Anachronologie: Persoonlijke herinneringen van Ruud Lubbers (2018)

Het Nawoord door Hannah Aukes maakt duidelijk, hoe bijzonder de ontstaansgeschiedenis van dit boek is, dat het er kwam en dat Ruud Lubbers (1939-2018) bij de afronding in feite zelfs nog mee heeft kunnen helpen. De oud-premier heeft veel zelf geschreven maar is daartoe afnemend in staat. Ook als Hannah Aukes later interviewend, redigerend en schrijvend helpt, blijkt Lubbers onverwacht toch nog weer bij te kunnen dragen. Die bijzondere wordingsgeschiedenis staat weliswaar pas aan het eind vermeld, maar de normale lezer zal daar weet van hebben – het kan niet anders of het kleurt diens receptie. Waarschijnlijk is geprobeerd, het boek snel uit te brengen, het zou het ontbreken van een index verklaren.

Bij de bijdrage over Meel heb ik een aanvulling geschreven die te maken heeft met de voorgeschiedenis van Lubbers’ familie aan vaders zijde die met Groningen verbonden moet worden. De familie van moeders kant, Van Laack, stopt met de Rijnvaart en vestigt zich vroeg in de 20ste eeuw in Rotterdam. Opa Van Laack schijnt als reden gegeven te hebben, aldus Lubbers op blz. 22: “Ik voel mij kuis versleten.” Dat is een mooi voorbeeld van een verschijnsel waar ik in de Biografie van het Gronings (2016) de aandacht op heb gevestigd, namelijk dat woorden met een reinigende betekenis heel goed gebruikt kunnen worden als emotioneel-versterkend element. Rein, louter, schoon, klaar, zuiver maken deel uit van die groep en kuis dus ook.

Dat deel (het eerste) vind ik het mooiste stuk van het boek, het verrassendst – was Lubbers toen nog op z’n best? De lezer = de interviewster spreekt hij pas vrij ver in het boek rechtstreeks aan met een enkele uiting als “Nu heb ik het u dus toch verteld.” Het lijkt erop alsof Aukes’ interviews echt beginnen met deel IV, de tijd van na de periode van de Haagse politiek, vanaf bladzijde 205. Daar pas staan enkele malen contaminaties zoals “Kohl stond representatief voor al die landen die nu bevrijd waren van het communisme” (blz. 220): Hij stond model en hij was representatief, lijkt me eerder. “De Telegraaf had daar iets van gemaakt om nieuwswaarde te creëren” (blz. 249). Nieuws creëren en nieuwswaarde hebben lijken hier in elkaar verstrengeld geraakt.

Dat soort dingen streepte ik eerder nauwelijks aan, evenmin als het niet-verbogen “financieel man” (208), “een bekend soefi-man” (254). Maar talig is tevoren al veel meer opgevallen, hoe weinig Lúbbers in het boek doorklinkt: korte zinnen overheersen, wolligheid is zelden vindbaar. Lubberiaans als de biechtstoelprocedure, buiten de lijntjes kleuren en de grondhouding of het meedenken met collega’s komen we bewust tegen, mondjesmaat tegelijkertijd. Max van der Stoel (collega, minister van Buitenlandse Zaken in Den Uyl) spreekt ergens van linke soep (p. 131) en dat klinkt uit diens mond even verrassend als dat vader Paul Lubbers die manier van zeggen al veel eerder had gebruikt, al tijdens de Tweede Wereldoorlog! In de Tweede Kamer wordt eind 1990 “linke soep” nog speciaal van aanhalingstekens voorzien en dat geeft aan dat die uitdrukking daar tientallen jaren later dus nog apart en nieuw gevonden wordt. (Dat spoort met de data die via de Ngramviewer van de KB vindbaar zijn.)

We kunnen linke soep dus minstens een-, misschien tweemaal talig als een anachronisme zien, een term die iemand in de mond gelegd krijgt op een moment dat deze manier van zeggen nog niet gangbaar is. Dat is helemaal niet erg, het gaat immers om de inhoud. Bizar ‘idioot’, heftig ‘emotionerend’, het zijn termen die in deze betekenis in zwang zijn geraakt in de jaren ná Lubbers en het is dus verrassend ze uit zijn pen te lezen. Het woord plaspauze gebruikt Lubbers (blz. 115) een jaar of twintig voordat het opgang begint te maken.

Iets vergelijkbaars geldt diverse keren voor “ervoor gaan”. Ik vermoed, dat deze uitdrukking in de loop van de jaren ’80 is ontstaan, eerst als anglicisme. In mijn herinnering hoorde ik het voor het eerst rond de Olympische Spelen van Los Angeles van 1984, misschien ook de Winterspelen van Calgary enkele jaren daarna. Het streven van de Amerikaanse deelnemers was going for gold en in hun voetspoor begonnen onze sporters toen te zeggen dat ze voor goud gingen. Bescheidener types met Olympischer inborst zeiden kortweg “we gáan ervoor” – ‘we doen ons uiterste best’.

Als Ruud verliefd raakt op Ria (p. 98) zegt hij bij zichzelf “dit is een kans, daar ga ik voor”, een bladzijde verder lezen we hetzelfde in dito bewoordingen nog tweemaal. In die sfeer wil Lubbers op p. 101 ook snel voor z’n doctoraal economie gaan. Dat is zeker geen Nederlands uit de jaren ’50 of ’60. Voor een lezer van Lubbers’ herinneringen doet het er niet toe, voor een taaldetective zijn het mooie momentjes.

Mark Kranenburg schreef in de NRC dat de biografie van Lubbers ook na deze publicatie nog geschreven moet worden. Dat boek zal meer rond het Binnenhof spelen dan deze Persoonlijke herinneringen, waar de aandacht voor groten uit de wereld veel prominenter is dan voor de 7777 dagen dat Lubbers dienst deed in Den Haag.

Boekhandel Van der Velde in Groningen (locatie A-kerkhof) organiseert op 27 mei a.s. een bijeenkomst over het boek met Hannah Aukes en Bart Lubbers.

 

Aanvulling 27.05.2018: Dit is het bewijs van de bijeenkomst, v.l.n.r. Hannah Aukes, Bart Lubbers na afloop in gesprek met Roel Vos, oud-Gedeputeerde van de Provincie Groningen.

 

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

Top of mind: het pomtidomdebat over de dividendbelasting

Dat debat over de afschaffing van de dividend-belasting, over de onderliggende stukken of over de kwalificatie daarvan, over de herinneringen daaraan, over het gebrek aan herinnering – dat debat bevatte als Nederlands woord pomtidom dat ik niet kende maar dat Van Dale wel heeft. Hetzelfde als tomtidom. Aha!

In dit pomtidom-debat kwam de doorbraak van top of mind. Ooit al ‘es door minister Wijers (in 1996) als eerste gebruikt, door een enkeling in de jaren nadien nagevolgd maar nu over de dividendbelasting in één klap tussen de 10 en 20 maal. Het is geen flauwiteit, maar in zo’n debat (het ging toch een beetje wat we er voor over hebben, hoe Nederland internationals kan behouden of krijgen, dus hoe internationaal wij kunnen worden in eigen belang) valt de import van het Engels wel erg op.

Ik keek even door het voorlopige verslag van 25 april 2018 en streepte het volgende aan onder het motto Who cares. Voor verbetering en aanvulling vatbaar by the way.

“clash”

assessment

belobbyd

briefing

business round table

by the way

call

call

check

check

check

check

checken

checken

checken

checken

checken

checken

City

claimt

clash

clash

closed

closure

conference call

controlefreak

cover-up

cover-up

e-mail

expats

fair

feedback

feedbacksysteem

feedbacksystemen

flip-flop

gecheckt

gecheckt

gecheckt

geclasht

geclasht

geclasht

geclasht

geclasht

geclasht

gegrilld

gegrilld

gegrilld

gequoot

gequoot

hush-hush

impact

impact

input

ins en outs

issue

items

jumping to conclusions

lobby

lobby

lobby

lobby

lobby’s

lobbybrieven

lobbybrieven

lobbyen

loop

loops (loops sluiten)

low-tax jurisdictions

mail

matchen

mix

mix

multinational

multinationals

non-cooperative jurisdictions

nu or never

oké

partij-input

penthouse

penthouse

penthouse

penthouse

penthouse

penthouse

pros and cons

quote

quote

quotes

relaxed

return on investment

routing

royalty’s

royalty’s

sneaky

sneer

sorry

sorry

sorry

sorry

sorry

sorry

Sorry

Sorry

sorry

sorry

sorry

spreadsheets

start-up

start-up

start-ups

start-ups

startup

stickertje

strong feelings

team

team

team

team

Teevendeal

Teevendeal

timing

topholdings

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top of mind

top-of-mind-redenering

top-of-mindredenering

topholdings

topholdings

Twittertimeline

understatement

Who cares!

window of opportunity

Dit was een tussendoortje in het zelfgekozen reces. Tot over enkele weken en nog een plezierige Koningsdag in of buiten Groningen gewenst.

NL-vlag (Google-afbb.)

 

Posted in PARLEVINKEN | 2 Comments

Bubbel: variatie (2)

Parallel aan wat we de nieuwe bubbel kunnen noemen – de stolp, voorheen zuil – is de vorige nog gewoon gangbaar, alleen moeten we nu luisteren naar woordvoerders uit een andere sector, die van financiën. Zij combineren hun bubbel niet met uw of onze eigen want een financiële bubbel is iets waar als het ware niemand in het bijzonder verantwoordelijk voor is. Van Dale omschrijft het als ‘situatie waarin bepaalde activa sterk overgewaardeerd zijn (bv. door monetaire verruiming) en het risico op een plotseling hevige waardevermindering bestaat’. In 2017 spraken kamerleden als Renske Leijten (SP) over financiële bubbels en Tony van Dijck over kredietbubbels. Henk Nijboer (PvdA), Farid Azarkan (DENK) en minister Dijsselbloem gebruikten bubbel en bubbelvorming eender in deze zin.

Bubbel in de betekenis van ‘je-eigen-wereld’ is doorgebroken in 2017, afgaande op wat we in de bijdragen van de Tweede-Kamerleden horen. In een jaar als 2008 ging het specifiek over de economische bubbel. Paul Tang (PvdA) zei toen op 22 oktober over de financiële reus uit Amerika Alan Greenspan: “Hij heeft te weinig gedaan om de bubbel in de huizenprijzen tegen te gaan.” In dezelfde periode ging het over de ICT-bubbel die onder meer een groei van de inkomens in de marktsector tot gevolg had. Daar is de zeepbel-betekenis van toepassing op bubbel.

Daaraan vooraf ging de betekenis van bubbel die we kunnen uitdrukken met hetzelfde woord maar dan net anders geschreven: bubbel=bobbel. Zo gebruikte VVD-woordvoerder en landbouwer Piet Blauw het op 16 juni 1993: “Wij hebben ons in 1984 laten overtuigen dat ten aanzien van het mestprobleem een nationaal beleid moet worden gevoerd. Wij denken dat die “bubbelgedachte” als zodanig – hier iets weg en daar iets bij om een goed evenwicht te krijgen – positief is, maar wij zien niet in waarom die bubbel per gemeente of per provincie wordt gehanteerd.”

Vergelijkbaar ‘gladstrijken’ is wat minister Ed Nijpels zei op 9 september 1987: “Het is een overschot. Dat kan ook niet anders. Wij hebben natuurlijk een wat ongelukkige situatie. Doordat het wetsvoorstel later in werking treedt, heeft de minister van Financiën een tekort. Dat hebben wij opgevangen door een bepaalde differentiatie van de tarieven. Dat is een soort bubbel. Dat betekent dat je een paar jaar wat extra geld krijgt en dat dit onmiddellijk naar de minister van Financiën gaat.” Staatssecretaris Hans Simons had het op 25 juni 1992 over “een “bubbel” van de nabetaling in de ziektekostensfeer. Premier Rutte zal vele jaren later liever het beeld van een waterbed gebruiken: “als je hier iets doet, dat dat daar een effect heeft”.

WATERBED

Toen Harm Beertema het over grachtengordelbubbel had (zie de vorige aflevering), koppelde hij twee begrippen-met-lading aan elkaar. In 1994 gebruikte Saskia Noorman het begrip grachtengordel als eerste, in verband met zwart geld: “Recentelijk, bij de veroordeling in het kader van de zaak “het Gouden Kalf”, heeft de rechtbank ook opmerkingen gemaakt over het feit dat de overheid in gebreke was gebleven en daardoor medeverantwoordelijk was voor het ontstaan van heel veel kantoortjes in Amsterdam en omgeving. Inderdaad, binnen de grachtengordel zijn het er op dit moment zo’n 106.” Het zal de PVV, de partij die grachtengordel momenteel het meest gebruikt, goed doen te weten dat de dochter van Joop den Uyl het als eerste in de Tweede Kamer liet vallen. De VVD is in de afgelopen jaren tweede in het klassement van grachtengordelgebruikers.*)

De betekenis van grachtengordel is in de afgelopen 15 jaar overigens uit het criminele naar de creatieve sfeer getrokken. Daarvan getuigt de omschrijving in Van Dale: ‘het establishment op kunst- en mediagebied dat in de Amsterdamse binnenstad woont of werkt’.

*) Als altijd – maar het is goed, het weer een keer op te merken – als ik goed gezocht heb en als OCR correct werkte.

 

P.S. Voor de vaste volgers: ik neem even een kort reces. SR

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Bubbel: variatie (1)

De redactie van een groot woordenboek – las ik een keer – krijgt ’s ochtends bij het openen van de computer op het werk automatisch de oogst aan nieuwe woorden voorgeschoteld die dat systeem ’s nachts heeft gevonden. Simpel, de machine laten grasduinen in de kranten en andere media met nieuwe berichten en de woorden daarin vergelijken met de lijst die al in het eigen woordenboek is opgenomen.

Dat moet voor de redactie iets aangenaam-ergerlijks hebben. Aangenaam, want het is natuurlijk pure luxe om nieuwe woorden geserveerd te krijgen zónder dat je er enige moeite voor hoeft te doen. De nieuwe oogst zal vooral bestaan uit eenvoudige samenstellingen die in een hype gemaakt worden – ze zullen een glimlach teweegbrengen bij de redactie. Het zijn de woorden die we eind december weer hebben kunnen zien figureren op lijstjes met woorden-van-het-jaar. Hun levensduur is grosso modo beperkt. Van Dale verzamelde ooit de nieuwe woorden uit het taaljaar 2000*) en als we in de index beginnen bij aapjeskijkentelevisie, aardbeiengif, achteruitkijkstuur, allomoeder, antifileplan, antipiekerpil, antischuifmaatregel of applauspartij, dan zit daar toch weinig herkenbaar of bestendig Nederlands bij. Eventjes leuk, maar hoe lang herinneren we ons nog een blindencondoom, de bonnenmonarchie, een bonnetjesvorser, boxdrainage, branddating of bucardo? Ze staan in die lijst van nieuwe, toen aandacht trekkende woorden. “Kroniek van het Nederlands” is dan toch een wat vreemde aanduiding.

Zo moeten er massa’s eendagsvliegen in de andere jaaroverzichten staan die niet verder kwamen dan wat hun naam uitdrukt, een zeer kort bestaan. Dat moet zo’n redactie bij alle automatismegemak toch ergeren. Het geldt vast niet minder voor andere taalveranderingen die zich níet laten vangen in een geautomatiseerd digitaal net. Bubbel is een voorbeeld daarvan, maar eerst de vraag: wat betekent het?

Voor het actuele taalgebruik is het misschien goed, terug te gaan naar 21 december 2016. Toen richtte Machiel de Graaf (PVV) zich tot een collega-partij: “Misschien dat D66 dan een iets andere koers gaat varen in plaats van alleen met de eigen leden te spreken en in die bubbel, met dat glaasje champagne en die dikke sigaar een elitair wereldbeeld na te streven. ” Is Harm van Riel postuum van partij veranderd?

In 2017 gebruikt De Graafs fractiegenoot Harm Beertema het woord in dezelfde betekenis twee keer. De ene keer (allicht eveneens gericht tegen D66): “Ik zou bijna willen zeggen: kom eens uit uw grachtengordelbubbel.” De andere maal richt hij zich tot Lammert van Raan (PvdD) die tien jaar jonger is dan hijzelf: “Ik geef u mee dat er meer in de wereld is dan uw bubbel.”

Dezelfde betekenis gebruikt ook Chris van Dam (CDA). Over een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau: “Daaruit blijkt dat wij steeds meer in onze eigen bubbel leven, in ons eigen hoekje van de samenleving, afgesloten van anderen.” En: “Als de tendens is dat wij ons steeds meer terugtrekken in onze eigen wereld, in onze eigen bubbel, is dat ook voor de bestrijding van discriminatie en racisme slecht nieuws.”

Het bezittelijk voornaamwoord in combinatie met bubbel wijst op die nieuwste, allicht door het Engels beïnvloede betekenis die Van Dale aanmerkt als figuurlijk en omschrijft als ‘leefwereld, levenssfeer waarin mensen die niet tot de eigen kring behoren, niet of nauwelijks kunnen doordringen’. Vroeger zou dat eerder een zuil genoemd zijn ‘elk van de groepen (geïntegreerde complexen van maatschappelijke organisaties of instellingen op levensbeschouwelijke grondslag) waarin het Nederlandse volk door verschillen in godsdienst en levensbeschouwing zichzelf verdeeld houdt’ of een stolp ‘leefwereld waarin mensen die niet tot de eigen kring behoren, niet of nauwelijks kunnen doordringen’. Zuil werd stolp werd bubbel – de verpakking veranderde, de inhoud minder.

Deze bubbel-betekenis dateert in de Tweede Kamer dus van eind 2016. Eigenlijk kondigde het zich al enkele jaren eerder aan, toen minister Timmermans zei: “Als je ziet dat wij in Nederland de salarissen in de overheidssector al een aantal jaren erg drukken, terwijl er in Brussel gestaakt wordt door ambtenaren van het Raadssecretariaat omdat zij 5% loonsverhoging willen, dan vraag ik mij ook af in welke bubbel deze mensen leven.” (26 juni 2013), maar hij was daarmee nog een eenling. Of misschien was Harry van Bommel (SP) de minister op 21 november 2012 al voorgegaan: “De Brusselse bubbel moet worden doorgeprikt en de daarin aanwezige mensen moeten weer eens in contact worden gebracht met de realiteit in de rest van de Europese Unie.”

Maandag even verder naar kijken.

*) Taal van het jaar nul. Kroniek van het Nederlands in 2000.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Behartenswaardig en behartigenswaardig

Een collega deed het ondankbare secretariële werk voor de redactie van een tijdschrift en schreef in een tekst ten behoeve van aspirant-auteurs het woord standariseren. Niet dat hoongelach zijn deel was, maar hij kreeg wel te horen dat hij daarmee mis was. Democratiseren, verbaliseren, moraliseren, vulgariseren, inventariseren, allemaal in orde maar *standariseren is fout. Hier gaat het immers om –iseren op basis van een standaard en dus standaard+iseren. We leren terloops: woorden sluiten zich wel eens aan bij andere woorden waar ze gelijkenis mee vertonen.

Behartigenswaardig staat vast al vanaf een van de eerste drukken in Van Dale, behartenswaardig pas sinds 1992. Toen voegde de redactie toe dat hier sprake was van een onjuiste spelling.

BEHARTENSWAARD Van Dale 1992

Zelf zou ik liever voor een andere aanduiding kiezen om aan te geven dat we in behartenswaardig een geval kunnen zien dat te vergelijken is met standaardiseren: ontstaan op grond van ogenschijnlijke overeenkomst met andere woorden, in dit geval beschermenswaardig, bewonderenswaardig, lezenswaardig.

Kennelijk bezit het Nederlands een suffix-achtige reeks –enswaardig: ‘waard met oog op dat wat het in het basiswoord vermelde werkwoord uitgedrukt staat’. Lezenswaardig is het waard om gelezen te worden. Betreurenswaardig is iets wat we zouden moeten betreuren. Behartigenswaardig klopt wél in dit geheel maar behartenswaardig niet – want er is geen werkwoord *beharten in tegenstelling tot behartigen. Al die vergelijkbare woorden die uitgaan op –enswaardig hebben het pad vrijgemaakt van behartigenswaardig naar behartenswaardig. Bovendien staat er in behartigenswaardig ook nog eens tweemaal het identieke –ig en dat kan storend werken.

In de vergaderingen in 2017 van de nieuwe Tweede Kamer wint (afgaande op de Handelingen maar daar kán correctie van de Dienst Verslag en Redactie een rol in spelen) behartigenswaardig het met 11 tegen 3 van behartenswaardig. Die laatste drie betreffen:

  • Marten van Rooijen (50PLUS en bepaald senior) zei: “De minister-president sprak over het personeelsbeleid van de overheid in het algemeen en maakte daar een aantal behartenswaardige opmerkingen over….”
  • Aukje de Vries (VVD): “DNB heeft daar ook een aantal behartenswaardige dingen over gezegd.”
  • Isabelle Diks (GroenLinks) staat als volgt geciteerd in de voorlopige Handelingen: “De minister geeft een aantal behartenswaardige voorbeelden van hoe zij in haar nieuwe nota met handelspolitiek wil omgaan.”

Behartenswaard(ig) komt al vóor 1900 in de Handelingen voor: “De geachte afgevaardigde heeft verder een zeer behartenswaardig woord gesproken over kolenstations (…)” (15 juni 1898). Ook al meer dan een eeuw oud is dit citaat: “Hetgeen de geachte afgevaardigde heeft betoogd, is in hooge mate behartenswaardig voor zoover het positieve wenken behelst omtrent (…)” (14 november 1912).

In geschreven media is behartenswaardig inmiddels echt wel vindbaar. Marjoleine de Vos (dichteres en NRC-redactrice) schreef ondanks haar onmiskenbare taalprecisie: “(…) daarin staat een hoop behartenswaardigs over vrijheid van meningsuiting” (NRC 11 december 2017) *)

Ook Jacques J. d’Ancona heeft een geschiedenis van nauwkeurige omgang met taal achter zich: ik leerde hem kennen toen ik in de vroege jaren ’70 nachttikker was op het Nieuwsblad van het Noorden en hij kunstjes schreef (‘recensie’, niet in Van Dale) en soms een week nachtdienst had als bureauredacteur. Jacques lette echt op, ook op taal. Ik leerde bijvoorbeeld van hem fusioneren en niet fuseren, de achternaam van een beroemde vierspanrijder is Tjeerd Velstra, niet Veldstra.

Jacques d’Ancona, DvhN 3 april 2017: “Behartenswaardig zal het niet worden tijdens de 78 minuten dat Jeroen Leenders zichzelf het woord verleent.” *)

*) Gevonden via LexisNexis.

 

In verband met Pasen verschijnt de volgende aflevering op 6 april a.s.

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Talen in de Tweede Kamer

Theo Hiddema (FvD) was een jaar geleden een van de vele nieuwkomers in de Tweede Kamer en het was dus niet onlogisch dat hij dit jaar ook een van de velen was die een maidenspeech hielden. Aparter was dat Hiddema daarbij zijn moedertaal te hulp riep en een deel van het Friese volkslied uitsprak. “Frysk bloed tsjoch op, wol no ris brûze en siede.”

Dat noemde Theo Upt Hiddema – één-aprilskind uit Holwerd (1944) – het “heel druistige begin” van dat Friese volkslied. Druistig ‘wild, onbesuisd, plomp’ is een woord dat Van Dale niet algemeen gangbaar noemt. Ik houd het voor Noord-Hollands en vanuit die regio via de sportjournalistiek in het Nederlands beland. Het werd op 6 april 2017 voor het eerst ook gebezigd in dat forum van de democratie dat de Nederlandse Tweede Kamer is of behoort te zijn. Hiddema voedde de juistheid van de stelling, dat maidenspeeches toenemend een persoonlijk karakter krijgen. (Zie daarover een eerdere Namen-aflevering.)

Het Fries speelt in de Tweede Kamer een bescheiden rol. Het Engels is langzamerhand juist overweldigend aanwezig daar aan Het Binnenhof, maar bij het doorbladeren van de bijdragen in 2017 was ik ook verrast door de hoeveelheid Duits. Doch! Bescheiden, op enorme afstand van het Engels en toch onmiskenbaar aanwezig.

Het kan zijn dat de huidige minister-president dat bevordert, ook dit jaar gebruikte hij zijn vaker aangehaalde Schritt für Schritt. Chefsache was te horen en die vreemde uitspraak dat elke consequentie zum Teufel leidt. Fingerspitzengefühl kwam langs en minister Asscher varraste toen hij zei: “Daarvoor geldt echt dat de rechtsstaat met zich meebrengt dat er meer nodig is dan alleen maar “er hat ein Gaunergesicht und das genügt” (…)”. Fleur Agema (PVV) had het over het “per 2013 en 2014 rücksichtslos sluiten van de verzorgingshuizen”.

Ook 50-PLUSlid Martin van Rooijen viel op, door zijn filibusteren (waarmee hij zovelen voor zich innam, niet in het minst een gevolg van het putten uit zijn politieke herinneringen) en binnen het kader van dit blog door zijn taalbewuste uitspraak die bleek in het “Hillen-debat”. Van Rooijen vroeg zich af of een bepaalde optie, te weten “de verhoging van het minimumgestanddoeningspercentage, een “Schlangewort”, niet reeds afdoende bescherming zou zijn”.

Martin van Rooijen 50PLUS

 

 

 

 

 

 

 

 

De taalbewustheid van Van Rooijen bleek uit het besef dat minimumgestanddoeningspercentage inderdaad een woord met bovengemiddelde lengte is en dat hij daarom een ‘slangenwoord’ doopte. Ik begrijp dat pythons tot zo’n 8 meter kunnen halen – maar dat feit was makkelijker op internet te achterhalen dan het bestaan van Schlangewort in het Duits, dat ik niet kende. Wat meer zegt, het grote woordenboek van die taal, Duden, deelt mee, het niet te kennen (en Schlangenwort evenmin).

Hoewel er in het kader van dat filibusteren van 21 op 22 november werkelijk alle gelegenheid voor was, heeft dat Schlangewort niemand van de aanwezige Kamerleden naar de interruptiemicrofoon gebracht met een vraag om nadere uitleg. Dat had Van Rooijen uiteraard graag nader toegelicht, want zo was de sfeer bepaald bij die bijzondere parlementaire bijeenkomst.

P.S. Dit is de oplossing van het puzzeltje van afgelopen vrijdag. In de ondertitels stond:
a) En is de grappenhuis uw goede jongen kan je oren

Lees: Minister Grapperhaus – Hugo de Jonge – Kajsa Ollongren

b) sales perry

Lees: Salisbury (door Rutte inderdaad uitgesproken alsof het Salesbury was)

c) bewuste

Lees: de Russen

Bonusopgave: er wordt ie kaolien en

Dat is voor de automatische ondertiteling hetzelfde als kan je horen en dus nogmaals vice-premier Kajsa Ollongren.

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Staat hier volgende week kan je oren

Na de wekelijkse persconferentie van de minister-president duurt het niet lang, of Youtube heeft het geheel online gezet. Ook Politiek24 zendt het na die eerste rechtstreekse keer nog een aantal malen in het aansluitende weekend uit, al weet je nooit wanneer precies. Bij al die herhalingen op NPO of Youtube wordt er voor de geïnteresseerde een automatische ondertiteling aan toegevoegd. Dat is gewoon een kwestie van Teletekst 888 aanklikken of het hokje CC op Youtube.

UITZOEKEN EN FIJN VERTELLEN

Prachtige service.

Rampzalige service die net zo goed achterwege kan blijven. Laten we even kijken naar de bijeenkomst in Nieuwspoort van afgelopen vrijdag, 16 maart 2018. Premier Rutte zegt: “ik kom nu uitzoeken en fijn vertellen” – volgens die ondertiteling, maar in werkelijkheid is het “Ik kan u uit persoonlijke ervaring vertellen”. De campagnes zijn begonnen, zei Rutte, voor de gemeenteraadsverkiezingen maar ook voor het referendum over de WIV. De WIV, anderen zeggen de Sleepwet: “hij helpt om ons land krijgt te houden”. Aldus de ondertiteling. Wie niet kijkt maar luistert, die weet dat de premier “veilig” zei.

Hij sprak over communicatie op de internetkabels “en het gratis ook een nu en bevoegdheden” – jawel, “gratis ook een nu en bevoegdheden”! Hier zien we aantoonbaar een bijzonderheid van Mark Rutte: nuwe zeggen maar nieuwe bedoelen, want in werkelijkheid zei hij “vraagt dus ook om nieuwe bevoegdheden”. “Mensen lieve wil” staat in beeld, maar luister: “mensen van goede wil”.

Rutte spreekt soms snel en de ondertiteling verstaat dan bijvoorbeeld “nu is het soorten minister” terwijl gezegd is “Nu is het zo dat de minister”. Of “als goed wil een deur” in plaats van “als goedwillend burger” – het is te veel om op te noemen en het roept de vraag op: waarom staat die baarlijke nonsens in beeld en waarom blijft die daar staan? Is er niet iemand bij de grote firma’s die de ondertitels voor Teletekst of Youtube verzorgen, éventjes in staat om wat te corrigeren? Na vicchio gezond = nou, vind ik heel gezond!

Het is bijna weekend. Wie wil, die puzzelt wat op de volgende opdrachten. In de volgende drie stukjes tekst gaat het achtereenvolgens om a) de namen van drie ministers uit Rutte-III die bij elkaar gezet zijn, b) een plaats in Engeland en c) een Europees volk. Komende maandag volgt de oplossing.

a) En is de grappenhuis uw goede jongen kan je oren

b) sales perry

c) bewuste

De tweede is waarschijnlijk de makkelijkste, het werd zichtbaar verkeerd uitgesproken door de Dutch Prime Minister.

Nog een bonus-opgave? Ook een minister in ondertitelvorm: “er wordt ie kaolien en”.

Goed weekend!

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment