belangrijker is de afhankelijkheid van een bepaald type werkwoord. Eentje uit de groep van de verba sentiendi et declarandi is verplicht, dus een werkwoord uit de groep van voelen en beweren. Dat is een kwestie van betekenis, semantiek. Maar ja, wat is Latijn.

• Eenzelfde kind dat Engels leert – in onze situatie al voor z’n twaalfde en dan dus zeker kind – wordt bij ons waarschijnlijk niet geattendeerd op dit soort zinnen:

  • D. C. Council member Jack Evans (D-Ward 2), who is set to be expelled from the council over ethical misconduct, has declined a request from House Republicans that he testify on Capitol Hill as Congress considers D.C. statehood. Washington Post 19.12.2019
  • A reporter for National Public Radio alleged Friday that Secretary of State Mike Pompeo screamed obscenities and demanded she prove she could find Ukraine on an unmarked map after she asked — and Pompeo refused to answer — whether he owed former US Ambassador to Ukraine Marie Yovanovitch an apology. CNN 25.01.2020
  • “They have in principle asked that the new relationship not apply to Gibraltar without the explicit consent of Spain, which will only be given if the bilateral talks with Spain and the UK over the rock are resolved,” a senior EU diplomat said. The Guardian 01.02.2020

Ik kan me niet herinneren dat we leerden, dat we moesten letten op die aparte persoonsvormen zónder s! Kan er mee te maken hebben dat het vooral een regel in het Amerikaanse Engels is, maar in de Britse variant kom je het ook tegen. In de English Grammar van Greenbaum (Oxford 1996, b.v. bladzijde 268) vond ik er een naam voor, mandative subjunct. Mandative want er is een voorafgaand werkwoord als request, demand, ask ‘eisen’ bij nodig. In deze context zien we niet het normale he testifies maar he testify, niet she proves maar she prove, niet it applies maar it apply. Kwestie van betekenis, semantics. Maar ja, wat is Engels.

• Nederlands dan, mag dat wel? Hoe zit het met het verschil tussen de volgende zinnen:

  • Gisteren hebben we een paar uur door Den Haag gelopen.
  • Voor de terugreis zijn we naar het Centraal Station gelopen.

Enerzijds we hebben gelopen (waar zijn ongrammaticaal is) en anderzijds zijn we gelopen (waar hebben geen correct Nederlands is). Hoe zit dat eigenlijk?
Ik verwijs graag naar het mooie boek van Wim Klooster, Grammatica van het hedendaags Nederlands. (…), Den Haag 2001. Daarin valt op bladzijde 45 e.o. te lezen hoe de vervoeging met hebben samengaat met een duratief aspect (we hebben een paar uur gelopen) maar dat we in het Nederlands zijn combineren met de voltooide tijd van lopen als er een terminatief aspect aanwezig is: we liepen immers met als doel Den Haag Centraal, Den Haag Centraal. Het is een kwestie van betekenis, de semantiek helpt ons te vervoegen. Welke politici zouden dat weten?

TripAdvisor

Semantiek is interessant – er is vast geen taal te bedenken waar dat niet voor opgaat en taal draait alleen maar om wat het betekent. Daarom: wat jámmer dat in de politiek het begrip semantiek en semantisch van een negatieve betekenis is voorzien.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Ahmed Marcouch bij WNL op zondag (19.04.2020): je reinste….

Na een maand werkelijke coronacrisis was Ahmed Marcouch (oud-Kamerlid voor de PvdA, sinds 2017 burgemeester van Arnhem) te gast bij WNL op zondag. Hij had het er vooral over zijn rol als eerste burger die dicht bij zijn mede-Arnhemmers wil staan. Hij wandelt of fietst graag door zijn stad en heeft het half april, op een toppunt van corona, over de rust, de stilte, hoe de lockdown aan de hele week een zondagsgevoel geeft. Het zijn ingrijpende maatregelen die door het kabinet getroffen zijn, maar het gaat dan ook wél over leven en dood, zegt Marcouch. Het is je reinste…. Wat hij daarna zegt, volgt verderop.

Ahmed Marcouch (website gemeente Arnhem)

Kijk via LexisNexis in kranten naar de taal waarmee “je reinste” gecombineerd wordt: in de eerste helft van mei 2020 zien we bij voorbeeld masochisme, Leidenporno, smaad en laster. In april is het vergelijkbaar met je reinste geldverspilling, kolder, dictatuur, roomse rommel, zelfbedrog, en een smerige auto wordt gekenschetst via je reinste blubber.
Dat is taal uit de buitenwereld, kan het zijn dat het Binnenhofs hiervan afwijkt? Welnee, in de periode 1950-2000 zien we je reinste zwendel, je reinste demagogie, bedrog, flauwekul, volksverlakkerij, lariekoek in de parlementaire verslagen. Dat is de aansluitende jaren niet anders, als in combinatie met je reinste onzin, discriminatie, demagogie, poppenkast, geldverspiulling, kolder in de Handelingen opgenomen staan.

Je reinste wordt weliswaar behoorlijk gevarieerd maar met iets zéer negatiefs gecombineerd, zoveel is wel duidelijk. Abject!

Laten we kijken in de ongecorrigeerde verslagen van de Tweede Kamer uit de periode dat Marcouch dan wel geen volksvertegenwoordiger meer is, maar zó snel zal de taal aan het Binnenhof niet gewijzigd zijn met zijn vertrek. Je reinste huichelarij, lezen we in 2016, kletskoek, discriminatie. Het jaar erop is het een negatief etiket door de woorden kapitaalvernietiging en onzin, in 2018 gevolgd door competitievervalsing, flauwekul, bedrog, onzin. Dat zijn woorden die (min of meer) terugkomen in de jaren 2018 en 2019: flauwekul, uitbuiting, slavernij, geldklopperij, je reinste waanzin!

Tijdens Rutte-III is de SP de grootste gebruiker van je reinste X (7x), gevolgd door de PVV (4x) en ex aequo eindigen GroenLinks en D66 met elk 3x je reinste nog wat. Zo bijzonder als het is dat de coalitiepartij D66 je reinste gebruikt (allereerst in de persoon van Alexander Pechtold), zo weinig verrassend is het dat VVD en SGP zich in dit opzicht in voorzichtiger taal uiten. (Jawel, het CDA sprak eenmaal van je reinste uitbuiting en de ChristenUnie ook 1x van je reinste slavernij.)

De PvdA stelde zich in deze jaren op dit punt terughoudend op: 0x is de verbinding je reinste X voor deze fractie in de Handelingen genoteerd. Ook op die grond is het niet zo verwonderlijk dat Marcouch – in Marokko geboren en op jonge leeftijd als analfabeet naar Nederland gekomen (www.parlement.com) – met dat stukje Nederlands niet helemaal raad wist bij Rick Nieman op 19 april 2020. De coronarust hield verband met maatregelen die gaan over leven en dood, dat is je reinste ernst, zei Marcouch. Je reinste ernst – en hij bedoelde dat al-ler-minst veroordelend.

Waar steekt een native speaker van het Nederlands dergelijke taalkennis op? Van zijn ouders? Onzin. Op school? Flauwe kul. Zijn er Nederlandse grammatica’s, zijn er Nederlandse woordenboeken die de observatie bevatten dat “je reinste” aansluitend verplicht met iets abjects gecombineerd wordt? Als het al zo is, dan heeft Ahmed Marcouch die bronnen begrijpelijkerwijs niet gezien.*) Kennelijk heeft hij het zich ook niet eigen gemaakt op de manier van de normale Nederlander: door observatie en imitatie van wat anderen zeggen of schrijven.

En ik? Wanneer leerde ik het precieze gebruik van de Nederlandse constructie je reinste X?Waarschijnlijk was het precies een maand geleden, een praatprogramma op zondag. Daar hoorde ik een Marokkaanse Nederlander, afkomstig uit Beni-Boughafer…

*) Van Dale geeft als omschrijving onder andere ‘klinkklaar’. Belangrijk verschil met je reinste is het gegeven dat het negatieve klinklaar in de praktijk alléen met onzin en nonsens gecombineerd wordt én daarnaast een positief gebruik kent (klinkklare feiten).

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Variatie in familieberichten (18): opa, buiten oma niemand zoals hij (i)

In heel Europa, niemand zoals hij: opa is geliefd volgens het lied van Annie M.G. Schmidt. Maar ook al klinkt er misschien niet net zo’n halleluja uit de kindermond, oma bevindt zich in dezelfde eredivisie. Dat is te zien aan de verschillende aanduidingen die zowel oma als opa ten deel vallen, alsof zij daarmee een kolossale hoeveelheid onderscheidingen verzamelen waarbij volle borsten van top-militairen verbleken.

Leen Jongewaard als ouwe opa (still Youtube)

De collectie in deze aflevering en de volgende zal verre van volledig zijn en bestaat in essentie uit twee elementen. Allereerst streepte ik over een lange periode aan welke opmerkelijke aanduidingen zich in de familieberichten van NRC Handelsblad bevonden. Daarnaast is er de opbrengst uit de vragenlijst in dit blog en die ook aanvullingen gaf die ik maar regionaal Vlaams noem. Ook daar is opa een gangbare vorm – en zelfs eentje die in opmars lijkt als “algemeen Nederlands” – net als in Nederland bijvoorbeeld de Friese pake van opa een beetje concurrentie te verduren krijgt.

De grens tussen Nederland en België is overigens niet scherp. Een vorm als bompa(pa) mag véel uit de royale omgeving van Antwerpen opgegeven zijn, ook in de onderste helft van Nederland komt deze voor blijkens die rouwadvertenties in de NRC. Naast bompa biedt Vlaanderen nog twee belangrijke groepen opa-woorden die met lipletters beginnen, pépé (of pepee e.d.) en peter c.a. Ik neem aan (maar ben geen specialist op dit gebied) dat peter en peet de oorsprong vormen van pépé e.d. De kindermond kan hier de verklaring wederom bieden met een gelijkmakende aanpassing van een medeklinker (t > p) en bijvoorbeeld een herhaling. De historie van pépee lijkt daarmee erg op die van papa.

Herhaling zien we ook bij va en woorden die daarbij horen: vava, vake maar ook vovao, vovo en de va (“de va en den bompa” noteerde iemand uit Antwerpen als antwoord op de vraag naar opa). Omdat sommigen grootvake noteerden, kunnen woorden als vava een herhaling (en misschien verkorting) van het laatste deel van grote va, grootva of grootvader en grootvadder zijn. Vava is overigens typisch Vlaams, als de inzendingen een juiste afspiegeling van de taalwerkelijkheid zijn. Grova komt in de afvraging voor in Nederland en heeft natuurlijk dezelfde oorsprong. (Terloops: lastig is het dat heel soms blijkt, hoe een aanduiding van een grootouder óok voor een vader of moeder gebruikt kan worden.)

Als opa’s van beide kanten (van vaders – en van moeders zijde) van elkaar onderscheiden moeten worden, liggen er allereerst twee opties voor de hand: opa + plaatsnaam en opa + familienaam (of bijvoorbeeld ingekorte familienaam). Een rijke oogst is er verder voor iemand die let op het type aanduidingen waarbij een kenmerk aan opa wordt toegevoegd: opa met de pet, opa met de hoed, opa Bossen (naar woonplaats in het bos), opa poes (ze hadden katten) en opa zolder (naar de plek waar het het leukste spelen was bij deze opa). Of er wordt een onderscheidende bepaling aan de voorzijde gekozen zoals dikke opa en lummel-opa (die leert zijn kleinkinderen graag vieze woorden).
Op dit terrein is er inderdaad veel te verzamelen (zie de volgende aflevering!) en ook verder zijn we nog lang niet klaar met woorden voor grootvader, zelfs al lijkt dat een krimpend cultuurgoed. Krimpend, want nogal wat invullers schreven dat opa toenemend met zijn voornaam wordt aangesproken. Laat Unesco het niet horen!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Alle gedichten, Calliope, da’s groentes Q-Park en krokussen: automatische ondertiteling via de computer

Er zijn twee soorten ondertitels voor de televisievolger van het Binnenhof. Wat er enkele dagen na de (semi-) live-uitzending onder gezet wordt, stemt in principe overeen met wat de tekst is van het ongecorrigeerde verslag door de stenografen. Dat is prima. Tot het zo ver is, moet iemand met een wat slechter gehoor het doen met live ondertiteling. Dat is bar van kwaliteit, al hangt het van de spreker af.
Wie Eric Wiebes ondertiteld zag spreken bij de Inloop van het kabinetsberaad op 15 mei 2020 kon vrijwel geen discrepantie waarnemen tussen het oog en het oor. Wie daarvóor zijn collega Wouter Koolmees had beluisterd, kon Teletekst 888 beter uitschakelen. Hij wilde niet reageren op alle gedichten, zei Koolmees, in werkelijkheid sprak hij van “alle geruchten”. De ondertiteling raakte op het literaire spoor en hoorde hem aansluitend de muze Calliope noemen – maar wat de bewindsman eigenlijk zei?
Dat Vos impact stond er – lees “die forse impact”. Da’s groentes Q-Park! zagen we: ik hoorde eerder “deze groei, deze krimp” ten tijde van de krokussen, lees “de coronacrisis”.

Waar Koolmees sprak van het steunprogramma NOW verstond de machine AOW, “gigantische aantallen” werden chaotische aantallen. “Zorgen dat die krimp er…” werd geïnterpreteerd als zorgde Quimper.

Bar en boos makend.

Op 16 april was er een technische coronabriefing aan het Binnenhof met onder meer mevrouw Van Diemen-Steenvoorde als getuige-deskundige. De computer kon haar fantastisch volgen – het hangt dus vooral van de spreker (m/v) af en Wouter Koolmees hoort (althans in dat opzicht) bij de ongeschikten.


Vrijdag na de Inloop besloot het kabinet (blijkens een persbericht van 15.38 uur dus na afloop): “Dr. J.A.A.M. (Ronnie) van Diemen-Steenvoorde wordt directeur-generaal Curatieve Zorg bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.”

De Commissie van VWS van de Tweede Kamer moet haar blijven uitnodigen – ook in het belang van degenen met een slechter gehoor.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Variatie in familieberichten (17): wederzijdse beïnvloeding bij woorden voor ouders en grootouders

Het was een foutje, en echt onbedoeld: in deze serie over Variatie in familieberichten komen twee afleveringen 15 voor met hetzelfde onderwerp. In de eerste van deze twee ging het over ons papa en het Engelse daddy, de aflevering met hetzelfde reeksnummer bevatte toevallig een serie varianten voor ‘vader’ in het Nederlands (en enkele andere talen). Ik vermoed dat het woord vader via de kindermond gewijzigd is in pappa, volgens hetzelfde procedé waarmee vele voornamen veranderden van doop- in roepnaam. Daarover ging het in deze serie ettelijke malen, neem als voorbeeld de vele vormen die uit Elisabeth voortkwamen.

Dat brengt ons bij moeder. Van Eng. mother is het eigenlijk simpel om op mum te komen; daar wordt immers door het begin van het woord (mother > mum) dezelfde route afgelegd als het laatste stukje van de naam Elisabeth > Bep. De medeklinker die de betreffende lettergreep opent (m, b/p) moet deze alleen ook nog even afsluiten.
Maar het Nederlandse woord moeder levert een probleempje op: hoe komen we via kindertaal van moeder naar mamma? Parallel aan vader > papa zou je moeder > moemoe verwachten*). De mamma-kwestie moeten we misschien bekijken vanuit het perspectief van de vaste combinatie die familieduo’s als ouders, grootouders, ooms en tantes nu eenmaal vormen (man eerst, vrouw op de tweede plek). Daarom veronderstellenderwijs: pappa heeft met zijn klinkers ervoor gezorgd dat moemoe ooit gewijzigd is in mamma, zo passen pappa en mamma bijeen. (zie de duo’s in de tweede aflevering 15) Jazeker: het Franse maman kan in bepaalde regio’s én milieus een rol gespeeld hebben.

Ik neem net zo aan dat opa en oma via de kindertaal voortgekomen zijn uit grootvader en grootmoeder. 1) Groot– zou dan uitgesproken zijn als “oo”, –vader werd pa. Samen: o-pa.
2) Ook aan de vrouwelijke zijde werd groot als “oo” gerealiseerd. En hoe dan de tweede helft van groot-moeder?
Te verwachten is de vorm omoe – “niet algemeen grootmoeder” zegt Van Dale. Het komt enkele malen voor in de antwoorden op de vragenlijst, te weten uit Groningen en Texel.
Maar onder invloed van opa als vaste-begeleider-voorop ontstaat een dubbel spoor aan mogelijkheden voor grootmoeder uit de mond van een kleinkind van laten we zeggen een jaar of twee:

opa + omoe –> opoe
opa + omoe –> oma

Bij ons (althans voor velen bij ons) geldt opoe als woord met een negatieve connotatie, oma heeft de strijd als neutrale aanduiding voor de meesten gewonnen. Zij is ook verreweg het vaakst genoemd door inzenders van de vragenlijst, maar opoe en oma kunnen binnen éen familie ook met elkaar concurreren. Iemand uit de Randstad schreef dat oma de grootmoeder aan moederskant was, opoe die van vaderszijde. Dat is door de m (moeder) en de p (pa) makkelijk van elkaar te onderscheiden.
Er is nog een tweede ontdekking die voor rekening van de invullers komt: opoe als aanduiding voor ‘oma’ is op de terugtocht, maar ze lijkt toenemend een tweede kans te krijgen als aanduiding voor ‘overgrootmoeder’! In sommige families blijkt oma dus een jongere uitgave van een opoe. Dat past bij de negatieve sfeer die opoe dus óok kan hebben, als overgrootmoeder bevindt zij zich wat verder weg.

*) Moemoe is bij allerlei respondenten uit Vlaanderen (en eenmaal Noordbrabant) ‘oma’. Incidenteel is moemoe in Vlaanderen ook ‘overgrootmoeder’. En nog incidenteler (1x) schrijft een mevrouw uit Almere, dat haar puberende zoon haar moemoe noemt of mamaatje. Hier moet moemoe een klinkervariant op mama zijn, gebaseerd op moeder. In de betekenis ‘oma’ of ‘overgrootmoeder’ is eerder te denken aan moe+moe = ‘dubbel moeder’

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van een bijzin en een stijlfiguur: Neerlandici, let op u saeck

Minister Algera van Verkeer en Waterstaat maakte een grapje in 1955, toen hij een geachte afgevaardigde aanhaalde en op diens woorden varieerde door te zeggen, volgens de Handelingen: “Oh, Nederland; let op u saeck, want in het huidige Kabinet zitten drie Friezen.” Saeck, schreven de stenografen in overeenstemming met de gewoonte. Die veranderde in die parlementaire verslagen al snel bij de weergave van het bezittelijk voornaamwoord, want u werd uw, overeenkomstig de dan contemporaine regels van het Nederlands.

In 1955 was het nog heel gewoon als juristen een bepaalde redenering afdeden als een vreemde figuur. Wie op dat terrein afweek van de normale route van A naar B naar C handelde niet volgens de juridisch gangbare ‘manier waarop iets in zijn werk gaat’. Zo omschrijft Van Dale het woord figuur dat in dit verband passend is. Als variant op vreemde figuur kwam – afgaande op de Handelingen – laat in de vorige eeuw de combinatie rare figuur op:
• Peter Lankhorst (GroenLinks 1993): “Het is toch een rare figuur om in december nog met deze staatssecretaris over de begroting te spreken, wetende dat hij een paar weken daarna weg is.”
• Eimert van Middelkoop (GPV/CU 1994): “Dat lijkt mij juridisch gezien een rare figuur.”

Figuur is volgens Van Dale ook een verkorting van stijlfiguur ‘niet-rechtstreekse uitdrukkingswijze, beeldende omschrijving (…)’. Dan zitten we in een andere faculteit, Rechtsgeleerdheid is vervangen door Letteren. Soms gebruiken sprekers stijlfiguur in die letterkundige betekenis, maar dat is duidelijk op z’n retour. Nog net voor 2000 vind ik een citaat in de Handelingen van Femke Halsema (GroenLinks) waaruit duidelijk wordt dat stijlfiguur dat eerdere, juridische figuur kon vervangen: “Mijn fractie blijft het een vreemde stijlfiguur vinden dat (…)” (1999).
Camiel Eurlings (CDA) zegt volgens het verslag enkele jaren later: “Ik blijf het een vreemde stijlfiguur vinden dat wij (…)” (2002). Eurlings bleek ook als minister een liefhebber van de term stijlfiguur, zowel in oude als in nieuwe betekenis.

Maar in dat opzicht legt Camiel het af tegen Diederik. Ik citeer vrij lukraak:
• “Nogmaals, ik vind het een rare stijlfiguur dat de staatssecretaris een reactie moet geven (…)” (Samsom 2006)
• “(…) en nu creëert de heer Duyvendak de zeer merkwaardige stijlfiguur dat,(…)” (Samsom 2007)
• “ (…) dat lijkt mij bovendien een ingewikkelde stijlfiguur.” (Samsom 2010)
• “(…) is dat hele Catshuisberaad natuurlijk een rare stijlfiguur geworden.” (Samsom 2012)

Merkwaardige, rare, ingewikkelde – de term stijlfiguur is vroeg in de 21ste eeuw een negatief begrip geworden dat Van Dale in deze betekenis nog niet heeft ontdekt.
Het lijkt logisch, te veronderstellen dat de negatieve combinatie geen stijl die taalverandering heeft bevorderd. Minister De Gaay Fortman (Binnenlandse Zaken) helpt ons, te bepalen wanneer deze collocatie opkwam. In 1970 zegt hij: “Daarvan zei men terecht, dat het – laat ik het nu maar in woorden van deze tijd gebruiken – geen stijl was, dat (…)”.*)

Figuur als afkorting van stijlfiguur; geen stijl als negatieve aanduiding; naast het juridisch vreemde komen andere geringschattende kwalificaties zoals rare figuur en dat samen leidt tot het huidige gebruik van stijlfiguur in afwijzende, niet-literaire zin. Minister Hoekstra (Financiën) is dé grote gebruiker ervan.

We kenden al het negatieve gebruik van semantiek, voorheen neutraal een technische aanduiding voor een interessant deel van de taalkunde, nu in politicis ‘haarkloverij’. Zie een stukje daarover als onderdeel van het Woordenlijstje van Rutte semantiek = gezanik over de precieze inhoud, bah.

Wie bij Nederlands ontleding kreeg, leerde dat deze zin achtereenvolgens een BZ en een HZ bevatte. Voor de goede orde: een bijzin “Wie bij Nederlands ontleding kreeg” en de hoofdzin “leerde dat deze zin achtereenvolgens een BZ en een HZ bevatte”. Sterker, de hoofdzin is nog maar nauw begonnen of er volgt alweer een bijzin: “dat deze zin achtereenvolgens een BZ en een HZ bevatte”. Het is bijna éen lange bijzin.
Wie tegenwoordig luistert in de Tweede Kamer, komt er achter dat de technische term bijzin een negatief begrip is geworden in de sfeer van ‘er bijna achterbaks tussen gefoefeld’. Neem Geert Wilders in het corona-debat van de vorige week: “Inderdaad, hij heeft gisteravond in een bijzin een paar keer gezegd — dat hebben 7 miljoen mensen ook wel gehoord — “als dat ook kan”.”

Hoe lang is het nog toeval als uit één vakgebied minstens drie technische begrippen een negatieve lading krijgen in politiek taalgebruik? Neerlandici,…

Via dbnl.nl

*) Correctie 15.05.2020: W.F. de Gaay Fortman was in 1970 senator en bezigde de woorden van het citaat dus in de Eerste Kamer (en wel op 10 februari). Inderdaad zei bijvoorbeeld Henk Vredeling enkele maanden tevoren geen stijl in de Tweede Kamer, maar die kwamen incidenteel ook al een aantal jaren eerder in het Parlement voor, soms voorzien van het excuus “heel huiselijk gezegd”.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen