Op de schop

“Mijnheer de Voorzitter! Ga ik bij de ruilverkavelingswerken uit van de normale, intussen en na 1 januari zeker te lage norm van f 2500, dan betekent die 11,5 mln., die ik zoëven overhield, een aantal van 4500 ha. meer, welke op de schop zouden kunnen worden genomen.” Het is 4 december 1963, de eerste maal dat het figuurlijke gebruik van iets op de schop nemen in de Handelingen van de Tweede Kamer vindbaar is. En zo figuurlijk was het nu ook weer niet wat KVP-woordvoerder Kolfschoten te berde bracht: de schop was wel een zeer logisch voorwerp in het kader van het onderwerp ruilverkavelingen.

Dat het letterlijke aanvankelijk duidelijk doorklonk in wat zich ontwikkelde tot een figuurlijk gebruik van op de schop nemen, was twee jaar later hoorbaar bij een debat over de gemeentelijke herindeling rond Leiden. Piet Elfferich (ARP/CDA, telg uit een bekende tuindersfamilie, weet Parlement en Politiek te melden) verwees naar de PvdA-woordvoerder toen hij zei: “Met een wat cultuur-technische term zou ik met de heer Scheps willen zeggen dat ik het gevoel heb dat althans dit deel van dat gebied nog weleens „op de schop” zal komen. (2 november 1965) Dat was de tweede maal dat de uitdrukking figuurlijk gebezigd werd in een plenaire vergadering van de Tweede Kamer maar ook weer in een nauwe relatie met grond. 1)

Klaas Beuker (RKPN, conservatief katholiek die zich juist tegen KVP’ers en andere r.k.-instellingen richtte) daarentegen gebruikt op de schop nemen op een andere figuurlijke manier (30 januari 1974) als hij zegt tegen de KVP-woordvoerster: “Collega’s vroegen mij gisteren: Wie neem je op de schop? Ik ben begonnen met te zeggen dat ik niemand op de schop neem, geen regering en geen partijen.” Beuker was inderdaad de woordvoerder van een behoudend-katholiek deel van de KVP. Een week later (5 februari 1974) somt hij onderwerpen uit het katholieke dagblad De Tijd op om te illustreren dat dit blad geen rechtse signatuur meer heeft: “Verder staat er een heel verhaal in van een ontspoorde theoloog die allerhande katholieke principes op de schop neemt”; – ook hier heeft op de schop nemen de betekenis van ‘het gemunt hebben op, aanschoppen tegen’ maar dat particuliere gebruik heeft zich niet doorgezet.

De nog juist letterlijke kant van op de schop nemen komt vaker aan de orde, de nieuwe, echt figuurlijke inhoud is pas op 25 april 1978 echt waarneembaar als Ineke Haas-Berger (PvdA) zegt in een onderwerp waar niet direct gedacht zal worden aan zaken als bijvoorbeeld leem of klei: “Nu het jeugdrecht toch op de schop genomen moet worden (…)”.

Kijken we naar het kalenderjaar 2017, de periode vanaf eind maart als de Tweede Kamer zijn beraadslagingen na de verkiezingen begint. De nieuwe Kamer bewijst het succes (inmiddels) van de uitdrukking op de schop nemen: 19 maal belandt het in de Handelingen in die periode van negen maanden minus het zomerreces. Henk Nijboer (PvdA) wil het gasgebouw op de schop, naar een initiatief van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid; nee zegt minister Kamp: ik wilde het op de schop nemen. Henk Krol (50PLUS) is tegen de kabinetsplannen om het pensioenstelsel op de schop te nemen en zo wordt de ene na de andere keer naar een figuurlijke schop gegrepen om te verklaren dat iemand iets al dan niet aan wil pakken. (Vergelijk de tekst over Aan snee.)

Kijk ik nu niet goed in Van Dale of staat op de schop nemen daarin niet opgenomen?

1) Kennis van de spreker is waarschijnlijk nodig om te weten, in hoeverre de heer Elfferich zich in dit verband een woordspel met de familienaam Scheps veroorloofde.

 

 

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | 1 Comment

Een handjevol tweets

In het Kerstreces heb ik een aantal malen een tweet gepost met een korte talige inhoud, soms een zelfstandige tweet, soms een thread. Onderwerp: de Tweede-Kamertaal in 2017.

  • Het Nederlands in de nieuwe Tweede Kamer, in de periode van eind maart tot en met december 2017: development; empowerment, vrouwenempowerment; assessment, impactassessment; treatment; commitment; investment; adjustment….

… masterclass, mass, pass, process, less, mess, bitcoinmadness, cool-headedness, competitiveness, business, lifesciencebusiness, corebusiness, agribusiness, eagerness, fairness, progress, stress, hittestress, keuzestress, werkstress. Hey!

Hey! Dodgy. Sneaky. Tricky. Wobbly. Mildly. Friendly. Remotely. Sloppy. Allemaal woorden in de nieuwe Nederlandse TweKa van maart/december 2017 volgens officiëuze Handelingen. Inclusief SORRY (maar dat laatste woord welgeteld 126 maal).

  • In 2017 zette de groei van het voorvoegsel MEGA- in de TK door: mega-aanslag, mega-ingewikkeld, megabedrag, megabedrijven, megacadeau, megadebat, megaformaat, megahandelsverdrag, megahuizenbezitters, megaklus, megakrottenwijk, megaministerie, megaontwikkeling,…

… megaoperatie, megaopgave, megapakket, megaschalig, megaschuld, megastal, megasubsidie, megategenvaller. Toppunt: MEGAGROOT – sinds 2008 in de TK gehoord, nog niet in @VanDaleUitgever.

  • Mooie uitspraak in TK 2017 van @HankeBruinsSlot tot minister Plasterk: “Volgens mij kan hij de hoofdschootsrichting die hij daar heeft aangehouden, nog verder inkaderen.” De betekenis? Tja. En onder de foto ook al raadselachtige vraag: “onvoldoende gedimensioneerd”?

 

 

 

 

 

 

• Nieuw in 2017 in TK maar nog niet in @VanDaleUitgever: hybriditeit, slacken, ondermijningskamer, gedriedubbelcheckt, hufterfeit, scheefbouw, infokap, turborotonde, adaptatiedialoog, moederentiteit.

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Lang – langer – langst

Een greep uit de meer-dan-lange woorden. And the winner is….

De 25 langste exemplaren van maart-december 2017 in de Tweede Kamer zouden deze kunnen zijn, in feite eerlijk verdeeld over het kabinet (en de ambtenaren) en de Kamerleden (en hun fractiemedewerkers):

25.       medewerkerstevredenheidsonderzoek (minister Blok)
24.       multi-ondernemingspensioenfondsen (motie-Van Rooijen)
23.       niet-in-mijn-achtertuinbenadering  (Bram van Ojik)
22.       onderwijsachterstandenbestrijding  (minister Slob)
21.       Plattelandsontwikkelingsprogramma *)
20.       priester-imamuitwisselingsproject  (Danai van Weerdenburg)
19.       diagnose-behandel-productiebedrijf (Leonie Sazias)
18.       geestelijkeverzorgingsconferenties  (motie-Voordewind)
17.       maakbaremondialesamenlevingsideaal (Danai van Weerdenburg)
16.       ontwikkelingssamenwerkingsbijdrage (premier Rutte)
15.       vrijstellingstellingsmogelijkheden (staatssecretaris Dekker)
14.       zoek-het-zelf-maar-uit-samenleving (minister De Jonge)
13.       antibelastingontwijkingsrichtlijnen (staatssecretaris Snel)
12.       arbeidsongeschiktheidsverzekeringen   (Bart van Kent)
11.       business-to-businessdienstverlening  (Eppo Bruins)
10.       duurzameontwikkelingsdoelenhandvest  (minister Kaag)
9.         geïntegreerdgewasbeschermingsbeleid  (minister Schouten)
8.         kortetermijnoogkleppenlandbouwlobby (Rik Grashoff)
7.         research-and-developmentactiviteiten (premier Rutte)
6.         eerstelijnsgeboortezorgverloskundigen  (motie-Arissen)
5.         laag-risico-gewasbeschermingsmiddelen  (minister Schouten)
4.         langeretermijnbeleggingsperspectieven  (premier Rutte)
3.         ontwikkelingssamenwerkingsinspanningen  (Han ten Broeke)
2.         thuis-op-de-bank-met-een-biertje-straf  (Foort van Oosten)
1.         tewerkstellingsvergunningenmogelijkheid  (minister Schouten)

*) De voorzitter die de afkorting POP verklaart!

And the winner is…. Carola Schouten

 

 

 

 

 

 

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Moeilijk te verteren

Aan het begin van de week waarin het Witte Huis volgens Amerikaanse media aan de medische Centers for Disease Control and Prevention verbood om nog langer een aantal termen te gebruiken in hun begrotingsstukken voor 2018 – het gaat om diversity, fetus, transgender, vulnerable, entitlement, science-based en evidence-based alsof in de USA de Freedom of Speech is afgeschaft in plaats van de omgang met wapens te beperken – keren we in dit laatste stuk van 2017 terug naar de Tweede Kamer in 1895.

Tegenwoordig, met den Voorzitter, 82 leden, onder wie heren als C. van Bylandt,  Van den Berch van Heemstede, Hesselink van Suchtelen, F. van Bylandt, De Savornin Lohman, Beelaerts van Blokland, Van Limburg Stirum, W. de Beaufort, Michiels van Verduynen, ‘t Hooft, d’Ansembourg, Pijnacker Hordijk, Rutgers van Rozenburg, Roijaards van den Ham, Schimmelpenninck, Viruly Verbrugge, Goeman Borgesius en de heer Vos de Wael. Dat waren nog eens tijden! Gelukkig dat de Tweede Kamer nog slechts 100 leden telde – bij een hoofdelijke stemming duurde het voorlezen der namen even lang als nu bij de hele reeks in de Kamer van 150. Sybrand van Haersma Buma vormt momenteel met zijn dubbele familienaam de enige schakel naar de bijeenkomst van 11 juni 1895 die Voorzitter Gleichman te 11 Uren opende.

Aanwezig waren dus 82 leden en de agenda bood ook wel iets: daarop bevond zich na de “behandeling en aanneming van het voorstel van wet van den heer de Savornin Lohman tot wijziging van art. 51 bis der wet op het lager onderwijs” gevolgd door de kwestie van de motie van de heer Beelaerts van Blokland c.s., betreffende de eenheid van tijdrekening in Nederland.

Eerst werd er dus een stukje voorhoedegevecht in de Schoolstrijd geleverd. Kan bijvoorbeeld de instantie die het toezicht heeft over een onderwijsinstelling docenten uitkiezen? De afgevaardigde uit Helmond (de heer Vermeulen) en de indiener van het wetsontwerp (De Savornin Lohman uit Groningen) waren het eens: “Eene school van een bepaald karakter kan niet een onderwyzer gebruiken van een gansch ander karakter. Wel gaat dit by het openbaar onderwys, want dit moet onderwijzers gebruiken van allerlei richting.” De Schoolstrijd was nog niet gestreden maar het streven bleek duidelijk: niet alle vormen van onderwijs moeten gelijk zijn, het bijzonder onderwijs kan kiezen.

Het ingediende wetsontwerp kon de goedkeuring van de meerderheid wegdragen (41 om 34).

Lang waren weliswaar de namen van veel H.H. Kamerleden maar kort was juist de inhoud van de motie die daarna in behandeling genomen werd: “De Kamer, van oordeel, dat eene wettelijke voorziening tot verkrijging van eenheid van tijdrekening wenschelijk is, gaat over tot den orde van den dag.” Eerste ondertekenaar was Jhr. Mr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland, de man die we eerder tegenkwamen in het kader van het woord Crux. Hij was een logische indiener van juist zo’n motie. Aan de zeer praktische en informatierijke website Parlement & Politiek kunnen we immers het volgende ontlenen omtrent de parlementaire historie van de jonkheer:

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1883 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Tiel)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Tiel)
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 7 juli 1886 tot 6 juli 1892 (voor het kiesdistrict Delft)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Tiel)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Tiel)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Steenwijk)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 mei 1894 tot 14 maart 1897 (voor het kiesdistrict Delft)

Tiel, Delft, Steenwijk – voor verschillende regio’s zat Beelaerts van Blokland in de Tweede Kamer en hij zal daar niet alleen ten tijde van de verkiezingen naartoe gereisd zijn. Hij vernam dus aan den lijve, hoe het gesteld was in Nederland met de lokale tijdsverschillen.

Die waren er en daarvan getuigt Beelaerts in de Tweede Kamer: “Wij hebben nu een toestand die, naar ik meen, nergens in Europa wordt aangetroffen: spoorwegen, posterijen en telegraaf rekenen bij den West-Europeeschen tijd; het dagelijksch leven is gebleven bij den Amsterdamschen tijd, en sommige gemeenten zooals Leeuwarden en Groningen hebben een localen tijd. Andere gemeenten wederom, zooals Weesp, Hilversum en Maastricht , hebben zich aangesloten bij den spoorwegtijd. En zoo is het geschied, dat terwijl men overal elders in de laatste jaren is gekomen tot meerdere vastheid en eenheid van tijdsbepaling, hier te lande het tegendeel plaats vond en verwarring en omslag ontstonden die vroeger onbekend waren. (…)

Afspraken zijn onzeker, wanneer men er niet bij zegt welken tijd men bedoelt. Raadpleegt men een boekje, waarin nevens de spoorwegen ook stoomboot- en tramdiensten voorkomen, dan is bij eene gecombineerde reis het gevaar voor abuizen buitengemeen. Bij het onthouden van den tijd, waarop een postkantoor geopend en gesloten wordt, heeft men thans niet meer met een enkelvoudig uur, maar met een uur en zooveel minuten te rekenen. Bovendien ontstaat onzekerheid en ongelijkheid in de toepassing van de wetgeving overal waar bepaalde uren zijn voorgeschreven.”

Het was in 1895 dus niet geheel in overeenstemming met wat Wikipedia zegt (onder het trefwoord Tijd): “Tot 1940 gold in Nederland de middelbare tijd van Amsterdam, die ongeveer 19 minuten voorloopt op de middelbare tijd van de meridiaan van Greenwich, GMT.”

Greenwich Mean Time

 

 

 

 

 

 

Het lid Rutgers van Rozenburg is het met Beelaerts van Blokland geheel eens. Welke keuze de minister ook mag maken, hij is bij voorbaat voorstander van een landelijke uniformering. Een concreet voorbeeld van de onpraktische situaties die zich voordeden uit de mond van de heer Rutgers: “Zelf was ik daarvan ook een ander maal het slachtoffer, namelijk toen ik eens, te voet uit den Haarlemmermeerpolder komende, met de Noord- en Zuidhollandsche stoomtram over Sassenheim naar Leiden dacht te gaan, om van daar per Hollandschen spoorweg naar Den Haag door te reizen, en circa 1 uur hier op het Binnenhof te wezen. Te Sassenheim komende, vernam ik echter dat de Noord-Zuidhollandsche stoomtram, tegen mijne onderstelling nog naar Amsterdamschen tijd geëxploiteerd, reeds een kwartier voorbij was, zoodat ik niet meer na de pauze hier op mijn post kon zijn.”

Er worden grappen over gemaakt (worden we er niet moe van of leidt het juist tot grotere rekenkunst bij Nederlanders) maar de vraag is in feite: hoe komen we aan die janboel? De heer Rutgers antwoordt: “Ik meen alleen omdat eenige heeren, vóór hun schrijftafel gezeten, bij uitsluiting hun gezag ontleenende aan zich zelven, en de aarde aanziende voor een meloen, deze aldus hebben voorgesneden, dat wij toevalligerwijze in eene andere moot dan Wiesbaden, en in dezelfde met Greenwich te land gekomen zijn. Moeten wij ons daarom nu al de ongerieven blijven getroosten, verbonden aan het dualisme van tijdrekening? Dat ware toch te veel gevergd. Ik althans kan mij goedschiks daaraan niet onderwerpen.”

De vergadering van de elfde juni 1895 was een bijzondere. Het was de allereerste en de enige maal dat het woord meloen in de Tweede Kamer gebruikt werd……, totdat een latere collega van J.W.H. Rutgers van Rozenburg in de persoon van E.E.W. Bruins (ChristenUnie) deze vrucht/groente liet vallen in een heel ander en figuurlijker kader: de afschaffing van de dividendbelasting. Dat was voor de ChristenUnie het slikken van een meloen, zo’n probleem had deze partij ermee. Nu was het de omvang van de meloen, ruim een eeuw geleden de structuur als een basketbal met z’n parten als tijdzones over de wereld.

Anderen gingen in november met dat beeld direct aan de haal of maakten er grappen over. DENK sprak van de Meloenennota, de nabije broeders van de SGP deden even daarna verrassenderwijs hetzelfde. Eppo Bruins moet het zelf niet plezierig gevonden hebben – zijn naam werd telkens in relatie met die meloen genoemd en toen Emile Roemer (SP) dat eenmaal naliet en daarmee kon suggereren dat zijn collega-fractieleider van de CU de geestelijk vader van deze beeldspraak was, herinnerde Gert-Jan Segers de openbaarheid er direct aan: “Even voor de parlementaire geschiedschrijving: die meloen was niet van mij. Die was van collega Bruins. Die zit hem nog te verteren daar.”

Minister Wiebes (VVD) van EZ en Klimaat laat de afgelopen dagen niet na te benadrukken, dat hij zich in bijvoorbeeld zijn transitiebeleid naar een nieuwe energieverzorging zonder fossiele brandstoffen wil laten leiden door draagvlak. De problemen in Groningen (ik woon er, SR) zijn groot, maar wat ik daar doe moet ik elders wél uit kunnen leggen, zegt de minister. Regeren wás vooruitzien, líjkt het achter het volk aanlopen. Dat is een bijzonder contrast met de dividendbelasting waarvan de voorgenomen afschaffing zelfs twee coalitiepartijen door de keel gedrukt moest worden, omdat de partijleider van de VVD dat wilde maar niet helder uit kon leggen. Zelfs de VVD-fractievoorzitter begreep niet helemaal waarom. Met vraagtekens over de drempel naar 2018.

MELOENEN (Google-afbb.)

 

 

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | 1 Comment

Rutte’s besliste taal

Gewoon ‘es luisteren naar het inmiddels weer Wekelijkse Gesprek met de Minister-President (op 24 november 2017) en dan noteren wat er aan de taal van de premier opvalt, – toch maar doen? Voor een deel kan de lezer eerdere blog-bijdragen in de sfeer van taal-van-Rutte herkennen. Natuurlijk is het een wat formele setting waarin de premier opereert (interviewer en ondervraagde stáan tegenwoordig ook nog een keer), dus we verwonderen ons niet over het herhaalde gebruik van dat bijzondere Latijnse woord casus. Bijzonder, al was het omdat het meervoud van casus casus is. Casus en casuïstiek uit de mond van Mark Rutte betekent in concreto: ‘u hoort mij wel wat zeggen maar ik zwijg’.

Het formele aspect blijkt onder meer uit een formulering als “(…) heb ik te accepteren”: hebben te is bij onze premier niet simpelweg een alternatieve manier van zeggen voor ‘moeten, verplicht zijn’ – hebben te is ‘formeel verplicht zijn’. Het is de taak in mijn rol als premier, het is onze taak van het kabinet – in die context gebruikt Rutte hebben te.

En diezelfde formele setting hóor je bijkans de tekst die de MP aan zijn secretaresse zou kunnen dicteren over de planning van de reis van Willem-Alexander naar Sint Maarten: “De koning is voorzien daarheen te gaan.” Bij het dicteren van een brief of memo zou een beleidsambtenaar op het idee kunnen komen om te zeggen, “Nee, is voorzien daarheen te gaan dat is proces-verbaaltaal, dat moet soepeler”. Maar in het interview met Ron Fresen is het al gezegd en blijft het als het ware onveranderbaar overeind staan.

Veel opvallender is de hoeveelheid uitroeptekens die Rutte onzichtbaar plaatst. Een klein lijstje uit een-en-hetzelfde gesprek dat een minuut of 10 duurt, inclusief de vragen van Fresen:

heel goed

heel erg geschrokken

de veiligheidsdiensten zijn zeer alert

dolgraag over willen praten

ontzettend ingewikkelde kwesties

strengste terreurwetgeving van heel Europa

extreem gemotiveerd (2x)

heel trots op

zou graag veel meer vertellen

ben echt onder de indruk

ik snap ook heel goed

grote schade aan te richten

kan echt niets over zeggen

dat het idioot is, als

extra urgent

kolossale orkaan

eiland in puin

onder strikte voorwaarden bereid

om fiks te investeren

het gaat om groot geld

In dat geweld gaan anglicismen ten onder (voor twee redenen; dus dat gaat niet werken) en ook het vermogen van de premier om terloops kleinigheden te noemen die zijn grote belezenheid onderstrepen (een paar Duitse kranten opsommen waarin iets heeft gestaan) of detailkennis illustreren (te weten het moment van vertrek van de staatssecretaris naar het Caribische gebied).

Nee, veel overheersender zijn al die opgesomde momenten waar bijvoorbeeld geschrokken het bijwoord erg krijgt voorgevoegd en dat ook nog eens heel; waar de premier niet gewoon onder de indruk is maar echt; kwesties zijn op zich natuurlijk ingewikkeld (daar zijn het kwesties voor) maar dat wordt aangezet via ontzettend; urgent is zeer dringend maar mocht dat misverstanden wekken, het is extra urgent; veiligheidsdiensten zijn alert ‘oplettend, waakzaam, attent’ maar ook dat wordt verduidelijkt door zeer; Rutte spreekt niet van gemotiveerde mensen, ze zijn extreem gemotiveerd. En-zo-verder.

Ron Fresen in Gesprek met Mark Rutte

 

 

 

 

 

 

Conclusie. Mark Rutte spreekt he-le-maal niet met stemverheffing, maar met al die onderstrepingen in zijn taal schréeuwt hij het uit. Tegenspraak is uitgesloten. Echt, oprecht, volstrekt onmogelijk.

 

Aanvulling 07.01.2018: Ook president Donald Trump – ik heb het uitsluitend over de taal – drukt zich graag uit met zelf-onderstrepingen, bijvoorbeeld in tweets. Dat krijgt een tragikomisch effect wanneer hij very nog versterkt tot VERY en smart (ook betrekking hebbend op zichzelf) voorziet van het graadaanduidende really. Zelfs als hij voor zichzelf een overtreffende trap formuleert in de sfeer van het geniale, vindt hij een aanduiding als stable genius nog te zwak en voegt voor het goede begrip ook daar het bijwoord very toe.

 

Posted in In het nieuws, Taal van Rutte | Leave a comment

Planeet en planetair

IN HET NIEUWS is de bijeenkomst van vandaag in de hoofdstad van Frankrijk. Op initiatief van de Franse president is er een top in Parijs: precies twee jaar na het Klimaat-akkoord dat naar die stad genoemd is, is het tijd zegt Macron samen met twee mondiale toppers (de bazen van de Wereldbank en van de VN) om samen te komen en “the ecological emergency for our planet” te adresseren, in het Nederlands aan te pakken. Het is tijd voor concrete actie.

Minister-president Rutte is namens Nederland aanwezig bij deze wat genoemd is de One Planet Summit. Er zijn er meer, maar die ene die door de organisatie bedoeld wordt  is our planet, want daar spreken ze van, de aarde.

Dat er meer planeten zijn – zelfs het exacte aantal van bijvoorbeeld de zon laat ik even in het midden – zien we aan het verschijnsel van de planetaire nevelvlekken die Van Dale omschrijft met ‘betrekking hebbend op, overeenkomstig met de planeten’. Meervoud, planeten.

Het ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft uiteraard te maken met de toekomst van de wereld. Minister Sigrid Kaag zei bij de behandeling van haar begroting in de Tweede Kamer: “Duurzaamheid en anders omgaan met de beperkte planetaire middelen die ons zijn toegekend, niet voor deze generatie maar voor toekomstige generaties, is heel centraal in de Sustainable Development Goals.”

In de woordengroep beperkte planetaire middelen is duidelijk dat planetair betrekking heeft op die ene planeet waar het vandaag in Parijs over gaat, de aarde. Sustainable Development Goals is Engels in het antwoord van minister Kaag, planetair is in de lezing waarin zij het gebruikt Nederlands, maar het oogt als een anglicisme. Het is hier de derde betekenis uit de OED: ‘Of or relating to the earth; terrestrial; worldwide, global.’ Die kent Van Dale nog niet, maar dat is een kwestie van tijd.

ONE PLANET SUMMIT

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Onwaarschijnlijk veel gevallen (ii)

Het is een heel gezoek om precies te bepalen, wanneer dit versterkende gebruik van het bijwoord onwaarschijnlijk ingang heeft gevonden. Een eerste poging in het jaar 1994 leverde niets op. In 2000 zijn er daarentegen minstens twee gevallen aantoonbaar in de Handelingen. Het betreft misschien niet-toevallig twee kwesties die op dat moment maatschappelijk gevoelig liggen.

  • Henk Kamp (dan nog Kamerlid voor de VVD) zegt op 6 juni: “Een aantal van 45.000 asielzoekers per jaar is op de korte termijn een probleem, omdat het onwaarschijnlijk veel geld kost”.
  • Clémence Ross-van Dorp (CDA) voerde op 21 november het woord over euthanasie en zei toen onder andere: “(…) waarbij ik voelde hoe onwaarschijnlijk moeilijk het is om stellige uitspraken te doen over een toestand die nog in de toekomst ligt.”

Kennelijk zijn het vooral negatieve bijvoeglijke naamwoorden (zoals onwaarschijnlijk) die als bijwoord van graad simpeltjes dienst kunnen doen, ook als dat voorheen ongewoon was. Ongewoon, ook dat woord past dus prima, zie wat Henk Krol van 50PLUS zei toen in 2017 de nieuwe Kamervoorzitter gekozen moest worden: “Wij kijken met ongewoon grote spanning uit naar de uitslag van de stemmingen”. Ook Ronald van Raak (SP) bezigde het (“wat leidde tot ongewoon veel kritiek”) en Pia Dijkstra (D66) (“we zijn het hierover ongewoon eens in de Kamer, mag je haast wel zeggen”).

Ook meer algemeen is er over de versterkende bijwoorden in de politiek bepaald een apart boekje te openen: het ging er hier vaker over want het is waarachtig een in het oog springend kenmerk van de mondelinge bijdragen van politici, zie onwijsverdraaid. En als dat niet overtuigt, sla de serie over Idioot, waanzinnig, krankzinnig en nog zoiets erop na (bijvoorbeeld de afsluitende bijdrage). Over andere voorbeelden in dezelfde sfeer in de taal van Mark Rutte ging het hier eerder in verband met woorden als bizarspectaculair,  buitengewoon, volstrektheelecht en oprecht. Komende vrijdag luister ik in ditzelfde kader nogmaals naar de minister-president, nu via een uitzending van het Wekelijkse Gesprek op de NPO. Zet het bakje met uitroeptekens maar vast klaar.

Het is uiteraard niet tot het Parlement beperkt, het verschijnsel dat een ontkennend woord blijkbaar zo helpt bij versterking. Boer’n-yoghurt werd een poos aangeprezen omdat het zo onmeunig lekker was; er is een ander dialect dat onmeugelk nait als verzwaarde ontkenning gebruikte; in weer een ander gebied van Nederland meldt het woordenboek ommènselik kwaed – en dat is een ongenadig kleine selectie uit een groot geheel. Denk niet, dat het Fries zich in dit opzicht onderscheidt. Even bladeren in het wurdboek en we stuiten op ûnhimmel fet iten ‘ontzettend vet eten’, ûnhuerige grut ‘erg groot’, een ûnfoarsichtigen heap jild (ongeveer de hoeveelheid geld waar de Paradise Papers over gaan).

Als je weet wat je hoort, merk je meer.

ONMEUNIG LEKKER (zuivelhoeve.nl)

 

 

 

 

Aanvulling 26.01.2018: Kamerlid Van Tongeren (GroenLinks) spreekt volgens de website van RTV Noord van de onwaarschijnlijke problematiek (door de aardbevingen) van Groningen. Daar blijkt dat het aanvankelijke bijvoeglijke naamwoord zich via het tussenstadium van versterkend bijwoord heeft ontwikkeld tot een bijvoeglijk naamwoord met de versterkende maar nieuwe betekenis: ‘vreselijk’ o.i.d.

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment