Brexit, Brexiter en Brexiteer

Theresa May – op vakantie aan de Italiaans-Franse kust – heeft het niet gemakkelijk. Ze moet een deal met de EU voor elkaar zien te krijgen, maar kan daarin alleen slagen als de meerderheid binnen haar factie in het Lagerhuis haar gematigde koers steunt en de lokroepen van de harde Brexiteers negeert. Aldus NRC Handelsblad gisteren, 02.08.2018. De aanhangers van de Brexit noemen we in Nederland Brexiteers, zo zegt ook Van Dale. Het woord is toegevoegd in april 2017.

Brexiteer klinkt door het achtervoegsel –eer authentiek Engels, het valt verder aan te treffen in woorden als auctioneer of mountaineer. De laatste term betekent onder andere iemand die in de bergen woont, een woord dat in ouder Engels mountainer luidde. Het achtervoegsel –er kennen wij in het Nederlands beter dan –eer dat het Engels vooral gebruikt in ontleningen aan het Frans of het Spaans….. Brexiteer klinkt Engelser maar het is historisch gezien Europeser.

De Oxford English Dictionary waar dit laatste op gebaseerd is, bevat evenwel geen trefwoord Brexiter of Brexiteer hoezeer die prachtige bron geregeld geactualiseerd wordt. Wat is het Engelse woord? The Guardian gebruikt zowel Brexiter als Brexiteer met een lichte voorkeur voor Brexiter.

Titia Ketelaar was ten tijde van de Brexit-campagne NRC-correspondent in Londen. Zij wisselde Brexiter en Brexiteer een heel korte periode in april/mei 2016 af en ging toen geheel over op de meer Brits aandoende variant Brexiteer. Bij de correspondent van de Telegraaf is het nog duidelijker. Eerst gebruikte deze welgeteld éenmaal Brexiter (Volgens het ultraconservatieve Lagerhuis lid Jacob Rees-Mogg is het fantastisch nieuws dat de koningin `een Brexiter’ is” op 10 maart 2016), maar vanaf 8 april van dat jaar uitsluitend nog Brexiteer. Ik heb het gevoel dat wij met Brexiteer op grotere afstand gaan dan met Brexiter gebeurd zou zijn en dat dit de keuze een handje heeft geholpen.

Overigens: Brexit is ontstaan naar analogie van Grexit, enkele jaren geleden de opgekomen optie om Griekenland minstens uit de Euro te laten vertrekken. Over de Grexit ging het al in 2012, dus vier jaar vóor de Brexit-discussie serieus werd. Aan het slotdeel exit ‘uitgang’ zien we dat het een anglicisme is, zowel Grexit als Brexit hebben we van over de Noordzee geïmporteerd. Het is niet uitsluitend voorbehouden aan maar wel een enorme liefhebberij in het Angelsaksische taalgebied, zo’n mengvorm maken van twee woorden. Nu ja, exit is Latijnse export uit continentaal Europa.

Aanvulling 03.08.2018: Titia Ketelaar (NRC) reageerde met een antwoord via Twitter: “Er is in mijn ogen een subtiel verschil: een Brexiter is iemand die een Brexit wil, een Brexiteer (dus Johnson, Farage cs) een campagnevoerder. Brexiteer kwam van musketeer.”

Die observatie klopt als we lukraak kijken naar de context van het woord Brexiteer in The Guardian: dat wordt nogal eens gecombineerd met ardent, hardlinexenophobic e.d. Dat kan de schuld zijn van de musketeer en zijn collega’s. Vergelijk ook buccaneer. (SR)

Aanvulling 06.08.2018: Op dezelfde dag antwoordde Titia Ketelaar: “Overigens gebruikte ik eerst ook Brixit, in navolging van de FT (Britain exits), maar dat werd al snel Brexit naar Grexit”. Bij dergelijke blendings (bewust gecreëerde talige mengproducten waar het tegenwoordige Angelsaksisch verzot op is: vooral een combinatie van het begin van het ene en het eind van een ander woord zoals dus Britain exit) kan de poging soms de ene en de andere kant op vallen. Vanuit Amerika kwam een poosje Trexit op, toen geruchten gingen dat Rex Tillerson als minister van Buitenlandse Zaken door Trump zou worden vervangen: Tillerson + Brexit/Grexit en tegelijkertijd klonk de voornaam Rex er in door. In het VK was ook Brino een gangbare vorm die als het ware een halve blending is: Brexit In Name Only.

Posted in In het nieuws | Leave a comment

Dat rare woord ‘plaats delict’

Inderdaad, raar woord en het gekke is dat ik het gevoel heb, dat het lange tijd ongeobserveerd voor mij heeft bestaan. Het dringt zich in de afgelopen dagen met nadruk op door de brute verkrachtingszaak in Rotterdam. In NRC Handelsblad is er momenteel moeilijk aan voorbij te zien, ook al gebruikt die krant plaats delict duidelijk minder dan bijvoorbeeld de Telegraaf.

Verrassing 1: het bestaat nog niet zó lang, althans Van Dale voegde het pas in de herfst van 2010 toe.
Dat is direct verrassing 2: het wordt in de NRC voor het eerst al in 1991 gebruikt (nu ja, eenmaal incidenteel en pas vanaf 2002 geregelder) en daar wordt het in 1998 uitgelegd: “Dat heet de Plaats Delict, de benaming die de politie heeft voor de plek waar een onheil – een moord, een diefstal een aanslag, een vergiftiging, een brand – is geschied.” LexisNexis meldt als eerste vindplaats in de Telegraaf de 15e juli 2000: “Het AZC-Dronten waarachter het plaats delict ligt, is voor burgemeester Sybesma een bron van zorg.”
Daarmee dient verrassing 3 zich aan: de keus van het precieze lidwoord.

Volgens Van Dale is plaats delict een afkorting van de plaats van het delict. Nog korter is PD. Spreekt men bij de brandweer van de plaats brand of PB, bij de ambulancedienst van plaats ongeval of PO? Hoe ook, plaats is de kern van plaats delict en dat maakt het logisch dat het meervoud plaatsen delict is. Dat komt trouwens niet veel voor en in de NRC van 23 november 2017 werd zelfs eenmaal geschreven, zelfs al ging het over een spel: “Ook het tempo van de game, waarin je voornamelijk plaats-delicten onderzoekt en verdachten ondervraagt, was een pré.” Verrassing 4.

Dat is een vreemd meervoud dat weinig voorkomt als we in aanmerking nemen dat in beide onderzochte kranten toch meer dan incidenteel sprake is van het plaats delict. De plaats delict en plaatsen delict horen net zo bij elkaar als het plaats delict en plaats delicten.

Een streepje in plaats-delict zou het woord misschien wat acceptabeler maken.

 

 

Posted in In het nieuws | Leave a comment

Naar hoofdstad Doesjanbe: het Nederlandse lidwoord

In het verslag over het aangevallen Nederlandse fietsduo (“Aangevallen Nederlands stel fietste van Bangkok naar Teheran”, NRC Handelsblad 31 juli 2018) stond een opvallende zin: “Vanuit daar gingen ze naar hoofdstad Doesjanbe”. Het stuk is in Tadzjikistan geschreven door Mark Lievisse Adriaanse, die assistentie kreeg van Eva Cukier en Steven Musch. Wellicht gebeurde dat laatste op de Amsterdamse redactie, misschien wel inderhaast. Dat zou het spreektaalkarakter kunnen verklaren (“Vanuit daar gingen ze naar”) en dan mogelijk ook “naar hoofdstad Doesjanbe”.

Is het normaal Nederlands om naar hoofdstad Doesjanbe, hoofdstad Parijs of hoofdstad Parijs te gaan? Mijn taalgevoel schrijft daar het bepaalde lidwoord voor, maar ik geef graag toe dat dit een omvangrijke en complexe materie is waar in een blogstukje niet het laatste woord over gezegd wordt. Tientallen malen staat in de editie van één krant een naam, soms zonder maar meestal mét een bepaling voor of na die aanduiding. Dezelfde tekst over het tragische fietsduo bevat bijvoorbeeld het onveilige Afghanistan, het Tadzjiekse Pamirgebergte, de Centraal-Aziatische republiek Tadzjikistan, het zuidelijke district Dangara, een zwarte Daewoo Leganza, de Kirgizische reisleider Kudaibergen Mamadiev. In een stuk over de bereidheid van president Trump om ergens bij een collega aan te schuiven en vervolgens voor tv-camera’s te verschijnen (het gaat deze keer over Iran) heeft de auteur het achtereenvolgens over de Amerikaanse president Donald Trump, de Iraanse president Hassan Rohani, de Italiaanse premier Giuseppe Conte, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Russische president Vladimir Poetin.
Kortom, veel namen in de krant, soms gevarieerd, soms eentoniger van bepalingen voorzien.

Laten we twee regelmatigheden afleiden uit deze ene NRC van 31 juli 2018.
Nemen we als neutrale vorm de aanduiding de president. Zodra er een nabepaling volgt in de vorm van de familienaam of voor- en achternaam verdwijnt het voorgeplaatste de: president Trump, president Vladmir Poetin.
Datzelfde de kan weer verschijnen als er ook aan de voorzijde een bepaling staat zoals de Amerikaanse president Trump.

Even neutraal als de president is de aanduiding voor het land dat Afghanistan heet of plaatsen als Fnideq of Marrakesh die in dezelfde krant voorkomen. Hier zien we in plaats van een lidwoord de de afwezigheid van een lidwoord, of het lidwoord ø zoals taalkundigen het liever aanduiden.Dus ø Afghanistan e.d. Zodra er in het geval van ø een voorbepaling komt (althans zo is het met allerlei geografische aanduidingen zoals landen en steden) dan wordt het ingevoegd: het onveilige Afghanistan, het Marokkaanse Fnideq, het zuidelijke Marrakesh.

Dat is een grappige tegenstelling tussen het gedrag van de en ø. Komt er een bepaling na de kern van de, dan wordt dat lidwoord voor zijn diensten bedankt en verschijnt er een onzichtbaar ø – wordt de positie tussen ø en zelfstandig naamwoord ingenomen omdat er nog een voorbepaling verlangd wordt, dan keert het verdwenen lidwoord de terug óf er wordt de hulp ingeroepen van een het dat hier in feite een opmerkelijke plek inneemt.

Als deze hoofdregels een beetje kloppen, dan is meteen duidelijk waarom ik struikelde over naar ø hoofdstad Doesjanbe: daar zou naar de hoofdstad Doesjanbe hebben moeten staan.*)

Ik vrees dat deze twee regels – keerzijdes van eenzelfde verschijnsel – het topje van een ijsberg vormen. Daarom wijs ik maar snel op een klein puntje in een stuk van Marc Leijendekker vanuit Siena, een plek die me dierbaar is. Hij schrijft over Ivan Zaytsev (die heel wat over zich heen krijgt omdat hij zijn dochtertje een inentingsprogramma wil laten volgen terwijl daartegen luid protest is in Italië): “Hij is als topvolleyballer en speler van het Italiaanse nationale elftal wel wat gewend.” Waarschijnlijk is Leijendekker niet erg in sport geïnteresseerd. Elftal is typerend vooral voor een veldsport als voetbal, bij volleybal doen ze het met minder. Elftal is op weg om ‘team’ te gaan betekenen ongeacht het aantal.

*) Zó stond/staat het op de website. In de gedrukte editie is de aanduiding hoofdstad verdwenen en daarmee ook de context waarin een lidwoord verlangd wordt.

Posted in In het nieuws | Leave a comment

Voormalig uitsmijter Jorge Mario Bergoglio

De bijdrage van vanochtend (Menig school heeft vacatures) verlengen we nog even. Menig heeft dus een intrigerend gedrag, wanneer is het menig, wanneer is het menige? Tot ik het verhaal van Walt van der Linden vanmiddag in de NRC las – we mogen zeggen het verhaal waarin hij duidelijk positie koos, daar komen ongetwijfeld ingezonden brieven op – wist ik niet dat dat menig/menige-verhaal hier een vervolg zou krijgen. Dat komt door die ene zin die ook in de titel van deze bijdrage hierboven doorklinkt: “Eigenlijk had de wereld, kerk-watchers en media voorop, al na die eerste ‘Broeders en zusters, goedenavond’ op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek besloten dat voormalig uitsmijter Jorge Mario Bergoglio de Beste Paus Aller Tijden zou worden.”

Het eerdere beroep van paus Franciscus trof me evenzeer als de aanduiding “voormalig uitsmijter”. Uitsmijter is een de-woord, voormalig moet hier een bijvoeglijk naamwoord zijn en dat in combinatie zou hebben kunnen leiden tot “voormalige uitsmijter”. Alwéer hebben we een bijvoeglijk naamwoord dat zich opvallend gedraagt vlak voor een beroepsaanduiding, net als het geval was in dat stuk over menig(e).

Een zoekopdracht in het digitale archief van NRC Handelsblad naar het gebruik van voormalig(e) leidde tot deze andere observaties, alleen voor de afgelopen 24 vanaf vanavond 18.00 uur teruggerekend:
• De groep bestond uit overwegend immigranten uit voormalige Sovjetrepublieken met een joodse achtergrond.
• De voormalige majoor houdt de vlaggenstok met het bloedrode vaandel fier omhoog.
• Meer dan zeven jaar is er voorafgegaan aan de metamorfose van dit voormalige vergaderpand op het KNVB-complex in Zeist.
• Makkelijk ging het niet voor de voormalige nummer één, nu de nummer 832 van de wereld.

Ook de voormalige majoor zou voormalig hebben moeten kunnen zijn, misschien ook de vroegere positie van Murray op de wereldranglijst (voormalig nummer één) – maar *voormalig Sovjetrepublieken en *voormalig vergaderpand lijken me zeer onwaarschijnlijke ja ongrammaticale mogelijkheden vandaar het sterretje.

Voor de goede orde keek ik ook nog even naar het verwante woord toenmalig(e) in datzelfde NRC-archief en vond voor de afgelopen week veertien stuks, om te beginnen deze:
Toenmalig vice-president Mnangagwa volgde hem op.
Toenmalig staatssecretaris Dijkhoff (VVD) beloofde dat overlastgevende asielzoekers eerder voor de rechter komen.
• Caldas ging persoonlijk bij toenmalig aanvoerder Maartje Paumen thuis langs
• Een moreel dieptepunt was het optreden van het toenmalig hoofd van de Shin Bet, Avrum Shalom, die toevallig ter plaatse was nadat (…)
• die met zijn toenmalige band The Konrads het nooit uitgebrachte nummer ‘I Never Dreamed’ speelt.
• Folkert Jensma, toenmalig hoofdredacteur van NRC, verwoordde dit fraai (…)

Toenmalig aanvoerder Maartje Paumen, dat lijkt op de bij Murray geopperde mogelijkheid voormalig nummer één, laten we dat ook als iets in de sfeer van een beroepsaanduiding beschouwen. Die vinden we immers ook bij de andere citaten, zij het met uitzondering van “zijn toenmalige band The Konrads”. Dat kán inderdaad net een andere kwestie zijn.

Waar menig(e) ons eerder vandaag bij bracht, daarheen brengen woorden als voormalig(e) en toenmalig(e) ons inmiddels niet minder. En hoe het precies zit, beste lezer, ik weet het niet. De e-ANS bevat toenmalig noch voormalig in het woordregister, maar er lijkt voldoende aan de hand te zijn om te hopen op nadere informatie bij dergelijke woorden want hun gedrag is er intrigerend genoeg voor.

 

Posted in In het nieuws | 1 Comment

Menig school heeft vacatures

Dat menig bij het traditionele ontleden een onbepaald voornaamwoord heette was een passende aanduiding, veel beter dan bijvoorbeeld in het geval van alle of geen. Menig betekent dat er ‘nogal wat’ van de aangeduide groep vallen onder wat er beweerd wordt, bij alle en geen ontbreekt die onduidelijkheid, die onbepaaldheid. Als iets betrekking heeft op geen mens of alle mensen weten we precies hoe laat het is, menig mens laat ons veel meer in het ongewisse.

Menig mens illustreert een apart trekje van het Nederlands: na menig volgt steeds een enkelvoud maar er wordt altijd een meervoud mee uitgedrukt, hoe onbepaald ook. En menig onderstreept nog eens z’n eigen onbepaaldheid bij het antwoord op de lastige vraag of we soms menig zeggen of menige. Het woordje gedraagt zich inderdaad wat als een bijvoeglijk naamwoord áls we maar in gedachten een onbepaald lidwoord voorvoegen. Laten we het illustreren met twee voorbeelden, een de-woord en een het-woord. Daar immers worden de verschillen duidelijk, het grote gebouw en de grote tuin trekken in hun verbuiging één lijn maar een grote tuin vormt als het ware een contrast met een groot gebouw.

Menig gedraagt zich in dit opzicht interessant: menig gebouw, menig eh wat, menige tuin of menig tuin? Hier is een variatie in het Nederlands mogelijk zoals we verderop zullen zien, die er niet is bij een grote of een groot tuin omdat die laatste combinatie in feite niet voorkomt.

Bij woorden die naar personen verwijzen gedraagt menig zich ook bijzonder. Er zijn sprekers voor wie het niet uitmaakt of iemand een bekwaam of een bekwame spreker genoemd wordt. Een groot auteur is een schrijver die als zodanig heel goed beoordeeld wordt, een grote auteur bevindt zich met zijn lengte in de buurt van de twee meter ongeacht de kwaliteit van zijn schrijverschap. In het Nederlands is/was het mogelijk om een bijvoeglijk naamwoord onverbogen te gebruiken als er iets werd uitgedrukt dat betrekking had op de kwaliteiten van de specifieke rol van een persoon. Een handig koetsier kon goed met paarden omgaan, een handige koetsier was welkom in zijn sociale omgeving omdat hij uitstekend kon timmeren of zoiets.

Dat specifieke gedrag komt terug bij menig dat dus tegelijkertijd doet alsof er stilzwijgend een voor gebruikt wordt: menig auteur = een groot auteur, menig gebouw = een groot gebouw. Bij onzijdige woorden verbaast menig dus niet, bij de-woorden meer, behalve dan bij die bijzondere groep waarbij er personen in bepaalde rollen in het geding zijn.

De vier voorbeelden in Van Dale onder het onbepaalde voornaamwoord menig ‘steeds gevolgd door een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud’ suggereren een simpele regel. Dit zijn die gevallen:

(1) menig mens

(2) menig uur ben ik er geweest

(3) ik heb menige slapeloze nacht doorgebracht

(4) in menig opzicht wordt dit bevestigd

De voorbeelden onder (2) en (4) bevatten de onzijdige woorden uur en opzicht dus daar verwondert menig (opgevat als (een) menig) niet. Ook voorbeeld (1) begrijpen we als we denken aan mens in de rol van mens.

Het derde voorbeeld geeft antwoord op de eerdere vraag in dit stuk: menige tuin of menig tuinMenige slapeloze nacht maakt duidelijk dat we bij de-woorden die niet naar personen verwijzen menige gebruiken – eigenlijk niet bijzonder verrassend voor een woord dat zich zo duidelijk als een bijvoeglijk naamwoord manifesteert. De e-ANS geeft dezelfde oplossing als Van Dale getuige enerzijds menig moe man, menig politicus met daar tegenover “Ik heb daar menige dag doorgebracht en menige vis gevangen.”

Maar nu lezen we in NRC Handelsblad van 30 juli 2018 een stuk over de problematiek van het lerarentekort op basisscholen. “Het lerarentekort is zo nijpend dat menig school voor komend schooljaar nog vacatures heeft openstaan (…)”. Wat zou een PABO-docent Nederlands vinden van de constructie menig school?

In het eerste deel van 2018 was menig vaker vindbaar in de NRC als het direct gevolgd werd door een de-woord en zonder dat er sprake was van de verwijzing naar een persoon. Onder dank aan LexisNexis noteren we:

• Bach Archiv-directeur Peter Wollny, intendant Michael Maul en Gardiner plengden menig traan.

• Menig inbox liep de afgelopen week vol met berichten over nieuwe privacyregels.

Tweemaal is niet veel, hoe was het in bijvoorbeeld 1990 in dezelfde krant:

• Menig openstaande rekening wordt nu vereffend.

• De verwachting van het partijbestuur dat menig lokale afdeling na de gigantische verkiezingswinst van vorige week woensdag (…)

• Terwijl zowel de scheidende voorzitter Kastermans als zijn opvolger Lansink er terecht op wijst dat menig amateurclub een grotere en betere organisatie runt dan een aantal profclubs.

• Het is de conclusie van menig discussie tussen jongeren in de Sovjet-Unie, (…)

Het Nederlands heeft een probleem met de vraag, hoe de omgang met menig moet zijn – ook op de PABO en in het Primaire Onderwijs. Gelukkig neemt de frequentie van menig al meer dan een eeuw regelmatig af….

 

Posted in In het nieuws | Leave a comment

Taal in een weekendkrant

Lezen veel abonnees een krant he-le-maal, laat staan een weekendkrant? Ik krijg NRC Handelsblad al een poosje dagelijks bezorgd maar ik kan me niet herinneren dat ik een exemplaar geprobeerd heb, van A tot Z te lezen. Dat is dit weekend veranderd – opeens zag ik dat er stukken in staan over het Rif-gebied in Marokko waarbij er niet over en weer naar elkaar verwezen wordt of hoe er op meerdere plaatsen sprake is van platformeconomie om zomaar iets te noemen.

Gelezen met het oog op taal – aha, staan er veel taalfouten in die krant? Nee, lezer, ik heb niet in de eerste plaats corrigerend gelezen, maar daarover verderop nader.

Daar komen we bij iets opvallends: op enkele plaatsen wordt door de auteur een aankondiging gedaan van iets dat verderop terug zal komen. Bijvoorbeeld: “Daarover straks meer” en “waarover later meer”. Die sturende tekstopmerkingen vielen me nu op en ze verbaasden me ook, want straks en later lijken tijdsbepalingen, maar de lezer leest ruimtelijk – ik zou dus verderop verkiezen.

Uiteraard is ook NRC Handelsblad van eind juli 2018 geschreven in het Nederlands van de tegenwoordige tijd. We zien dus een aantal keer en een aantal jaar, taal die een 10, 15 jaren eerder nog niet zo gemakkelijk in de krant zou belanden omdat er toen meer sprake was van een aantal keren en jaren. We lezen van het begin van een maatschappelijke diensttijd, – „We onderzoeken nog waar jongeren op aanslaan en waarop niet”, zegt een woordvoerder van het ministerie. Aanslaan, dat is taal van het Binnenhof en nabije omgeving, ook al heb ik daar tot dusver weinig waakhonden gezien. En dat er sprake is van een megadam en een megarechtszaak onderstreept al net zo dat we met de taal een stuk in de 21ste eeuw beland zijn als het meervoud hakenkruizen dat enige tijd geleden echt in bredere kring hakenkruisen was.

Mondeling is de geschreven tekst in deze weekendeditie ook als we een geïnterviewde zien zeggen “ik trek dat zó slecht”, of dat Dumoulin nog van het podium zou kunnen “lazeren” – laten we dat “niet normáál” noemen, simpelweg “niet leuk meer”. Het is in elk geval stilistisch van een heel ander slag dan de tekst in het hoofdredactionele commentaar die spreekt van “noopt tot lastige vragen”. Noopt dat is van een andere orde dan lazeren, maar de kwestie-Israel is ook iets heel anders dan de mogelijke eindrangschikking van de beste Nederlandse wielrenner in de Tour de France van 2018.

Een interessant stuk over een vertaling van een authentieke detective in Amerika bevatte de aanduidingen Golden State Killer, Green River Killer, East Area Rapist en Original Night Stalker: staan nog niet opgespoorde serieboeven in Amerika bekend onder een trio kenmerkende aanduidingen? Direct maar even gekeken of de Nederlandse naamgevingstrend nog is zoals hier een keer beschreven, namelijk liefst drie voornamen. Jazeker, de pasgeborenen hebben volgens de advertenties in de NRC 1x 1 voornaam, 3x twee voornamen, 1x vier stuks en het meeste (zes maal) drie voornamen. Drie is de trend, Renske Hinke Jannetje.

Drie komt terug in een verhaal waarin Australië aan de orde komt, het motto tegen huidkanker is daar slip-slop-slap, vertaald als ‘smeren, kleren, weren’. En de strijd tegen wilde katten wordt soms gestreden onder een Engels driewerfsmotto Trap, Neuter and Return. Vangen, onvruchtbaar maken en dan terug naar het wild.

Heb ik uit deze krant woorden geleerd of moet ik ze nog opzoeken? Jazeker, wat te denken van kroonvuur en het laddereffect of kletsklets? Of neem suikerhoudende herrie? Meer Engels dan ooit duikt er tegenwoordig in een gewone Nederlandse krant op, lang niet alles in deze sector zijn deze voorbeelden: jinx, fling, endurance racing, grid, paddock, unpluggen, condom snorting, cosplay – cool! Containment en freerider vergeet ik bijna.

Verrast was ik door de rechtsgedraaide taugé in het ene stuk en de linksgedraaide quinoa in een andere bijdrage. In beide gevallen betreft het vrij zeldzaam voorkomende bijvoeglijke naamwoorden met spottende inhoud, opgekomen rond 1990.

En dan, zoals aangekondigd, taalfouten. Veel? Nee – maar ik let er niet in het bijzonder op. Tweemaal dreigde in dezelfde zin zag ik en dat was vast een aangepaste tekst waaruit dat werkwoord eenmaal nog had moeten verdwijnen. “De Waal is een van de rivieren die Nederland doorsnijdt” of zoiets – klopt dat? De Waal is, maar rivieren doorsnijden toch? Welk type moleculen worden… of was wordt door het enkelvoudige type grammaticaal toch beter?

Ja en iets op hun rader hebben zal vooral een tikfout zijn, als er door de schrijver niet in stilte op de uitspraak gevaren is (als kind schreef ik wel eens moter) net als bij wijze van spreke.

Leerzaam zo’n weekendkrant helemaal lezen. Wist u, lezer, bijvoorbeeld dat het Arabisch het woord voor sinaasappel ontleend heeft aan Portugal (namelijk Bortugal) en niet zoals wij aan China?

Posted in In het nieuws | Leave a comment

De Minister van eh Defensie

Waarschijnlijk scoort eh hoog als we de frequentie van alle woorden nagaan in het gesproken Nederlands. Maar ook als het toevallig de absolute top van de ranglijst aan bijvoorbeeld een lidwoord zou moeten laten, dan nog is het verrassend dat eh in de grote Nederlandse grammatica die de ANS is, geen plekje in het register van behandelde woorden heeft gekregen en evenmin voorkomt in het stuk over de tussenwerpsels. Zó gewoon in het Nederlands en daar dan toch absent?

Op 11 juli 2018 mocht minister Ank Bijleveld van Defensie optreden in een uitzending van het programma Spraakmakers van Radio 1, nog net niet op weg naar een NATO-bijeenkomst in Brussel. Daar was ook de Amerikaanse president verwacht en die zou er de trom roeren over de kwestie van de verhoging van de afdrachten van de lidstaten. Dat was het onderwerp van gesprek met de minister, aan de tand gevoeld door Ghislaine Plag. Het was echt een soort verhoor, de interviewster gaf de excellentie geen kans om lange antwoorden te formuleren.

Daaraan kan het niet hebben gelegen – de minister liet zich niet van haar stuk brengen – dat ze zo vaak eh zei. Zoek eens naar actuele interviews met minister Van Engelshoven (Onderwijs en Wetenschap) van wie gezegd wordt dat die zoveel eh’s gebruikt, dat is lang niet meer zo opvallend als eerder – daar is dus aan geschaafd. Misschien ontkent ze het, maar juist een minister van Onderwijs kan met een gerust hart beweren dat ze nog dagelijks iets leert.

ANK BIJLEVELD (Ministerie van Defensie) en let op de penvoering

Haar collega Bijleveld zei niet zozeer ontzettend vaak eh – behalve misschien voor iemand die er speciaal op let. Veel opmerkelijker was de plek waar eh in de zin werd gepositioneerd. Kijk naar deze uitingen van mevrouw Bijleveld:

* ik ben het inderdaad heel erg eh met de eh heren eens

* in het bond-eh-genootschap

* in deze eh kabinets-eh-periode

* het moet echt eh beter

* waar het hier eh om gaat

* waarnaar eh wij streven

* die uit de Europese Unie eh stappen

* gemeenschappelijke waarden die we eh delen

* een extra stap eh wordt gezet

Wat aan dit soort uitingen frappeert is niet zozeer dat er ehs vallen, maar wel dat die vallen op rare plekken in een uiting. Een minister van Defensie weet heus wel dat de NAVO een bondgenootschap is, dus dan verrast de uitspraak “bond-eh-genootschap” net zo als “kabinets-eh-periode” uit de mond van een doorgewinterde politica. Nota bene: kabinets en dan -eh-periode! En in die andere voorbeeldjes valt eh eveneens op momenten dat duidelijk is dat de spreekster al formulerend in feite al laat horen hoe ze dat stukje wil gaan zeggen. Wie “waarnaar” zegt, heeft “streven” al in gedachten; wie begint met “waar het hier” levert een vreemd eh voordat de uiting vervolgt met “om gaat” want dat is één samenhangende constructie. Net zo opvallend als die eh’s in kabinetsperiode en bondgenootschap.

Eh is hier dus geen tussenwerpseltje dat aarzeling uitdrukt maar iets anders. De vraag is wát.

Maar ik heb geen idee wat het antwoord op die vraag eh is.

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | 2 Comments