Woorden in stukjes (ii)

Opnieuw kijken we naar de (ongecorrigeerde) Handelingen van de Tweede Kamer uit de periode van eind maart tot eind december 2017, maar nu strepen we woorden aan waarin we méer dan drie elementen kunnen herkennen. Zijn die er? Ik denk het, ook als we een klein woordje als uit-en-te-na niet mee zouden rekenen en vooral oog hebben voor de langer ogende jongens van vier elementenaansprakelijkheidswetgeving; anti-ondermijningswet; dierenwelzijnswet; gelijkebehandelingswetgeving; klaar-met-levenwet; VN-Veiligheidsraadlidmaatschap; energierekeningeffectrapportage; gewasbeschermingsmiddelenbeleid; duurzameontwikkelingsdoelentoets; participatiesamenlevinggedachte; cybersecurityonderzoeksinstituut; eerstegeneratiemigrantengezinnen; dynamischekoopkrachtvergelijking; spoedeisendehulpverpleegkundigen; jeugdgezondheidszorgprofessionals; miljard-belastingverlagingspakket; minimumgestanddoeningspercentage; Plattelandsontwikkelingsprogramma; diagnose-behandel-productiebedrijf; geïntegreerdgewasbeschermingsbeleid; langeretermijnbeleggingsperspectieven.

Misschien is er bij enkele voorbeelden te discussiëren over de hoeveelheid bouwstenen (3 of 5?), het gaat erom, dat het Nederlands van Het Binnenhof veel-en-veel gemakkelijker meerledige woorden bevat dan zeg maar gewoon Nederlands. Sterker, sprekers moeten geoefend hebben, anders krijgen ze dynamischekoopkrachtvergelijking of cybersecurityonderzoeksinstituut niet zo gemakkelijk uit de mond. Nu ja, het gaat om de fractiespecialiasten en de betreffende bewindspersonen – en juist die kunnen zich langs deze weg als specialist afficheren.

Met vier elementen is het jargon nog niet uitgeput, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de frequentie boven de 4 afneemt. Vijf lexicale elementen bevatten voorbeelden als:

anti-ondermijningswetgeving; track-and-tracedienstverlening; ontwikkelingssamenwerkingsinspanningen; langetermijnwaardecreatiebelang; hogesnelheidsbreedbandverbinding; middellangetermijndoelstellingen; verenigde-staten-van-Europamodel; antibelastingontwijkingsrichtlijn; priester-imamuitwisselingsproject; maakbaremondialesamenlevingsideaal; business-to-businessdienstverlening; laag-risico-gewasbeschermingsmiddelen.

Er vielen in 2017 ook een paar voorbeelden met nog meer elementen aan te strepen:

6 stuks Griekenland-Duitsland-Nederland; niet-in-mijn-achtertuinbenadering; eerstelijnsgeboortezorgverloskundigen

7 stuks zoek-het-zelf-maar-uit-samenleving; kortetermijnoogkleppenlandbouwlobby.

Bij de laatste twee gevallen hóren we bijna bij voorbaat de positie van de betreffende spreker. Minister Hugo de Jonge neemt alleen al met het aparte woord afstand van de zoek-het-zelf-maar-uit-samenleving (“Niemand wil wonen in zo’n zoek-het-zelf-maar-uit-samenleving”) en Rik Grashoff (GroenLinks) is bepaald tegen de kortetermijnoogkleppenlandbouwlobby, dat is ook aan het woord al te horen.

Acht elementen is het hoogste aantal dat ik heb gevonden:

thuis-op-de-bank-met-een-biertje-straf.

Foort van Oosten (VVD) wil dat een veroordeling tot celstraf dat ook echt is: “Gevangenisstraf is gevangenisstraf en geen thuis-op-de-bank-met-een-biertje-straf.” Door een worst van een woord te maken, een constructie die in feite strijdig is met alle gewoontes van het Nederlands, neemt hij niet minder dan Hugo de Jonge en Rik Grashoff afstand van iets waarvoor hij zelf een etiket heeft ontworpen.

ACHTLEDIG WOORD

 

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment

Woorden in stukjes (i)

Hoe ver gaan we als normale spreker van het Nederlands bij het gebruik van langere woorden? Stel, de blauwe envelop valt op de mat en die bevat de jaarlijkse uitkomst die beslist over de hoeveelheid belasting die we terug krijgen of moeten nabetalen. Belasting bevat voor het gemak één element (be– en –ing zijn affixen, niet los bruikbare woorddeeltjes, die ik buiten beschouwing laat). Het gaat om de jaarlijkse inkomstenbelasting, een woord dat dus bestaat uit twee elementen (ook in– laat ik voor het gemak even buiten beeld), namelijk inkomsten+belasting.

Wat is de uiterste datum van betaling? Ik kan me moeilijk voorstellen dat er grote groepen ABN-sprekers zijn die dan denken aan een lange constructie als inkomstenbelastingbetaling. Het kán, zeker, maar uit de taalpraktijk van normale sprekers blijkt dat drie elementen een soort van weerstandsgrens vormen: die gaan we niet zo simpel over wanneer we gewoon spreken. Dat kan anders liggen als we bijvoorbeeld een tekst uittikken en die voorlezen.

Het is een vermoeiend klusje om die dagelijkse praktijk te observeren, we zijn nu eenmaal geneigd meer op de inhoud dan op de vorm te letten (en gelukkig maar). Er is wel een grammaticaal verschijnsel dat er op wijst dat we liever niet al te lange woorden gebruiken. Dat verschijnsel heet ingekorte samenstelling. Een langer samengesteld woord verkorten we in de praktijk geregeld door het midden weg te laten. Denk aan een bierviltje. Dat is een viltje voor een bierglas. Het gaat dus eigenlijk om een bierglasviltje, we zeggen bierviltje. Of schadeprotocol dat waarschijnlijk neerkomt op schade-vergoedings-protocol. Ook aan de voorzijde van een woord kan er trouwens ingekort worden: wat nu opinieonderzoeken zijn heetten nog niet zo lang geleden publieke-opinieonderzoeken.

Dat zijn gegevens uit de normale praktijk van de Nederlandse taal, laten we de stap zetten naar Het Binnenhof. Daar spreken ze vooral over wetten. Een wet – het woord kan nauwelijks korter zijn – hebben we in soorten. In 2017 was er in de Tweede Kamer bijvoorbeeld sprake van abortuswet, beginselenwet, belastingwet, hackwet, interimwet. Allemaal tweeledige woorden die simpeltjes een plek binnen het Nederlands hebben, ook in het mondelinge Nederlands. Bedenk: dat zijn de citeertitels van een wet. Dat illustreert dat de taal graag hanteerbare termen bezit. Hanteerbaarheid heeft met lengte te maken, maar niet alleen. Een voorbeeld als portefeuilleverantwoordelijkheid (twee elementen, portefeuille en verantwoordelijkheid) maakt duidelijk dat lengte niet het probleem is, het gaat om de overzichtelijkheid van een woord.

Als de overzichtelijkheid in het gedrang komt, begint er iets te wringen bij normale taalgebruikers-zonder-spreektekst-voor-hun-neus en zonder politiek-technische scholing. In 2017 kwamen de volgende woorden ook voor in het politieke debat dat de Handelingen van de Tweede Kamer weergeven: abortuswetgeving; aftapwet; bouwwetgeving; fakenieuwswet; initiatiefwetsontwerp; natuurschoonwet; sleepwetreferendum; belangenbehartigingsorganisaties; discriminatieregistratiebureaus; uitsluitendreceptgeneesmiddelen; administratievelastenverlichting; essentiële-informatiedocumenten; belastingontwijkingsconstructies; geestelijkeverzorgingsconferentie; medewerkerstevredenheidsonderzoek.

Als ik het goed zie, gaat het hierbij telkens om woorden met drie elementen (bijvoorbeeld discriminatie + registratie + bureaus, belasting + ontwijkings + constructies, essentiële + informatie + documenten) en als mijn intuïtie me niet bedriegt, ligt hier het begin van wat in Den Haag graag “schuren” genoemd wordt (zie voor de oorsprong de bijdrage van die naam).  Die woorden kúnnen, maar soepel is het lang niet allemaal.

DRIELEDIG WOORD

Voegen we nog een vierde element toe, dan wordt dat schuren overduidelijk: volgende aflevering, aanstaande maandag.

 

Posted in PARLEVINKEN | 1 Comment

De directheid van de Nederlanders: speakability

Wie was Carrie Gracie ook alweer? Werkzaam bij de BBC, ontdekte dat mannelijke collega’s voor vergelijkbare arbeid duidelijk meer verdienden en verborg haar ergernis daarover niet. Toen de werkgever haar een behoorlijke loonsverhoging bood, weigerde ze die: ze wilde niet meer geld, ze wilde hetzelfde als haar collega’s van het andere geslacht en dat was bij dat loonbod nog steeds niet het geval.

Twee mannelijke collega’s (naar aan te nemen is op basis van het inkomen dat ze kregen van dezelfde werkgever well to do) maakten daarover grappen in een gesprek dat werd geregistreerd. The Guardian meldt op 12 januari dat het BBC-management daarover deeply unimpressed was. Prachtig Engels. Unimpressed is een eufemisme en dat laat zich versterken via het graadaanduidende bijwoord deeply. Misschien kán dat strikt genomen niet maar juist dat maakt de uitspraak zo mooi en veel indrukwekkender dan wat het in feite betekent, ‘gvd’.

Misschien zijn er mensen die de neiging hebben, te zoeken naar de oorsprong van het gebruik van dat soort indirecte taal en wie weet komen ze bij Hendrik VIII en de angstcultuur aan het hof die zich – met de Anglicaanse kerk – over heel Engeland heeft verspreid. Ik verzin maar iets.

Bij de BBC is er dezer dagen aandacht voor de directheid van de Nederlanders.  Ze halen op hun website een intercultureel artikel aan dat over dat onderwerp gaat en dat de oorzaak daarvan zoekt in – begrijp ik van die BBC-website – de verspreiding van het Calvinisme. Ik heb het niet verder bekeken, bijvoorbeeld om te zien of er dan ook een interessante breuklijn is tussen het Calvinistische en het niet-Calvinistische Nederland. Ik prefereer de talige bril, want Eleonore Breukel (de auteur) wijst op het woord bespreekbaarheid dat aan die Nederlandse directheid gekoppeld kan worden. De BBC: “This straightforwardness is so intrinsic in Dutch society that there’s even a Dutch word for it: bespreekbaarheid (speakability) – that everything can and should be talked about; there are no taboo topics.”

BBC-tweet

 

So intrinsic, maar de historie van dat woord reikt niet tot aan de Reformatie. Sterker, Van Dale heeft bespreekbaar (waarvan bespreekbaarheid zal zijn afgeleid) pas in de editie van 1984 opgenomen. Bespreekbaar maken is typisch een jaren-’70-uitdrukking – niet van de 16e maar van de 20ste eeuw. Eigenlijk dateert het dus van een periode waarin de ontkerkelijking juist toesloeg, het is de tijd dat de drie grotere Protestantse partijen noodgedwongen het fusiepad op gingen naar het CDA.

Bespreekbaar is – voorzover ik het heb kunnen vinden – voor het eerst in 1972 in de Tweede Kamer te horen. Bespreekbaarheid dateert daar van 1976, te laat voor de druk van Van Dale die dat jaar verscheen. Met die kennis is de beschouwing van mevrouw Breukel interesting.

 

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

De regelluwe overheid: geen circus

Lammert van Raan (PvdD, hij was in de vorige bijdrage een van de twee hoofdrolspelers) vatte Rutte I, II en III in het afgelopen jaar een keertje samen met het adagium “bij een sterke markt hoort een regelluwe overheid”. Op z’n wekelijkse persconferenties heeft de naamgever van de drie kabinetten het nooit zo genoemd en in het jongste Regeerakkoord staat alleen dit: “Uit de pilot regelluwe scholen blijkt dat sommige landelijke regels probleemloos geschrapt kunnen worden.”

Dat regelluw een bijzonder woord is, wordt direct zichtbaar als we in Van Dale nagaan wat daar vermeld staat als de betekenis van luw. Luw is het tegengestelde van winderig, het is ‘windvrij’ zegt het woordenboek. Het tocht niet op een plek in de luwte. Ik denk dat het ’t Kamerlid Janneke Snijder-Hazelhoff was (VVD) die op 13 september 2000 de eerste was die een wat figuurlijker gebruik introduceerde in de landelijke vergaderzaal. Ze constateerde: “Er ontbreekt dus een integrale visie tussen de drukke en de luwe kant van Nederland, de stad en het platteland.” Luw is dus het tegengestelde van wind, tocht, drukte, lawaai.

Daarom paste dat gebruik in autoluw en verkeersluw zo wonderwel: het was rustig want er was relatief weinig auto- en ander verkeer. Dit is talig bekeken het omgekeerde van wat in de vorige bijdrage geschreven is. Tig werd een zelfstandig woord met andere betekenis uit een achtervoegsel (zoals in tachtig en negentig), maar luw wás al een zelfstandig woord en werd toen een affix met gewijzigde, figuurlijke betekenis, nl. ‘met een beperkt aanbod van wat er in het eerste deel van het woord genoemd staat’. Nieuwsluw: de komkommertijd. Onderwijsluw: vakantie? Nee, maar wel een periode dat er weinig les gegeven wordt. Zo hebben we dus niet meer de tegenstelling school versus vrij, we hebben nu of vrij of school en dat laatste is dan onder te verdelen in onderwijsluwe weken en onderwijsvrije als het écht vakantie is.

Jaco Geurts (CDA) pleitte in een motie (25 juni 2015) voor “het regeldruk-luw maken van de faunabeheerplannen en de uitvoering daarvan”. Regeldruk-luw – het grote voordeel van het woord is dat het suggereert dat er grote regeldruk wás in de sfeer van het faunabeheer, lees de jacht. Ruim baan voor de jager!

Luw ontwikkelde zich dus tot –luw (met streepje, het is een achtervoegsel) en dat was minstens in het begin van deze eeuw in de Tweede Kamer waarneembaar. Maar daarmee is de ontwikkeling niet voorbij. We kunnen de toenmalige staatssecretaris Dekker als bewijs daarvan aanhalen. Op 4 februari 2014 zei hij over zijn controleren van een deel van het onderwijs: “Het monitoren wil ik op een luwe manier doen. Ik ga niet een heel circus optuigen om te kijken welke scholen die maatschappelijke stage doen, temeer omdat we het facultatief maken. De vraag is of we daar nu heel veel extra administratieve lasten moeten invoeren om dit te blijven volgen. Het kan vrij luw door te kijken welke scholen het op zo’n manier doen dat in ieder geval 30 uur wordt ingevuld, (…)”. Op een luwe manier, het kan vrij luw!

Daar heeft luw niet de oude betekenis ‘vrij van wind’ en ook niet die nieuwere ‘weinig van hetgeen in het basiswoord staat uitgedrukt’ (zoals in autoluw) want luw is weer als zelfstandig woord voor zichzelf begonnen. Maar wel weer met een licht nieuwe betekenis. Het is iets vaags, laten we zeggen ‘geen circus en andere toestanden’. Dat moet Van Dale nog halen.

LUW (el. Van Dale)

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Die Utrechters, die Friezen, die Limburgers: een verbazend staatje

Wát een aandacht in de afgelopen dagen voor Groningen en de aardbevingen daar. En dat terwijl NRC Handelsblad het geheime rapport tussen overheid en mijnbouwfirma’s al enkele dagen lang na de scoop van het Dagblad van het Noorden links laat liggen. Dat rapport dat ook voor twee specialisten nieuw was in de hoorzitting gisteren in de Tweede Kamer.

In die hoorzitting hadden voorzitter Farid Arkazan en Thierry Baudet het enkele malen – toch een beetje genant – met elkaar aan de stok. Baudet was me een paar weken geleden opgevallen toen hij in de Tweede Kamer pleitte voor een simpele oplossing: “hup, we gaan het doen; over twee weken hebben we het geregeld en op 1 juli hebben al die Groningers uiterlijk het geld op hun rekening.”

Dat was een directe aanpak waar vanaf de tribune niet voor geapplaudisseerd werd en minister Wiebes reageerde er evenmin op. Toch gebeurde in de formulering van Baudet iets bijzonders, want hij sprak van die Groningers met aanwijzend voornaamwoord en al. Gebeurt dat vaak in ons belangrijkste Nationale Parlement, dat talig op afstand gaan ten opzichte van een deel van de inwoners van het land? Een rondje langs de velden op basis van de Handelingen vanaf het parlementaire jaar 1994-1995.

Let op: het gaat om die als aanwijzend voornaamwoord.

  • Die Utrechters: 0x
  • Die Brabanders: 0x
  • Die Drenten: 0x
  • Die Overijsselaars: 0x
  • Die Gelderlanders: 0x

 

  • Die Friezen: 1x door Harm Beertema (PVV) in verband met Dokkum en Zwarte Piet.

 

  • Die Zeeuwen: 2x, beide malen in verband met de ontpoldering (Hedwige). Eenmaal door Stientje van Veldhoven (D66) en eenmaal door Henk Bleker als staatssecretaris.

 

  • Die Hollanders: 3x. Maar in alle drie de gevallen betreft het de blik vanuit het buitenland (tweemaal Vlaanderen en eenmaal “de wereld”) en heeft het betrekking op wat wij eerder Nederlanders zouden noemen.
  • Die Limburgers: 3x, waarvan tweemaal door iemand die uit die provincie afkomstig is (Jos van Rey (dan nog VVD) en Dion Graus (PVV)) en eenmaal door een spreker met wortels van op geringe afstand, Henk Leenders (PvdA).

Kennelijk doet de werkelijke afstand tot Den Haag ertoe óf de gevoelde, maar in Limburg ligt het juist andersom! Misschien is het ook een kwestie van problematiek, want waar er sprake is van die Groningers ging het in de Tweede Kamer steeds over de problematiek van het aardgas, dat product dat destijds in de Troonrede omschreven werd als “de aardgasvondsten in het Noorden des lands”. Die “zullen voor de genoemde versterking van onze economische structuur een welkome bijdrage zijn” werd er in één adem aan toegevoegd door Koningin Juliana (1962).

  • Die Groningers:

Mw Klever (PVV), mw Schouten (CU), dhr Wassenberg (PvdD), minister Kamp, mw Mulder (CDA), mw Beckerman (2x), dhr Graus (PVV “die Limburgers en die Groningers”), mw Van Tongeren (GroenLinks, 2x), dhr Baudet (FvD). Op de een of andere manier is dat verrassend, samen 12 x, meer dan al die andere regionale ingezetenen bij elkaar. De vlag uit voor Groningen.

GRONINGER VLAG (Google-afbeeldingen)

Posted in In het nieuws, PARLEVINKEN | Leave a comment

Houderij: hollend naar Holland

Hier treffen elkaar werelden, in het Verantwoordingsdebat over 2016 in de Tweede Kamer van 31 mei 2017. De woordvoerder van de SGP, Elbert Dijkgraaf, interrumpeert Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren. In de wereld van de Schepping naar de voorstelling in de ouverture van het Oude Testament – het milieu van de Staatkundig Gereformeerde Partij – worden bij wijze van voltooiïng eerst de vogels en de vissen gecreëerd, daarna de landdieren en ten slotte de mens. Toch is de gedachtenwisseling tussen de twee volksvertegenwoordigers veel minder harmonieus dan op basis van Genesis 1 gedacht zou kunnen worden.

Uit de Handelingen der Volksvertegenwoordigers:

“Dijkgraaf: (…) ik wil de inhoud van de bijdrage van de heer Van Raan toch serieus nemen en hem de volgende vraag stellen. Als je ergens in Europa een varkensschuur openzet, zullen alle varkens naar Nederland hollen. Is dat volgens hem niet waar?

Van Raan: Dat is niet waar. Die varkens zullen niet naar Holland hollen, nee.

Dijkgraaf: Misschien is mijn vraagstelling niet duidelijk geweest. De Nederlandse houderij van varkens, kippen, koeien, en alle sectoren van de Nederlandse landbouw behoren gewoon tot de top van de wereld als het gaat om natuur en milieu, maar ook als het gaat om dierenwelzijn. Is dat volgens de heer Van Raan niet zo?

Van Raan: Ik dank de heer Dijkgraaf voor zijn vraag. Nee, dat is niet waar. Bovendien is het eigenlijk een valse tegenstelling. Het gaat er niet om hoe goed het gaat, maar het gaat erom dat we het terugbrengen. De ecologische voetafdruk van deze giga-industrie is zodanig dat dit niet vol te houden is.” Tot zover deze lezing uit de Handelingen.

 

DIJKGRAAF (website TK)

VAN RAAN (website TK)

Mensen kunnen met hun voeten stemmen – het was in 2015 het grootste politieke probleem en het echo van wat ter rechterzijde als een stroom of tsunami werd voorgesteld klonk een poosje door – en naar dat voorbeeld laat Dijkgraaf varkens theoretisch met hun poten kiezen. Ze komen naar Nederland, denkt hij, immers “alle sectoren van de Nederlandse landbouw behoren gewoon tot de top van de wereld als het gaat om natuur en milieu, maar ook als het gaat om dierenwelzijn”. Zo werd er bij de SGP in 2017 gedacht en zonder twijfel ook in het CDA en de ChristenUnie. Misschien denkt Landbouwminister Carola Schouten (CU) na een reeksje affaires genuanceerder over de sector – stiekem misschien wel meer in de lijn van de PvdD die bij monde van Van Raan sprak van een “ecologische voetafdruk van deze giga-industrie”. Dat klinkt naar Nederlands waar een Engelse footprint in te horen is. Het is de 8ste betekenis uit de Oxford English Dictionary: “The impact of human activity on the environment, esp. with regard to pollution, loss of biodiversity, or consumption of natural resources; an instance of this; the magnitude of this.”

Niet helemaal nieuw in dat debatje is het gebruik van het woord houderij. Dat vindt de precieze gebruiker van Van Dale nog niet in dat woordenboek (het kan tegenwoordig elke dag veranderen), maar wel de vorm –houderij. Het streepje geeft aan dat het trefwoord alléen wordt waargenomen als het vastgehecht is aan een ander woord. Dit is wat het woordenboek ongeveer over het gebruik zegt:

  1. abstract in samenstellende afleidingen die betekenen: het houden en fokken van het in het eerste lid genoemde: bijenhouderij, eendenhouderij (…)
  2. concreet in samenstellende afleidingen die betekenen: bedrijf waar het in het eerste lid genoemde wordt gehouden en gefokt: schapenhouderij, veehouderij.

In de Tweede Kamer kwamen enkele malen moties voor waarin er sprake was van veetransport en -houderij. Omdat dergelijke kameruitspraken worden voorgelezen, is het denkbaar dat via motietaal de stap bevorderd is van –houderij naar houderij en dat langs die weg een zelfstandig woord is geworden wat voordien alleen een afhankelijk bestaan kende als rechter deel van de samenstellende afleiding die Van Dale tweemaal noemde.

“Woordwording van affixen” noemde de Nijmeegse taalkundige L.C. Michels dat een halve eeuw geleden, een deel van een woord begint voor zichzelf. Misschien is zijn omschrijving wél van toepassing voor tig dat ontstaan kan zijn uit –tig en dus uit twintig, dertig, veertig of voor schap (zoals in Landbouwschap, Productschap) en net niet voor zoiets als dat stukje –houderij, het is desondanks een vergelijkbaar procédé. Van een samenstellende naar een gewone afleiding.

Prof. Michels (r) wenst Anton van Duinkerken geluk (KDC)

 

Posted in PARLEVINKEN, Rijp voor opname (Van Dale) | Leave a comment

Ongebruikelijker grammaticaal regelverlies

Neem deze kop in een internet-uitgave van NRC Handelsblad: “Veiligere kernenergie kan, maar komt het er ook?” Laten we een vraagteken zetten achter het woord veiligere: is driemaal dezelfde neutrale klinker niet wat veel? We zeggen iets als “veiluggurruh” en een trio stomme e’s vindt het Nederlands echt veel. Hetzelfde maar dan met een ander woordgebruik: drie opeenvolgende sjwa’s, daar zijn we niet zo op gesteld.

NRC Handelsblad 07.01.2018

 

 

 

 

 

Wat zegt de Taaldviesdienst van Onze Taal? Ze spreken erover in combinatie met een comparatief: “als er in zo’n verbogen vergrotende trap drie of meer onbeklemtoonde lettergrepen op elkaar volgen (zoals in ongebruikelijkere), mag de buigings-e ook vervallen: een ongebruikelijker procedure.

Sommige mensen vinden de vormen zonder buigings-e mooier, maar anderen vinden dat het weglaten van de e de woordgroep een (te) formeel karakter geeft. Daarom geven zij de voorkeur aan de vormen mét e. Het is dus vooral een kwestie van smaak, zoals de Algemene Nederlandse Spraakkunst ook aangeeft.”

De Taaladviesdienst beschouwt dus ook gevallen als betrouwbaarder(e) vanuit hetzelfde perspectief als veiliger(e) en gelijk hebben ze. Veiligere en betrouwbaardere horen op één lijn, we kunnen dus zowel van veiligere als veiliger kenenergie spreken, ook van betrouwbaardere en betrouwbaarder energie.

Ik vind de korte variant (veiliger, betrouwbaarder) lekkerder bekken, – misschien vind ik het wel plezierig zélfs al weet ik dat de regels daarmee wat moeilijker leerbaar worden. Denk aan het probleem om aan niet-Nederlandstaligen uit te moeten leggen wat wij op gevoel mooier of minder fraai vinden. (In de Engelse fonetiek heet dit verkorten van twee of meer zwakke klinkers achtereen Compression. Een woord als disastrous gaat in feite terug op zeg maar “disasteres”: disaster + ous.)

Komen die langere varianten in de Handelingen van 2017 (maart/december) voor? Jazeker, deze streepte ik aan:

aantrekkelijkere, afrekenbaardere, belangrijkere, betrouwbaardere, duidelijkere, eenvoudigere, eerlijkere, ernstigere, evenwichtigere, filosofischere, flexibelere, fortuinlijkere, gevaarlijkere, grootschaligere, gunstigere, heftigere, helderdere, kansrijkere, kleinschaligere, kleurrijkere, kwetsbaardere, laagdrempeligere, landschappelijkere, langdurigere, makkelijkere, milieuvriendelijkere, moeilijkere, onveiligere, overzichtelijkere, praktischere, prettigere, rampzaligere, rechtvaardigere, ronkendere, rustigere, schadelijkere, stelligere, stevigere, veiligere, vervelendere, vervuilendere, voorzichtigere, vrolijkere, zuinigere, zuiverdere.

Telkens wordt zo’n woord dus gevolgd door een zelfstandig naamwoord (belangrijkere partijen, een belangrijkere rol e.d.). Zien we de kortere vorm belangrijker ook optreden in diezelfde positie? Ja, viermaal:

  • Zouden we niet moeten proberen om weer tot een houderij te komen waarin dierenwelzijn een belangrijker plaats krijgt? (staatssecretaris Van Dam)
  • dus dat je het het onttrekken aan het toezicht een belangrijker punt vindt dan het feit dat dat dingetje kapot is (staatssecretaris Dijkhoff)
  • Ik verwacht dat het een veel belangrijker onderwerp zal worden, ook op de cao-tafels. (staatssecretaris Van Rijn)
  • Geleidelijk nam, onder de druk van oorlogen tussen rivaliserende steden, de organisatie van de polis een steeds belangrijker plaats in. (Van Rooijen 50PLUS)

Maar op enkele van die plaatsen kán belangrijkere niet opereren omdat het zelfstandig naamwoord onzijdig is (het punt, het onderwerp) en dus vinden we maar tweemaal belangrijker waar belangrijkere ook had gekund. De kortere vorm vinden hedendaagse politici dus veel en veel onwenselijker varianten dan de langere… *) Het Nederlands is bezig, een grammaticale regel te verliezen. Of liever een uitzondering op de regels.

*) Tenzij de Dienst Verslag en Redactie op dit punt systematisch ingrijpt en sprekers (bijna) steeds naar eigen normen laat spreken: dat heb ik niet nagegaan.

In de leesbare beurt-column over de VVD op de website Parlement en Politiek door Bert van den Baak, schreef hij een paar dagen geleden in de aanlooptekst: “De VVD is tijdens haar 70-jarige bestaan een steeds dominanter rol gaan spelen in de Nederlandse politiek.” (26.01.2018) Een steeds dominanter rol lijkt bijna een reactie van verzet tegen die té lange vormen als in veiligere kernenergie.

Een dominanter rol lijkt me overigens een hypercorrecte variant van een dominantere rol.

 

Posted in PARLEVINKEN | Leave a comment