Even kijken naar de volgordelijkheid der dingen: Hugo de Jonge op weg naar de 125

Hugo de Jonge (VWS) in laatste coronadebat 10 maart 2021

Hóe hebben we het in 2017 weten uit te houden met de nieuwe vice-premier en VWS-minister Hugo de Jonge: hij zei dat kalenderjaar in de Tweede Kamer niet eenmaal iets met der dingen daarin. Hoe bestond het, of was het alleen maar omdat het een kort jaar was voor het kabinet Rutte-III na die uitgerekte formatie?
In 2018 sloot De Jonge zich bescheiden achter aan het kleine leger der der-dingenzeggers met welgeteld één citaatje:
• laten we even kijken naar de volgorde der dingen.

Het kalenderjaar erna begon de vice-premier op stoom te raken. Zijn score der dingen uit 2018 wist hij in de loop van 2019 met een factor 5 te vermenigvuldigen:
• er is een volgordelijkheid der dingen.
• Dan vind ik het in de volgorde der dingen het beste als we
• De voorstelling van zaken van mevrouw Ellemeet is niet helemaal conform de chronologie der dingen.
• Dat gaan we nou juist doen in de goede volgorde der dingen.
• Het aantal stichtingen lijkt mij niet per se maatgevend der dingen om de mate van complexiteit aan te tonen.

Toen kwam dat ellendige en lange kalenderjaar 2020 dat dankzij de coronacrisis nog een stukje doorliep tot in het verkiezingsreces van maart 2021. Opnieuw vermenigvuldigde Hugo de Jonge zijn taal “der dingen” met een factor 5:
• Dat is gewoon de werkelijkheid der dingen.
• Dat is zo, maar wel in de goede volgorde der dingen.
• In de normale gang der dingen is het zo dat…
• En volgens mij is dat precies de volgorde der dingen.
• Dat is ook gewoon de werkelijkheid der dingen.
• Dat is gewoon de gang der dingen.
• Dat is een beetje merkwaardig in de volgorde der dingen,
• Mag ik toch een andere lezing van de volgorde der dingen met u delen?
• Dat is de werkelijkheid der dingen.
• Maar wel in de goede volgorde der dingen.
• maar de goede volgorde der dingen is:
• Ik hecht er echt aan dat we in de volgorde der dingen eerst de evaluatie doen.
• Dat lijkt mij de volgorde der dingen.
• Pin me er dus niet op vast dat dit de volgorde der dingen wordt.
• Dan zou ook de volgorde der dingen kunnen veranderen.
• dat is wel in de tijd en in de volgordelijkheid der dingen een factor waar je rekening mee hebt te houden.
• Dat is de volgordelijkheid der dingen.
• Dat heeft alles te maken met de volgordelijkheid der dingen.
• Dat is dus inderdaad de volgorde der dingen.
• Dat is de volgorde der dingen.
• Het kan weleens voorkomen dat het in de volgorde der dingen dan net niet helemaal strak op elkaar past.
• dat was het moment dat we niet nog een keer een versnelling in konden met de GGD, gewoon vanwege de volgordelijkheid der dingen die nu eenmaal gewoon nodig zijn om op een verantwoorde manier van start te gaan.
• Alleen heb ik in de volgorde der dingen eerst de ondersteuning willen doen en daarna de plicht.
• Dat is vervelend en dat snap ik ook heel erg goed, maar dat is nu eenmaal de werkelijkheid der dingen waarmee we te maken hebben.
• Dat is dus de volgorde der dingen.
• Ik denk dat het in de stappen en in de volgorde der dingen verstandig is als we eerst dat doen.

Als de ontwikkeling van de leerlijn van de oud-onderwijzer De Jonge zich rechtstreeks door zou zetten, kunnen we nu al voorspellen dat hij in 2021 125 maal der dingen zal gaan zeggen: het liert, laait en pookt op als een waarachtig virus (zie hierover ook nog deze bijdrage). Der dingen cijfers gaan door het dak en er ontstaat een roep op een cap. Een max! De Kamervoorzitter (de oude Arib of een nieuwe) overweegt een dosis der dingen per debat die niet overschreden mag worden.
Natuurlijk zal er in 2021 minder vergaderd worden door de Tweede Kamer,
natuurlijk is het de vraag hoe lang de formatie zal duren en
natuurlijk is de gewone gang der dingen dat een oud-bewindsman (zélfs iemand van het CDA, de partij die door Rutte als winnaar van de verkiezingen al is uitverkoren om met hem het motorblok te vormen) dat het onvoorspelbaar blijft of de oudere De Jonge straks zelf de opvolger van de jongere De Jonge wordt, maar er is nu talig iets om naar uit te zien en om op vóor te praten.

Spreken we met de bewindsman zelf over de kwestie (op 04.06.2020) en zeggen we het hem na: deze “handreiking heeft wel wat handvatten om die dialoog te voeren”. Toch?

P.S. Vandaag, de echte stemdag 17.03.2021, verstrekte Hugo de Jonge via Twitter nog twee illustraties van de volgordelijkheid der dingen: 1) melding via de corona-app, dan niet naar het werk; 2) controleer je identiteitsbewijs, dan pas naar het stembureau.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte en minstens twee kleine kinderen

Nee, premier Rutte kán geen huisdieren houden want hij woont alleen – we hebben het hem in een van de verkiezingsdebatten met Geert Wilders nog horen zeggen. Wilders houdt twee niet met name genoemde katten, Rutten scoort alleen met herinneringen aan Droef, de hond uit zijn jeugd.

Het solo-leven van de premier roept een intrigerende kwestie op, eentje van talige aard. De kwestie beloopt drie etappes: 1. Mark Rutte heeft geen kinderen; kinderen is het gewone maar wel onregelmatige meervoud van kind. 2. Het verkleinwoord van kind is kindje. 3. Maar wat is nu het meervoudige verkleinwoord voor kind?

Blader wat in de Handelingen zo tussen 1950 en 2000 en zie een stuk of 60 maal kindertjes tegenover 10 x kindjes. Oftewel, het verkleinwoord in het enkelvoud is afgeleid van kind (kind – kindje), maar het meervoud van de verkleinvorm kan op twee manieren ontstaan:

Blader wat door Nederlandse kranten en zie dat beide vormen tegenwoordig vergelijkbaar vaak voorkomen. Getuige LexisNexis komt elk meer dan 10.000 maal voor, maar eh in Van Dale…… Van beide een stuk of wat voorbeelden uit media van zeer actuele datum:

Kindertjes

• (De Volkskrant 27.02.2021) Ik dacht dat kindertjes in de jaren vijftig geen honger hadden, maar ‘trek’, want ‘honger hadden we in de Hongerwinter’.

• (Trouw 20.02.2021) We hadden op televisie een programma van Mies Bouwman gezien over zielige kindertjes in Zuid-Korea.

• (De Gelderlander) 16.02.2021 De zusters Franciscanessen, die in Mill ook onderwijs verzorgen, gaan warm eten koken voor de kindertjes die met een lege maag van huis vertrekken.

Kindjes

• (RTL Nieuws 14.03.2021) In het Verenigd Koninkrijk is het vandaag al Moederdag en daarom hebben de kindjes van prins William (38) en Kate Middleton (39) kaartjes gemaakt.

• (Leeuwarder Courant 13.03.2021) De twaalf liedjes op de cd zijn ‘zijn kindjes’, zegt (Addy) Scheele.

• (Telegraaf 13.03.2021) Mijn katten zijn mijn kindjes, daar doe ik alles voor.

Gemakshalve trek ik de conclusie dat kindertjes de vroegere variant was en dat kindjes erbij is gekomen. Kindertjes vind ik normaler klinken, kindjes wat kinderlijker en afstandelijker. Opmerkelijke bijzonderheid: kindjes kan dus bepaald figuurlijk gebruikt worden (getuige die voorbeelden katten, liedjes op een cd) zoals ook zorgenkindjes een figuurlijke betekenis hebben; in LexisNexis vond ik geen zorgenkindertjes. Kindertjes zijn niet zozeer figuurlijk, wel eerder zielig (lege maag e.d.). Dat past bij de veronderstelling dat kindertjes de oudere variant is en kindjes de nieuwe, secundaire vorm.

Premier Rutte heeft geen kinderen; in het afgelopen parlementaire kalenderjaar had hij het desondanks vaak over hen en dat had alles met corona te maken. Welke variant gebruikt hij, kindertjes of kindjes? Kwestie van kijken in de Handelingen:
• Maar is het nou omdat de kindjes corona hebben, of omdat ze zorg hebben om corona?
• Nederland heeft een uniek programma lopen met de Grieken over de opvang van kindjes op het vasteland.
• Over de meer structurele situatie met de kindjes wordt morgen verder gesproken.
• Er is nog een motie over de kindjes op de eilanden, namelijk die op stuk nr. 1586.
• het is van zo’n groot belang om de kindjes weer naar school te laten gaan dat we daarmee niet willen wachten.

De kindjes weer naar school. Inderdaad, zó klein hoeven kinderen voor de premier helemaal niet te zijn, hij sprak op de corona-persconferentie van 8 maart over “de kindjes tot 12 jaar”. Mark Rutte bracht zijn stem 5 x uit op kindjes en 0 x op kindertjes. Kunnen we aan deze woordkeuze hóren dat de Nederlandse minister-president kinderloos is? Hier ligt een terreintje voor nader onderzoek braak.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Het plechtige achtervoegsel in woorden als driederlei, achterlei, duizenderlei

Heerlijk boek in de kast, het Retrograde woordenboek van de Nederlandse taal. Het is aan de rug zichtbaar dat het geregeld gebruikt is – dank meneer Nieuwborg, dat u heeft georganiseerd dat een vroegere druk van Van Dale digitaal in een omgekeerde volgorde op alfabet gezet is!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het resultaat is dat we bijvoorbeeld dit kunnen opzoeken:

We zien vrijwel in één oogopslag dat we in het Nederlands een achtervoegsel -erlei bezitten, dat we kunnen plaatsen achter iets telwoorderigs. Buiten het getoonde beeld valt nog achterlei, maar we zien hier dus die bijzondere reeks die niet iedereen dagelijks zal benutten met onder meer tweederlei, beiderlei, duizenderlei, enigerlei, zestigerlei. Allerlei maar telkens dus is het iets gekwantificeerds +(d)erlei. Allerlei hoort er ondanks de vorm eigenlijk niet bij, want het betreft niet ‘alles’, er is altijd de beperking binnen het telwoordachtige. Allerlei betekent in feite ‘velerlei’.

Tegelijkertijd is allerlei de gewoonste in deze reeks die voor het overige vooral te karakteriseren is als formele, juridische taal. Dat heeft met de inhoud van –erlei te maken, want dat dekt als het ware veel af alsof het om een reglement gaat. De betekenis is te omschrijven via begrippen als ‘variatie, vorm, soort’. Van Dale gebruikt daarom terecht “van, in zoveel soorten als door het eerste lid wordt aangegeven” in z’n omschrijving (onder -lei). Een gangbaar woord als enigerlei wordt daarom zeer geregeld gebruikt in combinatie met wijze, vorm en dergelijke, een woord dat inhoudelijk natuurlijk past bij het wat gewichtige achtervoegsel -(d)erlei.

Van Dale

Juridisch overkomende taal, geen wonder dat minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) als volgt geciteerd kan staan in de Handelingen: “De melding betreffende brandweerzorg die door de ADR is onderzocht, is aan mij gemeld nadat de beslissing was genomen om die bij de Auditdienst Rijk neer te leggen. Ik denk dat dat de juiste weg is, want ik vind niet dat ik enigerlei invloed moet hebben op wat daarmee gebeurt.” Niet enigerlei invloed – als de minister generlei had gezegd had hij de bocht korter genomen en had hij nog meer als de jurist geklonken.

Dezelfde bewindsman kunnen we citeren met uitingen als “Ik zal de gedachte meenemen of er enigerlei mogelijkheid is om daar iets meer mensen te laten kijken”: een mogelijkheid in welke vorm, hoedanigheid dan ook. Is dat gewoon Nederlands?

Nemen we minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) die over iemand die in het buitenland woonachtig is zegt: “Hij wordt niet vermeld op enigerlei lijst.” Dat impliceert dat er allerlei soorten van lijsten bestaan.
Of nemen we minister Bijleveld (Defensie) met de bewering dat er “geen aanleiding om te veronderstellen dat er sprake is van enigerlei Nederlandse betrokkenheid”. De minister bedoelt dus dat er diverse varianten van betrokkenheid zijn, anders zou enigerlei hier niet passen.

Gerrit Jan van Otterlo (50PLUS, vroeger PvdA) sprak bij de coronabriefing op 24.02.2021 van “enigerlei moment” – alsof er allerlei soorten van momenten zijn. Hier lijkt dus eerder het woord gevoerd te zijn door iemand die het woord enig verlengde tot enigerlei – plechtig klinkend maar in feite net zo humoristisch als winstwaarschuwing aan het Binnenhof in de plaats kwam van waarschuwing. Ik suggereer als lakmoesproef voor het opsporen van opgeblazen ABN in deze gevallen de vervangbaarheid van enigerlei door enig(e).
Van Otterlo is niet de enige in zijn gebruik van enigerlei moment, minister Bijleveld, minister Hennis, minister Plasterk zijn maar een paar voorbeelden uit een lange rij sprekers die al dan niet tekst van ambtenaren aan de volksvertegenwoordigers voorlazen. Kortom, op enig moment is enigerlei moment gewoon Nederlands.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

“Behept”: niet meer per se met iets negatiefs opgezadeld

Minister De Jonge (VWS, CDA) richtte zich deze week in het laatste coronadebat voor de verkiezingen rechtstreeks tot zijn twee mannen-broeders Segers (CU) en Van der Staaij (SGP). Het betrof een korte, intern-protestantse discussie in de Tweede Kamer, wel of niet laten vaccineren? Voor de minister was het duidelijk: als God “ons heeft behept met de gave om tot vaccinontwikkeling te komen”, ja dan ligt het antwoord voor de hand, “wetend dat je daarmee heel veel leed en lijden tot een einde kunnen brengen.”

God heeft ons met iets behept en dat iets is dat stukje van de wetenschap dat vaccins kan ontwikkelen en daar is de minister van Volksgezondheid zeer positief over. Hij gebruikt daarvoor als het ware de tale Kanaäns, behept. De zinsconstructie doet veronderstellen dat De Jonge aan een werkwoord beheppen heeft gedacht met de betekenis ‘voorzien van’.
Zo’n werkwoord ontbreekt in Van Dale, er staat wel “alleen predicatief bijvoeglijk naamwoord”. Het bijvoeglijk naamwoord behept kun je dus niet gebruiken vóor een zelfstandig naamwoord. De met een vaccin behepte bejaarde keerde fluitend van de prikstraat terug, nee, dat is anno 2021 geen Nederlands.

Waarschijnlijk zal op school ook fout gerekend worden wanneer iemand in een opstel schrijft “dat de bejaarde met een vaccin behept fluitend van de prikstraat terugkeerde.” Behept wordt wel altijd met een vorm van met of –mee gecombineerd, maar behept wordt inhoudelijk geassocieerd met iets negatiefs. Van Dale: ‘lijdend aan een zedelijk gebrek of een lastige gewoonte’. Dat kan De Jonge niet bedoeld hebben met “de gave om tot vaccinontwikkeling te komen.”
Van Dale bevat weliswaar eenmaal een schertsend gebruik bij Van Schendel maar verstrekt ons in totaal 18 maal een voorbeeld met behept op andere plaatsen in het woordenboek en dat is inderdaad zonder uitzondering negatief of minstens onprettig van inhoud: ziekte, manie, groot ego, ongewenste eigenschappen, vooroordelen, bijgeloof, nieuwsgierigheid, ijdelheid, gebreken, ziekelijke liefde voor zichzelf, onvolkomenheden, depressie/hooikoorts, de pip, droes (met de – behept paard), spatten (paard), duizelingen.

Als Hugo de Jonge zou zeggen dat het geen vaste prik meer is dat behept zijn met met iets onplezierigs of ongewensts verbonden wordt en dat hij het acceptabel Nederlands vindt wat hij zeide, dan moeten we hem anno thans gelijk geven. Kijk half maart 2021 via LexisNexis en spoor dit soort voorbeelden van positief gebruik van behept-zijn-met op, gedurende nog maar één maandje terug in de tijd dus tot half februari 2021:

• Al als ‘menneke’ was hij behept met de ‘zomerkoninkjes’. ,,Helpen met plukken en bakjes vullen en klaar zetten voor de verkoop.”

• Naast behept met groene vingers die in de grond willen wroeten -Paul had een plantenkwekerij- trekt ook de historie van die lap grond als een magneet aan Corrie Klerx.

• Een Japans berghondje is het, een shiba inu. Hij heeft een fijn karakter: een individualist en behept met enig gepast egoïsme.

• Zo jong en zo behept met het klassieke rockwerk van Led Zeppelin, Deep Purple en Eric Clapton

• Ik ben allang niet meer als enige behept met het schaatsvirus.

• Antoon Poorthuis dus. Voormalig medewerker van textielfabriek Menko in Enschede, jarenlang stukadoor, oud-voorzitter van de Culturele Raad Losser en al zijn hele leven behept met een passie voor kunst.

• (Sven) Koopmans is nuchter, bedachtzaam en door zijn ervaring als conflictbemiddelaar behept met een flinke dosis realisme over internationale politiek.

Ook de toevoeging van met lijkt afnemend verplicht (“Onze kleine man is uiteraard dubbel behept. Zo barst hij van het oude speelgoed waarmee hij al lang niet meer speelt. (…) Ook slibt het huis door hem langzaam dicht met veren, potten met stenen, bakjes met schelpen en heel veel takken.”) maar dat is een ander verhaal.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Deo volente en meer verrassingen in verkiezingsprogramma’s

Tegen het eind van het debat in de Eerste Kamer over de Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19 (19.02.2021) zei minister Grapperhaus volgens de Handelingen: “Er is natuurlijk een motie van de heer Janssen. Die heeft ons nog niet verder gebracht. Dinsdag, Deo volente, kunnen we hier met elkaar over spreken. Dan zou zo’n motie wellicht kunnen helpen. De motie zoals die er nu ligt, moet ik dus ontraden.”
Wat zulke verslagen niet laten zien is wat de minister in mijn herinnering deed, kijken naar Mirjam Bikker. Haar Bijbelse voornaam wijst in dezelfde richting als haar familienaam, Bikker wordt het sterkst gevonden in de Bible belt: mevrouw Bikker is fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Senaat. Zij maakt goede kans om straks in de Tweede Kamer gekozen te worden en zal daar haar mannetje staan.
Grapperhaus keek naar de CU-fractievoorzitster toen hij het protestantse Deo volente uitsprak. Dat is een Latijnse constructie die betekent ‘onder voorbehoud van de wil van God’.

Grapperhaus gebruikte het d.v. op de manier waarop dat ook in de Tweede Kamer gangbaar is: koppelen aan een datum (“Dinsdag, Deo volente”) en dat is vreemd. Eerst even checken, wie gebruikte het en wanneer in de oude Tweede Kamer, dus die van 2017-2021? Daar zijn we snel klaar mee, Roelof Bisschop en Martin Bosma. Bosma alleen in zijn rol als voorzitter en dan in zijn slotafkondiging, Bisschop doet het eveneens op de voorzittersstoel (“De stemmingen over de moties vinden plaats Deo volente dinsdag volgende week.”) maar ook eenmaal als deelnemer aan het debat: “We beloven de staatssecretaris dat we Deo volente volgend jaar hem hier strikt op zullen bevragen.”

Bosma, Bisschop en Grapperhaus zijn het eens in hun gebruik van deze conditie: hij wordt gekoppeld aan de tijdsfactor (dinsdag, dinsdag volgende week, volgend jaar e.d.). Dat is ook de gewoonte in bijvoorbeeld protestantse familieberichten. Van iemand uit de SGP-sfeer zou je iets anders verwachten. In die kring heerst het beeld van een God die almachtig gezien wordt en een alomvattende rol speelt en niet alleen over het tijdstip gaat. Je verwacht dat Roelof Bisschop dus eerder zegt “Deo volente vinden de stemmingen over de moties volgende week dinsdag plaats” dan “De stemmingen over de moties vinden plaats Deo volente dinsdag volgende week.” Met die positionering heeft Deo volente op de hele zin betrekking, niet alleen op de datum. Of het gebruik van dat Latijn de neutraliteit van de voorzittersrol ten goede komt, dat lijkt me een vraag voor het Presidium.

Ik was verrast dat Deo volente niet eenmaal in het verkiezingsprogramma van de SGP voorkomt, het programma zélf heet niet eens Deo volente. Op dit terrein zijn er meer surprises te vinden. In het programma van het CDA staat het woord God niet eenmaal, de naam van Jezus wordt er niet in genoemd, Christus evenmin en als het over christenen gaat, dan betreft het alleen vervolgden in verre landen.

Waar heb ik het over. Ik was laatst bij toeval in het centrum van de stad Groningen. Daar was een actie gaande rond het bord waarop de gemeente Groningen de affiches van deze verkiezingen had geprojecteerd. Veilig hoog maar wat mag de toegevoegde waarde zijn? Verrast zag ik dat van de belangrijkste partijen vrijwel geen enkele iets programmatisch had genoteerd. De voornaamste boodschap: STEM.
De VVD maakt het ‘t bontst: geen tekst en ze hebben de naam van de partij bijna gereduceerd tot een speldje op een boord van het overhemd van een man die er zeer groot op afgebeeld staat. Die man doet denken aan Mark Rutte, maar of dat zo is? Het antwoord op die vraag staat er niet bij.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mark Rutte en de internationalisering van het Nederlands

Ook midden in de zomer van 2020 vergaderde de Tweede Kamer over corona. De verkiezingen waren zeker al in aantocht, alleen de dubbelrol van Mark Rutte was nog niet officieel. Volgens de ongecorrigeerde Handelingen van 12 augustus zei de premier dat de ontgroeningsweken dit jaar onmogelijk waren (ja, jongens, die gewoon even niet) en dat dit een impopulaire maatregel mocht zijn, maar: “De lijsttrekker van de VVD die er dan is, moet dat dan maar uitleggen.”

Maar volgens mijn aantekeningen zei de premier letterlijk iets anders: “De dan lijsttrekker van de VVD moet dat dan maar uitleggen.” Dat is bijzonder Nederlands want wat een bijwoord was, dan, wordt daarmee een bijvoeglijk naamwoord. Dat kan in het Engels (my then boyfriend), in het Nederlands houden we die twee woordsoorten wat uit elkaar en de stenograaf van dienst hielp de premier een handje.
Het is dezelfde premier die bij de Algemene en Politieke Beschouwingen van 17.09.2020 in navolging van (zijn eigen) Troonrede sprak van “een anders dan anders Prinsjesdag”. Is dat misschien Engels in een Nederlands gewaad?

Bij het nu toch werkelijk laatste debat in de Tweede Kamer in huidige samenstelling reageerde premier Rutte gisteren (10 maart 2021) op de fractievoorzitter van de PvdA: “Wat mevrouw Ploumen hier noemt, is een ander punt, waar we het ook eerder over gehad hebben, namelijk de mate waarin je stevig genoege maatregelen neemt als het toch weer minder goed gaat. Dat is de discussie over de vraag of wij in september, nog in de fase van de regionalisering van de aanpak, stevig genoege maatregelen hebben genomen.”
De stenografen namen de taal van de minister-president in dit geval wél over, hij zei tweemaal (en later nog een keer) “stevig genoege maatregelen”: iets wat gewoonlijk achter een zelfstandig naamwoord gepositioneerd wordt, zette de Dutch Prime Minister ervóor…. alsof het Engels was.
Via LexisNexis zijn vrij eenvoudig dit soort constructies te vinden:
• We assume that countries able to donate will maintain sufficient enough doses to vaccinate 100 percent of their populations and donate only excess supply.
• is not sufficient enough reason to say that
• Suffice to say the prospect of a large fine is clearly not a sufficient enough deterrent.

Sufficient enough voor zelfstandig naamwoord in het Engels is vergelijkbaar met stevig genoeg + zelfstandig naamwoord, alleen moeten wij in het Nederlands nog even een buigings-e toevoegen en krijgen dan stevig genoege. Opvallend.

Ongecorrigeerde Handelingen 10.03.2021

Onder leiding van Mark Rutte internationaliseert=verengelst het Nederlands hoorbaar. Dat gebeurt niet alleen op die talloze momenten dat hij Engelse woorden en uitdrukkingen gebruikt, het is dus zelfs het geval als we oppervlakkig mochten denken dat hij ABN sprak.

P.S. 12.03.2021 Vergelijk gevallen die genoemd zijn in een eerdere bijdrage zoals “de soms onvoorspelbaarheid van Amerika”.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het X-woord: Binnenhofs voor insiders

Afgelopen januari en afgelopen maandag is blijkbaar Nederlands dat van veel actueler datum is dan ik wist of had gedacht. Datzelfde is het geval met een begrip als F-woord, dat bij ons misschien met een Engelse knipoog is geïntroduceerd:

Uit Oxford English Dictionary (el.)

De oudste aanhaling in de Oxford English Dictionary stamt van 1956, het eerste F-woord in de Tweede Kamer dateert van eind 1991. Het is afkomstig van Eimert van Middelkoop (GPV/ChristenUnie) en daarmee weten we dat die er iets anders mee bedoelde. Van Middelkoop sprak weliswaar van “het vooral in Londen zo vermaledijde f-woord (…)” maar hij bedoelde de Britse weerstand tegen een al te federaal ingericht Europa. Dat was een actueel onderwerp in de aanloop naar de Top van Maastricht, waar in februari 1992 het verdrag met de naam van die stad ondertekend zou worden. Frits Bolkestein (VVD) stond in dat opzicht naast mevrouw Thatcher. Op 11 december 1991 zei hij in een debat over de voorbereidende Europese top van de twee dagen ervoor: “Het sociale beleid is uit de verdragstekst verdwenen, evenals het F-woord. Ook daarmee zijn wij het eens.” (Bolkestein werd jaren later, in 1999 Europees Commissaris.)

In de tijd vanaf het Verdrag van Maastricht kwam het F-woord nu en dan langs bij debatten in hetzelfde kader, ook wel gevarieerd via het C-woord (confederatie). Eenmaal sprak Erik Jurgens (PvdA) van het S-woord – de goede verstaander zal begrepen hebben dat hij verwezen heeft (neem ik tenminste aan, SR) naar het subsidiariteitsbeginsel – gezag moet door wetgeving toegekend worden aan het niveau dat zich zo dicht mogelijk bevindt bij het niveau waar het betrekking op heeft.

Jan Marijnissen (Google-afbb)

Jan Marijnissen (SP) paste de tekst van hetzelfde liedje aan door in 1998 te spreken van het N-woord voor ‘nivellering’, want dat “is in een tijd dat het actueler zou moeten zijn dan ooit, door de Paarse vrienden uit hun woordenlijst geschrapt en is ook niet een van de doelstellingen geworden in het nieuwe belastingplan.” Hij varieerde nog hetzelfde jaar met het H-woord (hypotheekrenteaftrek).
Toen Frank Heemskerk (PvdA) de marktwerking later in een debat met Agnes Kant (SP) aanduidde als het M-woord leek hij bijna te zinspelen op Marijnissens voorliefde voor dit taalgebruik.

Jan Marijnissen ging door, in 2000 sprak hij opnieuw over de hypotheekrenteaftrek (de SP had “speciaal voor de fracties die het H-woord in dit verband niet in de mond durven nemen, een alternatief bedacht. Dat is het eigenwoningforfait, vroeger het huurwaardeforfait.”)
Dat H-woord bleek een treffer, het bléef in de politieke discussies terugkomen en die bekendheid maakt het voor degene die het debat wil volgen simpeler dan bijvoorbeeld dit cryptische antwoord van minister De Grave (Defensie) in hetzelfde jaar: “Mij is gevraagd om een oordeel te geven over bevinding 24 van de commissie. Daar heb ik een reactie op gegeven, namelijk de vermijding van het L-woord. Dat wordt nu een V-woord en een W-woord. Daar heb ik op gereageerd.” Uit een reactie in de Kamer blijkt V ‘verhullend’ te betekenen maar de andere letters? Dit soort X-woorden zijn bestemd voor de incrowd zolang ze niet algemeen gangbaar zijn – dan immers kan iedereen weten wat er bedoeld wordt maar tegelijkertijd is het mooi niet gezegd, zoals met dat f-word in Engelstalige landen. (Vergelijk voor het talige weglaten van wat niet gezegd moet worden het stukje over het woord verdomd.)

Wie een beetje zoekt vindt veel voorbeelden, meestal betreft dat een geïsoleerd geval. Sommigen die het woord mogen voeren in de plenaire zaal genieten ervan en laten dat blijken ook. Neem Ineke van Gent (GroenLinks) in 2009 over het ontslagrecht: “Wij hebben hier in Nederland het H-woord; er mag niet over de hypotheekrenteaftrek worden gesproken. Wij hebben het A-woord van de aanrechtsubsidie. Wij hebben ook het O-woord als het gaat om ontslag. Ik zou er eigenlijk het P-woord, de p van prullenbak, aan toe willen voegen, want daar hoort dit voorstel thuis.” Vierwerf gebruikt, maar tegelijk driewerf hoera voor mevrouw Van Gent, want ze legt de afkortingen aansluitend uit.

Ineke van Gent (Google-afbb.)


Een flink aantal jaren later (2018) deed minister Hoekstra dat ook: “Ik heb in het laatste AO nog een keertje geprobeerd om onder woorden te brengen dat wij tegen een stabilisatiefunctie zijn, dat wij tegen een nieuwe afzonderlijke pot met geld zijn, dat wij tegen een additionele transfer zijn en dat we tegen, zoals dat in het regeerakkoord staat, een fiscal capacity zijn. Dus je zou kunnen zeggen: het s-woord, het t-woord en het fc-woord.”

Wopke Hoekstra (Google-afbb.)

Hoe is het tegenwoordig grofweg gesteld met die X-woorden? Ze worden kennelijk minder vaak gebezigd. In 2020 viel volgens de Handelingen dit van Tunahan Kuzu (DENK) te noteren: “Wij moeten de daden van het Chinese regime keihard veroordelen en — daar komt het voor het eerst, voorzitter, het s-woord — keihard sanctioneren.”
Klaas Dijkhoff (VVD) maakte er een beetje een woordpsel van toen hij sprak van de discrepantie dat “uitvoeringsinstantie a zei en dat een bewindspersoon het b-woord voerde”.

Is Dijkhoffs VVD het vaakst met zulke impliciete termen aangevallen? De macht van de VVD wordt dan uitgedrukt door een kwestie die voor die club erg belangrijk is of misschien wel onbespreekbaar, enkel met de eerste letter aan te duiden. (Breekpunt heet zoiets ook wel.) Voor het H-woord geldt het, voor een minder frequent genoemd begrip als het D-woord (dividendbelasting) gaat dat eveneens op. Premier Rutte kent het parlementaire lexicon ook! In 2015 snapte hij kritische vragen in zijn richting: “Ik begrijp natuurlijk ook dat hier de regievraag achter schuilgaat. Het R-woord is gevallen (…)”. Dat was een aanval op de minister-president, uit hoofde van zijn functie als regisseur.
Trouwens, het R-woord kon ook als aanduiding dienen voor het rekeningrijden – ook dat is tegen de VVD in de strijd gebracht.

P.S. De term X-woord komt kennelijk niet voor en deze term benut ik dus maar als aanduiding voor het type, waarbij voor X vrijwel elke letter valt te substitueren.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen