Een hele goeie navond: de opgebruimde conducteur

Het verhaal van de hoofdconducteur van enkele maanden terug komt zo, eerst even naar een jaar of 30 geleden. Een collega vertelde me enthousiast hoe zijn zoontje hem had verteld dat hij iets juist heel goed had opgebruimd. Opgebruimd? Ja, van het werkwoord opbruimen dat net zo klinkt als opruimen en als je dat als jonge junior nog niet zo bewust hebt gehoord, dan is opgebruimd even begrijpelijk als opgeruimd.

De collega vertelde het in reactie op mijn verhaal dat een van de (kleine) kinderen naar Lauwerslaag had geïnformeerd: als er een Lauwershoog was, kon er immers ook een Lauwerslaag bestaan.*) Lauwersoog is bij normale spraak net Lauwershoog.
De broer van dezelfde kleine junior gebruikte een keer het woord snavonds. Dat moet afgeleid zijn van vannavond dat op zijn beurt net zo klinkt als vanavond.

Maar dat was een kind van vier jaar en dergelijk taalgebruik bezit dan nog wat meer logica dan wanneer een opgewekte conducteur de zojuist opgestapte passagiers welkom heet door hun “een hele goeie navond” te wensen. Dat deed hij consequent die navond, ook bij de volgende stops. Zo wisten we dat hij enthousiast was (getuige hele) en die oude naamvals-n vast had geplakt aan het tweede deel van het woord goeienavond. Dat is heel menselijk, juist voor een woord dat met een klinker begint. (Lijkt te beginnen, ik schreef lang geleden een artikel waarin ik beweer dat woorden in het Nederlands in principe nooit met een klinker openen maar in dat geval met een glottisslag, zeg maar het klikje van Willemijn: “De fonologische status van de glottisslag.” In: Tabu; vol. 13 (1983), afl. 4 (dec), pag. 121-142 / 1983) Menselijk maar van een hoofdconducteur minder te verwachten dan van een kleuter.
De NS-functionaris – hét aanspreekpunt en visitekaartje van de trein zegt NS in de advertentie waarin ze werven voor deze beroepsgroep – kan beïnvloed zijn door omroepmedewerkers die ons een heel goeienavond toewensen. Goeienavond, zeker, maar in “een (heel) goeienavond” is iets als een soort zelfstandig naamwoord opgevat wat Van Dale terecht als tussenwerpsel karakteriseert. Een heel goedenavond is voorlopig nog net zulk Swiebertje-Nederlands als iets als een heel goedenmorgen.

Nog een prettigen dag gewenst!

*) Ik zet deze gebeurtenis uit het thuis gesproken dialect voor het gemak over in het Nederlands.

Fragment website ns.nl
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Een klikje in de taal ehvan Willemijn Hoebert

Willemijn Hoebert – zeg “Hoebèr” op z’n Frans – is een van de weerpresentatoren van de NOS.
Afgezien van haar ui-klanken (die bijna wat Fries aandoen) is er één intrigerend kenmerk aan haar uitspraak van het Nederlands. Het is een klein kenmerk, “veel is het niet”, zou ze zelf kunnen zeggen. Op Youtube zijn er heel wat filmpjes van een minuut met Willemijn te vinden en niet zelden horen we van haar het volgende:
• “ehveel is het niet”
• “ehzwak tot matig”
• “wind van ehzee op gaat steken”
• “ehzonneschijn”
• “ehvijf á zes graden”

Bijna onmerkbaar smokkelt Willemijn in haar uitingen het begin van een eh-tje, een klikje dat ze vastplakt aan de volgende stemhebbende wrijfklank (v, z, g) vooraan aan het volgende woord. (Zie voor dat klikje inmiddels ook de verwijzing in de volgende bijdrage.)

Waarom ze dat doet? Ik weet het niet, maar het zou kunnen dat precies dat klikje haar helpt, te voorkomen dat ze feel, chraden en see zegt.

Vandaag in haar minuutje aan het eind van het Journaal van 1800 uur (06.12.2019) hoor ik het driemaal:
• “ehvrij veel wind”
• “in ehvergelijking met vandaag”
• “ehgraden”

Fragment website Willemijn Hoebert
Posted in Uncategorized | 3 Comments

Pregnant op het bordje: het desubtiliseren van een betekenis

De herdenking van oud-voorzitter Dick Dolman leidde eerder dit jaar in de Tweede Kamer tot hilariteit. De minister-president: “Ik heb de Handelingen over het Woningbouwprogramma 1980 er nog eens bij gepakt, met Marcel van Dam. De voorzitter tegen Van Dam: “Het woord ‘leugen’ kan ik niet toestaan. Hoogstens kunt u zeggen dat hetgeen er staat naar uw mening op gespannen voet staat met de waarheid.” De heer Van Dam van de Partij van de Arbeid: “Laat ik het dan zo zeggen: het tegendeel van de waarheid heb ik zelden zo pregnant onder woorden gebracht gezien.” De voorzitter: “Ik hoop dat duidelijk is wat het verschil is. Een leugen is een bewuste daad en het tegendeel van de waarheid is uw oordeel. Dat is dus heel iets anders.”Prachtig.”
Afrondend deelde de premier – in memoriam of niet – een amicaal steekje uit aan degene die het vaakst een motie van wantrouwen had ingediend: “Ja, Geert, een andere tijd.”

Inderdaad, rond 1980 was zo’n andere tijd dat zelfs het woord pregnant een andere betekenis bezat.
Wie gisteravond keek naar het wetgevingsoverleg over de Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de implementatie van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn, hoorde minister Schouten (haar taal blijft aandacht vragen, deze keer zei ze vaak “nou ja”) haar beleid verdedigen met het oog op “Brussel”. Dat was nog veel pregnanter geworden, toen…

Pregnant betekent natuurlijk ‘zwanger’. Taalkundigen denken daar om twee redenen het eerst aan, door de etymologie en door wat Van Dale noemt “meer inhoud hebbend dan die welke je er gewoonlijk aan toekent”. Pregnant heeft dus iets subtiels. Het woordenboek geeft als voorbeeld drinken, het had met een knipoog naar pregnant ook slapen kunnen noemen – woorden die een meer dan gewone betekenis kúnnen hebben naast het normale gebruik. De OED heeft het in feite ook over een knipoog in de omschrijving “implying more than is obvious or stated.” De andere betekenis in ons woordenboek: “in beknopte vorm veel inhoudend, scherp geformuleerd”. Dat gebruikte Marcel van Dam perfect.

Maar zoals de vergrotende trap van zwanger niet bestaat, zo geeft ook pregnanter al aan dat er iets aan de hand is: niet alleen aan het Binnenhof heeft het woord pregnant sinds de tijden van Dolman en Van Dam een betekenisontwikkeling doorgemaakt en ja Geert, ja Mark, daarin heeft vooral de VVD een rol in gespeeld – afgaande op het gebruik in de Handelingen.
Staatssecretaris Van Ark had het dit jaar over “een dilemma dat nu pregnant op het bord ligt”. Daar is weinig subtiels aan. Minister Bruins*) gebruikt het met liefde (van mevrouw Ploumen en mevrouw Bergkamp zei hij dat ze hem ergens “het meest pregnant” naar gevraagd hadden) en zijn collega Dekker (“Die onduidelijkheden zijn met de rapporten die er liggen nu pas zo pregnant geworden”), zoals ook CDA-collega’s als De Jonge (“ik denk dat mevrouw Westerveld dat het meest pregnant naar voren heeft gebracht”) en Hoekstra. Inmiddels zegt ook Tom van der Lee (GroenLinks) dat “dat deze vraag extra pregnant bij mij opkwam”, toen hij een krantenstuk las.
Wie eenmaal pregnant gebruikt, gebruikt het vaker. Dat geldt dit kalenderjaar niet alleen Hugo de Jonge en Sander Dekker, Kirsten van den Hul (PvdA) is er ook een voorbeeld van: “in het hoger onderwijs is de werkdruk een van de meest pregnante problemen”.

Pregnant is de laatste jaren gede-subtiliseerd. Afhankelijk van de context betekent het in het hedendaagse Binnenhofs ‘nadrukkelijk’, ‘dwingend’. Speelt dominant op de achtergrond een rol in deze betekenisaanpassing? Penetrant? Of is het onder invloed van andere woorden die eenzelfde achterzijde hebben zoals mordant, criant, vigilant, repugnant, fulminant, navrant, rasant, suffisant, pressant, eclatant, exorbitant, important of misschien (ja Mark!) zelfs het Engelse adamant?

*) Gisteren is iets over diens gebruik van het tussenwerpseltje eh toegevoegd aan het stuk over het vergelijkbare taalgebruik van minister Bijleveld.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De soms onvoorspelbaarheid van Amerika

De eerste vijf keer – we hadden ook een groter aantal kunnen nemen – dat in het kalenderjaar 2019 de woordencombinatie “soort van” in de Handelingen van de Tweede Kamer voorkomt, is er zichtbaar iets mee aan de hand. De sprekers doen er nog even niet zo toe in dit verband:
• Die komt nu met een eigen soort van verzekering.
• We hebben inderdaad een soort van dialoog.
• dat die commissie vooral de onderzoekers begeleidt als een soort van klankbordgroep
• en een soort van entreetoets afnemen
• waardoor dit een soort van schertsvertoning aan het worden is?

Deze woordenreeks lijkt aan de winnende hand. In 2017 tel ik 53x soort van, in 2018 85x, in het lopende jaar vanaf januari zitten we voor december al boven de 100 stuks.
Het bijzondere is dat soort van hier telkens gebruikt wordt in combinatie met een zelfstandig naamwoord terwijl van helemaal niet nodig is: een eigen soort van verzekering = een eigen soort verzekering, een soort van dialoog = een soort dialoog e.d.

Zoals in dit blog al enkele keren is opgemerkt, soort van vertoont daarnaast een ander (soort (van)) gebruik zoals in deze gevallen:
• (2017) staatssecretaris Klaas Dijkhoff: “omdat je als ministerie er soort van over gaat…”
• (2018) Rudmer Heerema (VVD): “Het was wel een soort van spannend, al die aandacht voor doping,…”
• Renske Leijten (SP): “Wat je daarmee doet is dat je belasting een soort van bijheft, als…”
• (2019) Michiel van Nispen (SP): “Daarvan is 28 miljoen weer een soort van teruggevloeid.”
• Dennis Wiersma (VVD): “De heer Kuzu probeert hier een soort van te rommelen aan die normen.”
• Esther Ouwehand (PvdD): “… slaat iedereen een soort van op tilt”.

Dit gebruik neemt toe en het is simpel aan te geven wat er aan de hand is: onder Engelstalige invloed*) wordt soort van of een soort van tegenwoordig als een bijwoord gebruikt. De bijwoordelijke bepaling soort van verdringt als het ware de identieke bijvoeglijke bepaling soort van. Vooral de technische term adverbium laat zien dat een bijwoord of bijwoordelijke bepaling bij uitstek betrekking heeft op een werkwoord (ad verbium) maar zeker niet op een zelfstandig naamwoord. Soort van wordt iets bijwoordelijks.

Mark Rutte Nieuwspoort 22.11.2019 (Youtube)

Eerder deze week hebben we het vele malen kunnen waarnemen in dat harnas- of corset-optreden van premier Rutte in de Tweede Kamer over de kwestie van de burgerdoden in Irak. Vele malen sprak hij telkens maar weer identieke stukjes zin uit, vele malen had hij het over “de mogelijk burgerdoden” aldaar. Hij zei uitdrukkelijk niet of nauwelijks mogelijke burgerslachtoffers, ook al was de Dienst Verslag en Redactie op dit punt zo attent om de minister-president een beetje minder anglicistisch in de Handelingen over te laten komen en net niet exact te noteren wat we uit des premiers mond konden vernemen.

Kennelijk betreft het een ontwikkeling die zich momenteel bezig is te voltrekken. Vrijdag 29 november 2019 ging het bij de wekelijkse persconferentie op Nieuwspoort over de problematiek binnen de NAVO. President Macron van Frankrijk wil dat Europa zich duidelijker opstelt jegens de huidige Amerikaanse president. Premier Rutte had het vanmiddag over “de soms onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse regering”. Soms onvoorspelbaar is in elk geval taalkundig te verdedigen, de soms onvoorspelbaarheid is momenteel daarentegen nog gemarkeerd Nederlands. In dat opzicht lijkt het ABN toch snel te veranderen, soort van.

Kort samenvattend: het bijwoord rukt op.

*) OED c. (a) sort of, o’, a, sorter, used adverbially: In a way or manner; to some extent or degree, somewhat; in some way, somehow. Hence passing into use as a parenthetic qualifier expressing hesitation, diffidence, or the like, on the speaker’s part; also (only in the full form sort of) following the statement it qualifies. Chiefly dialect and colloquial. (We hadden ook naar kind of kunnen zoeken en zelfs naar de optelsom kind of sort of.)

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Woorden die hun kans gehad hebben: van bus- en treinbrieven

Van de beroepen die ik heb gehad, staan er sommige wél in het Groot woordenboek van de Nederlandse taal, andere hebben die bron niet gehaald. Ik zoek nog altijd tevergeefs naar streektaalfunctionaris (in heel Nederland heb je ze inmiddels, in 1984 was het nog een Groningse primeur) maar de nachttikker heeft wel een plekje in het lexicon. Even bladeren, “typist of typograaf die ’s nachts het zetwerk voor een krant maakt”.

Wat zullen we nou krijgen? Zijn ze er nog altijd? Maar vooral: doen ze wat de omschrijving beweert?
Ik weet wel beter. Als er de volgende dag een krant verscheen – het Nieuwsblad van het Noorden waar ik tegen 1975 parttime werkte was een avondkrant, dus de reguliere werkweek bedroeg zes nachten per week – moest de nachttikker ’s avonds rond een uur of tien op de redactie verschijnen om zich van zijn taak te kwijten, dat wil zeggen zorgen dat de dienstdoende nachtredacteur zich zonder kopzorgen aan zijn taak kon wijden. In concreto betekende dat voor hem (inderdaad, meestal een hij) voorbereiden van het werk van de volgende vroege ochtend. Het betekende voor de nachttikker niet alleen koffie halen voor zijn collega maar vooral de telex in de gaten houden, papierrollen vervangen, telefoondienst verrichten en dat wat correspondenten en verslaggevers doorbelden op een plaat opnemen en vervolgens uittikken. Jawel, de nachttikker was inderdaad ook typist en dat heeft me m’n hele leven verder geholpen.
Voor de dienst en tegen half 1 moest de nachttikker naar het busstation en het Hoofdstation, mooi naast elkaar tegenover het water dat het toen nog zonder het moderne Groninger Museum moest stellen. Bij de GADO en NS haalde ik achtereenvolgens busbrieven en treinbrieven: speciale enveloppen met kopij van de redacteuren uit de bijkantoren of persfoto’s van elders. De laatste bus en de laatste trein bracht altijd post voor de krant mee en dat bundeltje moest liefst snel aan de nachtredacteur overhandigd worden voor verdere bewerking of verspreiding op de redactie.

Staat de busbrief in Van Dale? Nee, maar de treinbrief wel: “brief zoals vroeger aan een station kon worden aangeboden voor verzending per eerstvolgende trein”.
Voor het gevoel van een gewezen nachttikker ontbreekt er dus een lemma in Van Dale en er is ook in dit opzicht een omschrijving gekozen die hij iets anders zou willen zien. Maar ach, het zijn woorden die hun tijd, ja hun kans gehad hebben – dus waar malen we om.

Hoofdstation Groningen (1975, maar overdag): fragment uit Wikipedia
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Figureren in Van Dale, gedrukt en elektronisch

Gezien, woordenboekliefhebbers? Deze week is de 15de editie van Van Dale véel goedkoper! In plaats van €179 euro is de prijs voor een aantal dagen gezakt naar 75 euro.

Die prachtige uitgave mag actueel zijn – heel toepasselijk naar het jaar van verschijnen 2015 dus de 15de – de taalontwikkeling gaat door en een oplettende redactie houdt zichtbaar de vinger aan de pols. Nu ja, echt zichtbaar is het alleen bij de opneming van nieuwe trefwoorden waar het moment van toevoegen wordt vermeld. Wordt er een nieuwe betekenis bij geplaatst, dan moet de gebruiker dat al toevallig zien.

In de gedrukte versie staan de volgende betekenissen bij het werkwoord figureren:

Van Dale (15) 2015

Het zijn er dus vier stuks. Maar in de huidige elektronische versie, geraadpleegd op 27 november 2019, bezit figureren vijf betekenissen:

Van Dale elektronisch (eind 2019)

Als een verdere specialisatie van de 2e betekenis ‘optreden als figurant’ zien we nu op de 3e positie ‘geen rol van betekenis spelen, er niet aan te pas komen’.

Ik kende dat gebruik niet, maar was erover gestruikeld bij het lezen van dit berichtje op Teletekst:

Teletekst 24.11.2019

Dat lijkt dus op een actuele ontwikkeling in het Nederlands en dat is voorstelbaar in het verlengde van het woord figurant. Tegelijkertijd is de nieuwe betekenis in strijd met de eerste waar figureren juist betrekking heeft op een rol met zekere titel en dus allerminst een bijna onzichtbare figurant.

Als het Nederlands aan figureren die nieuwe betekenis toekent, is logisch te veronderstellen dat de oorspronkelijke, eerste betekenis uit het gebruik zal verdwijnen want die is zo ongeveer het tegengestelde van de nieuwe. Verdwijnen is niet zo simpel vast te stellen als verschijnen en we kunnen daarom veilig aannemen dat die eerste betekenis nog wel een poosje in Van Dale zal, nu ja figureren.

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Als het gaat om staatssecretaris Visser (defensie)

Na en naast de geplaagde minister van Defensie (Ank Bijleveld, CDA) stond bij de verdediging van de begroting begin november staatssecretaris Barbara Visser van de VVD de Kamer te woord. De minister leek donderdag nog niet bijgekomen van haar Defensie-verdediging van afgelopen dinsdagavond, of van wat daar in de loop van woensdag nog was bijgekomen. Tegenover de hoeveelheid eh’s van mevrouw Bijleveld (waarover het hier eerder ging) staat de bijzonder lage score van dat stopwoordje uit de mond van mevrouw Visser. Deze spreekt daarentegen zó snel, dat ik niet alles wat zij gezegd heeft heb kunnen verstaan en ik weet bijna zeker dat de stenografen van de Kamer aan haar een zware klus hebben, want het zijn geregeld lange salvo’s die zij in haar Nederlands lanceert.

Bij het uitwerken van de spreekteksten van Barbara Visser ten behoeve van de Handelingen moeten herinneringen boven komen aan minister Schouten. De hoeveelheid ook’s van Carola haalt Barbara niet, maar ze komt een heel eind. De Schouten-score van aangeven ligt voor de staatssecretaris misschien ook net te hoog, op dit punt hoort ze wel bij de topgebruikers. Daar moeten snoeischaren van de Dienst Verslag en Redactie aan te pas komen om er wat leesbaar Nederlands van te maken.

Over ons, kijkers en luisteraars, wordt verder een massaal aantal malen een vorm van werkwoorden als meenemen en meegeven uitgestort – we horen dat er stappen moeten worden gezet, want we moeten dingen oppakken. Een deel van de motie van mevrouw Belhaj is ingevuld, aldus de bewindsvrouwe: ze bedoelt dat ze die niet helemaal kan uitvoeren.

Barbara Visser doet niet alleen denken aan Carola Schouten (CU), in haar van-gebruik vertoont ze verwantschap met Kees van der Staaij (SGP) over wie het hier ook eens ging. Vooral het werkwoord kijken is bij de VVD-staatssecretaris standaard verlengd tot kijken van (kijken van wat werkt, kijken van wat wordt nu eigenlijk…). Nu is woordverlenging een gebruikelijke hobby in politieke taal (zie de bijdrage waarin het ging over winstwaarschuwing). Waar een gewone Nederlander spreekt van voorwaarden en voorwaardelijk, heeft het Binnenhofs een voorkeur voor randvoorwaarden randvoorwaardelijk en ik veronderstel dat die woorden daar exact dezelfde betekenis hebben. Barbara Visser stort het allemaal in sneltreinvaart over ons uit, zoals gezegd, bij alle woordherhalingen vrijwel zonder eh.

Barbara Visser (still Debatgemist)

Toen ik met een pen in de aanslag naar het begin van de begrotingsverdediging luisterde, noteerde ik werktuigelijk als het gaat om – ook eentje die in het jargon van de premier niet zelden opduikt, bij hem in de vorm van waar het betreft. We waren nog geen tien minuten onderweg en we hadden al een stuk of 15 keren gehoord als het gaat om de inzet van deze mensen, als het gaat om die defensienota, als het gaat om de krijgsmacht, als gaat om aan de ene kant.

Als het gaat om de taal van Barbara Visser valt als het gaat om misschien nog het meeste op. Zou ze vroeger goed geweest zijn in opstel? Wellicht heeft de leraar haar daar wel eens gewezen op het verschijnsel van de herhaling van hetzelfde woord.

Posted in Uncategorized | Leave a comment